Skip to content

Justitie eist 25 jaar en TBS tegen moordenaar Milly Boele

Door Waarheidsvinder

Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep voor het Gerechtshof in Den Haag 25 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen Sander V. de moordenaar van de 12 jarige Milly Boele uit Dordrecht. Sander V. werd eerder door de rechtbank in Den Haag tot 18 jaar cel en TBS veroordeeld.

Sander V. houdt ook nu vol dat hij onder invloed van drugs in een opwelling heeft gehandeld toen hij zijn buurmeisje om het leven bracht. Hij beroept zich daarbij tevens op geheugenverlies waardoor hij zich niet alles meer kan herinneren.

Het Openbaar Ministerie gelooft niets van het verhaal van Sander V. Zij denkt dat Sander doelbewust en koelbloedig te werk is gegaan, een mening die wij delen.
Iemand die met een smoes zijn buurmeisje meelokt en haar vervolgens vermoordt, doet dat niet per ongeluk of in een opwelling. Op het moment dat Sander V. naar de ouderlijke woning van Milly liep moet hij al hebben geweten dat zijn handelen met de dood van Milly zou moeten eindigen. Milly laten leven kon geen optie zijn omdat zij hem kende en hij dus nooit ongestraft met zijn daad zou kunnen wegkomen. Het verliezen van zijn baan als politieman zou daarbij zeker het eerste gevolg zijn geweest.

Na de dood van Milly begroef Sander V. haar lichaam in de tuin achter zijn woning nadat hij maatregelen had genomen om ontdekking van het lichaam te voorkomen. Sander V. meldde zich uiteindelijk zelf bij de politie nadat er in de Telegraaf een artikel was verschenen dat Milly vermoedelijk was vermoord door een buurman en dat de politie in die richting actie zou moeten ondernemen. Kennelijk werd de druk hem toen te groot.

De rechtbank achtte ondanks alle aanwijzingen in die richting destijds niet bewezen dat Sander V. het slachtoffer seksueel heeft misbruikt voordat hij haar om het leven bracht. Een conclusie die mede het gevolg was van een onvolledig onderzoek door het NFI. Benieuwd of het hof hier nu anders over denkt.

Eindelijk een goede regeling voor klokkenluiders?

Door Waarheidsvinder

Als de voortekenen niet bedriegen dan is er nu eindelijk zicht op een goede klokkenluidersregeling. Ronald van Raak van de SP dient vandaag een initiatief wetsontwerp daartoe in. De meeste partijen in de 2e kamer hebben aangegeven zijn initiatief te ondersteunen. Niet de VVD, het CDA en de SGP. Deze partijen hebben het kennelijk niet zo met de waarheid, zij bedienen zich kennelijk liever van de achterkamertjes en daarbij passen geen lastige pottenkijkers. De waarheid is wel een mooi goed maar je moet er geen last van hebben.
Wij steunen het initiatief van Ronald van Raak van harte.

Bron: De site van de SP

SP presenteert wet voor bescherming klokkenluiders
Klokkenluiders krijgen rechtsbescherming en financiële ondersteuning. Ook komt er onafhankelijk onderzoek naar maatschappelijke misstanden. Dat staat in een initiatiefwet die SP-Kamerlid Ronald van Raak vandaag presenteert. Daarmee moet een einde komen aan de slechte behandeling van klokkenluiders in Nederland en kunnen ernstige misstanden voortaan beter worden aangepakt.

Van Raak: ‘Mensen durven in Nederland nauwelijks misstanden te melden. De lotgevallen van bekende klokkenluiders als Ad Bos, Fred Spijkers en Paul Schaap hebben ertoe geleid dat veel mensen besluiten hun mond te houden. Huidige regelingen voor klokkenluiders blijken niet te werken. Mensen die misstanden melden worden ontslagen en komen in financiële problemen. Ook moeten ze vaak lange juridische procedures voeren tegen overheden en bedrijven. Dat heeft grote gevolgen voor de klokkenluiders, wiens leven overhoop wordt gegooid. Maar dat is ook heel slecht voor de samenleving, omdat fraude en corruptie blijven voortbestaan en de volksgezondheid en het milieu in gevaar worden gebracht.’

De SP wil een Huis voor klokkenluiders oprichten, dat wordt ondergebracht bij het instituut van de Nationale ombudsman. Daarmee wordt de onafhankelijkheid verzekerd. Als mensen terecht een maatschappelijke misstand melden kunnen ze niet worden ontslagen. Ook kan de melder zo nodig financiële, juridische en psychologische ondersteuning krijgen. Het Huis doet ook onderzoek naar de misstand en komt met aanbevelingen om de problemen op te lossen. Als betrokkenen niet bereid zijn de misstand op te lossen rapporteert het Huis dat aan de Tweede Kamer, die vervolgens actie kan ondernemen.

Van Raak: ‘Politici kunnen problemen alleen oplossen als ze die ook daadwerkelijk kennen. Daarom is het belangrijk dat de Tweede Kamer het initiatief neemt voor de bescherming van klokkenluiders. Deze wet is opgesteld in nauwe samenwerking met de Expertgroep klokkenluiders, waarin tientallen bestaande klokkenluiders zich hebben verenigd. Hun problemen en hun ervaringen vormen de basis voor deze wet, die uniek is in de wereld. Ik ben blij dat Tweede Kamerleden van PvdA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en Partij voor de Dieren hebben besloten de initiatiefwet samen met de SP in te dienen.’

Man krijgt 18 jaar cel voor moord zonder lijk

Door Waarheidsvinder

Het Gerechtshof in Arnhem heeft de 42 jarige Arnhemmer Frans J. gisteren tot 18 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor de moord op fotograaf Henk Peters uit Doorwerth.
De amateurfotograaf verdween spoorloos op de avond voor Koninginnedag 2009, nadat hij een optreden van de popgroep Kane op de Markt in het Arnhems stadscentrum had bezocht. Van de Doorwerthenaar ontbreekt tot op de dag van vandaag ieder levensteken. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Geen lichaam en toch een veroordeling voor moord. Meestal is de reactie van politie en justitie in geval van een vermissing dat er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf. Dat gebrek aan aanwijzingen is veelal het logische gevolg van het feit dat men nauwelijks serieus onderzoek naar de betreffende verdwijning heeft gedaan.

Als voorbeelden kunnen gelden de verdwijning van Mieke Guliën uit Weesp, van scheepskok Wim Quak uit Oostvoorne, van de 15 jarige Willeke Dost uit het Drentse Koekange, de verdwijning van Adrie Knops uit Spijkenisse, de verdwijning van Herman Ploegstra uit het Zeeuwse IJzendijke en de verdwijning van de Ier James Patrick Grealis uit Breda. Geen aanwijzingen voor een misdrijf roept men voortdurend en daarmee is de kous af.

Ook bij de verdwijning van Joanne Noordink uit Aalten kwam men pas echt in actie na een groot artikel in De Telegraaf, in het geval van de verdwijning van Milly Boele uit Dordrecht pas na de bekentenis van de verdachte, in geval van de verdwijning van Farida Zargar uit Spijkenisse pas na het vinden van haar spullen bij een aangehouden crimineel en in het geval van de verdwijning van Jennefer van Oostende pas nadat er via de telefoon over het doden van Jennefer werd gesproken.
De politie in Arnhem nam de verdwijning van Henk Peters echter wel serieus. Men stelde direct een uitgebreid onderzoek in en dat leidde er toe dat er steeds meer aanwijzingen werden gevonden dat Henk Peters was vermoord.

In eerste instantie werd de verdachte vanwege de afwezigheid van een lichaam door de rechtbank vrijgesproken. Maar ook de Arnhemse justitie liet het er niet bij zitten en dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de verdachte toch is veroordeeld. En terecht, gezien de hoeveelheid en aard van de bewijsstukken.

Het kan dus wel, willen is kunnen. Misschien dat politie en justitie elders daarvan kunnen leren.

Geduld is een schone zaak

Door Waarheidsvinder

Wie zich met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen bezig houdt, moet geduld hebben. Al in 2005 meldde één van uw redacteuren aan de leiding van de recherche in Groningen dat er iets mis was met de bekentenissen van de man die zich kort daarvoor vrijwillig bij de politie had gemeld om de moord op Maja van Vloten uit 1994 te bekennen. Er werd niet naar hem geluisterd, sterker nog, hij moest zijn mond houden. De man, Karel van Orden, werd vervolgens tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Omdat het geweten bleef opspelen, meldde dezelfde redacteur in 2007 nogmaals dat er volgens hem iets mis was met de bekentenis van Karel van Orden. Deze keer deed hij dat schriftelijk bij de korpsleiding van de politie Groningen. Na enkele maanden was de reactie van de korpsleiding dat ervaren oud-recherchechefs de zaak opnieuw hadden bekeken en dat zij hadden gerapporteerd dat er niets mis was met het onderzoek en de bekentenissen van Karel van Orden. De zaak bleef daarom gesloten.

Maar ook bij Karel van Orden zelf begonnen na verloop van tijd de twijfels te komen en hij realiseerde zich eigenlijk weinig of niets van de moord zelf te kunnen herinneren. Had hij werkelijk de moord op Maja van Vloten gepleegd of verbeeldde hij zich dit slechts?

Een van uw redacteuren heeft daarop contact gezocht met advocaat Geert-Jan Knoops en deze verklaarde zich bereid Karel van Orden te gaan bijstaan in een poging de waarheid te vinden. Lange tijd bleef het stil, maar nu komt er beweging in de zaak. Advocaat Geert-Jan Knoops zal rond de zomer ook voor deze zaak een herzieningsverzoek gaan indienen bij de Hoge Raad, zoals blijkt uit onderstaand artikel dat vandaag in De Telegraaf staat. Misschien dat het recht alsnog zijn beloop krijgt.

bron: De telegraaf
door: Jolande van der Graaf

HOGE RAAD BELIJKT DUBIEUZE STRAFFEN

AMSTERDAM, maandag
De Hoge Raad buigt zich nog dit jaar over drie oude moordzaken waarin vrijwel zeker onschuldigen zijn veroordeeld die jaren in gevangenissen zaten.
De Amsterdamse advocaat Geert-Jan Knoops legt de drie potentiële gerechtelijke dwalingen rond de zomer voor bij ’s lands hoogste rechtscollege met het verzoek om heropening van de strafzaken. Knoops noemt de herzieningsverzoeken kansrijk.

Twee van de drie zaken zijn eerder aan het licht gebracht door het Telegraaf Cold Case Team. In de moord op de Hilversumse platenproducer Bart van der Laar, doodgeschoten in zijn woning in 1981, zat Martien Hunnik jarenlang in de gevangenis en in tbs-klinieken. Deze krant deed in 2010 uitgebreid onderzoek en ontdekte tijdens een reconstructie dat Hunnik alleen al vanwege het tijdsverloop onmogelijk de dader kan zijn geweest. Ook de sporen wijzen op een andere dader.

Groninger Karel van Orden, een oud-Libanon-veteraan die aan psychische problemen leed, biechtte in 2005 de in 1994 gepleegde gruwelmoord op vluchtelingenwerkster Maja van Vloten op. Onderzoek door De Telegraaf wijst uit dat Van Orden een valse bekentenis aflegde en dat politie en justitie daar vanwege talrijke fouten in zijn verklaringen van meet af aan vanaf wisten. Ook hier doen de sporen een andere moordenaar vermoeden.

Behandelingen
Op verzoek van advocaat Knoops heeft hoogleraar psychologie Harald Merkelbach de zaak-Van Orden inmiddels onderzocht. Hij stelt vast dat Van Orden voorafgaand aan zijn plotselinge biecht allerlei psychisch ingrijpende medische behandelingen onderging.
„Politie en justitie hielden er geen rekening mee dat die trauma’s tot een valse bekentenis kunnen hebben geleid”, zegt Knoops.

Verder wordt de Amsterdamse butlermoord uit 1983 op weduwe Brouwers-Van Wylick opnieuw voor herziening voorgedragen. Knoops: „De onterechte veroordeling van Dick van Leeuwerden is nooit rechtgezet. We weten dat de conclusie tot een onnatuurlijke dood door wijlen patholoog Zeldenrust onjuist is. In 2006 is na onderzoek op stukjes hartspier van het slachtoffer gebleken dat zij niet door toedoen van Van Leeuwerden, maar aan de gevolgen van een hartinfarct stierf.”

Gerechtelijke dwalingen slechts een incident?

Door Waarheidsvinder

Volgens de toenmalige minister van justitie Donner was de Schiedammer Parkmoord slechts een incident. Geen reden om ons zorgen over te maken, even wat procedures veranderen en klaar. Maar is dat wel zo? Naast Schiedam waren er toch ook de Puttense Moordzaak, de zaak Ina Post en de zaak Lucia de Berk?
En wat te denken van zaken zoals de Zaanse paskamermoord, de moord op Mariëlle de Geus en de moord op Andrea Luten. Zaken waarbij politie en justitie alles in het werk hebben gesteld om de in hun ogen schuldige verdachte veroordeeld te krijgen, maar de pech hadden dat de rechters in die zaken hun ogen wel open hadden.

Als je niet wilt dat een probleem wordt aangepakt, dan ontken je gewoon dat het probleem er is. Dus blijf je zeggen dat er niets mis is met de rechtspraak in Nederland, dat politie en justitie altijd voor de waarheid gaan en alleen prima personeel in dienst hebben. Dat politiemensen en officieren van justitie nooit liegen, dat zij nooit voor een verdachte ontlastende zaken opzettelijk uit een dossier weglaten. Dat het NFI nooit prutswerk levert of sporen kwijtraakt. Dat rechters altijd verstand van zaken hebben en niet soms gewoon zitten te slapen. Dat de veroordeling van onschuldigen in Nederland absoluut een incident is.

In de jaren dat wij ons bezig houden met vermeende gerechtelijke dwalingen zijn wij tot heel andere conclusies gekomen. Zelf zijn wij op dit moment betrokken bij 5 vermoedelijke gerechtelijke dwalingen. Wij denken dus helemaal niet dat het slechts om incidenten gaat, die veroorzaakt zijn door stom toeval. Wij denken dat er structureel iets mis is.

Dat wij daar niet alleen in staan, blijkt onder meer uit het feit dat advocaat Geert-Jan Knoops zich kortgeleden heeft aangesloten bij het Innocence Project. Een netwerk dat zich inzet voor gerechtigheid voor onschuldig veroordeelden.
Onderstaand artikel staat daarover vandaag in De Telegraaf.

Geen haute couture, maar gerechtigheid
Door JOLANDE VAN DER GRAAF

Ina Post, Wilco Viets en Herman du Bois, Cees Borsboom en Lucia de Berk. Zij zaten jaren achter tralies voor moorden die zij niet pleegden en zagen hun leven in rook opgaan. Na lange herzieningsprocedures oogstten de slachtoffers alsnog vrijspraak en een schadevergoeding vanwege blunders door rechters en officieren van justitie. Maar hoeveel andere onschuldigen kregen geen herziening en kwijnen weg in Nederlandse gevangenissen?
De advocaten Geert-Jan en Carry Knoops en hun team van het vermaarde, gelijknamige kantoor in Amsterdam zetten zich sinds kort bijna fulltime in voor onterecht veroordeelden. In drie potentiële gerechtelijke dwalingen – twee daarvan aan het licht gebracht door De Telegraaf – vragen zij de Hoge Raad binnenkort om heropening van de afgesloten strafzaken. Nog 23 andere mogelijke dwalingen zijn bij het kantoor in onderzoek.
Na een zware ballotage trad het kantoor Knoops Advocaten in januari als eerste op het Europese vasteland toe tot het internationale Innocence Network. Die in Amerika gevestigde organisatie zet zich wereldwijd in voor de belangen van mensen die onterecht in de cel belandden.

Revisierecht
In ons land is het gevecht om herziening van een afgesloten strafzaak een ongelijke strijd, omdat onterecht veroordeelden en hun raadslieden voor onderzoek niet kunnen putten uit overheidsgelden. Desondanks gaan Knoops en zijn collega’s de strijd aan. „Wij hoeven geen Jaguars, Armani-kostuums of haute couture. Op ons kantoor draait het niet om winst, maar om persoonlijke inzet en gerechtigheid, juist ook voor deze groep mensen. Tevens is het ons veel waard het onontgonnen terrein van revisierecht in dit land gestalte te geven.”

In Amerika is het Innocence Project een begrip. Maar in Nederland is nog lang niet doorgedrongen dat het openbaar ministerie in strafzaken niet altijd voor waarheidsvinding gaat en dat rechters soms foute beslissingen nemen.
Geert-Jan en Carry Knoops: „In ons land, eigenlijk in heel Europa, rust een taboe op het onderwerp gerechtelijke dwalingen. Dat is vooral in de politiek het geval. Men weet niet goed waar het om gaat, denkt dat het incidenten zijn die op systeemfouten berusten. Hoeveel mensen zitten nu onterecht vast? Hoe komen justitiële dwalingen tot stand? Het ontbreekt aan goed onderzoek. En er is veel te ontwikkelen in bijstand van de slachtoffers.”
Nagenoeg alle Amerikaanse staten hebben sinds 1999 een Innocence Network, dat met advocaten, wetenschappers en onderzoekers op volle kracht draait. „Het heeft zijn nut bewezen”, vervolgt het advocatenduo. „In elf jaar tijd bleken in de VS liefst 289 mensen aantoonbaar onjuist veroordeeld tot levenslang of de doodstraf. Door de inzet van het Innocence Project zijn zij uiteindelijk allen vrijgesproken.”

De Amerikanen beschikken tevens over betere wetgeving, die voortdurend wordt aangepast. Zo nam toenmalig president Bush in 2004 een wet aan waardoor dna-bewijs in strafzaken altijd bewaard blijft, zodat veroordeelden nog tegenonderzoek kunnen laten doen.
In Nederland presteert het NFI het om forensisch bewijs kwijt te raken. Deze krant stelde bovendien eerder aan de kaak dat tegenonderzoek een farce is. ’Contra-labs’ krijgen zelden de beschikking over stukken van overtuiging (bijvoorbeeld kleding of schoenen van slachtoffers) om die zelf op dna te bemonsteren. Die laboratoria moeten het doen met dna-monsters die het NFI eerder nam. Als daar een fout inzit, kunnen contra-labs onmogelijk tot andere conclusies komen.

„Er zijn ook grote rechtsculturele verschillen”, vervolgt Geert-Jan Knoops. „Amerikanen zijn zich er veel meer van bewust, dat de burger tegen de overheid beschermd moet worden. Liefst 45 procent van het enorme budget van het Innocence Project is afkomstig van private funding en donaties van burgers.”
Het Nederlandse Innocence Project van Knoops kan daar alleen van dromen. „Door de aansluiting bij het internationale netwerk werken we nu met een team van vijf man aan herzieningszaken. Bovendien kunnen we delen in de expertise van Amerikaanse collega-advocaten en forensisch experts. In Nederland is financieel niets geregeld. Er is geen potje voor onderzoek bij de Raad voor Rechtsbijstand, er is ook geen fonds voor bijvoorbeeld kostbaar forensisch onderzoek dat vaak in een herzieningsfase nodig is. Veroordeelden moeten alles zelf betalen en kunnen dat meestal niet. De staat heeft echter de morele verplichting dit te regelen zoals in andere landen. Het wordt tijd dat het Nederlandse strafrecht ook op dit gebied volwassen wordt.”

Het Nederlandse Innocence Project kreeg honderd aanmeldingen van potentiële dwalingen. De aanmeldingen kwamen van veroordeelden, hun advocaten, maar ook van reclasseringswerkers, oud-rechercheurs en van het Telegraaf Cold Case Team.

Selectie
Knoops: „Het is ondoenlijk alle zaken te onderzoeken. Na een strenge selectie door ons advocatenteam en forensisch wetenschappelijke onderzoekers hebben we 25 dossiers in onderzoek genomen. In alle gevallen afgesloten strafzaken in ernstige delicten waarbij de veroordeelden straffen van enkele jaren tot 25 jaar kregen.”
Elke zaak vergt een intensief traject. „Ons team heeft gemiddeld één tot twee jaar nodig om zo’n zaak goed te onderzoeken en tot een kansrijk herzieningsverzoek te komen. Nog afgezien van het werven van fondsen voor onderzoek naar mogelijke nieuwe feiten, is elke zaak een tijdverslindende juridische operatie.”
En dan zijn er talloze blokkades waar de advocaten tegenaan lopen. „Hoe krijg je toegang tot het oude strafdossier? En hoe toestemming om alsnog dna-onderzoek te laten doen in een afgesloten strafzaak? Het zijn vragen waar het Nederlandse juridische systeem geen pasklare antwoorden op heeft. Men denkt dat we na de Puttense moordzaak en de Schiedammer parkmoord op de goede weg zijn. Helaas leert de praktijk ons anders.”

Politie vergeet de regels

Door Waarheidsvinder

Een vader en een moeder bieden hun 8 jarig dochtertje aan als seksobject voor pedofielen. De politie krijgt daar informatie over en start een onderzoek. Beide ouders worden op een gegeven moment aangehouden, want logischerwijs zijn ze verdachten. De vader wordt conform de regels als verdachte verhoord. Maar de politie kiest er om onbekende reden voor de moeder 3,5 uur als getuige te verhoren, terwijl men drommels goed weet dat ze verdachte is.

Dit is in strijd met de wet en de rechters kennen geen pardon, zij vinden dat haar recht op een eerlijk proces is geschonden. De moeder wordt onmiddellijk vrijgelaten en kan nu een schadeclaim gaan indienen, die waarschijnlijk rond de 35.000 euro komt te liggen.

Wat moet je hier nog op zeggen? Een mogelijkheid lijkt ons de verantwoordelijke politieambtenaren de schadevergoeding te laten betalen. Misschien dat ze er dan iets van leren.

PS.
Nog onbegrijpelijker wordt de zaak bij het lezen van de toegezonden reacties van Insider.

Update 17 april
In het AD lezen we vandaag dat het Bureau Jeugdzorg onderzoekt of de moeder die haar 8-jarige dochter via chatsessies aan minstens zeven mannen zou hebben aangeboden voor seks, kan worden herenigd met haar kind. Het moet toch niet gekker worden.

Politiekorpsen voortaan alerter bij vermissing van kinderen?

Door waarheidsvinder

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft op Kamervragen geantwoord dat de politie voortaan alerter zal optreden bij vermissingen van kinderen. Alle korpsen weten volgens hem inmiddels precies hoe ze in dergelijke gevallen moeten handelen. “Het zit nu tussen de oren bij de politie” sprak hij beloftevol.
De minister reageerde op vragen uit de Tweede Kamer naar aanleiding van het artikel in De Telegraaf van afgelopen weekend, waarin melding werd gemaakt van de fouten die de Rotterdamse politie heeft gemaakt in de zaak van de vermissing van de 10 jarige Jennefer van Oostende in oktober 2011. Na eerst de melding van de moeder nauwelijks serieus te hebben genomen, werden vervolgens de ouders en de zus van Jennefer als verdachte behandeld, terwijl vanaf het begin duidelijk was dat Jennefer voor het laatst was gesignaleerd in de woning van haar zwager Anthony K.

In het artikel van zaterdag constateerde professor Henny Sackers onder meer dat de politie niet adequaat was opgetreden, terwijl men toch beter had moeten weten na het onderzoeksrapport dat over de verdwijning van de 12 jarige Milly Boele uit Dordrecht was uitgebracht.Volgens minister Opstelten waren de bevindingen over die zaak echter pas sinds februari van dit jaar beschikbaar en zijn ze toen naar de korpsen gestuurd.

Kennelijk is de minister niet op de hoogte van de feiten, want al op 3 april 2011 is door een onafhankelijk onderzoekscommissie onder leiding van de oud-burgemeester Leeuwe van Lelystad een rapport uitgebracht met aanbevelingen voor de politie over de manier waarop dit soort vermissingen dienen te worden aangepakt. Een kopie van het rapport staat al een jaar op internet. Hoe kan het dat de minister en de politie in Rotterdam dit rapport pas sinds februari kennen? Waarom heeft men niet direct contact opgenomen met de politie van Dordrecht?

Bovendien: In het nummer Blauw (het personeelsblad van de Nederlandse politie) stond in december 2009 al een artikel hoe men dit soort zaken behoort aan te pakken. Ook dat tijdschrift zal dan wel veel later in Rotterdam zijn bezorgd.

De uitspraken van de minister beloven daarom weinig goeds voor de toekomst.

Politie had geen flauw idee

Door Waarheidsvinder

Onder bovenstaande kop is vandaag een groot artikel in De Telegraaf verschenen over de fouten van de politie in het onderzoek naar de vermissing van de 10 jarige Jennefer van Oostende. Een van uw redacteuren heeft de zaak vanaf het begin voor De Telegraaf gevolgd en onmiddellijk viel ook hem de overeenkomst op tussen deze zaak en de zaak van de vermiste Milly Boele. Sinds de moord op Milly Boele is er, ondanks diverse onderzoeken en rapporten, kennelijk niet veel veranderd in de eerste aanpak door de politie van dit soort zorgwekkende vermissingen.

Bron : De Telegraaf

Advocaat Annemiek van Spanje vraagt de Nationale ombudsman onderzoek te doen naar de fouten door de Rotterdamse politie. „Een onafhankelijk onderzoek zoals bij Milly Boele is niet nodig, omdat duidelijk is wat hier misging. Er ligt al een normenkader waar de politie kennelijk niet van op de hoogte is. Minister Opstelten van Justitie dient actie te ondernemen, zodat de politie weet wat de juiste werkwijze is als een kind wordt vermist.” We hebben de afgelopen tijd genoeg proefballonnen van de minister gezien. Beter kan energie worden gestoken in het goed uitvoeren van de politietaken, ook bij verontrustende kindervermissingen.”

Politie had geen flauw idee’
EXPERTS: BLUNDER NA BLUNDER IN ONDERZOEK NAAR VERMOORDE JENNEFER (10)
door JOLANDE VAN DER GRAAF

Een schokgolf ging vorig jaar oktober door het land, na de weerzinwekkende moord op het Rotterdamse meisje Jennefer van Oostende (10). Het kind bleek omgebracht door haar exzwager Anthony K. De dader werd meteen opgepakt. Een ’ronde zaak’, zo lijkt. Maar uit onderzoek door De Telegraaf bleek al direct dat er verbijsterende politieblunders zijn gemaakt.
Het meisje speelde die middag met de kinderen van K. en zou bij haar vader gaan eten toen zij plotsklaps vermist raakte. Later bleek dat Jennefer K.’s huis nooit verliet en gruwelijk door hem, in het bijzijn van zijn kinderen, werd mishandeld en vermoord. Ten tijde van de vermissing beging de politie grote fouten, zo berichtte deze krant twee weken later, op grond van analyses en gesprekken met de moeder. Ook advocaat Annemiek van Spanje, die de nabestaanden bijstaat, verzamelde door inzage in het onderzoeksdossier en een gesprek met de politie gegevens over het optreden.

Sanctierecht
De details zijn de afgelopen weken op verzoek van Van Spanje bestudeerd door professor Henny Sackers, hoogleraar bestuurlijk sanctierecht, die eerder de politieaanpak van de vermissing van het eveneens vermoorde meisje Milly Boele (12) onderzocht. Ook oud-rechercheur Dick Gosewehr van het Telegraaf Cold Case Team nam de kwestie onder de loep. De conclusie: er deugt niets van het politieoptreden. De politie blijkt bovendien aanbevelingen uit het Milly Boele-onderzoek aan haar laars te hebben gelapt.

„Toen de moeder van Jennefer bij bureau Zuidplein aangifte deed, had de politie meteen op scherp moeten staan en haar nooit zo mogen wegsturen”, zegt Gosewehr. „Volgens de richtlijnen valt elke vermissing van een kind jonger dan twaalf jaar in de zogeheten categorie 1. De politie moet dan direct uitgebreid actie ondernemen. Jennefer was tien jaar oud.”
In richtlijnen van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) is vastgelegd dat het inschatten van de ernst van een vermissingsmelding cruciaal is en dat snel politieoptreden het verschil tussen leven en dood maakt.
Gosewehr: „De richtlijnen schrijven tevens voor dat goed moet worden geluisterd naar de aangever en dat informatie rap moet worden geanalyseerd. Een baliemedewerkster is daar niet voor opgeleid. Een melding kan binnenkomen als ontvoering, weglopen, een ongeval of een compleet verzonnen verhaal. De politie mag niets aannemen, ervaren politiemensen moeten alles controleren. In dit geval had de baliemedewerkster de chef van dienst moeten alarmeren, die vervolgens de recherche kon inschakelen.”

Ook Sackers constateert dat de politie fout zat. „De onafhankelijke evaluatiecommissie in de Milly Boele-zaak heeft een normenkader ontwikkeld, dat de politie voor toekomstige vermissingen houvast geeft. Duidelijk is dat bureau Zuidplein dit stappenplan niet op het scherm had toen Jennefers moeder aangifte kwam doen.”
Stap één is om snel veel informatie te verkrijgen en vast te leggen. Sackers: „De politie dient de informatie intern breed te delen: aan de recherche, de noodhulp, maar bijvoorbeeld ook aan het KLPD, waar specialisten kunnen adviseren en een Amber Alert kunnen uitsturen. Aangezien Jennefers moeder nog dezelfde avond is weggestuurd met een in te vullen formuliertje, lijkt dit niet te zijn gebeurd.”

De baliemedewerkster opperde dat Jennefer ’vast met vriendinnetjes speelde’ en nam het haar moeder zelfs kwalijk dat zij niet wist waar het kind was.
Indien een politieagent met kennis en ervaring was ingeschakeld, was meteen opgevallen dat de gsm van het meisje uitstond en dat dit niet met haar gedrag strookte. Jennefer was normaliter altijd en overal met telefoontjes of pingberichtjes bereikbaar.
Gosewehr: „Het uitzetten van een telefoon duidt op een handeling door een volwassene die weet dat gsm’s door de politie zijn op te sporen. Doorvragen had eveneens opgeleverd dat alleen K. beweerde dat Jennefer boos bij hem wegging. De baliemedewerkster liet moeder echter naar K. bellen om te horen welke kleding Jennefer droeg en stelde niet eens zelf vragen. Vanaf dat moment wist hij dat de politie was geïnformeerd. K. had het lichaam kunnen laten verdwijnen, waardoor het meisje wellicht nooit was gevonden.”

Ook stap twee uit het normenkader van de Boele-commissie, een verontrustende vermissing zo snel mogelijk voorleggen aan een leidinggevend persoon als een chef van dienst, werd niet gezet. In een proces-verbaal van bevindingen dat de baliemedewerkster pas drie dagen later schreef, stelt zij dat de chef van dienst niet in het bureau was. Gosewehr: „Onbestaanbaar. Iedereen heeft tegenwoordig een gsm, bovendien zijn er regels wanneer chefs moeten worden opgetrommeld.”
Bizar genoeg nam de baliemedewerkster eigenhandig de beslissing om de zaak door te sluizen naar de afdeling jeugdrecherche. Veel stelde dat niet voor. Alleen een jeugdrechercheur belde die avond kort met Jennefers familie. Niemand analyseerde de zaak en niemand nam poolshoogte bij Anthony K.

Normenkader
Ook Sackers zegt „keihard vast te stellen” dat de politie stap drie uit het normenkader aan haar laars lapte. „Direct onderzoek instellen op de plek waar het vermiste kind het laatst is gezien. Mevrouw Van Oostende verstrekte nota bene een adres, dat van Anthony K. Daar hadden agenten meteen heen moeten gaan en K. moeten ondervragen. Ze hadden dan contact kunnen leggen met de chef van dienst voor eventuele vervolgstappen.”
Want het onmiddellijk doorzoeken van K.’s woning behoorde volgens Sackers tot de mogelijkheden. „Er zijn juridische handvatten als artikel 2 van de politiewet – het vermoeden dat iemand in nood verkeert – om meteen een doorzoeking te houden.”
Waar de politie Dordrecht na Milly Boeles vermissing noodhulp inzette – tientallen agenten kamden de buurt uit – bleef dat in Rotterdam die zaterdagavond en -nacht achterwege. Sackers: „Toen beperkte men zich tot een lokaal smsalert en een bericht aan surveillancewagens.”
Ook zondagmorgen, toen Jennefers moeder terugkeerde naar de politie, werd de noodzaak van optreden niet ingezien. Later in de ochtend legde de politie het eerste contact met het KLPD, dat constateerde dat een Amber Alert vanwege het grote tijdsverloop geen nut meer had. Gosewehr: „Dat het KLPD zondagavond door de Rotterdamse korpsleiding is gedwongen alsnog een Amber Alert uit te sturen, zegt iets over de verhoudingen binnen de Nederlandse politie.”

Opvallend is dat zondag eerst Jennefers vader, toen haar moeder en vervolgens haar zus bikkelhard aan de tand werd gevoeld. In gesprekken met advocaat Van Spanje verdedigde de politie zich met het argument, dat alle scenario’s werden opengehouden en dat de vermissingszaak erg complex was.
Gosewehr: „Het geeft aan dat de politie ook toen nog geen flauw idee had wat er speelde. Alle scenario’s openhouden is een middel om tot goed onderzoek te komen, maar het is geen doel op zich. De politie maakte de zaak zelf zo complex. Een gedegen analyse had het aannemelijke scenario opgeleverd dat K. achter de verdwijning kon zitten. De politie had dat als eerste moeten uitsluiten.”
Pas in de nacht van zondag op maandag vielen agenten K.’s huis binnen en werd het lichaam van Jennefer in zijn bedbank gevonden. Had sneller optreden haar het leven kunnen redden? Gosewehr en Sackers: „Het is een vraag die niet te beantwoorden valt. Volgens de politie bracht K. haar zaterdagavond om 19.00 uur om het leven. Men baseert zich daarbij op zijn verklaringen. Vraag is hoe betrouwbaar die zijn.”

De reacties van de politiek op deze zaak. Nu maar hopen dat het niet alleen bij woorden blijft.

Bron : De Telegraaf

Kamer maant minister actie te ondernemen
Politie laks bij vermissingen
door Jolande van der Graaf en Dennis Naaktgeboren

ROTTERDAM, zaterdag
De politie moet veel scherper zijn bij verdwijningszaken. Meldingen dienen meteen uiterst serieus genomen te worden en bij verontrustende vermissingen snelle opvolging te krijgen. Dat vindt de Tweede Kamer, die wil dat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) in actie komt.
Een Kamermeerderheid van VVD, CDA, PVV en PvdA reageert geschokt op bevindingen van deze krant over het optreden van de politie ten tijde van de vermissing van het Rotterdamse meisje Jennefer van Oostende (10), dat later dood werd teruggevonden.
Hoogleraar bestuurlijk sanctierecht Henny Sackers, die eerder de politieblunders in de zaak van de omgebrachte Milly Boele (12) onderzocht, concludeert vandaag in deze krant dat de politie anderhalf jaar later weer grote fouten maakte, toen de 10-jarige Jennefer in Rotterdam onder verdachte omstandigheden verdween. In beide zaken onthulde De Telegraaf op grond van eigen onderzoek al direct dat de politie miskleunde.

Schaamlap
„De aanbevelingen door de Boele-commissie voor een betere aanpak van verontrustende vermissingen zijn niet door de Rotterdamse politie opgevolgd”, constateert Sackers. Zo verzuimde de baliemedewerkster de chef van dienst te alarmeren. „Het is zeer de vraag of andere korpsen het normenkader wel implementeerden. Ons onderzoek was kennelijk een schaamlap om de media te sussen. De politie moet hiermee niet in de toekomst, maar al vandaag aan de slag gaan.”

Regeringspartij VVD noemt de bevindingen ’schrijnend en buitengewoon pijnlijk’. „Lessen uit het verleden lijken niet te zijn meegenomen”, aldus VVD-Kamerlid Hennis. „Van de minister verwacht ik dat hij alles op alles zet om dit bij alle politiemensen tussen de oren te laten landen.” Zij wil dat iedere vermissing verplicht bij een centraal punt gemeld wordt, zodat een gespecialiseerd team meteen in actie komt. Ook coalitiepartner CDA is geschokt en wil weten hoe dit bij andere bureaus zit. „Het is ontzettend zorgelijk dat dit niet tussen de oren zit”, aldus Kamerlid Çörüz. De PvdA vindt dat bij een vermissing meteen vakrechercheurs gemobiliseerd moeten worden. „Je ziet te vaak dat mensen bij de balie afgepoeierd worden”, stelt PvdA-Kamerlid Marcouch. „De kwaliteit van de mensen daar is niet op het niveau dat je zou mogen verwachten.” De PVV benadrukt eveneens dat het van ’cruciaal belang is’ dat de intake goed gaat. „Er is een grove fout gemaakt door niet adequaat te reageren”, aldus PVV-Kamerlid Bontes.
„Dit gaat om mensenlevens en hier moet altijd een chef van dienst of van de recherche bij komen.” Hij vindt ook dat politiemensen vaak te lang wachten voor ze een woning binnentreden en in actie komen.

Justitie zit er weer eens naast

Door Waarheidsvinder

Voor de zoveelste keer moet justitie bakzeil halen in hun poging het imago van het NFI te beschermen. Deze keer blijkt dat hun acties tegen de zwitserse patholoog anatoom Danny Sopendlove tot niets hebben geleid. Spendlove maag weer aan het werk en de belastingbetaler draait op voor de schade.

Bron: De Telegraaf

ROTTERDAM -  De in Duitsland afgestudeerde arts Danny Spendlove heeft in Nederland onterecht de titel patholoog gebruikt, maar hij heeft dat niet opzettelijk gedaan. Daarom kan justitie hem, als hij de juiste kwalificaties kan laten zien, weer inzetten als deskundige in rechtszaken. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag gemeld. Spendlove wordt niet langer verdacht van valsheid in geschrift, omdat fouten op zijn CV onder meer te wijten zijn aan fouten in de vertaling.

Verder heeft hij ook niet expres verkeerde informatie gegeven toen hij onjuist vermeldde hoe vaak hij sectie op een lichaam had gedaan, aldus het OM. Spendlove kwam in opspraak toen bij een zaak van het gerechtshof in Den Haag bleek dat hij volgens de Nederlandse wet geen patholoog was. De top van het OM besloot onderzoek naar hem te laten doen.

Het strafrechtelijke onderzoek tegen hem, dat volgens zijn advocaat Esther Vroegh sinds 2010 loopt, heeft ervoor gezorgd dat hij in Nederland vrijwel geen opdrachten meer kreeg om als deskundige in de rechtszaal op te treden. Ook in België en Duitsland liepen de opdrachten terug, zei de raadsvrouw. Daarom hebben Spendlove en het OM binnenkort nog een gesprek over eventuele schadevergoeding, zei Vroegh. „Hij is niet alleen inkomsten misgelopen, maar heeft ook enorme imago- en reputatieschade geleden. De eis om schadevergoeding kan wel tot in de tonnen lopen.”

Gebruikelijke behandelingsmethode?

Door Waarheidsvinder

Wim Deetman is boos. Hij dreigt het vervolgonderzoek naar seksueel misbruik binnen de katholieke kerk te stoppen nu er aan zijn integriteit wordt getwijfeld. Dat heeft hij tegen leden van de Tweede Kamer gezegd die meer uitleg van hem wilden over het feit dat er in zijn onderzoeksrapport niet werd gesproken over de castratie van jongens. Het zou daarbij gaan om ongeveer 50 jongens die in katholieke tehuizen zaten en waarvan gedacht werd dat zij homoseksueel zouden zijn. De verdenking was voornamelijk gebaseerd op het feit dat ze slachtoffer waren van geestelijke broeders bij wie de natuur sterker was dan de leer.

Deetman verdedigt zich nu met het argument dat castratie vroeger werd gezien als een manier om homoseksualiteit en pedofilie te genezen. Dus was het volgens hem toen een psychiatrische behandelmethode en niet een geval van misbruik dat in het onderzoeksrapport had moeten staan.

Maar als castratie destijds inderdaad een “gebruikelijke” behandeling was, kan Wim Deetman ons dan uitleggen waarom wel de slachtoffers van seksueel misbruik werden gecastreerd en niet de daders?