Skip to content

AG bij de Hoge Raad vordert herziening van veroordeling Martien Hunnik

Door Waarheidsvinder

Advocaat-generaal (AG) bij de Hoge Raad Diederik Aben vordert vandaag de herziening van de veroordeling van Martien Hunnik. Het hof in Amsterdam heeft Martien Hunnik op 16 augustus 1984 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en tbr voor doodslag op de platenproducer Bart van de Laar. Van de Laar werd op 10 november 1981 met een schotwond in z’n hoofd aangetroffen in zijn woning in Hilversum en hij overleed hieraan drie dagen later. De zaak kreeg bekendheid onder de naam ” Showbizzmoord”.

In 2010 hebben wij deze zaak in opdracht van misdaadjournaliste Jolande van der Graaf van De Telegraaf al onderzocht. Wij schreven daar al uitgebreid over op deze site. Hoewel Martien Hunnik destijds de moord op Bart van der Laar bij de politie had bekend bleek ons al snel dat deze bekentenissen niet klopten met de feiten. De politie had hem gewoon laten verklaren hetgeen zij zelf dachten dat er was gebeurd.

Omdat de politie dat destijds nooit had gedaan heeft één van uw redacteuren vervolgens in opdracht van De Telegraaf een reconstructie gehouden van de bekentenissen van Martien. Uit deze reconstructie bleek dat Martien het feit nooit kon hebben gepleegd. Daarop is contact gezocht met advocaat Geert-Jan Knoops die de zaak vervolgens in behandeling heeft genomen.

Inmiddels zijn er nog twee getuigenverklaringen boven water gekomen die er op wijzen dat anderen dan Martien Hunnik verantwoordelijk zijn voor de dood van Bart van de Laar. Volgens deze twee getuigen werd Bart van der Laar gedood door twee bekenden van hem, dit in opdracht van een zakenpartner. Of deze informatie juist is weten we natuurlijk niet, maar voor ons staat het vast dat Martien Hunnik in ieder geval niet de moordenaar van Bart van der Laar is.

Het wachten is nu op de uitspraak van de Hoge Raad. Wij hebben daar het volste vertrouwen in, al duurt het allemaal wel weer heel lang.

 

 

 

Vrouwe Justitia in de war?

Door Waarheidsvinder

De Zwitserse justitie heeft het onderzoek naar de busramp in Sierre gesloten. Volgens de verantwoordelijke officier van justitie Olivier Elsig is de busramp veroorzaakt door een flauwte van de chauffeur of door een onoplettendheid van hem. Hoe hij aan deze conclusie komt is ons niet duidelijk, wij delen hem in ieder geval niet.

Het moment van bekendmaken is bovendien wel heel bijzonder. Zoals we al eerder schreven vindt er deze week een 3D-reconstructie van de busramp plaats en daarnaast loopt er nog een onderzoek naar de mogelijke invloed van het anti-depressiva dat de chauffeur al 2 jaar slikte. De Zwitserse autoriteiten lijken echter niet geïnteresseerd in deze nieuwe onderzoeken en in plaats van de resultaten van die onderzoeken af te wachten heeft men snel het onderzoek gesloten. Het lijkt er op dat de autoriteiten in Zwitserland, net als we vaak in Nederland zien, hun eigen imago belangrijker vinden en daarom blind zijn voor de waarheid.

Mogelijk heeft dat te maken met een verkeerde interpretatie van het fenomeen Vrouwe Justitia. Vrouwe Justitia wordt doorgaans afgebeeld als een geblinddoekte figuur, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. De blinddoek van Vrouwe Justitie behoort symbool te staan voor “rechtspraak zonder aanzien des persoons”. Dat wil zeggen dat niet de personen leidend zijn in het onderzoek maar dat de waarheid (op basis van de feiten en de daden) leidend is.

Het lijkt er echter op dat de justitiële autoriteiten in Zwitserland denken dat de blinddoek betekent dat je niet naar de feiten hoeft te kijken die door anderen worden aangedragen en dat je je oordeel enkel kan baseren op je eigen overtuiging. Dit vanuit het idee dat het veranderen van je overtuiging zou kunnen worden uitgelegd als zwakheid en ja, en wie wil er nu zwak uit zien? Ze houden daarom gewoon vast aan het eigen gelijk gelijk.

Vrouwe Justitia is in Zwitserland kennelijk even de kluts kwijt.

 

 

Reconstructie busramp Sierre

Door Waarheidsvinder

We schreven al eerder over de busramp in een tunnel bij het Zwitserse Sierre op 13 maart 2012. Een busramp waarbij 22 schoolkinderen, 4 begeleiders en 2 chauffeurs omkwamen.

Na bestudering van het dossier was onze analyse dat er weinig of geen steun is voor het scenario dat hier sprake was van een ongeval, maar veel meer steun voor het scenario dat er sprake was van zelfmoord van één van de twee chauffeurs. Een zelfmoord die tot de dood van 27 andere mensen heeft geleid en tot een groot aantal gewonden. De Zwitserse autoriteiten hebben dat zelfmoordscenario echter nooit goed onderzocht en zijn ook niet van plan dat wel te gaan doen.

Een aantal ouders van overleden kinderen nemen daar echter geen genoegen mee. Zij willen een deugdelijk antwoord op de vraag of de chauffeur inderdaad opzettelijk tegen de tunnelmuur is gereden. Komende woensdag zal daarom een 3D- reconstructie van het busongeluk worden uitgevoerd.

Het onderzoek zal plaatsvinden door Independent Forensic Services uit Hulshorst dat daarbij gebruik zal maken van de vooraanstaande Canadese expert Eugene Liscio van AI2-3D, een bedrijf dat gespecialiseerd is in 3D forensische analyses van onder andere schietincidenten en moorden.

Onbegrijpelijk is ook dat de Zwitserse autoriteiten niet willen meewerken aan het onderzoek. Ook daar is het imago van politie en justitie kennelijk belangrijker dan de waarheid.De resultaten van het onderzoek zullen desondanks aan de Zwitserse autoriteiten worden overhandigd.

Deal met provincieambtenaar

Waarvan akte

 

De ouders van Tanja Groen moeten maar geduld hebben

Door Waarheidsvinder

In de nacht van 31 augustus 1993 op 1 september 1993 verdween de 18 jarige Tanja Groen. Zij had de avond doorgebracht in een studenten sociëteit aan de Herbenusstraat in Maastricht en was daarna op haar fiets vertrokken naar haar kamer in het nabij gelegen dorpje Gronsveld. Daar is zij echter nooit aangekomen en sindsdien ontbreekt ieder spoor.De politie heeft alles gedaan om meer duidelijkheid te krijgen over het lot van Tanja maar het onderzoek bleef zonder resultaat. Ook haar fiets is nooit teruggevonden. In 2012 is men zelfs nog aan het duiken geweest in de Maas omdat een zogenaamde roedeloper gezegd had dat de fiets van Tanja daar zou liggen. Kortom, niets was soms te gek om maar een spoor van Tanja vinden.

Afgelopen zaterdag vond een wandelaar in een akker net buiten het dorpje Gronsveld menselijke botten. Het is natuurlijk logisch dat er toen direct aan de verdwijning van Tanja Groen werd gedacht, zij woonde destijds immers in de buurt van de vindplaats. Het bericht bereikte natuurlijk ook al snel de ouders van Tanja en nieuwe hoop dat er eindelijk iets bekend zou worden over het lot van hun dochter gloorde. Ook de media legde onmiddellijk een verband tussen het vinden van de botten en de verdwijning van Tanja Groen en dus werden de ouders van Tanja weer geconfronteerd met nieuwe vragen. Je zou dus verwachten dat de politie en justitie zo snel mogelijk duidelijkheid zouden willen geven aan de ouders van Tanja, want botten bieden nu eenmaal wel serieuze onderzoeksmogelijkheden en de ouders hebben al lang genoeg gewacht.

De waarheid is echter anders. De gevonden botten zijn wel direct naar het NFI gebracht maar niet om onderzoek naar DNA te doen om dat vervolgens te kunnen vergelijken met het DNA van de verdwenen Tanja. Nee, het NFI heeft opdracht gekregen om een onderzoek te doen naar de ouderdom van de botten om om te zien of het hier soms om een archeologische vondst gaat. Zo’n onderzoek duurt zeker 6 weken. Pas als uit dat onderzoek blijkt dat het niet om oude botten gaat, mag het NFI misschien op zoek gaan naar DNA. Volgens de politiewoordvoerder is deze afweging door de technische recherche gemaakt.

En de ouders van Tanja? Bij de politie zullen ze kennelijk gedacht hebben, “Ach, die wachten al bijna 21 jaar, daar kunnen nog wel een paar weken bij.” Het is voor ons onbegrijpelijk de politie deze keus heeft gemaakt. Als de botten in Panama waren gevonden, had men dan wel direct om een DNA onderzoek gevraagd?

Update 4 juli

Kennelijk hebben politie en justitie zich toch iets aangetrokken van de kritiek op de volgorde van het onderzoek want vandaag werd bekend gemaakt dat uit DNA onderzoek is gebleken dat de gevonden botten niet van Tanja Groen zijn. Daarmee hebben de ouders van Tanja nu uidelijkheid en dat is goed.

 

 

 

 

 

We hebben geen deal

Door Waarheidsvinder

In Amerika gebeurt het in het strafrecht vaak dat er een deal wordt gesloten tussen de aanklager en de verdachte. In ruil voor een bepaalde van te voren afgesproken straf, bekent de verdachte schuld. Er hoeft dan geen langdurige en kostbare rechtszaak gevoerd te worden waarbij de verdachte kapitalen aan advocaatskosten moet betalen en bovendien loopt de verdachte niet de kans bij een veroordeling een veel zwaardere straf te krijgen. Met name het aspect van de kosten voor de advocaat zijn vaak een reden voor een verdachte om maar schuld te bekennen, veel mensen kunnen die kosten namelijk niet betalen. Eigenlijk is er dus geen sprake van een vrije keus, je wordt door de omstandigheden gedwongen.

Afgelopen woensdag was één van uw redacteuren aanwezig bij een vergadering van een commissie van de Provinciale Staten van Drenthe. In die vergadering werd gesproken over een integriteits- onderzoek dat in Drenthe is uitgevoerd door recherchebureau Marple onder leiding van Drs. Greet Elsinga, die naast haar werk als particulier rechercheur ook nog werkzaam is bij de Nationale Politie. Onderwerp van onderzoek waren vier ambtenaren van de provincie. Aan de hand van dat onderzoek van Marple is één ambtenaar, we noemen hem Ruud, per 1 augustus 2014 voorgedragen voor strafontslag. Dat betekent dat wanneer dit doorgaat, Ruud op 1 augustus zonder uitkering op straat komt te staan. Ruud zegt echter dat hij niets heeft misdaan en vecht nu zijn aanstaande ontslag aan.

Tijdens de vergadering wees verantwoordelijk gedeputeerde Henk Brink (VVD) er voortdurend op dat er nog gepraat kan worden tussen de advocaat van de provincie en de raadsman van Ruud. Hij hamerde er op dat de andere drie ambtenaren inmiddels een deal met de provincie hadden gesloten. Over de inhoud van die deal kon hij niets zeggen, want dat was volgens hem door de advocaten van de betrokken ambtenaren gevraagd. Onderdeel van die deal was echter wel dat zij schuld zouden bekennen en dat daarna de provincie de kosten van hun advocaat zou betalen. Met name dat laatste was voor hen heel aantrekkelijk, want de meeste mensen, en dus ook deze ambtenaren, hebben niet de financiële middelen om langdurig een advocaat voor hun te laten werken. Alleen al vanwege het geld ben je in een dergelijk situatie wel verplicht een deal te accepteren, want anders ga je failliet aan de advocaatskosten.

Het voordeel voor de werkgever, in dit geval de provincie Drenthe, bij dit soort deals is dat de vuile was mooi binnenskamers blijft. Niemand komt te weten wat het onderzoeksbureau heeft gekost, niemand komt te weten of zij eigenlijk wel een deugdelijk onderzoek hebben gedaan en de betrokken ambtenaren zijn een voorbeeld voor al hun collega’s. Het signaal is duidelijk voor de andere ambtenaren, pas op dat je geen conflict krijgt met de leiding want dan is het met je gebeurd. Een deal sluiten is dus eigenlijk geen goede keus, maar de gemiddelde mens moet wel omdat hij anders financieel kapot gaat. De lezing van Henk Brink over de deals heeft echter weinig met de werkelijkheid te maken.

Ruud is niet als zijn collega’s, hij weigert een deal te sluiten omdat hij vindt dat hij onschuldig is. Hij werkt al 33 jaar tot volle tevredenheid van beide partijen bij de provincie Drenthe en weigert zich nu ineens als een crimineel te laten behandelen. Ruud heeft daarom jurist Ferre van den Nadort uit Beilen in de arm genomen en is de strijd aangegaan met de provincie Drenthe. Normaal gesproken zou hij dat niet kunnen doen, en daar gokte de provincie ook op, echter bij deze jurist gaat het niet alleen om geld maar ook om gerechtigheid. Dat is ook de reden dat één van uw redacteuren hem steunt bij zijn pogingen eerherstel voor Ruud te krijgen.

Deze keer komt er dus geen afgedwongen deal, maar zal de zaak vermoedelijk voor de rechter worden uitgevochten. Daarbij zal gaan blijken hoe slecht en gekleurd het onderzoek van bureau Marple was en hoe de leiding van de provincie Drenthe in deze zaak met zijn personeel is omgegaan. Hoe Ruud door de onderzoekers van Marple en gedeputeerde Henk Brink is gecriminaliseerd. Op een dergelijke rechtszaak zit Henk Brink waarschijnlijk niet te wachten, want dan komt de vuile was op straat te liggen. Er wordt dus voortdurend door hem geroepen dat de deur openstaat voor een gesprek. In een dergelijk gesprek zal Ruud echter schuld moeten bekennen en beloven dat hij niets meer over de zaak zal vertellen. De zaak moet kortom in de doofpot. Niet omdat Ruud zich heeft misdragen, maar omdat de positie van Henk Brink moet worden veiliggesteld.

Inmiddels weten we dat het onderzoek ongeveer 200.000 euro heeft gekost, exclusief de kosten voor de advocaten van de provincie. Inmiddels weten we dat het rapport van bureau Marple geen enkele toets der kritiek kan doorstaan. Inmiddels is duidelijk hoe de leiding van de provincie Drenthe met zijn personeel omgaat.Dat hadden we nooit geweten als ook Ruud zijn mond had laten snoeren. Hulde dus voor Ruud en zijn raadsman. Hopelijk zullen zij er in slagen alle feiten op tafel te krijgen. Wij zullen alles doen hem daarbij te helpen.

Bij ons gaat het alleen om de waarheid en daarover sluit je geen deals.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oostduitse praktijken in Drenthe

Door Waarheidsvinder

Ruud werkt al 33 jaar als buitendienstmedewerker voor de provincie Drenthe en heeft dat altijd tot volle tevredenheid van zijn superieuren gedaan. In december 2013 kreeg hij zijn laatste beoordeling en ook toen bleek dat zijn chefs heel tevreden over hem waren. Hij moest vooral zo doorgaan.

Ook bij zijn collega’s is Ruud erg gezien. Iedereen vertelt alleen maar goede dingen over hem en dat zou waarschijnlijk nog steeds zo zijn, ware het niet dat niemand van zijn collega’s nog met hem of over hem mag praten. Want Ruud zit nu thuis. Hij is sinds begin februari geschorst en heeft per 1 augustus strafontslag aangezegd gekregen. Dat wil zeggen dat hij zonder enig inkomen op straat komt te staan. Ruud is nu een soort melaatse. Hoe heeft dat zover kunnen komen? Dat gaan we hier proberen uit te leggen.

Er zijn wat problemen met enkele medewerkers van de provincie Drenthe. In plaats van zelf met die mensen te gaan praten, besluit de Provincie recherchebureau Marple, geleid door Drs . Greet Elsinga, in te huren. Behalve particulier onderzoekster werkt Greet Elsinga ook als beleidsmedewerkster bij het Landelijk ExpertiseCentrum Diversiteit (LECD) van de Nationale Politie in Apeldoorn. Een bijzondere combinatie van functies lijkt ons. Dat vindt de politie inmiddels kennelijk ook, want er is een intern onderzoek gestart naar de activiteiten van haar. Op de site van bureau Marple staat: “Marple is een professioneel werkend, ervaren en gecertificeerd onderzoeksbureau dat al jaren een bijdrage levert aan de integriteit van het openbaar bestuur. Daar zijn wij met recht trots op.”
Wij denken daar inmiddels iets anders over.

In diezelfde periode begint er nog een zaak te spelen. Op 11 december 2012 is door de Provincie Drenthe aangifte gedaan van diefstal van een partij straatstenen (40 m2) vanaf een opslagterrein van de provincie. De politie heeft destijds een onderzoek ingesteld, maar dat bleef zonder resultaat. Een leidinggevende van Ruud ziet op een gegeven moment bij de boerderij van Ruud een stapel stenen liggen en denkt dat dit wel eens de van de provincie gestolen stenen zouden kunnen zijn. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee, maar wel met de manier waarop de provincie met dit gegeven omgaat. In plaats van Ruud te vragen hoe hij aan die stenen is gekomen of deze informatie door te geven aan de politie, besluit men bureau Marple ook deze zaak te laten onderzoeken. Ruud wordt daardoor voorwerp van onderzoek door de speurders van Marple.

Het onderzoek van Marple naar de diefstal van de stenen levert niets belastends op voor Ruud, maar toch besluiten de onderzoekers de politieaangifte onderdeel te maken van het tegen Ruud op te bouwen dossier, waardoor de indruk wordt gewekt dat hij toch wel iets met de diefstal te maken heeft. Dat is vreemd, want Ruud heeft de stenen gekocht en kan dat ook aantonen.

Daarnaast wordt Ruud er van beschuldigd dat hij twee lunchbonnen heeft vervalst en zo ten onrechte twee lunches bij zijn werkgever heeft gedeclareerd. Uit ons onderzoek is gebleken dat Ruud inderdaad tweemaal een lunch heeft gedeclareerd, maar dat hij recht had op die lunches. Bij het declareren heeft hij echter tweemaal een kruisje op de verkeerde datum gezet, maar van vervalsen is geen sprake. Toch zijn de data op de bonnetjes handmatig veranderd, maar Ruud heeft dat zeker niet gedaan, want in de tijd dat de bonnetjes zijn vervalst had hij ze niet meer in zijn bezit. Wie dat wel heeft gedaan blijft in het midden, maar de beschuldigingen tegen Ruud ten aanzien van de bonnetjes zijn inmiddels van de baan

Ruud maakt tijdens zijn werk voor de provincie Drenthe gebruik van zijn eigen auto en ontvangt daarvoor een vergoeding per gereden kilometer. De onderzoekers besluiten daarop een baken onder de auto van Ruud te hangen, waardoor ze in staat zijn achteraf de door Ruud bezochte plaatsen af te lezen. Zeven dagen per week volgt men op afstand alle bewegingen van de auto van Ruud. Vervolgens kijkt men naar de declaraties van Ruud en bepaalt dan of Ruud rechtmatig de kilometers heeft gedeclareerd. Het nadeel van een baken is dat je wel kunt zien op welke plaatsen de auto is geweest, maar niet wat de bestuurder daar heeft gedaan. Dat vinden de onderzoekers kennelijk geen probleem. Je trekt gewoon je eigen conclusies. Als de auto van Ruud tijdens zijn dienst langere tijd stil heeft gestaan bij en sporthal, dan concluderen de onderzoekers dat Ruud in diensttijd privézaken heeft gedaan en dat hij voor die dag geen recht had op vergoeding van de gereden kilometers. Als de onderzoekers hun werk goed hadden gedaan, dan hadden ze echter ontdekt dat Ruud niet in de sporthal was om te sporten maar omdat daar een bespreking van de provincie was. Ruud was wel degelijk rechtmatig in de sporthal. Hoe onzorgvuldig kun je wezen als onderzoeker?

Toch wordt Ruud nu verweten te veel kilometers te hebben gedeclareerd en hij zou enkele verlofdagen niet hebben afgeschreven. Wij gaan daar hier verder niets over zeggen, want dat is werk voor zijn raadsman.

Maar de onderzoekers trekken aan de hand van de gegevens van het baken ook conclusies die later grote gevolgen zouden hebben voor Ruud. Uit de gegevens van het baken blijkt dat Ruud regelmatig in een bepaalde straat in Hoogeveen komt. Daar zit een schietvereniging waar Ruud les geeft. Omdat hij zijn auto niet iedere keer op precies dezelfde plaats parkeert, geeft het baken soms nummer 8a en soms nummer 8c aan, het nummer van de schietclub. In nummer 8a zit echter een motorclub en de onderzoekers concluderen vervolgens dat Ruud lid is van die motorclub en aangezien de leden van motorclubs volgens de onderzoekers vaak crimineel zijn, is hij ook een crimineel. Omdat Ruud in het bezit is van een jachtgeweer, wordt hij vervolgens als een soort vuurwapengevaarlijke crimineel neergezet.

Om die reden adviseren de onderzoekers de leiding tegen Ruud te beveiligen vanaf het moment dat hij zal worden geschorst. Er worden camera’s opgehangen bij enkele woningen van leidinggevenden, er komen beveiligers in de woning van een chef, er komen beveiligers in het provinciehuis en één leidinggevende wordt met een gepantserde auto vervoerd. Dat alles wordt uiteraard geregeld door bureau Marple en die doen dat bepaald niet gratis. Ruud blijkt echter geen lid van een motorclub te zijn, sterker nog: hij heeft zelfs geen motor. Maar dat is door de onderzoekers nooit onderzocht. Gewoon zonder onderbouwing conclusies trekken past hen kennelijk beter. Zo kweekt men echter wel veel angst bij de betrokkenen en gooit men veel belastinggeld nodeloos weg.

Ruud is echter wel ontslagen, hij is als een crimineel gekwalificeerd en staat zelfs bij veel collega’s bekend als vuurwapengevaarlijk. Ruud is een paria. Niemand mag meer met hem praten en zijn toekomst ziet er meer dan somber uit. Terwijl, indien het bureau goed onderzoek had gedaan, men de conclusie had moeten trekken dat er met Ruud niets aan de hand was.

Maar ook de bestuurders van Drenthe maken er een potje van. De raadsman van Ruud krijgt geen stukken en verantwoordelijk gedeputeerde Henk Brink weigert kritische vragen van journalisten te beantwoorden.

Twee jaren geleden was één van uw redacteuren in het Stasi museum in het voormalige Oost-Berlijn. Hij heeft daar een aardig beeld gekregen van de manier waarop de Oost-Duitse overheid destijds met zijn burgers omging. De methodes die in Drenthe tijdens het onderzoek tegen ambtenaar Ruud zijn gebruikt, zouden daar niet hebben misstaan.

PS Ruud is niet de echte naam van de ambtenaar.

Update 16 juni

Het onderzoek van bureau Marple heeft ongeveer 200.000 euro gekost en daar komen de kosten voor de advocaten nog bij. Het dan dus zomaar richting 250.000  euro gaan. Dat mag de Drentse belastingbetaler natuurlijk allemaal betalen.

 

 

 

 

 

Zo hoort het

Door Waarheidsvinder

Gerechtelijke dwalingen komen helaas in alle landen voor, maar de manier waarop politie en justitie daarmee omgaan is niet overal hetzelfde.

Op 7 mei 2001 verdween de 9 jarige Peggy Knobloch uit een dorpje in de buurt van de Duitse stad Bayreuth. Ondanks veel publiciteit, de inzet van veel politiemensen, militairen, honden en helikopters werd het meisje niet gevonden.

Enkele jaren later kwam er echter een verdachte in beeld. Een zwakzinnige man die zijn geslachtsdeel aan kinderen zou hebben getoond en mogelijk ook kinderen zou hebben misbruikt. De man werd aangehouden en hij bekende Peggy seksueel te hebben misbruikt, haar te hebben vermoord en haar lichaam te hebben verborgen. Tot driemaal toe wees hij ook een plaats aan waar het lichaam van Peggy zou liggen, maar driemaal werd het lichaam van Peggy niet gevonden.

Zijn bekentenis trok de man al snel weer in, maar dat hielp hem niet omdat er volgens politie en justitie veel daderkennis in zijn bekentenis zat. Wij vragen ons af waaruit die “daderkennis” bestond, het slachtoffer is immers nooit gevonden en dus konden politie en justitie alleen maar raden wat er met Peggy was gebeurd. Vermoedelijk heeft de man destijds bevestigd wat de verhoorders dachten dat er was gebeurd, en dan kan er geen sprake zijn van daderkennis. Dat de man niet de plaats wist waar het lichaam van Peggy lag, is logisch want die plaats wisten de verhoorders ook niet.

Maar naast de “bekentenis” van de man was er ook nog de verklaring van een mede-gedetineerde die bij de politie verklaarde dat de man ook tegenover hem had bekend Peggy te hebben vermoord. De man werd daarop veroordeeld en daarmee leek de kous af.

De mede-gedetineerde die destijds tegen de man verklaarde werd echter ongeneeslijk ziek en kreeg kennelijk last van zijn geweten. Hij gaf nu aan dat hij destijds op verzoek van de de politie zijn verklaring tegen de vermeende kindermoordenaar had afgelegd. Als beloning voor zijn verklaring zou hem een soepeler regime in de gevangenis zijn beloofd.

Gelukkig namen politie en justitie de nieuwe verklaring van de man wel serieus en het onderzoek naar de moord op Peggy werd heropend. Uit dat onderzoek bleek dat de veroordeelde man destijds inderdaad helemaal niet over daderkennis beschikte maar, net als wij al vermoedden, gewoon had verklaard wat de verhoorders hem hadden voorgehouden. Hetzelfde zagen wij ook bij de zaak Ina Post en andere zaken in Nederland waarbij sprake was van valse bekentenissen. Ook die bekentenissen waren door de verhoorders voorgekauwd.

Na jaren onterecht te hebben vastgezeten is de ten onrechte veroordeelde man weliswaar inmiddels vrijgesproken, maar niet vrijgelaten. Op grond van zijn het seksueel afwijkende gedrag van de man heeft een deskundige destijds verklaard dat de kans groot is dat deze man in herhaling zal vallen en mede daarom was de man opgenomen in een psychiatrische inrichting. Er zal nu een nieuw onderzoek bij hem plaats vinden om te kijken of dit gevaar nog steeds bestaat. Wij zijn natuurlijk niet tegen nieuw onderzoek maar het is toch wel vreemd dat de verklaring van de deskundige van destijds kennelijk nog steeds serieus wordt genomen, hoewel de man de moord op Peggy niet heeft gepleegd.

Maar naast het bewijs van de onschuld van de eerder veroordeelde man leverde het nieuwe onderzoek ook een nieuwe verdachte op. Een man die al vastzat voor seksueel misbruik van zijn dochter. Daarnaast heeft de man toegegeven een nichtje seksueel te hebben misbruikt en dat nichtje woonde destijds in hetzelfde huis als Peggy. Het misbruik van het nichtje vond plaats vlak voordat Peggy verdween. In de cel van de man vond de politie bovendien een foto van Peggy aan. Hopelijk wordt de moord op Peggy nu echt opgelost en wordt haar lichaam nu wel gevonden.

Ook in Duitsland komen dus gerechtelijke dwalingen voor. Het verschil met Nederland in deze zaak is het feit dat men, toen duidelijk werd dat er mogelijk een vergissing in het spel was, niet heeft geprobeerd deze zaak in de doofpot te stoppen, zoals men bijvoorbeeld in Schiedam deed, maar direct een nieuw onderzoek is begonnen. En dat is een goede zaak. Fouten maken doet iedereen, fouten herstellen is slechts weinigen gegeven.

 

 

Persverklaring Knoops’ advocaten inzake gerechtelijke dwaling in Spelonk-zaak Bonaire

Door Waarheidsvinder

Samen met advocaat Knoops en zijn  medewerkers en samen met psycholoog Dr. Lucio  Ricardo hebben wij enkele jaren gewerkt aan de zaak Spelonk, een dubbele moord op het eiland Bonaire waarbij twee jonge mannen onschuldig waren veroordeeld. Het lijkt er op dat het boek nu dicht kan. Vandaag werd door het kantoor van Knoops onderstaand persbericht uitgebracht.

Uitspraak hof van justitie voor de Nederlandse Antillen op 11 april 2014 in de Spelonk-zaak, waarbij het hof van justitie aan de twee vrijgesproken mannen schadevergoedingen heeft toegekend voor de gerechtelijke dwaling die in 2005 plaatsvond in deze geruchtmakende zaak (veroordeling hof van justitie in 2006).

Nozai Thomas en Andy Melaan werden in 2005 door het Gerecht op Bonaire veroordeeld voor een dubbele moord op twee broers die zij niet hadden gepleegd (veroordeling in hoger beroep door het hof van justitie in 2006); er werden gevangenisstraffen opgelegd van 8 jaar (Nozai Thomas) en 24 jaar (Andy Melaan). De onterechte veroordeling kwam aan het licht door de inzet van drs. Lucio Ricardo een psycholoog op Curaçao die in hun onschuld geloofde. Oud-rechercheur Dick Gosewehr en criminoloog dr. Timmerman onderzochten voorts de zaak in 2009-2010 en concludeerden dat de twee mannen ten onrechte waren veroordeeld.

Vanaf 2011 werd door het Knoops’ Innocence Project onder leiding van professor Geert-Jan Knoops en Carry Hamburger (tevens directeur van het Knoops’ Innocence Project) met een advocatenteam van hun kantoor en forensisch experts, in samenspraak met deze twee oud- rechercheurs (Dick Gosewehr en dr. Harrie Timmerman), nieuw onderzoek gedaan. Bij het uitvoeren van deze nieuwe onderzoeken kreeg de verdediging steun van de toenmalig korpschef op Bonaire, de heer Jan Rooijakker en het openbaar ministerie op de Antillen.

Onderdeel van het nieuwe onderzoek van de verdediging was nieuw digitaal onderzoek naar de computer van Nozai Thomas. Experts van Digital Investigations wisten aan te tonen dat Nozai Thomas ten tijde van de moorden thuis achter zijn computer aan het werk was. Hij kon dus nimmer in de nacht van de moorden op het Bolivia-terrein in het oosten van Bonaire zijn geweest.

In september 2012 bepaalde het Hof van justitie bij een tussenuitspraak dat justitie nieuw onderzoek diende te doen naar de nieuwe feiten die de verdediging voor de onschuld van Nozai en Andy aandroeg.

Dit nieuwe onderzoek vond plaats in de periode eind 2012 tot april 2013 en werd uitgevoerd door een Nederlands cold cases team (onder leiding van Advocaat-Generaal mr. Gérard de Haas). Dit nieuwe “cold cases” onderzoek (met de naam “Phoenix”), leidde (nadat het herzieningsverzoek en de resultaten van het Phoenix-onderzoek op een twee dagen durende zitting van het hof waren behandeld) tot een heropening van de zaak door het hof van justitie. Tijdens dit nieuwe onderzoek werden in samenspraak met de verdediging maar liefst veertig getuigen werden gehoord, waaronder getuigen die nimmer eerder waren gehoord. Op 1 juli 2013 heropende het hof de zaak, hetgeen de eerste keer op de Antillen was dat dit gebeurde. Op 14 november 2013 leidde de heropende zaak tot een vrijspraak door het hof van justitie .

Het nieuwe onderzoek toonde onder meer aan dat Nozai Thomas in 2005 een valse bekentenis had afgelegd. Aanvullend digitaal onderzoek wees uit dat Thomas een alibi had. Telecomonderzoek en nieuwe getuigenverklaringen wezen tevens uit dat ook Melaan een alibi had, waardoor kwam vast te staan dat beiden niet aanwezig konden zijn geweest bij de moorden op het Bolivia-terrein te Bonaire.

Daarop werd door de verdediging in januari 2014 schadevergoedingsverzoeken ingediend bij het hof van justitie voor de onterecht ondergane detentie. Op 11 april 2014 kende het hof deze toe. Mrs. Geert-Jan Knoops en Carry Hamburger van Knoops’ advocaten, verbonden aan het Knoops’ Innocence Project, leidden het verdedigingsteam ook in de schadevergoedingsprocedure. Hun lokale procureur was ook hier mevrouw mr. Pascale Dingemanse, advocate te Willemstad.

Carry Hamburger wees het hof tijdens de mondelinge behandeling van de schadevergoedingsverzoeken op 6 maart 2014 onder meer op het feit dat zij vanaf de vrijspraak op 14 november 2013 tevergeefs had getracht om via het College van Procureurs-Generaal een schadevergoeding in der minne te verkrijgen voor de twee vrijgesprokenen, om aldus voor hen snel erkenning te krijgen van de dwaling en compensatie van het leed.

De beide vrijgesprokenen bleken namelijk ernstig getraumatiseerd te zijn door de onterechte vervolging en hadden daardoor PTSS opgelopen, hetgeen door experts – ingeschakeld door de verdediging – was vastgesteld. Justitie bleek niet in staat om tot een snelle en doeltreffende schadevergoedingsregeling te komen. Daarom vroeg de verdediging aan het hof om een snel eindoordeel. Deze factor die Carry Hamburger aanvoerde werd door het hof ook overgenomen.

Het hof oordeelde op 11 april 2014 – in het kort:

  • -  Nozai Thomas, toekenning schadevergoeding: 677.430 dollar : 488.000 euro (4.5 jaar ten onrechte vastgezeten). Nb.: toekenning in dollar omdat dit de valuta is op Bonaire.
  • -  Andy Melaan (8 jaar ten onrechte vastgezeten van de 24 jaar die waren opgelegd in 2005) 1.292.687 dollar : 931.000 euro (iets hoger dan in Puttense moordzaak).
  • Voor Nozai en Andy samen is er dus door het hof aan schadevergoeding ruim 1,4 miljoen Euro toegekend. 
  • Bijzondere factoren die hof meeweegt bij deze hoogte waarbij het hof de argumenten van de verdediging overneemt: 
  • Factoren die een hogere vergoeding rechtvaardigen volgens het hof zijn onder meer:

1. Het feit dat het openbaar ministerie niet of nauwelijks bereidheid heeft getoond om na de uiteindelijke vrijspraken in november 2013 in onderhandeling met de verdediging te treden! Terwijl het openbaar ministerie, gelet op ervaring die in Koninkrijk inmiddels is opgedaan met andere herzieningszaken, wist hoe belangrijk dit is voor een slachtoffer van een dwaling. Dit is een bijzondere factor (niet eerder in Nederland aan de orde geweest) die door de verdediging werd aangevoerd en door het hof is overgenomen; het openbaar ministerie toonde zich vanaf november 2013 na de definitieve vrijspraak niet (zonder meer) bereid tot een schikking buiten een procedure, hetgeen de vrijgesprokenen een weg naar de rechter had bespaard. Het Hof rekent het openbaar ministerie dit aspect in het bijzonder aan. Het feit dat het openbaar ministerie niet tot een spoedige schikking bereid c.q. in staat bleek te zijn, heeft het leed en belasting voor de twee vrijgesprokenen verzwaard. Aannemelijk is, aldus het hof, dat Andy Melaan en Nozai Thomas door het ontbreken van deze bereidheid bij het openbaar ministerie het gevoel hebben gekregen dat zij nog steeds hun onschuld in de maatschappij moeten bewijzen.

Deze bijzondere factor is ook van belang voor toekomstige herzieningszaken waarin ten onrechte veroordeelden uiteindelijk worden vrijgesproken. De Nederlandse staat zal zich te belangen van deze personen dus voortaan beter moeten aantrekken, door zo spoedig mogelijk buiten rechte te komen tot een schadeloosstelling in der minne, zodat de ten onrechte veroordeelde een nodeloze procedure tot schadevergoeding bespaard zal blijven. In deze zin is de uitspraak van het hof van justitie dus rechtsvormend op dit gebied.

2. Andere verhogende factoren die het Hof meeweegt:

- het gaat hier om een unieke zaak, hetgeen reden is om af te wijken van de standaardvergoeding.

- Ook worden als bijzondere schade verhogende factoren meegewogen: o Media aandacht;

- Stigmatisering door deze vervolging voor een zeer ernstig feit in de Bonairiaanse samenleving

- Impact vervolging op de levens van Nozai en Andy;

- Vervreemding van hun omgeving;
– Jonge leeftijd van Nozai en Andy ten tijde van hun detentie;
– Het verstoken zijn geweest van het opbouwen van een normaal bestaan;
– Ernstige psychische schade die zij door detentie leden en blijvend impact op leven heeft;
– Druk van de politie die op hen is uitgeoefend (uitmondend in een valse bekentenis door Nozai!)

Het hof heeft de “standaard” schadevergoeding (dagvergoeding) dus met factor vijf verhoogd. De verdediging verzocht om de standaardschadevergoeding met een factor acht te verhogen. Deze vergoedingen zijn, voor zover bekend, de hoogste schadevergoedingen ooit toegekend op de Antillen in verband met ten onrechte veroordeelden! Het is ook de eerste gerechtelijke dwaling op de Antillen en dus de eerste keer dat er een schadevergoeding is uitgekeerd voor een dergelijke zaak. Dit zal een belangrijk precedent zijn omdat het hof erkent dat deze categorie vrijgesprokenen extra geleden hebben.

Nozai en Andy zien de schadevergoeding als een verlichting van het leed dat hen is aangedaan en als een vorm van eerherstel. Zij zullen de schadevergoedingen in een fonds storten dat door derden zal worden beheerd. Via dit fonds zullen deze vergoedingen beheerd gaan worden voor hun toekomst en dat van hun kinderen en familie. Ook zullen zij zich gaan inzetten voor het lot van andere ten onrechte veroordeelden op de Antillen en daarbuiten.

Dit is een van de meerdere zaken waarin het Knoops’ Innocence Project (dat deel uitmaakt van het wereldwijde Innocence Network) de onschuld van twee veroordeelden wist aan te tonen met forensische experts. Zie: www.knoops.info

Geert-Jan Knoops, lead counsel
Carry Hamburger, co-counsel,
Marritta van Woudenberg, co-counsel (allen Knoops’ advocaten) Pascale Dingemanse (procureur in deze zaak te Curaçao)

 

 

Busramp Sierre, ongeval of (zelf)moord?

Door Waarheidsvinder

Sierre is een stadje in het Zwitserse kanton Wallis, gelegen in het zuidwesten van Zwitserland. Onder het stadje ligt de Sierretunnel. Op 13 maart 2012 omstreeks 21.12 uur vond er in deze autotunnel een ongeval met een touringcar plaats. Bij dit ongeval kwamen 28 mensen om het leven: 22 Belgische en Nederlandse kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar, vier begeleiders van de kinderen en de beide chauffeurs van de bus. Daarnaast raakten 24 kinderen zwaar tot zeer zwaar gewond.

De rijbaan van de tunnel nabij Sierre is op de plaats van het ongeval verdeeld in twee rijstroken. Naast de rijbaan, langs de rechter rijstrook, bevindt zich een verhoogd trottoir van ongeveer 1,5 m breed. Dit trottoir is ongeveer 18 cm hoog en kan in geval van nood door voetgangers als vluchtweg worden gebruikt. Op de plaats van de aanrijding bevindt zich naast de rijbaan een zogenaamde vluchtstrook (parkeerhaven) van ongeveer 40 m lengte. Een plaats waar men in geval van pech zijn voertuig kan parkeren zonder de rijbaan van de tunnel te blokkeren. Het trottoir volgt de loop van de weg zodat er ook naast deze vluchthaven een verhoogd trottoir is. Waar de rijbaan naar rechts breder wordt om toegang te geven tot de vluchthaven, buigt ook het trottoir naar rechts af. Aan het einde van de vluchthaven bevindt zich een haaks op de rijbaan staande muur die ongeveer 1,5 meter minder breed is dan de rijbaan van de vluchthaven. Tussen de vluchthaven en de muur bevindt zich een verhoogd trottoir.

Bij het destijds ingestelde onderzoek is aan de de hand van de gegevens op de tachograaf geconstateerd dat op ongeveer 2222 meter voor het ongeval de chauffeur de plaats van zijn collega heeft overgenomen. Daarna blijkt hij vanuit stilstand te zijn opgetrokken naar een snelheid van 105 km per uur. Die snelheid heeft hij vervolgens teruggebracht naar 100 km per uur, de cruisecontrol werd ingeschakeld op 100 km per uur en met die snelheid is de bus in de tunnel blijven rijden totdat hij tegen de muur is gebotst. Hoewel er geen bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor gaven waren, is de bus ongeveer 35 meter voor de vluchthaven plotseling met de rechter wielen en met onverminderde snelheid het naast de rijbaan gelegen verhoogde trottoir opgereden. Sporen van deze stuurbeweging waren te zien op de rand van het verhoogde trottoir langs de rijbaan. De afstand tussen deze plaats en de plaats van de aanrijding bedraagt ongeveer 75 meter. De chauffeur vervolgde daarna zijn weg met de rechter wielen over het trottoir en daarbij reed hij zo kort langs de tunnelwand dat hij een verkeersbord ramde dat aan die wand was bevestigd. Aan de hand van de sporen en de beelden op de beveiligingscamera’s is vastgesteld dat de bus met de rechter wielen op het verhoogde trottoir zijn weg met onverminderde snelheid bleef vervolgen en dat de remlichten op geen enkel moment zijn opgelicht. Gezien het feit dat er tijdens het technisch onderzoek aan het wrak van de bus geen defecten aan de remmen zijn geconstateerd, kan worden geconcludeerd dat de chauffeur niet heeft geremd nadat hij met de rechter wielen van de bus trottoir is opgereden. Bijna onmiddellijk daarop kwam de bus bij het begin van de vluchthaven.

Aan de hand van de sporen en de beelden van de beveiligingscamera’s is vervolgens te zien dat de chauffeur bij het naderen van de vluchthaven kennelijk bewust zijn bus naar rechts heeft gestuurd (en direct weer bijgestuurd naar links) om ook in de vluchthaven met de rechter wielen het trottoir te blijven volgen en de bus volledig recht langs de muur te manoeuvreren, zonder deze zijwand van de nis te raken. Dat naar rechts sturen deed hij vermoedelijk iets te abrupt, en dat is logisch bij een snelheid van 100 km per uur, waardoor hij met de rechter voorband en de rechter buitenspiegel de hoek van de tunnelwand raakte op de plaats waar de vluchthaven begint. Een afdruk van de rechter voorband bleef achter op de tunnelmuur. Uit het feit dat de bus met de rechter voorband de muur heeft geraakt kan worden geconcludeerd dat de bestuurder van de bus op dat moment naar rechts moet hebben gestuurd want anders zou de rechter voorband niet buiten de carrosserie hebben gestoken.

Normaliter zou men verwachten dat een chauffeur na een dergelijk contact met de muur snelheid zou hebben verminderd en een correctie in de rijroute zou hebben aangebracht. Dat is echter niet gebeurd, de bus bleef met dezelfde snelheid over het trottoir rijden. Ook aan het einde van de vluchthaven heeft de bestuurder geen enkele poging gedaan om zijn voertuig terug te sturen naar de rijbaan van de tunnel. In plaats daarvan reed hij zonder te remmen met de voorzijde van de bus tegen de haaks op de rijbaan staande tunnelwand. Op de beelden van het ongeval is zelfs te zien dat de chauffeur kort voor de aanrijding met de muur de bus nog iets naar links stuurde, kennelijk om met de voorzijde van de bus precies recht voor de muur uit te komen.

Enkele dagen na de ramp zijn de nabestaanden naar de plaats van het ongeval gebracht zodat zij zelf de situatie ter plaatse konden zien. Een aantal van hen kreeg toen al het idee dat het hier niet om een verkeersongeval ging, maar dat de chauffeur van de bus opzettelijk tegen de muur van de tunnel moet zijn gereden. Zij deelden deze gedachten met de autoriteiten, ze kregen toen de indruk dat die niet openstonden voor deze mogelijkheid.

Het politieonderzoek

Het politieonderzoek naar het ongeval vond plaats door de politie van het kanton Wallis onder leiding van de procureur Olivier Elsig. Kort samengevat was het resultaat van dat onderzoek:

  • er was geen sprake van een technische oorzaak

  • men geloofde niet in zelfmoord van de chauffeur, onder meer omdat hij daar nooit iets over had gezegd

  • men dacht wel een relatie was tussen het ongeval en de chauffeur en men nam daarom aan dat er sprake was van een niet traceerbare medische oorzaak of van een onachtzaamheid van de chauffeur van de bus.

Een van de redenen waarom de Zwitserse autoriteiten van mening waren dat er geen sprake was van zelfmoord, was het feit dat de chauffeur Geert tegen familie en vrienden nooit over zelfmoord zou hebben gesproken. Een wat vreemde uitspraak want uit een onderzoek van de Belgische politie na het ongeval is gebleken dat Geert sinds hij een relatie kreeg met zijn tweede vrouw geen contact meer had met familie en vrienden. Aan wie had hij dan signalen moeten afgeven? Daarnaast is het zo dat veel mensen die zelfmoord plegen van te voren geen signalen afgeven of een afscheidsbrief schrijven. Recent heeft één van uw redacteuren drie verschillende overlijdens onderzocht waarbij de politie tot de conclusie was gekomen dat er sprake was van zelfmoord. De nabestaanden wilden dat niet geloven, mede omdat er geen signalen en/of een afscheidsbrief was, en dachten aan een misdrijf. Na onderzoek bleef er echter geen andere conclusie over dan dat de politie gelijk had; alles wees er in die zaken op dat de betrokkenen zelfmoord hadden gepleegd.

Een steeds groter wordende groep ouders van de overleden kinderen kon met de uitslag van het politieonderzoek geen vrede hebben. Zij raakten er steeds meer van overtuigd dat er geen sprake was geweest van een verkeersongeval maar dat de chauffeur van de bus wel degelijk opzettelijk tegen de wand van de tunnel was gereden.

Op verzoek van Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf hebben ook wij de zaak bestudeerd. Wij kunnen slechts tot één conclusie komen;

De hypothese van de Zwitserse autoriteiten dat het hier om een verkeersongeval ging, vindt naar onze mening geen steun in de feiten.

De manier waarop de bus het trottoir van de tunnel is opgereden en de manier waarop de bus vervolgens het trottoir is blijven volgen en vervolgens tegen de muur is gebotst wijst op een zeer ervaren en zeer attente chauffeur. Een chauffeur in staat van onmacht zou dit ongeval niet op deze wijze hebben kunnen veroorzaken. In dat geval zou de bus reeds veel eerder de rechter tunnelwand hebben geraakt of naar links zijn geschoten.

Naar onze mening is er veel steun te vinden voor de hypothese dat de chauffeur van de bus opzettelijk met de door hem bestuurde bus tegen de haaks op de rijbaan staande tunnelwand is gereden met de bedoeling zichzelf van het leven te beroven, daarbij kennelijk op de koop toe nemende dat hij daardoor veel onschuldigen in de dood zou meenemen.

Wij zijn niet de enigen die er zo over denken. De zaak is ook onderzocht door de Limburgse oud-politieman en verkeersongevallendeskundige Rinus van Oostrum. Hij verklaarde tegenover de Telegraaf dat hij het onbestaanbaar vindt dat de Zwitserse autoriteiten nooit serieus deze mogelijkheid van opzet heeft onderzocht. Hij vindt dat er veel te weinig sporenonderzoek is gedaan in deze zaak. Als voorbeeld noemt hij de afdruk van een voorband van de bus op de tunnelwand. Dit spoor werd zelfs niet door de Zwitserse politie beschreven. Toen enkele ouders van overleden kinderen de Zwitserse autoriteiten op de afdruk wezen, werd daar nauwelijks door de autoriteiten op gereageerd.

Maar als er inderdaad sprake is geweest van opzet, dan moet er ook een motief zijn geweest. Bekend is dat de bestuurder was gescheiden van zijn eerste vrouw. De scheiding was niet zonder problemen verlopen. De bestuurder was depressief geraakt en gebruikte sinds 2 jaar Paroxetine, een antidepressivum. In december 2011 was de bestuurder in het geheim hertrouwd. Sinds hij zijn nieuwe vrouw had leren kennen had de bestuurder, blijkens een onderzoek van de Belgische politie, geen contact meer met zijn dochter, familie en vrienden.

De bestuurder werkte parttime als buschauffeur bij een bedrijf in Aarschot. Zijn nieuwe vrouw was daar niet blij mee en maakte zich veel zorgen wanneer haar man als chauffeur onderweg was. Ze zocht voortdurend via de mobiele telefoon contact met hem, kennelijk om uit te vinden wat hij aan het doen was. Het rijden als chauffeur beviel de man echter zo goed dat hij dat als fulltime chauffeur wilde gaan doen. Dit ondanks het feit dat hij dan minder zou gaan verdienen.

Ongeveer drie weken voor het ongeval was de chauffeur naar zijn werkgever bij het busbedrijf gestapt met de vraag of hij daar voltijds als chauffeur kon komen werken. Tijdens het gesprek gaf Geert aan dat het zijn droom was om touringcarchauffeur te worden. Kennelijk wist de vrouw van Geert daar niets van, want in haar toespraak tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffer van de busramp, vertelde zij dat Geert op haar verzoek zijn baan als chauffeur zou opgeven en dat de Geert was verongelukt tijdens een van zijn laatste reizen.

Het kan niet anders of deze situatie moet extra spanningen bij de chauffeur teweeg hebben gebracht. Deze spanningen en het gebruik van Paroxetine zouden tot een wanhoopsdaad kunnen hebben geleid. Er gaan immers steeds vaker geluiden op dat dit soort middelen onder bepaalde voorwaarden tot zelfmoord en ernstige geweldsdelicten kan leiden. Volgens de vrouw van de chauffeur was haar man aan het minderen met het innemen van Paroxtine had hij zelfs de avond voor het ongeval geen pil ingenomen. Uit een artikel op Medisch Contact nr. 50 van 14 december 2012 blijkt echter dat juist dit gegeven, het overslaan van een pil, op zich al problemen kan opleveren.

Het is daarom van het grootste belang dat de waarheid boven tafel komt. Daar hebben de nabestaanden van de slachtoffers recht op. Maar daarnaast is het ook van belang voor de verkeersveiligheid in het algemeen. Er moet worden uitgezocht of er inderdaad sprake is geweest van opzet en zo ja, of het gebruik van Paroxetine daarin een rol kan hebben gespeeld.