Skip to content

Gestolen auto’s belangrijker dan verdwenen mensen?

Door Waarheidsvinder

Al jarenlang betogen wij dat er in Nederland structureel iets mis is met de aanpak van vermissingen.

Vaak te gemakkelijk nam de politie aan dat iemand vrijwillig verdwenen was of zelfmoord had gepleegd. Een sprekend voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de verdwijning van Joanne Noordink uit Aalten in 2009. Voor ons vanaf het begin duidelijk dat het om een misdrijf ging. Toch durfde een politiewoordvoerder een maand na haar verdwijning nog te beweren dat ze zeer waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd. Pas nadat Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf in een groot artikel had gewezen op de onzin van de opmerking van de woordvoerder, kwam er plotseling een gedegen politieonderzoek dat leidde tot de aanhouding van de moordenaar en het vinden van het lichaam van Joanna in de tuin van de moordenaar.

Ook in de zaak van de verdwijning van de 12-jarige Milly Boele uit Dordrecht in 2010 ging veel mis. Vanaf het eerste moment was het duidelijk dat het om een misdrijf moest gaan en dat de dader waarschijnlijk dichtbij zou wonen. De politie ging echter flyers verspreiden alsof Milly was weggelopen.

Pas nadat journaliste Jolande van der Graaf een groot artikel had gepubliceerd over de zaak en daarin had verwezen naar een mogelijke dader, meldde die zich vrijwillig bij de politie en werd het lichaam van Milly in de tuin van zijn woning gevonden.

Toen één van uw redacteuren in het programma van Pauw en Witteman zich zeer kritisch uitliet over de politieaanpak van deze zaak vond de voorzitter van de christelijke politiebond (ACP) nog steeds dat de politie niets te verwijten viel. Hoe mis hij daarmee zat, bleek uit een onderzoek dat later werd ingesteld. De kritiek op de politie was niet mals en de aanpak van vermissingszaken ging op de schop.

Maar nu blijkt dat er niet alleen iets mis is met de aanpak van vermissingszaken, maar ook de registratie daarvan blijkt een puinhoop te zijn.

Vandaag staat in De Telegraaf een groot artikel over dit probleem. De registratie was dermate slecht dat er anderhalf jaar onderzoek voor nodig was om de cijfers boven tafel te krijgen. Volgens de onderzoekers zijn er de afgelopen tientallen jaren zeker 1500 tot 2000 Nederlanders onder verdachte omstandigheden verdwenen en nooit teruggevonden.

Het meest schokkende is echter dat de politie sinds 1946 niet eens een landelijk overzicht van de vermissingen blijkt te hebben bijgehouden. In dezelfde periode was er wel een lijst van gestolen auto’s, kennelijk vond men dat belangrijker dan vermiste mensen. Je moet het maar bedenken.

Een dramatisch voorbeeld van dit gebrek aan een goede registratie zagen wij bijvoorbeeld in de zaak van scheepskok Wim Quak. Hij verdween op 21 juni 1991 op zee vanaf een Nederlandse schip in de buurt van Ierland. In 1998 bleek dat Wim Quak in Nederland niet als vermist te boek stond. Enig onderzoek naar zijn verdwijning had dan ook nooit plaatsgevonden.

Hopelijk zijn de verantwoordelijke personen bij politie en justitie nu wakker geschud en begrijpt men ook daar dat vermiste mensen belangrijker zijn dan gestolen auto’s.

Vergissen is menselijk

Door Waarheidsvinder

Dankzij een trouwe lezer van onze site kwamen wij onlangs in het bezit van een artikel in de Volkskrant van 25 oktober j.l. Onder de titel ‘Vergissen is vreselijk’ werd daarin een interview gepubliceerd met de twee mensen die nu de ACAS (Advies Commissie Afgedane Strafzaken) bemannen, namelijk mr. J.W. Fokkens (oud AG) en prof.dr. C. Fijnaut (oud-hoogleraar Criminologie).

Hoewel wij uit de werkzaamheden van deze commissie de indruk hadden dat er nu kennelijk serieuzer naar kritiek op afgedane strafzaken wordt gekeken dan vroeger (toen er nog geen commissie was) bleek ons uit dit artikel dat er nog steeds beschermend gedacht wordt naar mogelijke fouten begaan door politie en/of justitie. Twee voorbeelden.

Voorbeeld 1.

Aan het eind van het artikel wordt geopperd dat het feit dat in het verleden meerdere revisieverzoeken werden afgewezen, terwijl later bleek dat het toch om gerechtelijke dwalingen ging dat dit ook aan de advocaten zou kunnen hebben gelegen. Het feit dat verzoeken van advocaten, om inzage in bepaald materiaal te krijgen, werden afgewezen op grond van privacy-argumenten werd afgedaan dat men dan een rechtszaak had moeten beginnen.

Wanneer men stelt dat vergissen vreselijk is, lijkt dit ons een vreemde, maar uit het verleden ook altijd gebruikte, reactie. Wanneer men vindt dat het mogelijk is dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling en dit wil rechtzetten, moet men zich niet achter juridische regels gaan verschuilen om blokkades die worden opgelegd goed te praten. Doch dient men te onderzoeken hoe men binnen de bestaande regels de fout ongedaan kan maken.

Naast de advocaten wordt de zwarte piet ook toegespeeld naar de politie. Elke gerechtelijke dwaling begint met een slecht politieverhoor, zo is de stelling van de heren. Hierover twee opmerkingen.

  1. Naar onze mening is een slecht verhoor het gevolg van een slecht onderzoek, doordat de politie zich meestal laat leiden door hun overtuiging en niet door de feiten.
  2. Er wordt hiermee gesuggereerd dat het OM en de rechtbank hun werk wel goed hebben gedaan. Zeker het OM, als leider van het onderzoek, treft evenveel blaam als de politie. De rechter is weliswaar afhankelijk van wat en hoe de zaak wordt ingediend, maar de ervaring leert dat in de meeste gerechtelijke dwalingen de rechter te goedgelovig is geweest.

Voorbeeld 2

Hierop willen we uitgebreider ingaan, omdat het een zaak betreft die ons beider, omdat wij gewezen hebben op de fouten in die zaak, de kop heeft gekost. De Schiedammer Parkmoord, dus. Het gaat ons om de volgende passage:

Fokkens: Ik herinner me dat de officier van justitie na de dwaling in de Schiedammer parkmoord in een interview zei: wij hebben geen fouten gemaakt. Dat vond ik een ongelukkige uitlating, maar ik begreep wel wat hij bedoelde, namelijk: wij konden met de informatie die wij hadden niet zien dat het anders was. Wij moeten soms hele ingewikkelde afwegingen maken in hele complexe zaken, en soms vergis je je. Maar dat is geen reden om te zeggen dat je dus niet geschikt bent voor je werk en dus maar weg moet.”

Omdat het NFI en het OM nog steeds doen alsof er met het DNA-onderzoek niet geknoeid is, volgt hier een uitgebreid verslag van hoe de behandeling van het DNA-onderzoek destijds, dus voordat het OM een vervolging instelde tegen de eerste verdachte in deze zaak, is verlopen. Onze informatie kwam destijds van de NFI-onderzoeker die dit onderzoek had uitgevoerd (Richard Eikelenboom) en is bevestigd door andere interne en externe bronnen.

Op het lichaam van Nienke Kleiss, het 10-jarig meisje dat het misdrijf niet overleefde, werden op zeven plaatsen DNA-sporen aangetroffen. Het betrof in alle gevallen een mengprofiel van tenminste drie mensen. Beide slachtoffers en een onbekende derde. Van de verdachte was al DNA afgenomen, van hem was dat DNA in ieder geval niet. Bovendien gold dat alle aangetroffen sporen van één man konden zijn.

De conclusie van het NFI was dan ook dat de verdachte niet de dader kon zijn. Dit werd in eerste instantie telefonisch aan de officier van justitie en/of de teamleider van het onderzoek doorgegeven. Nadat men op het NFI bemerkte dat men de verdachte toch wilde voorbrengen, heeft men de officier van justitie in deze zaak uitgenodigd op het NFI om haar uit te leggen wat zij gevonden hadden. Een dergelijk gesprek had nog nooit eerder plaatsgevonden en dat gaf aan hoe zeer men zich op het NFI zorgen maakte over de fout die er aan zat te komen.

In een vergadering werd aan de officier uitgelegd wat de resultaten van hun onderzoek betekende, namelijk; de verdachte kan niet de dader zijn. Kennelijk was de officier daarvan niet onder de indruk, want zij vroeg het NFI een rapport te schrijven waarmee de verdediging niet aan de haal kon gaan.

Men zou dan verwachten dat het NFI, als onafhankelijk forensisch onderzoeksbureau, naar waarheid een rapport zou opmaken. Dit is echter niet gebeurd. De rapporteur (Ate Kloosterman) schreef dat er zeven mengprofielen waren aangetroffen, waarvan er twee wel en vijf niet geschikt waren om conclusies aan te verbinden. Ten aanzien van de twee goedgekeurde sporen werd vermeld dat daarop geen DNA van de verdachte was aangetroffen.

Volgens onderzoeker Richard Eikelenboom was er geen inhoudelijke reden voor deze tweedeling. Onder de afgekeurde sporen waren sporen die duidelijk beter waren dan de goedgekeurde. De twee sporen die wel werd goedgekeurd waren een spoor op haar haarband en en een spoor op een laars van haar. De vijf sporen die werden afgekeurd waren drie sporen op de veter waarmee zij werd gewurgd, een spoor op haar blote schouder en een spoor op haar blote buik.

Op vragen van de rechtbank legde Kloosterman vervolgens uit dat het feit dat er op de twee goedgekeurde sporen geen DNA van de verdachte zat hem niet uitsloot als dader, want deze sporen zouden ook voor het delict op haar terecht kunnen zijn gekomen. Hij meldde niet dat er in de vijf afgekeurde sporen ook geen DNA van de verdachte was aangetroffen. Gezien de plekken waarop dit DNA was aangetroffen, moesten dit wel dadersporen zijn. En is duidelijk geworden waarom Kloosterman de sporen op deze manier heeft ingedeeld.

Overigens gelden de argumenten om sporen af te keuren alleen voor de gevallen waarin men zeker wil weten of het DNA van een bepaalde persoon is. Voor een positieve identificatie heeft men minstens twaalf (anderen gebruiken een grens van zestien) DNA-kenmerken van een persoon nodig, voor een negatieve identificatie kan men aan één DNA-kenmerk genoeg hebben.

Op basis van deze misinformatie, waarom de officier van justitie had gevraagd, kon de rechtbank zonder gewetenswroeging de verdachte veroordelen tot 18,5 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Een herhaling van zetten vond plaats nadat de zaak van de veroordeelde in hoger beroep werd behandeld. Toen werd de AG van de zaak uitgenodigd. Zij meldde wel, nadat ze dezelfde informatie had gekregen, dat dit voor haar betekende dat ze de zaak niet zou laten behandelen. Kennelijk is zij hierop teruggekomen of -gefloten, want tijdens de behandeling meldde zij dat zij geen enkel twijfel had over de schuld van de dader.

Overbodig wellicht om nog uit te leggen waarom deze zinsnede bij ons in het verkeerde keelgat terecht kwam. Hoezo kon men met de informatie van toen niet zien dat het anders was? Hier was geen sprake van vergissen, hier was sprake van met opzet misleiden van de rechtbank. Waaraan het OM willens en wetens heeft meegewerkt. En daarmee wel degelijk een reden om je af te vragen hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. Kennelijk waren politie en OM in dermate overtuigd van hun gelijk in deze zaak dat de feiten er niet meer toe deden. Ook het feit dat het tweede slachtoffer, die het delict wel heeft overleefd, een beschrijving van de dader heeft gegeven die in de verste verte niet paste bij hun verdachte is weggeredeneerd. En het feit dat de eerste verdachte in feite een alibi had op het moment dat het misdrijf werd gepleegd, speelde voor politie en OM kennelijk ook geen rol.

Het lijkt ons belangrijker dat men, ter voorkoming van nieuwe gerechtelijke dwalingen, zich afvraagt hoe men een dergelijke blindheid voor feiten kan voorkomen dan verklaringen te bedenken waarom het juridisch normaal is dat gerechtelijke dwalingen zijn voorgekomen.

Wij denken dat de gemaakte fouten puur menselijk zijn. Het is vrijwel voor niemand onvermijdbaar dat de eigen overtuiging een belangrijker meetinstrument wordt dan de zwaarte van de feiten. En daarom hebben wij het over menselijke fouten. Maar als men zo ver gaat dat men opzettelijk feiten achterhoudt, dan zijn het geen vergissingen enzijn nietsontziende maatregelen tegen de veroorzakers ervan op zijn plaats.

Ontslag dus.

Dubbele moraal?

Door Waarheidsvinder

Afgelopen zondagavond zond SBS 6 een documentaire uit over het onderzoek naar de moord op Henk Opentij en Mary Run in 1997 in Amsterdam. Een gruwelijke zaak en het is goed dat deze zaak uiteindelijk is opgelost. In de documentaire werd uiteraard de nadruk gelegd op het goede speurwerk van politie en justitie in deze zaak. De gemaakte fouten, zoals het aanhouden van onschuldigen, werd natuurlijk niet of nauwelijks aangeroerd..

In het programma waren ook beelden te zien van de verhoren van de beide verdachten. Dat justitie beelden van politieverhoren aan een televisiezender heeft verstrekt, is volgens de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) onrechtmatig. De advocatenorganisatie heeft dit bezwaar in een brief kenbaar gemaakt aan de top van het Openbaar Ministerie, zei voorzitter Bart Nooitgedagt.

Het verhoor van verdachten in dit soort grote zaken wordt tegenwoordig opgenomen en vastgelegd. Dat dit gebeurt is een erfenis uit het verleden. Regelmatig kwam namelijk tijdens rechtszittingen naar voren dat er twijfels waren aan de manier waarop de politieverhoren waren verlopen en de manier waarop het verhoor op papier was gezet. Door het audiovisueel vastleggen van de verhoren kunnen de rechters inzicht krijgen in het verloop van de verhoren. Het moet de kans op gerechtelijke dwalingen kleiner maken.

De beelden zijn er niet om deze aan de media te verstrekken. Advocaten betogen naar onze mening terecht dat op deze manier de privacy van de verdachten ernstig wordt aangetast. Kennelijk vinden politie en justitie dit niet. En ook de kortgedingrechter vond het uitzenden van de beelden van het verhoor geen probleem.

Wat in deze zaak is gebeurd, hebben we al vaker gezien. Als het politie en justitie goed uitkomt dan is het schenden van de privacy kennelijk nooit een probleem. We zagen in het verleden op TV bijvoorbeeld een verhoor van een moeder die van moord op haar beide kinderen werd verdacht en ook een volledig verslag van het onderzoek van het zogenaamde 3D team in de zaak Vaatstra.

Wij houden ons al ruim 10 jaar bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen en andere zaken waarbij politie en justitie in de fout lijken te zijn gegaan. Als wij, of de advocaten met wie wij samenwerken, om een dossier vragen dan wordt dat vaak geweigerd onder het mom van de bescherming van de privacy. Kennelijk geld privacy alleen voor die zaken die politie en justitie liever niet in de openbaarheid hebben.

Wij hebben op zich geen moeite met het uitzenden van beelden van een politieverhoor, hoewel dat, zoals we al schreven, niet de bedoeling is van die beelden. En zeker niet zou mogen gebeuren zonder toestemming van de mensen die erop als verdachte in beeld te zien zijn.

Waar we wel moeite mee hebben is het feit dat politie en justitie kennelijk onderscheid maken tussen zaken waarmee men wil of kan scoren en zaken waarbij het mogelijk is misgegaan. Dat kan volgens ons niet.

Ook bij zaken waarbij er fouten zijn gemaakt door politie en/of justitie dient men dezelfde openheid te betrachten. Zich verschuilen achter het begrip privacy is dan te gemakkelijk.

Steeds meer moorden niet ontdekt ?

Door Waarheidsvinder

De kwaliteit van de gerechtelijke secties in Nederland staat al jaren ter discussie. Regelmatig worden ook door deskundigen grote vraagtekens gezet bij de kwaliteit van de pathologen die in dienst zijn van het NFI. We kennen zelf voldoende zaken waarbij de uitslag van de sectie zodanig was dat er buiten het NFI niemand was te vinden die het oordeel van de patholoog deelde.

Maar naast de kwaliteit van de uitgevoerde secties is er, zo blijkt uit een artikel in De Telegraaf van vandaag, nu ook een probleem met de kwantiteit. In gewoon Nederlands betekent dit dat er steeds minder gerechtelijke secties in Nederland plaatsvinden, niet omdat er steeds minder zaken zijn die in aanmerking komen voor een sectie maar omdat er moet worden bezuinigd. Volgens De Telegraaf is het aantal door justitie aangevraagde autopsies is de afgelopen jaren bijna gehalveerd.

Geschat wordt dat er per jaar minimaal 5000 niet-natuurlijk overlijdens zijn en in nog geen 300 gevallen daarvan volgt er een sectie. Het getal van 5000 is trouwens niet eens een hard getal, want niemand weet hoeveel overlijdens er jaarlijks ten onrechte als natuurlijk of als ongeval worden bestempeld. Een rapportage in Brandpunt liet immers recent zien dat ook de kwaliteit van de schouwartsen in Nederland sterk te wensen overlaat.

Als je dan bedenkt dat er ook over de kwaliteit van het politiewerk in dit soort zaken nogal eens wat te zeggen valt, we hebben voorbeelden genoeg, dan hoef je geen doemdenker te zijn om door te hebben dat er in Nederland jaarlijks nogal wat moorden onontdekt blijven en dat de daders er dus straffeloos mee weg komen.

Als je in Nederland iemand om het leven brengt, anders dan door het gebruik van een vuurwapen of een slag- of steekwapen, want dan kan zelfs een blinde zien dat er geen sprake is van een natuurlijke dood, dan maak je een goede kans dat de zaak als een natuurlijk overlijden, zelfmoord of een ongeval wordt afgedaan. Behalve natuurlijk als de overledene een bekende oud-politica is, dan gelden andere regels. Dan wordt wel alles in het werk gesteld om de waarheid te vinden.

Daar is op zich niets mis mee, de nabestaanden hebben daar recht op. Maar dat zou ook moeten gelden voor alle andere nabestaanden. In Nederland zijn we toch allemaal gelijk?

Onderzoekster Marple ontslagen

Door Waarheidsvinder

We schreven op deze site al enkele malen over de twijfelachtige activiteiten van Commissaris van politie Greet Elsinga. Naast haar werk bij de politie was ze ook druk met haar eigen recherchebureau Marple, ook wel optredend onder de naam Suver. Die activiteiten als particulier rechercheur oefende ze uit buiten medeweten van haar werkgever, de Nationale Politie. Bij die werkgever had ze wel gemeld dat ze cursussen gaf maar de werkzaamheden als rechercheur had ze niet opgegeven en dat lijkt ook wel logisch want net als wij moet ook zij hebben geweten dat de combinatie van politiewerk en het optreden als particulier rechercheur absoluut is verboden. Melden zou dus ook geen zin hebben gehad.

Om één en ander nog erger te maken bleek uit ons onderzoek dat het niveau van de recherchewerkzaamheden van Elsinga ver beneden peil was. Er werd niet aan waarheidsvinding gedaan, maar alles werd in het werk gesteld om de opdrachtgevers tevreden te stellen. Zoals wij eerder op deze site hebben laten zien speelde de waarheid daar niet altijd een doorslaggevende rol bij. Het gevolg was dat uiteindelijk van alle onderzoeken van bureau Marple die men deed voor de provincie Drenthe en de provincie Groningen niet veel terecht kwam en dat nagenoeg alle zaken in een schikking zijn geëigend. Veel leed voor de betrokken en bovendien grote financiële gevolgen voor de belastingbetaler, want die moeten uiteindelijk de schikkingen betalen.

Al snel na het bekend worden van de illegale activiteiten van Greet Elsinga liet minister Opstelten weten dat hij onderzoek zou laten doen en zo nodig strenge maatregelen tegen Elsinga zou nemen. Vandaag werd bekend dat Greet Elsinga per 1 november 2014 bij de Politie Academie wordt ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Volgens de bekendmaking van de politie heeft betrokkene gedrag vertoond dat niet voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid en integriteit die de organisatie stelt aan haar medewerkers. Extra wrang is dat dezelfde mevrouw in Groningen voor het personeel van de provincie op grote schaal cursussen Integriteit heeft verzorgd. Je moet het maar verzinnen.

Vaak hebben wij kritiek op het functioneren van de politie, maar deze keer kunnen wij ons helemaal vinden in de genomen maatregel.

Herinvoering doodstraf?

Door Waarheidsvinder

De SGP is voorstander van het herinvoeren van de doodstraf. De partij maakt daar geen geheim van. Op de site van de SGP lezen we:

Het vaststellen en opleggen van een bepaalde straf is een zaak van de rechtsprekende macht. Dit laat echter onverlet, dat de SGP bij ernstige levensdelicten het opleggen van de doodstraf door een wettige overheid een legitieme straf vindt. Niet uit populistische bloeddorstigheid, maar omdat de overheid geroepen is het kwaad op gepaste wijze te bestraffen.”

Om te laten zien dat men vooral toch niet lichtzinnig naar de doodstraf wil grijpen schrijft de SGP vervolgens :

Rechtspreken blijft mensenwerk. Dat geldt bij het opleggen van een langdurige celstraf, maar ook bij het opleggen van de doodstraf. Daarom mag het opleggen van deze straf alleen mogelijk zijn onder strikte voorwaarden en op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld moeten onomstotelijk vaststaan.”

Tot voor kort was de SGP een mannenbolwerk maar sinds korte tijd zit er een vrouw namens de SGP in de gemeenteraad van Vlissingen. Haar naam is Lilian Janse en kennelijk wil ze laten merken dat ze er ook is. Lilian steunt het partijstandpunt dat de doodstraf weer moet worden ingevoerd. Dat zei ze afgelopen zaterdag in een interview met Trouw, waarin ze reageert op de tien geboden. Een van die geboden is dat je niet mag doodslaan en daarover zegt Lilian Janse:

We mogen, volgens de Bijbel, wel besluiten om een einde te maken aan het leven van een moordenaar of een verkrachter. Van mij mag de doodstraf weer worden ingevoerd. Snel en niet extra pijnlijk of zo – het hoeft geen show op de markt te worden zoals in de Arabische wereld gebeurt. Ja, ook zíjn leven is van God gegeven, maar iemand die zulke gruwelijke dingen doet, heeft al zijn rechten verspeeld.” 

Maar Lilian Janse wil zich kennelijk echt profileren en dus voegt ze nog iets aan haar eerder uitspraak toe: “Het klinkt misschien hard, maar ik geloof dat ik – zolang ik het vreselijke lot van zijn slachtoffers maar in gedachten houd – zelf de beul zou kunnen zijn.”

De laatste uitspraak zullen we hier maar verder buiten beschouwing laten, want iemand die een dergelijke opmerking maakt is rijp voor therapie en hoort zeker niet in een gemeenteraad thuis.

Maar over haar standpunt en van haar partij over het invoeren van de doodstraf valt het een en ander te zeggen. Volgens Lilian Janse en haar partij, is het uitspreken van de doodstraf alleen mogelijk onder strikte voorwaarden en op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld moeten onomstotelijk vaststaan.

Dat klinkt redelijk, en in Nederland voldoen we natuurlijk aan die voorwaarden. We hebben hier een onafhankelijke rechtspraak met uiterst deskundige rechters, verdachten worden voldoende vertegenwoordigt door over het algemeen zeer capabele advocaten, krijgen dus een eerlijk en onafhankelijk proces en beroep tegen een vonnis is tot in hoogste instantie verzekerd. We hebben daarnaast nog de Hoge Raad op de achtergrond om zaken die mis dreigen te gaan alsnog recht te zetten. Nederland voldoet dus zeker aan de door de SGP gestelde voorwaarden.

Laten we echter eens naar een aantal zeer ernstige zaken kijken die zeker vallen binnen de grenzen die de SGP en Lilian Janse stellen aan het mogen uitspreken van de doodstraf:

De Rotterdamse Carnavalsmoord in 1984

De moord op mevrouw Kolstee in 1986 (zaak Ina Post)

De moord op Christel Ambrosius in 1994 (Puttense moordzaak)

De moord op Nienke Kleis in 2000 en de poging tot moord op haar vriendje Michael (Schiedammer parkmoord)

De vermeende moord op 7 kinderen in een ziekenhuis (de zaak Lucia de Berk)

De moord op de gebroeders Lisandro en Wendel Martis op Bonaire in 2005 (zaak Spelonk)

Allemaal zaken waarbij de verdachten tot in hoogste instantie werden veroordeeld op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld stonden onomstotelijk vast, althans dat dacht iedereen. Inmiddels weten we beter. In al deze zaken was er sprake van een gerechtelijke dwaling, de veroordeelden bleken onschuldig te zijn en hebben eerherstel gekregen. In het geval van Lucia de Berk was er zelfs geen sprake van een strafbaar feit.

Wat nu als de doodstraf in Nederland zou hebben bestaan?

In Amerika bestaat de doodstraf wel. Voorzichtige schattingen luiden echter dat ongeveer een kwart van de ter dood veroordeelden onschuldig is.

Misschien is het daarom verstandiger dat Lilian Janse eerst nog eens nadenkt voordat ze weer iets roept over de herinvoering van de doodstraf.

 

 

 

 

 

 

 

De domheid van juristen

Door Waarheidsvinder

We schreven het al vaker, in de opsporing en vervolging gaat het te vaak niet om de waarheid, maar om de bescherming van het imago van politie en justitie. Daar kunnen we ook de rechterlijke macht aan toevoegen.

Een schrijnend voorbeeld daarvan is de zogenaamde “butlermoord”. De 72-jarige zeer gefortuneerde Dorethea van Wylick trouwde in 1983 met haar 39-jarige homoseksuele verzorger Dick van Leeuwerden. Een huwelijk dat in die tijd de nodige stof deed opwerpen.

Al vrij snel na het huwelijk overleed de vrouw en onmiddellijk gingen de vingers in de richting van haar nieuwe echtgenoot. Volgens de toen geraadpleegde medische deskundigen zou de vrouw zijn overleden aan een mix van alcohol en medicijnen, welke mix haar zou zijn toegediend door haar nieuwe echtgenoot. Daarop volgde een politieonderzoek dat het best kan worden omschreven als broddelwerk. Alles werd in het werk gesteld om Dick van Leeuwerden in een kwaad daglicht te stellen en daarbij werd zelfs niet geschroomd om getuigen onder druk te zetten. Het resultaat was dat Dick van Leeuwerden uiteindelijk werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.

Vanaf de eerste dag heeft Van Leeuwerden ontkend iets met de dood van zijn vrouw te maken te hebben. En ook veel deskundigen twijfelen al jaren aan de juistheid van de conclusies van de toen geraadpleegde deskundigen, namelijk dat er sprake was van moord. Al meer dan 30 jaar vecht Van Leeuwerden voor eerherstel en inmiddels is het zevende herzieningsverzoek in de zaak ingediend door advocaat Geert-Jan Knoops. Onderdeel van dat herzieningsverzoek is een nieuw onderzoek door patholoog-anatoom Frank van der Goot dat hij uitvoerde in samenwerking met een aantal andere deskundigen waaronder Anton Becker, oud-hoogleraar van het AMC en cardiovasculair patholoog,

Het nieuwste onderzoek van Van der Goot, waarbij de hartspier van de overledene met de nieuwste technieken werd onderzocht, sluit moord definitief uit. Toch lijkt ook dit herzieningsverzoek weer te sneuvelen. Niet omdat Dick van Leeuwerden schuldig is aan de moord maar omdat de ACAS, een commissie die de Hoge Raad adviseert over herzieningsverzoeken, kennelijk niets begrijpt of wil begrijpen van de resultaten van het nieuw onderzoek van Van der Goot. Het lijkt er steeds vaker op dat de ACAS niet in het leven is geroepen om de waarheid te dienen, maar om de Hoge Raad uit de wind te houden.

In een vertrouwelijk rapport blijkt de ACAS in de zaak van de butlermoord tot de conclusie te zijn gekomen dat het herzieningsverzoek geen wezenlijk nieuwe feiten bevatte. Volgens deze “deskundigen” is al jaren bekend dat een hartdood van de vrouw het waarschijnlijkst is, maar dat daar geen honderd procent zekerheid over bestaat. En omdat volgens het ACAS-advies de nieuwe onderzoeken van Van der Goot te weinig verschillen van andere rapporten bestaat er geen reden om de veroordeling van Dick van Leeuwerden ongedaan te maken.

Deze conclusie is Frank van der Goot nu in het verkeerde keelgat geschoten. Via een brief heeft hij bij de Hoge Raad aan de bel getrokken, omdat hij vreest dat anders de veroordeling van Dick van Leeuwerden voor moord gewoon in stand zal blijven.  In zijn brief schrijft Van der Goot dat zijn rapporten door de juristen verkeerd zijn geïnterpreteerd. Hij wijt dat aan hun onbekendheid met deze materie. Kennelijk willen of kunnen de leden van de ACAS de strekking van zijn rapport niet snappen en daarom heeft hij nu een vertaling van zijn bevindingen gegeven, die zelfs voor de meest verstokte jurist begrijpelijk zou moeten zijn.

“Mevrouw Van Wylick is overleden aan een hartinfarct”, aldus Van der Goot.

Natuurlijk zijn wij, net als de leden van de ACAS, ook geen deskundigen op medisch gebied, maar in dit geval kunnen we met hoge stelligheid zeggen dat een hartinfarct een natuurlijke dood is.

In een rechtsstaat zou de Hoge Raad daarom naar aanleiding van het nieuwe onderzoek van Van der Goot slechts tot één beslissing kunnen komen: de veroordeling van Dick van Leeuwerden is een gerechtelijke dwaling. Er was en is geen sprake van een strafbaar feit en dus dient hij alsnog te worden vrijgesproken.

 

 

 

 

Onderzoek naar corruptie bij de politie

Door Waarheidsvinder

Onlangs werd bekend dat er een onderzoek zal komen naar mogelijke corruptie bij de aanschaf van nieuwe auto’s voor de politie. Er zou vermoedelijk smeergeld zijn betaald aan hoge politiemensen om hen zo te bewegen voor een bepaald merk auto te kiezen.

Zoals we al vaker schreven, wil de politie graag een afspiegeling van de samenleving zijn. En in die samenleving zijn er mensen die het niet altijd even nauw nemen met de regels ten aanzien waarop er zaken dienen te worden gedaan en die het eigen belang laten prevaleren. Het vullen van de eigen zakken gaat dan voor. Het is daarom niet vreemd dat er ook politiemensen zijn die graag hun zakken willen vullen en gevoelig zijn voor het aannemen van smeergeld. Maar begrijpelijk wil nog niet zeggen dat het goed is en daarom is het terecht dat er een serieus onderzoek wordt ingesteld.

De vraag is nu echter of de verantwoordelijke autoriteiten dat voornemen tot een serieus onderzoek wel echt hebben. Afgelopen zaterdag stond er namelijk een artikel in de Volkskrant, waarin werd bericht dat een vertegenwoordiger van een wapenbedrijf in 2010 was veroordeeld voor het betalen van smeergeld. Deze vertegenwoordiger, Richard Bistrong, zegt in dit artikel dat hij destijds ook heeft bekend smeergeld te hebben betaald aan enkele mensen van de Nederlandse politie. Het ging destijds om een belangrijke order voor het leveren van dienstwapens en pepperspray. De man zou daarbij ook de namen van de betrokken Nederlandse politiemensen hebben genoemd, namelijk Arie P. en Evelien K. Deze mensen zouden hem beloofd hebben dat zij het wel bij de politie zouden regelen maar daar moest dan wel iets tegenover staan. Het resultaat van de overeenkomst was dat het bedrijf van Bistrong de order kreeg.

Nadat Bistrong zijn bekentenis had afgelegd, had hij verwacht dat de Nederlandse politie wel iets zou doen met zijn informatie en dat hij nog wel zou worden benaderd. Dat was echter niet gebeurd, Bistrong had nooit iets van de Nederlandse autoriteiten vernomen.

Om die reden is de Volkskrant op onderzoek gegaan. Dat onderzoek leverde hen het volgende op:

  • De Nationale Politie liet desgevraagd weten dat een destijds ingesteld onderzoek van de Rijksrechercheonderzoek niets strafbaars t.a.v. Adrie P. had opgeleverd.
  • De Rotterdamse politie, waar Arie P. werkt, geeft geen commentaar en schermt hem af zodat hijzelf ook geen commentaar kan geven.
  • Een politiewoordvoerder laat weten dat er mogelijk nog interne stappen tegen Arie P. worden ondernomen, hoewel het “nog te vroeg is om te zeggen of er een disciplinair onderzoek komt, laat staan wat er uit zou komen”. Deze reactie is natuurlijk vreemd als je eerst hebt gezegd dat het onderzoek van de rijksrecherche niets strafbaars heeft opgeleverd.
  • Evelien K. wenst geen commentaar te geven.

Dit alles wekt niet de indruk dat de Nederlandse overheid erg happig is om de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Deze informatie is immers al minstens vier jaren bekend, in feite is het zelfs al langer bekend want Bistrong is in 2007 al gearresteerd. Maar desondanks is er nog steeds niets gebeurd in de richting van de beide personen die destijds door Bistrong werden genoemd. Dat is des te merkwaardiger als we in aanmerking nemen dat de rechter in de V.S. de verklaringen van Bistrong wel bewezen achtte en hem tot een gevangenisstraf veroordeelde. Bistrong heeft veertien maanden in de gevangenis gezeten en is inmiddels voorwaardelijk vrij.

Gezien dit alles hebben wij er niet veel vertrouwen in dat het onderzoek in de zaak van het betalen van smeergeld bij de aankoop van nieuwe auto’s erg diepgaand zal zijn. We krijgen sterk de indruk dat men bij de politie vindt dat je de vuile was beter vuil kunt laten en die indruk is voor ons niet nieuw. Het bewaken van de goede naam vindt men meestal veel belangrijker dan de waarheid.

We hopen dat we geen gelijk zullen krijgen, want als men in de top straffeloos de zakken mag vullen ten koste van de belastingbetaler dan mag de gewone politieman of vrouw op straat dat natuurlijk ook en dan is het hek van de dam.

 

Falende schouwartsen

Door Waarheidsvinder

Wanneer iemand is overleden, moet de dood officieel worden vastgesteld door een arts. Wanneer deze arts vaststelt dat er sprake is van een natuurlijk overlijden, dus een overlijden dat rechtstreeks het gevolg is van een ziekte, dan geeft hij een daarvoor bestemde verklaring af en kan de overledene worden begraven of gecremeerd. Is het niet direct duidelijk dat er sprake is van een natuurlijk overlijden, dan dient de gemeentelijke lijkschouwer, een schouwarts, te worden gewaarschuwd. Ook als er sprake is van lijkvinding, dat wil zeggen dat het tijdstip van overlijden niet direct kan worden vastgesteld, dan dient er een schouwarts te worden gewaarschuwd. Schouwartsen zijn als het goed is speciaal opgeleide artsen die in dienst zijn van de GGD.

Gisterenavond besteedde het televisieprogramma Brandpunt aandacht aan de kwaliteit van het werk van de schouwartsen in Nederland, of liever gezegd aan het gebrek aan kwaliteit van die artsen. Uit de uitzending bleek dat veel van de schouwartsen in Nederland de kwaliteit en ervaring missen om een deugdelijke doodschouw te doen. Daarnaast bleek uit de uitzending dat veel schouwartsen het niet zo nauw nemen met de richtlijnen. Onder meer bleek dat het afnemen van bloed en urine van de overleden en het meten van de lichaamstemperatuur van de overledene, hetgeen verplicht is, veelal niet gebeurt. Volgens Dr. Backx, directeur van GGD Nederland was dat echter geen probleem. Volgens hem hadden artsen een eigen verantwoordelijkheid en wilde het niet naleven van de voorschriften niet automatisch zeggen dat men niet professioneel werkte. Dit soort uitspraken maakt duidelijk dat er wel degelijk sprake is van een probleem, maar dat men dit niet wil zien en het probeert goed te praten. Van Dr. Backx hebben we dus niets te verwachten, hij kan beter maar over dit onderwerp zwijgen. Voor domme uitspraken hebben we geen directeur van de GGD nodig.

Het gevolg van het slechte werk van schouwartsen in Nederland is dat jaarlijks mogelijk honderden mensen worden begraven of gecremeerd zonder dat is ontdekt dat zij het slachtoffer van een misdrijf zijn geworden. Uit eigen ervaring kunnen wij hetgeen in de uitzending naar voren kwam alleen maar bevestigen. Een voorbeeld van slecht onderzoek is bijvoorbeeld het overlijden van Tariq Chatta, we schreven daar al eerder over.

Het lichaam van de 19 jarige Tariq Chatta werd op zondagmiddag 14 januari 2007 rond 13.50 uur gevonden in een ongeveer 75 cm diepe sloot tussen de wijk De Akkers en de Harreweg in zijn woonplaats Schiedam. Tariq lag voorover in het water met zijn jas om zijn benen geknoopt. Daarbij zat zijn linkerarm nog in een mouw van de jas. Alle reden dus voor ernstige twijfel zou je zeggen. De schouwarts kwam echter tot de conclusie dat hier sprake was van een verdrinking, een ongeval dus en er kwam verder geen onderzoek.

Omdat er steeds meer signalen kwamen dat Tariq wel degelijk om het leven was gebracht, besloot de behandelend officier van justitie uiteindelijk een review te vragen aan de GGD Amsterdam. De forensisch artsen in Amsterdam bleken de conclusies van hun collega uit Spijkenisse niet te delen.

Als doodsoorzaak stond in het verslag van de schouwarts dat Tariq was overleden door“Verdrinking of hartstilstand (shock) door koude prikkels van het water.” In het rapport van de GGD Amsterdam lezen we echter: De kleur van de lijkvlekken wordt omschreven als paarsrood. De normale kleur van lijkvlekken is blauwpaars. Een rode kleur kan verklaard worden door koude, in dit geval passend bij een temperatuur van het slootwater van minder dan 10 graden Celsius. Zuurstof gebrek, zoals de lijkschouwer als verklaring voor de paars rode kleur aangeeft, geeft juist diep paarse vlekken. Koud water is dus een logischer verklaring van de rode tint dan zuurstof gebrek.”

De conclusie van de GGD in Amsterdam was dan ook:De toedracht van het te water raken en de oorzaak van het overlijden van de heer Chatta zijn onduidelijk. Dat had in het schouwverslag beter in duidelijkere bewoordingen naar voren gebracht kunnen worden. Daarom had het advies om een sectie te verrichten om de precieze doodsoorzaak te achterhalen voor de hand gelegen. De artsen van de GGD Amsterdam deelden de mening van hun collega dus niet en waren van mening dat hij een gerechtelijke sectie had moeten adviseren.

Gezien het feit dat de behandelend officier van justitie kennelijk al twijfels had en daarom aan de GGD Amsterdam om een review had gevraagd, zou je mogen verwachten dat hij na ontvangst van het rapport uit Amsterdam alsnog tot een sectie zou hebben besloten. Dat gebeurde niet, het dossier verdween onder in de la en tot de dag van vandaag blijven politie en justitie volhouden dat Tariq Chatta door een ongeval is verdronken.

Het wordt daarom tijd dat er eens kritisch wordt gekeken naar de gang van zaken. Het slechte werk van schouwartsen is naar onze mening geen medisch probleem zoals een PvdA-Kamerlid vanmorgen op de radio zei. Het feit dat door het slechte werk van schouwartsen jaarlijks mogelijk honderden moorden onontdekt blijven, is naar onze mening een maatschappelijk probleem waaraan onmiddellijk iets moet worden gedaan.

 

 

Ongelukkig toeval of seriemoordenaar?

Door Waarheidsvinder

Vandaag staat in De Telegraaf een paginagroot artikel over een aantal zeer verdachte verdrinkingen op en nabij het terrein van psycho-medische instelling Parnassia aan de Albardastraat in Den Haag. De krant schrijft dat het vermoeden bestaat dat er een serie-moordenaar, die het heeft gemunt op minder weerbare vrouwen, actief is.

De eerste zaak betreft de dood van de 57-jarige Tineke Toet. Zij verdwijnt op 2 november 2007 tijdens een bezoek met haar zoon Marco aan Parnassia, alwaar haar zoon een afspraak heeft. Het lichaam van Tineke wordt enkele dagen later gevonden in een ondiep sloot in het recreatieterrein Puinduinen, gelegen op slechts enkele kilometers afstand van het terrein van Parnassia. De zaak wordt door de politie afgedaan als een vermoedelijke zelfmoord.

Een maand later, op 6 december 2007, brengt de 60-jarige Maya de Vries samen met haar 32-jarige zoon Mark een bezoek aan Parnassia alwaar Mark een afspraak heeft. Enkele uren na aankomst wordt het lichaam van Maya gevonden in een ondiepe sloot op het terrein van Parnassia. Een ongeval oordeelt de politie aanvankelijk. Een conclusie die de politie niet kan volhouden nadat enkele uren later ook zoon Mark dood wordt aangetroffen in dezelfde sloot. Hij blijkt zwaar gewond aan het hoofd te zijn en heeft onder meer een gebroken ruggenwervel en een gebroken borstbeen. Zelfs de politie had toen door dat dit geen ongeval kon zijn.

Het onderzoek van de politie naar de dader blijft echter zonder resultaat. Nadien zijn er nog een aantal verdachte verdrinkingen geweest op en rond het terrein van Parnassia, maar die werden zonder deugdelijk onderzoek afgedaan als ongeval of zelfmoord. Hoogste tijd volgens voor De Telegraaf om deze zaken weer eens op te rakelen.

De leiding van Parnassia denkt daar echter anders over. Volgens een een reactie op de site van RTV West betreurt men het in hoge mate dat zaterdag opnieuw onrust is ontstaan naar aanleiding van een publicatie in De Telegraaf. ‘Wij betreuren het dat oude feiten opnieuw naar boven worden gehaald’, aldus woordvoerster Marjolein Timmer tegenover Omroep West. “Dit brengt opnieuw onrust bij medewerkers, patiënten en familieleden van patiënten.”

Een dergelijke reactie is kenmerkend voor dit soort instellingen. Kennelijk is de goede naam van de instelling belangrijker dan verdachte overlijdens van patiënten. Wel bezorgdheid over mogelijke onrust binnen de instelling maar kennelijk geen oog voor de nabestaanden. Wij kunnen Parnassia verzekeren dat de nabestaanden van de vermoedelijk om het leven gebrachte personen daar heel anders over denken. Zij zijn heel blij met de hernieuwde aandacht.

In een reactie op dezelfde site stelt de politie dat in alle door de krant genoemde zaken uitvoerig onderzoek is gedaan. “Veelal door een team met veel mensen en onder leiding van een officier van justitie,” aldus een woordvoerder zaterdagochtend.

Ook deze reactie van de politie is herkenbaar. Als er sprake is van ernstige zaken die veel publiciteit (kunnen) krijgen, schermt men onmiddellijk met aantallen rechercheurs. Kennelijk vindt men kwantiteit belangrijker dan de kwaliteit. Wij denken daar anders over, 10 blinden zien niet meer dan 1 blinde. Dat de leiding van de onderzoeken in handen zou zijn geweest van een officier van justitie is ook geen garantie voor kwaliteit. De meeste officieren lopen klakkeloos achter de mening van de politie aan.

Wij denken, met De Telegraaf, dat het tijd wordt dat er echte deskundigen naar deze zaken gaan kijken. Mensen die echt iets weten over seriemoordenaars en hun motieven. Zo maar wat roepen kan iedereen.