Skip to content

Leon Groeneweg is niet verdronken

Door Waarheidsvinder

Op 14 januari 2007 werd in een ondiepe sloot tussen de wijk De Akkers en de Harreweg in Schiedam het lichaam gevonden van de 18 jarige Tariq Chatta. Zonder dat er sectie op zijn lichaam was verricht kwam de politie al snel tot de conclusie dat Tariq bij het plassen in de sloot was gevallen en daarna verdronken.

Ruim een jaar later, op 15 juni 2008, werd in het Brielse Meer bij camping Kruininger Gors het lichaam van zijn vriend, de 19 jarige Leon Groeneweg, gevonden. Ook hij was volgens de politie verdronken.

Al jaren beweren wij dat zowel Tariq als Leon Groeneweg niet zijn verdronken maar zijn vermoord. Wij staan daarin bepaald niet alleen. Maar al jaren is het vechten tegen de bierkaai, want politie en justitie blijven tot op heden bij hun eerder ingenomen standpunt.

Op het lichaam van Leon is destijds echter wel sectie verricht. In 2014 schreef patholoog Danny Spendlove na bestudering van het sectierapport al dat Leon hoogstwaarschijnlijk niet verdronken was. Maar ook zijn rapport werd door justitie terzijde gelegd.

Uiteindelijk hebben de ouders van Leon op eigen kosten in januari 2016 het lichaam van Leon laten opgraven. Het lichaam is daarna onderzocht door patholoog-anatoom Frank van der Goot, een man die jaren als patholoog-anatoom bij het NFI heeft gewerkt.

Vandaag werd zijn conclusie bekend; Leon was hoogstwaarschijnlijk al dood toen hij in het water terecht kwam.

In gewoon Nederlands betekent dit dat Leon inderdaad is vermoord. In een beschaafd land zou dat tot een nieuw onderzoek moeten leiden. Maar ja, we zijn in Nederland en dan moet je het nog maar afwachten, politie en justitie geven niet graag hun ongelijk toe.

Het lijkt ons daarom zeer wenselijk dat ook de politiek eens naar de beide zaken gaat kijken. De niet bestrafte moord op twee jonge jongens zou toch ook hen aan het denken moeten zetten. Wie schudt politie en justitie nu eens wakker?

Zo kan het ook

Door Waarheidsvinder

Het eten van een broodje in een stadsbus leidde gisteren in Tilburg tot de nodige commotie op het internet. Het optreden van de politie kenmerkte zich ook nu weer als “eerst doen en dan denken”. Met het nodige geweld werd een jongeman door twee agenten uit een bus gesleept omdat hij in de bus een broodje zat te eten, hetgeen verboden is. De aanhouding liep een beetje uit de hand en dus werd er om assistentie gevraagd. Uiteindelijk waren er maar liefst 10 politiemensen ter plaatse en de jongeman werd geboeid naar het politiebureau gebracht.

De betrokken politiemensen waren echter één niet onbelangrijk ding vergeten, ze hadden helemaal niet de bevoegdheid de jongeman uit de bus te slepen. Een onrechtmatige aanhouding dus en daarom geen zaak, maar wel slechte publiciteit.

Diezelfde dag verscheen er ook een filmpje op het internet waarin een politieman liet zien hoe het wel moet. Een jongeman, slechts gekleed in een string, wilde bij wijze van stunt door een school in Papendrecht rennen. De schoolleiding zag dat niet zitten. De deur van de school ging op slot en de politie werd gebeld. Deze keer verscheen er niet een koppeltje heetgebakerde dienders maar een kennelijk iets oudere wijkagent die precies wist hoe je dit soort zaken aanpakt.

Toen de jongeman in string op hem af kwam lopen werd hij niet kwaad, begon hij niet aan de jongen trekken, maar barstte slechts in lachen uit. Hij adviseerde de jongen gauw zijn jas weer aan te doen omdat zijn “kleine jongen” door de kou steeds kleiner werd. Ook de jongen barstte daarop in lachen uit en daarmee was het probleem opgelost.

Nu maar hopen dat er veel politiemensen naar dit filmpje hebben gekeken en dat zij iets leren van het professionele optreden van hun collega.

 

Onterechte aanhouding

Door Waarheidsvinder

Politiemensen beklagen zich vaak over de manier waarop zij door de burgerij worden bejegend. Soms hebben zij daarin gelijk, maar vaak is het ook hun eigen schuld. Vandaag troffen wij een artikel in het Algemeen Dagblad aan waardoor wij het schaamrood op de kaken kregen,

Ingevolge artikel 53 lid 1 van het wetboek van strafvordering mag een verdachte bij ontdekking op heterdaad door een ieder worden aangehouden. Er moet dus sprake zijn van een verdachte. Daar staat natuurlijk ook iets over in hetzelfde wetboek. Artikel 27 lid 1 luidt:

Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit. Je kunt dus niet zomaar iemand als verdachte bestempelen, uit feiten of omstandigheden moet een redelijk vermoeden van schuld blijken.

Mina Maraba en hier drie kinderen (14,15 en 19 jaar oud) waren op 28 december aan het winkelen in de Haagse wijk Ypenburg. Ze bezochten onder meer een drogisterij. Als zij kort daarna in een supermarkt lopen worden zij met veel machtsvertoon door de politie aangehouden. Ze worden verdacht van winkeldiefstal en moeten mee naar het bureau. Een aanbod aan de agenten om in hun tassen te kijken en hun te fouilleren wordt afgeslagen.

Bij de aanhouding zijn meerdere politieauto’s betrokken zodat het optreden tegen de familie de nodige aandacht krijgt.

Pas aan het politiebureau worden Mina en haar kinderen gefouilleerd en hun spullen worden onderzocht. Er wordt geen gestolen parfum gevonden. Toch moeten Mina en haar kinderen aan het bureau blijven en daarmee blijven ze zonder bewijs dat ze een strafbaar feit hebben gepleegd van hun vrijheid beroofd.

Kennelijk heeft de dienstdoende hulpofficier van justitie, waarvoor iedere aangehouden verdachte dient te worden geleid, net zo weinig kennis van zaken als zijn personeel, want hij stemt in met de insluiting. Er worden vervolgens foto’s van Mina en haar kinderen gemaakt en er worden vingerafdrukken van hen afgenomen. Daarna worden ze in de cel gezet.

Uiteindelijk zitten ze vijf uur vast en pas dan worden ze weer vrijgelaten. Er is ondertussen geen enkel bewijs gevonden dat ze iets met winkeldiefstal te maken hebben.

Mina en haar kinderen zijn natuurlijk woedend en hebben inmiddels een klacht tegen de politie ingediend.

Een goed afgerichte politiewoordvoerder zegt later dat dit een normale gang van zaken is. De politie zou een melding hebben gekregen van de drogisterij waar Mina en haar kinderen waren geweest dat daar na hun bezoek lege parfumwikkels waren gevonden op een plaats waar ook Mina en haar kinderen waren geweest. “Dan beginnen wij een onderzoek”, aldus deze woordvoerder.

Er is natuurlijk niets tegen het onderzoeken van winkeldiefstallen, dat is zelfs de taak van de politie, maar wel tegen het aanhouden van willekeurige mensen voordat je onderzoek hebt gedaan. Dat is wat hier is gebeurd. Mina en haar kinderen zijn zonder onderzoek als verdachte bestempeld en vervolgens vijf uur van hun vrijheid beroofd. Pas toen de familie in de cel zat is de politie onderzoek gaan doen en uit dat onderzoek bleek dat Mina en haar kinderen onschuldig vastzaten.

Wij zouden dit wederrechtelijke vrijheidsberoving durven noemen en daarvan kunnen Mina en haar kinderen aangifte doen.

Mina denkt dat hun behandeling met hun huidskleur te maken heeft, maar de politie ontkent dit. Volgens de woordvoerder heeft hun huidskleur geen enkele rol gespeeld. Maar de rest van de verklaring van de beroepskakelaar is nog droeviger;

Dat de verdachten niets bij zich hadden, betekent niet dat er geen diefstal is geweest. Daar moeten we meer onderzoek voor verrichten. Daar gaat tijd overheen.”

Volgens deze politiewoordvoeder zijn dus niet de feiten van belang, maar de overtuiging van de politie. Op deze manier zijn alle tot dusver bekende gerechtelijke dwalingen ontstaan. Het wordt tijd dat politiewerk weer een vak wordt.

Waar blijven de excuses?

Door Waarheidsvinder

Regelmatig komen we berichten in de media tegen die ons met de neus op de feiten drukken. Gisteren was dat weer eens het geval. In de Volkskrant stond een uitgebreid interview met Herman du Bois, één van de beide mannen die destijds onschuldig werd veroordeeld voor de moord op en de verkrachting van stewardess Christel Ambrosius. Een zaak die bekendheid kreeg als de Puttense moordzaak.

Het is schrijnend om te lezen wat deze onterechte veroordeling met Herman heeft gedaan. De ellende begon al direct na zijn aanhouding. Herman zegt daarover tijdens het interview: “Ik ben uitgescholden en bedreigd. Ik ben maandenlang verhoord en niet zachtzinnig. Ze begonnen ‘s morgens vroeg, stopten even rond de middag en gingen door tot 2 uur ‘s nachts. Dan brachten ze me naar mijn celletje. Ik sliep net en dan kwamen ze weer: je hebt 8 uur geslapen, meekomen. Zei ik: joh, ik lig er net in. Je vergist je, hoorde ik dan. In mijn cel brandde altijd licht, dus ik wist niet of het dag of nacht was. Ze maken je gek.”

Volgens Herman kwam zelfs officier van justitie Klunder hem persoonlijk enkele malen verhoren, daarbij vergezeld van onderzoeksleider Ad Baars, de man die ook de leiding had in het debacle van het onderzoek naar de Arnhemse villamoord. Herman zegt daarover: “Hij gooide foto’s van Christel op tafel, hoe ze na die verkrachting dood was gevonden, en schreeuwde: “Kijk eens hoe ze er bij ligt, viezerik. Jouw vrouw gaat bij je weg en je kinderen gaan naar een tehuis, daar zorg ik voor.”

Klunder ontkent natuurlijk du Bois zelf te hebben verhoord en de politiemensen die er van weten houden allemaal hun mond dicht.

Maar Herman du Bois staat niet alleen met zijn verhalen over hetgeen hem is aangedaan. Kees Borsboom (Schiedammer parkmoord), Ina Post, Lucia de Berk, Nozai Thomas en Andy Melaan (Spelonk zaak Bonaire) en Martien Hunnik ( De moord op Bart van der Laar) vertellen precies dezelfde verhalen.

Na hun veroordeling waren er in de gevangenis de nodige bewakers die vonden dat zij Herman het leven zo zuur mogelijk moesten maken, hij was immers een moordenaar en verkrachter. Herman kreeg bijvoorbeeld niet ontdooide diepvriesmaaltijden opgediend met als toevoeging dat wanneer hij lang genoeg wachtte, de maaltijden vanzelf zouden ontdooien. Ook hield men hem ‘s nachts wakker door op de verwarmingsbuizen te tikken.

Herman en zijn medeverdachte Wilco Viets hebben ruim 7 jaar onterecht vastgezeten. Na een lange strijd werden zij in 2002 uiteindelijk alsnog vrijgesproken. Maar in plaats van publiekelijk in ere te worden hersteld, waren er veel politiemensen en justitiemedewerkers die bleven geloven in de schuld van beide mannen. Wij weten dat uit eigen ervaring, want ook in Groningen dachten veel van onze collega’s dat ze onterecht waren vrijgesproken. OM-topman Johan van Wijkerslooth schreef in het blad Opportuun dat zijn mensen geen fouten hadden gemaakt en zaaksofficier van justitie Klunder verklaarde: “Let maar op, in de toekomst zal blijken dat zij er mee te maken hebben.” Inmiddels weten we beter, de werkelijk moordenaar is inmiddels veroordeeld. Maar Klunder heeft zijn uitspraken nooit teruggenomen.

Ook de burgemeester van het streng christelijke dorp Putten liet zich niet onbetuigd. “Waar rook is, is vuur” was na de vrijspraak een uitspraak van hem. Ook bij hem kwam het woord excuses kennelijk niet in zijn woordenboek voor.

Waar blijven nu al die mensen bij politie en justitie die Herman en Wilco het leven zo zuur hebben gemaakt? Waarom erkennen zij niet dat zij er helemaal naast zaten? Gewoon excuus aanbieden voor gemaakte fouten siert ieder mens, ook politiemensen en officieren van justitie. Waarom is er nog nooit een echt onderzoek ingesteld naar de manier waarop onschuldige verdachten tot een valse bekentenis zijn gedwongen? Waarom hoor je de politiebonden hier nooit over? Het zijn toch ook hun leden die ernstig in de fout zijn gegaan?

Nederlanders hebben maar al te graag hun mond vol over de vermeende fouten van anderen. Maar gewoon eens echt in de spiegel kijken lukt ons meestal niet.

Mensen als Herman du Bois zijn daar het slachtoffer van. Zijn hele leven is, net als dat van de ander onterecht veroordelen, volledig naar de knoppen. Maar de verantwoordelijken blijven gewoon de andere kant op kijken.

Excuses? Nooit van gehoord.

De veroordeling van Louis Hagemann

Door Waarheidsvinder

Op maandag 5 maart 1984 worden rond zes uur ‘s avonds in een woning aan de Argonautenstaat in Amsterdam de lichamen gevonden van de 30 jarige Corina Bolhaar, haar 6 jarige zoontje Sharon en haar 9 jarige dochtertje Donna. Corina is gewurgd met een koord, de beide kinderen vertonen ook wurgsporen maar zij hebben daarnaast ook een aantal steekwonden. Het derde kindje van Corina, de 1 jarige Brian zit huilend in zijn box en heeft geen verwondingen. Corina is zaterdag 3 maart 1984 rond 17.00 uur voor het laatst levend gezien.

De zaak krijgt natuurlijk veel aandacht in de media en de politie is er alles aan gelegen de zaak op te lossen.

Gezien de afwezigheid van braaksporen aan de woning gaat de politie er vanuit dat de dader een bekende van Corina moet zijn geweest. Op 18 maart 1984 wordt Hells Angel Louis Hagemann, een vriend van Corina, als verdachte aangehouden. Hij heeft al de nodige veroordelingen achter de rug en staat als gewelddadig bekend. Bovendien blijken zijn verklaringen niet altijd betrouwbaar te zijn.

De politie is er daarom van overtuigd dat hij de moordenaar is maar kan daarvoor geen bewijs vinden. Uiteindelijk moeten ze hem op 23 april 1984 weer vrijlaten en het onderzoek loopt uiteindelijk dood.

Eind 2001 gaat Peter R. de Vries zich met zaak bemoeien. De zaak staat dan kort voor de verjaring. Doodslag is inmiddels al verjaard en de dader kan alleen nog voor moord worden vervolgd.

Uiteindelijk leidden de bemoeienissen van Peter R. de Vries er toe dat Louis Hagemann opnieuw wordt aangehouden. Probleem is wel dat alle sporen uit de zaak inmiddels zijn verdwenen. Aanvankelijk komt de politie met allerlei verhalen over wateroverlast maar uiteindelijk blijkt dat men de sporen, buiten medeweten van de officier, gewoon heeft vernietigd. Naar de reden daarvoor kunnen we alleen maar raden. Die in beslag genomen goederen hadden van groot belang kunnen zijn voor de waarheidsvinding. Onder meer zat er een touw en een koord bij waarmee een van de kinderen was gewurgd. Met de huidige technieken zou daar het DNA van de dader op gevonden kunnen worden.

Louis ontkent wederom bij hoog en laag dat hij iets met de moorden te maken heeft, maar dat helpt hem niet. Op grond van een aantal zeer twijfelachtige verklaringen van door Peter R. de Vries opgedoken getuigen wordt Louis Hagemann uiteindelijk op 22 juli 2005 door het Gerechtshof in Amsterdam voor moord veroordeeld. Bewezen wordt verklaard dat hij Corina en haar beide kinderen op zondagmorgen 4 maart om het leven heeft gebracht. Hij krijgt levenslang.

De Hoge Raad bekrachtigt de veroordeling op 21 november 2006 en daarmee gaat het boek dicht.

Louis Hagemann is inmiddels getrouwd en samen met zijn echtgenote begint hij de strijd voor vernietiging van het vonnis. In 2014 is een door zijn advocaat ingediend herzieningsverzoek door de Hoge Raad afgewezen. De redenen waarom het verzoek is afgewezen zijn echter net zo twijfelachtig als de gronden waarop hij is veroordeeld.

Louis Hagemann en zijn vrouw geven echter niet op en inmiddels ligt er een nieuw herzieningsverzoek bij de Hoge Raad, ingediend door zijn advocaat John Peter.

Omdat er al zo veel mensen met deze zaak bezig waren hebben wij ons nooit echt in de zaak verdiept. Maar recentelijk zijn we dat wel gaan doen. Hetgeen wij tegen kwamen deed ook ons ernstig twijfelen aan de schuld van Louis Hageman.

Een van de zaken die ons op die gedachte brachten is een reportage van EenVandaag van 4 oktober 2016.

In de reportage komen een aantal deskundigen aan het woord of worden geciteerd. Er worden een aantal zaken genoemd die, wanneer zij juist zijn, er op wijzen dat de Louis Hagemann niet de moordenaar van Corina en haar beide kinderen is.

  • De moord op Corina zou al op zaterdag 3 maart na 17.00 uur zijn gepleegd en niet op de ochtend van zondag 4 maart.  Deze stelling vindt steun in het dossier . Daaruit blijkt dat kort na de moorden een achterbuurvrouw van Corina tegen de politie heeft verklaard dat er in de woning van Corina op zaterdagavond rond 21.00 uur een hevige ruzie was geweest tussen Corina en een onbekende man. Ze gaf zelfs een signalement van deze man; ongeveer 35 jaar oud, 1.78 lang, donker glad haar, zwart lederen jack en goed Nederlands sprekend. Met die verklaring van deze vrouw is niets gedaan en het signalement is nergens vermeld. In het proces-verbaal staat dat de rechercheurs hebben verklaard dat de vrouw geen bijzonderheden had, een aperte leugen dus.  Een tweede buurtbewoonster verklaarde op  8 maart tegen de politie dat zij op zaterdagmiddag 3 maart rond  13.15 uur voor de deur van haar woning was aangesproken door een onbekende man die naar Argonautenstraat 20 vroeg, het adres van Corina Bolhaar. Het signalement van deze man kwam precies overeen met het signalement van de achterbuurvrouw. Deze getuige wist echter ook nog te vertellen dat de man cognackleurige tas over zijn rechterschouder droeg. Als de beide verklaringen juist zijn dan betekent dit dat de man al ‘s middags rond 13.30 uur bij Corina was en daar ‘s avonds om 21.00 uur nog was. Het kan niet anders of deze man moet een goede bekende van Corina zijn geweest., maar kennelijk wist hij niet precies waar ze woonde want anders had hij niet hoeven vragen waar nummer 20 was. Naar hem is nooit onderzoek gedaan.
  • De moordenaar moet linkshandig zijn geweest en Louis is rechtshandig
  • De verklaringen van de getuigen die over Hagemann hebben verklaard worden door deskundigen als onbetrouwbaar betiteld

Kortom er lijken meer dan voldoende redenen voor de Hoge Raad om de veroordeling van Louis Hagemann te vernietigen en een nieuw onderzoek te gelasten. Het feit dat Louis Hagemann een aanzienlijk strafblad heeft mag naar onze mening geen reden zijn om een onterechte veroordeling in stand te laten. Bovendien betekent een onterechte veroordeling van Louis Hagemann dat de werkelijk dader nog vrij rond loopt.

Gebrek aan openheid

Door Waarheidsvinder

In de loop der tijd hebben we regelmatig onderzoek gedaan naar overlijdens waarbij politie en justitie tot de conclusie waren gekomen dat er sprake was van zelfmoord, maar waarbij de nabestaanden vermoeden dat er sprake was van moord.

Voor veel mensen is het moeilijk te vatten dat iemand in hun naaste omgeving zichzelf van het leven beroofd. Zeker als de overledene geen afscheidsbrief heeft achtergelaten ontstaat dan al vaak het idee dat er er iets anders is gebeurd, dat iemand anders verantwoordelijk is voor de dood van hun geliefde. Het gebeurt daarbij maar al te vaak dat men na verloop van de tijd in de richting van een bepaald persoon gaat wijzen en dat kan tot de grootste problemen leiden.

Een dergelijk zaak werd gisterenavond behandeld in het SBS 6 programma Moord of Zelfmoord. De zaak ging om de dood van de 19 jarige Brian uit Ede die in januari 2010 volgens de politie zelfmoord had gepleegd door van het dak van een 11 verdiepingen tellend flatgebouw te springen.

Ook in deze zaak was er geen afscheidsbrief en mede daarom weigerde de familie van Brian de conclusie van politie en justitie te accepteren. Men ging daarbij zelfs zo ver dat men de toenmalige vriendin van Brian beschuldigde zijn dood te hebben veroorzaakt. De vrouw ondervond daardoor grote problemen. Ze werd bedreigd en voelde zich opgejaagd.

Alle problemen hadden voorkomen kunnen worden indien politie en justitie destijds volledige openheid van zaken hadden gegeven. Uit het politieonderzoek was namelijk onder meer gebleken dat er op het dak van de flat, in de vers gevallen sneeuw, slechts afdrukken stonden van één soort sportschoenen en die afdrukken pasten bij het profiel van de schoenen die Brian droeg. De betrokkenheid van een derde bij de dood van Brian kon daarmee direct worden weerlegd. Maar die foto’s kreeg de familie nooit te zien.

Zoals meestal weigerden politie en justitie ook in dit geval volledige openheid van zaken te geven.

Er is destijds wel een politiebaasje bij de familie geweest, maar dat was niet voldoende om hen meer duidelijkheid te geven. Het duurde meer dan 6 jaar voordat de familie eindelijk een kopie van het proces-verbaal kreeg. Maar de foto’s die op het dak van de flat waren gemaakt ontbraken.

Uiteindelijk heeft advocaat Sébas Diekstra zich namens de familie tot justitie in Arnhem gewend. Opnieuw liet justitie toen zien dat men op geen enkele wijze begrip had voor de gevoelens van de nabestaanden.

Op 23 maart 2016 stuurde advocaat Diekstra een brief aan justitie in Arnhem met het verzoek om de familie een kopie van de foto’s te geven. Op 29 maart stuurde hij een herinnering waarna hij als reactie kreeg dat justitie 6 weken de tijd had om te reageren. Maar ook na 6 weken had hij nog geen reactie en dus stuurde de advocaat op 13 mei opnieuw een brief aan justitie.

Als reactie op deze brief ontving de familie vervolgens één foto van een schoenafdruk in de sneeuw. Maar de familie was nog steeds niet overtuigd en wilde ook de andere foto’s zien. Die kreeg men niet.

Op 22 augustus 2016 kreeg justitie vast de reportage te zien die SBS 6 van de zaak had gemaakt en die gisterenavond werd uitgezonden. Men heeft de uitzending bekeken maar weigerde voor de camera een reactie te geven.

Op 1 september 2016 gebeurde dan toch het wonder. De familie van Brian mocht alsnog de foto’s bij justitie in Arnhem komen bekijken. Er mocht daar echter niemand bij aanwezig zijn, zelfs hun advocaat niet.

Na het bekijken van de foto’s was het eindelijk ook voor de familie duidelijk, Brian was alleen op het dak van de flat geweest en dus was er niemand anders bij zijn dood betrokken.

Waarom heeft het bijna 7 jaar moeten duren voordat de familie uiteindelijk de gewenste duidelijkheid kreeg? Waarom worden nabestaanden in Nederland niet serieus genomen? Waarom krijgen zij in dit soort gevallen geen volledige openheid van zaken? Waarom mogen zij zich meestal tijdens een gesprek met politie en of justitie niet laten bijstaan door een door hen gekozen deskundige?

Het wordt tijd dat daar verandering in komt. Het zou niet alleen veel leed voor de nabestaanden voorkomen maar ook voor de mensen die door het gebrek aan openheid onterecht worden beschuldigd van een misdrijf dat niet gepleegd blijkt te zijn.

De andere kant van de medaille

Door Waarheidsvinder

Politiemensen klagen in de media steen en been over de manier waarop zij soms door burgers worden bejegend. Men wil meer steun van de politiek en zwaardere straffen voor de daders. Uiteraard krijgen zij daarbij de volledige steun van de politiebonden, want je wil immers graag je leden tot vriend houden.

Wij ontkennen de problemen die politiemensen tijdens hun werk ondervinden zeker niet en het is goed dat er over nagedacht wordt hoe deze problemen aan te pakken. Maar iedere medaille heeft twee kanten en één van die kanten blijft meestal onderbelicht. Dat is de kant van de burger die onheus wordt bejegend door politiemensen. Gewone burgers die een probleem hebben en daarvoor terechte steun zoeken bij de politie, maar vervolgens met een kluitje in het riet worden gestuurd. Je kunt je daarover als burger natuurlijk beklagen, maar een feit van algemene bekendheid is dat dergelijke klachten zelden of nooit serieus worden genomen.

Vandaag staat er een artikel in de Volkskrant waarin een burger zich onder meer beklaagt over de manier waarop hij door politie en ook justitie is bejegend. Het gaat hier niet om één of andere zeurpiet die altijd wat te klagen heeft, maar om Wim Looman, een gepensioneerde politieman uit Kampen.

In augustus van dit jaar werd zijn hondje op straat onverhoeds aangevallen door een loslopende pitbull. Zonder enige aanleiding of waarschuwing viel deze zijn hond aan en beet hem waar hij hem kon raken. Ingrijpen van de dierenarts mocht niet meer baten, zijn hondje overleed de volgende dag aan de bijtwonden van de pitbull. Wim Looman deed wat de meeste burgers in zo’n geval doen, hij stapte naar de politie. Maar net als veel burgers ontdekte hij al snel dat die helemaal niet in zijn zaak geïnteresseerd waren. Looman zegt in het artikel dat hij vooral verbijsterd is over het feit dat de politie kennelijk zo slecht op de hoogte is van hun bevoegdheden in dit soort zaken.

Bovendien kreeg hij, net als veel anderen, te maken met een woordvoerster van de politie die kennelijk net zoveel verstand had van politiewerk als een olifant van sneeuwballen gooien. Looman kan nog giftig worden over deze politiewoordvoerster die in de media vertelde dat er niets tegen de verantwoordelijk pitbull kon worden gedaan omdat het pas de eerste keer was dat hij een andere hond had aangevallen.

Looman weet als voormalig politieman dat dit onzin is en noemt het daarom amateurwerk. Maar desondanks vindt ook hij nergens gehoor. Ook niet bij justitie waar drie verschillende officieren van justitie met drie verschillende verhalen komen.

Zoals wij schreven heeft iedere medaille twee kanten. Die tweede kant van de medaille is dat de politie vaak te kort schiet in de manier waarop zij terechte klachten van burgers af doen. En altijd weer verschijnt er dan een mooiprater, in de vorm van een politiewoordvoerder of woordvoerster, die recht probeert te praten wat duidelijk krom is.

Als je wilt dat je als politieman of vrouw op straat anders wordt bejegend, dan is het goed om ook eens naar je zelf te kijken. Respect van de burger kun je niet afdwingen door strenger straffen alleen, respect moet je verdienen door je werk naar behoren te doen.

Niet klagen over het gebrek aan bevoegdheden dat je als politieman of vrouw zou hebben, terwijl je die bevoegdheden al hebt maar kennelijk niet kent.

Kletsverhalen van bondsbestuurders en politievoorlichters helpen daar niet bij.

Bij voorbaat veroordeeld

Door Waarheidsvinder

De in Kenia geboren Kenneth Ehigiene woonde rustig met zijn gezin in Amsterdam-Zuid-Oost. Hij had al jaren de Nederlandse nationaliteit en verdiende zijn brood met een fotozaak en een internetcafé. Aan dat rustige leven kwam op 18 december 2002 ‘s morgens rond zeven uur plotseling een einde. Acht tot tien politiemensen verschaften zich met geweld toegang tot zijn woning. Hij kreeg te horen dat hij verdacht werd van drugshandel en dat men zijn woning ging onderzoeken. Terwijl de politiemensen zijn woning op de kop zetten werd Kenneth naar het politiebureau gebracht. Daar kreeg hij aanvankelijk te horen dat hij weer naar huis zou mogen als er geen drugs in zijn woning zouden worden gevonden.

De politie vond geen drugs in zijn woning en Kenneth dacht dat hij weer naar huis mocht. Maar daar was geen sprake van. Kenneth bleef vastzitten en werd na enkele dagen voor de rechter-commissaris geleid. Daar kreeg hij te horen dat hij aan Duitsland zou worden uitgeleverd omdat hij daar van grootschalige drugshandel werd verdacht.

Kenneth begreep er niets van en hield vol dat er sprake moest zijn van een misverstand. Hij dacht dat er mogelijk sprake was van een persoonsverwisseling, dat men iemand zocht die kennelijk op hem leek. Maar de rechter-commissaris was onvermurwbaar, Kenneth bleef vastzitten in afwachting van zijn uitlevering aan Duitsland.

Wat er daarna gebeurde herkennen wij uit vele andere zaken die wij hebben onderzocht. Politie en justitie weigerden de verklaring van Kenneth serieus te nemen en te onderzoeken of er inderdaad mogelijk sprake was van een misverstand. De drie weken die volgden bracht Kenneth in volledige afzondering door. Hij mocht geen contact met zijn familie hebben, alleen met zijn advocaat. De zaak sleepte zich vervolgens maanden lang voort en al die tijd bleef Kenneth vastzitten.

Zijn advocaat had inmiddels contact gezocht met een collega in Duitsland en die begon een onderzoek van het dossier dat er in Duitsland lag. Al snel bleek hem dat er inderdaad sprake was van een persoonsverwisseling en dat Kenneth niet de door Duitsland gezochte drugshandelaar was. Maar wat de advocaat ook aanvoerde, het hielp allemaal niets. De officier van justitie en de rechters die de zaak behandelden weigerden zelfs een foto te bekijken van de man die daadwerkelijk in Duitsland werd gezocht.

Ondanks alle twijfels beslisten de rechters dat Kenneth aan Duitsland mocht worden uitgeleverd. Kenneth ging daartegen in beroep en uiteindelijk kwam de zaak op 10 juni 2003 voor de Hoge Raad. De advocaat-generaal van de Hoge Raad kwam na bestudering van het dossier tot de conclusie dat Kenneth inderdaad kennelijk niet gezochte man was,  maar de Hoge Raad trok zich daar niets van aan.  Zes weken later beslisten de dames en heren rechters dat Kenneth toch aan Duitsland mocht worden uitgeleverd.

Maar nog steeds gaven Kenneth en zijn advocaten de strijd niet op. Uiteindelijk greep de Duitse rechter in. Hij gaf de politie in Duitsland enkele weken de tijd om de identiteit van Kenneth te controleren. Begin juli 2003 kwam dan eindelijk de waarheid boven tafel. Er werd door de Amsterdamse politie een nieuwe foto van Kenneth gemaakt en die werd naar Duitsland gestuurd. Daar zag men direct dat Kenneth niet de gezochte drugshandelaar was. Toch duurde het nog tot 27 juli 2003 dat Kenneth eindelijk in vrijheid werd gesteld.

Maar daarmee was de ellende nog niet voorbij. De mensen op straat ontliepen hem en zijn klanten bleven weg. Kenneth kwam ook financieel in de problemen.

Van excuses aan hem was echter geen sprake. Kenneth moest opnieuw het gevecht met politie en justitie aan.

Vandaag verscheen  het boek uit dat Kenneth Ehigiene over de zaak heeft geschreven. Het is een schokkend verhaal dat laat zien hoe door de onverschilligheid van politie en justitie het leven van een onschuldig burger kapot is gemaakt.

Een nieuw sprookje

Door Waarheidsvinder

We hebben op deze site al het nodige geschreven over de dood van Larissa Dumont. Zij overleed op 27 mei 1997 in het Zuid-Hollandse plaatsje Nieuwveen. Haar lichaam werd gevonden in een paardenbak achter haar woning. Larissa had ernstige verwondingen aan haar keel die er op leken te duiden dat haar keel was doorgesneden. De gewaarschuwde politie kwam echter tot een heel andere conclusie; Larissa was doodgebeten door haar paard. Als het niet zo’n treurige zaak was, dan zou je er om kunnen lachen.

In 2007 kreeg een zeer ervaren technisch rechercheur van hetzelfde korps de foto’s van het lichaam in handen. Hij had niet lang nodig om te zien dat zijn collega’s enorm geblunderd hadden. Hij kaartte de zaak daarop bij de leiding van zijn korps aan. Na meer dan een jaar wachten kreeg hij te horen dat de deskundigen van het NFI opnieuw naar de zaak had gekeken en dat zij er van overtuigd bleven dat Larissa door haar paard was doodgebeten. Einde onderzoek.

In 2014 stortte journaliste Jolande van der Graaf zich op deze zaak. Een van de door haar geraadpleegde deskundigen, patholoog Danny Spendlove, verklaarde na het zien van de foto’s dat hij er van overtuigd was dat Larissa door een misdrijf om het leven was gekomen. Hij had het over een klassieke snijwond aan de hals van Larissa. Bovendien had zij duidelijk zichtbare afweerverwondingen aan de rechterhand. Haar rechter pink was zelfs bijna doormidden gesneden en aan de binnenzijde van de hand was de afdruk van de punt van een mes te zien.

Na een groot artikel in De Telegraaf konden politie en justitie er niet meer om heen, het onderzoek werd heropend door het Cold Case Team van Den Haag.

Over dat onderzoek hebben we al het één en ander op deze site geschreven, het hele onderzoek stelt niets voor. Volgens politie en justitie heeft het onderzoek 2,5 jaar in beslag genomen. Wij denken dat de zaak het grootste gedeelte daarvan op de plank heeft liggen wachten op een gunstig moment om met de uitslag van het nieuwe onderzoek naar buiten te komen. Dat gunstige moment was er kennelijk afgelopen week.

Zelfs het Cold Case Team van Den Haag en de verantwoordelijk officier van justitie konden niet langer volhouden dat Larissa door haar paard was doodgebeten. Ook de deskundigen van het NFI kwamen nu ineens tot de conclusie dat Larissa niet was doodgebeten door haar paard. De technisch rechercheur die de zaak in 2007 opnieuw had aangekaart, had dus gelijk. Een excuus aan hem zou daarom op zijn plaats zijn.

Maar omdat het sprookje van het bijtende paard niet langer overeind kon blijven zaten politie en justitie met een groot probleem. Wat moest er nu naar buiten worden gebracht? Uiteindelijk werd het ene sprookje gevolgd door het andere. De fantasie van de betrokkenen kent kennelijk geen grenzen. Volgens het nieuwe sprookje is Larissa destijds van haar paard gevallen, met een voet in  de stijgbeugel blijven hangen en toen door haar paard  meegesleurd. Daarbij zou ze met haar keel langs een roestige spijker in de afrastering zijn getrokken. Hoe ze dan aan de afweerverwondingen aan haar rechterhand komt laat men gemakshalve maar onbesproken.

Ons advies aan het Cold Case Team van Den Haag is om het proces-verbaal van onderzoek in deze zaak af te sluiten met de zin die we allemaal nog uit onze jeugd kennen: “ Toen kwam er een olifant met een hele lange snuit en die blies het sprookje uit.”

Want met een gedegen feitenonderzoek heeft dit allemaal niets te maken. Het is te belachelijk voor woorden.

Schaamte

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond was PVDA-kamerlid Ahmed Marcouch te gast in het programma van Jeroen Pauw. De aanleiding voor zijn komst was het feit dat Marcouch in de 2e kamer heeft voorgesteld regels vast te stellen voor het filmen van politiemensen tijdens hun werkzaamheden op straat. Een van de regels die hij wil invoeren is dat de betrokken politiemensen onherkenbaar in beeld worden gebracht als dergelijke filmpjes op internet worden gezet, dit ter bescherming van de privacy van de agenten.

Een van uw redacteuren heeft 40 jaar bij de politie gewerkt en ik snap niet waarom politiemensen ten koste van alles anoniem willen blijven. Ik heb zelf in een kleine plaats gewerkt en iedereen wist dat ik bij de politie werkte. Ik kwam mijn “ klanten” ook in mijn vrije tijd tegen, ik was zelfs lid van dezelfde voetbalclub als sommige van mijn “klanten.” Ik heb dat nooit als een probleem ervaren omdat ik wist dat ik mij nergens voor hoefde te schamen. Ik probeerde mijn werk zo goed mogelijk te doen en ik behandelde iedereen zoveel mogelijk op een normale manier.

Net als veel Nederlanders zie ik regelmatig op het internet filmpjes waarin het optreden van politiemensen te zien is. Regelmatig begrijp ik wel waarom de betrokken agenten niet herkenbaar in beeld willen komen. Hun optreden is namelijk vaak ver beneden ieder niveau. Zij hebben er daarom alle belang bij niet herkenbaar in beeld te komen. Jeroen Pauw voerde tijdens het gesprek onder meer aan dat zonder die filmpjes op internet we niet zouden weten dat politiemensen toch nogal eens over de schreef gaan. Een argument dat ik deel.

Toen ik vanmorgen na het ontwaken op de site van de Telegraaf keek, begreep ik direct weer waarom het van groot belang is dat het optreden van de politie kritisch wordt gevolgd. Op die site stond een filmpje waarin te zien is dat een oudere man, de 72 jarige Piet Visser, een coffeeshop in Den Haag komt inlopen. Hij wordt al snel gevolgd door een politieman die de handboeien al in zijn hand heeft. Ik weet niet wat er zich buiten precies heeft afgespeeld, maar wat er daarna gebeurt bezorgt mij het schaamrood op de kaken.

De politieman slaat direct zonder zichtbare aanleiding Piet Visser in het gezicht en grijpt hem vast. Direct daarna komen er nog enkele politiemensen het pand binnen en ook zij beginnen hem in te slaan. Ook wordt hij aan zijn haren getrokken. In totaal heb ik uiteindelijk 5 of 6 politiemensen geteld. Aan het einde van het filmpje is te zien dat de zichtbaar in elkaar geslagen man, geboeid het pand wordt uitgesleept.

De gezichten van de betrokken politiemensen zijn in dit geval niet herkenbaar in beeld gebracht. Daar mogen ze heel blij mee zijn. Het is trouwens goed dat de mannen in uniform gekleed waren, alleen daaruit kun je opmaken dat het om politiemensen gaat. Uit hun gedrag is dat zeker niet af te leiden.

Ze moeten zich schamen.