Skip to content

Ontploffing handgranaat in scene gezet

Door Waarheidsvinder

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

De beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger.

Wij zijn het met de onderzoekers eens dat er niets duidt op betrokkenheid van een derde persoon, maar wij zijn het niet eens met de conclusie dat Groenendijk en Admilson samen verantwoordelijk zijn voor de ontploffing. Dit is slechts één van de mogelijke scenario’s. De andere twee mogelijke scenario’s zijn dat Groenendijk of Admilson alleen heeft gehandeld en die scenario’s zijn niet onderzocht.

Na bestudering van het dossier kunnen wij niet tot een andere conclusie komen dan dat Groenendijk niets met het plaatsen van de handgranaat te doen heeft gehad. Hij is alleen maar slachtoffer en heeft geluk gehad dat hij niet door de ontploffing om het leven is gekomen.

Uit het dossier blijkt dat Admilson een dag voor de ontploffing al was opgevallen. Terwijl hij met een collega over het terrein loopt, vindt hij “toevallig” een handgranaat onder het wiel van een dienstauto. Het is duidelijk dat de granaat daar opzettelijk is neergelegd. In plaats van alarm te slaan en te voorkomen dat er ongelukken zullen gebeuren, pakt Admilson de granaat direct op en loopt er mee naar een sergeant die meestal met dit voertuig rijdt. Deze schrikt van het verhaal maar besluit samen met de pelotonscommandant geen ruchtbaarheid aan de zaak te geven. De zaak gaat in de doofpot.

Onze hypothese

Uit het dossier blijkt dat Admilson R. graag iemand wil zijn, hij wil erkenning. Die hoopt hij in eerste instantie te vinden door zijn werk als mineur heel serieus te doen. Maar tot zijn teleurstelling vindt hij nooit een bermbom, hij krijgt daardoor niet de erkenning waarop hij hoopt.

Maar dat gebrek aan erkenning blijft aan hem vreten en op 6 maart 2010 doet hij een poging om die erkenning alsnog te krijgen. Hij legt die dag een handgranaat voor een wiel van het dienstvoertuig van sergeant J. Niet met de bedoeling om hem van het leven te beroven, maar om het leven van hem zogenaamd te redden. Hij zorgt er voor dat er iemand bij hem is als hij de handgranaat “toevallig” vindt.

In plaats van alarm te slaan, pakt hij de handgranaat op en loopt er mee naar sergeant J. Hij verwacht dat J. de ernst van de zaak zal inzien en dat hij daarna als een held zal worden gezien. Dat gebeurt niet. Tot zijn verbijstering wordt de zaak door Jansen in de doofpot gestopt en daarmee krijgt Admilson niet de heldenrol toebedeeld die hij graag had willen hebben.

Op 7 maart 2010 doet hij een nieuwe poging als held erkend te worden. Hij plaats deze keer een handgranaat in de Bushmaster, maar deze keer zet hij de granaat op scherp. Hij legt hem op een zodanige manier neer dat de handgranaat alleen zal ontploffen nadat iemand de granaat ongewild in beweging brengt.

Als excuus voor zijn aanwezigheid in het voertuig gebruikt hij de smoes dat hij de i-Pod van collega Groenendijk wil lenen en dat die altijd in het voertuig ligt. Als hij de handgranaat heeft geplaatst gaat hij op zoek naar een collega, wiens leven hij kan “redden.”

In de buurt van de Bushmaster komt hij een collega tegen die op dat moment van plan is het boordwapen van de Bushmaster te verwijderen omdat hij er onderhoud aan wil plegen. Op verzoek van Admilson gaat deze collega in de Bushmaster op zoek naar de i-Pod van Groenendijk. Admilson gaat ook mee het voertuig in maar blijft veiligheidshalve op enige afstand achter hem. Het zoeken van de collega is kennelijk te oppervlakkig en de handgranaat blijft daardoor liggen waar hij ligt.

Admilson gaat daarop terug naar Erik Groenendijk en vraagt ook hem te helpen met het zoeken naar de i-Pod . Groenendijk weet dat zijn i-Pod voorin het voertuig moet liggen en zet daarom alles op alles om hem te vinden. Daarbij brengt hij op een bepaald moment onbedoeld de door Admilson geplaatste handgranaat in beweging. Nu krijgt Admilson wel zijn zin, nu kan hij de held zijn. Hij gilt tegen Groenendijk dat hij het voertuig uit moet. Als de handgranaat na enkele seconden ontploft is Groenendijk inmiddels nagenoeg buiten het voertuig waardoor hij slechts licht gewond raakt. Admilson zelf, die natuurlijk wist wat er zou gebeuren, staat inmiddels al enkele meters achter de Bushmaster.

Admilson denkt nu een held te zijn, want iedereen zal begrijpen dat hij het leven van Groenendijk heeft gered. Helaas voor hem hem gaat de vlieger ook nu niet op. De onderzoekers stellen al snel vast dat er geen derde persoon verantwoordelijk kan zijn voor de ontploffing van de handgranaat. De vingers wijzen daarom direct al richting Groenendijk en Richter.

In plaats van serieus onderzoek te gaan doen naar beide voorvallen, de handgranaat onder de auto van sergeant J. en de handgranaat in de Bushmaster, beperken de onderzoekers zich alleen tot het laatste voorval. Groenendijk en Admilson worden beiden als verdachte aangemerkt.

Het lukt de onderzoekers niet bewijs voor de schuld van Groenendijk en Richter te vinden en daarom worden beiden uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd.

Maar de militaire autoriteiten denken daar anders over de schuldvraag. Zij houden Groenendijk en Richter beiden verantwoordelijk voor het ontploffen van de handgranaat. Het is afgelopen met hun militaire carrière. Beiden verlaten in 2012 het leger via de achterdeur.

Admilson komt na zijn vertrek uit het leger weer negatief in beeld. Deze keer omdat hij in Drenthe betrokken is bij de moord op drie onschuldige mensen. De moord op de 55 jarige Berend Smit uit Dwingeloo en op het 77 jarige echtpaar Jan en Greet Veenendaal uit Exloo. Voor die zaken is hij inmiddels veroordeeld.

Erik Groenendijk probeert nu via een rechtszaak rehabilitatie te krijgen. Dit verdient hij zeker, of hij het zal krijgen is nog de vraag. De waarheid is nu eenmaal niet altijd leidend.

Zwijgen van verdachte is in Groningen reden om zaak te seponeren

Door Waarheidsvinder

Het overlijden van de 8 jarige Shaleyne Remouchamps

Op 8 juni 2015 rond 01.20 uur hoort een bewoner van de flat De Arend in Hoogeveen buiten een harde klap. Hij denkt daarbij aan het neerkomen van een van bovenaf gegooide vuilniszak. Als hij gaat kijken ziet hij dat het niet om een vuilniszak gaat maar om een mens. Voor de flat ziet hij het lichaam van een jong meisje liggen. Het blijkt te gaan om de 8 jarige Sharleyne Remouchamps. Hij kent het meisje en weet dat ze samen met haar moeder op de 10e verdieping van de flat woont.

Hij rent naar beneden en ziet dan direct dat Sharleyne niet meer leeft. Hij belt daarop direct de politie.

Als hij omhoog kijkt ziet hij boven op de galerij de moeder van het meisje staan. Ze kijkt even naar beneden en het lijkt er op dat ze schrikt als ze de buurman naar boven ziet kijken. Even later ziet de buurman haar een woning op de 2e verdieping van de flat binnengaan. Daar blijft ze even binnen en komt dan weer naar buiten. Hij ziet haar daarna de flat uitkomen. Maar in plaats van dat ze naar haar dochter toekomt, loopt ze naar en auto op het parkeerterrein en begint daar in te rommelen. Op geen enkele manier toont ze belangstelling voor haar dochter.

Als de politie het verhaal van de buurman heeft gehoord, houden ze de moeder aan als verdachte van moord cq doodslag op haar dochter. Kennelijk denkt de politie dat de zaak daarmee is opgelost, want, hoewel normaliter voor dit soort zaken een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt opgeroepen, wordt in dit geval de zaak door het betreffende wijkteam afgehandeld.

Tijdens de sectie worden er op het lichaam van Sharleyne sporen van verwurging aangetroffen, maar de patholoog stelt uiteindelijk vast dat Sharleyne door de val is overleden. Daarna wordt er niet meer over de wurgsporen gesproken, alsof het normaal is dat 8-jarige kinderen gewurgd worden. Een van de redenen daarvoor is dat het strottenhoofd van het kind niet gebroken is. Het vreemde is echter dat de arts die dit heeft vastgesteld zelf concludeert dat dit niets zegt omdat het strottenhoofd van een dergelijk jong kind nog uit niet verhard kraakbeen bestaat.

Als snel blijkt dat de zaak minder eenvoudig is dan men aanvankelijk dacht. De moeder weigert iedere medewerking en beroept zich voortdurend op haar zwijgrecht. Omdat ook het Forensisch onderzoek onvolledig is, zit men na enkele dagen met de handen in het haar. De officier van justitie beslist dan dat de moeder moet worden vrijgelaten. Kort daarna wordt de zaak door hem geseponeerd.

Als de vader van het meisje zich beklaagt over de onvolledigheid van het politieonderzoek en de beslissing van de officier van justitie om de zaak te seponeren krijgt hij een opmerkelijke reactie. De reactie van Justitie is dat men de zaak heeft geseponeerd omdat de moeder niet wil meewerken en dat daardoor niet kan worden vastgesteld wat er is gebeurd. Men houdt alle opties open, men sluit zelfmoord en een ongeluk niet uit en daarmee is het onderzoek teneinde.

Justitie in Groningen wekt daarmee de indruk dat een verdachte er goed aan doet zich op zijn of haar zwijgrecht te beroepen, want dan wordt hij of zij niet vervolgd. Wie dit begrijpt mag het zeggen.

Wij hebben het dossier in deze zaak bestudeerd. Voor ons is de zaak duidelijk. Sharleyne is met geweld om het leven gebracht. Het onderzoek moet derhalve worden heropend, het zwijgen van een verdachte kan geen reden zijn een onderzoek te stoppen. De feiten moeten leidend zijn en de feiten zijn wat ons betreft duidelijk.

Misschien heeft het lakse optreden van justitie ook te maken met het feit dat al voor de dood van Sharleyne een aantal mensen zich al langere tijd zorgen maakten om haar welzijn. Haar vader heeft alles in het werk gesteld om zijn dochter bij de moeder weg te laten halen, maar kreeg daarbij geen enkele steun van de officiële instanties, waaronder de politie. Het televisieprogramma Zembla schonk daar op 17 februari 2016 uitgebreid aandacht aan. Daaruit blijkt dat veel meer mensen en instanties zich bij hulpverleningsinstanties gemeld hebben, omdat men zich zorgen maakte over welzijn van van het kind. Een geraadpleegde voormalig kinderrechter noemde in dit programma de gang van zaken verbijsterend.

Als zou blijken dat Sharleyne door haar moeder vermoord zou zijn, dat zou de betrokken instanties wel heel slecht uitkomen. Door de zaak te seponeren zal het falen van de betrokken instanties, waaronder de politie, niet aan het licht komen.

Twee lessen kunnen we hieruit leren. Ten eerste: Het OM adviseert verdachten om tijdens verhoren niets te zeggen, want dit vergroot hun kans om de zaak geseponeerd te krijgen. Ten tweede: Wederom lijkt het voor politie en justitie belangrijker te zijn de schone schijn op te houden (wij maken geen fouten) dan de waarheid te achterhalen.

Dat hierdoor een weerloos kind straffeloos vermoord heeft kunnen worden is kennelijk van ondergeschikt belang.

 

Loze praatjes

Door Waarheidsvinder

Als we de politiewoordvoerders moeten geloven neemt de criminaliteit in Nederland voortdurend af. Een geruststellende gedachte voor de mensen die de mening van politiewoordvoerders nog steeds serieus nemen. Wij doen dat niet, wij weten dat de woordvoerders bedoelen dat het aantal aangiftes nog steeds afneemt en wij weten ook hoe dat komt. Niet door minder misdrijven, maar door het de burger zo moeilijk mogelijk te maken om aangifte te doen.

In het verleden werden aangiften van misdrijven alleen door rechercheurs opgenomen, maar dat vonden de hoge heren onzin. Iedereen kan immers alles en dus werd het opnemen van aangiftes overgelaten aan de mensen in het blauw, de man en vrouw in uniform. Die vonden dat maar niets en bovendien hadden de meeste ook onvoldoende kennis van zaken om een goede aangifte op te nemen. Ze klaagden steen en been, en vonden uiteindelijk gehoor.

De verantwoordelijken bij de politie ontdekten ineens dat het opnemen van en aangifte zo simpel was dat je daar geen “goed” opgeleide politiemensen voor hoefde te gebruiken. Men nam daarom goedkope burgerambtenaren in dienst, mensen met een lage opleiding die geen enkele politie-ervaring hebben en net zoveel verstand van politiewerk hebben als een olifant van sneeuwballen gooien. Daarnaast kon je als slachtoffer meestal alleen overdag een aangifte doen en dat is wel heel lastig als je moet werken. Je zag de kwaliteit met sprongen achteruit gaan, maar ondanks alle opgeworpen barricades bleven de aantallen aangiftes aanvankelijk nog steeds stijgen en dus kwam er een nieuwe truc. Poeier de burger af met een kletsverhaal.

Dat hebben ze in Hilversum goed begrepen. Een 81 jarige vrouw is in een winkel van haar portemonnee beroofd en stapt overstuur naar het politiebureau om aangifte te doen. Nadat ze heeft verteld wat er is gebeurd en dat ze de daderes van de diefstal ook heeft gezien krijgt ze de verrassing van haar leven. De vrouw achter de balie laat haar weten dat een aangifte geen meerwaarde heeft en dat ze maar naar de afdeling Gevonden Voorwerpen aan het gemeentehuis moet gaan. Daar zal haar portemonnee wel weer opduiken. De baliemedewerkster kan weer een tukje gaan doen en mevrouw moet het maar uitzoeken.

Maar omdat in de gestolen portemonnee ook haar identiteitsbewijs zat, en die moet je altijd bij je hebben want anders krijg je een bekeuring van de politie, stapt ze naar de politie in haar woonplaats Huizen om de vermissing van haar identiteitsbewijs aan te geven. Maar ook in Huizen kennen ze de nieuwe regels en mevrouw wordt ook daar als een klein kind weggestuurd.

Als de zaak in de publiciteit komt duikt er onmiddellijk een dik betaalde mooiprater op die uitlegt dat deze gang van zaken absoluut geen beleid is bij de politie. Ook de politie-woordvoerder van Midden-Nederland neemt onmiddellijk afstand van de manier waarop het slachtoffer is behandeld. “We hebben de betreffende medewerker hier inmiddels op aangesproken” luidt zijn standaardreactie.

Zolang de bezem niet door het politieapparaat gaat, zal het aantal aangiftes wel blijven dalen en daarom zullen we volgend jaar wel weer te horen krijgen dat de misdaad in Nederland afneemt.

Goed dat er politie is.

Meten met twee maten

Door Waarheidsvinder

Op 15 april staat met grote letters in het AD dat het Cold Case Team van de politie Den Haag een ruim 40 jaar geleden moord alsnog heeft opgelost nadat het programma Opsporing Verzocht eerder aandacht aan de zaak had besteed. Het gaat om de moord op de 76 jarige Daisy Gijsbers. Zij werd op 28 december 1974 in haar woning aan het Sweelinckplein in Den Haag vermoord. Natuurlijk is het prachtig dat de politie een oude moord oplost, maar met deze moord is iets bijzonders aan de hand, de zaak is namelijk al jaren verjaard. Volgens een politiewoordvoerster is de zaak weliswaar verjaard en is de vermoedelijke dader inmiddels overleden, maar het is toch mooi voor de nabestaanden dat ze de zaak nu kunnen afsluiten.

Wij zijn verbijsterd als we dit bericht lezen. Al jarenlang vragen wij om heropening van het onderzoek naar twee moorden in Leidschendam, een plaats die ook onder het Cold Case Team van Den Haag valt. Het gaat daarbij om de moord op de 76 jarige Elvalina Veira op 7 augustus 1984, door de politie ten onrechte afgedaan als een natuurlijke dood, en moord op de 89 jarige Anne Maria Kolstee op 22 augustus 1986. Beide slachtoffers woonden in het bejaardencomplex Duivenvoorde in Leidschendam, en van beide slachtoffers werd een groot aantal cheques gestolen. Die cheques werden later door een vrouw verzilverd.

Voor de moord op mevrouw Kolstee werd de toen 30 jarige bejaardenverzorgster Ina Post aangehouden. Tijdens het onderzoek bleek dat het handschrift op de van mevrouw Kolstee gestolen cheques overeenkwam met het handschrift op de van mevrouw Veira gestolen cheques. De politie ging er daarom aanvankelijk vanuit dat Ina Post ook verantwoordelijk was voor de diefstal van de cheques van mevrouw Veira, maar die verdenking kon men niet hardmaken. Om die reden werd Ina Post alleen vervolgd voor de moord op mevrouw Kolstee en voor die moord werd zij tot in hoogste instantie veroordeeld.

Inmiddels weten we dat Ina Post onschuldig is aan de moord op mevrouw Kolstee. Nadat haar veroordeling op 23 juni 2009 door de Hoge Raad was vernietigd, werd zij op 6 oktober 2010 alsnog door het Gerechtshof in Den Bosch vrijgesproken.

Men zou verwachten dat politie en justitie daarna een nieuw onderzoek zouden starten om alsnog te proberen de moord op mevrouw Veira en de moord op mevrouw Kolstee op te lossen. Dat doet men niet. Het argument daarvoor is dat beide zaken verjaard zijn.

Maar hoe kan het zijn dat men wel onderzoek doet naar de moord op Daisy Gijsbers? Haar zaak is nog veel ouder dan de moord op mevrouw Veira en de moord op mevrouw Kolstee. In de zaak van Daisy Gijsbers was er geen technisch bewijs, in de beide andere zaken is dat er wel.

Er is handschrift van de dader(es), er zijn in de woning van mevrouw Kolstee vingerafdrukken en de afdruk van een handpalm gevonden. Maar nog veel belangrijker is dat er DNA is gevonden van een onbekende man. Volgens justitie is er geen bewijs dat dit DNA van de dader is. Dat is een vreemde redenering. Het DNA is afkomstig uit het haarzakje van een uitgetrokken haar en werd aangetroffen op het lichaam van mevrouw Kolstee. Er is daarom een meer dan gerede kans dat het DNA van de dader is en dat het slachtoffer dat haar tijdens een worsteling uit zijn hoofd heeft getrokken. Daarnaast zijn er nog meer haren gevonden die niet van het slachtoffer en van Ina Post zijn.

Hoe het ook zij, je kunt pas met zekerheid iets over de herkomst van het haar zeggen als je onderzoek hebt gedaan. Een dergelijk onderzoek hoeft misschien niet lang te duren, want er is een vrouw die bij beide slachtoffers heeft gewerkt. Het minste wat politie en justitie zouden kunnen doen is te onderzoeken of de aangetroffen sporen en het handschrift van haar zijn en/of van iemand in haar directe omgeving.

Vandaag staat in De Telegraaf een groot artikel over deze zaak. Ook staat er een interview met Ina Post in de krant, waaruit blijkt dat het leven van Ina nog steeds wordt beheerst door haar onterechte veroordeling. Ina wil niets liever dan dat de werkelijke dader(es) bekend wordt. Pas dan kan ze haar leven weer echt oppakken.

In een reactie op het artikel in De Telegraaf zegt justitie dat men niet bereid is een nieuw onderzoek te beginnen. Men gebruikt daarvoor allerlei onzinnige argumenten. Men heeft duidelijk maling aan de gevoelens van Ina Post en van de nabestaanden van mevrouw Veira.

Net zo goed als wij dat weten, weten ook politie en justitie dat een nieuw onderzoek hoogstwaarschijnlijk zal uitwijzen dat en hoe men in het verleden heeft gefaald. En voor politie en justitie is er uiteindelijk altijd maar één ding belangrijk: het eigen imago. Daar moet alles voor wijken. De nabestaanden van Daisy Gijsbers hebben in Den Haag kennelijk meer rechten dan Ina Post en de nabestaanden van mevrouw Veira en mevrouw Kolstee. Een treurige zaak.

 

Over integriteit gesproken

Door Waarheidsvinder

Op deze site hebben wij al meerdere malen gewezen op de praktijken van recherchebureau Marple. Een bureau dat in opdracht van de provincies Groningen en Drenthe onderzoek deed naar vermeende misdragingen van provincie ambtenaren. Ambtenaren die de provincies kennelijk liever kwijt dan rijk waren , maar waarvoor geen grond was hen te ontslaan. Hoewel die onderzoeken een vermogen kostten en geen bewijs opleverden raakten toch alle betrokken ambtenaren hun baan kwijt.

Op zaterdag 26 maart 2016 zal Argos aandacht besteden aan de activiteiten van bureau Marple, dat destijds nog opereerde onder naam Suver. De aanleiding voor deze uitzending is het feit dat Raadsman Ferre van de Nadort uit Beilen de Nederlandse Staat aansprakelijk gaat stellen omdat die onvoldoende toezicht houdt op het werk van particuliere opsporingsbureau’s. Hij doet dit vanwege het optreden van detectivebureau Suver dat in opdracht van de provincie Groningen tegen vier ambtenaren een onderzoek instelde wegens vermeende fraude. De zaken leidden in geen van de gevallen tot aangifte bij de politie, de betrokken ambtenaren vertrokken met een regeling bij de provincie. De ambtenaren zijn door het optreden van het recherchebureau ernstig psychisch beschadigd, zegt hun raadsman van de Nadort. De rapporten van het detectivebureau staan volgens hem “vol met beschrijvingen van karaktereigenschappen” en andere niet ter zake doende informatie over vakantiebestemmingen en de aanschaf van auto’s of caravans. “ De staat heeft de plicht toezicht op deze bureaus te houden, maar van toezicht is in het geheel geen sprake. Mijn cliënten vinden dat hun persoonlijke levenssfeer is geschonden.”

In Nederland zijn zo’n 450 particuliere opsporingsbureaus. Het bureau Suver, dat door de provincie Groningen was ingehuurd, was niet aangesloten bij een van de brancheverenigingen en had geen keurmerk. Het bureau verzorgde in 2009 ook een integriteitscursus voor alle 900 ambtenaren van de provincie. Volgens de provincie kostte dat 160.000 euro. Die cursus werd verzorgd door Greet Elsinga en een van haar collega’s. Elsinga werkte tegelijkertijd als beleidsmedewerkster bij de landelijke politieacademie. In 2014 werd zij daar ontslagen omdat ze haar nevenactiviteiten niet had gemeld bij haar werkgever.

Als het allemaal niet zo treurig was, dan zou het lachwekkend zijn. Een recherchebureau dat zonder vergunning opereert, dat alle regels met voeten treedt, mag in de provincie Groningen een cursus aan provincieambtenaren geven om hen te leren zich aan de regels dienen te houden. Daarvoor mag de Groningse belastingbetaler dan wel 160.000 euro neertellen. Je vraagt je af wie dat heeft bedacht.

Het is goed dat er door Argos aandacht deze zaak wordt besteed. Enerzijds om de Groningse burger te informeren, want de regionale omroep RTV Noord laat het op dat punt toch wel afweten, en anderzijds om het Ministerie van Justitie in beweging te krijgen. Want als de pers in beweging komt, dan wordt de overheid veelal ineens ook wakker.

Noot 26 maart

In de uitzending liet verantwoordelijk gedeputeerde mevrouw Homan van Groen Links weten dat er niets mis is met de kwaliteiten van de onderzoeken van bureau Marple, het bureau had immers een vergunning. Ze is dan ook niet van plan de zaak in Provinciale Staten te gaan bespreken. Misschien dat mevrouw Homan nog eens naar het partijprogramma van Groen Links moet kijken. Daarin staat onder meer: ” Groen Links vindt dat burgers recht hebben op een zo transparant mogelijke overheid. Informatie die bij overheden rust moet wat Groen Links betreft veel vaker en sneller openbaar worden gemaakt worden.” Als wij mevrouw mevrouw Homan waren zouden wij ons in een hoekje gaan zitten schamen. Misschien zou zij dat ook moeten gaan doen.

Misstanden op ministerie van Veiligheid

Door Waarheidsvinder

Vandaag staat er een artikel in het NRC over hoe het Ministerie van Veiligheid en Justitie omgaat met medewerkers die misstanden op het ministerie melden. Volgens het artikel is op het departement er alles op gericht het blazoen schoon te houden. Of zo als wij dat altijd noemen: De waarheid is ondergeschikt aan het imago.

In het artikel komt niet zo maar iemand aan het woord, het gaat om Sjaak Jansen, voormalig vertrouwenspersoon integriteit op dat ministerie. Een citaat uit het artikel in het NRC: “Mijn ervaring is dat er strafexpedities werden ingesteld jegens ambtenaren die meldingen deden. Het eerste wat men op het ministerie deed is ontkennen, en vervolgens wegvegen. Alles was er op gericht om het blazoen schoon te houden. Melders van misstanden werden niet gepromoveerd of kregen vervelend werk te doen.”

Volgens het artikel werd Jansen tijdens zijn werk als Vertrouwenspersoon Integriteit het leven zuur gemaakt. Zijn contactgegevens werden verwijderd van het intranet van het ministerie en meldingen van misstanden werden doorgeschakeld naar een ondergeschikte van Pieter Cloo – indertijd de hoogste ambtenaar op het ministerie. De jaarverslagen die Jansen schreef waren digitaal niet terug te vinden voor medewerkers.

Uiteraard was er direct na het verschijnen van het artikel een voorlichter van het ministerie die zegt dat men zich niet herkent in de woorden van Jansen. Die zin heeft iedere voorlichter uit zijn hoofd geleerd.

De gang van zaken op het ministerie van V en J is helaas niet uniek. Bij politie en justitie is het de normaalste gang van zaken dat fouten en kritiek onder tafel worden geveegd. Melders van misstanden zijn altijd de klos, wij kunnen er uit eigen ervaring over meespreken. Uiteindelijk heeft onze goed onderbouwde kritiek ertoe geleid dat wij onze baan bij de politie Groningen zijn kwijtgeraakt. Ook toen was het imago belangrijker dan de waarheid.

Ook bij het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen stuiten wij voortdurend op een muur van onwil. Politie en justitie doen er alles aan om de waarheid onder tafel te houden en rechters laten dat te vaak gebeuren. Lukt het uiteindelijk niet om de waarheid tegen te houden, zoals bijvoorbeeld bij de Puttense moordzaak, de Schiedammer Parkmoord en de zaak Ina Post, dan volgen geen sancties tegen de mensen die voor dat broddelwerk verantwoordelijk zijn.

Wij vrezen dat ook in deze zaak er uiteindelijk niets wezenlijks gaat veranderen op het ministerie van V en J. Er zal wel weer een hoop geroepen worden door politici die graag wat media aandacht willen hebben. De eerste Kamervragen zijn inmiddels al gesteld en verantwoordelijk VVD-minister Van der Steur moet voor 16.00 uur schriftelijk reageren.

Wij hebben daar geen hoge verwachtingen van. Deze minister heeft er al meerdere malen blijk van gegeven dat hij prima past op een ministerie waar de waarheid geen enkele rol speelt. Het zal weer een spektakel in de Tweede Kamer gaan opleveren, maar uiteindelijk zal hij er wel weer mee wegkomen.Er zal ook nu niets veranderen vrezen we. Ook deze keer zal de waarheid weer het kind van de rekening worden.

Misschien wordt het tijd voor een naamsverandering van het ministerie. De door Jansen geschilderde gang van zaken duidt immers meer op onveiligheid dan op veiligheid.

De bekentenis als doel?

Door Waarheidsvinder

Korte tijd geleden heeft één van ons meegewerkt een aan scriptie van een studente van Fontys Hogeschool in Tilburg. Het onderwerp van de scriptie was gerechtelijke dwalingen. Uw redacteur legde haar onder meer uit dat bij nagenoeg alle gerechtelijke dwaling in Nederland sprake is van één of meer valse bekentenissen. Ik heb haar verteld dat naar mijn mening die verdachten hebben bekend onder grote druk van de politie. Soms was er zelfs sprake van bedreigingen of valse beloftes. Die verdachten waren dan zo wanhopig geworden dat ze uiteindelijk alles vertelde wat de verhoorders wilde weten.

Die bekentenis, hoe afwijkend die soms ook van de feiten was, leidde dan uiteindelijk tot de veroordeling van die verdachte en soms ook van medeverdachten. Mijn stelling is dat een valse bekentenis die als bewijs wordt gebruikt een brevet van onvermogen is van politie, justitie en de rechters.

Na de dwaling met de Schiedammer Parkmoord – ook in die zaak werd aanvankelijk, dankzij een valse bekentenis, een onschuldige veroordeeld – stelde het College van Procureurs-generaal een commissie in die onderzoek moest doen naar de oorzaken van deze dwaling. Deze commissie stond onder leiding van advocaat-generaal Frits Posthumus. Ook Frits Posthumus is door de studente benaderd. In een gesprek met haar verklaarde hij over valse bekentenissen:

Als iemand een bekentenis heeft afgelegd, het uitgangspunt is dat die bekentenis klopt. Als de verdachte om welke reden dan ook een valse bekentenis aflegt dan ligt de kiem van dat probleem toch bij die verdachte. Je kunt tegen een verdachte moeilijk zeggen : “u moet geen valse bekentenis afleggen.” Dan zullen de meeste verdachten denken, natuurlijk ga ik geen valse bekentenis afleggen. Er zijn gevallen waarbij mensen dat wel doen omdat ze psychisch in de war zijn of omdat ze iemand anders willen beschermen. En dat kan een heel overtuigende bekentenis zijn, ook al klopt het niet helemaal.”

Hier spreekt iemand die een hoge functie bij het Openbaar Ministerie heeft en heeft moeten onderzoeken wat er fout is gegaan bij de Schiedammer Parkmoord. Als je dat bedenkt dan is het ontluisterend om te lezen wat deze man zegt. Hij heeft in ieder geval niets geleerd van zijn eigen onderzoek. Klakkeloos de schuld voor een valse bekentenis naar de verdachten te schuiven is niet alleen een belediging voor de mensen die een valse bekentenis hebben afgelegd, het geeft ook aan dat hij geen idee heeft hoe verhoren dienen plaats te vinden.

Natuurlijk zijn er soms mensen die spontaan een valse bekentenis afleggen. Meestal zijn dat inderdaad mensen met een stoornis die graag aandacht willen hebben. Bij de bekende gerechtelijke dwalingen ging het echter helemaal niet om mensen met een stoornis. Het ging om mensen die onder grote druk van de verhoorders uiteindelijk bekenden. Het was dus niet hun schuld dat ze een valse bekentenis aflegden, maar de schuld van de verhoorders.

Ook de uitspraak van Posthumus dat het uitgangspunt is dat een bekentenis klopt, getuigt van weinig of geen kennis van zaken. Iedere rechercheur leert dat de bekentenis niet het einde van onderzoek betekent maar het begin is van het onderzoek. Alles wat de verdachte in zijn bekentenis heeft verteld dient ondersteund te worden door feiten, er moet sprake zijn van daderwetenschap. De verdachte moet in zijn bekentenis dingen vertellen die alleen de dader zou kunnen weten. Pas als dat het geval is, dan is er sprake van een bruikbare bekentenis.

Als je kijkt naar de bekentenissen in de erkende gerechtelijke dwalingen in Nederland dan valt op dat die bekentenissen geen daderwetenschap bevatten en soms zelfs duidelijk niet kloppen met de feiten. Volgens Posthumus is dat laatste kennelijk niet belangrijk want volgens hem kan een bekentenis heel overtuigend zijn ook als die niet helemaal klopt.

Zolang dit soort uitspraken wordt gedaan door mensen die in de top van het Openbaar Ministerie werken, dan is er weinig hoop op verbetering.

Over waarheidsvinding gesproken

Door Waarheidsvinder.

Vandaag kregen wij een e-mail van oud-hoofdcommissaris van politie Jan Blaauw. De inhoud van zijn bericht vonden wij dermate van belang dat wij dit bericht, met zijn toestemming, hieronder opnemen.

Nadat in mei 2008 de werkelijk dader van de z.g. Puttense moordzaak (1994) was achterhaald, deed de toenmalige minister van Justitie mr. Hirsch Ballin, nog diezelfde maand aan de Tweede Kamer de toezegging het onderzoek in deze gruwelijke moord, na afronding, op ” grondige wijze ” te zullen laten evalueren. Waarheidsvinding in optima forma dus?

Zeven jaar later, in september 2015, verscheen vanuit het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het uitgebreide en indrukwekkende rapport Focus in de opsporing. In hoofdstuk 2.2  ” Analyse afgesloten strafzaken” staat hierin onder meer: ” Ook bleek een analyse van de de Puttense moordzaak moeilijk uitvoerbaar. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de Puttense moordzaak, net als de zaak Lucia de Berk niet mee te nemen in dit onderzoek en de analyse te beperken tot de Schiedammer Parkmoord en de zaak Ina Post.”

Op 25 september 2015 zond minister Van der Steur een Kabinetsreactie aan de Tweede Kamer. Op pagina 1, voetnoot 3, staat het volgende vermeld: ” In de discussie rondom de Puttense moordzaak is door mij ambtsvoorganger in 2008 een externe evaluatie toegezegd. Tijdens de begroting van 2015 heb ik u laten weten dat gekozen is voor het opleveren van een breder onderzoek naar tunnelvisie. Met het onderhavige WODC-onderzoek voldoe ik aan deze toezegging.” Met die laatste zin kan minister Van der Steur naar mijn opvatting niet anders bedoeld hebben dan uitvoering geven aan de genoemde toezegging van zijn ambtsvoorganger Hirsch Ballin.

Bovenvermeld keuze van het WODC- de Puttense moordzaak niet mee te nemen in dit onderzoek- duidt echter precies op het tegenovergestelde. De vraag blijft daarom: Komt er nu wel of niet een externe grondige evaluatie van de Puttense moordzaak? Zo neen, waarom niet?, en wie heeft, wanneer, aldus beslist?

Voor alle duidelijkheid: juist het (eerste)  onderzoek in de Puttense moordzaak is dé  zaak, waar waarheidsvinding via  een  ‘breder onderzoek naar tunnelvisie’ ongetwijfeld de nodige buitengewoon leerzame lessen zal opleveren voor zowel de politie en de  justitie, als de  rechterlijke macht.
Tot slot vraag ik mij nog af:  is  ‘voetnoot 3’   misser nr. 4  van minister Van der Steur?

Tot zover het bericht van oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw.

Ook wij vragen ons af wat Van der Steur nu werkelijk heeft bedoeld met zijn opmerking over de toezegging van een externe evaluatie van de Puttense moordzaak. Wij vrezen dat hij gewoon bedoelt dat de Puttense moordzaak en de zaak Lucia de Berk gewoon blijven liggen waar ze al lagen, namelijk in de onderste lade van zijn bureau.

 

 

Een gemiste kans

Door Waarheidsvinder

Aangehouden verdachten hebben vanaf 1 maart het recht op een advocaat tijdens een politieverhoor. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag bepaald.

“Dit betekent dat de verdachte voordat het verhoor begint moet worden gewezen op dit recht”, licht de Hoge Raad toe. “Als de verdachte niet duidelijk afstand doet van dit recht, moet er bij elk verhoor een advocaat aanwezig zijn.”

In april 2014 bepaalde de Hoge Raad al dat het recht op een advocaat wettelijk moest worden geregeld. De vraag of deze vorm van juridische bijstand in Nederland zou worden toegestaan, heeft strafjuristen jarenlang beziggehouden. De nieuwe wet sluit aan bij Europese jurisprudentie en een huidige EU-richtlijn.

Eindelijk lijkt de zaak nu geregeld te zijn. Maar dat is maar schijn, want de Hoge Raad heeft vervolgens ook bepaald dat wanneer niet aan het recht wordt voldaan dat dit niet automatisch betekent dat een zonder advocaat afgelegde verklaring niet voor het bewijs tegen iemand mag worden gebruikt. De rechter moet in zo’n geval zelf bepalen of en zo ja, welke sanctie is.

Willekeur dus. Want er zullen politiemensen zijn, die wetende dat er geen keiharde sanctie op overtreding staat, zullen proberen zoveel mogelijk deze bepaling te omzeilen en dat zou niet moeten kunnen.

Door deze escape te bieden, maakt de Hoge Raad er zelf een potje van.

Een gemiste kans

Yolande Magy, een Belgische dwaling

Door Waarheidsvinder

Kort geleden schreven we nog dat men in België geen gerechtelijke dwalingen kende. Daar lijkt nu eindelijk verandering in te zijn gekomen. Yolande Magy zit al 7 jaar vast voor medeplichtigheid aan moord zonder dat er enig bewijs was voor haar betrokkenheid. Nadat eerst het Europees Hof de vloer had aangeveegd met haar veroordeling deed het Hof van Cassatie in België dat kortgeleden ook. Volgens er Hof had Yolande Magy destijds geen eerlijk proces gehad. Yolande moet worden vrijgelaten en de zaak moet nu helemaal over. Justitie in België probeert, net zoals we dat vaak in Nederland zien, de vrijlating van Yolande nog wat te traineren maar ze zullen er echt aan moeten geloven.

Daarnaast gaan er in België serieuze stemmen op om de stoppen met de jury-rechtspraak. Uiteindelijk krijgt men ook daar door dat het oordeel van leken niet het lot van een medemens mag bepalen zeker niet omdat er vaak niet wordt geoordeeld op basis van feiten maar op basis van gevoelens.

Een niet onbelangrijke rol in deze zaak lijkt te zijn gespeeld door journalist Douglas de Coninck van het Belgische dagblad De Morgen. Kort geleden schreef hij nog een groot artikel over de zaak. Dat artikel kunt u hier lezen. Yolande was toen nog in afwachting van het oordeel van het Hof van Cassatie.

Het artikel uit De Morgen

Ik zit hier nu zeven jaar. Onschuldig.

Yolande Magy (66) weet dinsdag of er een nieuw proces komt. Sinds 2008 zit ze in de cel voor medeplichtigheid aan moord en moordpoging. In ruil voor een bekentenis had ze zo weer op vrije voeten kunnen zijn. ‘Ik val nog liever dood.’

“Als ik u niet kan krijgen”, zei hij, “dan niemand niet.”

De woorden werden haar toegefluisterd door de man naast haar op de houten beklaagdenbank van het Antwerpse assisenhof waar ze tien dagen lang zij aan zij hadden gezeten. Het was vrijdag 17 oktober 2008 en voorzitter Dirk Thys had zonet de strafmaat uitgesproken. Hij, Willy Van Gorp, kreeg 25 jaar gevangenisstraf voor de moord op zijn echtgenote Gilberte Timmermans. Zij, Yolande Magy, kreeg 23 jaar voor medeplichtigheid en moordpoging.

”Hij zit allang weer thuis en ik zit hier”, zegt Yolande Magy (66), nadat ze tegenover ons heeft plaatsgenomen aan het bezoekerstafeltje in de gevangenis van Brugge. De gemiddelde leeftijd van de gedetineerden rondom ons ligt onder de vijfentwintig en oranje is hier niet het nieuwe zwart. De meisjes dragen allemaal een witte schort, wat hen een beetje het uitzicht geeft van verpleegsters uit de Eerste Wereldoorlog, een indruk die wordt versterkt door één meisje dat vanuit haar cel haar baby heeft meegebracht. “Zeg eens dag papa.”

Yolande Magy is klein van gestalte, draagt zorg voor haar kapsel en vingernagels, en zegt dat elk ontwaken nog altijd een overlevingsstrijd is – een even haperend besef dat dit echt is. “In die beklaagdenbank, toen hij me die woorden toefluisterde, begreep ik pas wat me was overkomen. Dit was altijd zo gepland, van de allereerste dag.”

‘Willy? Welke Willy?’

Tijdens het assisenproces, waar ze in sommige kranten werden gepresenteerd als “duivels koppel”, waren Willy en Yolande het over alles oneens, te beginnen met de eerste kus. Ondervraagd door de rechter, wist Willy die te situeren in het jaar 1964, op de boerentram op de Bredabaan tussen Ekeren-Donk en Merksem.

Ze waren nog tieners. Hij was het lokale voetbaltalent, zij het meisje van de grote stad, uit Brussel, dochter van een naar het Fort van Brasschaat overgeplaatste militair. Ze droeg naar de normen van deze landbouwregio opvallende jurkjes en sprak met een rollende ‘r’. Yolande ging naar de kappersschool, Willy naar de vakschool. Hij vertelde de dames en heren van de jury dat hij geregeld met opzet zijn tram miste. “Om bij haar te kunnen zijn.”

Wat een prachtig verhaal, vond iedereen.

Yolande Magy: “Wij zaten met groepjes jongelui op de tram, in de laatste wagon. Jongens en meisjes. En wij deden onnozel. Ik had altijd zo’n houten hoofd bij me, waarop ik als kapster mijn oefeningen moest doen. Ik gooide dan wel eens dat hoofd omhoog in de tram. Hij, Willy, hoorde bij een groepje jongens. Ik zie hem nog zitten, wat teruggetrokken, schuchter. We hebben nooit gekust; hij durfde me amper aankijken. Hij zat naar me te staren en als ik terugkeek, draaide hij zijn hoofd snel weg.”

Hun levens groeiden later uit elkaar, met gelijklopende wendingen: een slecht huwelijk, kinderen, een nieuw slecht huwelijk. Willy gaat samenwonen met zijn tweede vrouw Gilberte Timmermans in Brecht. Ze hebben zijn moeder, 90 jaar, in huis gehaald en Willy vindt zijn leven maar niks.

Het is op een avond in 2004 dat hij, al halfweg de vijftig, blijft hangen bij Spoorloos op VT4. Researchers van het programma herenigen dochters na 20 jaar met hun vader, brengen moeders na 30 jaar tot bij de zoon die ze ooit hebben gebaard, desnoods ergens in een dorp in de zool van Italië. Er is een website en daar kun je de makers contacteren als je zelf ook naar iemand op zoek bent.

Yolande Magy: “Mijn moeder belde me. Ze zei dat ze was gebeld door Spoorloos. Toen ik zijn eerste sms kreeg, had ik geen flauw idee wie hij wezen mocht. Willy? Welke Willy?”

Het was donderdag 6 januari 2005 toen hij voor haar deur stond, in Kortrijk. Met een boeket van negenendertig rode rozen en één witte. Yolande Magy: “Een rode roos voor elk jaar dat we elkaar niet hadden gezien. Een witte voor het nieuwe jaar 2005. Ons jaar. Dan voel je je wel even omvergeblazen.”

Paddenstoelenjacht

De relatie zal na acht maanden stranden. Zij zet hem aan de deur, omdat ze in hem een loser is gaan zien, die de hele dag door geen klap uitvoert. Omdat hij er na al die maanden nog steeds niet is toe gekomen om een keuze te maken. Hij woont nog steeds bij zijn Gilberte, zit aldoor te jammeren over zijn lot en zijn triestige leven.

Op zaterdag 19 november 2005 vermoordt hij Gilberte. Willy kruimelt eerst vier geplette tabletten Acedicon in haar avondsoep; als zij daar alleen maar misselijk van wordt en op bed gaat liggen, ploft hij zich met zijn volle gewicht op haar. “Ik duwde met mijn linkerhand tegen haar neus en mond, en duwde met mijn rechterhand haar hoofd in het kussen”, aldus zijn bekentenis. “Ik liet niet los.”

Yolande Magy herinnert zich dat hij haar belde. Dat er iets was gebeurd en dat ze moest komen.

”Ik moest naar mijn werk, ik deed de nacht bij Viva Xpress op Brucargo in Zaventem. Dus ik reed even langs bij hem. Voor mij was Willy een afgelopen verhaal, ik wou ‘m niet zien. Ik kom daar aan, zie hem staan voor de woning en krijg een naar gevoel. Ik ben doorgereden. Ik had al langer het gevoel dat hij zijn Gilberte iets zou aandoen. Ik had naar binnen kunnen gaan, zien wat hij had gedaan en de politie bellen. Achteraf praten is makkelijk.”

In zijn eerste verklaringen aan de politie zegt Willy dat hij alleen handelde. Dat hij nu al spijt heeft van wat hij heeft gedaan.

De politie begint daar anders over te denken als er, verborgen in een kast, een envelop wordt aangetroffen met een paar brieven van Gilberte – een noodkreet vanuit het koelvak van het mortuarium: ‘Voor wie deze brieven vindt, hier is de waarheid.’ Ze wist het heus wel, van die Yolande Magy. Voor de speurders is het duidelijk: er is een andere vrouw in het spel.

In een volgende verklaring komt Willy Van Gorp op zijn eerste versie terug. Hij zegt dat Yolande hem heeft geïnstrueerd, dat ze haar dood als een voorwaarde had gesteld om haar terug te winnen.

Hij zegt dat zij hem de Acedicon heeft bezorgd en instructies omtrent de soep. Hij zegt dat ze in de maand oktober samen paddenstoelen zijn gaan plukken in de bossen rondom Schoten-Deuzeld. “Gele met zwarte spikkels.”

Dat was het initiële plan: haar vergiftigen met mengsels van de vliegenzwam en de gele aardappelbovist.

Dubbeltje op z’n kant

In de hoofden van veel politiemensen speelt een oude levenswijsheid: Confessio est regina probationum. De bekentenis als koningin der bewijsstukken. De verdachte die bekent, is volgens een oude christelijke traditie begonnen aan de fase van gewetenszuivering. Spreekt vrijuit. De waarheid.

Yolande Magy: “Ik ben samen met mijn dochter gearresteerd, want eerst zagen ze ook haar als verdachte. Zij is alleenstaand, heeft twee kinderen. Wij zaten bij de politie en zij bleef maar jammeren dat de kinderen alleen thuis waren, dat ze naar huis moest. De volgende ochtend heeft ze een verklaring ondertekend waarin ze zei dat ik haar had verteld over de boswandelingen en de paddenstoelen. Meteen mocht ze naar haar kinderen terug. Ze heeft haar verklaring later ingetrokken, aanvoerend dat ze dat A4’tje alleen heeft ondertekend omdat ze anders niet naar huis mocht.”

De politie ontdekt in de kleine dorpsbibliotheek de inschrijving op naam van Willy Van Gorp, 21 oktober 2005. Hij heeft die dag een dvd geleend over giftige spinnen en later ook enkele boeken. Over hoe eetbare paddenstoelen te onderscheiden van giftige, en één getiteld Vrijwillige euthanasie in de praktijk. Daarover ondervraagd, zegt Willy dat het allemaal haar plan was. Dat ze samen naar de bib waren geweest, alles samen hadden gepland.

Yolande Magy: “Ik ben nooit in die bib geweest. Men heeft het voltallige personeel laten kijken naar foto’s van ons. Hem herkenden ze direct, mij niet. Men heeft biologen aan het werk gezet. Geen van die paddenstoelen groeit in dat bos. In die eerste maanden waren we allebei opgesloten, moesten we om de zoveel tijd samen voor de raadkamer verschijnen. Hij stuurde er altijd op aan dat we in de boevenwagen samen zouden worden geboeid: ‘Dan kan ik goed voor u zorgen.’ Hier begreep ik het. Dit was het, controledrang. Hij wou mij voor zich alleen.”

Na 167 dagen voorarrest in de Begijnenstraat in Antwerpen wordt ze in april 2006 zonder voorwaarden vrijgelaten door de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI). Ze wordt even later weer opgepakt, en weer vrijgelaten. De bewijslast is een dubbeltje op z’n kant.

Stom, die sms

Het assisenproces start op 3 oktober 2008 in het oude justitiepaleis van Antwerpen. Willy heeft al die tijd in de gevangenis gezeten; zij beleeft het in vrijheid. Ze ziet er opgeblazen uit, haar haardos is fel uitgedund. Er is kanker bij haar vastgesteld. Chemo en bestralingen hebben een wrak van haar gemaakt. Ze heeft al het geld dat haar rest, toevertrouwd aan advocaat Jan De Man, een assisenpleiter met 69 zaken op de teller.

Yolande Magy: “Het werd mijn proces, niet het zijne. Tegen hem diende niks te worden bewezen, tegen mij alles. Het is uitgedraaid op een karaktermoord. Ik, de slechte vrouw. Hij, de door zijn dromen ten onder gegane romanticus. Er kwamen mensen getuigen die zich niks herinnerden van wat ze aan de politie hadden verklaard. Er werden verklaringen voorgelezen van collega’s van mij, die zouden hebben beweerd dat ik op het werk verkondigde dat ‘mijn zoetje’ mij zó graag zag dat hij speciaal voor mij zijn echtgenote om het leven zou brengen.”

Ze kijkt om zich heen.

”Zie ik er zo stom uit? Stel, ik ben iemand die zijn vent ertoe wil brengen zijn vrouw te doden. Denkt u nu echt dat ik daarover ga spreken op mijn werk?”

Op het proces komen enkele van haar sms’jes boven water. Eentje dateert van kort na de breuk en ze beschuldigt hem ervan dat hij haar zwanger heeft gemaakt. De openbaar aanklager krijgt de lachers op de hand met de mededeling dat Yolande, 59 en allang in de menopauze, de arme Willy ook nog eens zo ver dreef om hem dit te doen geloven.

Yolande Magy: “Ik had een bloeding, had vreselijk veel pijn. Het was stom, die sms. Het zijn van die dingen die je doet als je je rottig voelt, emotioneel. Ik weet niet wat voor de jury de doorslag heeft gegeven. Ik voelde mij opnieuw het meisje van op de boerentram, het meisje van ‘t stad, omringd door allemaal mensen die mij als een indringster zagen, de femme fatale.

”Het maakte niet uit wat ik op mijn proces zei. Ik kon net zo goed tegen de muren praten. Het proces is een paar dagen stilgelegd nadat de aanklager tussen de in beslag genomen spullen de doos Acedicon opmerkte zoals de politie die had aangetroffen in mijn apothekerskastje. Ongeopend. Willy had dezelfde pillen besteld. Hij had ook daar vooraf over nagedacht. Maar in zijn doos ontbraken vier tabletten.

”Achteraf hebben we vernomen dat een van de juryleden de postbode was uit Brecht, een van Willy’s beste vrienden.”

Niet naar begrafenis van vader

Een fatik – een gedetineerde met een ondersteunende functie (betaalde arbeid) voor het gevangenispersoneel – hangt een sinterklaastekening aan het kurken prikbord. Alles voor de goede sfeer hier, in de bezoekersruimte van de vrouwengevangenis. De meeste meisjes hebben zich uitvoerig opgedirkt en beginnen bij het signaal dat aangeeft dat het bezoek ten einde loopt de man aan de overkant van het tafeltje passioneel te tongzoenen. Een beetje gênant wel.

Yolande Magy: “Ze zien mij hier als de bomma van de gevangenis, maar ik wil dat niet zijn. Dat is nu, alles bij elkaar, zeven jaar dat ik hier zit. Er zijn intussen acht mensen uit mijn omgeving gestorven onder wie mijn vader. Ik mocht niet naar zijn begrafenis, tenzij met de handboeien om, maar dat heb ik geweigerd.

”Soms denk ik: waarom moest het mij overkomen, bijna een halve eeuw lang de obsessie zijn van een maniak. Vindt u dat gezond? Geloofwaardig? Dat iemand op zijn vijftigste nog zo loopt te fantaseren over iemand uit zijn middelbare school?

”Intussen weet ik hoe je in België kunt doden zonder een spoor achter te laten, hoor. Hier in de gevangenis leer je elke dag bij. (lacht) Ik probeer het hoofd boven water te houden en de hele dag bezig te zijn, want alleen in je cel zitten is het meest ellendige. Ik werk in het atelier, ik plooi handdoeken, ik vul hygiënische zakjes met spulletjes voor ziekenhuizen.”

Het is hier, aan dit tafeltje, dat haar een dik jaar geleden werd verteld dat Willy wegens voorbeeldig gedrag was vrijgelaten en teruggekeerd naar Brecht, waar hem een feestcomité wachtte.

”Hij is vrij en ik zit hier”, zegt ze. “Het is overleven, maar ik kan dat. Ik heb kanker overwonnen, ik ga ook dit overwinnen.”

Vernietiging van het verdict

Justitieminister Koen Geens (CD&V) wil af van de assisenrechtspraak – met een volksjury die hoofdzakelijk op buikgevoel oordeelt, eerder dan dat wetenschap en forensische expertise bepalen of je schuldig bent of niet. Zijn plannen krijgen alom de wind van voren, maar het zijn cases als die van Yolande Magy die België weinig andere keuze lijken te laten.

Nadat ze de erfenis van haar vader aansprak en de Gentse advocaat Joris Van Cauter inhuurde, bekwam Yolande Magy op 24 februari van dit jaar de vernietiging van haar verdict door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In een persbericht somt het Hof kort en bondig de redenen op waarom Yolande Magy ten onrechte is veroordeeld: “Artikel 6 paragraaf 1 van de universele verklaring van de rechten van de mens, het recht op een eerlijk proces.”

Yolande Maggy is sindsdien officieel slachtoffer van een gerechtelijke dwaling, maar anders dan alle ons omringende landen kent België geen procedures om dwalingen te corrigeren, dus blijft ze in de gevangenis zitten. Het Hof vernietigt gerechtelijke verdicten en een vluchtige check laat zien wat voor landen het meest achterlopen op de beschaving: Turkije, Bulgarije, Moldavië, België.

Naast de veroordeling van Yolande Magy werden eerder dit jaar nog drie andere assisenverdicten vernietigd omdat ze waren uitgesproken zonder motivering. “In de meeste zaken gaat er zoveel jaar overheen voor het Europees Hof uitspraak doet dat het er voor de betrokkene niet echt meer toe doet”, zegt Joris Van Cauter. “De veroordeelde is allang weer vrij en de vrijspraak is louter symbolisch. Bij mevrouw Magy ligt dat anders, en dat maakt de zaak erg bijzonder.”

Er is Yolande al eens voorgesteld om iets te regelen via de psycho-sociale dienst van de gevangenis. Ze moet daar een paar documenten ondertekenen, blijk geven van “schuldinzicht”, finaal dus toch een bekentenis afleggen, en de poort van de gevangenis zwaait zo voor haar open.

Ze grijnst.

”Ik val nog liever dood. Ik heb niemand vermoord, ik heb niemand aangezet tot moord. Ik ben veroordeeld voor iets wat ik niét heb gedaan en eis wat mij toekomt. Een nieuw proces. Dat is wat er gaat gebeuren, hoe lang ze mij hier ook nog denken vast te houden.”

Dinsdag moet het Hof van Cassatie oordelen of er een nieuw proces komt. Het Hof lijkt weinig keuze te hebben en als het wordt wat het lijkt te gaan worden, mag ze misschien in de loop van volgende week naar huis. Joris Van Cauter geeft ons mee dat hij in afwachting van het arrest “liever niets gepubliceerd wil zien over deze zaak”.

Yolande zelf ziet dat anders. “Zeven jaar, da’s lang, mijnheer. De mensen mogen het stilaan weten.”

Aanvulling 4 december 2015

Justitie in België heeft zijn verzet toch moeten opgeven. Yolande May is vanavond vrijgelaten uit de gevangenis in Brugge.