Skip to content

Persverklaring Knoops’ advocaten inzake gerechtelijke dwaling in Spelonk-zaak Bonaire

Door Waarheidsvinder

Samen met advocaat Knoops en zijn  medewerkers en samen met psycholoog Dr. Lucio  Ricardo hebben wij enkele jaren gewerkt aan de zaak Spelonk, een dubbele moord op het eiland Bonaire waarbij twee jonge mannen onschuldig waren veroordeeld. Het lijkt er op dat het boek nu dicht kan. Vandaag werd door het kantoor van Knoops onderstaand persbericht uitgebracht.

Uitspraak hof van justitie voor de Nederlandse Antillen op 11 april 2014 in de Spelonk-zaak, waarbij het hof van justitie aan de twee vrijgesproken mannen schadevergoedingen heeft toegekend voor de gerechtelijke dwaling die in 2005 plaatsvond in deze geruchtmakende zaak (veroordeling hof van justitie in 2006).

Nozai Thomas en Andy Melaan werden in 2005 door het Gerecht op Bonaire veroordeeld voor een dubbele moord op twee broers die zij niet hadden gepleegd (veroordeling in hoger beroep door het hof van justitie in 2006); er werden gevangenisstraffen opgelegd van 8 jaar (Nozai Thomas) en 24 jaar (Andy Melaan). De onterechte veroordeling kwam aan het licht door de inzet van drs. Lucio Ricardo een psycholoog op Curaçao die in hun onschuld geloofde. Oud-rechercheur Dick Gosewehr en criminoloog dr. Timmerman onderzochten voorts de zaak in 2009-2010 en concludeerden dat de twee mannen ten onrechte waren veroordeeld.

Vanaf 2011 werd door het Knoops’ Innocence Project onder leiding van professor Geert-Jan Knoops en Carry Hamburger (tevens directeur van het Knoops’ Innocence Project) met een advocatenteam van hun kantoor en forensisch experts, in samenspraak met deze twee oud- rechercheurs (Dick Gosewehr en dr. Harrie Timmerman), nieuw onderzoek gedaan. Bij het uitvoeren van deze nieuwe onderzoeken kreeg de verdediging steun van de toenmalig korpschef op Bonaire, de heer Jan Rooijakker en het openbaar ministerie op de Antillen.

Onderdeel van het nieuwe onderzoek van de verdediging was nieuw digitaal onderzoek naar de computer van Nozai Thomas. Experts van Digital Investigations wisten aan te tonen dat Nozai Thomas ten tijde van de moorden thuis achter zijn computer aan het werk was. Hij kon dus nimmer in de nacht van de moorden op het Bolivia-terrein in het oosten van Bonaire zijn geweest.

In september 2012 bepaalde het Hof van justitie bij een tussenuitspraak dat justitie nieuw onderzoek diende te doen naar de nieuwe feiten die de verdediging voor de onschuld van Nozai en Andy aandroeg.

Dit nieuwe onderzoek vond plaats in de periode eind 2012 tot april 2013 en werd uitgevoerd door een Nederlands cold cases team (onder leiding van Advocaat-Generaal mr. Gérard de Haas). Dit nieuwe “cold cases” onderzoek (met de naam “Phoenix”), leidde (nadat het herzieningsverzoek en de resultaten van het Phoenix-onderzoek op een twee dagen durende zitting van het hof waren behandeld) tot een heropening van de zaak door het hof van justitie. Tijdens dit nieuwe onderzoek werden in samenspraak met de verdediging maar liefst veertig getuigen werden gehoord, waaronder getuigen die nimmer eerder waren gehoord. Op 1 juli 2013 heropende het hof de zaak, hetgeen de eerste keer op de Antillen was dat dit gebeurde. Op 14 november 2013 leidde de heropende zaak tot een vrijspraak door het hof van justitie .

Het nieuwe onderzoek toonde onder meer aan dat Nozai Thomas in 2005 een valse bekentenis had afgelegd. Aanvullend digitaal onderzoek wees uit dat Thomas een alibi had. Telecomonderzoek en nieuwe getuigenverklaringen wezen tevens uit dat ook Melaan een alibi had, waardoor kwam vast te staan dat beiden niet aanwezig konden zijn geweest bij de moorden op het Bolivia-terrein te Bonaire.

Daarop werd door de verdediging in januari 2014 schadevergoedingsverzoeken ingediend bij het hof van justitie voor de onterecht ondergane detentie. Op 11 april 2014 kende het hof deze toe. Mrs. Geert-Jan Knoops en Carry Hamburger van Knoops’ advocaten, verbonden aan het Knoops’ Innocence Project, leidden het verdedigingsteam ook in de schadevergoedingsprocedure. Hun lokale procureur was ook hier mevrouw mr. Pascale Dingemanse, advocate te Willemstad.

Carry Hamburger wees het hof tijdens de mondelinge behandeling van de schadevergoedingsverzoeken op 6 maart 2014 onder meer op het feit dat zij vanaf de vrijspraak op 14 november 2013 tevergeefs had getracht om via het College van Procureurs-Generaal een schadevergoeding in der minne te verkrijgen voor de twee vrijgesprokenen, om aldus voor hen snel erkenning te krijgen van de dwaling en compensatie van het leed.

De beide vrijgesprokenen bleken namelijk ernstig getraumatiseerd te zijn door de onterechte vervolging en hadden daardoor PTSS opgelopen, hetgeen door experts – ingeschakeld door de verdediging – was vastgesteld. Justitie bleek niet in staat om tot een snelle en doeltreffende schadevergoedingsregeling te komen. Daarom vroeg de verdediging aan het hof om een snel eindoordeel. Deze factor die Carry Hamburger aanvoerde werd door het hof ook overgenomen.

Het hof oordeelde op 11 april 2014 – in het kort:

  • -  Nozai Thomas, toekenning schadevergoeding: 677.430 dollar : 488.000 euro (4.5 jaar ten onrechte vastgezeten). Nb.: toekenning in dollar omdat dit de valuta is op Bonaire.
  • -  Andy Melaan (8 jaar ten onrechte vastgezeten van de 24 jaar die waren opgelegd in 2005) 1.292.687 dollar : 931.000 euro (iets hoger dan in Puttense moordzaak).
  • Voor Nozai en Andy samen is er dus door het hof aan schadevergoeding ruim 1,4 miljoen Euro toegekend. 
  • Bijzondere factoren die hof meeweegt bij deze hoogte waarbij het hof de argumenten van de verdediging overneemt: 
  • Factoren die een hogere vergoeding rechtvaardigen volgens het hof zijn onder meer:

1. Het feit dat het openbaar ministerie niet of nauwelijks bereidheid heeft getoond om na de uiteindelijke vrijspraken in november 2013 in onderhandeling met de verdediging te treden! Terwijl het openbaar ministerie, gelet op ervaring die in Koninkrijk inmiddels is opgedaan met andere herzieningszaken, wist hoe belangrijk dit is voor een slachtoffer van een dwaling. Dit is een bijzondere factor (niet eerder in Nederland aan de orde geweest) die door de verdediging werd aangevoerd en door het hof is overgenomen; het openbaar ministerie toonde zich vanaf november 2013 na de definitieve vrijspraak niet (zonder meer) bereid tot een schikking buiten een procedure, hetgeen de vrijgesprokenen een weg naar de rechter had bespaard. Het Hof rekent het openbaar ministerie dit aspect in het bijzonder aan. Het feit dat het openbaar ministerie niet tot een spoedige schikking bereid c.q. in staat bleek te zijn, heeft het leed en belasting voor de twee vrijgesprokenen verzwaard. Aannemelijk is, aldus het hof, dat Andy Melaan en Nozai Thomas door het ontbreken van deze bereidheid bij het openbaar ministerie het gevoel hebben gekregen dat zij nog steeds hun onschuld in de maatschappij moeten bewijzen.

Deze bijzondere factor is ook van belang voor toekomstige herzieningszaken waarin ten onrechte veroordeelden uiteindelijk worden vrijgesproken. De Nederlandse staat zal zich te belangen van deze personen dus voortaan beter moeten aantrekken, door zo spoedig mogelijk buiten rechte te komen tot een schadeloosstelling in der minne, zodat de ten onrechte veroordeelde een nodeloze procedure tot schadevergoeding bespaard zal blijven. In deze zin is de uitspraak van het hof van justitie dus rechtsvormend op dit gebied.

2. Andere verhogende factoren die het Hof meeweegt:

- het gaat hier om een unieke zaak, hetgeen reden is om af te wijken van de standaardvergoeding.

- Ook worden als bijzondere schade verhogende factoren meegewogen: o Media aandacht;

- Stigmatisering door deze vervolging voor een zeer ernstig feit in de Bonairiaanse samenleving

- Impact vervolging op de levens van Nozai en Andy;

- Vervreemding van hun omgeving;
– Jonge leeftijd van Nozai en Andy ten tijde van hun detentie;
– Het verstoken zijn geweest van het opbouwen van een normaal bestaan;
– Ernstige psychische schade die zij door detentie leden en blijvend impact op leven heeft;
– Druk van de politie die op hen is uitgeoefend (uitmondend in een valse bekentenis door Nozai!)

Het hof heeft de “standaard” schadevergoeding (dagvergoeding) dus met factor vijf verhoogd. De verdediging verzocht om de standaardschadevergoeding met een factor acht te verhogen. Deze vergoedingen zijn, voor zover bekend, de hoogste schadevergoedingen ooit toegekend op de Antillen in verband met ten onrechte veroordeelden! Het is ook de eerste gerechtelijke dwaling op de Antillen en dus de eerste keer dat er een schadevergoeding is uitgekeerd voor een dergelijke zaak. Dit zal een belangrijk precedent zijn omdat het hof erkent dat deze categorie vrijgesprokenen extra geleden hebben.

Nozai en Andy zien de schadevergoeding als een verlichting van het leed dat hen is aangedaan en als een vorm van eerherstel. Zij zullen de schadevergoedingen in een fonds storten dat door derden zal worden beheerd. Via dit fonds zullen deze vergoedingen beheerd gaan worden voor hun toekomst en dat van hun kinderen en familie. Ook zullen zij zich gaan inzetten voor het lot van andere ten onrechte veroordeelden op de Antillen en daarbuiten.

Dit is een van de meerdere zaken waarin het Knoops’ Innocence Project (dat deel uitmaakt van het wereldwijde Innocence Network) de onschuld van twee veroordeelden wist aan te tonen met forensische experts. Zie: www.knoops.info

Geert-Jan Knoops, lead counsel
Carry Hamburger, co-counsel,
Marritta van Woudenberg, co-counsel (allen Knoops’ advocaten) Pascale Dingemanse (procureur in deze zaak te Curaçao)

 

 

Busramp Sierre, ongeval of (zelf)moord?

Door Waarheidsvinder

Sierre is een stadje in het Zwitserse kanton Wallis, gelegen in het zuidwesten van Zwitserland. Onder het stadje ligt de Sierretunnel. Op 13 maart 2012 omstreeks 21.12 uur vond er in deze autotunnel een ongeval met een touringcar plaats. Bij dit ongeval kwamen 28 mensen om het leven: 22 Belgische en Nederlandse kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar, vier begeleiders van de kinderen en de beide chauffeurs van de bus. Daarnaast raakten 24 kinderen zwaar tot zeer zwaar gewond.

De rijbaan van de tunnel nabij Sierre is op de plaats van het ongeval verdeeld in twee rijstroken. Naast de rijbaan, langs de rechter rijstrook, bevindt zich een verhoogd trottoir van ongeveer 1,5 m breed. Dit trottoir is ongeveer 18 cm hoog en kan in geval van nood door voetgangers als vluchtweg worden gebruikt. Op de plaats van de aanrijding bevindt zich naast de rijbaan een zogenaamde vluchtstrook (parkeerhaven) van ongeveer 40 m lengte. Een plaats waar men in geval van pech zijn voertuig kan parkeren zonder de rijbaan van de tunnel te blokkeren. Het trottoir volgt de loop van de weg zodat er ook naast deze vluchthaven een verhoogd trottoir is. Waar de rijbaan naar rechts breder wordt om toegang te geven tot de vluchthaven, buigt ook het trottoir naar rechts af. Aan het einde van de vluchthaven bevindt zich een haaks op de rijbaan staande muur die ongeveer 1,5 meter minder breed is dan de rijbaan van de vluchthaven. Tussen de vluchthaven en de muur bevindt zich een verhoogd trottoir.

Bij het destijds ingestelde onderzoek is aan de de hand van de gegevens op de tachograaf geconstateerd dat op ongeveer 2222 meter voor het ongeval de chauffeur de plaats van zijn collega heeft overgenomen. Daarna blijkt hij vanuit stilstand te zijn opgetrokken naar een snelheid van 105 km per uur. Die snelheid heeft hij vervolgens teruggebracht naar 100 km per uur, de cruisecontrol werd ingeschakeld op 100 km per uur en met die snelheid is de bus in de tunnel blijven rijden totdat hij tegen de muur is gebotst. Hoewel er geen bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor gaven waren, is de bus ongeveer 35 meter voor de vluchthaven plotseling met de rechter wielen en met onverminderde snelheid het naast de rijbaan gelegen verhoogde trottoir opgereden. Sporen van deze stuurbeweging waren te zien op de rand van het verhoogde trottoir langs de rijbaan. De afstand tussen deze plaats en de plaats van de aanrijding bedraagt ongeveer 75 meter. De chauffeur vervolgde daarna zijn weg met de rechter wielen over het trottoir en daarbij reed hij zo kort langs de tunnelwand dat hij een verkeersbord ramde dat aan die wand was bevestigd. Aan de hand van de sporen en de beelden op de beveiligingscamera’s is vastgesteld dat de bus met de rechter wielen op het verhoogde trottoir zijn weg met onverminderde snelheid bleef vervolgen en dat de remlichten op geen enkel moment zijn opgelicht. Gezien het feit dat er tijdens het technisch onderzoek aan het wrak van de bus geen defecten aan de remmen zijn geconstateerd, kan worden geconcludeerd dat de chauffeur niet heeft geremd nadat hij met de rechter wielen van de bus trottoir is opgereden. Bijna onmiddellijk daarop kwam de bus bij het begin van de vluchthaven.

Aan de hand van de sporen en de beelden van de beveiligingscamera’s is vervolgens te zien dat de chauffeur bij het naderen van de vluchthaven kennelijk bewust zijn bus naar rechts heeft gestuurd (en direct weer bijgestuurd naar links) om ook in de vluchthaven met de rechter wielen het trottoir te blijven volgen en de bus volledig recht langs de muur te manoeuvreren, zonder deze zijwand van de nis te raken. Dat naar rechts sturen deed hij vermoedelijk iets te abrupt, en dat is logisch bij een snelheid van 100 km per uur, waardoor hij met de rechter voorband en de rechter buitenspiegel de hoek van de tunnelwand raakte op de plaats waar de vluchthaven begint. Een afdruk van de rechter voorband bleef achter op de tunnelmuur. Uit het feit dat de bus met de rechter voorband de muur heeft geraakt kan worden geconcludeerd dat de bestuurder van de bus op dat moment naar rechts moet hebben gestuurd want anders zou de rechter voorband niet buiten de carrosserie hebben gestoken.

Normaliter zou men verwachten dat een chauffeur na een dergelijk contact met de muur snelheid zou hebben verminderd en een correctie in de rijroute zou hebben aangebracht. Dat is echter niet gebeurd, de bus bleef met dezelfde snelheid over het trottoir rijden. Ook aan het einde van de vluchthaven heeft de bestuurder geen enkele poging gedaan om zijn voertuig terug te sturen naar de rijbaan van de tunnel. In plaats daarvan reed hij zonder te remmen met de voorzijde van de bus tegen de haaks op de rijbaan staande tunnelwand. Op de beelden van het ongeval is zelfs te zien dat de chauffeur kort voor de aanrijding met de muur de bus nog iets naar links stuurde, kennelijk om met de voorzijde van de bus precies recht voor de muur uit te komen.

Enkele dagen na de ramp zijn de nabestaanden naar de plaats van het ongeval gebracht zodat zij zelf de situatie ter plaatse konden zien. Een aantal van hen kreeg toen al het idee dat het hier niet om een verkeersongeval ging, maar dat de chauffeur van de bus opzettelijk tegen de muur van de tunnel moet zijn gereden. Zij deelden deze gedachten met de autoriteiten, ze kregen toen de indruk dat die niet openstonden voor deze mogelijkheid.

Het politieonderzoek

Het politieonderzoek naar het ongeval vond plaats door de politie van het kanton Wallis onder leiding van de procureur Olivier Elsig. Kort samengevat was het resultaat van dat onderzoek:

  • er was geen sprake van een technische oorzaak

  • men geloofde niet in zelfmoord van de chauffeur, onder meer omdat hij daar nooit iets over had gezegd

  • men dacht wel een relatie was tussen het ongeval en de chauffeur en men nam daarom aan dat er sprake was van een niet traceerbare medische oorzaak of van een onachtzaamheid van de chauffeur van de bus.

Een van de redenen waarom de Zwitserse autoriteiten van mening waren dat er geen sprake was van zelfmoord, was het feit dat de chauffeur Geert tegen familie en vrienden nooit over zelfmoord zou hebben gesproken. Een wat vreemde uitspraak want uit een onderzoek van de Belgische politie na het ongeval is gebleken dat Geert sinds hij een relatie kreeg met zijn tweede vrouw geen contact meer had met familie en vrienden. Aan wie had hij dan signalen moeten afgeven? Daarnaast is het zo dat veel mensen die zelfmoord plegen van te voren geen signalen afgeven of een afscheidsbrief schrijven. Recent heeft één van uw redacteuren drie verschillende overlijdens onderzocht waarbij de politie tot de conclusie was gekomen dat er sprake was van zelfmoord. De nabestaanden wilden dat niet geloven, mede omdat er geen signalen en/of een afscheidsbrief was, en dachten aan een misdrijf. Na onderzoek bleef er echter geen andere conclusie over dan dat de politie gelijk had; alles wees er in die zaken op dat de betrokkenen zelfmoord hadden gepleegd.

Een steeds groter wordende groep ouders van de overleden kinderen kon met de uitslag van het politieonderzoek geen vrede hebben. Zij raakten er steeds meer van overtuigd dat er geen sprake was geweest van een verkeersongeval maar dat de chauffeur van de bus wel degelijk opzettelijk tegen de wand van de tunnel was gereden.

Op verzoek van Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf hebben ook wij de zaak bestudeerd. Wij kunnen slechts tot één conclusie komen;

De hypothese van de Zwitserse autoriteiten dat het hier om een verkeersongeval ging, vindt naar onze mening geen steun in de feiten.

De manier waarop de bus het trottoir van de tunnel is opgereden en de manier waarop de bus vervolgens het trottoir is blijven volgen en vervolgens tegen de muur is gebotst wijst op een zeer ervaren en zeer attente chauffeur. Een chauffeur in staat van onmacht zou dit ongeval niet op deze wijze hebben kunnen veroorzaken. In dat geval zou de bus reeds veel eerder de rechter tunnelwand hebben geraakt of naar links zijn geschoten.

Naar onze mening is er veel steun te vinden voor de hypothese dat de chauffeur van de bus opzettelijk met de door hem bestuurde bus tegen de haaks op de rijbaan staande tunnelwand is gereden met de bedoeling zichzelf van het leven te beroven, daarbij kennelijk op de koop toe nemende dat hij daardoor veel onschuldigen in de dood zou meenemen.

Wij zijn niet de enigen die er zo over denken. De zaak is ook onderzocht door de Limburgse oud-politieman en verkeersongevallendeskundige Rinus van Oostrum. Hij verklaarde tegenover de Telegraaf dat hij het onbestaanbaar vindt dat de Zwitserse autoriteiten nooit serieus deze mogelijkheid van opzet heeft onderzocht. Hij vindt dat er veel te weinig sporenonderzoek is gedaan in deze zaak. Als voorbeeld noemt hij de afdruk van een voorband van de bus op de tunnelwand. Dit spoor werd zelfs niet door de Zwitserse politie beschreven. Toen enkele ouders van overleden kinderen de Zwitserse autoriteiten op de afdruk wezen, werd daar nauwelijks door de autoriteiten op gereageerd.

Maar als er inderdaad sprake is geweest van opzet, dan moet er ook een motief zijn geweest. Bekend is dat de bestuurder was gescheiden van zijn eerste vrouw. De scheiding was niet zonder problemen verlopen. De bestuurder was depressief geraakt en gebruikte sinds 2 jaar Paroxetine, een antidepressivum. In december 2011 was de bestuurder in het geheim hertrouwd. Sinds hij zijn nieuwe vrouw had leren kennen had de bestuurder, blijkens een onderzoek van de Belgische politie, geen contact meer met zijn dochter, familie en vrienden.

De bestuurder werkte parttime als buschauffeur bij een bedrijf in Aarschot. Zijn nieuwe vrouw was daar niet blij mee en maakte zich veel zorgen wanneer haar man als chauffeur onderweg was. Ze zocht voortdurend via de mobiele telefoon contact met hem, kennelijk om uit te vinden wat hij aan het doen was. Het rijden als chauffeur beviel de man echter zo goed dat hij dat als fulltime chauffeur wilde gaan doen. Dit ondanks het feit dat hij dan minder zou gaan verdienen.

Ongeveer drie weken voor het ongeval was de chauffeur naar zijn werkgever bij het busbedrijf gestapt met de vraag of hij daar voltijds als chauffeur kon komen werken. Tijdens het gesprek gaf Geert aan dat het zijn droom was om touringcarchauffeur te worden. Kennelijk wist de vrouw van Geert daar niets van, want in haar toespraak tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffer van de busramp, vertelde zij dat Geert op haar verzoek zijn baan als chauffeur zou opgeven en dat de Geert was verongelukt tijdens een van zijn laatste reizen.

Het kan niet anders of deze situatie moet extra spanningen bij de chauffeur teweeg hebben gebracht. Deze spanningen en het gebruik van Paroxetine zouden tot een wanhoopsdaad kunnen hebben geleid. Er gaan immers steeds vaker geluiden op dat dit soort middelen onder bepaalde voorwaarden tot zelfmoord en ernstige geweldsdelicten kan leiden. Volgens de vrouw van de chauffeur was haar man aan het minderen met het innemen van Paroxtine had hij zelfs de avond voor het ongeval geen pil ingenomen. Uit een artikel op Medisch Contact nr. 50 van 14 december 2012 blijkt echter dat juist dit gegeven, het overslaan van een pil, op zich al problemen kan opleveren.

Het is daarom van het grootste belang dat de waarheid boven tafel komt. Daar hebben de nabestaanden van de slachtoffers recht op. Maar daarnaast is het ook van belang voor de verkeersveiligheid in het algemeen. Er moet worden uitgezocht of er inderdaad sprake is geweest van opzet en zo ja, of het gebruik van Paroxetine daarin een rol kan hebben gespeeld.

Niemand verantwoordelijk voor gerechtelijke dwalingen?

Door Waarheidsvinder

Naar aanleiding van het uitbrengen van de film over Lucia de Berk, de verpleegster die ten onrechte 6 jaar vastzat voor niet bewezen moorden op een aantal patiënten van haar, kwam De Telegraaf vandaag met een groot interview met Ina Post, de bejaardenverzorgster die destijds ten onrechte werd veroordeeld voor de moord op de 89 jarige mevrouw Kolstee-Sluiter. Mevrouw Kolstee werd op 22 augustus 1986 in haar woning aan de Duivenvoorde in Leidschendam vermoord. Ina Post zat 4 jaar vast voor de moord. Pas op 6 oktober 2010, ruim 24 jaar na de moord, werd Ina Post uiteindelijk vrijgesproken door het hof in Den Bosch.

Ook uit dit interview in de Telegraaf blijkt eens te meer dat, hoewel Ina inmiddels is vrijgesproken, van echte vrijheid geen sprake is. Haar leven is en blijft getekend door het onrecht dat haar is aangedaan. Ina is terecht nog steeds boos over het feit dat politie en justitie na haar vrijspraak niet bereid waren op zoek te gaan naar de echte moordenaar van mevrouw Kolstee en mevrouw Veira, een eveneens bejaarde dame die twee jaar eerder onder zeer verdachte omstandigheden in hetzelfde bejaardencomplex om het leven kwam. Het vinden van de echte moordenaar had pas echt haar onschuld aangetoond. Zoals wel is gebeurd in de gerechtelijke dwalingen van Schiedam en Putten, waar de werkelijke daders inmiddels wel zijn veroordeeld. Ook in deze zaken deed de politie zelf geen onderzoek, de daders kwamen aan het licht door een bekentenis van de dader (na twee nieuwe delicten) of door DNA-onderzoek na een nieuw delict.

Ina is naar onze mening terecht boos over het feit dat nooit iemand van het rechercheteam of van justitie persoonlijk is aangesproken op het broddelwerk dat zij destijds hebben geleverd. Wij kennen het dossier van haver tot gort en we hebben zelden zulk slecht werk gezien. We schreven er op deze site al vaker over. Dat is ook de grootste klacht van andere onschuldig veroordeelden. Degene die verantwoordelijk waren voor het hun aangedane onrecht kwamen er steeds mee weg. Sommigen zijn nadien zelfs bevorderd.

Kennelijk interesseert het niemand van de verantwoordelijken wat er met de onschuldig veroordeelden gebeurt en wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Scoren is kennelijk belangrijker dan de waarheid. Dat is een een schande in een rechtstaat. Wanneer krijgen we eens een minister van justitie die wel voor de waarheid gaat? Pas dan bestaat de kans dat er iets wordt geleerd van de gemaakte fouten en kunnen we serieus proberen gerechtelijke dwalingen te voorkomen. Het invoeren van nieuwe procedures leidt alleen tot meer papier, niet tot beter werk.

 

Knoeien in PV’s is geen uitzondering

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond was er een uitzending van Brandpunt over de manier waarop soms de politie een loopje neemt met de waarheid bij het uitwerken van afgeluisterde telefoongesprekken. Er werden een aantal voorbeelden gegeven van zaken waarbij de politie iets anders had opgeschreven dan dat de afgeluisterde persoon in werkelijkheid had gezegd. Uit de uitzending bleek ook dat de betreffende politiemensen er ongestraft mee weg waren gekomen, want het ging volgens politie en justitie slechts om vergissingen. Je kunt dus als politieman of vrouw in Nederland ongestraft een loopje met de waarheid nemen en niemand die zoiets kennelijk interesseert.

Het knoeien met de waarheid gebeurt niet alleen bij het uitwerken van afgeluisterde telefoongesprekken. Hetzelfde gebeurt met het verklaringen van getuigen die niet zijn ondertekend door de getuigen. We schreven er op deze site al eerder over. Je kunt als politieman gewoon dingen opschrijven die de getuigen nooit heeft gezegd, omdat die getuige niet weet wat jij opschrijft. Mocht het later toevalligerwijs uitkomen dan wordt de getuige gewoon voor leugenaar uitgemaakt, want politiemensen liegen ‘vanzelfsprekend’ niet.

Ook in andere processen-verbaal is de waarheid niet altijd leidend. Het is echter vaak moeilijk aan te tonen dat de politie iets in strijd met de waarheid heeft opgeschreven. Soms lukt dat echter wel en vaak is dat omdat we de beschikking hebben gekregen over het recherchejournaal. Een soort logboek waarin de activiteiten van de politie tijdens een onderzoek worden bijgehouden.

Een voorbeeld van een zaak waarbij het wel is gelukt leugens in processen-verbaal aan te tonen, is de zaak van Ina Post. Een zaak waarbij het ging om de moord op een 89 jarige vrouw in Leidschendam. Uit het proces-verbaal en de daarbij gevoegde foto’s bleek dat het slachtoffer liggende op de vloer van de woonkamer van haar woning was aangetroffen. De leider van het onderzoek beweerde later onder meer voor de televisiecamera dat het lichaam van het slachtoffer na de moord door Ina Post was verplaatst. Hoewel in het dossier geen steun was te vinden voor die stelling, konden wij ook het tegendeel niet aantonen.

Dat veranderde echter toen we in 2010, tijdens de behandeling van de herzieningszaak door het Hof in Den Bosch, de beschikking kregen over het recherchejournaal van het onderzoek. Het lichaam van het slachtoffer was door enkele kennissen in de woonkamer aangetroffen en zij hadden daarna een huisarts gebeld. De politie schrijft daarover in het journaal:

Zij troffen het slachtoffer ruggelings aan in de woonkamer. Daar het gelaat enigszins onder het bloed zat, besloot de arts dit met enige natte doeken schoon te maken, teneinde dit toonbaar te maken voor direkte belangstellenden. Vervolgens werd het lijk op bed gelegd. Tijdens het schoonmaken zag de arts rond de hals een rode striem.

Het lichaam van het slachtoffer was dus inderdaad na haar dood verplaatst, daar had de teamleider gelijk in. Dat verplaatsen was echter niet door Ina Post gedaan maar door de gewaarschuwde huisarts en enkele kennissen. Dat wist de teamleider drommels goed. Toch bleef hij volhouden dat Ina Post het lichaam had verplaatst.

In het proces-verbaal staat niets over het verplaatsen van het lichaam. Daar staat dat de vrouw door de politie in de woonkamer is gevonden en dat de technische recherche foto’s heeft gemaakt van de aangetroffen situatie. Een aperte leugen dus.

Het is niet te verwachten dat politie of justitie vrijwillig iets aan deze gang van zaken zullen gaan veranderen. Dus is het de taak van de rechter om een einde aan deze praktijken te maken, de rechter moet gewoon het werk van politie en justitie veel beter controleren. Je kunt er duidelijk niet van uitgaan dat alles wat de politie zegt en opschrijft conform de waarheid is.

De rechter moet daarom iedere getuige wiens verklaring niet door hem of haar is ondertekend ter terechtzitting zelf horen. Pas dan kan worden vastgesteld of de getuige inderdaad datgene heeft gezegd wat in het proces-verbaal is vermeld.

De rechter moet geen genoegen meer nemen met de schriftelijke uitwerking van telefoongesprekken die als bewijs worden opgevoerd. Die gesprekken moeten gewoon in de rechtszaal worden afgedraaid, zodat iedereen kan controleren of het gesprek juist is weergegeven.

Het is triest om dit te moeten constateren. Maar de feiten tonen dat aan dat je er niet klakkeloos van uit kunt gaan dat de politie altijd de waarheid zegt of schrijft.

 

 

Rudy van der Hoeven hoogstwaarschijnlijk vermoord

Door Waarheidsvinder

De 24-jarige Rudy van der Hoeven uit Blerick, een klein plaatsje vlak bij Venlo, werd op 8 september 2006 ‘s morgens rond kwart over zes door buren bewusteloos gevonden op de galerij voor zijn flatwoning aan de Alberickstraat. De buren waren wakker geworden omdat ze allerlei vreemde geluiden op de galerij hadden gehoord.

Rudy is door de gewaarschuwde ambulance overgebracht naar het ziekenhuis van Venlo. Maar zijn toestand verslechterde dusdanig dat hij werd overgebracht naar het UMC Sint Radboud in Nijmegen. Bij aankomst werd onder meer een CT-scan van zijn hoofd gemaakt en daaruit bleek dat er sprake was van ernstig hersenletsel. Bovendien constateerde de artsen dat Rudy een gebroken kaak had en een gezwollen oor. Omdat behandeling niet mogelijk bleek, er was sprake van een vegetatieve toestand, werd Rudy enkele dagen later overgebracht naar het ziekenhuis in Venlo. Zonder uit zijn coma te zijn ontwaakt, overleed Rudy daar op 12 november 2006.

Volgens de politie was de dood van Rudy het gevolg van een val, een ongeluk dus. De familie van Rudy denkt daar anders over en zocht uiteindelijk contact met De Telegraaf. Op verzoek van deze krant hebben wij een onderzoek gedaan naar het overlijden van Rudy van der Hoeven. Onze conclusie kan kort zijn: het onderzoek van de politie was onzorgvuldig, onvolledig en onprofessioneel. De conclusie van de politie, dat er geen sprake was van een misdrijf, vindt naar onze mening geen enkele steun in de feiten.

Het onderzoek van de politie

Op vrijdag 8 september 2006 rond kwart over zes ‘s morgens krijgt de politie in Venlo een melding dat op de galerij aan de Alberickstraat een bewusteloze man zou liggen. De politie gaat direct ter plaatse en treft Rudy daar bewusteloos aan. Uit het politiejournaal wordt duidelijk dat de ter plaatse gekomen politiemensen direct vaststellen dat er geen sprake is van zichtbaar letsel en daarom ook niet van een misdrijf. Hoe de agenten zonder enig serieus onderzoek tot deze conclusie zijn gekomen, is ons niet duidelijk. Er heeft nadien nog wel wat onderzoek plaatsgevonden, maar het lijkt er op dat de eerst snelle conclusie van de agenten de kwaliteit van het verdere onderzoek negatief heeft beïnvloed. Er heeft bijvoorbeeld geen serieus sporenonderzoek plaatsgevonden op de galerij en het trappenhuis van het betrokken flatgebouw.

De zus van het slachtoffer denkt absoluut niet aan een ongeval, maar aan een misdrijf. Volgens haar had Rudy toen hij werd gevonden een flinke hoofdwond, was de rechterkant van zijn gezicht gezwollen, waren de knokkels van zijn handen geschaafd en had hij allemaal blauwe plekken op zijn lichaam. Een en ander is later bevestigd door een GGD-arts die de politie meldde dat Rudy in ieder geval een gebroken kaak, een gezwollen oor en hersenletsel had.

Een buurman had bovendien gezien dat er bloedsporen waren in het gemeenschappelijk trappenhuis van de flat en dat er bloed aan de muur zat bij de voordeur van de woning van Rudy.

De plaats van aantreffen

De galerij waar Rudy werd gevonden is onderdeel van een uit drie verdiepingen bestaand flatgebouw. De woningen zijn alleen bereikbaar via een gemeenschappelijke centrale toegang aan de Alberickstraat. Via deze centrale toegang komt men op een gemeenschappelijke overdekte galerij aan de achterkant van de flat. Aan deze galerij liggen de toegangsdeuren tot de woningen.

De centrale toegangsdeur beneden is alleen te openen door iemand met een sleutel. Zowel beneden bij de centrale toegang van de flat als bij iedere voordeur zijn bellen aangebracht. Indien er bij de centrale toegang beneden wordt aangebeld, kan de bewoner via een intercom met de beller beneden spreken en daarna met een afstandsbediening de deur voor de bezoeker openen. Iemand kan de betreffende flat dus niet zonder hulp binnenlopen.

Bedreigingen

Een collega verklaart dat Rudy enkele maanden eerder was aangevallen door een drugsdealer bij wie hij nog een schuld had. Sindsdien zou Rudy door de betreffende dealer zijn achtervolgd en kort voor zijn dood had Rudy tegen zijn vriend gezegd dat wanneer hem iets zou overkomen men bij die dealer moest zijn. Uiteraard heeft de getuige dit ook aan de politie verteld, maar nergens blijkt uit het proces-verbaal dat de politie enig onderzoek naar deze persoon heeft gedaan.

 Het politiejournaal

Op 8 september 2006 staat vermeld dat een Technisch Rechercheur telefonisch meedeelt dat de GGD-arts contact heeft gehad met het ziekenhuis in Nijmegen en dat hem was medegedeeld dat Rudy van der Hoeven in ieder geval de volgende verwondingen had;

  1. een gebroken kaak;

  2. een gezwollen oor

  3. ernstig hersenletsel

In deze mutatie wordt ten onrechte de mogelijkheid van een val opengehouden. Vier dagen later staat in het journaal dat die conclusie in het journaal niet juist is. Nu wordt gezegd dat de verwondingen van het slachtoffer zeer wel mogelijk veroorzaakt kunnen zijn door een misdrijf. Opvallend is vervolgens dat deze conclusie van de arts niet in het proces-verbaal wordt vermeld.

De normale gang van zaken

Vriendin Linda verklaart bij de politie dat Rudy als vuilophaler werkt bij de firma Gansewinkel. Zij vertelt dat Rudy een vast patroon heeft. Iedere werkdag zet hij de wekker op 05.15 uur, waarna hij opstaat, zijn brood smeert en vervolgens de hond uitlaat.

Rond 06.15 uur gaat hij naar zijn werk. Hij heeft altijd een rugzak bij zich en loopt dan naar beneden naar de berging. Daar pakt hij zijn fiets en gaat per fiets naar het werk. Volgens Linda is ook op de bewuste dag de wekker om 05.15 uur afgelopen en heeft Rudy daarna de hond uitgelaten. Zij zelf zou weer in slaap zijn gevallen. Zij had gemerkt dat Rudy weer was teruggekomen aan het feit dat de hond in de slaapkamer was toen hij haar als afscheid een kus gaf.

Die ochtend rond 04.45 uur

Een buurvrouw wordt wakker van het blaffen van haar hond. Als zij op haar GSM kijkt, ziet ze dat het 04.45 uur is. Ze staat op en loopt naar de benedenverdieping van haar woning. Als ze daar is, gaat de bel die bij de ingang van de centrale toegangshal van de flat zit. Ze zegt tegen de politie dat ze geen antwoord heeft gegeven, maar of ze wel of niet de toegangsdeur heeft open gedrukt wordt niet vermeld.

 Een buurman verklaart dat hij rond diezelfde tijd wakker werd van geschreeuw. Het tijdstip weet hij omdat hij op de klok heeft gekeken. Hij hoorde niet alleen geschreeuw, maar hij hoorde ook iemand over de galerij langs zijn woning rennen. Daarna werd het stil. De buurman is niet gaan kijken wat er aan de hand was.

Nergens lezen we dat de politie enig onderzoek heeft gedaan naar deze gebeurtenissen. Maar, gelet op de gebeurtenissen rond 06.00 uur, had dat naar onze mening wel gemoeten.

Die ochtend rond 06.00 uur

Een buurvrouw verklaart dat zij rond 06.00 uur wakker werd. Zij hoort iemand Donja roepen en zij hoort een hond over de galerij lopen. Zij weet dat Donja de hond is van Rudy en meent ook zijn stem te horen.

Een buurman verklaart enkele minuten voor 06.00 uur wakker te zijn geworden van lawaai. Het klonk alsof er iemand over de galerij rende. Hij hoorde een jongen een keer schreeuwen. Hij is opgestaan en heeft naar buiten gekeken. Hij zag toen een jongen gebogen op de galerij voor de deur van zijn woning liggen, het bleek om buurman Rudy te gaan. Hij heeft daarop de politie gebeld.

Een andere buurman verklaart omstreeks 06.15 uur lawaai te hebben gehoord alsof er iemand van de trap viel. De indruk wordt daarmee gewekt dat het om de trap in de woning van het slachtoffer ging. Dat blijkt echter niet zo te zijn. Gebleken is dat hij doelde op de trap in het gemeenschappelijk trappenhuis. Later realiseerde hij zich dat dit niet waar kon zijn omdat het hier een stenen trap betreft en dat de harde klap die hij had gehoord vermoedelijk was veroorzaakt door een klap van ijzer op ijzer. Alsof iemand met een staaf ijzer op de metalen trapleuning sloeg.

Een volgende buurvrouw verklaart tegen de politie dat zij ‘s morgens na het aantreffen van Rudy van der Hoeven een auto de binnenplaats achter de flat zag oprijden richting C 1000 en Aldi. Volgens haar was het een roestbruine oud model Opel Corsa. Achter het stuur zat een haar onbekende man met een witte wollen muts op. Toen zij oogcontact met de man maakte, reed hij hard weg.

Een week later is zij opnieuw gehoord. Zij verklaart dan dat de man met de rode auto een tijdje later was teruggekomen en zijn auto had geparkeerd bij de C 1000. Ze zag vervolgens de bestuurder richting de C 1000 lopen en verloor hem daarna uit het oog. Toen er even later sirenes klonken, zag zij de man snel terug naar zijn auto lopen en vervolgens zag en hoorde zij hem met piepende banden wegrijden.

In het politiejournaal staat vervolgens “fotoconfrontatie?”. De steller van de mutatie dacht kennelijk dat het zinvol zou kunnen zijn deze getuige foto’s te laten zien. Kennelijk is dat niet gebeurd, want er staat niets over in het proces-verbaal. Waarom deze fotoconfrontatie achterwege is gebleven, is niet duidelijk. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat de politie er vanuit ging dat het hier niet om een misdrijf handelde.

De sectie

Na het overlijden van Rudy wordt op 14 november door het NFI sectie verricht op zijn lichaam. De patholoog komt tot de conclusie dat Rudy uiteindelijk is overleden aan een longontsteking, vermoedelijke veroorzaakt door de beademingsmachine waar hij aan lag. Maar daarnaast schrijft hij dat er een nader neuropathologisch onderzoek zal worden gedaan naar het hersenletsel van Rudy van der Hoeven. Dat onderzoek duurt bijna een jaar en dat is iets wat wij nog nooit hebben meegemaakt. De patholoog schrijft dan een brief aan de verantwoordelijk officier in Roermond. In de brief staat onder meer dat het bij Rudy van der Hoeven aangetroffen hersenletsel zich ook laat verklaren door bijvoorbeeld een harde val op het hoofd. Harde klappen op het hoofd als oorzaak voor het hersenletsel worden door hem niet uitgesloten. Opvallend is dat de patholoog in zijn rapportage niet spreekt over de kaakbreuk die op 8 september 2006 in het Radboudziekenhuis in Nijmegen was geconstateerd. Politie en justitie nemen genoegen met de rapportage en sluiten het dossier.

De behandelend artsen

De behandelende artsen in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen dachten destijds echter anders over het letsel van Rudy van der Hoeven. Zij dachten dat het letsel zeer wel mogelijk veroorzaakt kan zijn door een misdrijf. Deze conclusie van de behandelend artsen wordt niet vermeld in het proces-verbaal dat de politie naar de officier van justitie heeft verzonden.

Er was kennelijk een verschil van mening tussen de patholoog-anatoom van het NFI en de behandelende neurologen in het Sint Radboudziekenhuis over het ontstaan van het hersenletsel van Rudy en de andere verwondingen die hij had. Een dergelijke situatie komen wij in ons werk wel vaker tegen. Helaas zien we ook dat politie en justitie maar al te graag bereid zijn de bevindingen van het NFI over te nemen. Dat is hier ook gebeurd. Dat getuigt niet van professionaliteit. In dit geval had de officier van justitie een second opinion moeten aanvragen van onafhankelijke (buitenlandse) deskundigen. Dat is niet gebeurd.

Bedreigingen

Maar er is meer dan alleen het hersenletsel van het slachtoffer. We weten uit de verklaringen van een aantal gehoorde galerijbewoners dat er die ochtend een aantal bijzondere gebeurtenissen zijn geweest die zouden kunnen wijzen op een mogelijke betrokkenheid van een onbekende bij het ontstaan van het hersenletsel van Rudy van der Hoeven.

Uit meerdere getuigenverklaringen blijkt dat Rudy van der Hoeven al jaren problemen heeft met een plaatselijk bekende drugsdealer. Deze dealer zou hem onder meer een half jaar eerder hebben aangevallen toen Rudy ‘s morgens naar zijn werk fietste. Een collega van Rudy, was getuige van die aanval, maar hij is door de politie nooit gehoord.

Daarnaast is er nog het reeds vermelde verhaal over de man in een roestbruine Opel Corsa die zich verdacht gedroeg door met piepende banden weg te rijden toen er sirenes te horen waren.

Uit het journaal blijkt dat de politie in de omgeving van de woning van deze man een rode auto heeft aangetroffen, maar geen roestbruine. En daarmee was voor haar de kous kennelijk af. Het merk van deze auto wordt in het journaal niet vermeld, maar volgens een getuige had de betreffende dealer destijds een rode Suzuki Swift. Het oude type van dit model zou makkelijk kunnen worden verward met het oude type Opel Corsa. Ten aanzien van de kleur is de vraag hoe juist de waarneming van de getuige was. Bij brandende straatverlichting, en die was er volgens haar, kunnen autokleuren er heel anders uit zien. De vraag is of je dan nog kunt zeggen of een auto roestbruin of rood is.

Maar zelfs als de politie er vanuit is gegaan dat het om een roestbruine Opel Corsa moest gaan, dan had men via de Rijksdienst voor Wegverkeer kunnen nagaan hoeveel auto’s van een dergelijke type en kleur in Venlo en omgeving reden. Dat is kennelijk niet gebeurd. Nergens blijkt van enig serieus onderzoek naar de gesignaleerde auto en zijn bestuurder.

Waar is het gebeurd?

Gelet op de inhoud van het dossier is de politie er vanaf het begin vanuit gegaan dat Rudy van der Hoeven zijn hersenletsel heeft opgelopen op de plaats waar hij is aangetroffen, op de galerij van de flat voor perceel 45. De vraag is echter of deze aanname terecht was. Gelet op de verklaringen van enkel getuigen is het waarschijnlijker dat Rudy in het gemeenschappelijke trappenhuis is aangevallen en dat hij daarna naar zijn woning is gelopen. Die woning heeft hij echter niet meer gehaald.

Resumé

Op het kopie van het proces-verbaal dat de familie van de politie heeft ontvangen staat met de hand geschreven: “Opleggen. Geen strafbaar feit.” Die conclusie delen wij niet. Er dient daarom naar onze mening een nieuw onderzoek te worden opgestart onder leiding van een nieuwe officier van justitie. Daarbij zou onder meer door onafhankelijke deskundigen opnieuw dienen te worden gekeken naar het ontstaan van het letsel van Rudy van der Hoeven.

De familie van Rudy heeft daar recht op.

Getuigeverklaringen moeten zijn ondertekend

Door Waarheidsvinder

Als een opsporingsambtenaar tijdens zijn werk iets tegen komt waarvan hij denkt dat dit moet worden vastgelegd, dan kan hij daarvan een zogenaamd “proces-verbaal van bevindingen” opmaken. Stel dat hij weet dat er interesse bestaat voor de gedragingen van een bepaalde crimineel en hij ziet die crimineel tijdens zijn werk rondrijden in een auto, dan kan hij middels een proces-verbaal van bevingen bijvoorbeeld vastleggen waar en wanneer hij de persoon zag en in welk voertuig hij reed. Een dergelijk proces-verbaal kun je ook opmaken wanneer je bijvoorbeeld een gestolen auto of ander goed aantreft, of wanneer je getuige bent van een bepaald voorval. Een proces-verbaal van bevindingen is dus een ambtsedig verslag van hetgeen een opsporingsambtenaar heeft gezien of bevonden.

Als een opsporingsambtenaar iemand als getuige hoort, dient hij daarvan een proces-verbaal van verhoor op te maken. Na het opmaken van dat proces-verbaal behoort de getuige zijn of haar verklaring voorgelezen te worden waarna de getuige, indien hij/zij akkoord is met hetgeen is opgeschreven, zijn of haar verklaring ondertekent. Op die manier is het duidelijk dat de getuige het eens is met de door de opsporingsambtenaar opgestelde verklaring. Een proces-verbaal van verhoor is dus iets heel anders dan een proces-verbaal van bevindingen.

Bij onze onderzoeken, naar gerechtelijke dwalingen en andere zaken waarbij het lijkt mis te zijn gegaan tijdens politieonderzoeken, komen wij echter regelmatig processen-verbaal van bevindingen tegen die ten onrechte die naam dragen.

Het gaat dan namelijk niet om bevindingen van de opsporingsambtenaar, maar om verklaringen van getuigen die buiten aanwezigheid van de getuige door de opsporingsambtenaar zijn opgeschreven. De betreffende getuige heeft in die gevallen op geen enkele wijze kunnen controleren of zijn verklaring wel juist is weergegeven.

Zaken waarbij wij dit fenomeen tegenkwamen, waren onder meer de zaak Ina Post, de zaak Spelonk, de vermissing van Adrie Knops en de verdwijning van Mieke Guliën. Deze, voor het onderzoek soms zeer relevante, verklaringen waren buiten medeweten van de betreffende getuige in een proces-verbaal vastgelegd. In een enkel geval hebben wij later het opgemaakte proces-verbaal van bevinding alsnog aan de betreffende getuige laten lezen. In die gevallen waren de reacties van de betreffende getuigen schokkend. Men herkende zich in het geheel niet in de hen toegeschreven verklaringen, de betreffende politiemensen hadden dus iets heel anders opgeschreven dan dat zij hadden verklaard.

Het vreemde is dat politie en justitie bij het aan de kaak stellen van deze praktijken de getuige min of meer tot leugenaar bestempelen en blijven vasthouden aan de inhoud van het betreffende proces-verbaal van bevindingen. Het vertrouwen in het systeem is daarbij kennelijk leidend en niet de waarheid.

Wij pleiten er voor dat er een verbod komt op het maken van processen-verbaal van bevindingen die een verklaring van een getuige bevatten. Verklaringen van getuigen dienen naar onze mening altijd te zijn ondertekend. Niet ondertekende getuigenverklaringen zouden door de rechter terzijde moeten worden geschoven. In die gevallen zou de rechter, indien hij de verklaring van belang acht en wil gebruiken, de betreffende getuige alsnog op de zitting moeten horen zodat hij persoonlijk kan controleren of de inhoud van het proces-verbaal wel klopt met hetgeen de getuige heeft verklaard.

Dat is waarheidsvinding.

 

 

 

 

Het verdachte overlijden van Edward Maat

Door Waarheidsvinder

Op zaterdag 4 september 2011 omstreeks 23.15 uur belt de 37 jarige Edward Maat uit Zwijndrecht naar zijn moeder. Hij heeft die avond als kok gewerkt in de omgeving van Utrecht en zegt tegen zijn moeder dat hij ook de volgende dag weer moet werken. Hij vraagt haar daarom hem de volgende ochtend rond 08.30 uur te bellen. Na het telefoontje met zijn moeder heeft Edward zich omgekleed en daarna is hij op de fiets weggegaan en vertrokken naar Sociëtiet Bibelot aan de Wijnstraat 117 in Dordrecht, een fietstochtje van ongeveer 15 a 20 minuten vanaf zijn woning aan de Henegouwen 19 in Zwijndrecht. Het is daarom waarschijnlijk dat hij rond 24.00 uur of iets later daar is aangekomen.

De bewuste avond heeft Edward voor zijn bezoek aan de Bibelot een bedrag van 100 euro gepind. Niet bekend is waar en hoe laat hij dit geld heeft gepind. Tijdens zijn bezoek aan de sociëtiet heeft Edward 17.50 euro uitgegeven, een bedrag dat hij door middel van pinnen heeft betaald.

Vermissing Edward

De volgende ochtend belt zijn moeder zoals afgesproken naar de woning van Edward maar de telefoon wordt niet opgenomen. De telefoon staat aanvankelijk wel gewoon aan maar op een gegeven moment is hij uitgeschakeld doordat iemand hem heeft uitgezet of dat de batterij leeg was geraakt.

Uiteindelijk gaat de vader van Edward zelf kijken. De woning van Edward is normaal afgesloten en er is niets bijzonders te zien. De werkkleding van de avond eerder ligt in de woning en zijn autosleutels liggen er, alleen zijn mobiele telefoon is er niet.

Dezelfde dag omstreeks 18.45 uur heeft een oom van Edward een oproep van het toestel van Edward gemist. Als hij ziet dat Edward heeft gebeld, belt hij terug. Het toestel wordt wel opgenomen maar de oom hoort alleen wat gerommel. Er wordt niets gezegd. De oom stuurt daarop een SMS’je maar daar wordt niet op gereageerd. De politie wordt daarop door de familie ingeschakeld. De politie vertelt later dat de telefoon van Edward op dat moment in de omgeving van winkelcentrum Dudokplein was.

De schoenen van Edward worden teruggevonden op de Engelenburgerkade, op een trapje bij een woning.

Zijn wordt later door toevallig passerende politiemensen onafgesloten op straat gevonden bij de Nieuwe Haven en door hen tegen een schot gezet bij eetcafé De Passant aan het Blauwpoortplein. Later blijkt dat er schade aan de fiets van Edward is. De bagagedrager aan de voorkant van de fiets is verbogen en er zit blauwe verf op een kratje dat op die bagagedrager staat. Volgens de politie zou de verf van zijn poort kunnen komen maar dat is volgens de familie onzin aangezien die poort groen is.

Logische route naar huis

De route die Edward normaliter zou rijden van de Bibelot naar zijn woning zou zijn: Nieuwe Haven, Prinsenstraat, Achterakkers, Wilgenbos, Zwijndrechtse brug, Brugweg, langs de Veilingdreef, Koninginneweg, Laan van Walburg, Thorbeckelaan en vervolgens naar zijn woning aan de Henegouwen 19 in Zwijndrecht.

Op woensdag 8 september 2011 wordt het lichaam van Edward gevonden in het water aan de Hooikade in Dordrecht. Het lichaam ligt naast een daar afgemeerde bunkerboot. De politie heeft tegen de familie gezegd dat toen Edward werd gevonden de gulp van zijn broek open was en dat hij zijn t-shirt binnenstebuiten had. Zijn portemonnee blijkt leeg te zijn, afgezien van een muntje van 10 eurocent.

Sectie

Volgens de politie is er sectie verricht op het lichaam van Edward en daarbij zou het volgende zijn vastgesteld:

  • wond op het hoofd
  • een snijwondje op de kaak
  • een vermoedelijk steekwondje in het rechter dijbeen

Opvallend is dat de broek van Edward niet kapot is dus dat doet vermoeden dat de verwonding aan het been is toegebracht terwijl hij zijn broek uit had. Samen met het binnenstebuiten gekeerde t-shirt doet dat vermoeden dat Edward zijn kleren die nacht heeft uit gehad.

Een duidelijk doodsoorzaak werd niet gevonden.

Uit onderzoek van Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf is gebleken dat de telefoon van Edward vermoedelijk ‘s morgens nog op de kade lag toen zijn moeder hem belde. Daarna is de telefoon verdwenen.

Dat zou kunnen passen bij de verklaring van de oom van Edward die heeft verklaard dat hij die zondag een gemiste oproep op zijn telefoon had en dat hij daarom die zondagavond rond 18.45 uur heeft terug gebeld met het toestel van Edward. Het toestel werd wel opgenomen maar er werd niets gezegd. Volgens de politie bevond het toestel van Edward zich toen in de omgeving van het winkelcentrum Dudokplein.

Aangezien nergens is gebleken dat Edward een einde aan zijn leven wilde maken en een onderzoek zeer onwaarschijnlijk is, lijkt het er op dat hij het slachtoffer van een misdrijf is geworden. Daarvoor zijn diverse aanwijzingen:

  1. Zijn fiets wordt niet afgesloten midden op straat aangetroffen
  2. Er is schade aan zijn fiets aan de voorzijde en er zit blauwe verf aan de voorzijde
  3. Het lichaam vertoont enkele heeft niet verklaarbare verwondingen
  4. Zijn portemonnee is leeg, terwijl daar nog minmaal 100 euro in had moeten zitten
  5. Zijn telefoon is weg, maar heeft de volgende ochtend kennelijk nog op de kade gelegen vlak bij de plaats waar het lichaam van Edward later is aangetroffen. Het is daarom zeker niet uitgesloten, zelfs eerder waarschijnlijk, dat iemand het lichaam van Edward in het water heeft gegooid en dat daarbij de telefoon van Edward uit zijn zak is gevallen.

Vermoedelijk is Edward ontkleed geweest voor of tijdens zijn overlijden. Aanwijzingen daarvoor zijn:

  1. zijn schoenen worden ergens op straat aangetroffen
  2. zijn t-shirt zit binnenstebuiten als hij wordt gevonden
  3. de gulp van zijn broek staat open
  4. hij heeft een steekwond in zijn rechter dijbeen terwijl er geen gat in zijn broek zit.

Namens de familie probeert Advocaat Job Knoester uit Den Haag een nieuw onderzoek van de grond te krijgen. Wij denken dat daarvoor voldoende redenen zijn.

 

Nieuwe aanwijzingen dat Leon Groeneweg is vermoord

Door Waarheidsvinder

Al jaren houden politie en justitie vol dat Leon Groeneweg uit Schiedam niet is vermoord maar verdronken tijdens een nachtelijke zwempartij. Het was de bewuste nacht slechts 13 graden, maar volgens politie en justitie had Leon het door overmatig drugsgebruik zo warm gekregen dat hij zich in het water wilde afkoelen. Dat zijn kleding niet werd aangetroffen, was voor hen geen aanleiding om te denken dat er derden bij de dood van Leon waren betrokken.

Ook allerlei andere zaken die grote twijfels opriepen aan de conclusies van politie en justitie werden terzijde geschoven. Men bleef vasthouden aan het eenmaal ingenomen standpunt.

Tot voor kort was het de vraag of Leon vrijwillig te water was gegaan of dat hij door anderen was verdronken. Die vraag lijkt nu niet meer relevant.

Na een recent onderzoek van het sectierapport komt onafhankelijk patholoog-anatoom Danny Splendlove tot de conclusie dat het vrijwel is uitgesloten dat Leon is verdronken. Volgens hem zijn er veel aanwijzingen dat Leon door een misdrijf om het leven is gekomen. Hij vindt dat het NFI destijds politie en justitie op het verkeerde spoor hebben gezet. Iets wat ons niet zou verbazen. We zijn al vaker zaken, waarbij getwijfeld kan worden aan de conclusies van de pathologen van het NFI, tegengekomen.

Splendlove vindt ook dat het NFI veel fouten heeft gemaakt tijdens het sectie-onderzoek en dat veel onderzoeken niet zijn uitgevoerd terwijl dat wel had moeten gebeuren. Hij stelt daarom voor om daar alsnog onderzoek naar te doen. Dat zou betekenen dat de stoffelijke overblijfselen van Leon opgegraven dienen te worden.

 

Makkelijk scoren?

Door Waarheidsvinder

Als je geen idee hebt waar je mee bezig bent, dan loop je het risico dat je onzin begint uit te kramen. Dat probleem bestaat kennelijk ook bij de politie in Spijkenisse.

Gisteren kwam de politie in het programma Tros Vermist ineens met nieuwe informatie over de in 2001 verdwenen Adrie Knops. Volgens de politiewoordvoerder zou Adrie mogelijk zijn verdwenen terwijl hij illegaal paling aan het vangen was. Dat zou dan moeten zijn gebeurd in de omgeving van de plaats waar zijn auto na zijn verdwijning werd aangetroffen. De aanleiding voor deze theorie was het feit dat de laarzen van Adrie na zijn verdwijning uit zijn auto zouden zijn verdwenen. Kennelijk heeft men dat na bijna 13 jaar ineens ontdekt.

Los van het feit dat de familie zegt dat Adrie toen hij verdween al zeker 10 jaar niet meer illegaal viste en bovendien dat dit vissen altijd achter zijn woning had gedaan, zijn er meer feiten die aangeven welke onzin de woordvoerder van de politie uitkraamde:

  1. Adrie was een proefrit aan het maken met de auto van zijn vrouw. Hij was daarbij gekleed in een overall en had geen visspullen bij zich
  2. Zijn auto is teruggevonden op een parkeerplaats bij de wijk Zalmplaat in Hoogvliet. Er is met honden uitgebreid in de omgeving gezocht maar er zijn geen sporen van Adrie gevonden.
  3. Door getuigen is gezien dat de auto in de dagen na de verdwijning van Adrie is verplaatst en dat er twee donker gekleurde mannen bij de auto stonden
  4. Na de verdwijning van Adrie is zijn auto nog elders gezien terwijl er een vreemde man achter het stuur zat. Met die verklaring is nooit iets gedaan.

Maar zelfs als er iets met Adrie zou zijn gebeurd tijdens het vissen, en een ongeluk kunnen we uitsluiten want dan was hij inmiddels na 12 jaar wel gevonden, dan heeft een ander daar de hand in gehad en is er sprake van een misdrijf. Indirect geeft de politie dus toe dat Adrie het slachtoffer is geworden van een misdrijf. Dan wordt het zeker hoog tijd dat men een moordonderzoek gaat starten in plaats van onzin uit te kramen. Want zelfs al zouden de laarzen van Adrie uit zijn auto zijn verdwenen, wie zegt dan dat Adrie dat zelf heeft gedaan?

De klap op de vuurpijl was de toezegging van de politiewoordvoerder dat de officier van justitie had bepaald dat getuigen die zich zelf zouden belasten door te verklaren over het stropen van paling samen met Adrie Knops, niet bang hoefde te zijn voor strafvervolging omdat het terugvinden van Adrie belangrijker was. Kennelijk hebben ze bij de politie Rotterdam nooit van verjaringstermijnen gehoord, want de feiten waarop de woordvoerder doelde zijn inmiddels al lang verjaard. Wederom een bewijs dat de waarheid ondergeschikt is aan het imago.

Is het toevallig dat de politie gisteren met dit verhaal naar buiten kwam? Wij denken van niet. Gisteren was de dag dat Marijke Harkema uit Schiedam, de moeder van de onder zeer verdachte omstandigheden overleden Leon Groeneweg, haar hongerstaking begon als protest tegen het slechte onderzoek van de politie. Spijkenisse en Schiedam maken deel uit van dezelfde politie-eenheid. Mogelijk heeft de politie de negatieve publiciteit over de hongerstaking naar de achtergrond willen verdringen met de zogenaamde nieuwe informatie in de zaak van Adrie Knops. Als ons vermoeden juist is, dan gaat het om een goedkope truc over de ruggen van de nabestaanden van Adrie Knops en Leon Groeneweg en dat mag je de politie verwijten.

Maar onze verwijten gaan ook naar de redactie van het programma Tros Vermist. Kennelijk om het programma te vullen, neemt men kritiekloos de onzin van de politiewoordvoerder over. Makkelijk scoren is dat.

Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit

Door Waarheidsvinder

Marijke Harkema, de moeder van Leon Groeneweg uit Schiedam, is sinds gisterenavond in hongerstaking omdat zij vindt dat politie en justitie in Schiedam de dood van haar zoon Leon nooit deugdelijk hebben onderzocht. Een conclusie die wij delen. Leon is in 2008 onder verdachte omstandigheden dood in het water aangetroffen, evenals zijn vriend Tariq Chatta uit Schiedam een jaar eerder. Wij schreven daar op deze site al veelvuldig over. Marijke wil een nieuw onderzoek door een andere politiekorps onder leiding van een officier van justitie van een ander parket dan Rotterdam, waaronder Schiedam valt. Zij heeft geen enkele vertrouwen meer in politie en justitie in Rotterdam.

Officier van justitie Henric Rebel uit Rotterdam zegt de emoties van Marijke en haar man te begrijpen. Maar volgens hem is er uitvoerig en serieus onderzoek gedaan. ‘Dat heeft geen aanwijzingen voor een misdrijf opgeleverd.’ Een andere woordvoerder van justitie verklaarde dat er zelfs extra onderzoek is verricht. Als extraatje noemde hij nog: ‘Ook hebben we een officier van justitie die niet bij het onderzoek is betrokken naar alle bevindingen in het dossier laten kijken en die kwam niet met andere conclusies.’

Gisterenavond werd één van uw redacteuren gebeld door een journaliste. Zij wees tijdens het gesprek op de uitspraken van de officieren van justitie en ja, als die zeiden dat er geen sprake was van een misdrijf, dan moest dat toch wel waar zijn.

Voor deze journaliste en alle andere mensen die denken dat een uitspraak van een officier van justitie zaligmakend is en dat men bij politie en justitie nooit een onwaarheid spreekt, is het misschien goed terug te gaan in de tijd.

Allereerst gaan we naar de moord op Christel Ambrosius in 1994, beter bekend onder de naam Puttense moordzaak. Voor die moord werden Wilco Viets en Herman Dubois veroordeeld. Hoeveel politiemensen, officieren van justitie en rechters hebben naar deze zaak gekeken en vervolgens gezegd dat er niets met deze veroordeling aan de hand was? Tientallen. Toch bleek later dat beide mannen wel degelijk onschuldig waren veroordeeld. De werkelijke dader werd later gepakt en is inmiddels veroordeeld. Totdat de werkelijke dader was gepakt bleven, zelfs na de vrijspraak van Viets en Dubois, veel politiemensen en officieren van justitie volhouden dat zij wel degelijk schuldig waren.

Vervolgens was er in 2000 de Schiedammer parkmoord. Ook hier hielden tientallen politiemensen, officieren van justitie en rechters lang vol dat er niets mis was met de veroordeling van Cees B. Dat bleven ze volhouden totdat Wik H. de moord bekende en het aangetroffen DNA zijn bekentenis ondersteunde.

Lucia de Berk werd in 2003 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens 7 moorden en 3 pogingen daartoe op patiënten in het ziekenhuis waarin zij werkte. Ook zij werd tot in hoogste instantie veroordeeld en voor alles wat mooi en lelijk was uitgemaakt. Inmiddels weten we dat ze onschuldig is veroordeeld, dat er zelfs geen moorden zijn gepleegd. Toch zijn er nog steeds mensen bij politie en justitie die aan haar schuld blijven vasthouden.

Bejaardenverzorgster Ina Post werd in 1986 veroordeeld voor de moord op een 89 jarige cliënte van haar. Haar veroordeling bleef tot in hoogste instantie van kracht en 3 herzieningsverzoeken werden door de Hoge Raad afgewezen. Meer dan 20 rechters hebben haar veroordeeld, toch werd zij in 2010 alsnog vrijgesproken. Maar zelfs nu zijn er nog steeds politiemensen en mensen bij justitie die aan haar schuld blijven vasthouden.

Andy Melaan en Nozai Thomas werden tot in hoogste instantie veroordeeld voor een dubbele moord op Bonaire in 2005. Een  zaak bekend onder de naam Spelonk. Ondanks alle kritiek bleven politie en justitie volhouden dat er geen sprake was van een dwaling. Een reviewcommissie van wijze mensen, onder leiding van een voormalige hoofdofficier van justitie uit Nederland, kwam in 2008 tot de conclusie dat de veroordeling van beide mannen terecht was. Inmiddels zijn Andy en Nozai op 4 december 2013 alsnog vrijgesproken. Ook zij waren onschuldig veroordeeld.

Politie en justitie schermen graag met aantallen. Bij ieder ernstige zaak wordt onmiddellijk geschermd met het aantal rechercheurs dat op de zaak is gezet. Men denkt kennelijk dat kwantiteit iets te maken heeft met kwaliteit. Meer mensen betekent volgens hen meer kwaliteit. Als er meer officieren van justitie naar een zaak kijken dan moet het wel goed zijn.

Wij denken dat dit onzin is. Het gaat er niet om hoeveel mensen er aan een zaak werken of naar een zaak kijken. Het gaat om de kwaliteiten van die mensen en hun bereidheid de feiten te laten prevaleren boven hun gevoelens (overtuiging of intuïtie mag men het ook noemen). Kwaliteit is volgens ons belangrijker dan kwantiteit, want uiteindelijk zien tien blinden net zo veel als één blinde, namelijk helemaal niets.