Skip to content

Kritische mensen verlaten de politie

Door Waarheidsvinder

Het blijkt dat het nog steeds een rommeltje bij de politie is. Volgens een artikel in de Telegraaf van deze ochtend verlaten steeds meer leidinggevenden en talentvolle medewerkers de Nationale Politie. De krant citeert in het artikel Jan Struijs, woordvoerder van de Nederlandse Politiebond. Hij zegt:  ” Politiemensen werkzaam bij diverse afdelingen van de Landelijke Eenheid melden een groot aantal misstanden. Talenten worden niet gezien en benut. Diverse leidinggevenden stoppen meer energie in het monddood maken van de melders van de problemen dan het aanpakken van die problemen.”In mailtjes aan de bond spreken medewerkers over “ afrekencultuur”, “ betonrot” en een “ complete braindrain”.

Jan Struijs doet alsof hij iets nieuws heeft ontdekt. Helaas is dat niet het geval. De problemen zoals door hem worden geschetst zijn niet nieuw. Wij hebben dat zelf aan den lijve mogen ondervinden. Kritiek wordt bij de politie nu eenmaal niet geduld. In plaats van de kritiek serieus te bekijken opent de leiding meestal het vuur op de boodschapper. Leidinggevenden doen dat om zichzelf te beschermen. Hun gebrek aan kwaliteit verbloemen ze door te dreigen in de richting van de criticasters. De waarheid speelt bij dit soort zaken geen enkele rol. Kritische rapporten over deze misstanden worden al jaren onder de pet gehouden.

Janine van den Berg, de Chef van de Landelijke Eenheid, herkent zich maar deels in de kritiek. Volgens haar heeft het allemaal ook te maken met de reorganisatie. Wij denken dat dit onzin is. In de tijd dat één van uw redacteuren nog bij de politie Groningen werkte kwam ook hij al een groot aantal misstanden tegen. Al die zaken heeft hij bij de leiding gemeld. De reactie van de korpsleiding maakte duidelijk dat men geen prijs stelde op die kritiek. Op 31 mei 2007 ontving hij via zijn raadsman een brief van korpschef Oscar Dros. In deze brief schreef Oscar Dros onder meer:

De heer Gosewehr is naar mijn mening onvoldoende van het besef doordrongen dat hij een ambtenaar is die de openbare dienst representeert. In die hoedanigheid wordt van hem verwacht dat hij in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag bijdraagt tot een goede functionering van de politie in het algemeen en de Regiopolitie Groningen in het bijzonder. Daarmee is onverenigbaar dat bij voortduring onverholen kritiek wordt uitgeoefend op ( de professionaliteit en het werk van ) de leidinggevenden en collega’s van de politieorganisatie bij wie de heer Gosewehr in dienst is en door welke organisatie hij wordt bezoldigd. Soms lijkt het erop dat de heer Gosewehr zijn collega’s ter verantwoording wil roepen over hetgeen zij ter opsporing hebben ondernomen of ondervonden, zelfs in zaken waarbij hij niet is betrokken. Ik vind dat onaanvaardbaar.”

Over de inhoud van mijn kritiek is nooit gesproken, ik moest gewoon doen wat me werd gezegd en verder niet. Bevel is bevel. Het vervolg was voorspelbaar; uw redacteur vertrok bij de politie en Oscar Dros werd later bevorderd tot Chef van de Noordelijke Eenheid van de Nationale Politie. Kennelijk was men zeer tevreden over de manier waarop hij ook in deze zaak het imago van de politie in bescherming had genomen.

Het artikel in De Telegraaf bevat daarom niets nieuws, het is oude wijn in nieuwe zakken. De problemen komen niet door de reorganisatie, ze hebben alles te maken met de politiecultuur. Het imago is belangrijker dan de waarheid en wie het daar niet mee eens is kan vertrekken. Opgeruimd staat netjes.

En dat is drie

Door Waarheidsvinder

Na de zaak Ina Post en de Spelonkzaak kwam er vandaag een mooi einde aan de zaak van de Showbizzmoord. Na 33 jaar als moordenaar door het leven te zijn gegaan, werd Martien Hunnik eindelijk vrijgesproken. Opnieuw is gebleken dat ons werk niet zinloos is, het is gewoon een kwestie van volhouden. In deze zaak heeft het voor ons bijna 6 jaar geduurd voordat de bevrijdende uitspraak kwam.

Een minpuntje was het feit dat ook nu de rechters weigerden te erkennen dat Martien destijds op een onbehoorlijke manier tot een valse bekentenis was gedwongen. De waarheid doet kennelijk soms toch teveel pijn. Op deze manier wekt men de indruk dat een onterechte veroordeling de schuld is van de ” bekennende” verdachte in plaats van het gevolg van slecht politiewerk en uit de hand gelopen verhoren.

Het laatste woord van een onschuldig veroordeelde

Door Waarheidsvinder

Hij werd 33 jaar geleden veroordeeld voor een moord die hij niet had gepleegd, de moord op platenproducer Bart van der Laar. Nadat zijn veroordeling vorig jaar door de Hoge Raad was vernietigd stond hij afgelopen week opnieuw voor de rechter. Het Gerechtshof in Den Haag heeft nu zijn lot in handen. Het openbaar ministerie heeft vrijspraak gevraagd maar de rechter moet beslissen. Op 14 juni 2016 is de uitspraak. Dan weet Martien Hunnik of hij echt vrij is.

Aan het einde van de 2e zittingsdag kreeg Martien als laatste het woord. Zijn verhaal was zo indrukwekkend dat wij het hier publiceren. Het is het verhaal van een beschadigd iemand, maar ook het verhaal van iemand die nooit heeft opgegeven.

Mevrouw de voorzitter, leden van het Hof,
U allen is en zijn de feiten omtrent, de moord op B. v.d. Laar toegelicht en zo nodig uitgelegd.
Natuurlijk is mij niet ontgaan dat er ook en beeld wordt weergegeven over mij en mijn persoonlijkheid. Maar vooral mijn handelen als de Martien van toen.
Deskundigen hebben in 2014 bepaald dat ik vanaf mijn jeugd zou leiden aan een recidiverende depressieve stoornis.

Nu zijn al deze feiten bij u bekend, bij mij is gebleken, uit de afgelopen dagen, dat het O.M. al jaren lang ontlastende feiten, niet in het licht van de openbaarheid hebben gebracht. Althans tot 21-12-2012 in het gesprek met Mr. Verstraelen, Mr. Vosman en Mr. Knoops. Ik ben blij dat de waarheid nu eer wordt toegedaan. Eindelijk na drieëndertig jaar.

Dit zijn jaren geweest vol met zoektochten en vele vragen. Hopelijk gaat dit ook leiden tot het vinden van antwoorden.

Zo ook een antwoord op de vraag; ‘hoe leg je een kind uit dat je een moord bekend hebt, die je niet gepleegd hebt?’ en dan gelijk de vraag daarna; ‘papa Tien, als jij het niet gedaan hebt?  …waarom hebben ze jou dan wel veroordeeld en opgesloten?’
Ik spreek de hoop uit dat u, Mvr. de Voorzitter en geacht Hof, hierop een antwoord zou kunnen geven.

Verbijsterend is het feit dat mijn zaak, het 33-jarig ambt van een koningin heeft overleefd. Is het nu aan haar zoon die mij, uit zijn naam, mij de vrijheid geeft?

In 2005 stierf onze dochter na negen maanden te hebben geleefd. Haar dood, was voor mij het moment, dat ik mij realiseerde; ‘jouw vader is geen moordenaar…’
die gelofte, is dan nu aan u, om ingelost te worden.

Op 10 december 1990 kreeg ik onvoorwaardelijk ontslag uit de T.B.R. . niet meer dan twee weken later werd ik opgenomen en geopereerd, naar aanleiding van een klaplong, ook was ik te mager en ondervoed. Na tien dagen werd ik op eigen verzoek ontslagen omdat de kamer mij het gevoel gaf van; in een cel opgesloten te zitten.

En dat gevoel zou ik nog niet kwijt raken. Namelijk niemand neemt een moordenaar, laat staan een T.B.S.’er in dienst.
Zo werd ik ook op staande voet ontslagen door een uitzendbureau uit de Randstad omdat er bekent was geworden dat ik T.B.R. had gehad.
Zonder werk raakte ik mijn dagelijkse structuur kwijt en uiteindelijk was daar de straat. Ik heb tot 385 keer gesolliciteerd, en op de vraag of ik met Justitie in aanmerking aanraking was gekomen gaf ik eerlijk antwoord, wat uiteindelijk genoeg reden was, om mij wederom af te wijzen.

Uitgekotst , vrienden waren er opeens niet meer, want ik had verteld dat ik ten onrechte was veroordeeld.
Ik heb twee jaar gezworven op straat tot het moment dat ik onder buslijn 4 vandaan werd gehaald en werd opgenomen in het Willem Arnts St. te Utrecht.

Om daarna een plek te krijgen in het Fabre , het Vaartse Rijn Huis, voor thuis en daklozen.
Door middel van een begeleid wonen project kreeg ik mijn eigen twee kamer flatje in 1994. Nog geen jaar later kwam Ivo in mijn leven, en hij bleef.
Veel vrienden verdwenen weer, want ‘die Martien scoort niet, je wordt niet voor niets veroordeeld!’ en dat stigma bleef bestaan, tot op de dag van vandaag.

Het lied: ‘Op weg naar de vrijheid’ schreef mijn partner speciaal voor mij, maar ook voor ons. Wanneer er geen mensen zijn die in je geloven, dan sta je alleen aan het roer.
Alleen in jouw strijd. Daarom ben ik Ivo dankbaar voor zijn, geduld, liefde, zorg en waakzaamheid ook met betrekking tot mijn gezondheid.

Het P.D.C. in Diemen heeft in 2013 op 6 juli vastgesteld dat ik lijd aan P.T.S.S. , trauma’s uit mijn jeugd en mijn detentie. Verder hebben ze geconstateerd dat ik behoor tot de grote groep,  2e generatie oorlogs-slachtoffers, gezien de internering van mijn moeder in Ravensbruck en het krijgsgevangenschap van mijn vader bij de russen.
Mijn ouders hadden allebei trauma’s, die later littekens zijn geworden. Deze littekens vervagen nooit. Zo draag ook ik mijn littekens, zowel van buiten, als van binnen.

Sinds mijn vrijlating is mijn gezondheid dan ook vaak in het geding gekomen. Veel klachten werden weggezet als zijnde; ‘het zit tussen m’n oren’. De ribtumor die werd werd weggehaald zat daar niet, zo ook mijn klaplong, bloed afwijking en epilepsie niet.

Wat er wel zat tussen mijn oren waren de nachtmerries van mijn detentie, ‘ ‘s nachts zoeken naar het licht in mijn kamer, om het licht in mijn cel uit te doen…’
Ook onmacht en angst voor mensen, maar vooral angst om mensen weer te vertrouwen. Nog dagelijks heb ik hier last van, maar ook geleerd hoe ik hiermee om moet gaan.

Soms denk ik terug aan de momenten, dat ik dit aardse tranendal wilde verlaten.
Maar nu sta ik hier. Ooit ben ik bijna verzonken in een zee van stille tranen. Maar altijd waren daar die handen, en nu nog… Die van onze kinderen,  om het leven van mij te doen laten leiden in goede banen. En dat het Verleden,  mij niet meer zal hinderen,  in mijn leven van het Heden.

In mij heb ik een stil gebed,  dat u mij vandaag kan meegeven, en aan eenieder die mij dierbaar is,  jullie vader, jullie broer, jouw man, is geen moordenaar.

Het is aan U,

 

Oud nieuws?

Door Waarheidsvinder

In de Volkskrant staat vandaag een artikel van de hand van Elsbeth Stoker over valse aangiftes in zedenzaken. Uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht zou zijn gebleken dat zedenrechercheurs niet goed zijn in het onderscheiden van echte en valse zedenaangiftes. Uit testen is gebleken dat zedenrechercheurs net zo goed of net zo slecht scoren als willekeurige andere personen bij het onderkennen van valse aangiftes. Slechts in ongeveer 50 procent van de gevallen onderkent men een valse aangifte, een resultaat dat je ook bereikt door het opgooien van een muntje.

De uitkomst van het onderzoek verbaast ons niets en we vragen ons af wat er nieuw aan is. Al in 2003 schreef advocaat Chris Veraart een boek onder de titel Valse Zeden waarin hij kritiek uitoefende op de manier waarop politie en justitie met valse zedenaangifte omgingen.

In 2004 hebben wij zelf het probleem van de vele valse aangiftes al aangekaart bij de leiding van de Groningse recherche en één van uw redacteuren heeft daarnaast het probleem in januari 2005 tijdens een persoonlijk gesprek aangekaart bij de Groningse korpschef Oscar Dros. Er werd niets mee gedaan.

De zaak Theo Tetteroo, waarover we op deze site uitgebreid hebben geschreven, is een schrijnend schoolvoorbeeld van een valse aangifte. Toch werd hij veroordeeld en werd een herzieningsverzoek door de Hoge Raad afgewezen. Een van uw redacteuren verloor uiteindelijk zijn baan vanwege zijn kritiek op het politieonderzoek.

Psychologe Jannie van der Sleen deed in het verleden samen met de Erasmus Universiteit onderzoek naar aangiften van seksuele misdrijven. Hoewel er geen harde cijfers zijn, gaat zij ervan uit dat tussen de tien en veertig procent van de aangiften vals is. Wij denken dat ze daar niet ver naast zit.

We herhalen daarom onze vraag; Wat is er nieuw aan dit onderzoek van de universiteit Maastricht?

Pluim voor het Openbaar Ministerie

Door Waarheidsvinder

Vaak hebben wij ook op deze site kritiek op de starre houding van het Openbaar Ministerie, maar vandaag is dat anders. Vanmorgen begon bij het Gerechtshof de behandeling van de zogenaamde Showbizzmoord, de moord op platenproducer Bart van der Laar. Hij werd op 10 november 1981 in zijn woning in Hilversum neergeschoten en overleed enkele dagen later in het ziekenhuis in Hilversum. Aanvankelijk bleef de moord onopgelost, maar in januari 1983 hield de politie de toen 23 jarige verpleger Martien Hunnik. Hij bekende onder grote druk van de politie de moord te hebben gepleegd. Hoewel zijn bekentenissen niet klopte met de feiten en hij niet over daderkennis beschikte werd hij toch veroordeeld. We schreven eerder uitgebreid op deze site over de zaak omdat wij er van overtuigd zijn dat hier sprake is van een gerechtelijke dwaling.

Kennelijk was de Hoge Raad het met ons eens, want op 26 mei 2015 vernietigde men het vonnis in deze zaak en kreeg het Gerechtshof in Den Haag opdracht de zaak opnieuw beoordelen.

De behandeling van de zaak begon vanmorgen. Direct aan het begin van de zitting was er al een enorme verrassing, het Openbaar Ministerie kondigde aan dat men vrijspraak zou vragen voor Martien Hunnik omdat zijn bekentenis onvoldoende betrouwbaar was voor een veroordeling. Men wilde hem niet langer in spanning laten zitten, vandaar deze mededeling vooraf.

Natuurlijk is de zaak daarmee nog niet beslecht, het is de rechter die moet beslissen. Maar we vinden het wel van klasse getuigen dat het OM deze keer de belangen van de onterecht veroordeelde Martien Hunnik zwaar laat wegen.

Ontploffing handgranaat in scene gezet

Door Waarheidsvinder

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

De beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger.

Wij zijn het met de onderzoekers eens dat er niets duidt op betrokkenheid van een derde persoon, maar wij zijn het niet eens met de conclusie dat Groenendijk en Admilson samen verantwoordelijk zijn voor de ontploffing. Dit is slechts één van de mogelijke scenario’s. De andere twee mogelijke scenario’s zijn dat Groenendijk of Admilson alleen heeft gehandeld en die scenario’s zijn niet onderzocht.

Na bestudering van het dossier kunnen wij niet tot een andere conclusie komen dan dat Groenendijk niets met het plaatsen van de handgranaat te doen heeft gehad. Hij is alleen maar slachtoffer en heeft geluk gehad dat hij niet door de ontploffing om het leven is gekomen.

Uit het dossier blijkt dat Admilson een dag voor de ontploffing al was opgevallen. Terwijl hij met een collega over het terrein loopt, vindt hij “toevallig” een handgranaat onder het wiel van een dienstauto. Het is duidelijk dat de granaat daar opzettelijk is neergelegd. In plaats van alarm te slaan en te voorkomen dat er ongelukken zullen gebeuren, pakt Admilson de granaat direct op en loopt er mee naar een sergeant die meestal met dit voertuig rijdt. Deze schrikt van het verhaal maar besluit samen met de pelotonscommandant geen ruchtbaarheid aan de zaak te geven. De zaak gaat in de doofpot.

Onze hypothese

Uit het dossier blijkt dat Admilson R. graag iemand wil zijn, hij wil erkenning. Die hoopt hij in eerste instantie te vinden door zijn werk als mineur heel serieus te doen. Maar tot zijn teleurstelling vindt hij nooit een bermbom, hij krijgt daardoor niet de erkenning waarop hij hoopt.

Maar dat gebrek aan erkenning blijft aan hem vreten en op 6 maart 2010 doet hij een poging om die erkenning alsnog te krijgen. Hij legt die dag een handgranaat voor een wiel van het dienstvoertuig van sergeant J. Niet met de bedoeling om hem van het leven te beroven, maar om het leven van hem zogenaamd te redden. Hij zorgt er voor dat er iemand bij hem is als hij de handgranaat “toevallig” vindt.

In plaats van alarm te slaan, pakt hij de handgranaat op en loopt er mee naar sergeant J. Hij verwacht dat J. de ernst van de zaak zal inzien en dat hij daarna als een held zal worden gezien. Dat gebeurt niet. Tot zijn verbijstering wordt de zaak door Jansen in de doofpot gestopt en daarmee krijgt Admilson niet de heldenrol toebedeeld die hij graag had willen hebben.

Op 7 maart 2010 doet hij een nieuwe poging als held erkend te worden. Hij plaats deze keer een handgranaat in de Bushmaster, maar deze keer zet hij de granaat op scherp. Hij legt hem op een zodanige manier neer dat de handgranaat alleen zal ontploffen nadat iemand de granaat ongewild in beweging brengt.

Als excuus voor zijn aanwezigheid in het voertuig gebruikt hij de smoes dat hij de i-Pod van collega Groenendijk wil lenen en dat die altijd in het voertuig ligt. Als hij de handgranaat heeft geplaatst gaat hij op zoek naar een collega, wiens leven hij kan “redden.”

In de buurt van de Bushmaster komt hij een collega tegen die op dat moment van plan is het boordwapen van de Bushmaster te verwijderen omdat hij er onderhoud aan wil plegen. Op verzoek van Admilson gaat deze collega in de Bushmaster op zoek naar de i-Pod van Groenendijk. Admilson gaat ook mee het voertuig in maar blijft veiligheidshalve op enige afstand achter hem. Het zoeken van de collega is kennelijk te oppervlakkig en de handgranaat blijft daardoor liggen waar hij ligt.

Admilson gaat daarop terug naar Erik Groenendijk en vraagt ook hem te helpen met het zoeken naar de i-Pod . Groenendijk weet dat zijn i-Pod voorin het voertuig moet liggen en zet daarom alles op alles om hem te vinden. Daarbij brengt hij op een bepaald moment onbedoeld de door Admilson geplaatste handgranaat in beweging. Nu krijgt Admilson wel zijn zin, nu kan hij de held zijn. Hij gilt tegen Groenendijk dat hij het voertuig uit moet. Als de handgranaat na enkele seconden ontploft is Groenendijk inmiddels nagenoeg buiten het voertuig waardoor hij slechts licht gewond raakt. Admilson zelf, die natuurlijk wist wat er zou gebeuren, staat inmiddels al enkele meters achter de Bushmaster.

Admilson denkt nu een held te zijn, want iedereen zal begrijpen dat hij het leven van Groenendijk heeft gered. Helaas voor hem hem gaat de vlieger ook nu niet op. De onderzoekers stellen al snel vast dat er geen derde persoon verantwoordelijk kan zijn voor de ontploffing van de handgranaat. De vingers wijzen daarom direct al richting Groenendijk en Richter.

In plaats van serieus onderzoek te gaan doen naar beide voorvallen, de handgranaat onder de auto van sergeant J. en de handgranaat in de Bushmaster, beperken de onderzoekers zich alleen tot het laatste voorval. Groenendijk en Admilson worden beiden als verdachte aangemerkt.

Het lukt de onderzoekers niet bewijs voor de schuld van Groenendijk en Richter te vinden en daarom worden beiden uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd.

Maar de militaire autoriteiten denken daar anders over de schuldvraag. Zij houden Groenendijk en Richter beiden verantwoordelijk voor het ontploffen van de handgranaat. Het is afgelopen met hun militaire carrière. Beiden verlaten in 2012 het leger via de achterdeur.

Admilson komt na zijn vertrek uit het leger weer negatief in beeld. Deze keer omdat hij in Drenthe betrokken is bij de moord op drie onschuldige mensen. De moord op de 55 jarige Berend Smit uit Dwingeloo en op het 77 jarige echtpaar Jan en Greet Veenendaal uit Exloo. Voor die zaken is hij inmiddels veroordeeld.

Erik Groenendijk probeert nu via een rechtszaak rehabilitatie te krijgen. Dit verdient hij zeker, of hij het zal krijgen is nog de vraag. De waarheid is nu eenmaal niet altijd leidend.

Zwijgen van verdachte is in Groningen reden om zaak te seponeren

Door Waarheidsvinder

Het overlijden van de 8 jarige Shaleyne Remouchamps

Op 8 juni 2015 rond 01.20 uur hoort een bewoner van de flat De Arend in Hoogeveen buiten een harde klap. Hij denkt daarbij aan het neerkomen van een van bovenaf gegooide vuilniszak. Als hij gaat kijken ziet hij dat het niet om een vuilniszak gaat maar om een mens. Voor de flat ziet hij het lichaam van een jong meisje liggen. Het blijkt te gaan om de 8 jarige Sharleyne Remouchamps. Hij kent het meisje en weet dat ze samen met haar moeder op de 10e verdieping van de flat woont.

Hij rent naar beneden en ziet dan direct dat Sharleyne niet meer leeft. Hij belt daarop direct de politie.

Als hij omhoog kijkt ziet hij boven op de galerij de moeder van het meisje staan. Ze kijkt even naar beneden en het lijkt er op dat ze schrikt als ze de buurman naar boven ziet kijken. Even later ziet de buurman haar een woning op de 2e verdieping van de flat binnengaan. Daar blijft ze even binnen en komt dan weer naar buiten. Hij ziet haar daarna de flat uitkomen. Maar in plaats van dat ze naar haar dochter toekomt, loopt ze naar en auto op het parkeerterrein en begint daar in te rommelen. Op geen enkele manier toont ze belangstelling voor haar dochter.

Als de politie het verhaal van de buurman heeft gehoord, houden ze de moeder aan als verdachte van moord cq doodslag op haar dochter. Kennelijk denkt de politie dat de zaak daarmee is opgelost, want, hoewel normaliter voor dit soort zaken een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt opgeroepen, wordt in dit geval de zaak door het betreffende wijkteam afgehandeld.

Tijdens de sectie worden er op het lichaam van Sharleyne sporen van verwurging aangetroffen, maar de patholoog stelt uiteindelijk vast dat Sharleyne door de val is overleden. Daarna wordt er niet meer over de wurgsporen gesproken, alsof het normaal is dat 8-jarige kinderen gewurgd worden. Een van de redenen daarvoor is dat het strottenhoofd van het kind niet gebroken is. Het vreemde is echter dat de arts die dit heeft vastgesteld zelf concludeert dat dit niets zegt omdat het strottenhoofd van een dergelijk jong kind nog uit niet verhard kraakbeen bestaat.

Als snel blijkt dat de zaak minder eenvoudig is dan men aanvankelijk dacht. De moeder weigert iedere medewerking en beroept zich voortdurend op haar zwijgrecht. Omdat ook het Forensisch onderzoek onvolledig is, zit men na enkele dagen met de handen in het haar. De officier van justitie beslist dan dat de moeder moet worden vrijgelaten. Kort daarna wordt de zaak door hem geseponeerd.

Als de vader van het meisje zich beklaagt over de onvolledigheid van het politieonderzoek en de beslissing van de officier van justitie om de zaak te seponeren krijgt hij een opmerkelijke reactie. De reactie van Justitie is dat men de zaak heeft geseponeerd omdat de moeder niet wil meewerken en dat daardoor niet kan worden vastgesteld wat er is gebeurd. Men houdt alle opties open, men sluit zelfmoord en een ongeluk niet uit en daarmee is het onderzoek teneinde.

Justitie in Groningen wekt daarmee de indruk dat een verdachte er goed aan doet zich op zijn of haar zwijgrecht te beroepen, want dan wordt hij of zij niet vervolgd. Wie dit begrijpt mag het zeggen.

Wij hebben het dossier in deze zaak bestudeerd. Voor ons is de zaak duidelijk. Sharleyne is met geweld om het leven gebracht. Het onderzoek moet derhalve worden heropend, het zwijgen van een verdachte kan geen reden zijn een onderzoek te stoppen. De feiten moeten leidend zijn en de feiten zijn wat ons betreft duidelijk.

Misschien heeft het lakse optreden van justitie ook te maken met het feit dat al voor de dood van Sharleyne een aantal mensen zich al langere tijd zorgen maakten om haar welzijn. Haar vader heeft alles in het werk gesteld om zijn dochter bij de moeder weg te laten halen, maar kreeg daarbij geen enkele steun van de officiële instanties, waaronder de politie. Het televisieprogramma Zembla schonk daar op 17 februari 2016 uitgebreid aandacht aan. Daaruit blijkt dat veel meer mensen en instanties zich bij hulpverleningsinstanties gemeld hebben, omdat men zich zorgen maakte over welzijn van van het kind. Een geraadpleegde voormalig kinderrechter noemde in dit programma de gang van zaken verbijsterend.

Als zou blijken dat Sharleyne door haar moeder vermoord zou zijn, dat zou de betrokken instanties wel heel slecht uitkomen. Door de zaak te seponeren zal het falen van de betrokken instanties, waaronder de politie, niet aan het licht komen.

Twee lessen kunnen we hieruit leren. Ten eerste: Het OM adviseert verdachten om tijdens verhoren niets te zeggen, want dit vergroot hun kans om de zaak geseponeerd te krijgen. Ten tweede: Wederom lijkt het voor politie en justitie belangrijker te zijn de schone schijn op te houden (wij maken geen fouten) dan de waarheid te achterhalen.

Dat hierdoor een weerloos kind straffeloos vermoord heeft kunnen worden is kennelijk van ondergeschikt belang.

 

Loze praatjes

Door Waarheidsvinder

Als we de politiewoordvoerders moeten geloven neemt de criminaliteit in Nederland voortdurend af. Een geruststellende gedachte voor de mensen die de mening van politiewoordvoerders nog steeds serieus nemen. Wij doen dat niet, wij weten dat de woordvoerders bedoelen dat het aantal aangiftes nog steeds afneemt en wij weten ook hoe dat komt. Niet door minder misdrijven, maar door het de burger zo moeilijk mogelijk te maken om aangifte te doen.

In het verleden werden aangiften van misdrijven alleen door rechercheurs opgenomen, maar dat vonden de hoge heren onzin. Iedereen kan immers alles en dus werd het opnemen van aangiftes overgelaten aan de mensen in het blauw, de man en vrouw in uniform. Die vonden dat maar niets en bovendien hadden de meeste ook onvoldoende kennis van zaken om een goede aangifte op te nemen. Ze klaagden steen en been, en vonden uiteindelijk gehoor.

De verantwoordelijken bij de politie ontdekten ineens dat het opnemen van en aangifte zo simpel was dat je daar geen “goed” opgeleide politiemensen voor hoefde te gebruiken. Men nam daarom goedkope burgerambtenaren in dienst, mensen met een lage opleiding die geen enkele politie-ervaring hebben en net zoveel verstand van politiewerk hebben als een olifant van sneeuwballen gooien. Daarnaast kon je als slachtoffer meestal alleen overdag een aangifte doen en dat is wel heel lastig als je moet werken. Je zag de kwaliteit met sprongen achteruit gaan, maar ondanks alle opgeworpen barricades bleven de aantallen aangiftes aanvankelijk nog steeds stijgen en dus kwam er een nieuwe truc. Poeier de burger af met een kletsverhaal.

Dat hebben ze in Hilversum goed begrepen. Een 81 jarige vrouw is in een winkel van haar portemonnee beroofd en stapt overstuur naar het politiebureau om aangifte te doen. Nadat ze heeft verteld wat er is gebeurd en dat ze de daderes van de diefstal ook heeft gezien krijgt ze de verrassing van haar leven. De vrouw achter de balie laat haar weten dat een aangifte geen meerwaarde heeft en dat ze maar naar de afdeling Gevonden Voorwerpen aan het gemeentehuis moet gaan. Daar zal haar portemonnee wel weer opduiken. De baliemedewerkster kan weer een tukje gaan doen en mevrouw moet het maar uitzoeken.

Maar omdat in de gestolen portemonnee ook haar identiteitsbewijs zat, en die moet je altijd bij je hebben want anders krijg je een bekeuring van de politie, stapt ze naar de politie in haar woonplaats Huizen om de vermissing van haar identiteitsbewijs aan te geven. Maar ook in Huizen kennen ze de nieuwe regels en mevrouw wordt ook daar als een klein kind weggestuurd.

Als de zaak in de publiciteit komt duikt er onmiddellijk een dik betaalde mooiprater op die uitlegt dat deze gang van zaken absoluut geen beleid is bij de politie. Ook de politie-woordvoerder van Midden-Nederland neemt onmiddellijk afstand van de manier waarop het slachtoffer is behandeld. “We hebben de betreffende medewerker hier inmiddels op aangesproken” luidt zijn standaardreactie.

Zolang de bezem niet door het politieapparaat gaat, zal het aantal aangiftes wel blijven dalen en daarom zullen we volgend jaar wel weer te horen krijgen dat de misdaad in Nederland afneemt.

Goed dat er politie is.

Meten met twee maten

Door Waarheidsvinder

Op 15 april staat met grote letters in het AD dat het Cold Case Team van de politie Den Haag een ruim 40 jaar geleden moord alsnog heeft opgelost nadat het programma Opsporing Verzocht eerder aandacht aan de zaak had besteed. Het gaat om de moord op de 76 jarige Daisy Gijsbers. Zij werd op 28 december 1974 in haar woning aan het Sweelinckplein in Den Haag vermoord. Natuurlijk is het prachtig dat de politie een oude moord oplost, maar met deze moord is iets bijzonders aan de hand, de zaak is namelijk al jaren verjaard. Volgens een politiewoordvoerster is de zaak weliswaar verjaard en is de vermoedelijke dader inmiddels overleden, maar het is toch mooi voor de nabestaanden dat ze de zaak nu kunnen afsluiten.

Wij zijn verbijsterd als we dit bericht lezen. Al jarenlang vragen wij om heropening van het onderzoek naar twee moorden in Leidschendam, een plaats die ook onder het Cold Case Team van Den Haag valt. Het gaat daarbij om de moord op de 76 jarige Elvalina Veira op 7 augustus 1984, door de politie ten onrechte afgedaan als een natuurlijke dood, en moord op de 89 jarige Anne Maria Kolstee op 22 augustus 1986. Beide slachtoffers woonden in het bejaardencomplex Duivenvoorde in Leidschendam, en van beide slachtoffers werd een groot aantal cheques gestolen. Die cheques werden later door een vrouw verzilverd.

Voor de moord op mevrouw Kolstee werd de toen 30 jarige bejaardenverzorgster Ina Post aangehouden. Tijdens het onderzoek bleek dat het handschrift op de van mevrouw Kolstee gestolen cheques overeenkwam met het handschrift op de van mevrouw Veira gestolen cheques. De politie ging er daarom aanvankelijk vanuit dat Ina Post ook verantwoordelijk was voor de diefstal van de cheques van mevrouw Veira, maar die verdenking kon men niet hardmaken. Om die reden werd Ina Post alleen vervolgd voor de moord op mevrouw Kolstee en voor die moord werd zij tot in hoogste instantie veroordeeld.

Inmiddels weten we dat Ina Post onschuldig is aan de moord op mevrouw Kolstee. Nadat haar veroordeling op 23 juni 2009 door de Hoge Raad was vernietigd, werd zij op 6 oktober 2010 alsnog door het Gerechtshof in Den Bosch vrijgesproken.

Men zou verwachten dat politie en justitie daarna een nieuw onderzoek zouden starten om alsnog te proberen de moord op mevrouw Veira en de moord op mevrouw Kolstee op te lossen. Dat doet men niet. Het argument daarvoor is dat beide zaken verjaard zijn.

Maar hoe kan het zijn dat men wel onderzoek doet naar de moord op Daisy Gijsbers? Haar zaak is nog veel ouder dan de moord op mevrouw Veira en de moord op mevrouw Kolstee. In de zaak van Daisy Gijsbers was er geen technisch bewijs, in de beide andere zaken is dat er wel.

Er is handschrift van de dader(es), er zijn in de woning van mevrouw Kolstee vingerafdrukken en de afdruk van een handpalm gevonden. Maar nog veel belangrijker is dat er DNA is gevonden van een onbekende man. Volgens justitie is er geen bewijs dat dit DNA van de dader is. Dat is een vreemde redenering. Het DNA is afkomstig uit het haarzakje van een uitgetrokken haar en werd aangetroffen op het lichaam van mevrouw Kolstee. Er is daarom een meer dan gerede kans dat het DNA van de dader is en dat het slachtoffer dat haar tijdens een worsteling uit zijn hoofd heeft getrokken. Daarnaast zijn er nog meer haren gevonden die niet van het slachtoffer en van Ina Post zijn.

Hoe het ook zij, je kunt pas met zekerheid iets over de herkomst van het haar zeggen als je onderzoek hebt gedaan. Een dergelijk onderzoek hoeft misschien niet lang te duren, want er is een vrouw die bij beide slachtoffers heeft gewerkt. Het minste wat politie en justitie zouden kunnen doen is te onderzoeken of de aangetroffen sporen en het handschrift van haar zijn en/of van iemand in haar directe omgeving.

Vandaag staat in De Telegraaf een groot artikel over deze zaak. Ook staat er een interview met Ina Post in de krant, waaruit blijkt dat het leven van Ina nog steeds wordt beheerst door haar onterechte veroordeling. Ina wil niets liever dan dat de werkelijke dader(es) bekend wordt. Pas dan kan ze haar leven weer echt oppakken.

In een reactie op het artikel in De Telegraaf zegt justitie dat men niet bereid is een nieuw onderzoek te beginnen. Men gebruikt daarvoor allerlei onzinnige argumenten. Men heeft duidelijk maling aan de gevoelens van Ina Post en van de nabestaanden van mevrouw Veira.

Net zo goed als wij dat weten, weten ook politie en justitie dat een nieuw onderzoek hoogstwaarschijnlijk zal uitwijzen dat en hoe men in het verleden heeft gefaald. En voor politie en justitie is er uiteindelijk altijd maar één ding belangrijk: het eigen imago. Daar moet alles voor wijken. De nabestaanden van Daisy Gijsbers hebben in Den Haag kennelijk meer rechten dan Ina Post en de nabestaanden van mevrouw Veira en mevrouw Kolstee. Een treurige zaak.

 

Over integriteit gesproken

Door Waarheidsvinder

Op deze site hebben wij al meerdere malen gewezen op de praktijken van recherchebureau Marple. Een bureau dat in opdracht van de provincies Groningen en Drenthe onderzoek deed naar vermeende misdragingen van provincie ambtenaren. Ambtenaren die de provincies kennelijk liever kwijt dan rijk waren , maar waarvoor geen grond was hen te ontslaan. Hoewel die onderzoeken een vermogen kostten en geen bewijs opleverden raakten toch alle betrokken ambtenaren hun baan kwijt.

Op zaterdag 26 maart 2016 zal Argos aandacht besteden aan de activiteiten van bureau Marple, dat destijds nog opereerde onder naam Suver. De aanleiding voor deze uitzending is het feit dat Raadsman Ferre van de Nadort uit Beilen de Nederlandse Staat aansprakelijk gaat stellen omdat die onvoldoende toezicht houdt op het werk van particuliere opsporingsbureau’s. Hij doet dit vanwege het optreden van detectivebureau Suver dat in opdracht van de provincie Groningen tegen vier ambtenaren een onderzoek instelde wegens vermeende fraude. De zaken leidden in geen van de gevallen tot aangifte bij de politie, de betrokken ambtenaren vertrokken met een regeling bij de provincie. De ambtenaren zijn door het optreden van het recherchebureau ernstig psychisch beschadigd, zegt hun raadsman van de Nadort. De rapporten van het detectivebureau staan volgens hem “vol met beschrijvingen van karaktereigenschappen” en andere niet ter zake doende informatie over vakantiebestemmingen en de aanschaf van auto’s of caravans. “ De staat heeft de plicht toezicht op deze bureaus te houden, maar van toezicht is in het geheel geen sprake. Mijn cliënten vinden dat hun persoonlijke levenssfeer is geschonden.”

In Nederland zijn zo’n 450 particuliere opsporingsbureaus. Het bureau Suver, dat door de provincie Groningen was ingehuurd, was niet aangesloten bij een van de brancheverenigingen en had geen keurmerk. Het bureau verzorgde in 2009 ook een integriteitscursus voor alle 900 ambtenaren van de provincie. Volgens de provincie kostte dat 160.000 euro. Die cursus werd verzorgd door Greet Elsinga en een van haar collega’s. Elsinga werkte tegelijkertijd als beleidsmedewerkster bij de landelijke politieacademie. In 2014 werd zij daar ontslagen omdat ze haar nevenactiviteiten niet had gemeld bij haar werkgever.

Als het allemaal niet zo treurig was, dan zou het lachwekkend zijn. Een recherchebureau dat zonder vergunning opereert, dat alle regels met voeten treedt, mag in de provincie Groningen een cursus aan provincieambtenaren geven om hen te leren zich aan de regels dienen te houden. Daarvoor mag de Groningse belastingbetaler dan wel 160.000 euro neertellen. Je vraagt je af wie dat heeft bedacht.

Het is goed dat er door Argos aandacht deze zaak wordt besteed. Enerzijds om de Groningse burger te informeren, want de regionale omroep RTV Noord laat het op dat punt toch wel afweten, en anderzijds om het Ministerie van Justitie in beweging te krijgen. Want als de pers in beweging komt, dan wordt de overheid veelal ineens ook wakker.

Noot 26 maart

In de uitzending liet verantwoordelijk gedeputeerde mevrouw Homan van Groen Links weten dat er niets mis is met de kwaliteiten van de onderzoeken van bureau Marple, het bureau had immers een vergunning. Ze is dan ook niet van plan de zaak in Provinciale Staten te gaan bespreken. Misschien dat mevrouw Homan nog eens naar het partijprogramma van Groen Links moet kijken. Daarin staat onder meer: ” Groen Links vindt dat burgers recht hebben op een zo transparant mogelijke overheid. Informatie die bij overheden rust moet wat Groen Links betreft veel vaker en sneller openbaar worden gemaakt worden.” Als wij mevrouw mevrouw Homan waren zouden wij ons in een hoekje gaan zitten schamen. Misschien zou zij dat ook moeten gaan doen.