Skip to content

OM verzwijgt bekentenis werkelijke dader in persbericht

Door Waarheidsvinder

 

Naar aanleiding van de mishandelingszaak in Cool Down heeft het OM gisteren een persbericht doen uitgaan. Leest en huivert.

De rijen sluiten zich weer en de waarheid is het slachtoffer.

Onvoldoende bewijs voor zware mishandeling café

Anders dan het programma Kennis van Nu van de NTR vanavond volgens sommige media zal melden, heeft de officier van justitie de zaak tegen een 23-jarige vrouw geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs. De 23-jarige werd verdacht van zware mishandeling van een andere vrouw, maar wordt hiervoor niet vervolgd.Het slachtoffer zou op 30 augustus 2013 in een café in de buurt van het Leidseplein ruzie hebben gekregen met een vrouw tussen de 20 en 30 jaar oud. Ze is daarbij met een scherp voorwerp tegen haar hoofd geslagen, waardoor ze meerdere snijwonden in haar gezicht opliep.

Beelden

Van het incident zelf zijn geen beelden beschikbaar, wel van de bar en buiten de horecagelegenheid. Deze beelden zijn getoond aan twee getuigen en het slachtoffer. Eén getuige herkent de verdachte niet op de beelden. De andere getuige wel en het slachtoffer in latere instantie ook. Er is naar aanleiding van de beelden en die herkenning van de verdachte op de beelden aandacht geweest in het opsporingsprogramma Bureau 020 van AT5 om de identiteit van de verdachte te achterhalen. Na de uitzending heeft de 23-jarige verdachte zich gemeld bij de politie en is ze verhoord. Ze heeft in haar verhoor en later bij de rechter-commissaris ontkend het slachtoffer een glas in het gezicht te hebben gegooid.

Onvoldoende bewijs

De advocaat van de verdachte heeft een deskundige de herkenningen door het slachtoffer en de getuigen laten onderzoeken. Ook heeft hij het verhoor door de verbalisanten laten onderzoeken. De rapporteur concludeert dat de herkenningen weinig valide zijn. Daarnaast is hij kritisch op de manier waarop de politie heeft verhoord. Los van de bevindingen van de rapporteur zou volgens de officier van justitie de herkenning in combinatie met de andere onderzoeksbevindingen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs leveren. De kritiek in het rapport op het verhoor door de verbalisanten is dan ook niet de reden voor de sepotbeslissing, zoals het wetenschapsprogramma Kennis van Nu van de NTR vanavond volgens sommige media meldt.

Geen strafbare feiten

Het OM heeft na de beslissing in december 2014 de vrouwelijke verdachte niet te vervolgen het rapport van de deskundige beoordeeld op eventueel strafbaar handelen van de verbalisanten. Volgens het OM zijn er geen strafbare feiten gepleegd door de verbalisanten. Het OM is wel van mening dat de kritiek van de rapporteur het professioneel handelen van de verbalisanten raakt en heeft daarom het rapport deze week in handen van de eenheidsleiding van de politie-eenheid Amsterdam gesteld.

Tot zover het persbericht.

Opvallend is dat in dit persbericht nergens wordt gesproken over het feit dat de werkelijke daderes van de mishandeling zich later vrijwillig bij de politie heeft gemeld maar dat zij door de politie als leugenaar werd bestempeld en haar verklaring niet serieus werd genomen.De aandacht blijft dus alleen gevestigd op de jonge vrouw wiens beelden op de tv zijn getoond.

Door op deze manier te reageren wekt het OM ten onrechte de indruk dat de politie wel degelijk de goede verdachte heeft aangehouden maar dat het bewijs ontbreekt om haar te veroordelen. Dat is een regelrechte schande. De getoonde vrouw heeft gewoon niets met de mishandeling te maken en de werkelijke daderes is bekend.

Excuses en een schadevergoeding zouden daarom op hun plaats zijn.

Studente legt valse bekentenis af onder druk verhoorders

Door Waarheidsvinder

Iedereen heeft zo langzamerhand wel eens gehoord van de zaak Ina Post ( 1986), de Puttense moordzaak (1994) en de Schiedammer parkmoord (2000). De overeenkomst tussen de zaken is dat er in alle drie de zaken sprake was van een gerechtelijke dwaling en dat er voor deze zaken aanvankelijk mensen onschuldig zijn veroordeeld nadat zij onder grote druk van de politie een valse bekentenis hadden afgelegd. Wanneer je met vertegenwoordigers van politie en justitie over deze zaken spreekt, dan roepen ze bijna allemaal dat dit oude koek is en dat dit soort zaken nu niet meer mogelijk zijn. Na de Schiedammer parkmoord zijn volgens hen de regels verscherpt, de politiemensen beter opgeleid en de verhoren verder geprofessionaliseerd. Bovendien worden bij de grotere zaken de verhoren digitaal vastgelegd en zullen valse bekentenissen volgens hen daarom niet meer voorkomen.

De mensen die dit denken, kunnen we uit de droom helpen. De procedures zijn weliswaar veranderd, maar het gedrag van veel politiemensen en vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie niet. Nog steeds lopen er veel politiemensen rond die dat geklets over gerechtelijke dwalingen allemaal onzin vinden en die kennelijk scoren nog steeds belangrijker vinden dan de waarheid. Een triest voorbeeld is de volgende zaak. Let wel deze zaak speelde niet jaren geleden in een klein dorpje ergens in Nederland, maar eind 2013 in de grootste stad van Nederland, Amsterdam dus. Het geluk met deze zaak is dat de verhoren inderdaad zijn opgenomen, zodat precies vastgesteld kon worden hoe de verhoren zijn verlopen. Politie en justitie vonden het kennelijk allemaal geen probleem, want zij deden er niets mee. Uit de opnames blijkt dat er kennelijk niets is veranderd sinds de afgedwongen valse bekentenissen van Ina Post, van Dubois en Viets in de Puttense moordzaak en van Cees Borsboom bij de Schiedammer parkmoord.

Op vrijdag 30 augustus 2013 rond 02.15 uur gooit een bezoekster van het kleine Cooldown cafe aan de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam per ongeluk wat drank over een medebezoekster van het café. Onmiddellijk biedt zij haar verontschuldigingen aan en wil weg lopen. Op dat moment voelt zij een hevige pijn in haar gezicht. Later blijkt dat die bezoekster een glas in haar gezicht heeft stukgeslagen.

Het hevig bloedende slachtoffer wordt door andere bezoekers van het café naar buiten gedragen en vervolgens per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar blijkt dat het slachtoffer behoorlijk geluk heeft gehad. Het kapotte glas heeft net haar rechter oog gemist en ze komt er af met snijwond boven het oog. Het slachtoffer doet vervolgens aangifte bij de politie en die gaat op zoek naar de dader.

Aan de hand van de verklaring van een getuige komt men tot een signalement van de vermoedelijke dader. Het zou gaan om een blanke vrouw van 20-30 jaar, met lang blond haar. Er zijn geen camerabeelden van de mishandeling. Aan de hand van het opgegeven signalement gaat de politie daarom beelden bekijken van de camera’s die buiten zijn aangebracht. Daar vindt men beelden van een jonge vrouw, die volgens de politie verantwoordelijk zou zijn voor de mishandeling.

Omdat de politie niet achter de identiteit van de onbekende vrouw op de beelden kan komen, zet men de camerabeelden van deze vrouw onder meer op de site Politie.nl en de site 112.regio.nl. De tekst bij de beelden is duidelijk, er staat onder meer bij de beelden:

In het Cooldown café in de Lange Leidsedwarsstraat is in de nacht van donderdag 29 op vrijdag 30 augustus een 25 jarige vrouw mishandeld. Uit het niets wordt ze met een glas in haar oog gestoken. Van de verdachte zijn goede camerabeelden vrijgegeven.

Iedereen die de beelden van de vrouw ziet, kan door deze omschrijving niet anders concluderen dan dat zij de dader van de mishandeling is. Dat geldt ook voor de vrouw zelf. Nadat zij de beelden op het internet ziet, schrikt zij enorm. Zij was inderdaad op de bewuste avond in het café maar ze weet zeker dat ze niets te maken heeft met de mishandeling waarover wordt gesproken.

Net als de meeste mensen gelooft deze jonge vrouw in de objectiviteit van de politie. Zij denkt dat de politie al snel zal ontdekken dat zij niets met de mishandeling te maken heeft. Ze meldt zich daarom nog dezelfde avond aan het politiebureau met de mededeling dat haar foto’s ten onrechte op het internet zijn gezet, omdat zij niets met de mishandeling te maken heeft. De vrouw wordt daarop overgedragen aan de rechercheurs die met het onderzoek zijn belast.

In plaats van op zoek te gaan naar de waarheid, nemen de beide rechercheurs de vrouw flink onder handen. Ze geloven niets van haar verhaal en houden haar voor dat uit de camerabeelden blijkt dat zij wel degelijk de mishandeling heeft gepleegd. Die camerabeelden zijn er niet, maar dat weet de vrouw niet, de rechercheurs liegen dus tegen haar. De vrouw denkt dat de rechercheurs de waarheid vertellen en begint aan zichzelf te twijfelen, want camerabeelden liegen immers niet. Uiteindelijk geeft ze volledig overstuur toe dat ze het kennelijk wel gedaan moet hebben als daar beelden van zijn, maar herinneren kan ze zich er niets van. Dat interesseert de beide rechercheurs niet. Voor hen is de zaak opgelost en zo wordt dat ook naar buiten gebracht.

Waar de beide rechercheurs echter geen rekening mee hebben gehouden, is dat de werkelijke dader van de mishandeling dat nieuws te horen krijgt. Zij beseft dan dat een andere vrouw veroordeeld zal gaan worden voor een mishandeling die zij heeft gepleegd en dat wil ze niet. Uiteindelijk besluit ze zichzelf bij de politie te melden en daar vertelt zij dat zij degene is die de mishandeling in het Cooldown café heeft gepleegd en dat de andere vrouw onschuldig is. De waarheid komt dus boven tafel zou je zeggen. Gerechtigheid dus. Dat mag je toch denken?.

De vrouw valt in handen van dezelfde rechercheurs die eerder de andere vrouw een bekentenis hebben afgedwongen en die rechercheurs zijn niet blij met haar. Indien zij de bekentenis van deze vrouw serieus nemen, moeten zij daarmee toegeven dat ze de eerste vrouw tot een valse bekentenis hebben gedwongen en daar voelen zij helemaal niets voor. Zij laten kennelijk liever een onschuldige veroordelen dan hun fouten toe te geven. Hun optreden lijkt op het optreden van de officier van justitie in de zaak van Wik H. Toen hij spontaan de moord op Nienke Kleiss bekende, wilde de officier van justitie daar aanvankelijk niet aan omdat dan zou blijken dat Cees Borsboom ten onrechte was veroordeeld. Die had immers ook “bekend”.

De werkelijke dader van de mishandeling wordt door de verhoorders tijdens het verhoor met hel en verdoemenis bedreigd om haar zo te bewegen haar bekentenis in te trekken. De verhoorders beschuldigen haar er zelfs van dat ze zich mogelijk heeft laten betalen om de schuld van de mishandeling op zich te nemen. Je laten betalen om onschuldig te worden veroordeeld? Zeker naar de verkeerde films gekeken.

Uiteindelijk raakt de vrouw zo wanhopig dat ze weigert nog met de rechercheurs te praten. Ze beroept zich dan op haar zwijgrecht. Iemand die vrijwillig naar het bureau is gekomen om een bekentenis af te leggen, beroept zich opeens op haar zwijgrecht. We hoeven niet uit te leggen dat er dan echt wel iets aan de hand moet zijn geweest tijdens het verhoor.

Uiteindelijk besluit de officier van justitie de zaak niet voor de rechter te brengen nadat deskundigen een vernietigend oordeel hebben gegeven over de verhoren. Maar in plaats van maatregelen te nemen en het onderzoek over te laten doen kiest hij er dus voor de zaak te seponeren. Mogelijk was hij bang dat anders de vuile was immers op straat zou komen te liggen.

De beslissing van justitie heeft natuurlijk grote gevolgen voor de drie betrokken vrouwen.

Het slachtoffer moet verder met de gedachte leven dat degene die haar heeft mishandeld onbestraft zal blijven.

De vrouw die tot de valse bekentenis is gedwongen is haar vertrouwen in politie en justitie volledig kwijt geraakt en zal tot een lengte van jaren met haar gezicht op het internet blijven staan als dader van een zware mishandeling. Dit terwijl zij recht heeft op publiekelijk eerherstel en excuses van politie en justitie.

De werkelijk dader lijkt er het beste van af te komen. Zij komt door het geklungel van de politie zonder straf weg, maar ook zij zal het vertrouwen in politie en justitie toch volledig kwijt zijn geraakt door de schofterige behandeling die zij heeft ondervonden.

Maar behalve slachtoffers zijn er natuurlijk ook de verantwoordelijken, namelijk de twee rechercheurs die een onschuldige tot een valse bekentenis hebben gedwongen en een schuldige hebben zo onder druk hebben gezet dat ze haar bekentenis in trok. Veel bonter kun je het toch niet maken als politieman.

Kennelijk denken de leiding van politie en justitie in Amsterdam daar anders over. Ook zij hebben kennelijk niets geleerd van het verleden, want zij houden de waarheid in deze zaak onder de pet en de beide rechercheurs komen straffeloos weg met hun wangedrag. Misschien heeft dat te maken met het feit dat één van de betrokken rechercheurs landelijke bekendheid heeft gekregen als Kamerlid van de PVV.

Maar hoe het ook zij, nu ligt de zaak op straat. De Telegraaf schrijft er vandaag uitgebreid over en in het artikel komt ook één van de beide rechercheurs, voormalig 2e kamerlid Hero Brinkman aan het woord. Hij vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan en dat de zogenaamde deskundigen maar wat kletsen. Hij is nog steeds van mening dat er niets mis is met de bekentenis van het meisje en hij zegt dat hij denkt dat de vader van dat meisje het andere meisje heeft betaald om de schuld op zich te nemen, hoewel daar geen bewijzen voor zijn. Ook bij Brinkman wint de overtuiging het dus van de feiten zoals bij alle gerechtelijke dwalingen.

We mogen hopen dat nu de zaak in de media is gekomen dat er wel een onderzoek wordt gestart naar de juiste gang van zaken en dat dit onderzoek allereerst zal leiden tot excuses aan – en eerherstel van de ten onrechte beschuldigde vrouw en tot vervolging van de werkelijk dader, hoewel je je kunt afvragen of dat dit nu nog redelijk is.

Het belangrijkste is echter de vraag wat men gaat doen met de twee betrokken rechercheurs. Komen ook zij met de schrik vrij of zullen politie en justitie deze keer laten zien dat men het begrip waarheidsvinding serieus neemt? Als dat laatste het geval is, dan lijkt er voor Brinkman en zijn geen collega geen plaats meer bij de politie. We wachten het af.

Cursus mentale weerbaarheid politie een flop

Door Waarheidsvinder

Enkele jaren geleden kwam aan het licht dat veel politiemensen kampen met psychische problemen veroorzaakt door hun werk. Zaken als gevaarlijke arrestaties, aangevallen of uitgescholden worden en situaties die op een manier erg stressvol zijn, leidden tot allerlei klachten bij politiemensen. Daar moest natuurlijk iets aan worden gedaan.

Gelukkig hebben we een zeer “daadkrachtige” minister van veiligheid en politie en hij bedacht dat het goed zou zijn om 40.000 politiemensen naar een driedaagse cursus mentale weerbaarheid te sturen. Deze cursus kostte alles bij alles 45 miljoen euro. Dat is veel geld, maar als het helpt, is dat niet zo erg. Maar dat bleek niet zo te zijn, de cursus bleek geen enkel resultaat te hebben opgeleverd. Dat verbaast ons absoluut niet.

We hebben het dan niet eens over sommige, belachelijke, onderdelen van de cursus, zoals het uitvoeren van traditionele Maori-dans, maar beperken ons tot het idee dat je mensen door het volgen van een cursus van 3 dagen echt kunt veranderen. Onzin natuurlijk.

Naar onze mening moet de oplossing heel ergens anders worden gezocht. In de eerste plaats moet er een andere manier van selecteren plaatsvinden. Niet iedereen is voor elke functie geschikt en dus moet je daar bij sollicitaties al rekening mee houden. Surveilleren in een achterstandswijken vraagt nu eenmaal een heel ander soort politiemensen dan het bestrijden van internetfraude. De behandeling van zedenzaken lijkt niet op de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. En het schrijven van parkeerbonnen lijkt niet op het onderzoeken van ingewikkelde moordzaken. Vechtpartijen op straat vragen een heel andere soort benadering dan misbruikte kinderen.

De gedachte dat iedere politieman/vrouw alles moet kunnen is daarom volslagen onzin. De uniformdienst en de recherche moeten van elkaar los worden gekoppeld. De werkzaamheden verschillen te veel van elkaar en vereist een heel andere type mens.

Naast een andere aanpak van selectie moet ook de opleiding van de jonge politieambtenaar veranderen. Het is van belang dat de nieuwe politieambtenaar voldoende theoretische ondergrond opdoet tijdens de opleiding, maar daarnaast moet er veel meer worden gedaan aan praktijkbegeleiding. Gewoon ouderwets langere tijd samen met een ervaren collega ervaring opdoen en luisteren wat er wordt gezegd. Gewoon aan het handje lopen van praktijkmensen die van wanten weten en hen in de praktijk laten zien uit welk hout je moet zijn gesneden om het werk goed te kunnen doen. Dat je tegen een stootje kunt en begrijpt dat je er bent voor de burger.

Gewoon ouderwets worden aangestuurd door leidinggevenden die hun sporen in de praktijk hebben verdiend. Die hun vak beheersen. Die beslissingen durven nemen en naast hun mensen staan. Die voorop lopen als er problemen zijn. Die respect van hun personeel afdwingen. Die maatregelen nemen als dat nodig is. Die niet bang zijn voor scheve gezichten.

Weg met de managers die vanachter hun bureau de wereld denken te kunnen besturen. Niks sturen op afstand, gewoon samen aanpakken. Weg met al die overbodige planners, rapportenschrijvers, beleidsmakers en communicatiedeskundigen. Gewoon met zijn allen boeven vangen, doen wat de burger van de politie verwacht.

Opengooien die politiebureau, makkelijk toegankelijk maken voor het publiek, en de balies van deze bureaus weer laten bemannen door ervaren politiemensen in plaats van goedwillende burgers zonder politie-ervaring.

Op die manier krijg je als politie weer het vertrouwen van de burgers en dan komt ook het zelfvertrouwen bij de politiemensen als vanzelf terug.

Want het werken bij de politie is een vak en daarvoor heb je vakmensen nodig. En voor vakmensen hoef je dit soort cursussen niet te geven.

Overlijden Les Strijder wel degelijk misdrijf

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond schonk het programma Opsporing Verzocht onder meer aandacht aan een reeds 12 jaar oude zaak, namelijk de dood van de toen 53-jarige Les Strijder uit Ede. Wij zijn geen vaste kijkers van dit reclameprogramma van politie en justitie, maar na een tip van een bevriend journalist hebben wij de moeite genomen de uitzending van Opsporing Verzocht te bekijken.

Woordvoerder van de politie over de zaak was de ons (helaas) maar al te goed bekende Bernard Jens. In prachtige volzinnen probeerde hij de kijker uit te leggen dat er in deze zaak destijds prima onderzoek was gedaan, maar dat men niet met de zaak was doorgegaan omdat er volgens de patholoog sprake was geweest van een natuurlijke dood en men verder geen aanwijzingen had voor een misdrijf. De zaak was daarom opgelegd als een natuurlijke dood. Zelden hebben we in een dergelijk kort tijdsbestek zoveel onzin gehoord.

Maar nu de feiten.

In de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 november 2002 rond 04.30 uur werd op de parkeerplaats Bosberg, langs de A27 nabij Hilversum, het lichaam gevonden van de 53-jarige Les Strijder. De parkeerplaats waar het lichaam van Les werd gevonden stond destijds bekend als een homo-ontmoetingsplaats. Les had de bewuste nacht gewerkt tot ongeveer 03.00 uur gewerkt en de parkeerplaats waar zijn lichaam werd gevonden lag niet op de route van zijn werk naar huis. Het laat zich dus raden wat het doel van het bezoek van Les aan die parkeerplaats is geweest.

Het feit werd ontdekt door een vaste bezoeker van de ontmoetingsplaats, die daar op zoek was naar een contact met een gelijkgestemde. Bij het oprijden van de parkeerplaats trof de man een Renault Twingo aan die daar vreemd stond geparkeerd. Bovendien viel het de man direct op dat de motor van de auto nog liep, maar dat er geen bestuurder in de buurt te zien was. Bij het bekijken van de auto zag de man daarnaast dat er in het linker voorportier van de auto een deuk zat met daarin een duidelijk zichtbare afdruk van een schoen en ook op de ruit van het portier van de auto zit een dergelijke afdruk. Kennelijk had iemand met geweld tegen het portier geschopt..

In de omgeving zag de man een geopende tas liggen waaruit allerlei spullen waren gegooid of gevallen. De man heeft daarop de politie gebeld die binnen korte tijd ter plaats was. De agenten troffen vervolgens in de omgeving van de auto in de struiken het lichaam van een man aan. Het bleek te gaan om de 53 jarige Les Strijder uit Ede.

Volgens politiewoordvoerder Bernard Jens was de politie destijds een groot onderzoek gestart. Daarbij was onder meer gebleken dat er een aantal eigendommen van Les Strijder waren verdwenen; een werkjas, een rijbewijs en een mobiele telefoon.

Natuurlijk werd er ook door het NFI sectie verricht op het lichaam van Les Strijder en de conclusie van de patholoog was volgens de politie dat Les was overleden aan een hartstilstand. Op de site van de politie lezen we vervolgens:

Wegens gebrek aan verder bewijs en getuigen en doordat uit sectie bleek dat Les Strijder een natuurlijke dood (hartdood) stierf, is het onderzoek al vrij snel stilgelegd en zijn overlijden al die jaren de boeken ingegaan als “geen misdrijf”.

Hoezo “geen misdrijf”? Je hoeft echt geen rechercheur te zijn om te kunnen concluderen dat er hoogstwaarschijnlijk sprake was van een gewelddadige beroving en dat wordt in dit land nog steeds als een ernstig misdrijf beschouwd.

Maar dit is niet alles. Bij de sectie op het lichaam van Les Strijder waren door de patholoog op het lichaam van Les Strijder daarnaast sporen van geweld aangetroffen. Een pathologe van het NFI vertelde in het programma Opsporing Verzocht dat destijds ook was vastgesteld dat op het lichaam van Les Strijder diverse blauwe plekken waren aangetroffen, die door slaan of vallen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Bovendien waren deze verwondingen aangebracht toen hij nog leefde.

De combinatie van al deze zaken; de verdwenen spullen, de schade aan de auto van het slachtoffer en het letsel aan het lichaam van Les Strijder maken het onbegrijpelijk dat de politie deze zaak destijds als natuurlijk dood heeft afgedaan.

Normaal zouden we nooit meer iets van deze zaak hebben gehoord, ware het niet dat er recent informatie bij de politie is binnengekomen waarin op twee broers uit Lelystad werd gewezen en die zouden destijds betrokken zijn geweest bij de beroving van Les Strijder en mogelijk ook bij diens dood. Nu moet de politie wel in actie komen en dat doet men met verve. De zaak wordt flink opgeklopt, want nu kan er misschien worden gescoord en dat is natuurlijk belangrijk.

Normaliter zou er na al die jaren geen sporenonderzoek meer kunnen plaatsvinden, aangezien de politie destijds de auto en de kleding aan de familie had teruggegeven. In dit geval lijkt er sprake van een geluk bij een ongeluk. De familie van Les Strijder vertrouwde de zaak destijds niet en blijkt de kleding van Les te hebben bewaard. Die kleding wordt nu alsnog bij het NFI op DNA onderzocht.

Het zou goed zijn als politie en justitie eerst publiekelijk hun excuses zouden aanbieden aan de nabestaanden van Les Strijder. Want als de zaak nu alsnog worden opgelost dan is dat “ondanks” de politie en niet “dankzij”, hoe goed Bernard Jens ook zijn best doet om recht te breien wat krom is.

Openbaar ministerie als rechter is geen succes

Door Waarheidsvinder

Al jarenlang hebben wij niet alleen kritiek op het werk van de politie, maar ook op het werk van het openbaar ministerie. Te vaak zagen wij dat het het OM niet om de waarheid ging, zoals zou moeten, maar vooral om het scoren. De gerechtelijke dwalingen, die de laatste jaren bekend zijn geworden, zijn daar onder meer het bewijs van.

Hoewel je geen rechtsgeleerde hoefde te zijn om te zien dat de politieonderzoeken in de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord, de zaak Ina Post, de zaak Lucia de Berk en de zaak Spelonk van geen kant deugde, bracht het OM de zaken toch vol vuur voor de rechter met als enig resultaat dat het leven van de onterecht veroordeelden werd vernield en dat er later enorme schadevergoedingen betaald moesten worden. Onnodige kosten voor de belastingbetaler.

We hebben het dan nog niet eens over het feit dat de werkelijke dader in enkele gevallen (Schiedam en Putten) in de tussentijd gewoon door kon gaan met zijn criminele activiteiten, met alle gevolgen van dien voor de slachtoffers.

De huidige minister van justitie en zijn staatssecretaris maken zich echter niet druk om gerechtelijke dwalingen, zij beschouwen gerechtelijke dwalingen kennelijk als een logisch neveneffect van de opsporing. Beide politici willen graag gezien worden als de grote boevenvangers en om dat te bereiken kreeg bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie uitgebreidere bevoegdheden om zelf, buiten de rechter om, straffen op te leggen. Het zelfde openbaar ministerie dat er al veel te vaak blijk van heeft gegeven scoren belangrijker te vinden dan de waarheid.

De gevolgen van het toekennen van die bevoegdheid aan het OM kon je voorspellen; het gaat heel vaak mis, zo blijkt nu uit een onderzoek dat is verricht in opdracht van de Hoge Raad. Zij heeft veel kritiek op de manier waarop het OM zelf straffen oplegt. Het OM mag zoals vermeld in bepaalde gevallen een zaak meteen afdoen, maar dat gaat vaak niet goed, heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad laten weten aan minister Opstelten.

In 8 procent van de ZSM-zaken krijgt iemand een straf terwijl er onvoldoende bewijs is. Dat is ook het geval bij de afhandeling van beroepschriften tegen verkeersboetes en straffen die worden opgelegd voor lichte misdrijven als winkeldiefstal. Verder worden soms straffen opgelegd door onbevoegde ambtenaren bij het OM.

Ook worden geregeld straffen opgelegd op basis van een proces-verbaal dat niet ondertekend is of op basis van alleen mondelinge informatie van de politie. En in een groot aantal van de onderzochte zaken is de identiteit van de verdachte niet juist vastgesteld, meldt de procureur-generaal.

Maar er gaat nog meer mis bij het opleggen van straffen door het Openbaar Ministerie. Zo worden jeugdige verdachten niet altijd verhoord, staat soms de juiste datum niet in de strafbeschikking en wordt het strafbare feit niet juist vermeld.

Kortom, het Openbaar Ministerie levert vaak broddelwerk en is dus ongeschikt als rechter. Maar voor wie is dat nog een verrassing?

Wordt het wel allemaal beter en goedkoper?

Door Waarheidsvinder

Nog niet zo heel lang geleden was de behandeling van misdrijven voorbehouden aan de afdeling recherche. Het opnemen van een aangifte was toen nog een belangrijk onderdeel van de opsporing en de opsporing van strafbare feiten was een vak. Elke aangifte van een misdrijf werd opgenomen door een rechercheur, die probeerde in zijn aangifte veel bijzonderheden op te nemen die mogelijk konden leiden tot de opsporing van de dader. Opsporingsindicatie noemde men dat. Als je slechte aangiftes opnam zonder deze bijzonderheden, dan had je daarna een probleem. Je loste minder zaken op dan je collega’s en dat wilde niemand.

Die strikte scheiding tussen recherche en surveillancedienst was een doorn in het oog van veel mensen bij de uniformdienst en dus ook bij de politiebonden, want er waren nu eenmaal veel meer mensen bij de uniformdienst dan bij de recherche en de macht van het getal is ook bij de politiebonden leidend. En als de politiebonden iets vinden, dan vindt de leiding van de politie dat ook want je wilt geen ruzie met de bonden.

Het begon er dus mee dat de aangiftes van eenvoudige misdrijven werden opgenomen en vervolgens afgehandeld door mensen van de uniformdienst. De zaken kregen ook een andere naam, men noemde het ineens Veel Voorkomende Criminaliteit (VVC) of Kleine Criminaliteit. Uit de benaming bleek eigenlijk al dat dit soort zaken van minder belang waren.

Al snel bleek dat het opnemen van aangiftes helemaal niet zo leuk was als veel politiemensen eerder hadden gedacht. In burger lopen om boeven te vangen was misschien wel leuk, maar het “gezeur” van burgers aanhoren vonden veel politiemensen maar niets. De kwaliteit van de aangiftes liep daardoor zienderogen terug. Er kwamen daardoor steeds minder zaken met opsporingsindicaties en dus liep ook het opsporingspercentage sterk terug.

Daarvoor vond men een nieuwe ‘oplossing’. Er werden mensen aangenomen die na een verkorte opleiding uitsluitend werden belast met het opnemen van aangiftes. Burgers die dus geen enkele ervaring in opsporing hadden, maar dat maakte niets uit. De kwaliteit van de aangiftes werd weliswaar niet beter, maar het gemopper onder de mensen hield op en bovendien zouden er door deze nieuwe werkwijze meer politiemensen vrijkomen voor het opsporen. Voor het boevenvangen dus. Bijkomend voordeel was dat deze mensen veel goedkoper waren dan een politieman.

Om de politie nog efficiënter te maken, werd vervolgens besloten dat je alleen nog op afspraak aangifte kon doen. Los van het feit dat slachtoffers graag zo snel mogelijk hun verhaal kwijt willen, belangrijk voor de verwerking dus, weet iedereen die er een beetje verstand van heeft dat de herinnering van de mens bij het verlopen van de tijd bepaald niet beter wordt. Men vergeet zaken of men voegt, gevoed door informatie die men later heeft gekregen, ongewild zaken toe. De burgers raakten door het eerste punt vaak gefrustreerd en door het tweede punt werd de kwaliteit van de aangiftes nog slechter.

Er moest daarom weer iets veranderen en kwam men met het volgende ‘goede’ idee. Bij eenvoudige zaken kon de burger rechtstreeks via internet aangifte doen. Er zouden daardoor nog meer politiemensen beschikbaar komen voor het boevenvangen. De praktijk bleek weliswaar iets anders, want in de meeste gevallen gebeurde er helemaal niets met de aangiftes. Vooral ook omdat men via het internet geen opsporingsindicaties kwijt kon en/of omdat de meeste mensen niet weten welke informatie voor de opsporing belangrijk is. De burger werd echter dom gehouden, want die kreeg braaf een automatisch gegenereerd briefje thuis waaruit moest blijken dat men onderzoek had gedaan naar zijn aangifte maar dat dit onderzoek helaas niet tot de aanhouding van een dader had geleid.

Nu wil men de mogelijkheden om via internet aangifte te doen uitbreiden. Niet alleen meer bij zeer eenvoudige zaken maar ook bij ernstiger zaken moet de burger via internet zelf aangifte kunnen doen. Ook met die aangifte zal vervolgens weer niets worden gedaan, maar dat hoeft de burger niet te weten. Op papier klopt het en daar gaat het maar om.

Binnen enkel tientallen jaren is de situatie ten aanzien van het opnemen van aangiftes van strafbare feiten volkomen veranderd. In plaats van het doen van aangifte bij een ter zake deskundige rechercheur, die ook verantwoordelijk was voor de oplossing van het feit, werd het aangifte doen bij iedere willekeurige politieman of vrouw, kundig of niet kundig, om vervolgens via burgers met een verkorte opleiding te komen tot het zelf opmaken van de aangiftes door de burger.

Van vakwerk dus naar een vorm van huisvlijt. Waar dat toe zal leiden, kan een kind begrijpen.

Geen vertrouwen in processen-verbaal

Door Waarheidsvinder

We schreven hier al vaker; de betrouwbaarheid van de door de politie opgemaakte processen-verbaal laat helaas vaak te wensen over. Dat processen-verbaal vaak niet deugen, hebben we niet verzonnen, deze kennis is het resultaat van de vele onderzoeken die wij inmiddels hebben gedaan. Bij iedere gerechtelijke dwaling heeft de politie een loopje met de waarheid genomen. Dat moest ook wel, want anders kun je een onschuldige niet veroordeeld krijgen. Maar ook bij andere onderzoeken komen we vaak tegen dat het proces-verbaal de feiten niet juist weergeeft. Voorbeelden genoeg op onze site.

Vandaag blijkt uit een onderzoek van ThePostOnline onder 100 Nederlandse strafrechtadvocaten dat driekwart van hen de betrouwbaarheid van processen-verbaal een groot probleem noemt. Wij staan kennelijk niet alleen in onze kritiek. Advocaten zeggen dat het gaat van onbewuste foutjes tot moedwillige vervalsingen. Als oorzaken noemen zij scoringsdrift, tijdsdruk, tunnelvisie en een gebrek aan taal- en schrijfvaardigheid.

Bart Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, zegt dat deze cijfers hem niet verbazen. Verklaringen van getuigen en verdachten zouden maar zelden letterlijk worden weergegeven. “Relevante delen ontbreken of worden ingevuld door verbalisanten. Zij selecteren vaak wat zij zelf relevant vinden, waardoor soms cruciale informatie ontbreekt.”

Gerrit van de Kamp, de voorzitter van de politievakbond AC, zegt het probleem te herkennen. Hij erkent dat er fouten worden gemaakt. Volgens hem zijn de fouten echter te wijten aan bezuinigingen en veranderende regels en wetten.

Hier spreekt de de ware bondsvoorzitter, het is altijd de schuld van een ander en nooit van de mensen zelf. Wat een ongelooflijke onzin. Leugens in een proces-verbaal ontstaan omdat politiemensen graag willen scoren en daarom datgene opschrijven wat hen het beste past. Liegen in een proces-verbaal is overigens geen fout, maar een strafbaar feit. Een feit dat consequenties voor de betrokken ambtenaren zou moeten hebben.

Ton Derksen, wetenschapsfilosoof en docent waarheidsvinding aan de Politie Academie heeft het ook over fouten, alsof je per ongeluk liegt in een proces-verbaal. Als er fouten worden gemaakt is het volgens hem hoe dan ook aan het Openbaar Ministerie en de rechter om daar doorheen te prikken. Dit klinkt leuk, maar hoe moet je als rechter weten dat een politieman in zijn proces-verbaal heeft gelogen? Daar kun je alleen achter komen als je alle processen-verbaal gaat controleren en dat is ondoenlijk.

We moeten de waarheid onder ogen zien, veel processen-verbaal deugen niet. Soms zijn het inderdaad slechte processen-verbaal, maar te vaak wordt er keihard gelogen. Onbetrouwbare processen-verbaal zijn een groot gevaar voor de rechtsstaat. Er moet daarom keihard worden opgetreden tegen die politiemensen die in hun proces-verbaal bewust de waarheid verdraaien.

De burger heeft recht op een betrouwbare politie.

Noot 8 december

Hoe groot het probleem met de betrouwbaarheid van processen-verbaal is opnieuw gebleken zo blijkt uit onderstaand artikel uit het AD.

Een 51-jarige vrouw uit Heusden is ten onrechte vervolgd voor het vernielen van een auto door fouten in een proces-verbaal dat een agente maakte. De informatie werd bewust verkeerd opgeschreven door de agente, concludeerde de politierechter in Den Bosch maandag. De verdachte vrouw werd daarom maandag van alle blaam gezuiverd.
De vrouw werd begin dit jaar opgepakt nadat in de Brabantse plaats veel auto’s waren bekrast. Volgens het gewraakte proces-verbaal was op camerabeelden te zien dat ze als enige dicht bij een bekraste auto was geweest. ,,Het is aannemelijk dat deze vrouw de schade heeft veroorzaakt aan dit voertuig”, verbaliseerde de agente.

Advocaat Tom Deckwitz vertelde maandag dat hij na lang aandringen de beelden te zien kreeg. Hij ontdekte dat er meer personen in de buurt van de auto zijn geweest. De rechter concludeert dat de agente ten onrechte heeft geschreven dat ze de beelden helemaal heeft bekeken of bewust heeft verzwegen dat er nog twee personen bij de auto zijn geweest.

De advocaat denkt dat de politie koste wat kost een dader wilde vinden voor de autovernielingen en dat er daarom een tunnelvisie is ontstaan. De politie kon maandag nog niets zeggen over eventuele maatregelen tegen de betrokken agente.

Ons lijkt het duidelijk; deze agente is ongeschikt voor het vak van politieagente. Want welke excuus ze ook gebruikt, in beide gevallen heeft ze gelogen.

 

Klassiek recherchewerk

Door Waarheidsvinder

De politie is er in geslaagd de man aan te houden die al lange tijd probeerde televisieproducent John de Mol te bewegen tot de betaling van een groot geldbedrag. De zaak liep al meer dan een jaar en had grote gevolgen voor de familie. Je weet immers nooit of en wanneer iemand zal toeslaan. Gelukkig is de zaak goed afgelopen.

Maar hoe is de politie eigenlijk aan de dader gekomen? Dankzij allerlei nieuwe technieken of ingewikkelde opsporingsmethoden? Politiewoordvoerder Bernard Jens heeft dat voor de camera duidelijk uitgelegd. De politie had de dader gevonden “na lang en klassiek recherchewerk”. Ook Peter R.de Vries had het over klassiek recherchewerk toen hij sprak over de opsporing van de verdachte. Dat beiden de nadruk leggen op de term “klassiek recherchewerk” geeft aan dat “klassiek recherchewerk” heel bijzonder is en kennelijk niet vaak meer voorkomt.

Toen één van uw redacteuren 40 jaar geleden bij de recherche begon, was dit eigenlijk de enige manier om zaken op te lossen en toen vond men dat helemaal niet bijzonder, dat was gewoon het werk van de politie. Gewoon de feiten onderzoeken, getuigen horen, lange dagen maken en je hersens gebruiken. Eigenlijk dat doen waarvoor je wordt betaald.

Klassiek recherchewerk. Misschien dat we het woord ‘klassiek’ moeten vervangen en het alledaags recherchewerk noemen. Want goed recherchewerk is alledaags en zou normaal moeten zijn. En hoort niet anders genoemd te worden in publicitair gevoelige zaken.

Verkeerde prioriteiten of gebrek aan kwaliteit?

Door Waarheidsvinder

Gisteravond liet een rapportage van Zembla zien dat politie en justitie 2 jaar niets hebben gedaan, na een melding van de Noorse autoriteiten in maart 2012 dat er vanaf een bungalowpark in Nederland via de computer meisjes werden bedreigd en gedwongen tot verregaande seksuele handelingen voor de webcam. Een van de slachtoffers was een Noors meisje dat bij de politie aangifte had gedaan. Op zich al een grote stap voor een slachtoffer, want schaamte speelt vaak een rol bij dit soort zaken en dat weten de daders ook.

Ondanks een rechtshulpverzoek van de Noorse autoriteiten ondernamen politie en justitie in Nederland geen enkele actie in de richting van de verdachte. Men zocht wel uit van wie het gebruikte IP-adres was en welk e-mailadres daarbij hoorde, maar de door de Noren gevraagde huiszoeking kwam er niet. Er gebeurde helemaal niets en de dader kon doorgaan met zijn activiteiten en nieuwe slachtoffers maken. Er werd pas actie ondernomen nadat de afdeling Security van Facebook een onderzoek had ingesteld en de resultaten daarvan in september 2013 doorgaf aan de Nederlandse autoriteiten. Ook zij wezen naar iemand in Nederland.

Dat onderzoek van Facebook was er gekomen na de dood van de 15 jarige Canadese Amanda Todd. Amanda pleegde zelfmoord nadat seksueel getinte afbeeldingen van haar op grote schaal via het internet waren verspreid, nadat zij geweigerd had seksuele activiteiten voor de webcam uit te voeren. Haar dood leidde tot grote commotie in Canada en de rest van de wereld en daarom konden politie en justitie nu niet meer om de zaak heen. Het onderzoek dat door politie en justitie wordt ingesteld leidt begin 2014 uiteindelijk tot de aanhouding van Aydin C. en hij bleek ook dat verdachte in de Noorse zaak te zijn.

Gisteren was een zitting in de rechtszaak tegen Aydin C. De officier van justitie in deze zaak reageerde vast op de komende rapportage van Zembla en liet weten dat politie en justitie in deze zaak niets te verwijten viel. Volgens haar was het destijds zoeken naar een speld in een hooiberg omdat de verdachte steeds van identiteit en adres wisselde en het door hem gebruikte huisje onder een valse naam huurde. Deze uitspraak doet vermoeden dat politie en justitie destijds na het verzoek van de Noren wel een poging hebben gedaan de verdachte te vinden, maar dat men hem niet had kunnen vinden. Dat is echter niet het geval. Men heeft in 2012 geen enkele actie ondernomen, ook niet nadat ook in Nederland nieuwe slachtoffers zich hadden gemeld.

Had men dat wel gedaan, en één rechercheur had dat kunnen doen, dan had een gesprek met de beheerder van het park opgeleverd dat er een in bepaald huisje een alleenstaande man had verbleven ten tijde van de contacten met het meisje in Noorwegen. Simpel onderzoek had vervolgens opgeleverd dat de betreffende man daar onder een valse naam had verbleven. Bij de beheerder van het park was echter een kopie van het valse paspoort van de man aanwezig en dat valse paspoort was voorzien van een goed gelijkende foto van de onbekende man. Met die foto had men kunnen gaan rechercheren en mogelijk had men dan ontdekt dat de man onder zijn echte naam werd gezocht door de politie in Rotterdam. Een normale werkwijze die ook nu nog veelvuldig wordt gebruikt.

In de reportage van Zembla kwam een andere officier van justitie met een ander excuus. Volgens hem had de zaak waarschijnlijk niet voldoende prioriteit gehad en waren er mogelijk andere zaken geweest die belangrijker waren. Politie en justitie kunnen volgens hem nu eenmaal niet alle zaken onderzoeken.

Los van het feit dat deze uitspraak duidelijk maakt dat de betreffende officier van justitie niets van de ernst van dit soort zaken begrijpt, spreekt hij zijn collega ook tegen.

De ene officier heeft het dus over prioriteiten en de ander zegt dat het om een speld in een hooiberg ging. Het feit dat er nu al 2 verschillende versies van justitie in omloop zijn zegt genoeg. Men verzint van alles in een poging zichzelf en de politie vrij te pleiten.

Justitie zegt ook dat het wel heel gemakkelijk is nu kritiek te hebben en heeft het over wijsheden achteraf. Wij denken dat dit onzin is. De in 2012 bekende feiten waren ernstig genoeg voor een serieus politieonderzoek. Dat men dit heeft nagelaten zegt alles over de kwaliteit van de aanpak van dit soort zaken.

Gebrek aan kennis bij de politie is vaak een veel groter probleem dan gebrek aan mensen en dat is pas echt zorgelijk.

Nader onderzoek naar moord op Bart van der Laar

Door Waarheidsvinder

Soms vraag je je af in wat voor een land we leven. Als er één zaak is waarbij zelfs een blinde op honderd meter afstand kan zien dat de verdachte onschuldig is veroordeeld dan is het wel bij de veroordeling van Martien Hunnik voor de moord op platenproducer Bart van der Laar in 1981 in Hilversum. Maar de dames en heren van de Hoge Raad willen dat kennelijk niet zien, gezien het zojuist uitgebrachte persbericht;

De Hoge Raad later nader onderzoek doen in de zogenaamde showbizzmoord voordat hij beslist over een eventuele herziening in deze zaak. Dit onderzoek richt  zich op de vraag of de veroordeelde Martien  Hunnik  tijdens het politieonderzoek en bij de behandeling van zijn zaak door rechtbank en hof leed aan een ziekelijke stoornis en/of een geestelijk gebrekkige ontwikkeling. Een tweede te beantwoorden vraag is onder meer of deze eventuele stoornis/gebrekkige ontwikkeling  het gedrag en zijn keuzemogelijkheden daarin  destijds  heeft kunnen beïnvloeden en zo ja, hoe en in welke mate.

De Hoge Raad wijst een raadsheer uit zijn midden aan als raadsheer-commissaris die het onderzoek zal leiden.

Het hof in Amsterdam veroordeelde Hunnik op 16 augustus 1984  tot twee jaar gevangenisstraf en tbr voor doodslag op de platenproducer Bart van de Laar. Van de Laar werd op 10 november 1981 met een schotwond in z’n hoofd aangetroffen in zijn woning in Hilversum en overleed hieraan drie dagen later.
Hunnik bracht bijna acht jaar in detentie en behandeling door.
 
Aanvragen tot herziening zijn gedaan door de advocaat-generaal Aben en door de raadslieden Knoops en Vosman van de betrokkene. Aben vorderde herziening in deze zaak op basis van de uitkomsten van een feitenonderzoek dat hij liet uitvoeren. Uit zijn onderzoek bleek hem dat Hunnik als de dader kon worden aangemerkt  uitsluitend op basis van mededelingen en bekentenissen van Hunnik zelf. Dit nieuwe feitenonderzoek leverde volgens hem geen bevestiging op van deze bekentenissen, terwijl de twijfels over het waarheidsgehalte van de bekentenissen zijn vergroot op basis van nieuwe getuigenverklaringen.
 —
 Tot zover dit persbericht van de Hoge Raad.
 —
Steeds weer blijkt dat de waarheid slechts een ondergeschikte rol speelt bij herzieningszaak. De waarheid is dat de veroordeling van Martien Hunnik het gevolg is van een dramatisch slecht politieonderzoek onder leiding van een officier van justitie die dat allemaal kennelijk prima vond gevolg door uitspraken van diep slapende rechters.
Het lijkt er op dat de Hoge Raad Martien Hunnik alleen wil vrijspreken als men de schuld geheel bij hemzelf kan leggen. Hij heeft immers bekend. Dat die bekentenis  afgedwongen was en niet kan kloppen met de feiten speelt voor de Hoge Raad kennelijk geen rol. De bescherming van het imago van politie en justitie blijft kennelijk het belangrijkste.
Onderwijl mag Martien Hunnik nog even wachten op gerechtigheid. Maar ach dat doet hij al meer dan 30 jaar.