Skip to content

Politie Enschede in de fout

Door Waarheidsvinder

Vandaag staat in het NRC het verbijsterende verhaal van de 29 jarige Anis Raiss. Hij werkte als politieman in Amsterdam en deed dat tot volle tevredenheid van zijn superieuren. Hij heeft zelfs een onderscheiding gekregen voor zijn aandeel in de aanhouding van een zware Engelse crimineel.

Anis was een modelagent maar Anis heeft één probleem, hij is van Marokkaanse afkomst. In zijn eigen korps hield dat in dat hij te maken kreeg met allerlei vooroordelen van collega’s alleen maar omdat hij anders is dan de gemiddelde blanke Nederlandse politieman of vrouw. Anis kreeg soms vervelende mailtjes van collega’s en ook de nodige hatelijke opmerkingen naar zijn hoofd. Hij vroeg zich regelmatig af of of hij wel bij de politie moest blijven. Waarschijnlijk weet hij inmiddels het antwoord op deze vraag.

Twee maanden geleden was Anis op bezoek bij zijn vader en broer in Enschede. Zijn broertje handelt een beetje via het internet en was door één van zijn leveranciers opgelicht. Anis adviseerde hem een afspraak met de politie te maken om hiervan aangifte te doen. Op de dag van de afspraak zette Anis zijn broer en vader af bij het politiebureau. Zelf ging hij niet mee naar binnen. Al vrij snel belde zijn broertje hem op en vroeg Anis hem en zijn vader weer op te halen. Het bleek dat de politie had geweigerd de aangifte op te nemen. Zijn broertje moest maar via internet aangifte doen.

Anis begreep daar niets van en liep met zijn broertje het politiebureau naar binnen om uitleg te vragen. Hij werd te woord gestaan door twee vrouwelijke agentes die weigerden met hem over de zaak te praten. Ook nadat hij zich als collega bekend had gemaakt bleven ze daarin volharden. Uiteindelijk vroeg Anis of hij de chef van dienst kon spreken. Kort daarop verscheen er een brigadier die het gesprek begon met de vraag: “Wie doet hier alsof hij een agent is”. Toen Anis zei dat hij dat was, kreeg hij te horen dat hij er niet als een politieman uit zag. Kennelijk bestaat er in Enschede een standaard uiterlijk voor politiemensen. Anis moest vervolgens zijn politielegitimatie tonen maar die had hij niet bij zich. Hij stelde daarom aan de brigadier voor om zijn naam in de computer op te zoeken. Maar die voelde daar niets voor.

Toen vervolgens de vader van Anis het bureau binnen kwam lopen, merkte de brigadier op dat hij waarschijnlijk net als zijn vader als schoonmaker werkte.

Na lang gesteggel mocht de broer van Anis toch aangifte aan het bureau komen doen maar niet op dat moment. Hij moest maar een nieuwe afspraak maken en vervolgens verdween de brigadier uit beeld.

De agente achter de balie zei dat hij enkele dagen later ‘s morgens om half elf langs kan komen. Maar ze voegde er nog iets aan toe, ze vroeg Anis of hij wel zo vroeg kan opstaan. Ook die belediging liet Anis over zich heengaan en hij liep richting uitgang van het bureau. Voordat hij naar buiten kon stappen stond er ineens een andere politieman voor zijn neus, een inspecteur. Iemand die leiding geeft aan en groep politiemensen en die hulpofficier van justitie is.

Hij begon direct tegen Anis te schreeuwen dat hij zich onterecht voor politieambtenaar uitgaf. Anis moest mee naar binnen komen om zich te identificeren. Hij greep daarop Anis bij zijn arm.

Maar Anis was de beledigingen inmiddels helemaal zat en rukte zich los. Inmiddels was de brigadier er ook weer bijgekomen en die gilde luidkeels om pepperspray. Er kwamen meerdere politiemensen aangerend en Anis werd naar binnen gesleurd. Hij werd tegen een muur gegooid, kneusde zijn pols en zijn broek werd kapot gescheurd. Daarna werd hij in een cel gegooid.

Kort daarna kwam dezelfde inspecteur bij hem en die begon direct weer tegen hem te schreeuwen. Anis moest in de cel blijven. Hij kreeg geen eten en werd na verloop van tijd overgebracht naar het cellencomplex in Deventer. Want zo gaat dat tegenwoordig in politie Nederland, de meeste bureaus mogen geen arrestanten meer herbergen en zo kan het gebeuren dat je tientallen kilometers verder wordt ingesloten.

In Deventer kwam de volgende ochtend de chef van dienst bij Anis in de cel. In tegenstelling tot zijn collega in Enschede had hij kennelijk wel hersenen. Hij had direct in de gaten dat Anis ten onrechte was aangehouden en na een kort verhoor mocht Anis weer gaan. Stond hij zonder vervoer in Deventer op straat en moest hij maar zien weer in Enschede te komen.

Maar het verhaal van Anis is hiermee nog niet klaar. Vier dagen later kreeg hij van zijn chef in Amsterdam te horen dat er een onderzoek tegen hem werd ingesteld. Hij moest zijn pistool inleveren en kreeg twee weken verplicht verlof. De volgende dag kreeg hij echter al weer van zijn chef te horen dat het allemaal wel mee viel en dat hij weer aan het werk mocht.

Anis besluit direct weer aan het werk te gaan, maar dat blijkt minder eenvoudig te zijn dan hij dacht. Als hij zich op het bureau aan het omkleden is krijgt hij een paniekaanval en barst in huilen uit. Hij sluit zich op in de wc. Zijn chef meldt hem daarop ziek.

Je zou verwachten dat Anis vervolgens excuses heeft gekregen, maar dat gebeurt niet. Hem wordt mediation aangeboden, dat wil zeggen dat hij de zaak moet gaan uitpraten met de collega’s in Enschede. Natuurlijk weigert Anis dat en daarin heeft hij groot gelijk.

Omdat het er sterk op lijkt dat de zaak de doofpot in zal gaan besluit Anis officieel aangifte te doen tegen de betrokken politiemensen in Enschede. Ook zoekt hij nu de publiciteit op omdat hij vindt dat dit soort zaken te weinig aandacht krijgen. Annis zit inmiddels met PTSS thuis.

De politieleiding laat aan het NRC weten dat men de zaak zeer serieus neemt en dat er direct een onderzoek is gestart. Totdat de uitslag van dat onderzoek bekend is wil men geen commentaar leveren.

Wij willen wel vast op de uitkomst van deze zaak vooruitlopen. Anis Raiss zal niet terugkeren bij de politie. Hij zal worden afgekocht en via de achterdeur de politie verlaten. De betrokken politiemensen in Enschede zullen in dienst blijven en bij de politie zal niets veranderen. Het wachten is gewoon op het volgende incident.

Soms schamen wij ons voor het feit dat we bij de politie hebben gewerkt. Vandaag is dat ook het geval.

Politiecultuur moet veranderen

Door Waarheidsvinder

In oktober 2014 riep Gerard Bouman, de toenmalige korpschef van de Nationale Politie, politiemensen op zich te melden indien ze informatie hebben over corruptie binnen de politie. Een en ander had te maken met naar buiten gekomen berichten over de aanschaf van dienstauto’s.

In oktober 2015 werd in Brabant een politieman aangehouden die jarenlang informatie aan criminelen verkocht zonder dat iemand daar kennelijk ooit iets van had gemerkt en/of gemeld.

In juni 2016 stapt de voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad van de politie op nadat er problemen zijn ontstaan omtrent zijn wijze van declareren. Al snel blijkt dat die signalen er al langer waren, ook binnen de Ondernemingsraad, maar dat niemand er ooit melding van heeft gemaakt. Pas als de buitenwacht er lucht van krijgt, gelast de huidige Korpschef Erik Akerboom een diepgaand onderzoek.

In juli 2016 roept korpschef Erik Akerboom, na de aanhouding van een politieman die informatie aan criminelen verkocht, politiemensen op elkaar scherp in de gaten te houden en direct zaken te melden die niet kloppen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden, waaruit blijkt dat het kennelijk niet goed zit met het zelfreinigende vermogen van de politie. Een probleem waar wij al jarenlang over schrijven in verband met onze onderzoeken naar gerechtelijke dwalingen. Binnen de politiecultuur is het gebruikelijk dat je elkaar niet afvalt. Het maakt niet uit wat je collega ook doet, je dekt elkaar altijd.

De leiding werkt daar vaak aan mee. Uw redacteuren hebben dat zelf aan den lijve mogen ervaren. Het melden van misstanden werkt averechts, je wordt als een matennaaier beschouwd. In plaats van iets aan de misstanden te doen richt de politieleiding meestal haar pijlen op de boodschapper en maant hem te stoppen met zijn of haar kritiek. Veelal leidt de kritiek tot het vertrek van melder zonder dat er iets aan de misstanden wordt gedaan.

De vraag is daarom hoe serieus we de oproep van korpschef Akerboom moeten nemen. Is hij echt van plan iets aan de politiecultuur te veranderen of huilt hij gewoon mee met de wolven in het bos?

Want dat de politie een cultuurprobleem heeft is wel duidelijk.

Belagen meisje niet strafbaar?

Door Waarheidsvinder

Soms kom je in de media zaken tegen waar je bijna letterlijk van achterover slaat. Een voorbeeld daarvan vonden wij op de site van het Dagblad van het Noorden.

Een 18-jarige meisje uit Oude Pekela werd woensdagmiddag in Zuidwending bij Veendam door zeven mannen belaagd terwijl ze aan het paardrijden was. De zeven mannen probeerden haar van haar pony te trekken terwijl ze riepen dat ze moest stoppen. Een van de mannen volgde haar al een tijdje op de fiets.

Het meisje kon gelukkig ontkomen doordat haar pony begon te steigeren en daarbij flink van zich aftrapte. Een van de onbekende mannen werd geraakt. Het meisje kon daarna het erf van een boerderij op vluchten waar ze door de bewoners werd opgevangen.

Ze heeft natuurlijk  ook de politie gebeld en die heeft met haar gesproken. Volgens burgemeester Jaap Kuin van de gemeente Pekela nemen zowel de gemeente als de politie de zaak serieus. Dat laatste weigeren wij te geloven als we lezen wat politiewoordvoerder Ron Reinds hierover in de krant zegt; “ De politie gaat voorlopig extra patrouilleren in Zuidwending en omgeving. Agenten hebben een buurtonderzoek gedaan. De politie heeft nog geen aangifte opgenomen omdat er sec geen strafbare feiten zijn gepleegd. Maar er is wel een melding van gedaan. Het is heel ongemakkelijk geweest voor het meisje.”

Wij hebben al vaker commentaar gehad op uitspraken van politiewoordvoerders en hebben dat ook op deze uitspraak van Ron Reinds. Steeds weer blijkt dat ze geen idee hebben waar ze over praten. Dat is ook nu weer het geval. Volgens Ron Reinds heeft de politie nog geen aangifte opgenomen van het meisje omdat er geen strafbare feiten zijn gepleegd. Misschien is het goed dat iemand de politie in Veendam en ook woordvoerder Ron Reinds eens wijst op de artikelen 141 en 284 van het Wetboek van Strafrecht. Misschien dat men dan begrijpt dat het gedrag van de mannen wel degelijk strafbaar is.

Misschien is het daarnaast ook goed dat eerst iemand met kennis van zaken naar een persbericht kijkt voordat men dit soort onzinnige berichten naar buiten brengt. Dit is bepaald geen reclame voor de politie.

Nieuw onderzoek naar ontploffing handgranaat

Door Waarheidsvinder

We schreven al eerder over het onderzoek naar het ontploffen van een handgranaat in een Bushmaster van het Nederlandse leger in Afghanistan. Deze explosie vond in 2010 plaats in Camp Coyote bij Deh Rawod. Twee militairen, Erik Groenendijk en Admilson R. werden aanvankelijk als verdachte aangemerkt maar beiden werden uiteindelijk wegens gebrek aan bewijs niet vervolgd. Erik Groenendijk, heeft vanaf het begin volgehouden dat hij niets met de ontploffing te maken heeft gehad en dat hij onterecht als verdachte aangemerkt is geweest.

Na bestudering van het dossier konden wij niet tot een andere conclusie komen dan dat hij daarin gelijk heeft. Zijn advocaat Sébas Diekstra heeft daarop een brief geschreven naar de ministeries van Defensie en van Veiligheid en Justitie waarin hij om heropening van het onderzoek vroeg.

Erik Groenendijk heeft nu van het Openbaar Ministerie in Arnhem bericht gekregen dat men bereid is opnieuw naar de zaak te kijken. Het is te hopen dat dit geen loze toezegging is, Erik Groenendijk heeft naar onze mening recht op publiekelijk eerherstel. Wij hopen dat het Openbaar Ministerie tot dezelfde conclusie zal komen.

De waarheid van het Openbaar Ministerie

Door Waarheidsvinder

Martin Witteveen was tot 2004 een gerespecteerd officier van justitie. Daarna werd hij onderzoeker bij het International Gerechtshof in Den Haag. Van 2004 tot 2008 werkte hij in Oeganda en had de verantwoording voor het onderzoek naar de massamoorden gepleegd door het Leger van de Heer. Van 2008 tot 2012 was hij rechter-commissaris Internationale Misdrijven verbonden aan de rechtbank in Den Haag en in die functie deed hij onder meer onderzoek naar de in Rwanda gepleegde genocide. Nu is hij Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof in Amsterdam en daar houdt hij zich bezig met Internationale Criminaliteit en Mensenhandel. Een vooraanstaand lid van het Openbaar Ministerie zou je dus zeggen.

Dat was hij ook, maar Martin Witteveen heeft een fout gemaakt. In de periode dat hij in Rwanda werkte, schreef hij twee rapporten waarin hij onder meer stelde dat in Rwanda geen eerlijke processen mogelijk zijn omdat met name de verdediging van de verdachten niet goed is geregeld.Dat zou moeten worden verbeterd. In die mening stond en staat hij niet alleen, deskundigen steunen hem daarin. Martin Witteveen schreef gewoon de waarheid en dat had hij kennelijk niet moeten doen.

Op dit moment loopt er een rechtshulpverzoek van Rwanda waarin men de uitlevering vraagt van twee in Nederland wonende Rwandezen. Zij worden in hun vaderland verdacht van oorlogsmisdrijven. Beiden vechten hun uitlevering aan. Zij zeggen onschuldig te zijn, maar vrezen toch in Rwanda te worden veroordeeld omdat daar geen eerlijke processen mogelijk zouden zijn. Zij wijzen daarbij onder meer op de door Martin Witteveen geschreven rapporten.

Je zou verwachten dat het Openbaar Ministerie het standpunt van Witteveen zou overnemen. Maar niets is minder waar, het OM vindt dat de beide mannen zonder problemen kunnen worden uitgeleverd. Er is niets mis met de rechtspraak in Rwanda.

Gisterenavond was er een uitzending van Nieuwsuur waarin aan verantwoordelijk officier van justitie Thijs Berger werd gevraagd hoe dit nu kan. De reactie van Berger was opmerkelijk. Op de door Witteveen geschreven rapporten viel inhoudelijk misschien niets aan te merken maar zijn conclusies klopten volgens Berger niet. Toen de interviewer daarop stelde dat er dus onenigheid bestond binnen het Openbaar Ministerie kwam Berger in de problemen. Onmiddellijk bemoeide daarop iemand van de afdeling propaganda (voorlichter) zich met het gesprek. Hij schoof Berger bijna letterlijk aan de kant en probeerde de zaak alsnog recht te praten, maar dat lukte natuurlijk niet. Volgens hem verkeerde Witteveen destijds in een andere positie toen hij zijn rapporten schreef. Kennelijk zijn volgens deze woordvoerder voor het Openbaar Ministerie niet de feiten bepalend maar de positie van de rappoteur.

Het interview gaf een goed beeld van hoe het Openbaar Ministerie in Nederland opereert, de waarheid speelt geen enkele rol. Er zijn maar twee zaken die tellen; het imago van het OM en de wil van de minister. Wij hebben zelf een soortgelijke situatie meegemaakt. In 2005 maakte de korpsleiding van de politie Groningen in de persoon van korpschef Oscar Dros in de media bekend dat uw redacteuren uit het Cold case Team van Groningen waren gezet omdat er te weinig resultaat was geboekt. Een pertinente leugen.

Dat vond ook verantwoordelijk officier van justitie Gert Souër en hij liet dat publiekelijk weten. Hij was op dat moment de tweede man bij het OM in Groningen. Onmiddellijk greep echter hoofdofficier van justitie Jan Eland in. Gert Souër werd onmiddellijk uit zijn functie gezet en overgeplaatst naar Assen. Daar heeft Souër het nog een aantal jaren volgehouden, maar in 2014 was het over. Gert Souër is via de achterdeur bij het OM vertrokken en nu gedetacheerd bij zijn oude werkgever, de Koninklijke Marine.

Wij vrezen daarom dat het nu ook snel zal zijn afgelopen met de loopbaan van Martin Witteveen als hij geen afstand neemt van de destijds door hem getrokken conclusies. Mensen zoals hij vertrekken meestal niet geheel vrijwillig via de achterdeur. Op de waarheid zit immers niemand te wachten.

Rechter bevestigt ontslag Greet Elsinga

Door Waarheidsvinder

Op deze site hebben wij uitgebreid geschreven over de activiteiten van recherchebureau Marple, ook wel handelend onder de naam Suver. Het bureau werd geleid door politiemedewerkster Greet Elsinga en haar partner Carola Mulder.

Behalve het feit dat de kwaliteit van de door Elsinga verrichte onderzoeken de toets der kritiek niet kon doorstaan was er nog een opmerkelijke kant aan de zaak. Elsinga was nog steeds bij de politie werkzaam en aan politieambtenaren is het verboden als particulier rechercheur werkzaam te zijn. Bovendien voerde Elsinga op de site van haar bureau de logo’s van politie en justitie en stond ook het nummer van haar diensttelefoon op de site. Daardoor werd ten onrechte de indruk gewekt dat bureau Marple gelieerd was aan politie en justitie

Nadat de activiteiten van Elsinga in de publiciteit kwamen werd zij door haar werkgever gevraagd of het klopte dat zij buiten de politie om recherchewerkzaamheden verrichtte, ontkende Elsinga dat zij betrokken was bij bureau Marple. Uit de opgemaakte dossiers, zowel de offertes, contracten als onderzoeksrapporten bleek echter het tegendeel.

Elsinga werd daarop door de politie wegens ernstig plichtsverzuim ontslagen. Tegen dat ontslag ging Elsinga onmiddellijk in beroep bij de rechtbank in Groningen. Vandaag heeft de meervoudige kamer van de rechtbank in Groningen uitspraak gedaan. Het oordeel van de rechters is keihard: De rechtbank constateert dat er sprake was van ernstig plichtsverzuim en dat de disciplinaire straf van oneervol ontslag terecht is.

Wij kunnen ons helemaal vinden in deze uitspraak van de rechtbank. Nu maar hopen dat de minister van Veiligheid en Justitie ook nog eens onderzoek zal laten doen naar de manier waarop bureau Marple haar onderzoeken doet. Want de dossiers die wij onder ogen hebben gehad deugden werkelijk van geen kanten.

Kritische mensen verlaten de politie

Door Waarheidsvinder

Het blijkt dat het nog steeds een rommeltje bij de politie is. Volgens een artikel in de Telegraaf van deze ochtend verlaten steeds meer leidinggevenden en talentvolle medewerkers de Nationale Politie. De krant citeert in het artikel Jan Struijs, woordvoerder van de Nederlandse Politiebond. Hij zegt:  ” Politiemensen werkzaam bij diverse afdelingen van de Landelijke Eenheid melden een groot aantal misstanden. Talenten worden niet gezien en benut. Diverse leidinggevenden stoppen meer energie in het monddood maken van de melders van de problemen dan het aanpakken van die problemen.”In mailtjes aan de bond spreken medewerkers over “ afrekencultuur”, “ betonrot” en een “ complete braindrain”.

Jan Struijs doet alsof hij iets nieuws heeft ontdekt. Helaas is dat niet het geval. De problemen zoals door hem worden geschetst zijn niet nieuw. Wij hebben dat zelf aan den lijve mogen ondervinden. Kritiek wordt bij de politie nu eenmaal niet geduld. In plaats van de kritiek serieus te bekijken opent de leiding meestal het vuur op de boodschapper. Leidinggevenden doen dat om zichzelf te beschermen. Hun gebrek aan kwaliteit verbloemen ze door te dreigen in de richting van de criticasters. De waarheid speelt bij dit soort zaken geen enkele rol. Kritische rapporten over deze misstanden worden al jaren onder de pet gehouden.

Janine van den Berg, de Chef van de Landelijke Eenheid, herkent zich maar deels in de kritiek. Volgens haar heeft het allemaal ook te maken met de reorganisatie. Wij denken dat dit onzin is. In de tijd dat één van uw redacteuren nog bij de politie Groningen werkte kwam ook hij al een groot aantal misstanden tegen. Al die zaken heeft hij bij de leiding gemeld. De reactie van de korpsleiding maakte duidelijk dat men geen prijs stelde op die kritiek. Op 31 mei 2007 ontving hij via zijn raadsman een brief van korpschef Oscar Dros. In deze brief schreef Oscar Dros onder meer:

De heer Gosewehr is naar mijn mening onvoldoende van het besef doordrongen dat hij een ambtenaar is die de openbare dienst representeert. In die hoedanigheid wordt van hem verwacht dat hij in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag bijdraagt tot een goede functionering van de politie in het algemeen en de Regiopolitie Groningen in het bijzonder. Daarmee is onverenigbaar dat bij voortduring onverholen kritiek wordt uitgeoefend op ( de professionaliteit en het werk van ) de leidinggevenden en collega’s van de politieorganisatie bij wie de heer Gosewehr in dienst is en door welke organisatie hij wordt bezoldigd. Soms lijkt het erop dat de heer Gosewehr zijn collega’s ter verantwoording wil roepen over hetgeen zij ter opsporing hebben ondernomen of ondervonden, zelfs in zaken waarbij hij niet is betrokken. Ik vind dat onaanvaardbaar.”

Over de inhoud van mijn kritiek is nooit gesproken, ik moest gewoon doen wat me werd gezegd en verder niet. Bevel is bevel. Het vervolg was voorspelbaar; uw redacteur vertrok bij de politie en Oscar Dros werd later bevorderd tot Chef van de Noordelijke Eenheid van de Nationale Politie. Kennelijk was men zeer tevreden over de manier waarop hij ook in deze zaak het imago van de politie in bescherming had genomen.

Het artikel in De Telegraaf bevat daarom niets nieuws, het is oude wijn in nieuwe zakken. De problemen komen niet door de reorganisatie, ze hebben alles te maken met de politiecultuur. Het imago is belangrijker dan de waarheid en wie het daar niet mee eens is kan vertrekken. Opgeruimd staat netjes.

En dat is drie

Door Waarheidsvinder

Na de zaak Ina Post en de Spelonkzaak kwam er vandaag een mooi einde aan de zaak van de Showbizzmoord. Na 33 jaar als moordenaar door het leven te zijn gegaan, werd Martien Hunnik eindelijk vrijgesproken. Opnieuw is gebleken dat ons werk niet zinloos is, het is gewoon een kwestie van volhouden. In deze zaak heeft het voor ons bijna 6 jaar geduurd voordat de bevrijdende uitspraak kwam.

Een minpuntje was het feit dat ook nu de rechters weigerden te erkennen dat Martien destijds op een onbehoorlijke manier tot een valse bekentenis was gedwongen. De waarheid doet kennelijk soms toch teveel pijn. Op deze manier wekt men de indruk dat een onterechte veroordeling de schuld is van de ” bekennende” verdachte in plaats van het gevolg van slecht politiewerk en uit de hand gelopen verhoren.

Het laatste woord van een onschuldig veroordeelde

Door Waarheidsvinder

Hij werd 33 jaar geleden veroordeeld voor een moord die hij niet had gepleegd, de moord op platenproducer Bart van der Laar. Nadat zijn veroordeling vorig jaar door de Hoge Raad was vernietigd stond hij afgelopen week opnieuw voor de rechter. Het Gerechtshof in Den Haag heeft nu zijn lot in handen. Het openbaar ministerie heeft vrijspraak gevraagd maar de rechter moet beslissen. Op 14 juni 2016 is de uitspraak. Dan weet Martien Hunnik of hij echt vrij is.

Aan het einde van de 2e zittingsdag kreeg Martien als laatste het woord. Zijn verhaal was zo indrukwekkend dat wij het hier publiceren. Het is het verhaal van een beschadigd iemand, maar ook het verhaal van iemand die nooit heeft opgegeven.

Mevrouw de voorzitter, leden van het Hof,
U allen is en zijn de feiten omtrent, de moord op B. v.d. Laar toegelicht en zo nodig uitgelegd.
Natuurlijk is mij niet ontgaan dat er ook en beeld wordt weergegeven over mij en mijn persoonlijkheid. Maar vooral mijn handelen als de Martien van toen.
Deskundigen hebben in 2014 bepaald dat ik vanaf mijn jeugd zou leiden aan een recidiverende depressieve stoornis.

Nu zijn al deze feiten bij u bekend, bij mij is gebleken, uit de afgelopen dagen, dat het O.M. al jaren lang ontlastende feiten, niet in het licht van de openbaarheid hebben gebracht. Althans tot 21-12-2012 in het gesprek met Mr. Verstraelen, Mr. Vosman en Mr. Knoops. Ik ben blij dat de waarheid nu eer wordt toegedaan. Eindelijk na drieëndertig jaar.

Dit zijn jaren geweest vol met zoektochten en vele vragen. Hopelijk gaat dit ook leiden tot het vinden van antwoorden.

Zo ook een antwoord op de vraag; ‘hoe leg je een kind uit dat je een moord bekend hebt, die je niet gepleegd hebt?’ en dan gelijk de vraag daarna; ‘papa Tien, als jij het niet gedaan hebt?  …waarom hebben ze jou dan wel veroordeeld en opgesloten?’
Ik spreek de hoop uit dat u, Mvr. de Voorzitter en geacht Hof, hierop een antwoord zou kunnen geven.

Verbijsterend is het feit dat mijn zaak, het 33-jarig ambt van een koningin heeft overleefd. Is het nu aan haar zoon die mij, uit zijn naam, mij de vrijheid geeft?

In 2005 stierf onze dochter na negen maanden te hebben geleefd. Haar dood, was voor mij het moment, dat ik mij realiseerde; ‘jouw vader is geen moordenaar…’
die gelofte, is dan nu aan u, om ingelost te worden.

Op 10 december 1990 kreeg ik onvoorwaardelijk ontslag uit de T.B.R. . niet meer dan twee weken later werd ik opgenomen en geopereerd, naar aanleiding van een klaplong, ook was ik te mager en ondervoed. Na tien dagen werd ik op eigen verzoek ontslagen omdat de kamer mij het gevoel gaf van; in een cel opgesloten te zitten.

En dat gevoel zou ik nog niet kwijt raken. Namelijk niemand neemt een moordenaar, laat staan een T.B.S.’er in dienst.
Zo werd ik ook op staande voet ontslagen door een uitzendbureau uit de Randstad omdat er bekent was geworden dat ik T.B.R. had gehad.
Zonder werk raakte ik mijn dagelijkse structuur kwijt en uiteindelijk was daar de straat. Ik heb tot 385 keer gesolliciteerd, en op de vraag of ik met Justitie in aanmerking aanraking was gekomen gaf ik eerlijk antwoord, wat uiteindelijk genoeg reden was, om mij wederom af te wijzen.

Uitgekotst , vrienden waren er opeens niet meer, want ik had verteld dat ik ten onrechte was veroordeeld.
Ik heb twee jaar gezworven op straat tot het moment dat ik onder buslijn 4 vandaan werd gehaald en werd opgenomen in het Willem Arnts St. te Utrecht.

Om daarna een plek te krijgen in het Fabre , het Vaartse Rijn Huis, voor thuis en daklozen.
Door middel van een begeleid wonen project kreeg ik mijn eigen twee kamer flatje in 1994. Nog geen jaar later kwam Ivo in mijn leven, en hij bleef.
Veel vrienden verdwenen weer, want ‘die Martien scoort niet, je wordt niet voor niets veroordeeld!’ en dat stigma bleef bestaan, tot op de dag van vandaag.

Het lied: ‘Op weg naar de vrijheid’ schreef mijn partner speciaal voor mij, maar ook voor ons. Wanneer er geen mensen zijn die in je geloven, dan sta je alleen aan het roer.
Alleen in jouw strijd. Daarom ben ik Ivo dankbaar voor zijn, geduld, liefde, zorg en waakzaamheid ook met betrekking tot mijn gezondheid.

Het P.D.C. in Diemen heeft in 2013 op 6 juli vastgesteld dat ik lijd aan P.T.S.S. , trauma’s uit mijn jeugd en mijn detentie. Verder hebben ze geconstateerd dat ik behoor tot de grote groep,  2e generatie oorlogs-slachtoffers, gezien de internering van mijn moeder in Ravensbruck en het krijgsgevangenschap van mijn vader bij de russen.
Mijn ouders hadden allebei trauma’s, die later littekens zijn geworden. Deze littekens vervagen nooit. Zo draag ook ik mijn littekens, zowel van buiten, als van binnen.

Sinds mijn vrijlating is mijn gezondheid dan ook vaak in het geding gekomen. Veel klachten werden weggezet als zijnde; ‘het zit tussen m’n oren’. De ribtumor die werd werd weggehaald zat daar niet, zo ook mijn klaplong, bloed afwijking en epilepsie niet.

Wat er wel zat tussen mijn oren waren de nachtmerries van mijn detentie, ‘ ‘s nachts zoeken naar het licht in mijn kamer, om het licht in mijn cel uit te doen…’
Ook onmacht en angst voor mensen, maar vooral angst om mensen weer te vertrouwen. Nog dagelijks heb ik hier last van, maar ook geleerd hoe ik hiermee om moet gaan.

Soms denk ik terug aan de momenten, dat ik dit aardse tranendal wilde verlaten.
Maar nu sta ik hier. Ooit ben ik bijna verzonken in een zee van stille tranen. Maar altijd waren daar die handen, en nu nog… Die van onze kinderen,  om het leven van mij te doen laten leiden in goede banen. En dat het Verleden,  mij niet meer zal hinderen,  in mijn leven van het Heden.

In mij heb ik een stil gebed,  dat u mij vandaag kan meegeven, en aan eenieder die mij dierbaar is,  jullie vader, jullie broer, jouw man, is geen moordenaar.

Het is aan U,

 

Oud nieuws?

Door Waarheidsvinder

In de Volkskrant staat vandaag een artikel van de hand van Elsbeth Stoker over valse aangiftes in zedenzaken. Uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht zou zijn gebleken dat zedenrechercheurs niet goed zijn in het onderscheiden van echte en valse zedenaangiftes. Uit testen is gebleken dat zedenrechercheurs net zo goed of net zo slecht scoren als willekeurige andere personen bij het onderkennen van valse aangiftes. Slechts in ongeveer 50 procent van de gevallen onderkent men een valse aangifte, een resultaat dat je ook bereikt door het opgooien van een muntje.

De uitkomst van het onderzoek verbaast ons niets en we vragen ons af wat er nieuw aan is. Al in 2003 schreef advocaat Chris Veraart een boek onder de titel Valse Zeden waarin hij kritiek uitoefende op de manier waarop politie en justitie met valse zedenaangifte omgingen.

In 2004 hebben wij zelf het probleem van de vele valse aangiftes al aangekaart bij de leiding van de Groningse recherche en één van uw redacteuren heeft daarnaast het probleem in januari 2005 tijdens een persoonlijk gesprek aangekaart bij de Groningse korpschef Oscar Dros. Er werd niets mee gedaan.

De zaak Theo Tetteroo, waarover we op deze site uitgebreid hebben geschreven, is een schrijnend schoolvoorbeeld van een valse aangifte. Toch werd hij veroordeeld en werd een herzieningsverzoek door de Hoge Raad afgewezen. Een van uw redacteuren verloor uiteindelijk zijn baan vanwege zijn kritiek op het politieonderzoek.

Psychologe Jannie van der Sleen deed in het verleden samen met de Erasmus Universiteit onderzoek naar aangiften van seksuele misdrijven. Hoewel er geen harde cijfers zijn, gaat zij ervan uit dat tussen de tien en veertig procent van de aangiften vals is. Wij denken dat ze daar niet ver naast zit.

We herhalen daarom onze vraag; Wat is er nieuw aan dit onderzoek van de universiteit Maastricht?