Skip to content

Zwitserse rechtbank wijst beroep tegen sluiting onderzoek naar busramp Sierre af

Door Waarheidsvinder

Op 13 maart 2012 kwamen in een tunnel bij het Zwitserse plaatsje Sierre 28 mensen, 22 kinderen en 6 volwassenen, om het leven toen een touringcar tegen de wand van de tunnel reed. Daarnaast raakten 24 kinderen ernstig gewond.

De Zwitserse autoriteiten deden de zaak na onderzoek af als een noodlottig ongeval, maar veel deskundigen vermoedden net als wij dat er geen sprake was van een ongeval. Hun conclusie was dat de chauffeur van de bus bewust de bus tegen de tunnelwand heeft gereden. Moord en zelfmoord dus. We schreven er al uitgebreid over op deze site.

Een groep ouders van overleden kinderen nam geen genoegen met de conclusie van politie en justitie en vroeg de Zwitserse rechter om heropening van het onderzoek. Deze week bleek echter dat de Zwitserse rechtbank het beroep heeft verworpen. Volgens de rechter maakt het overlijden van de buschauffeur bij het ongeval verder onderzoek onmogelijk, want daardoor kon een nader onderzoek nooit tot een veroordeling leiden. De rechtbank vindt het om die reden ook niet nodig om in te gaan op de vraag van de ouders naar een officiële reconstructie van het ongeval.

Natuurlijk kan de overleden chauffeur niet worden veroordeeld, maar het gaat bij dit soort zaken niet om de veroordeling van de mogelijke dader. Het gaat om de waarheid. De nabestaanden van de slachtoffers willen weten wat er is gebeurd. Ze willen weten waarom hun geliefden zijn overleden en daar op hebben ze het volste recht.

Maar naast het belang van de nabestaanden van de slachtoffers van het busongeluk is er nog een groot belang. Als namelijk uit het onderzoek blijkt dat de chauffeur inderdaad bewust tegen de muur van de tunnel is gereden met de bedoeling zichzelf en de inzittenden van de bus van het leven te beroven en als dan ook nog zou blijken dat zijn daad hoogstwaarschijnlijk mede voortkomt uit het gebruik van een antidepressiva, dan zou dat aanleiding kunnen zijn om de procedures te veranderen. Maar kennelijk hebben de autoriteiten in Zwitserland daar geen belang bij. Er wordt dus niets ondernomen om te proberen een herhaling van zo’n “ongeluk” te voorkomen. Als het weer gebeurt dan noemen ze het gewoon weer een ongeluk en vervolgens gaat men over tot de orde van de dag.

Hoe anders handelt men in Duitsland. Afgelopen dinsdag stortte een Airbus A302 van de Duitse luchtvaartmaatschappij Germanwings neer in bergachtig gebied in de buurt van de Franse plaats Digne-les-Bains. Aan boord bevonden zich 150 personen waaronder 6 bemanningsleden. Geen van hen overleefde de ramp.

Vliegtuigen zijn, in tegenstelling tot autobussen, voorzien van zogenaamde zwarte dozen, waarin alle handelingen en communicatie tijdens een vlucht wordt vastgelegd. De zwarte doos met de communicatie tussen de politie en de luchtverkeersleiding werd snel gevonden en afgeluisterd.

Al snel bleek daarbij dat het neerstorten van het vliegtuig geen ongeval was, maar het gevolg van een bewuste actie van de co-piloot. Nadat hij de gezagvoerder had buitengesloten toen deze een bezoek aan het toilet bracht, vergrendelde hij de stalen deur van de cockpit en liet het toestel een steile daling richting bergen maken. Moord en zelfmoord dus.

Er lijken sterke overeenkomsten te zijn tussen de co-piloot en de chauffeur van de bus in Sierre. Beiden hadden psychische problemen en gebruikten anti-depressiva. Beiden waren gek op hun werk en dreigden dit kwijt te raken. De co-piloot omdat zijn behandelend arts hem had verboden om te vliegen en de buschauffeur omdat zijn vrouw wilde dat hij zou stoppen met het rijden op de bus.

Overeenkomsten tussen beide ongelukken, maar geen overeenkomsten in de aanpak door de autoriteiten. In Duitsland en Frankrijk stelt men alles in het werk om de waarheid boven tafel te krijgen. Niet omdat men de dader zou kunnen vervolgen, want dat kan net als in Zwitserland niet, maar omdat de nabestaanden recht hebben op de waarheid en om te leren van het gebeuren. Wat waren de motieven van de co-piloot en hoe kunnen we een herhaling van een dergelijk ramp voorkomen? Belangrijke vragen die moeten worden beantwoord.

Het zou goed zijn als de Zwitserse autoriteiten hun starre houding laten varen en net als in het geval van de vliegramp alsnog alles in het werk zouden stellen om in het geval van de busramp de waarheid te vinden. De nabestaanden van de busslachtoffers hebben dezelfde rechten als de nabestaanden van de vliegramp en het algemeen belang is er ook in hun geval mee gediend dat de waarheid boven tafel komt.

Noot 3 april

Ook de 2e zwarte doos is inmiddels gevonden. Uit onderzoek van deze  doos is gebleken dat de co-piloot inderdaad het vliegtuig opzettelijk heeft laten verongelukken.

Gebrek aan kennis

Door Waarheidsvinder

Rustig toerend in zijn auto en luisterend naar Radio Noord hoorde één van uw redacteuren het volgende bericht.

De 17 jarige Niek van Boeijen uit het Groningse Haren is onlangs zijn identiteitsbewijs verloren en dat is natuurlijk lastig. Erger wordt het als iemand jouw identiteitsbewijs vindt en daar vervolgens misbruik van gaat maken. En dat is wat er is gebeurd met het identiteitsbewijs van Niek van Boeijen uit Haren. Diefstal van identiteit noemen we dat met een mooi woord.

Op Marktplaats en Speurders worden al wekenlang door een onbekende spullen aangeboden onder de naam van Niek. Kennelijk heeft de vinder zijn identiteitsbewijs gebruikt om een bankrekening te openen en op die rekening laat hij mensen geld storten als betaling voor door hem te koop aangeboden goederen. Die goederen worden niet geleverd en de opgelichte kopers willen vervolgens hun geld terug.

Een aantal van hen benadert de familie Van Boeijen, maar die weten van niets. Zij hebben geen goederen te koop aangeboden en zij proberen dat ook aan de betrokken mensen uit te leggen. Maar niet iedereen gelooft hun verhaal en er volgen zelfs bedreigingen in de richting van het gezin van Niek. Niek gaat met zijn vader naar de politie om aangifte te doen van het misbruik van zijn identiteitsbewijs, maar daar krijgt hij te horen dat men niets voor hem kan doen omdat hij geen benadeelde is en niet financieel is gedupeerd. Einde verhaal.

Hoezo is Niek geen benadeelde? Een onbekende heeft zich onrechtmatig zijn identiteitsbewijs toegeëigend en is daarover gaan beschikken alsof hij de houder van dat bewijs is. Een beter voorbeeld van verduistering kun je je nauwelijks voorstellen. Maar kennelijk kent de politie in Haren het betreffende artikel niet. Voor de politie in Haren volgt daarom hier nog even de tekst van artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht:

Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.

U denkt misschien dat het gebeuren in Haren slechts een incident is. Dat is het niet. Gisterenmiddag kwam naar buiten dat de nieuwe minister van Veiligheid een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd waarin hij schrijft dat uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie is gebleken dat er het nodige ontbreekt aan de parate kennis van politiemensen. Kennis die de politieambtenaar nodig heeft in een bepaalde situatie om zijn werk goed te kunnen doen. De minister schrijft dat er te weinig wordt gedaan om die kennis bij te houden en dat er nooit enige toetsing van die kennis plaatsvindt.

Een en ander blijkt uit een meting die door de Inspectie Veiligheid en Justitie is gedaan onder 361 politieambtenaren. Zij kregen 39 meerkeuzevragen voorgelegd over verschillende politiezaken. De vragen gingen bijvoorbeeld over aanhouden, staande houden, onderzoek aan kleding en lichaam, binnentreden, doorzoeken, in beslag nemen en identiteitsonderzoek. Gemiddeld werd slechts 69% van de vragen juist beantwoord.

Ook in Haren lijkt enige bijscholing op zijn plaats. Maar daar heeft Niek van Boeijen nu niets aan. Het zou daarom goed zijn als de leiding van de politie in Haren alsnog ingrijpt en er voor zorgt dat Niek van Boeijen aangifte kan doen waarna de politie op zoek kan gaan naar de verduisteraar van zijn identiteitsbewijs. Want verduistering is echt wel strafbaar.

Noot:

Op de site van de politie gevonden:

Identiteitsfraude is het opzettelijk gebruiken van gestolen of vervalste identiteitspapieren. De naam en identiteit van een ander wordt misbruikt om strafbare feiten te plegen. Bent u slachtoffer van identiteitsfraude? Dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Doe daarom altijd aangifte bij de politie!

Ook hier zedenzaken onder de pet gehouden

Door Waarheidsvinder

De Britse politie heeft prominente politici jarenlang de hand boven het hoofd gehouden. Onderzoeken werden niet afgerond, raakten kwijt, of werden opgevraagd zonder dat er nog ooit iets van gehoord werd.

Zo begon een artikel in De Telegraaf van vandaag. Men verwijst voor de herkomst van dit bericht naar een al twee jaar lopend politieonderzoek in Engeland. Hoge politici die kinderen misbruiken en politie en justitie die dat gedrag afdekken en dat allemaal in een beschaafd land als Engeland. Gelukkig komt dat bij ons niet voor. Tenminste dat willen we graag geloven en de media in Nederland lijken daar aan mee te werken.

Recent las een van uw redacteuren het boek “Fred en de Wet” geschreven door misdaadjournalist Wim van de Pol. Op pagina 209 van dat boek begint een hoofdstuk onder de titel “Rolodex”. Het handelt over een in 1998 gestart onderzoek naar seksueel misbruik van kinderen (jongens) onder leiding van de toenmalige officier van justitie Fred Teeven. Volgens het boek heeft Fred Teeven in 2000 onthuld dat het onderzoek destijds was gericht geweest op een aantal hooggeplaatste ambtenaren van het ministerie van justitie. Gewezen wordt in het stuk naar onder meer een hoogleraar en enkele hoofdofficieren van justitie.

Het onderzoek leidde tot niets. Niet omdat er was vastgesteld dat er van seksueel misbruik geen sprake was, maar omdat er ergens in de top werd gelekt en alle betrokkenen daarna wisten dat er een onderzoek naar hen liep. Het onderzoek werd vervolgens gesloten. De daders bleven onbestraft en de slachtoffers waren de dupe.

Het is gemakkelijk naar andere landen te wijzen als het gaat om misstanden. Schrijven over schandalen zoals in Engeland kun je in Nederland zonder veel risico doen, maar schandalen in Nederland aanpakken, dat ligt natuurlijk veel gevoeliger. Kijkend naar het mislukte Rolodex-onderzoek, dan kan iedereen uitrekenen dat deze zaak alleen in de doofpot kon omdat de betrokken politici, justitiemedewerkers en politiemensen hun mond hielden en alle informatie over het onderzoek onder de pet hielden en houden. Van politici kunnen we dat wel begrijpen, de waarheid speelt nu eenmaal in de politiek niet of nauwelijks een rol.

Maar waar blijven die politiemensen en medewerkers van justitie die destijds van dichtbij zagen wat er gebeurde? Wordt het voor hen niet eens tijd met de waarheid naar buiten te komen of verschillen Nederland en Engeland niet zoveel op het gebied van wegmoffelen van de waarheid?

Misschien verdient deze zaak meer aandacht van de media dan alleen enkele pagina’s in een overigens zeer lezenswaardig boek.

Noot 21 maart

In het AD van heden een artikel over hetzelfde onderwerp waarin wordt gemeld dat advocaat Martin de Witte een voorlopig getuigenverhoor heeft aangevraagd namens een kliënt die in het verlden gedwongen als jongensprostitué zou hebben gewerkt. Hij wil onder meer Ivo Opstelten, Fred Teeven en Joris Demmink onder ede als getuige horen.

Noot 25 maart

Naar aanleiding van de actie van advocaat Martin Witte zijn er nu ook kamervragen gesteld. Langzamerhand lijkt ook de politiek een beetje wakker te worden.

Weinig vertrouwen in onderzoek naar dood van Larissa Dumont

Door Waarheidsvinder

Afgelopen vrijdag is het lichaam van Larissa Dumont uit Nieuwveen door het NFI opgegraven. Larissa overleed op 27 mei 1997 rond half negen ‘s avonds. We schreven al eerder over deze zaak.

“Doodgebeten door haar paard” was de conclusie van de politie destijds, de zaak ging op de plank zonder dat er zelfs maar sectie op het lichaam van Larissa was verricht. Aanvankelijk bevestigde ook haar toenmalige partner de conclusie van de politie tegen kennissen, maar later herriep hij dat en sprak hij over een noodlottig ongeval.

In 2007 kwamen de foto’s van de zaak toevalligerwijs in handen van een ervaren rechercheur. Die kon zijn ogen niet geloven en kaartte de zaak opnieuw aan bij de leiding. Ook toen weigerde men serieus onderzoek te gaan doen naar het overlijden van Larissa en de conclusie bleef , ook nu zonder dat er sectie op het lichaam was verricht, dat Larissa hoogstwaarschijnlijk was doodgebeten door haar paard.

Vorig jaar kwamen de foto’s in handen van Telegraafjournaliste Jolande van der Graaf. Zij deed uitgebreid onderzoek en schreef daar vervolgens over in de krant. Alle door haar geraadpleegde deskundigen zetten grote vraagtekens bij de conclusies van het politieonderzoek. Uiteindelijk besloten politie en justitie daarop dat men het lichaam van Larissa zou opgraven en dat is dus vrijdag gebeurd. Men beloofde daarnaast dat men een uitgebreid recherche-onderzoek zou gaan instellen. Het leek erop dat men de zaak nu wel serieus zou nemen.  Maar schijn kan bedriegen.

Naar aanleiding van de opgraving van het stoffelijk overschot verscheen gisteren een artikel in het Algemeen Dagblad. In dat artikel zijn uitspraken van onderzoeksleider Leo Simais en NFI antropoloog Reza Gerretsen opgenomen. Als de weergave van de woorden van de beide deskundigen in het artikel juist is, dan roepen de woorden van beide heren bij ons grote vraagtekens op.

Reza Gerretsen wordt in het artikel opgevoerd als de grote deskundige van het NFI, hij wordt zelfs aangeduid als de “mr. Bones van Nederland”. Wij kunnen niets zeggen over de kwaliteiten van deze mr. Bones, maar wel kunnen en mogen wij iets zeggen over de uitspraken van deze “onafhankelijke” deskundige.

Volgens het AD verklaarde Reza Gerretsen in de krant: “Ik ben blij dat de politie ons heeft gevraagd om te helpen. Het is toch vreselijk dat haar partner zonder enig bewijs wordt beschuldigd van betrokkenheid bij haar dood?”

Zonder dat deze bottendokter enig onderzoek heeft gedaan, hij zegt zelf dat hij daar maandag pas mee begint, is hij nu kennelijk al van mening dat de partner van Larissa onterecht van daderschap wordt beschuldigd. Een opmerkelijk uitspraak voor iemand die zichzelf deskundige noemt. Opmerkelijk omdat hij zijn onderzoek nog moet beginnen en opmerkelijk omdat dit soort uitspraken helemaal niet op zijn terrein liggen.

Ook onderzoekleider Leo Simais maakt het behoorlijk bont. Volgens het AD verklaarde hij: Het staat zeker niet vast dat het nieuwe onderzoek tot een andere conclusie zal leiden dan in 1997. Wij zien ook nu nog geen aanleiding om uit te gaan van een misdrijf”.

Voordat het onderzoek is begonnen, zegt de leider van het onderzoek dat hij nog geen aanleiding ziet om uit te gaan van een misdrijf. En hij zegt ook iets over het onderzoek van Reza Gerretsen. Volgens het AD zegt hij daarover:

” Zelfs als het onderzoek niets oplevert, zegt dat wel degelijk iets. Dat zou namelijk de theorie ontkrachten dat Larissa is omgebracht met een scherp voorwerp. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden daarvan met de huidige onderzoekstechnieken sporen op haar botten te vinden moeten zijn.”

Een opmerkelijke en ondeskundige opmerking van de onderzoeksleider. Rechercheurs die hun vak verstaan kennen allemaal de volgende stelling: ” The beyond of evidence is no evidence of beyond” In goed Nederlands betekent dit dat de afwezigheid van bewijs geen bewijs is van afwezigheid. Met andere woorden, als er geen sporen van een mes op de botten van Larissa worden aangetroffen, dan wil dat nog niet zeggen dat ze niet kan zijn omgebracht met een scherp voorwerp. Het wil alleen zeggen dat er geen forensisch bewijs voor is gevonden. Niet meer niet minder.   

In deze zaak zijn er buiten de verwondingen veel meer aanwijzingen dat er sprake is van een misdrijf en dat iemand een ongeluk  in scene heeft gezet. ” Staging” noemt men dat met een mooi Engels woord. En als daar sprake van is, dan is de dader meestal een bekende van het slachtoffer. Het lijkt er echter op dat die aanwijzingen voor Staging op de voorhand al door Simais en Gerretsen terzijde zijn gelegd.

Kortom, de in het AD aangehaalde uitspraken van beide heren geven weinig reden voor optimisme dat er inderdaad een deskundig en vooral onafhankelijk onderzoek zal plaatsvinden. Hun uitspraken doen vermoeden dat voor hen de uitslag van het onderzoek al vaststaat. Als dat zo is dan wint het belang van het imago van politie, justitie en het NFI het opnieuw van de feiten.

Een rechtsstaat onwaardig.

 

De gewelddadige dood van Larissa Dumont

Door Waarheidsvinder

Op 27 mei 1997 rond half negen ‘s avonds werd in een paardenbak van een vrijstaande woning in het Zuid-Hollandse dorpje Nieuwveen het levenloze lichaam gevonden van de toen 25 jarige Larissa Dumont, een succesvol westernrijdster en moeder van een zoontje van 3 jaar. Larissa had zware verwondingen aan haar keel en op diverse plaatsen in de paardenbak werden bloedsporen aangetroffen.

Het lichaam van Larissa werd gevonden door haar partner die verklaarde naar haar op zoek te zijn gegaan omdat ze zo lang uit de woning wegbleef. Vlak bij Larissa stond haar paard, Jetalito Jet Set. Een Quarter horse (westernpaard) waarmee zij tijdens wedstrijden veel prijzen had gewonnen. Het beest had bloed aan het hoofd bij mond en neus.

De gewaarschuwde politie kwam na een kort onderzoek tot de conclusie dat het vermoedelijk om een ongeluk ging. De verwondingen van Larissa zouden hoogstwaarschijnlijk door haar paard zijn toegebracht.

Kennelijk was er echter een politieman die de zaak niet helemaal vertrouwde want hij ging met de foto’s naar een in de buurt wonende patholoog van het NFI. Toen deze de foto’s had gezien verklaarde hij dat de verwondingen zeer wel mogelijk door een paard zouden kunnen zijn toegebracht maar hij adviseerde toch om sectie op het lichaam te laten verrichten. Om de éen of andere reden dacht de geraadpleegde officier van justitie daar anders over en het onderzoek naar de dood van Larissa werd zonder dat er sectie op haar lichaam was verricht gesloten. Er vond alleen een lijkschouw plaats en de conclusie van de schouwarts was dat het zeer wel mogelijk was dat Larissa was overleden als het gevolg van paardenbeten.

Larissa werd begraven en de zaak ging op de plank.

De zaak bleef vervolgens stil tot 2007.

Bij toeval kreeg toen een niet bij de zaak betrokken rechercheur de foto’s van het aantreffen van Larissa onder ogen. Nadat hij de foto’s eens goed had bekeken kon hij niet tot een andere conclusie komen dan dat het eerste onderzoek onvolledig was geweest. Bovendien concludeerde hij na het zien van de foto’s dat de aard van het letsel van Larissa niet verenigbaar was met paardenbeten. Er was onder meer sprake van scherprandig letsel, iets wat niet door paardetanden veroorzaakt kon zijn.Verder klopten andere details niet. De foto’s toonden volgens hem aan dat Larissa hoogstwaarschijnlijk het slachtoffer van een misdrijf was geworden. Hij stelde de verantwoordelijken van zijn korps (schriftelijk)van zijn bevindingen in kennis en verwachtte eigenlijk dat men het onderzoek zou heropenen. Het duurde uiteindelijk heel lang voordat hij uiteindelijk een officiële reactie kreeg en die reactie was zeer teleurstellend. Men had de zaak door het NFI laten bekijken en hem werd gerapporteerd dat men daar geen reden zag om terug te komen op het eerdere standpunt van de schouwarts dat Larissa was overleden ten gevolge van paardenbeten. De zaak ging opnieuw op de plank, ten minste bij politie en justitie.

In 2014 kwamen de foto’s echter in handen van Telegraaf journaliste Jolande van der Graaf. Zij ging vervolgens op onderzoek uit, hoorde vele getuigen en raadpleegde allerlei deskundigen.

Een van de door haar geraadpleegde deskundigen was patholoog Danny Spendlove. Na bestudering van de foto’s was hij heel duidelijk. De verwondingen bij Larissa pasten volgens hem zeker niet bij paardenbeten. Volgens hem ging het om klassieke snijwonden, vrijwel zeker toegebracht met een mes. Honderd procent een misdrijf verklaarde deze patholoog tegenover De Telegraaf. Spendlove adviseerde vervolgens het lichaam van Larissa alsnog op te graven en sectie te verrichten.

Ook de door Jolande van der Graaf geraadpleegde andere deskundigen verbaasden zich over de conclusie van de politie destijds. Ook volgens hen kon er geen sprake van zijn dat Larissa door haar paard was doodgebeten.

Wij kennen de zaak ook. Wij zijn het met Danny Spendlove eens. Larissa Dumont is nagenoeg zeker met geweld om het leven gebracht. Noch de conclusies van de politie destijds noch het verhaal van haar toenmalige vriend vinden naar onze mening enige steun in de feiten.

Nadat begin juli 2014 in De Telegraaf een artikel was verschenen waarin Jolande van der Graaf verslag deed van haar bevindingen, maakten politie en justitie begin september 2014 bekend dat zij de dood van Larissa Dumont opnieuw zouden laten bekijken door een team van experts.

Kennelijk heeft dat onderzoek door experts meer duidelijkheid gegeven, want vandaag meldt De Telegraaf dat het onderzoek in de zaak eindelijk wordt heropend. Het stoffelijk overschot van Larissa zal volgende week worden opgegraven en overgebracht naar het NFI alwaar sectie op het lichaam zal worden verricht. Daarnaast zal volgens De Telegraaf het 15 man sterke Cold Case Team van de politie-eenheid Den Haag gaat het tactische onderzoek doen. Men gaat onder meer de door de Telegraaf opgespoorde getuigen en deskundigen horen.

We wachten af.

OM verzwijgt bekentenis werkelijke dader in persbericht

Door Waarheidsvinder

 

Naar aanleiding van de mishandelingszaak in Cool Down heeft het OM gisteren een persbericht doen uitgaan. Leest en huivert.

De rijen sluiten zich weer en de waarheid is het slachtoffer.

Onvoldoende bewijs voor zware mishandeling café

Anders dan het programma Kennis van Nu van de NTR vanavond volgens sommige media zal melden, heeft de officier van justitie de zaak tegen een 23-jarige vrouw geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs. De 23-jarige werd verdacht van zware mishandeling van een andere vrouw, maar wordt hiervoor niet vervolgd.Het slachtoffer zou op 30 augustus 2013 in een café in de buurt van het Leidseplein ruzie hebben gekregen met een vrouw tussen de 20 en 30 jaar oud. Ze is daarbij met een scherp voorwerp tegen haar hoofd geslagen, waardoor ze meerdere snijwonden in haar gezicht opliep.

Beelden

Van het incident zelf zijn geen beelden beschikbaar, wel van de bar en buiten de horecagelegenheid. Deze beelden zijn getoond aan twee getuigen en het slachtoffer. Eén getuige herkent de verdachte niet op de beelden. De andere getuige wel en het slachtoffer in latere instantie ook. Er is naar aanleiding van de beelden en die herkenning van de verdachte op de beelden aandacht geweest in het opsporingsprogramma Bureau 020 van AT5 om de identiteit van de verdachte te achterhalen. Na de uitzending heeft de 23-jarige verdachte zich gemeld bij de politie en is ze verhoord. Ze heeft in haar verhoor en later bij de rechter-commissaris ontkend het slachtoffer een glas in het gezicht te hebben gegooid.

Onvoldoende bewijs

De advocaat van de verdachte heeft een deskundige de herkenningen door het slachtoffer en de getuigen laten onderzoeken. Ook heeft hij het verhoor door de verbalisanten laten onderzoeken. De rapporteur concludeert dat de herkenningen weinig valide zijn. Daarnaast is hij kritisch op de manier waarop de politie heeft verhoord. Los van de bevindingen van de rapporteur zou volgens de officier van justitie de herkenning in combinatie met de andere onderzoeksbevindingen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs leveren. De kritiek in het rapport op het verhoor door de verbalisanten is dan ook niet de reden voor de sepotbeslissing, zoals het wetenschapsprogramma Kennis van Nu van de NTR vanavond volgens sommige media meldt.

Geen strafbare feiten

Het OM heeft na de beslissing in december 2014 de vrouwelijke verdachte niet te vervolgen het rapport van de deskundige beoordeeld op eventueel strafbaar handelen van de verbalisanten. Volgens het OM zijn er geen strafbare feiten gepleegd door de verbalisanten. Het OM is wel van mening dat de kritiek van de rapporteur het professioneel handelen van de verbalisanten raakt en heeft daarom het rapport deze week in handen van de eenheidsleiding van de politie-eenheid Amsterdam gesteld.

Tot zover het persbericht.

Opvallend is dat in dit persbericht nergens wordt gesproken over het feit dat de werkelijke daderes van de mishandeling zich later vrijwillig bij de politie heeft gemeld maar dat zij door de politie als leugenaar werd bestempeld en haar verklaring niet serieus werd genomen.De aandacht blijft dus alleen gevestigd op de jonge vrouw wiens beelden op de tv zijn getoond.

Door op deze manier te reageren wekt het OM ten onrechte de indruk dat de politie wel degelijk de goede verdachte heeft aangehouden maar dat het bewijs ontbreekt om haar te veroordelen. Dat is een regelrechte schande. De getoonde vrouw heeft gewoon niets met de mishandeling te maken en de werkelijke daderes is bekend.

Excuses en een schadevergoeding zouden daarom op hun plaats zijn.

Studente legt valse bekentenis af onder druk verhoorders

Door Waarheidsvinder

Iedereen heeft zo langzamerhand wel eens gehoord van de zaak Ina Post ( 1986), de Puttense moordzaak (1994) en de Schiedammer parkmoord (2000). De overeenkomst tussen de zaken is dat er in alle drie de zaken sprake was van een gerechtelijke dwaling en dat er voor deze zaken aanvankelijk mensen onschuldig zijn veroordeeld nadat zij onder grote druk van de politie een valse bekentenis hadden afgelegd. Wanneer je met vertegenwoordigers van politie en justitie over deze zaken spreekt, dan roepen ze bijna allemaal dat dit oude koek is en dat dit soort zaken nu niet meer mogelijk zijn. Na de Schiedammer parkmoord zijn volgens hen de regels verscherpt, de politiemensen beter opgeleid en de verhoren verder geprofessionaliseerd. Bovendien worden bij de grotere zaken de verhoren digitaal vastgelegd en zullen valse bekentenissen volgens hen daarom niet meer voorkomen.

De mensen die dit denken, kunnen we uit de droom helpen. De procedures zijn weliswaar veranderd, maar het gedrag van veel politiemensen en vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie niet. Nog steeds lopen er veel politiemensen rond die dat geklets over gerechtelijke dwalingen allemaal onzin vinden en die kennelijk scoren nog steeds belangrijker vinden dan de waarheid. Een triest voorbeeld is de volgende zaak. Let wel deze zaak speelde niet jaren geleden in een klein dorpje ergens in Nederland, maar eind 2013 in de grootste stad van Nederland, Amsterdam dus. Het geluk met deze zaak is dat de verhoren inderdaad zijn opgenomen, zodat precies vastgesteld kon worden hoe de verhoren zijn verlopen. Politie en justitie vonden het kennelijk allemaal geen probleem, want zij deden er niets mee. Uit de opnames blijkt dat er kennelijk niets is veranderd sinds de afgedwongen valse bekentenissen van Ina Post, van Dubois en Viets in de Puttense moordzaak en van Cees Borsboom bij de Schiedammer parkmoord.

Op vrijdag 30 augustus 2013 rond 02.15 uur gooit een bezoekster van het kleine Cooldown cafe aan de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam per ongeluk wat drank over een medebezoekster van het café. Onmiddellijk biedt zij haar verontschuldigingen aan en wil weg lopen. Op dat moment voelt zij een hevige pijn in haar gezicht. Later blijkt dat die bezoekster een glas in haar gezicht heeft stukgeslagen.

Het hevig bloedende slachtoffer wordt door andere bezoekers van het café naar buiten gedragen en vervolgens per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar blijkt dat het slachtoffer behoorlijk geluk heeft gehad. Het kapotte glas heeft net haar rechter oog gemist en ze komt er af met snijwond boven het oog. Het slachtoffer doet vervolgens aangifte bij de politie en die gaat op zoek naar de dader.

Aan de hand van de verklaring van een getuige komt men tot een signalement van de vermoedelijke dader. Het zou gaan om een blanke vrouw van 20-30 jaar, met lang blond haar. Er zijn geen camerabeelden van de mishandeling. Aan de hand van het opgegeven signalement gaat de politie daarom beelden bekijken van de camera’s die buiten zijn aangebracht. Daar vindt men beelden van een jonge vrouw, die volgens de politie verantwoordelijk zou zijn voor de mishandeling.

Omdat de politie niet achter de identiteit van de onbekende vrouw op de beelden kan komen, zet men de camerabeelden van deze vrouw onder meer op de site Politie.nl en de site 112.regio.nl. De tekst bij de beelden is duidelijk, er staat onder meer bij de beelden:

In het Cooldown café in de Lange Leidsedwarsstraat is in de nacht van donderdag 29 op vrijdag 30 augustus een 25 jarige vrouw mishandeld. Uit het niets wordt ze met een glas in haar oog gestoken. Van de verdachte zijn goede camerabeelden vrijgegeven.

Iedereen die de beelden van de vrouw ziet, kan door deze omschrijving niet anders concluderen dan dat zij de dader van de mishandeling is. Dat geldt ook voor de vrouw zelf. Nadat zij de beelden op het internet ziet, schrikt zij enorm. Zij was inderdaad op de bewuste avond in het café maar ze weet zeker dat ze niets te maken heeft met de mishandeling waarover wordt gesproken.

Net als de meeste mensen gelooft deze jonge vrouw in de objectiviteit van de politie. Zij denkt dat de politie al snel zal ontdekken dat zij niets met de mishandeling te maken heeft. Ze meldt zich daarom nog dezelfde avond aan het politiebureau met de mededeling dat haar foto’s ten onrechte op het internet zijn gezet, omdat zij niets met de mishandeling te maken heeft. De vrouw wordt daarop overgedragen aan de rechercheurs die met het onderzoek zijn belast.

In plaats van op zoek te gaan naar de waarheid, nemen de beide rechercheurs de vrouw flink onder handen. Ze geloven niets van haar verhaal en houden haar voor dat uit de camerabeelden blijkt dat zij wel degelijk de mishandeling heeft gepleegd. Die camerabeelden zijn er niet, maar dat weet de vrouw niet, de rechercheurs liegen dus tegen haar. De vrouw denkt dat de rechercheurs de waarheid vertellen en begint aan zichzelf te twijfelen, want camerabeelden liegen immers niet. Uiteindelijk geeft ze volledig overstuur toe dat ze het kennelijk wel gedaan moet hebben als daar beelden van zijn, maar herinneren kan ze zich er niets van. Dat interesseert de beide rechercheurs niet. Voor hen is de zaak opgelost en zo wordt dat ook naar buiten gebracht.

Waar de beide rechercheurs echter geen rekening mee hebben gehouden, is dat de werkelijke dader van de mishandeling dat nieuws te horen krijgt. Zij beseft dan dat een andere vrouw veroordeeld zal gaan worden voor een mishandeling die zij heeft gepleegd en dat wil ze niet. Uiteindelijk besluit ze zichzelf bij de politie te melden en daar vertelt zij dat zij degene is die de mishandeling in het Cooldown café heeft gepleegd en dat de andere vrouw onschuldig is. De waarheid komt dus boven tafel zou je zeggen. Gerechtigheid dus. Dat mag je toch denken?.

De vrouw valt in handen van dezelfde rechercheurs die eerder de andere vrouw een bekentenis hebben afgedwongen en die rechercheurs zijn niet blij met haar. Indien zij de bekentenis van deze vrouw serieus nemen, moeten zij daarmee toegeven dat ze de eerste vrouw tot een valse bekentenis hebben gedwongen en daar voelen zij helemaal niets voor. Zij laten kennelijk liever een onschuldige veroordelen dan hun fouten toe te geven. Hun optreden lijkt op het optreden van de officier van justitie in de zaak van Wik H. Toen hij spontaan de moord op Nienke Kleiss bekende, wilde de officier van justitie daar aanvankelijk niet aan omdat dan zou blijken dat Cees Borsboom ten onrechte was veroordeeld. Die had immers ook “bekend”.

De werkelijke dader van de mishandeling wordt door de verhoorders tijdens het verhoor met hel en verdoemenis bedreigd om haar zo te bewegen haar bekentenis in te trekken. De verhoorders beschuldigen haar er zelfs van dat ze zich mogelijk heeft laten betalen om de schuld van de mishandeling op zich te nemen. Je laten betalen om onschuldig te worden veroordeeld? Zeker naar de verkeerde films gekeken.

Uiteindelijk raakt de vrouw zo wanhopig dat ze weigert nog met de rechercheurs te praten. Ze beroept zich dan op haar zwijgrecht. Iemand die vrijwillig naar het bureau is gekomen om een bekentenis af te leggen, beroept zich opeens op haar zwijgrecht. We hoeven niet uit te leggen dat er dan echt wel iets aan de hand moet zijn geweest tijdens het verhoor.

Uiteindelijk besluit de officier van justitie de zaak niet voor de rechter te brengen nadat deskundigen een vernietigend oordeel hebben gegeven over de verhoren. Maar in plaats van maatregelen te nemen en het onderzoek over te laten doen kiest hij er dus voor de zaak te seponeren. Mogelijk was hij bang dat anders de vuile was immers op straat zou komen te liggen.

De beslissing van justitie heeft natuurlijk grote gevolgen voor de drie betrokken vrouwen.

Het slachtoffer moet verder met de gedachte leven dat degene die haar heeft mishandeld onbestraft zal blijven.

De vrouw die tot de valse bekentenis is gedwongen is haar vertrouwen in politie en justitie volledig kwijt geraakt en zal tot een lengte van jaren met haar gezicht op het internet blijven staan als dader van een zware mishandeling. Dit terwijl zij recht heeft op publiekelijk eerherstel en excuses van politie en justitie.

De werkelijk dader lijkt er het beste van af te komen. Zij komt door het geklungel van de politie zonder straf weg, maar ook zij zal het vertrouwen in politie en justitie toch volledig kwijt zijn geraakt door de schofterige behandeling die zij heeft ondervonden.

Maar behalve slachtoffers zijn er natuurlijk ook de verantwoordelijken, namelijk de twee rechercheurs die een onschuldige tot een valse bekentenis hebben gedwongen en een schuldige hebben zo onder druk hebben gezet dat ze haar bekentenis in trok. Veel bonter kun je het toch niet maken als politieman.

Kennelijk denken de leiding van politie en justitie in Amsterdam daar anders over. Ook zij hebben kennelijk niets geleerd van het verleden, want zij houden de waarheid in deze zaak onder de pet en de beide rechercheurs komen straffeloos weg met hun wangedrag. Misschien heeft dat te maken met het feit dat één van de betrokken rechercheurs landelijke bekendheid heeft gekregen als Kamerlid van de PVV.

Maar hoe het ook zij, nu ligt de zaak op straat. De Telegraaf schrijft er vandaag uitgebreid over en in het artikel komt ook één van de beide rechercheurs, voormalig 2e kamerlid Hero Brinkman aan het woord. Hij vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan en dat de zogenaamde deskundigen maar wat kletsen. Hij is nog steeds van mening dat er niets mis is met de bekentenis van het meisje en hij zegt dat hij denkt dat de vader van dat meisje het andere meisje heeft betaald om de schuld op zich te nemen, hoewel daar geen bewijzen voor zijn. Ook bij Brinkman wint de overtuiging het dus van de feiten zoals bij alle gerechtelijke dwalingen.

We mogen hopen dat nu de zaak in de media is gekomen dat er wel een onderzoek wordt gestart naar de juiste gang van zaken en dat dit onderzoek allereerst zal leiden tot excuses aan – en eerherstel van de ten onrechte beschuldigde vrouw en tot vervolging van de werkelijk dader, hoewel je je kunt afvragen of dat dit nu nog redelijk is.

Het belangrijkste is echter de vraag wat men gaat doen met de twee betrokken rechercheurs. Komen ook zij met de schrik vrij of zullen politie en justitie deze keer laten zien dat men het begrip waarheidsvinding serieus neemt? Als dat laatste het geval is, dan lijkt er voor Brinkman en zijn geen collega geen plaats meer bij de politie. We wachten het af.

Cursus mentale weerbaarheid politie een flop

Door Waarheidsvinder

Enkele jaren geleden kwam aan het licht dat veel politiemensen kampen met psychische problemen veroorzaakt door hun werk. Zaken als gevaarlijke arrestaties, aangevallen of uitgescholden worden en situaties die op een manier erg stressvol zijn, leidden tot allerlei klachten bij politiemensen. Daar moest natuurlijk iets aan worden gedaan.

Gelukkig hebben we een zeer “daadkrachtige” minister van veiligheid en politie en hij bedacht dat het goed zou zijn om 40.000 politiemensen naar een driedaagse cursus mentale weerbaarheid te sturen. Deze cursus kostte alles bij alles 45 miljoen euro. Dat is veel geld, maar als het helpt, is dat niet zo erg. Maar dat bleek niet zo te zijn, de cursus bleek geen enkel resultaat te hebben opgeleverd. Dat verbaast ons absoluut niet.

We hebben het dan niet eens over sommige, belachelijke, onderdelen van de cursus, zoals het uitvoeren van traditionele Maori-dans, maar beperken ons tot het idee dat je mensen door het volgen van een cursus van 3 dagen echt kunt veranderen. Onzin natuurlijk.

Naar onze mening moet de oplossing heel ergens anders worden gezocht. In de eerste plaats moet er een andere manier van selecteren plaatsvinden. Niet iedereen is voor elke functie geschikt en dus moet je daar bij sollicitaties al rekening mee houden. Surveilleren in een achterstandswijken vraagt nu eenmaal een heel ander soort politiemensen dan het bestrijden van internetfraude. De behandeling van zedenzaken lijkt niet op de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. En het schrijven van parkeerbonnen lijkt niet op het onderzoeken van ingewikkelde moordzaken. Vechtpartijen op straat vragen een heel andere soort benadering dan misbruikte kinderen.

De gedachte dat iedere politieman/vrouw alles moet kunnen is daarom volslagen onzin. De uniformdienst en de recherche moeten van elkaar los worden gekoppeld. De werkzaamheden verschillen te veel van elkaar en vereist een heel andere type mens.

Naast een andere aanpak van selectie moet ook de opleiding van de jonge politieambtenaar veranderen. Het is van belang dat de nieuwe politieambtenaar voldoende theoretische ondergrond opdoet tijdens de opleiding, maar daarnaast moet er veel meer worden gedaan aan praktijkbegeleiding. Gewoon ouderwets langere tijd samen met een ervaren collega ervaring opdoen en luisteren wat er wordt gezegd. Gewoon aan het handje lopen van praktijkmensen die van wanten weten en hen in de praktijk laten zien uit welk hout je moet zijn gesneden om het werk goed te kunnen doen. Dat je tegen een stootje kunt en begrijpt dat je er bent voor de burger.

Gewoon ouderwets worden aangestuurd door leidinggevenden die hun sporen in de praktijk hebben verdiend. Die hun vak beheersen. Die beslissingen durven nemen en naast hun mensen staan. Die voorop lopen als er problemen zijn. Die respect van hun personeel afdwingen. Die maatregelen nemen als dat nodig is. Die niet bang zijn voor scheve gezichten.

Weg met de managers die vanachter hun bureau de wereld denken te kunnen besturen. Niks sturen op afstand, gewoon samen aanpakken. Weg met al die overbodige planners, rapportenschrijvers, beleidsmakers en communicatiedeskundigen. Gewoon met zijn allen boeven vangen, doen wat de burger van de politie verwacht.

Opengooien die politiebureau, makkelijk toegankelijk maken voor het publiek, en de balies van deze bureaus weer laten bemannen door ervaren politiemensen in plaats van goedwillende burgers zonder politie-ervaring.

Op die manier krijg je als politie weer het vertrouwen van de burgers en dan komt ook het zelfvertrouwen bij de politiemensen als vanzelf terug.

Want het werken bij de politie is een vak en daarvoor heb je vakmensen nodig. En voor vakmensen hoef je dit soort cursussen niet te geven.

Overlijden Les Strijder wel degelijk misdrijf

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond schonk het programma Opsporing Verzocht onder meer aandacht aan een reeds 12 jaar oude zaak, namelijk de dood van de toen 53-jarige Les Strijder uit Ede. Wij zijn geen vaste kijkers van dit reclameprogramma van politie en justitie, maar na een tip van een bevriend journalist hebben wij de moeite genomen de uitzending van Opsporing Verzocht te bekijken.

Woordvoerder van de politie over de zaak was de ons (helaas) maar al te goed bekende Bernard Jens. In prachtige volzinnen probeerde hij de kijker uit te leggen dat er in deze zaak destijds prima onderzoek was gedaan, maar dat men niet met de zaak was doorgegaan omdat er volgens de patholoog sprake was geweest van een natuurlijke dood en men verder geen aanwijzingen had voor een misdrijf. De zaak was daarom opgelegd als een natuurlijke dood. Zelden hebben we in een dergelijk kort tijdsbestek zoveel onzin gehoord.

Maar nu de feiten.

In de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 november 2002 rond 04.30 uur werd op de parkeerplaats Bosberg, langs de A27 nabij Hilversum, het lichaam gevonden van de 53-jarige Les Strijder. De parkeerplaats waar het lichaam van Les werd gevonden stond destijds bekend als een homo-ontmoetingsplaats. Les had de bewuste nacht gewerkt tot ongeveer 03.00 uur gewerkt en de parkeerplaats waar zijn lichaam werd gevonden lag niet op de route van zijn werk naar huis. Het laat zich dus raden wat het doel van het bezoek van Les aan die parkeerplaats is geweest.

Het feit werd ontdekt door een vaste bezoeker van de ontmoetingsplaats, die daar op zoek was naar een contact met een gelijkgestemde. Bij het oprijden van de parkeerplaats trof de man een Renault Twingo aan die daar vreemd stond geparkeerd. Bovendien viel het de man direct op dat de motor van de auto nog liep, maar dat er geen bestuurder in de buurt te zien was. Bij het bekijken van de auto zag de man daarnaast dat er in het linker voorportier van de auto een deuk zat met daarin een duidelijk zichtbare afdruk van een schoen en ook op de ruit van het portier van de auto zit een dergelijke afdruk. Kennelijk had iemand met geweld tegen het portier geschopt..

In de omgeving zag de man een geopende tas liggen waaruit allerlei spullen waren gegooid of gevallen. De man heeft daarop de politie gebeld die binnen korte tijd ter plaats was. De agenten troffen vervolgens in de omgeving van de auto in de struiken het lichaam van een man aan. Het bleek te gaan om de 53 jarige Les Strijder uit Ede.

Volgens politiewoordvoerder Bernard Jens was de politie destijds een groot onderzoek gestart. Daarbij was onder meer gebleken dat er een aantal eigendommen van Les Strijder waren verdwenen; een werkjas, een rijbewijs en een mobiele telefoon.

Natuurlijk werd er ook door het NFI sectie verricht op het lichaam van Les Strijder en de conclusie van de patholoog was volgens de politie dat Les was overleden aan een hartstilstand. Op de site van de politie lezen we vervolgens:

Wegens gebrek aan verder bewijs en getuigen en doordat uit sectie bleek dat Les Strijder een natuurlijke dood (hartdood) stierf, is het onderzoek al vrij snel stilgelegd en zijn overlijden al die jaren de boeken ingegaan als “geen misdrijf”.

Hoezo “geen misdrijf”? Je hoeft echt geen rechercheur te zijn om te kunnen concluderen dat er hoogstwaarschijnlijk sprake was van een gewelddadige beroving en dat wordt in dit land nog steeds als een ernstig misdrijf beschouwd.

Maar dit is niet alles. Bij de sectie op het lichaam van Les Strijder waren door de patholoog op het lichaam van Les Strijder daarnaast sporen van geweld aangetroffen. Een pathologe van het NFI vertelde in het programma Opsporing Verzocht dat destijds ook was vastgesteld dat op het lichaam van Les Strijder diverse blauwe plekken waren aangetroffen, die door slaan of vallen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Bovendien waren deze verwondingen aangebracht toen hij nog leefde.

De combinatie van al deze zaken; de verdwenen spullen, de schade aan de auto van het slachtoffer en het letsel aan het lichaam van Les Strijder maken het onbegrijpelijk dat de politie deze zaak destijds als natuurlijk dood heeft afgedaan.

Normaal zouden we nooit meer iets van deze zaak hebben gehoord, ware het niet dat er recent informatie bij de politie is binnengekomen waarin op twee broers uit Lelystad werd gewezen en die zouden destijds betrokken zijn geweest bij de beroving van Les Strijder en mogelijk ook bij diens dood. Nu moet de politie wel in actie komen en dat doet men met verve. De zaak wordt flink opgeklopt, want nu kan er misschien worden gescoord en dat is natuurlijk belangrijk.

Normaliter zou er na al die jaren geen sporenonderzoek meer kunnen plaatsvinden, aangezien de politie destijds de auto en de kleding aan de familie had teruggegeven. In dit geval lijkt er sprake van een geluk bij een ongeluk. De familie van Les Strijder vertrouwde de zaak destijds niet en blijkt de kleding van Les te hebben bewaard. Die kleding wordt nu alsnog bij het NFI op DNA onderzocht.

Het zou goed zijn als politie en justitie eerst publiekelijk hun excuses zouden aanbieden aan de nabestaanden van Les Strijder. Want als de zaak nu alsnog worden opgelost dan is dat “ondanks” de politie en niet “dankzij”, hoe goed Bernard Jens ook zijn best doet om recht te breien wat krom is.

Openbaar ministerie als rechter is geen succes

Door Waarheidsvinder

Al jarenlang hebben wij niet alleen kritiek op het werk van de politie, maar ook op het werk van het openbaar ministerie. Te vaak zagen wij dat het het OM niet om de waarheid ging, zoals zou moeten, maar vooral om het scoren. De gerechtelijke dwalingen, die de laatste jaren bekend zijn geworden, zijn daar onder meer het bewijs van.

Hoewel je geen rechtsgeleerde hoefde te zijn om te zien dat de politieonderzoeken in de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord, de zaak Ina Post, de zaak Lucia de Berk en de zaak Spelonk van geen kant deugde, bracht het OM de zaken toch vol vuur voor de rechter met als enig resultaat dat het leven van de onterecht veroordeelden werd vernield en dat er later enorme schadevergoedingen betaald moesten worden. Onnodige kosten voor de belastingbetaler.

We hebben het dan nog niet eens over het feit dat de werkelijke dader in enkele gevallen (Schiedam en Putten) in de tussentijd gewoon door kon gaan met zijn criminele activiteiten, met alle gevolgen van dien voor de slachtoffers.

De huidige minister van justitie en zijn staatssecretaris maken zich echter niet druk om gerechtelijke dwalingen, zij beschouwen gerechtelijke dwalingen kennelijk als een logisch neveneffect van de opsporing. Beide politici willen graag gezien worden als de grote boevenvangers en om dat te bereiken kreeg bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie uitgebreidere bevoegdheden om zelf, buiten de rechter om, straffen op te leggen. Het zelfde openbaar ministerie dat er al veel te vaak blijk van heeft gegeven scoren belangrijker te vinden dan de waarheid.

De gevolgen van het toekennen van die bevoegdheid aan het OM kon je voorspellen; het gaat heel vaak mis, zo blijkt nu uit een onderzoek dat is verricht in opdracht van de Hoge Raad. Zij heeft veel kritiek op de manier waarop het OM zelf straffen oplegt. Het OM mag zoals vermeld in bepaalde gevallen een zaak meteen afdoen, maar dat gaat vaak niet goed, heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad laten weten aan minister Opstelten.

In 8 procent van de ZSM-zaken krijgt iemand een straf terwijl er onvoldoende bewijs is. Dat is ook het geval bij de afhandeling van beroepschriften tegen verkeersboetes en straffen die worden opgelegd voor lichte misdrijven als winkeldiefstal. Verder worden soms straffen opgelegd door onbevoegde ambtenaren bij het OM.

Ook worden geregeld straffen opgelegd op basis van een proces-verbaal dat niet ondertekend is of op basis van alleen mondelinge informatie van de politie. En in een groot aantal van de onderzochte zaken is de identiteit van de verdachte niet juist vastgesteld, meldt de procureur-generaal.

Maar er gaat nog meer mis bij het opleggen van straffen door het Openbaar Ministerie. Zo worden jeugdige verdachten niet altijd verhoord, staat soms de juiste datum niet in de strafbeschikking en wordt het strafbare feit niet juist vermeld.

Kortom, het Openbaar Ministerie levert vaak broddelwerk en is dus ongeschikt als rechter. Maar voor wie is dat nog een verrassing?