Skip to content

Stalking en de politie

Door Waarheidsvinder

De politie is in onvoldoende mate geschoold bij het beoordelen van stalkingszaken. Dat zegt forensisch psycholoog Eric Blaauw, die voor justitie verschillende onderzoeksrapporten heeft aangeleverd bij rechtszaken over stalking.

Een dergelijke opmerking is vanzelfsprekend tegen het zere been van de politieleiding en wordt er weer eens een mooiprater naar voren geschoven om de woorden van de psycholoog te ontkrachten.

Woordvoerder Remco Gerretsen van de Nationale Politie begint met de standaardopmerking dat men zich niet herkent in het beeld dat door Blaauw wordt geschetst over de matige scholing bij de politie. Volgens de woordvoerder is er in de politieopleiding voldoende aandacht voor stalking.

Gerretsen: ,,Bij stalking zijn signalen soms niet direct te koppelen aan strafbare feiten en de afweging tussen een snel, stevig gesprek met de betrokkene en tijd nemen in verband met het opsporingsbelang is lastig.

Als voorbeeld noemt hij het intimiderende karakter van stalking. ,,Wat als een ex weet dat zijn of haar partner graag rode rozen bij de uitvaart wil en sinds de scheiding elke dag rode rozen stuurt? Dat is intimiderend, maar niet strafbaar. Dat maakt het lastig.”

Met deze opmerking laat woordvoerder Gerretsen weten dat psycholoog Eric Blaauw gelijk heeft met zijn kritiek op de politie. Gerretsen is het sprekende voorbeeld van iemand die er niets van begrijpt. Ook hij roept maar wat, want het stelselmatig toesturen van rozen aan iemand, die daar niet van gediend is, kan wel degelijk strafbaar zijn als stalking. Misschien is het goed dat woordvoerder Gerretsen daarom de volgende keer eerst eens de bespreking van artikel 285 B van het Wetboek van Strafrecht leest voordat hij weer iets over stalking roept. Nu maakt hij zichzelf en de politie alleen maar belachelijk.

Lastig is niet de toepassing van het artikel over stalking, maar wel de onkunde van de politie om daar goed mee om te gaan.

 

Meer politie of betere politie?

Door Waarheidsvinder

De politie krijgt na de dood van verpleegkundige Linda van der Giessen in Waalwijk veel verwijten over de manier waarop men omgaat met dit soort zaken. Ook de politiek laat zich niet onbetuigd. Onmiddellijk klinken er weer oude geluiden, namelijk dat er meer rechercheurs moeten komen, want dan zou het allemaal beter gaan.

Het gaat ook nu dus weer over kwantiteit in plaats van over kwaliteit. Tien blinden zien echter net zoveel als één blinde, namelijk helemaal niets. De oplossing zit dus niet in het getal maar in de kwaliteit, of gebrek daaraan, van de mensen die zich met dit soort zaken bezighouden.

Het gebeuren in Waalwijk staat niet alleen en is slechts het zoveelste signaal dat er structureel iets mis is met de aanpak van dit soort en ook andere zaken. Dat heeft naar onze mening alles te maken met de manier waarop de politie tegenwoordig is georganiseerd.

In het verleden was het zo dat je als slachtoffer van een misdrijf aangifte moest doen bij de recherche. Daar zat iemand die kennis van zaken had en bovendien zelf verantwoordelijk was voor de afhandeling van de aangifte. Hij zorgde ervoor dat de aangifte zoveel mogelijk relevante details bevatte, zodat de kans op een succesvolle vervolging van de dader zo groot mogelijk was. Het opnemen van een aangifte werd toen nog als een belangrijk onderdeel van het politievak beschouwd en de burger kon meestal direct met zijn verhaal terecht.

In de jaren negentig is de politie echter op de schop gegaan. Plotseling waren de politieleiding en de politiebonden van mening dat iedere politieman of vrouw alles kon en zoveel mogelijk zaken moesten daarom door de basis worden afgehandeld. Al snel bleek dat een misvatting, niet iedereen kon alles. Bovendien hadden veel politiemensen helemaal geen zin in het opnemen van aangiftes. Het nam teveel tijd in beslag en het was toch moeilijker dan men had gedacht. Men begin dus te klagen over het grote aantal aangiftes dat men moest opnemen.

De volgende stap was daarom dat men burgers speciaal ging opleiden om de aangiftes op te nemen. Mensen die geen enkele ervaring in het politievak hadden en alleen maar leerden een formulier in te vullen. Dat is nu nog steeds in de meeste plaatsen het geval. Men moet als slachtoffer trouwens meestal eerst telefonisch een afspraak maken voordat men aangifte mag doen. Men wordt dan veelal te woord gestaan door een burger of door een jonge politieman of -vrouw met weinig ervaring en weinig kennis van zaken. Het eerste gevolg daarvan is dat veel aangiftes de toets der kritiek niet kunnen doorstaan.

De opgenomen aangifte wordt vervolgens ergens in een bakje gegooid en blijft daar liggen totdat iemand die daar verantwoordelijk voor is hem er uithaalt om te zien of er sprake is van voldoende opsporingsindicatie, of er dus voldoende kans is dat de zaak kan worden opgelost.

Inmiddels kunnen er natuurlijk al dagen zijn verlopen. Als er volgens de beoordelaar voldoende opsporingsindicatie is, dan wordt de zaak uitgegeven aan een politieman of -vrouw. Vervolgens kan het dagen of weken duren voordat die er mee aan de gang gaat.

Maar zelfs als de betrokken politieambtenaar direct met uw aangifte aan de gang gaat, is het maar de vraag of hij of zij wel de kennis heeft om uw zaak naar behoren te onderzoeken. Het feit dat soms 40 tot 60 procent van de uiteindelijk ingeleverde processen-verbaal door justitie wordt geseponeerd omdat de inhoud onvoldoende is, lijkt ons voldoende antwoord op die vraag.

Maar los van de kwaliteit van de behandelend politieambtenaar bestaat er ook nog zoiets als interesse. Vindt men de zaak wel ernstig genoeg om daar tijd in te steken? Zaken als bedreiging en stalking krijgen bij de politie over het algemeen weinig prioriteit. Bedreigingen neemt men vaak alleen serieus als die tegen een politieambtenaar of een bekend persoon zijn gericht. Dan onderneemt men in het algemeen wel direct actie. Een vorm van willekeur lijkt ons.

Van het fenomeen stalking hebben de meeste politiemensen helemaal geen kaas gegeten. Ze hebben geen idee wat dit delict met slachtoffers kan doen en hoe men tot een succesvolle vervolging van de dader kan komen. Geen idee ook hoe gevaarlijk de daders kunnen zijn. Dat soort aangiftes worden dus zo min mogelijk opgenomen, men verwijst slachtoffers vaak gewoon naar een advocaat of naar hulpverleners.

En wat doet de leiding van de politie? Die staat er bij en kijkt er naar. Van de risico’s die de slachtoffers van stalking lopen, heeft men ook geen weet. Het zal wel loslopen. Vaak loopt het helemaal niet los en zijn de gevolgen dramatisch. Meestal komt dat niet in de publiciteit maar soms ook wel. De moord van Linda van der Giessen in Waalwijk is daar een voorbeeld van.

Er wordt nu een onderzoek ingesteld naar de vraag hoe het allemaal zo heeft kunnen gebeuren. Men zal vervolgens naar buiten brengen dat men lering zal trekken uit de gemaakte fouten en men gaat weer over tot de orde van de dag.

Maar bij de volgende zaak kan het opnieuw misgaan. Want zolang men in Nederland om meer politiemensen blijft roepen in plaats van om beter opgeleide politiemensen, zal er helemaal niets veranderen. Jammer maar helaas.

Korpschef Bouman slaat de plank mis met zijn kritiek op nieuwe wet

Door Waarheidsvinder

Korpschef Gerard Bouman van de Nationale Politie vreest dat criminelen vaker hun straf gaan ontlopen door de invoering van een wet die de rechten van de verdachten versterkt. Als alles doorgaat mogen verdachten zich tijdens het verhoor door de politie laten bijstaan door hun advocaat en die advocaten mag zich dan ook daadwerkelijk met het verhoor bemoeien als hij vindt dat er door de verhoorders teveel druk wordt uitgeoefend of wanneer hij denkt dat de verdachte de vragen niet begrijpt. Dat laatste komt in een multicultureel land als Nederland regelmatig voor. Niet iedereen beheerst het Nederlands optimaal.

Volgens korpschef Bouman gaat het invoeren van de maatregel het politiewerk helemaal op zijn kop zetten, want verdachten zullen dan volgens hem minder snel bekennen en minder bekentenissen leidt volgens hem tot minder veroordelingen.

Als dit soort uitspraken zouden worden gedaan door een politieman of vrouw van de straat, dan zouden we onze schouders daarover ophalen en denken dat ze gewoon niet beter weten. Als dit soort uitspraken door de korpschef van de Nationale Politie worden gedaan dan ligt dat anders. Je zou van iemand in zijn functie mogen verwachten dat hij eerst zijn hersenen gebruikt en dan pas zijn mond. Dat lijkt in dit geval niet te zijn gebeurd. Op deze manier scoor je als korpschef vermoedelijk wel bij je personeel, maar de vraag is of je dat zou moeten willen.

Al jaren blijkt dat er heel veel mis is met het verhoren van verdachten. Dit lijkt veel te vaak tot valse bekentenissen van verdachten die de druk van het verhoor en de behandeling door de politie niet aankunnen. Kijk naar de lijst van de bekende gerechtelijke dwalingen in Nederland. Met uitzondering van Lucia de Berk hebben in die zaken (een deel van) de verdachten destijds een valse bekentenis afgelegd. Dit moet eigenlijk al voldoende zeggen.

In Amerika draait het zogenaamde Innocence Project. Een project waarbij vrijwilligers zich inzetten om onschuldig veroordeelden alsnog vrij gesproken te krijgen. Op dit moment zijn er inmiddels 325 onschuldig veroordeelden alsnog vrijgesproken. Sommigen pas nadat ze al door de overheid ter dood waren gebracht. In ruim 27 procent van deze gevallen hadden de onschuldige verdachten destijds onder druk van de politie bekend.

Valse bekentenissen zijn dus een groot probleem. We hebben het hier trouwens alleen over zware zaken. Te vrezen valt dat het bij kleinere zaken veel vaker voorkomt. Recent zagen we dit nog bij een mishandeling in nachtclub Cooldown in Amsterdam. Een onschuldige bezoekster bezweek onder de druk van de verhoorders en bekende de mishandeling hoewel duidelijk was dat zij die niet had gepleegd. De werkelijke daderes meldde zich vervolgens bij de politie, maar die trok onder druk van dezelfde verhoorders haar bekentenis weer in.

Korpschef Bouman zou zich dus beter druk kunnen maken over de verhoorkwaliteiten van de gemiddelde politieman of -vrouw in plaats van te proberen de rechten van verdachten te beperken.

Daarnaast is het ook zo dat in die landen om ons heen waarbij de verdachten meer rechten hebben dan in Nederland het aantal veroordelingen niet is afgenomen. Het tegendeel is het geval. De aanwezigheid van een advocaat bij een verhoor zal de verhoorders namelijk dwingen zich beter voor te bereiden op het verhoor. Nu wint het volume het nog te vaak van het verstand.

Dat laatste lijkt ook te gelden voor korpschef Bouman en dat is een slechte zaak. Gauw terugnemen dus die uitspraken over de nieuwe wet.

Hoe het dus niet moet

Door Waarheidsvinder

Al meer dan tien jaar doen wij onderzoek naar gerechtelijke dwalingen. Zaken waarbij mensen werden veroordeeld terwijl zij onschuldig waren. In de meeste zaken hebben de onschuldigen tijdens de verhoren een bekentenis afgelegd. Denk maar aan de Puttense Moordzaak, De Schiedammer parkmoord, de zaak Ina Post, de dubbele moord op Bonaire, de moord op Bart van der Laar en de zaak van de zes van Breda.

In al die gevallen verklaarden de onschuldig veroordeelden dat zij destijds hadden bekend onder grote druk van de verhoorders en dat die verhoorders hen bovendien de woorden in de mond hadden gelegd. De daderinformatie waarover de verdachte leken te beschikken was dus in werkelijkheid afkomstig van de politie. En aangezien de politie ook niet altijd precies wist wat er precies was gebeurd, klopten de bekentenissen vaak niet met de feiten. Toch werden de verdachten veroordeeld. Natuurlijk ontkende politie en justitie dat er sprake was van afgedwongen bekentenissen. Er was geen sprake geweest van ongeoorloofde druk en en zeker niet van het verstrekken van daderinformatie aan de verdachten.

Gisterenavond behandelde het televisieprogramma Een vandaag de zoveelste gerechtelijke dwaling in Nederland, de Arnhemse Villamoord uit 1998. De grootste dwaling die tot nu toe in Nederland bekend is geworden. We schreven er al eerder over op deze site. Ook in die zaak was er sprake van afgedwongen valse bekentenissen. De verhoren waren destijds opgenomen en in tegenstelling tot de Puttense moordzaak waren de banden nog niet vernietigd.

Gisterenavond werd er een aantal opnames van het verhoor van één van de bekennende verdachten op televisie getoond. Het was tenenkrommend wat er te zien en te horen was. Een kennelijk niet al te slimme man legde onder grote druk van de verhoorders en de teamleider van het onderzoek een bekentenis af. Dezelfde teamleider die verantwoordelijk was voor de miskleunen in de Puttense moordzaak. Duidelijk was te zien en te horen dat de verdachte eigenlijk niets van de zaak afwist en daarom moest hem alle informatie door de verhoorders worden aangereikt. Eigenlijk werd hem letterlijk voorgezegd wat hij moest verklaren. En dat deed hij.

Uiteraard bleek daar later in de schriftelijke verslagen van het verhoor niets van. Daar leek het net alsof deze man spontaan een bekentenis had afgelegd. Uiteindelijk werden dankzij dit soort afgedwongen bekentenissen in totaal negen mannen onschuldig voor deze zaak veroordeeld. Een van hen kon daar niet mee leven en pleegde in de gevangenis zelfmoord. Een groot drama dus.

Iedere keer als er in Nederland een gerechtelijk dwaling aan het daglicht komt, roepen politie en justitie in koor dat dit soort zaken nu niet meer voorkomen. Een van de redenen daarvoor is volgens hen dat alle verhoren bij ernstige zaken worden opgenomen. Maar dat laatste was nu juist in Arnhem ook al gebeurd, het opnemen van verhoren is helemaal niet nieuw. Het probleem is echter dat niemand later ooit naar die verhoren kijkt om te zien of de opgeschreven verklaringen van de verdachten wel kloppen met hetgeen er werkelijk door hen is gezegd. In het politiedossier zitten alleen maar de door de politie gemaakte samenvattingen en daaruit kun je niet lezen hoe het verhoor in werkelijkheid is gegaan. Dat was in deze zaak ook het geval en dus konden negen mensen onschuldig worden veroordeeld.

Het opnemen van verhoren blijkt dus niet voldoende te zijn. Alle verhoren moeten naar onze mening van begin tot einde letterlijk op papier worden gezet, zodat precies te lezen is hoe de verhoren zijn verlopen. Want de verantwoordelijkheid voor een goede gang van zaken tijdens de verhoren neerleggen bij politie en justitie werkt niet.

Dat bleek recent ook toen de verhoren boven tafel kwamen van een mishandeling in de Amsterdamse club Cooldown. Ook daar bleek uit de opgedoken opnames van de verhoren dat een onschuldige het feit onder grote druk van de verhoorders had bekend en dat de werkelijke dader haar bekentenis had ingetrokken onder druk van diezelfde verhoorders.

Een bekend Nederlands spreekwoord luidt: “Vertrouwen is mooi, maar controle is beter”. Dat geldt, zoals uit deze voorbeelden is gebleken, ook voor het werk van politie en justitie.

Het ” vergeten” dossier

Door Waarheidsvinder

Vanavond schonk het televisieprogramma Brandpunt aandacht aan de onterechte veroordeling van Martien Hunnik voor de moord op platenproducer Bart van der Laar. De 36 jarige Van der Laar werd op 10 november 1981 neergeschoten in de keuken van zijn woning aan de Graaf Florisstraat in Hilversum. Aanvankelijk bleef het politieonderzoek naar de dader(s) van deze moord zonder resultaat.

In januari 1983 werd de toen 23 jarige Martien Hunnik als verdachte aangehouden. Onder grote druk van de verhoorders bekende hij vervolgens de moord. Maar een blinde kon op honderd meter afstand al zien dat er niets van zijn bekentenis klopte. Bij politie en justitie lag daar echter niemand van wakker, de rechters zaten allemaal te slapen en daardoor werd Martien Hunnik tot in hoogste instantie voor de moord veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf en TBS. In totaal zat hij ongeveer acht jaar vast.

Al in 2002 kwamen er bij justitie echter signalen binnen dat Martien Hunnik hoogstwaarschijnlijk onschuldig was veroordeeld en dat er anderen, met name genoemde, personen debet waren aan de moord. Aan de hand van deze informatie werd er vervolgens in opdracht van justitie een onderzoek ingesteld naar de juistheid van de informatie. Dat onderzoek leidde vervolgens in 2004 tot een lijvig rapport waaruit bleek dat er hoogstwaarschijnlijk sprake was van een gerechtelijke dwaling en dat Martien Hunnik onterecht was veroordeeld. In plaats van deze informatie openbaar te maken en te zorgen dat de zaak werd heropend, besloot men bij justitie om het dossier in de onderste lade op te bergen en daar te houden. Bij justitie heeft men immers niet zoveel met de waarheid, het eigen imago vindt men veel belangrijker.

In 2010 meldde Martien van Hunnik zich bij Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf met de mededeling dat hij onschuldig was veroordeeld en hulp zocht om zijn recht te krijgen. Op verzoek van de Telegraaf hebben wij daarop de zaak onderzocht en onze conclusie was duidelijk. De bekentenis van Martien Hunnik klopt niet met de feiten en bovendien was hij qua tijd helemaal niet geweest in staat de moord te plegen.

Eind december 2010 hebben wij daarop contact gezocht met advocaat Geert-Jan Knoops. Hij verklaarde zich bereid de zaak van Martien Hunnik op zich te nemen.

Inmiddels had de zaak in de media de nodige aandacht gekregen en dat bleef natuurlijk ook bij justitie niet onopgemerkt. De mensen die in 2002 en daarna betrokken waren geweest bij het nieuw onderzoek naar de moord op Bart van der Laar realiseerden zich waarschijnlijk dat het wel een heel slechte indruk zou maken als iemand naar buiten zou brengen dat er nog ergens onder in een lade een voor Martien Hunnik ontlastend dossier lag.

Kennelijk onder het motto dat de aanval de beste verdediging is, zocht een medewerker van justitie daarop zelf contact met advocaat Knoops en Martien Hunnik om hen inzage te geven in het achtergehouden dossier. Vervolgens hebben advocaat Knoops en justitie gezamenlijk een herzieningsverzoek ingediend.

Natuurlijk is het goed dat het oude dossier alsnog boven tafel is gekomen. Maar het feit dat het dossier alsnog boven tafel is gekomen heeft naar ons idee niets te maken met een soort gewetensnood bij één of meer medewerkers van justitie. Men heeft van twee kwaden het minst kwade gekozen.

Onze conclusie was en is dat het een schandaal is dat het ontlastende dossier al die jaren weg is gehouden van Martien Hunnik. En net zoals bij de andere dwalingen wordt er ook nu niemand op afgerekend.

Nederland een rechtsstaat?

Zo moet het dus niet

Door Waarheidsvinder

De politie beklaagt zich er regelmatig over dat er zoveel onterechte kritiek op het werk van de politie is. Maar in plaats van zich te beklagen, zou men eerst de hand in eigen boezem moeten steken. Kritisch kijken naar het eigen werk en ook het bijscholen van de voorlichters zou een mooi begin zijn om kritiek te voorkomen.

Een droevig voorbeeld van ondermaats politieoptreden vond plaats in Nieuw-Roden. Daar vond een wielerwedstrijd plaats en, om het verkeer in goede banen te leiden, maakte de organisatie gebruik van verkeersregelaars. Vroeger werd dat soort activiteiten uitgevoerd door politiemensen, maar dat is jaren geleden al afgeschaft. Geen tijd voor.

Zo’n verkeersregelaar krijgt een bepaalde opdracht en die moet hij uitvoeren. In Nieuw-Roden stond één van de verkeersregelaars, een 74 jarige man, bij een afzetting om te voorkomen dat automobilisten een bepaalde straat zouden inrijden.

Maar zoals iedere politieagent ook weet, je hebt altijd dwarsliggers die toch vinden dat zij er wel door mogen. Dat gebeurde hier ook. Maar net zoals de meeste politieagenten in dat soort situaties, week ook de verkeersregelaar niet voor de argumenten van een 32 jarige automobilist en weigerde hem de doorgang. Dit leidde tot een lange woordenwisseling tussen beide mannen. De meeste politieagenten kennen dat soort zinloze discussies wel uit de praktijk.

De automobilist nam echter geen genoegen met de argumenten van de verkeersregelaar en stapte op hoge poten uit zijn auto. Met een notitieblok in zijn hand stevende hij op de verkeersregelaar af en eiste diens naam om een klacht in te kunnen dienen. De verkeersregelaar was het kennelijk inmiddels zat en sloeg het notitieblok uit de handen van de automobilist. De automobilist belde onmiddellijk de politie en die kwam ter plaatse.

In plaats van bemiddelend op te treden en de automobilist weg te sturen, lieten de agenten direct even zien wie de baas was. De 74 jarige verkeersregelaar werd aangehouden en als een crimineel overgebracht naar het politiebureau. Daar bleek al snel dat de zaak helemaal niets voorstelde. Zelfs de automobilist vond dit toch teveel van het goede en wilde geen aangifte doen.

Als wij zoiets lezen dan vragen we ons af wat politiemensen bezielt om op deze manier op te treden. Wat nu als het hier niet was gegaan om een 74 jarige verkeersregelaar maar om een 28 jarige politieman die het verkeer stond te regelen? Zou die politieman dan ook zijn aangehouden?

Ons lijkt een hartig woordje met de betrokken politiemensen op zijn plaats. Hen moet worden uitgelegd dat deze manier van optreden niet op prijs wordt gesteld. Daarnaast moeten er publiekelijk excuses worden aangeboden aan de verkeersregelaar. Iemand die bereid is zijn vrije tijd in te zetten ten behoeve van de gemeenschap en vervolgens als een boef wordt behandeld.

Wij denken echter dat dit niet gaat gebeuren. Ook in deze zaak is er weer een kakelende voorlichter te voorschijn gekomen in de persoon van Ger Blokzijl. Natuurlijk praatte hij het misplaatste optreden van de politieagenten recht. Volgens hem waren de agenten verplicht geweest om de verkeersregelaar aan te houden, “Zeker omdat het slachtoffer in dit geval een blauwe plek op zijn hand kon laten zien.”

Een van uw redacteuren heeft 40 jaar bij de politie gewerkt en hij kan u met zekerheid zeggen dat deze voorlichter onzin uitkraamt. Een dergelijke verplichting bestaat niet. Blokzijl besloot zijn betoog met de mededeling dat de verkeersregelaar ontdaan was geraakt door de situatie maar dat justitie hem niet zal vervolgen.

Dat laatste zal nauwelijks een troost zijn voor de betrokken verkeersregelaar. Hij zal zijn vertrouwen in de politie wel kwijt zijn. Ons advies aan hem is, stoppen met het regelen van het verkeer, laat de politie dat maar mooi zelf doen. Mogen zij zelf het gezeur van de automobilisten gaan aanhoren. En kunnen ze daar dan weer over gaan klagen.

Noot:

Voor het hele verhaal:

http://rodenactueel.nl/algemeen/wielercomite-nieuw-roden-verkeersregelaar-74-ten-onrechte-de-bak-ingeslingerd.html

De sprookjes van een minister

Door Waarheidsvinder

Om minister van justitie te kunnen worden moet je in dit land kennelijk over een rijke fantasie beschikken en weinig werkelijkheidszin. Nadat we eerst Opstelten hadden, die zich beperkte tot wat onverstaanbaar gemompel en schone beloften, heeft men nu een waardig opvolger gevonden in de persoon van Van der Steur.

Terwijl de Nederlandse politie zo’n beetje op zijn kont ligt vanwege de nu al mislukte reorganisatie en de hand over hand toenemende invloed van de zware criminaliteit, probeert deze mooiprater de burger in slaap te sussen door te schermen met statistieken over de kleine criminaliteit.

Voor de degenen die niet precies weten wat kleine criminaliteit is, volgt hier een korte uitleg. Vroeger was een inbraak in je woning of auto een misdrijf dat door de recherche werd behandeld. Omdat er steeds meer van die misdrijven plaatsvonden en er steeds minder werden opgelost, verving men de term misdrijf door Veel Voorkomende Criminaliteit (VVC) en liet men deze zaken behandelen door de man of vrouw in uniform. De keuze voor de naam VVC was niet toevallig. Als je namelijk zegt dat iets vaak voorkomt, dan lijkt het veel minder erg.

Maar door het een andere naam te geven, los je een probleem niet op. Want voor de burgers veranderde er niets, voor hen bleef het een probleem. En dat hebben ze toen weer proberen op te lossen we op door het nogmaals een andere naam te geven, namelijk kleine criminaliteit. En u begrijpt het al, als iets klein is dan kan het nooit een groot probleem zijn.

Maar ook nadat het begrip kleine criminaliteit was ingevoerd, bleef het aantal “kleine” feiten toenemen en begon de burger zich steeds meer te roeren. Aanvankelijk heeft men nog geprobeerd het probleem op te lossen, maar toen dat niet lukte is men met de cijfers aan de gang gegaan.

Het werd de burger steeds moeilijker gemaakt om aangifte te doen en als men al aangifte had gedaan dan bleek dat er zelden een zaak werd opgelost. Deze aanpak bleek wel te helpen. Steeds meer burgers namen niet meer de moeite om aangifte bij de politie te doen. En daarmee had de overheid eindelijk zijn zin. De cijfers voor de kleine criminaliteit liepen terug. De vlag ging uit.

Dat inmiddels de zware criminaliteit volledig uit de hand is gelopen, vergat de minister gisteren maar even toen hij het had over de succesvolle aanpak van de kleine criminaliteit. Veel Kamerleden namen daar geen genoegen mee, zij wezen op alle problemen met de bedreigingen van burgemeesters, liquidaties op de openbare weg, de macht van motorclubs en de enorme invloed van de drugsmaffia.

Dat was vervelend voor minister Van der Steur, dat moest hij even verwerken. Maar waarschijnlijk heeft hij inmiddels de oplossing gevonden. Je verandert de term zware criminaliteit in veel voorkomende criminaliteit, dan is het al veel minder erg geworden. Mocht dat ook niet helpen, dan noemen we het straks ook kleine criminaliteit. Probleem opgelost. Tenminste het probleem van de minister is opgelost, niet het probleem van de burger. Die mag bij de gratie Gods tegenwoordig via de computer zelf zijn aangifte invullen, waarna deze volledig automatisch in de prullenbak verdwijnt. Het doen van aangifte wordt daarmee steeds zinlozer.

Wij denken daarom dat het aantal aangifte in de toekomst nog wel verder zal teruglopen en dat weer aanleiding zijn tot mooie praatjes van de minister, meer niet.

Want wie gelooft er nu nog in de praatjes van Van der Steur en zijn vriendjes dat er echt iets met het probleem van de burger wordt gedaan? Waarschijnlijk alleen in burgers van Fabeltjesland.

Verkeerde keuzes

Door Waarheidsvinder

Op 8 mei 2015 werd er een bom gevonden bij een vestiging van de Jumbo supermarkt aan de Wilhelminakade in Groningen. De bom was door een voorbijganger voor de gevel van de Jumbo op de stoep gevonden en vervolgens door de EOD onschadelijk gemaakt. Volgens politiewoordvoerder Paul Heidanus was het ” een serieuze bom die grote schade en mogelijk slachtoffers had kunnen maken als hij was ontploft.”

Op 31 mei ontplofte bij een Jumbo vestiging aan het Overwinningsplein daadwerkelijk een bom. Gelukkig was de schade slechts gering en vielen er geen gewonden. De schade was zelfs zo gering dat de leiding van de Jumbo pas ‘s woensdag de politie waarschuwde. Die stelde toen onmiddellijk een sporenonderzoek in.

Omdat de politie Groningen logischerwijs overeenkomsten zag tussen beide zaken werd er een Team Grootschalig Optreden (TGO) opgestart. Kennelijk wilde men zo snel mogelijk de dader vinden. En zoals gebruikelijk noemt de politie dan ook het aantal ingezette rechercheurs, twintig in dit geval.

Deze keer bleken er camerabeelden te zijn van de degene die hoogstwaarschijnlijk de bom had geplaatst. Volgens woordvoerder Paul Heidanus was een groot deel van zijn gezicht te zien op de camerabeelden die door de camera’s van de Jumbo waren gemaakt. Volgens hem zou iemand die de man kende hem zeker van de beelden herkennen.

Een van de belangrijkste taken van de politie is het voorkomen van strafbare feiten. Zeker als het gaat om delicten waarbij doden en/of gewonden zou kunnen vallen. Je zou daarom verwachten dat de politie de beelden van de bommenlegger onmiddellijk naar buiten had gebracht zodat de dader zo snel mogelijk zou kunnen worden gepakt.

Maar dat gebeurde niet en de reden daarvoor is voor ingewijden geen verrassing. De politie heeft een contract met de AVRO en volgens dat contract mogen dergelijke beelden alleen worden uitgezonden in het programma Opsporing Verzocht. En die uitzending is pas komen dinsdag, 9 juni 2015. Gewoon even wachten tot dinsdag dus.

Helaas wachtte de mogelijke dader niet tot dinsdag. Vanmiddag kwam er een telefonische bommelding binnen bij de Jumbo Euroborg in Groningen.Hij wilde natuurlijk niet opnieuw in beeld komen. Onmiddellijk werd de winkel natuurlijk ontruimd.

Het is niet ondenkbaar dat het hier om dezelfde dader gaat. Iemand van wie al dagen lang beelden bekend zijn maar die vanwege een contract met een omroep nog niet mochten worden uitgezonden. Wie dit begrijp mag het zeggen. Nu maar hopen dat er voor dinsdag geen slachtoffers gaan vallen door een bomaanslag op een vestiging van de Jumbo in Groningen.

Want hoe ga je dat dan aan de nabestaanden uitleggen?

Noot:

Onze site wordt kennelijk ook in Groningen gelezen, want op 14.14 uur maakte RTV Noord bekend dat de beelden van de verdachte vandaag nog openbaar zouden worden gemaakt. En inmiddels is dat inderdaad gebeurd.

Het kantoor

Het Kantoor

Auteur

C.J. Tempelman

In het kort

Deze sleutelroman is grotendeels gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen. Misstanden binnen een Drentse overheidsorganisatie monden uit in persoonlijke drama’s en leiden tot de grootste naoorlogse bestuurscrisis in Nederland.

Beschrijving

De jonge Russin Elena woont sinds haar huwelijk in het dorpje Veenwel. Na enkele jaren vindt ze een baan bij een overheidskantoor in de nabijgelegen stad Terzand. In plaats van de verwachte rustige werksfeer valt ze midden in een gedeeltelijk ondergrondse machtsstrijd tussen enkele managers en een aantal medewerkers. Ze raakt er al snel bij betrokken.
Ze ontdekt hoe moeilijk het is om de scheidslijn te trekken tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen, tussen integriteit en loyaliteit. Critici van het management worden één voor één weggewerkt en Elena komt steeds meer alleen te staan. In de verwarrende en steeds verder escalerende werksituatie probeert ze overeind te blijven, hetgeen nog wordt bemoeilijkt door de alarmerende berichten uit haar vaderland over de daar heersende machtsstrijd tussen communisten en hervormers.
Uiteindelijk speelt de moedige Elena, samen met een plaatselijke journalist, een sleutelrol in de dramatische ontknoping van dit grotendeels waar gebeurde verhaal. Een ontknoping die in werkelijkheid heeft geleid tot de grootste naoorlogse bestuurscrisis in Nederland.
Voor meer info:   http://dick.janknegt.nl/hetkantoor

Veroordeling Martien Hunnik vernietigd door Hoge Raad

Door Waarheidsvinder

Vandaag deed de Hoge Raad uitspraak naar aanleiding van het namens Martien Hunnik ingediende herzieningsverzoek. De veroordeling van Martien Hunnik voor de moord op platenproducer Bart van de Laar in 1981 is vernietigd. Voor Martien Hunnik is dat natuurlijk prachtig en ook voor ons is het mooi. Het is de derde gerechtelijke dwaling waar we bij betrokken zijn. Maar omtrent de motivatie van de Hoge Raad valt wel het één en ander te zeggen.

Na de zitting werd het volgende persbericht uitgebracht:

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de zogenoemde showbizzmoordzaak opnieuw moet worden behandeld door het hof Den Haag. In deze zaak was Martien Hunnik definitief veroordeeld voor het doodschieten in 1981 van platenproducer Bart van de Laar. Hij had dit bij de politie bekend. Hij kreeg daarvoor 2 jaar gevangenisstraf en tbr. Hunnik bracht bijna acht jaar in detentie en behandeling door. Hij diende bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek in. Advocaat-generaal Aben vorderde herziening bij de Hoge Raad vanwege een ernstig vermoeden dat de bekentenissen vals waren.

De Hoge Raad komt tot zijn oordeel op basis van gedragsonderzoek naar de persoon van Hunnik. Een drietal door de Hoge Raad aangezochte onderzoekers heeft bij Hunnik een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld waaraan hij in die jaren leed. Hunnik was volgens het onderzoeksrapport ten tijde van het opsporingsonderzoek zeer vatbaar voor suggesties en hij had een neiging tot het verdraaien van de waarheid en het verzinnen van verhalen. Volgens de deskundigen bestaat er een verband tussen de vastgestelde psychische stoornis en de door hem afgelegde bekentenissen.
De Hoge Raad oordeelt dat daarmee een ernstige twijfel is ontstaan aan de geloofwaardigheid van de bekentenissen van Hunnik en dat het hof, als het daarmee bekend was geweest, Hunnik mogelijk zou hebben vrijgesproken.

Als je het bericht goed leest dan staat er eigenlijk dat Martien Hunnik destijds door zijn eigen domheid is veroordeeld. De werkelijkheid is echter anders. In 1981 was na onderzoek de conclusie van de politie dat de moord op Bart van der Laar ‘s morgens voor negen uur was gepleegd. Martien Hunnik had een alibi voor dat tijdstip. Hij was tot tien uur aan het werk geweest in een verpleeghuis in Laren.

Tussen tien uur en half twaalf was hij weggeweest omdat hij naar de bedrijfsarts moest vanwege een knieoperatie die hij had ondergaan. Zijn vader hem met de auto gehaald en gebracht. In 1983 lieten de verhoorders Martien Hunnik bekennen dat hij Bart van der Laar rond elf uur had vermoord. Dat klopte dus niet met de onderzoeksresultaten maar dat liet men gemakshalve weg uit het dossier.

Ook liet men uit het dossier weg dat zijn vader in 1981 had verklaard hem met de auto gehaald en gebracht te hebben. Men liet Martien in 1983 bekennen dat hij ‘s morgens om tien over half tien door een taxi was opgehaald. Dat tijdstip kon niet kloppen want zijn werkgeefster had in 1981 verklaard dat Martien pas om tien uur was weggegaan. Het bezoek aan de bedrijfsarts werd eveneens weggelaten.

De bekentenis van Martien kon ook niet kloppen omdat hij voor het verhaal dat hij vertelde ongeveer drie uur had nodig gehad terwijl hij maar anderhalf uur van zijn werk weg was geweest. Ook de details die hij noemde klopten van geen kanten, Martien had werkelijk geen idee wat er was gebeurd.

Martien Hunnik is dus in 1983 veroordeeld omdat de politie er een zooitje van heeft gemaakt. De verhoorders wisten dat hij psychisch niet in orde was en dat zijn bekentenis niet kon kloppen. Toch liet men hem veroordelen. Nogmaals, het is prachtig dat de veroordeling van Martien ongedaan is gemaakt. Jammer is dat politie, justitie en rechters wederom buiten schot blijven, net als bij eerdere gerechtelijke dwalingen.