Skip to content

Zo moet het dus niet

Door Waarheidsvinder

De politie beklaagt zich er regelmatig over dat er zoveel onterechte kritiek op het werk van de politie is. Maar in plaats van zich te beklagen, zou men eerst de hand in eigen boezem moeten steken. Kritisch kijken naar het eigen werk en ook het bijscholen van de voorlichters zou een mooi begin zijn om kritiek te voorkomen.

Een droevig voorbeeld van ondermaats politieoptreden vond plaats in Nieuw-Roden. Daar vond een wielerwedstrijd plaats en, om het verkeer in goede banen te leiden, maakte de organisatie gebruik van verkeersregelaars. Vroeger werd dat soort activiteiten uitgevoerd door politiemensen, maar dat is jaren geleden al afgeschaft. Geen tijd voor.

Zo’n verkeersregelaar krijgt een bepaalde opdracht en die moet hij uitvoeren. In Nieuw-Roden stond één van de verkeersregelaars, een 74 jarige man, bij een afzetting om te voorkomen dat automobilisten een bepaalde straat zouden inrijden.

Maar zoals iedere politieagent ook weet, je hebt altijd dwarsliggers die toch vinden dat zij er wel door mogen. Dat gebeurde hier ook. Maar net zoals de meeste politieagenten in dat soort situaties, week ook de verkeersregelaar niet voor de argumenten van een 32 jarige automobilist en weigerde hem de doorgang. Dit leidde tot een lange woordenwisseling tussen beide mannen. De meeste politieagenten kennen dat soort zinloze discussies wel uit de praktijk.

De automobilist nam echter geen genoegen met de argumenten van de verkeersregelaar en stapte op hoge poten uit zijn auto. Met een notitieblok in zijn hand stevende hij op de verkeersregelaar af en eiste diens naam om een klacht in te kunnen dienen. De verkeersregelaar was het kennelijk inmiddels zat en sloeg het notitieblok uit de handen van de automobilist. De automobilist belde onmiddellijk de politie en die kwam ter plaatse.

In plaats van bemiddelend op te treden en de automobilist weg te sturen, lieten de agenten direct even zien wie de baas was. De 74 jarige verkeersregelaar werd aangehouden en als een crimineel overgebracht naar het politiebureau. Daar bleek al snel dat de zaak helemaal niets voorstelde. Zelfs de automobilist vond dit toch teveel van het goede en wilde geen aangifte doen.

Als wij zoiets lezen dan vragen we ons af wat politiemensen bezielt om op deze manier op te treden. Wat nu als het hier niet was gegaan om een 74 jarige verkeersregelaar maar om een 28 jarige politieman die het verkeer stond te regelen? Zou die politieman dan ook zijn aangehouden?

Ons lijkt een hartig woordje met de betrokken politiemensen op zijn plaats. Hen moet worden uitgelegd dat deze manier van optreden niet op prijs wordt gesteld. Daarnaast moeten er publiekelijk excuses worden aangeboden aan de verkeersregelaar. Iemand die bereid is zijn vrije tijd in te zetten ten behoeve van de gemeenschap en vervolgens als een boef wordt behandeld.

Wij denken echter dat dit niet gaat gebeuren. Ook in deze zaak is er weer een kakelende voorlichter te voorschijn gekomen in de persoon van Ger Blokzijl. Natuurlijk praatte hij het misplaatste optreden van de politieagenten recht. Volgens hem waren de agenten verplicht geweest om de verkeersregelaar aan te houden, “Zeker omdat het slachtoffer in dit geval een blauwe plek op zijn hand kon laten zien.”

Een van uw redacteuren heeft 40 jaar bij de politie gewerkt en hij kan u met zekerheid zeggen dat deze voorlichter onzin uitkraamt. Een dergelijke verplichting bestaat niet. Blokzijl besloot zijn betoog met de mededeling dat de verkeersregelaar ontdaan was geraakt door de situatie maar dat justitie hem niet zal vervolgen.

Dat laatste zal nauwelijks een troost zijn voor de betrokken verkeersregelaar. Hij zal zijn vertrouwen in de politie wel kwijt zijn. Ons advies aan hem is, stoppen met het regelen van het verkeer, laat de politie dat maar mooi zelf doen. Mogen zij zelf het gezeur van de automobilisten gaan aanhoren. En kunnen ze daar dan weer over gaan klagen.

 

De sprookjes van een minister

Door Waarheidsvinder

Om minister van justitie te kunnen worden moet je in dit land kennelijk over een rijke fantasie beschikken en weinig werkelijkheidszin. Nadat we eerst Opstelten hadden, die zich beperkte tot wat onverstaanbaar gemompel en schone beloften, heeft men nu een waardig opvolger gevonden in de persoon van Van der Steur.

Terwijl de Nederlandse politie zo’n beetje op zijn kont ligt vanwege de nu al mislukte reorganisatie en de hand over hand toenemende invloed van de zware criminaliteit, probeert deze mooiprater de burger in slaap te sussen door te schermen met statistieken over de kleine criminaliteit.

Voor de degenen die niet precies weten wat kleine criminaliteit is, volgt hier een korte uitleg. Vroeger was een inbraak in je woning of auto een misdrijf dat door de recherche werd behandeld. Omdat er steeds meer van die misdrijven plaatsvonden en er steeds minder werden opgelost, verving men de term misdrijf door Veel Voorkomende Criminaliteit (VVC) en liet men deze zaken behandelen door de man of vrouw in uniform. De keuze voor de naam VVC was niet toevallig. Als je namelijk zegt dat iets vaak voorkomt, dan lijkt het veel minder erg.

Maar door het een andere naam te geven, los je een probleem niet op. Want voor de burgers veranderde er niets, voor hen bleef het een probleem. En dat hebben ze toen weer proberen op te lossen we op door het nogmaals een andere naam te geven, namelijk kleine criminaliteit. En u begrijpt het al, als iets klein is dan kan het nooit een groot probleem zijn.

Maar ook nadat het begrip kleine criminaliteit was ingevoerd, bleef het aantal “kleine” feiten toenemen en begon de burger zich steeds meer te roeren. Aanvankelijk heeft men nog geprobeerd het probleem op te lossen, maar toen dat niet lukte is men met de cijfers aan de gang gegaan.

Het werd de burger steeds moeilijker gemaakt om aangifte te doen en als men al aangifte had gedaan dan bleek dat er zelden een zaak werd opgelost. Deze aanpak bleek wel te helpen. Steeds meer burgers namen niet meer de moeite om aangifte bij de politie te doen. En daarmee had de overheid eindelijk zijn zin. De cijfers voor de kleine criminaliteit liepen terug. De vlag ging uit.

Dat inmiddels de zware criminaliteit volledig uit de hand is gelopen, vergat de minister gisteren maar even toen hij het had over de succesvolle aanpak van de kleine criminaliteit. Veel Kamerleden namen daar geen genoegen mee, zij wezen op alle problemen met de bedreigingen van burgemeesters, liquidaties op de openbare weg, de macht van motorclubs en de enorme invloed van de drugsmaffia.

Dat was vervelend voor minister Van der Steur, dat moest hij even verwerken. Maar waarschijnlijk heeft hij inmiddels de oplossing gevonden. Je verandert de term zware criminaliteit in veel voorkomende criminaliteit, dan is het al veel minder erg geworden. Mocht dat ook niet helpen, dan noemen we het straks ook kleine criminaliteit. Probleem opgelost. Tenminste het probleem van de minister is opgelost, niet het probleem van de burger. Die mag bij de gratie Gods tegenwoordig via de computer zelf zijn aangifte invullen, waarna deze volledig automatisch in de prullenbak verdwijnt. Het doen van aangifte wordt daarmee steeds zinlozer.

Wij denken daarom dat het aantal aangifte in de toekomst nog wel verder zal teruglopen en dat weer aanleiding zijn tot mooie praatjes van de minister, meer niet.

Want wie gelooft er nu nog in de praatjes van Van der Steur en zijn vriendjes dat er echt iets met het probleem van de burger wordt gedaan? Waarschijnlijk alleen in burgers van Fabeltjesland.

Verkeerde keuzes

Door Waarheidsvinder

Op 8 mei 2015 werd er een bom gevonden bij een vestiging van de Jumbo supermarkt aan de Wilhelminakade in Groningen. De bom was door een voorbijganger voor de gevel van de Jumbo op de stoep gevonden en vervolgens door de EOD onschadelijk gemaakt. Volgens politiewoordvoerder Paul Heidanus was het ” een serieuze bom die grote schade en mogelijk slachtoffers had kunnen maken als hij was ontploft.”

Op 31 mei ontplofte bij een Jumbo vestiging aan het Overwinningsplein daadwerkelijk een bom. Gelukkig was de schade slechts gering en vielen er geen gewonden. De schade was zelfs zo gering dat de leiding van de Jumbo pas ‘s woensdag de politie waarschuwde. Die stelde toen onmiddellijk een sporenonderzoek in.

Omdat de politie Groningen logischerwijs overeenkomsten zag tussen beide zaken werd er een Team Grootschalig Optreden (TGO) opgestart. Kennelijk wilde men zo snel mogelijk de dader vinden. En zoals gebruikelijk noemt de politie dan ook het aantal ingezette rechercheurs, twintig in dit geval.

Deze keer bleken er camerabeelden te zijn van de degene die hoogstwaarschijnlijk de bom had geplaatst. Volgens woordvoerder Paul Heidanus was een groot deel van zijn gezicht te zien op de camerabeelden die door de camera’s van de Jumbo waren gemaakt. Volgens hem zou iemand die de man kende hem zeker van de beelden herkennen.

Een van de belangrijkste taken van de politie is het voorkomen van strafbare feiten. Zeker als het gaat om delicten waarbij doden en/of gewonden zou kunnen vallen. Je zou daarom verwachten dat de politie de beelden van de bommenlegger onmiddellijk naar buiten had gebracht zodat de dader zo snel mogelijk zou kunnen worden gepakt.

Maar dat gebeurde niet en de reden daarvoor is voor ingewijden geen verrassing. De politie heeft een contract met de AVRO en volgens dat contract mogen dergelijke beelden alleen worden uitgezonden in het programma Opsporing Verzocht. En die uitzending is pas komen dinsdag, 9 juni 2015. Gewoon even wachten tot dinsdag dus.

Helaas wachtte de mogelijke dader niet tot dinsdag. Vanmiddag kwam er een telefonische bommelding binnen bij de Jumbo Euroborg in Groningen.Hij wilde natuurlijk niet opnieuw in beeld komen. Onmiddellijk werd de winkel natuurlijk ontruimd.

Het is niet ondenkbaar dat het hier om dezelfde dader gaat. Iemand van wie al dagen lang beelden bekend zijn maar die vanwege een contract met een omroep nog niet mochten worden uitgezonden. Wie dit begrijp mag het zeggen. Nu maar hopen dat er voor dinsdag geen slachtoffers gaan vallen door een bomaanslag op een vestiging van de Jumbo in Groningen.

Want hoe ga je dat dan aan de nabestaanden uitleggen?

Noot:

Onze site wordt kennelijk ook in Groningen gelezen, want op 14.14 uur maakte RTV Noord bekend dat de beelden van de verdachte vandaag nog openbaar zouden worden gemaakt. En inmiddels is dat inderdaad gebeurd.

Het kantoor

Het Kantoor

Auteur

C.J. Tempelman

In het kort

Deze sleutelroman is grotendeels gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen. Misstanden binnen een Drentse overheidsorganisatie monden uit in persoonlijke drama’s en leiden tot de grootste naoorlogse bestuurscrisis in Nederland.

Beschrijving

De jonge Russin Elena woont sinds haar huwelijk in het dorpje Veenwel. Na enkele jaren vindt ze een baan bij een overheidskantoor in de nabijgelegen stad Terzand. In plaats van de verwachte rustige werksfeer valt ze midden in een gedeeltelijk ondergrondse machtsstrijd tussen enkele managers en een aantal medewerkers. Ze raakt er al snel bij betrokken.
Ze ontdekt hoe moeilijk het is om de scheidslijn te trekken tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen, tussen integriteit en loyaliteit. Critici van het management worden één voor één weggewerkt en Elena komt steeds meer alleen te staan. In de verwarrende en steeds verder escalerende werksituatie probeert ze overeind te blijven, hetgeen nog wordt bemoeilijkt door de alarmerende berichten uit haar vaderland over de daar heersende machtsstrijd tussen communisten en hervormers.
Uiteindelijk speelt de moedige Elena, samen met een plaatselijke journalist, een sleutelrol in de dramatische ontknoping van dit grotendeels waar gebeurde verhaal. Een ontknoping die in werkelijkheid heeft geleid tot de grootste naoorlogse bestuurscrisis in Nederland.
Voor meer info:   http://dick.janknegt.nl/hetkantoor

Veroordeling Martien Hunnik vernietigd door Hoge Raad

Door Waarheidsvinder

Vandaag deed de Hoge Raad uitspraak naar aanleiding van het namens Martien Hunnik ingediende herzieningsverzoek. De veroordeling van Martien Hunnik voor de moord op platenproducer Bart van de Laar in 1981 is vernietigd. Voor Martien Hunnik is dat natuurlijk prachtig en ook voor ons is het mooi. Het is de derde gerechtelijke dwaling waar we bij betrokken zijn. Maar omtrent de motivatie van de Hoge Raad valt wel het één en ander te zeggen.

Na de zitting werd het volgende persbericht uitgebracht:

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de zogenoemde showbizzmoordzaak opnieuw moet worden behandeld door het hof Den Haag. In deze zaak was Martien Hunnik definitief veroordeeld voor het doodschieten in 1981 van platenproducer Bart van de Laar. Hij had dit bij de politie bekend. Hij kreeg daarvoor 2 jaar gevangenisstraf en tbr. Hunnik bracht bijna acht jaar in detentie en behandeling door. Hij diende bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek in. Advocaat-generaal Aben vorderde herziening bij de Hoge Raad vanwege een ernstig vermoeden dat de bekentenissen vals waren.

De Hoge Raad komt tot zijn oordeel op basis van gedragsonderzoek naar de persoon van Hunnik. Een drietal door de Hoge Raad aangezochte onderzoekers heeft bij Hunnik een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld waaraan hij in die jaren leed. Hunnik was volgens het onderzoeksrapport ten tijde van het opsporingsonderzoek zeer vatbaar voor suggesties en hij had een neiging tot het verdraaien van de waarheid en het verzinnen van verhalen. Volgens de deskundigen bestaat er een verband tussen de vastgestelde psychische stoornis en de door hem afgelegde bekentenissen.
De Hoge Raad oordeelt dat daarmee een ernstige twijfel is ontstaan aan de geloofwaardigheid van de bekentenissen van Hunnik en dat het hof, als het daarmee bekend was geweest, Hunnik mogelijk zou hebben vrijgesproken.

Als je het bericht goed leest dan staat er eigenlijk dat Martien Hunnik destijds door zijn eigen domheid is veroordeeld. De werkelijkheid is echter anders. In 1981 was na onderzoek de conclusie van de politie dat de moord op Bart van der Laar ‘s morgens voor negen uur was gepleegd. Martien Hunnik had een alibi voor dat tijdstip. Hij was tot tien uur aan het werk geweest in een verpleeghuis in Laren.

Tussen tien uur en half twaalf was hij weggeweest omdat hij naar de bedrijfsarts moest vanwege een knieoperatie die hij had ondergaan. Zijn vader hem met de auto gehaald en gebracht. In 1983 lieten de verhoorders Martien Hunnik bekennen dat hij Bart van der Laar rond elf uur had vermoord. Dat klopte dus niet met de onderzoeksresultaten maar dat liet men gemakshalve weg uit het dossier.

Ook liet men uit het dossier weg dat zijn vader in 1981 had verklaard hem met de auto gehaald en gebracht te hebben. Men liet Martien in 1983 bekennen dat hij ‘s morgens om tien over half tien door een taxi was opgehaald. Dat tijdstip kon niet kloppen want zijn werkgeefster had in 1981 verklaard dat Martien pas om tien uur was weggegaan. Het bezoek aan de bedrijfsarts werd eveneens weggelaten.

De bekentenis van Martien kon ook niet kloppen omdat hij voor het verhaal dat hij vertelde ongeveer drie uur had nodig gehad terwijl hij maar anderhalf uur van zijn werk weg was geweest. Ook de details die hij noemde klopten van geen kanten, Martien had werkelijk geen idee wat er was gebeurd.

Martien Hunnik is dus in 1983 veroordeeld omdat de politie er een zooitje van heeft gemaakt. De verhoorders wisten dat hij psychisch niet in orde was en dat zijn bekentenis niet kon kloppen. Toch liet men hem veroordelen. Nogmaals, het is prachtig dat de veroordeling van Martien ongedaan is gemaakt. Jammer is dat politie, justitie en rechters wederom buiten schot blijven, net als bij eerdere gerechtelijke dwalingen.

Eerst denken en dan doen

Door Waarheidsvinder

Op 16 november 2014 riep bij een demonstratie in Amsterdam een man vanaf het podium “F*ck de koning, f*ck de koningin en f*ck het koningshuis “. Niet direct een tekst die de schoonheidsprijs verdient, maar we denken niet allemaal hetzelfde.

De politie heeft het meestal niet zo op met demonstranten en dus vond men het een mooie gelegenheid om eens te laten zien wie de baas was. De man werd met een hoop bombarie aangehouden en naar het politiebureau gebracht. Kennelijk had men niets beters te doen.

Je zou verwachten dat er aan zo’n bureau iemand zit die eerst even rustig nadenkt en dan besluit om de man weer snel te laten gaan. Die iemand was er kennelijk die dag niet.

De zaak ging naar justitie. Daar werd besloten de man te gaan vervolgen wegens majesteitsschennis. Alsof er niets anders te doen was. Toen dat in de openbaarheid kwam waren de rapen gaar. De kranten stonden er vol mee en de zaak haalde alle praatprogramma’s op radio en televisie.

Bij justitie kreeg men vermoedelijk in de gaten dat het besluit om te man te vervolgen misschien niet verstandig was geweest. De zaak werd alsnog geseponeerd. Dat vinden wij een verstandige beslissing.

Maar het argument dat de woordvoerder van justitie aanvoert voor het seponeren van de zaak roept bij ons grote vraagtekens op. Het besluit om de man te vervolgen was volgens de woordvoerder in een paar seconden genomen. Het argument daarvoor was dat een officier van justitie op een dag veel dossiers op zijn bureau krijgt, dat hij dan snel moet beslissen en dan kan er wel eens wat misgaan.

Als dit de manier van werken is bij het openbaar ministerie dan verklaart het waarom er zoveel mis gaat in de rechtspraak. Misschien is het toch verstandiger bij iedere zaak eerst na te denken en dan pas te doen. Dat voorkomt een veel gedoe en ellende voor alle betrokkenen.

Zwitserse rechtbank wijst beroep tegen sluiting onderzoek naar busramp Sierre af

Door Waarheidsvinder

Op 13 maart 2012 kwamen in een tunnel bij het Zwitserse plaatsje Sierre 28 mensen, 22 kinderen en 6 volwassenen, om het leven toen een touringcar tegen de wand van de tunnel reed. Daarnaast raakten 24 kinderen ernstig gewond.

De Zwitserse autoriteiten deden de zaak na onderzoek af als een noodlottig ongeval, maar veel deskundigen vermoedden net als wij dat er geen sprake was van een ongeval. Hun conclusie was dat de chauffeur van de bus bewust de bus tegen de tunnelwand heeft gereden. Moord en zelfmoord dus. We schreven er al uitgebreid over op deze site.

Een groep ouders van overleden kinderen nam geen genoegen met de conclusie van politie en justitie en vroeg de Zwitserse rechter om heropening van het onderzoek. Deze week bleek echter dat de Zwitserse rechtbank het beroep heeft verworpen. Volgens de rechter maakt het overlijden van de buschauffeur bij het ongeval verder onderzoek onmogelijk, want daardoor kon een nader onderzoek nooit tot een veroordeling leiden. De rechtbank vindt het om die reden ook niet nodig om in te gaan op de vraag van de ouders naar een officiële reconstructie van het ongeval.

Natuurlijk kan de overleden chauffeur niet worden veroordeeld, maar het gaat bij dit soort zaken niet om de veroordeling van de mogelijke dader. Het gaat om de waarheid. De nabestaanden van de slachtoffers willen weten wat er is gebeurd. Ze willen weten waarom hun geliefden zijn overleden en daar op hebben ze het volste recht.

Maar naast het belang van de nabestaanden van de slachtoffers van het busongeluk is er nog een groot belang. Als namelijk uit het onderzoek blijkt dat de chauffeur inderdaad bewust tegen de muur van de tunnel is gereden met de bedoeling zichzelf en de inzittenden van de bus van het leven te beroven en als dan ook nog zou blijken dat zijn daad hoogstwaarschijnlijk mede voortkomt uit het gebruik van een antidepressiva, dan zou dat aanleiding kunnen zijn om de procedures te veranderen. Maar kennelijk hebben de autoriteiten in Zwitserland daar geen belang bij. Er wordt dus niets ondernomen om te proberen een herhaling van zo’n “ongeluk” te voorkomen. Als het weer gebeurt dan noemen ze het gewoon weer een ongeluk en vervolgens gaat men over tot de orde van de dag.

Hoe anders handelt men in Duitsland. Afgelopen dinsdag stortte een Airbus A302 van de Duitse luchtvaartmaatschappij Germanwings neer in bergachtig gebied in de buurt van de Franse plaats Digne-les-Bains. Aan boord bevonden zich 150 personen waaronder 6 bemanningsleden. Geen van hen overleefde de ramp.

Vliegtuigen zijn, in tegenstelling tot autobussen, voorzien van zogenaamde zwarte dozen, waarin alle handelingen en communicatie tijdens een vlucht wordt vastgelegd. De zwarte doos met de communicatie tussen de politie en de luchtverkeersleiding werd snel gevonden en afgeluisterd.

Al snel bleek daarbij dat het neerstorten van het vliegtuig geen ongeval was, maar het gevolg van een bewuste actie van de co-piloot. Nadat hij de gezagvoerder had buitengesloten toen deze een bezoek aan het toilet bracht, vergrendelde hij de stalen deur van de cockpit en liet het toestel een steile daling richting bergen maken. Moord en zelfmoord dus.

Er lijken sterke overeenkomsten te zijn tussen de co-piloot en de chauffeur van de bus in Sierre. Beiden hadden psychische problemen en gebruikten anti-depressiva. Beiden waren gek op hun werk en dreigden dit kwijt te raken. De co-piloot omdat zijn behandelend arts hem had verboden om te vliegen en de buschauffeur omdat zijn vrouw wilde dat hij zou stoppen met het rijden op de bus.

Overeenkomsten tussen beide ongelukken, maar geen overeenkomsten in de aanpak door de autoriteiten. In Duitsland en Frankrijk stelt men alles in het werk om de waarheid boven tafel te krijgen. Niet omdat men de dader zou kunnen vervolgen, want dat kan net als in Zwitserland niet, maar omdat de nabestaanden recht hebben op de waarheid en om te leren van het gebeuren. Wat waren de motieven van de co-piloot en hoe kunnen we een herhaling van een dergelijk ramp voorkomen? Belangrijke vragen die moeten worden beantwoord.

Het zou goed zijn als de Zwitserse autoriteiten hun starre houding laten varen en net als in het geval van de vliegramp alsnog alles in het werk zouden stellen om in het geval van de busramp de waarheid te vinden. De nabestaanden van de busslachtoffers hebben dezelfde rechten als de nabestaanden van de vliegramp en het algemeen belang is er ook in hun geval mee gediend dat de waarheid boven tafel komt.

Noot 3 april

Ook de 2e zwarte doos is inmiddels gevonden. Uit onderzoek van deze  doos is gebleken dat de co-piloot inderdaad het vliegtuig opzettelijk heeft laten verongelukken.

Gebrek aan kennis

Door Waarheidsvinder

Rustig toerend in zijn auto en luisterend naar Radio Noord hoorde één van uw redacteuren het volgende bericht.

De 17 jarige Niek van Boeijen uit het Groningse Haren is onlangs zijn identiteitsbewijs verloren en dat is natuurlijk lastig. Erger wordt het als iemand jouw identiteitsbewijs vindt en daar vervolgens misbruik van gaat maken. En dat is wat er is gebeurd met het identiteitsbewijs van Niek van Boeijen uit Haren. Diefstal van identiteit noemen we dat met een mooi woord.

Op Marktplaats en Speurders worden al wekenlang door een onbekende spullen aangeboden onder de naam van Niek. Kennelijk heeft de vinder zijn identiteitsbewijs gebruikt om een bankrekening te openen en op die rekening laat hij mensen geld storten als betaling voor door hem te koop aangeboden goederen. Die goederen worden niet geleverd en de opgelichte kopers willen vervolgens hun geld terug.

Een aantal van hen benadert de familie Van Boeijen, maar die weten van niets. Zij hebben geen goederen te koop aangeboden en zij proberen dat ook aan de betrokken mensen uit te leggen. Maar niet iedereen gelooft hun verhaal en er volgen zelfs bedreigingen in de richting van het gezin van Niek. Niek gaat met zijn vader naar de politie om aangifte te doen van het misbruik van zijn identiteitsbewijs, maar daar krijgt hij te horen dat men niets voor hem kan doen omdat hij geen benadeelde is en niet financieel is gedupeerd. Einde verhaal.

Hoezo is Niek geen benadeelde? Een onbekende heeft zich onrechtmatig zijn identiteitsbewijs toegeëigend en is daarover gaan beschikken alsof hij de houder van dat bewijs is. Een beter voorbeeld van verduistering kun je je nauwelijks voorstellen. Maar kennelijk kent de politie in Haren het betreffende artikel niet. Voor de politie in Haren volgt daarom hier nog even de tekst van artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht:

Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.

U denkt misschien dat het gebeuren in Haren slechts een incident is. Dat is het niet. Gisterenmiddag kwam naar buiten dat de nieuwe minister van Veiligheid een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd waarin hij schrijft dat uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie is gebleken dat er het nodige ontbreekt aan de parate kennis van politiemensen. Kennis die de politieambtenaar nodig heeft in een bepaalde situatie om zijn werk goed te kunnen doen. De minister schrijft dat er te weinig wordt gedaan om die kennis bij te houden en dat er nooit enige toetsing van die kennis plaatsvindt.

Een en ander blijkt uit een meting die door de Inspectie Veiligheid en Justitie is gedaan onder 361 politieambtenaren. Zij kregen 39 meerkeuzevragen voorgelegd over verschillende politiezaken. De vragen gingen bijvoorbeeld over aanhouden, staande houden, onderzoek aan kleding en lichaam, binnentreden, doorzoeken, in beslag nemen en identiteitsonderzoek. Gemiddeld werd slechts 69% van de vragen juist beantwoord.

Ook in Haren lijkt enige bijscholing op zijn plaats. Maar daar heeft Niek van Boeijen nu niets aan. Het zou daarom goed zijn als de leiding van de politie in Haren alsnog ingrijpt en er voor zorgt dat Niek van Boeijen aangifte kan doen waarna de politie op zoek kan gaan naar de verduisteraar van zijn identiteitsbewijs. Want verduistering is echt wel strafbaar.

Noot:

Op de site van de politie gevonden:

Identiteitsfraude is het opzettelijk gebruiken van gestolen of vervalste identiteitspapieren. De naam en identiteit van een ander wordt misbruikt om strafbare feiten te plegen. Bent u slachtoffer van identiteitsfraude? Dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Doe daarom altijd aangifte bij de politie!

Ook hier zedenzaken onder de pet gehouden

Door Waarheidsvinder

De Britse politie heeft prominente politici jarenlang de hand boven het hoofd gehouden. Onderzoeken werden niet afgerond, raakten kwijt, of werden opgevraagd zonder dat er nog ooit iets van gehoord werd.

Zo begon een artikel in De Telegraaf van vandaag. Men verwijst voor de herkomst van dit bericht naar een al twee jaar lopend politieonderzoek in Engeland. Hoge politici die kinderen misbruiken en politie en justitie die dat gedrag afdekken en dat allemaal in een beschaafd land als Engeland. Gelukkig komt dat bij ons niet voor. Tenminste dat willen we graag geloven en de media in Nederland lijken daar aan mee te werken.

Recent las een van uw redacteuren het boek “Fred en de Wet” geschreven door misdaadjournalist Wim van de Pol. Op pagina 209 van dat boek begint een hoofdstuk onder de titel “Rolodex”. Het handelt over een in 1998 gestart onderzoek naar seksueel misbruik van kinderen (jongens) onder leiding van de toenmalige officier van justitie Fred Teeven. Volgens het boek heeft Fred Teeven in 2000 onthuld dat het onderzoek destijds was gericht geweest op een aantal hooggeplaatste ambtenaren van het ministerie van justitie. Gewezen wordt in het stuk naar onder meer een hoogleraar en enkele hoofdofficieren van justitie.

Het onderzoek leidde tot niets. Niet omdat er was vastgesteld dat er van seksueel misbruik geen sprake was, maar omdat er ergens in de top werd gelekt en alle betrokkenen daarna wisten dat er een onderzoek naar hen liep. Het onderzoek werd vervolgens gesloten. De daders bleven onbestraft en de slachtoffers waren de dupe.

Het is gemakkelijk naar andere landen te wijzen als het gaat om misstanden. Schrijven over schandalen zoals in Engeland kun je in Nederland zonder veel risico doen, maar schandalen in Nederland aanpakken, dat ligt natuurlijk veel gevoeliger. Kijkend naar het mislukte Rolodex-onderzoek, dan kan iedereen uitrekenen dat deze zaak alleen in de doofpot kon omdat de betrokken politici, justitiemedewerkers en politiemensen hun mond hielden en alle informatie over het onderzoek onder de pet hielden en houden. Van politici kunnen we dat wel begrijpen, de waarheid speelt nu eenmaal in de politiek niet of nauwelijks een rol.

Maar waar blijven die politiemensen en medewerkers van justitie die destijds van dichtbij zagen wat er gebeurde? Wordt het voor hen niet eens tijd met de waarheid naar buiten te komen of verschillen Nederland en Engeland niet zoveel op het gebied van wegmoffelen van de waarheid?

Misschien verdient deze zaak meer aandacht van de media dan alleen enkele pagina’s in een overigens zeer lezenswaardig boek.

Noot 21 maart

In het AD van heden een artikel over hetzelfde onderwerp waarin wordt gemeld dat advocaat Martin de Witte een voorlopig getuigenverhoor heeft aangevraagd namens een kliënt die in het verlden gedwongen als jongensprostitué zou hebben gewerkt. Hij wil onder meer Ivo Opstelten, Fred Teeven en Joris Demmink onder ede als getuige horen.

Noot 25 maart

Naar aanleiding van de actie van advocaat Martin Witte zijn er nu ook kamervragen gesteld. Langzamerhand lijkt ook de politiek een beetje wakker te worden.

Weinig vertrouwen in onderzoek naar dood van Larissa Dumont

Door Waarheidsvinder

Afgelopen vrijdag is het lichaam van Larissa Dumont uit Nieuwveen door het NFI opgegraven. Larissa overleed op 27 mei 1997 rond half negen ‘s avonds. We schreven al eerder over deze zaak.

“Doodgebeten door haar paard” was de conclusie van de politie destijds, de zaak ging op de plank zonder dat er zelfs maar sectie op het lichaam van Larissa was verricht. Aanvankelijk bevestigde ook haar toenmalige partner de conclusie van de politie tegen kennissen, maar later herriep hij dat en sprak hij over een noodlottig ongeval.

In 2007 kwamen de foto’s van de zaak toevalligerwijs in handen van een ervaren rechercheur. Die kon zijn ogen niet geloven en kaartte de zaak opnieuw aan bij de leiding. Ook toen weigerde men serieus onderzoek te gaan doen naar het overlijden van Larissa en de conclusie bleef , ook nu zonder dat er sectie op het lichaam was verricht, dat Larissa hoogstwaarschijnlijk was doodgebeten door haar paard.

Vorig jaar kwamen de foto’s in handen van Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf. Zij deed uitgebreid onderzoek en schreef daar vervolgens over in de krant. Alle door haar geraadpleegde deskundigen zetten grote vraagtekens bij de conclusies van het politieonderzoek. Uiteindelijk besloten politie en justitie daarop dat men het lichaam van Larissa zou opgraven en dat is dus vrijdag gebeurd. Men beloofde daarnaast dat men een uitgebreid recherche-onderzoek zou gaan instellen. Het leek erop dat men de zaak nu wel serieus zou nemen.  Maar schijn kan bedriegen.

Naar aanleiding van de opgraving van het stoffelijk overschot verscheen gisteren een artikel in het Algemeen Dagblad. In dat artikel zijn uitspraken van onderzoeksleider Leo Simais en NFI antropoloog Reza Gerretsen opgenomen. Als de weergave van de woorden van de beide deskundigen in het artikel juist is, dan roepen de woorden van beide heren bij ons grote vraagtekens op.

Reza Gerretsen wordt in het artikel opgevoerd als de grote deskundige van het NFI, hij wordt zelfs aangeduid als de “mr. Bones van Nederland”. Wij kunnen niets zeggen over de kwaliteiten van deze mr. Bones, maar wel kunnen en mogen wij iets zeggen over de uitspraken van deze “onafhankelijke” deskundige.

Volgens het AD verklaarde Reza Gerretsen in de krant: “Ik ben blij dat de politie ons heeft gevraagd om te helpen. Het is toch vreselijk dat haar partner zonder enig bewijs wordt beschuldigd van betrokkenheid bij haar dood?”

Zonder dat deze bottendokter enig onderzoek heeft gedaan, hij zegt zelf dat hij daar maandag pas mee begint, is hij nu kennelijk al van mening dat de partner van Larissa onterecht van daderschap wordt beschuldigd. Een opmerkelijk uitspraak voor iemand die zichzelf deskundige noemt. Opmerkelijk omdat hij zijn onderzoek nog moet beginnen en opmerkelijk omdat dit soort uitspraken helemaal niet op zijn terrein liggen.

Ook onderzoekleider Leo Simais maakt het behoorlijk bont. Volgens het AD verklaarde hij: Het staat zeker niet vast dat het nieuwe onderzoek tot een andere conclusie zal leiden dan in 1997. Wij zien ook nu nog geen aanleiding om uit te gaan van een misdrijf”.

Voordat het onderzoek is begonnen, zegt de leider van het onderzoek dat hij nog geen aanleiding ziet om uit te gaan van een misdrijf. En hij zegt ook iets over het onderzoek van Reza Gerretsen. Volgens het AD zegt hij daarover:

” Zelfs als het onderzoek niets oplevert, zegt dat wel degelijk iets. Dat zou namelijk de theorie ontkrachten dat Larissa is omgebracht met een scherp voorwerp. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden daarvan met de huidige onderzoekstechnieken sporen op haar botten te vinden moeten zijn.”

Een opmerkelijke en ondeskundige opmerking van de onderzoeksleider. Rechercheurs die hun vak verstaan kennen allemaal de volgende stelling: ” The beyond of evidence is no evidence of beyond” In goed Nederlands betekent dit dat de afwezigheid van bewijs geen bewijs is van afwezigheid. Met andere woorden, als er geen sporen van een mes op de botten van Larissa worden aangetroffen, dan wil dat nog niet zeggen dat ze niet kan zijn omgebracht met een scherp voorwerp. Het wil alleen zeggen dat er geen forensisch bewijs voor is gevonden. Niet meer niet minder.   

In deze zaak zijn er buiten de verwondingen veel meer aanwijzingen dat er sprake is van een misdrijf en dat iemand een ongeluk  in scene heeft gezet. ” Staging” noemt men dat met een mooi Engels woord. En als daar sprake van is, dan is de dader meestal een bekende van het slachtoffer. Het lijkt er echter op dat die aanwijzingen voor Staging op de voorhand al door Simais en Gerretsen terzijde zijn gelegd.

Kortom, de in het AD aangehaalde uitspraken van beide heren geven weinig reden voor optimisme dat er inderdaad een deskundig en vooral onafhankelijk onderzoek zal plaatsvinden. Hun uitspraken doen vermoeden dat voor hen de uitslag van het onderzoek al vaststaat. Als dat zo is dan wint het belang van het imago van politie, justitie en het NFI het opnieuw van de feiten.

Een rechtsstaat onwaardig.