Skip to content

Oude wijn

Door Waarheidsvinder

Deze week kwam naar buiten dat onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben ontdekt dat de politie tijdens verhoren meer informatie los krijgt van verdachten als deze niet teveel onder druk worden gezet. Volgens de onderzoekers leggen de verdachten vaker waardevolle verklaringen af als de rechercheurs open vragen stellen, wat humor tonen en de aanwezigheid van een advocaat toestaan. Verhoren die in een vijandige sfeer verlopen en waarbij veel gesloten en suggestieve vragen worden gesteld zijn over het algemeen minder effectief aldus onderzoeker criminoloog Willem-Jan Verhoeven in een artikel in het Nederlands Dagblad. Volgens hem is het de bedoeling dat docenten op de politieacademie de nieuwe bevindingen gaan gebruiken bij het opleiden van rechercheurs.

Wij denken dat deze onderzoeker helemaal gelijk heeft, maar het is wel oude wijn in nieuwe zakken. Op 28 augustus 2008 plaatsten wij op deze site onder de titel “Ondervragen doe je zacht” al een artikel van psychologe Simone de Schipper. In dat artikel bevestigt zij al dat een aangename sfeer en respectvol behandelen van de verdachten tot betere resultaten leiden. Dat zogenaamde harde verhoren meestal tot niets leiden.

De kennis over de juiste wijze van verhoren bestaat dus al jaren. Het probleem is alleen dat veel politiemensen en officieren van justitie er niet in geloven. Men wil ook tijdens de verhoren graag laten zien wie de baas is en dat doen ze door druk te oefenen en verdachten zonder enig respect te behandelen. Machogedrag dat veelal tot niets leidt.

Het gevolg van het feit dat er met dit soort onderzoeksresultaten nooit iets wordt gedaan, is dat na een aantal jaren een andere onderzoeker hetzelfde resultaat behaalt en daar opnieuw mee in het nieuws kan komen. Weer een mooi rapport maar daar blijft het meestal bij.

Het zou ons daarom verbazen indien er nu wel iets gaat veranderen.

Laakbaar politieoptreden

Door Waarheidsvinder

Op de site van AT5 kwamen wij wederom een staaltje van onprofessioneel politieoptreden tegen.

Steeds vaker worden er nepaanrijdingen in scene gezet om verzekeringsmaatschappijen op te lichten. Daarbij worden onschuldige mensen valselijk beschuldigd een aanrijding te hebben veroorzaakt en onder druk van de “slachtoffers” moeten ze vervolgens samen met hen een schadeformulier invullen waarna de “slachtoffers” verzonnen schades gaan claimen bij de verzekeringsmaatschappij van de “daders”. Een schoolvoorbeeld van valsheid in geschrifte en oplichting, waartegen helaas nauwelijks door de politie wordt opgetreden. Het kan echter nog erger.

In Amsterdam rijden twee dames in een auto op de Haarlemmer Houttuinen als zij plotseling geschreeuw naast hun auto horen. Als de bestuurster van de auto stopt en uitstapt ziet zij twee mannen met een scooter naast haar auto staan. Ze ziet daarna dat de mannen de scooter op de grond gooien en claimen dat zij door haar zijn aangereden. Een schoolvoorbeeld van een poging de verzekering op de lichten. Maar ondanks het feit dat de beide jongens zich zeer intimiderend opstellen en haar willen dwingen een schadeformulier in te vullen, weigert de vrouw dat. Ook het dwingen van de beide jongens is trouwens strafbaar.

De vrouw stapt snel weer in haar auto en belt de politie. Er komen daarop twee agenten ter plaatse. Aangezien hier sprake is van ontdekking op heterdaad zou je verwachten dat de agenten de beide mannen aanhouden ter zake de door ons beschreven strafbare feiten. Het tegendeel is echter waar. De beide agenten dwingen min of meer de vrouw om, samen met de beide mannen, een schadeformulier in te vullen waarmee de beide mannen kunnen proberen ten onrechte geld te claimen van de verzekeringsmaatschappij van de vrouw.

Je kunt je afvragen of de politiemensen zich daardoor niet ook schuldig maken aan een strafbaar feit. Zij dwingen immers de vrouw tot het meewerken aan een poging tot oplichting van haar verzekeringsmaatschappij. In ieder geval deugt hun optreden van geen kanten.

We mogen toch hopen dat de korpsleiding van Amsterdam de betrokken politiemensen ter verantwoording zal roepen, maar of dat ook gebeurt? Er zal wel weer een verhaal over werkdruk en prioriteiten komen, maar daar heeft dit politieoptreden niets mee te maken. Hier gaat het om een gebrek aan kennis van zaken, onwil en mogelijk strafbaar handelen. Dit soort politiemensen kunnen we missen als kiespijn.

Te weinig controle op werk politie

Door Waarheidsvinder

In het NRC van vandaag een artikel over een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Volgens dat onderzoek zou Nederland behoefte hebben aan een externe centrale instantie die toezicht houdt op politie en justitie. Het WODC heeft volgens de krant twintig experts in Nederland ondervraagd onder wie een lid van de Hoge Raad, twee raadsheren van gerechtshoven, enkele rechters, een officier van justitie, twee advocaten, twee hoge politiefunctionarissen, een aantal hoogleraren en politiewetenschappers.

Eigenlijk zou het toezicht op politie en justitie door de rechters moeten gebeuren maar door onder meer bezuinigingen is de rol van de rechters, volgens de onderzoekers, te afstandelijk geworden. Dat is volgens hen ook de verklaring dat “rechters het opzettelijk vals opmaken van processen-verbaal door agenten ongestraft laten passeren.”

Daarnaast zouden rechters teveel rekening houden met een uitspraak van de Hoge Raad in 2013 over de gevolgen die vormfouten wel of niet zouden mogen hebben voor de veroordeling van verdachten. Wij vinden dat een vreemd argument aangezien het opzettelijk valselijk opmaken van een processen-verbaal naar onze mening geen vormfout is maar een strafbaar feit dat tot vervolging van de verbalisant(en) zou moeten leiden. Mensen die knoeien met een proces-verbaal horen naar onze mening niet bij de politie thuis.

Andere politiemensen zullen van hard ingrijpen leren dat ze niet dezelfde fout moeten maken omdat het dan einde carrière is.

De resultaten van het onderzoek van het WODC verbazen ons niet. Al jarenlang schrijven wij dat het onbestraft laten van valselijk opgemaakte processen-verbaal een steeds groter probleem lijkt te worden. Gebrek aan toezicht en keiharde sancties lijken steeds meer een vrijbrief voor politiemensen te worden om maar wat op te schrijven. Als er maar wordt gescoord, een standpunt dat men kennelijk ook vaak bij justitie hanteert.

Het wordt tijd dat er nu echt eens wordt ingegrepen. We vrezen echter dat dit rapport, net zoals vele andere, ergens in de onderste la van een bureau zal verdwijnen. Wie wil er nou ruzie met politie en justitie?

Scoringsdrang

Door Waarheidsvinder

Ruim 12 jaar doen wij inmiddels onderzoek naar gerechtelijke dwalingen en andere missers van politie en justitie en ons vertrouwen in het werk van beide instanties is in die jaren steeds meer afgenomen. Steeds vaker ontdekten wij dat de waarheid een ondergeschikte rol speelt en dat het vooral om scoren gaat. Een voorbeeld van dergelijke scoringsdrang kwamen wij gisteren weer eens tegen.

De 30 jarige Mark de J. wordt verdacht van moord. Hij zou op 3 maart 2016 zakenman Koen Everink in diens woning in Bilthoven met een mes om het leven hebben gebracht. Hoewel er nogal wat bewijs voor zijn schuld lijkt te zijn, onder andere DNA sporen, blijft Mark zelf volhouden dat hij onschuldig is.

Zijn familie lijkt hem daarin te steunen en men heeft daarom het forensisch onderzoeksbureau IFS gevraagd nader onderzoek te doen. Dat bureau wordt gerund door DNA deskundige Richard Eikelenboom en zijn vrouw Selma die forensisch arts is. Beide deskundigen hebben in het verleden bij het NFI gewerkt.

Gisteren vond er een zogenaamde regiezitting in deze zaak plaats en daarbij kwamen onder meer de bevindingen van IFS ter sprake. De bevindingen van IFS zijn onder andere dat er mogelijk meerdere mensen bij de moord betrokken zijn. Men vindt daarom nader onderzoek door het Openbaar Ministerie gewenst en dus heeft de advocaat van Mark de J. daartoe een verzoek ingediend. De officier van justitie is het daar echter niet mee eens en weigert aan het verzoek te voldoen.

Over de schuld of onschuld van Mark de J. gaan we hier niets zeggen en dat geldt ook voor de bevindingen van IFS. Ons gaat het om iets heel anders.

De officier van justitie beschuldigt tijdens een rechtszitting het IFS van partijdigheid omdat het bureau door de verdediging van Mark de J. is ingehuurd. Daarnaast worden door hem vraagtekens gezet bij de deskundigheid van Richard Eijkelenboom omdat deze niet staat vermeld op de lijst van gerechtelijk deskundigen.

Misschien zult u denken dat de officier van justitie hier een punt heeft, maar dat is niet zo. Want hetzelfde OM waar deze officier van justitie deel van uitmaakt roept regelmatig bij ingewikkelde zaken de hulp in van IFS. In die gevallen twijfelt de officier dus kennelijk niet aan de deskundigheid van de beide onderzoekers. Ook is het dan kennelijk niet van belang wie IFS betaalt, want dat is die gevallen datzelfde OM dat IFS nu van partijdigheid beschuldigt.

Kortom, ook in de zaak van de moord op Koen Everink is de wil om te scoren kennelijk bij het OM weer leidend en dus mag de officier straffeloos zijn pijlen richten op een ieder die kritische vragen stelt. In dit geval de beide onderzoekers van het IFS. Dat hij onzin uitkraamt is kennelijk niet van belang.

Waarheidsvinding in Nederland, wij worden er niet vrolijk van.

Camerabeelden liegen niet, agenten wel

Door Waarheidsvinder

Enkele dagen geleden verscheen in het Dagblad van het Noorden een artikel van Rob Zijlstra onder de de titel “Wie zich als eerste bij de politie meldt, is slachtoffer”.

Twee mannen zouden afgelopen april in de Peperstraat in Groningen hebben geprobeerd een man dood te schoppen. Blijkens het proces-verbaal van de politie zouden de mannen een op de grond liggende man tegen het hoofd hebben geschopt en volgens de officier van justitie kan “het schoppen met geschoeide voet”, zo noemt men dat in ambtelijke taal, fatale gevolgen hebben. Hij heeft het in zijn requisitoir over “kopschoppers” en poging tot doodslag en hij eist tegen de beide mannen 18 maanden gevangenisstraf.

De officier baseert zich bij zijn zware eis op een proces-verbaal van de politie. Politiemensen hebben de camerabeelden die er van het incident zijn bekeken en daarvan op ambtseed proces-verbaal opgemaakt.

Vaak zien we dat rechters klakkeloos de conclusies van de politie overnemen maar in dit geval hebben de rechters zelf ook de beelden bekeken en dan blijkt dat er op die beelden helemaal niet te zien is dat de op de grond liggende man tegen het hoofd is geschopt. Ook het slachtoffer zelf spreekt in zijn aangifte niet over schoppen en op de zitting zegt hij niets van schoppen te weten.

Aangezien de beide mannen wel geweld hebben gebruikt worden zij door de rechtbank wegens openlijke geweldpleging veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur. Ze worden echter vrijgesproken van poging tot doodslag.

De verslaggever schrijft vervolgens een hele verhandeling over de vraag of het slachtoffer wel terecht zo wordt genoemd omdat hij zelf volgens de beide andere mannen met de ruzie zou zijn begonnen. De conclusie van Rob Zijlstra is uiteindelijk dat “Wie zich als eerste bij de politie meldt, slachtoffer is. Ook als dat niet zo is.”

Deze conclusie bestrijden wij niet, de praktijk leert inderdaad dat degene die zich na een vechtpartij als eerste bij de politie meldt als slachtoffer wordt betiteld en dat de tegenpartij automatisch verdachte is. Hen wordt zelf aangifte doen zelfs vaak geweigerd.

Wat ons echter zeer verbaast is dat in het artikel heel gemakkelijk voorbij wordt gegaan aan het feit dat politiemensen kennelijk in hun proces-verbaal hebben gelogen. Ook de rechters en de officier van justitie hebben daar kennelijk weinig woorden over vuil gemaakt. Maar liegen in een proces-verbaal is strafbaar. Waarom worden de betrokken politiemensen niet vervolgd voor valsheid in geschrifte?

Wij hadden ons daarom een andere titel boven het artikel kunnen voorstellen; ” Camerabeelden liegen niet, agenten wel”

 

 

Verdwenen kinderen hebben geen prioriteit

Door Waarheidsvinder

We hebben al vaak geschreven over de slechte aanpak van vermissingszaken door de politie. Steeds opnieuw wordt er door de politie beterschap beloofd, maar steeds opnieuw blijkt daar in de praktijk weinig van.

Vandaag staat in het AD een interview met Serge en Nadia Steenbeek uit Soest. Zij zijn de ouders van de 16 jarige Mirte. Hun dochter verdween op 19 juni tijdens een weekendverlof bij haar ouders. Ze moest na het weekend terug naar de instelling waar ze al tijden verbleef maar dat wilde ze niet. Op last van de rechter zat ze vier maanden in die gesloten jeugdinstelling maar de afgesproken behandeling was nog steeds niet gestart en Mirte zag het daarom niet meer zitten.

Samen met haar vriendje nam ze thuis, in een onbewaakt ogenblik, de benen. Het was niet de eerste keer dat Mirte wegliep, maar dat wil niet zeggen dat je als ouder geen doodsangsten uit staat. Het enige dat je in dit soort gevallen kunt doen is de politie bellen en dat deden de ouders van Mirte ook. Maar om contact met de politie te krijgen moesten ze het landelijke 0900-nummer bellen. Je krijgt dan contact met iemand op de meldkamer die je kan doorverbinden met de eenheid waaronder jouw woonplaats valt en dat gebeurde in dit geval ook. De ouders hebben telefonisch hun verhaal gedaan, maar daar bleef het bij. Ze hebben nooit een politieman of vrouw gezien, weglopers hebben geen prioriteit bij de politie.

Maar voor de ouders van Mirte had de verdwijning van hun dochter wel prioriteit, zij maakten zich doodongerust. Omdat ze niets van de politie hoorden namen ze daarom bijna iedere dag zelf contact op. Maar steeds moesten ze dat doen via het landelijke nummer en steeds opnieuw moesten ze hun verhaal vertellen voordat ze werden doorverbonden. Steeds kregen ze daarna weer iemand anders aan de lijn die natuurlijk niets van de verdwijning van Mirte afwist.

Op een woensdag kregen de ouders van Mirte een tip over de mogelijk verblijfplaats van hun dochter. Ze belden direct de politie, dat was ‘s morgens rond half tien. Nadat ze wederom hun verhaal hadden verteld kregen ze te horen dat de recherche met zaak aan de gang zou gaan. Maar ook nu hoorden de ouders niets van de politie en daarom stuurden ze een mail. Pas ‘s middags rond drie uur kregen zij een telefoontje van de politie. Er bleek echter nog steeds niets te zijn gebeurd. De betrokken politieambtenaar had kennelijk zelfs het adres niet dat de ouders ‘s morgens hadden doorgegeven. Opnieuw gaven zij daarom het adres door waar hun dochter mogelijk zou verblijven.

Maar ook daarna bleef het stil. Uiteindelijk hebben de ouders ‘s avonds om tien uur weer de politie gebeld. Wederom kregen zij een politieman aan de telefoon die van niets wist.

Omdat het adres waar Mirte zou verblijven in België lag belde de vader daarop in wanhoop maar rechtstreeks naar de Belgische politie. Nadat hij zijn verhaal had verteld kreeg hij direct een rechercheur aan de lijn. Die handelde wel, want een half uur later kregen de ouders van Mirte bericht dat hun dochter op het opgegeven adres was aangetroffen. Waarom kan dit in België wel en in Nederland niet?

Het verhaal van de ouders van Mirte is herkenbaar. De afstand tussen politie en burger wordt steeds groter. Bureaus worden gesloten en telefonisch contact kan alleen via een onpersoonlijk landelijk nummer. Wij vinden dat een onbegrijpelijke zaak. Waarom hebben deze mensen niet direct een contactpersoon toegewezen gekregen. Iemand die de zaak kende en waar ze met hun vragen en opmerkingen terecht konden? Waarom moesten zij steeds opnieuw hun verhaal vertellen aan iemand die niets van de zaak wist.

Waarschijnlijk zal er naar aanleiding van dit artikel in het AD door de politie wel weer een mooiprater naar voren worden geschoven die zal uitleggen dat de politie professioneel en juist heeft gehandeld. Wij kunnen het echter niet uitleggen, wij voelen slechts schaamte.

Nieuwe hoop voor onschuldig veroordeelden

Door Waarheidsvinder

We hebben al meerdere malen op deze site geschreven over de Zes van Breda. De zaak waarin het draait om de moord op een Chinese restauranthoudster in Breda.

Nadat de veroordeling van de destijds onschuldig veroordeelden door de Hoge Raad eindelijk was vernietigd, werd de zaak door de Hoge Raad terug verwezen naar het Gerechtshof in Den Haag. Iedereen met enige kennis van zaken verwachtte dat de zes onschuldigen nu definitief zouden worden vrijgesproken.
De werkelijkheid bleek helaas anders. Het Hof in Den Haag had kennelijk nog nooit van valse bekentenissen en gerechtelijke dwalingen gehoord, want zij veroordeelden de zes wederom voor de moord die zij niet hebben gepleegd. Uiteraard ging advocaat Geert-Jan Knoops in cassatie bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak.

Vandaag werd bekend dat advocaat-generaal Alex Harteveld kennelijk ook van mening is dat het Hof in Den Haag er een potje van heeft gemaakt. In een advies aan de Hoge Raad stelt hij voor de zaak door een andere gerechtshof opnieuw te laten doen.

Het bewijs tegen de Zes van Breda berust volgens hem nog steeds op de verklaringen van de drie vrouwelijke verdachten, die later zijn ingetrokken. Verklaringen die trouwens niet kloppen met de feiten en met elkaar.

Ondersteunend bewijs ontbreekt, terwijl er volgens de advocaat-generaal juist wel aanwijzingen zijn dat hun verklaringen niet kunnen kloppen”.

Daarnaast is in het restaurant een druppel bloed gevonden die niet van een van de zes verdachten is, maar volgens DNA-onderzoek afkomstig is van een onbekende persoon van Aziatisch-Oceanische afkomst. De advocaat-generaal vindt dat het Gerechtshof in Den Haag op ondeugdelijke gronden beredeneert dat deze bloeddruppel niets met het delict te maken kan hebben.

Wij steunen hem daarin. We hebben zelden zoveel onzin in een arrest gezien.

Nu maar hopen dat de Hoge Raad het advies van deze advocaat-generaal volgt.

 

 

Gratis boek

Door Waarheidsvinder

Na ons gedwongen vertrek bij de Groninger politie heeft Harrie Timmerman in 2008 het proces dat tot ons gedrag heeft geleid in het boek Tegendraads beschreven. Het boek is al jaren uitverkocht. Het leidde echter niet tot een verbetering van het opsporings- en vervolgingsbeleid van respectievelijk politie en OM.

Na daar door voormalig Groninger stadsdichter Bart Droog toe te zijn aangezet en met diens hulp heeft hij het oorspronkelijke boek aangevuld met hetgeen in de zaken, die in het boek werden beschreven, nadien is gebeurd. Daarnaast worden de ervaringen beschreven die wij sindsdien in nieuwe zaken hebben opgedaan. Veel zaken dus die ook op deze site zijn beschreven. Het boek is nu getiteld: (Nog steeds) tegendraads.

Het is de bedoeling dat veel mensen bekend worden gemaakt met wat er zoal mis gaat en hoe het beter zou kunnen. Met als doel dat het wal een keer het schip zal keren. Het boek is daarom voor iedereen gratis te downloaden en staat op deze site onder Links (rechtsboven op de startpagina). Een ieder wordt verzocht, indien men de boodschap door wil geven, om het door te geven aan mogelijk geïnteresseerden in haar of zijn omgeving.

Het overlijden van Cyprian Broekhuis

Door Waarheidsvinder

Op 7 september 2016 moet de autistische en schizofrene 23 jarige Cyprian Broekhuis onder dwang worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Drie GGZ medewerkers krijgen daarbij ondersteuning van vier politiemensen. Aanvankelijk verloopt alles rustig maar dat verandert van het ene op het andere moment. Plotseling klinken er 6 schoten in de woning aan de Wagenaarstraat in Amsterdam en Cyprian raakt zwaargewond. De volgende dag overlijdt hij in het ziekenhuis.

De twee politiemensen die hebben geschoten worden niet als verdachte aangemerkt, ze worden pas na twee dagen door de Rijksrecherche verhoord en de zaak wordt geseponeerd. Is dat wel terecht?

Het onderzoeksprogramma Zembla heeft de zaak onderzocht. Een van uw redacteurs is bij dat onderzoek betrokken geweest.

Op vrijdag 26 mei 2017 was de reportage van Zembla te zien op NPO 2.

Alles behalve de waarheid

Door Waarheidsvinder

In de nacht van 25 op 26 februari vond een explosie plaats in Italiaans restaurant Dal Baffo aan de Weerdingerstraat in Emmen. Onmiddellijk daarna brak er een grote brand uit in het pand. Die brand was zodanig dat vier boven het restaurant gelegen woningen tijdelijk moesten worden ontruimd.

Uit het politieonderzoek is inmiddels gebleken dat er sprake is geweest van brandstichting en natuurlijk wil de politie weten wie daarvoor verantwoordelijk is.

Gelukkig was het pand voorzien van twaalf camera’s en de beelden van die camera’s werden vastgelegd op de in de zaak aanwezige opnameapparatuur. Die opnameapparatuur was na de brand nog in het pand aanwezig, dat blijkt onder meer uit foto’s die door de Forensische Opsporing na de brand zijn gemaakt. Er is daarom een grote kans dat deze camera’s hebben vastgelegd hoe de brand werd gesticht en wie dat heeft gedaan. Om daar achter te komen moet je natuurlijk de beelden bekijken.

Dat laatste is niet gebeurd. De politie heeft namelijk verzuimd de opnameapparatuur in beslag te nemen en kwam daar pas drie dagen na de brand achter. Toen men terugging om de apparatuur alsnog in beslag te nemen bleek deze te zijn verdwenen. Iemand was de politie voor geweest.

Omdat men de opnameapparatuur toch wel graag wil hebben is er nu in het programma Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak besteed. Men is op zoek naar mensen die iemand in het afgebrande pand hebben gezien en die de recorder mogelijk meenamen.

Het niet in beslag nemen van de opnameapparatuur is natuurlijk een grote fout, daarvoor hoef je niet te hebben gestudeerd. Politiemensen zijn echter ook maar mensen en dus maken ook zij fouten. Het zou de politie echter hebben gesierd als men die fout direct had toegegeven en publiekelijk zijn excuus had gemaakt.

Dat heeft men niet gedaan. In plaats daarvan kwam politievoorlichter Anne van der Meer met een onzinverklaring. Volgens hem is de recorder in het restaurant blijven staan omdat het onderzoek nog liep en dat onderzoek heeft een tijdje geduurd. Hij zegt daarover: “Tijdens een forensisch onderzoek wil je alles op de plek houden waar het staat. Blijkbaar is het mensen gelukt om binnen te komen, terwijl het onderzoek nog niet was afgerond.” Je moet het maar verzinnen.

De korpsleiding zou er goed aan doen onmiddellijk afstand te nemen van deze verklaring van de politievoorlichter en alsnog met excuses te komen. Op deze manier neemt natuurlijk niemand verklaringen van de politie nog serieus.

Noot:

Als reactie op onze kritiek liet de politie aan RTV Drenthe weten: ” In verband met het onderzoek hebben we de recorder laten staan. Met de kennis van nu kun je je afvragen of dat verstandig is geweest.”  Nee dus, gewoon dom.