Skip to content

Steeds meer moorden niet ontdekt ?

Door Waarheidsvinder

De kwaliteit van de gerechtelijke secties in Nederland staat al jaren ter discussie. Regelmatig worden ook door deskundigen grote vraagtekens gezet bij de kwaliteit van de pathologen die in dienst zijn van het NFI. We kennen zelf voldoende zaken waarbij de uitslag van de sectie zodanig was dat er buiten het NFI niemand was te vinden die het oordeel van de patholoog deelde.

Maar naast de kwaliteit van de uitgevoerde secties is er, zo blijkt uit een artikel in De Telegraaf van vandaag, nu ook een probleem met de kwantiteit. In gewoon Nederlands betekent dit dat er steeds minder gerechtelijke secties in Nederland plaatsvinden, niet omdat er steeds minder zaken zijn die in aanmerking komen voor een sectie maar omdat er moet worden bezuinigd. Volgens De Telegraaf is het aantal door justitie aangevraagde autopsies is de afgelopen jaren bijna gehalveerd.

Geschat wordt dat er per jaar minimaal 5000 niet-natuurlijk overlijdens zijn en in nog geen 300 gevallen daarvan volgt er een sectie. Het getal van 5000 is trouwens niet eens een hard getal, want niemand weet hoeveel overlijdens er jaarlijks ten onrechte als natuurlijk of als ongeval worden bestempeld. Een rapportage in Brandpunt liet immers recent zien dat ook de kwaliteit van de schouwartsen in Nederland sterk te wensen overlaat.

Als je dan bedenkt dat er ook over de kwaliteit van het politiewerk in dit soort zaken nogal eens wat te zeggen valt, we hebben voorbeelden genoeg, dan hoef je geen doemdenker te zijn om door te hebben dat er in Nederland jaarlijks nogal wat moorden onontdekt blijven en dat de daders er dus straffeloos mee weg komen.

Als je in Nederland iemand om het leven brengt, anders dan door het gebruik van een vuurwapen of een slag- of steekwapen, want dan kan zelfs een blinde zien dat er geen sprake is van een natuurlijke dood, dan maak je een goede kans dat de zaak als een natuurlijk overlijden, zelfmoord of een ongeval wordt afgedaan. Behalve natuurlijk als de overledene een bekende oud-politica is, dan gelden andere regels. Dan wordt wel alles in het werk gesteld om de waarheid te vinden.

Daar is op zich niets mis mee, de nabestaanden hebben daar recht op. Maar dat zou ook moeten gelden voor alle andere nabestaanden. In Nederland zijn we toch allemaal gelijk?

Onderzoekster Marple ontslagen

Door Waarheidsvinder

We schreven op deze site al enkele malen over de twijfelachtige activiteiten van Commissaris van politie Greet Elsinga. Naast haar werk bij de politie was ze ook druk met haar eigen recherchebureau Marple, ook wel optredend onder de naam Suver. Die activiteiten als particulier rechercheur oefende ze uit buiten medeweten van haar werkgever, de Nationale Politie. Bij die werkgever had ze wel gemeld dat ze cursussen gaf maar de werkzaamheden als rechercheur had ze niet opgegeven en dat lijkt ook wel logisch want net als wij moet ook zij hebben geweten dat de combinatie van politiewerk en het optreden als particulier rechercheur absoluut is verboden. Melden zou dus ook geen zin hebben gehad.

Om één en ander nog erger te maken bleek uit ons onderzoek dat het niveau van de recherchewerkzaamheden van Elsinga ver beneden peil was. Er werd niet aan waarheidsvinding gedaan, maar alles werd in het werk gesteld om de opdrachtgevers tevreden te stellen. Zoals wij eerder op deze site hebben laten zien speelde de waarheid daar niet altijd een doorslaggevende rol bij. Het gevolg was dat uiteindelijk van alle onderzoeken van bureau Marple die men deed voor de provincie Drenthe en de provincie Groningen niet veel terecht kwam en dat nagenoeg alle zaken in een schikking zijn geëigend. Veel leed voor de betrokken en bovendien grote financiële gevolgen voor de belastingbetaler, want die moeten uiteindelijk de schikkingen betalen.

Al snel na het bekend worden van de illegale activiteiten van Greet Elsinga liet minister Opstelten weten dat hij onderzoek zou laten doen en zo nodig strenge maatregelen tegen Elsinga zou nemen. Vandaag werd bekend dat Greet Elsinga per 1 november 2014 bij de Politie Academie wordt ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Volgens de bekendmaking van de politie heeft betrokkene gedrag vertoond dat niet voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid en integriteit die de organisatie stelt aan haar medewerkers. Extra wrang is dat dezelfde mevrouw in Groningen voor het personeel van de provincie op grote schaal cursussen Integriteit heeft verzorgd. Je moet het maar verzinnen.

Vaak hebben wij kritiek op het functioneren van de politie, maar deze keer kunnen wij ons helemaal vinden in de genomen maatregel.

Herinvoering doodstraf?

Door Waarheidsvinder

De SGP is voorstander van het herinvoeren van de doodstraf. De partij maakt daar geen geheim van. Op de site van de SGP lezen we:

Het vaststellen en opleggen van een bepaalde straf is een zaak van de rechtsprekende macht. Dit laat echter onverlet, dat de SGP bij ernstige levensdelicten het opleggen van de doodstraf door een wettige overheid een legitieme straf vindt. Niet uit populistische bloeddorstigheid, maar omdat de overheid geroepen is het kwaad op gepaste wijze te bestraffen.”

Om te laten zien dat men vooral toch niet lichtzinnig naar de doodstraf wil grijpen schrijft de SGP vervolgens :

Rechtspreken blijft mensenwerk. Dat geldt bij het opleggen van een langdurige celstraf, maar ook bij het opleggen van de doodstraf. Daarom mag het opleggen van deze straf alleen mogelijk zijn onder strikte voorwaarden en op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld moeten onomstotelijk vaststaan.”

Tot voor kort was de SGP een mannenbolwerk maar sinds korte tijd zit er een vrouw namens de SGP in de gemeenteraad van Vlissingen. Haar naam is Lilian Janse en kennelijk wil ze laten merken dat ze er ook is. Lilian steunt het partijstandpunt dat de doodstraf weer moet worden ingevoerd. Dat zei ze afgelopen zaterdag in een interview met Trouw, waarin ze reageert op de tien geboden. Een van die geboden is dat je niet mag doodslaan en daarover zegt Lilian Janse:

We mogen, volgens de Bijbel, wel besluiten om een einde te maken aan het leven van een moordenaar of een verkrachter. Van mij mag de doodstraf weer worden ingevoerd. Snel en niet extra pijnlijk of zo – het hoeft geen show op de markt te worden zoals in de Arabische wereld gebeurt. Ja, ook zíjn leven is van God gegeven, maar iemand die zulke gruwelijke dingen doet, heeft al zijn rechten verspeeld.” 

Maar Lilian Janse wil zich kennelijk echt profileren en dus voegt ze nog iets aan haar eerder uitspraak toe: “Het klinkt misschien hard, maar ik geloof dat ik – zolang ik het vreselijke lot van zijn slachtoffers maar in gedachten houd – zelf de beul zou kunnen zijn.”

De laatste uitspraak zullen we hier maar verder buiten beschouwing laten, want iemand die een dergelijke opmerking maakt is rijp voor therapie en hoort zeker niet in een gemeenteraad thuis.

Maar over haar standpunt en van haar partij over het invoeren van de doodstraf valt het een en ander te zeggen. Volgens Lilian Janse en haar partij, is het uitspreken van de doodstraf alleen mogelijk onder strikte voorwaarden en op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld moeten onomstotelijk vaststaan.

Dat klinkt redelijk, en in Nederland voldoen we natuurlijk aan die voorwaarden. We hebben hier een onafhankelijke rechtspraak met uiterst deskundige rechters, verdachten worden voldoende vertegenwoordigt door over het algemeen zeer capabele advocaten, krijgen dus een eerlijk en onafhankelijk proces en beroep tegen een vonnis is tot in hoogste instantie verzekerd. We hebben daarnaast nog de Hoge Raad op de achtergrond om zaken die mis dreigen te gaan alsnog recht te zetten. Nederland voldoet dus zeker aan de door de SGP gestelde voorwaarden.

Laten we echter eens naar een aantal zeer ernstige zaken kijken die zeker vallen binnen de grenzen die de SGP en Lilian Janse stellen aan het mogen uitspreken van de doodstraf:

De Rotterdamse Carnavalsmoord in 1984

De moord op mevrouw Kolstee in 1986 (zaak Ina Post)

De moord op Christel Ambrosius in 1994 (Puttense moordzaak)

De moord op Nienke Kleis in 2000 en de poging tot moord op haar vriendje Michael (Schiedammer parkmoord)

De vermeende moord op 7 kinderen in een ziekenhuis (de zaak Lucia de Berk)

De moord op de gebroeders Lisandro en Wendel Martis op Bonaire in 2005 (zaak Spelonk)

Allemaal zaken waarbij de verdachten tot in hoogste instantie werden veroordeeld op basis van een eerlijk en onafhankelijk proces. Daderschap en schuld stonden onomstotelijk vast, althans dat dacht iedereen. Inmiddels weten we beter. In al deze zaken was er sprake van een gerechtelijke dwaling, de veroordeelden bleken onschuldig te zijn en hebben eerherstel gekregen. In het geval van Lucia de Berk was er zelfs geen sprake van een strafbaar feit.

Wat nu als de doodstraf in Nederland zou hebben bestaan?

In Amerika bestaat de doodstraf wel. Voorzichtige schattingen luiden echter dat ongeveer een kwart van de ter dood veroordeelden onschuldig is.

Misschien is het daarom verstandiger dat Lilian Janse eerst nog eens nadenkt voordat ze weer iets roept over de herinvoering van de doodstraf.

 

 

 

 

 

 

 

De domheid van juristen

Door Waarheidsvinder

We schreven het al vaker, in de opsporing en vervolging gaat het te vaak niet om de waarheid, maar om de bescherming van het imago van politie en justitie. Daar kunnen we ook de rechterlijke macht aan toevoegen.

Een schrijnend voorbeeld daarvan is de zogenaamde “butlermoord”. De 72-jarige zeer gefortuneerde Dorethea van Wylick trouwde in 1983 met haar 39-jarige homoseksuele verzorger Dick van Leeuwerden. Een huwelijk dat in die tijd de nodige stof deed opwerpen.

Al vrij snel na het huwelijk overleed de vrouw en onmiddellijk gingen de vingers in de richting van haar nieuwe echtgenoot. Volgens de toen geraadpleegde medische deskundigen zou de vrouw zijn overleden aan een mix van alcohol en medicijnen, welke mix haar zou zijn toegediend door haar nieuwe echtgenoot. Daarop volgde een politieonderzoek dat het best kan worden omschreven als broddelwerk. Alles werd in het werk gesteld om Dick van Leeuwerden in een kwaad daglicht te stellen en daarbij werd zelfs niet geschroomd om getuigen onder druk te zetten. Het resultaat was dat Dick van Leeuwerden uiteindelijk werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.

Vanaf de eerste dag heeft Van Leeuwerden ontkend iets met de dood van zijn vrouw te maken te hebben. En ook veel deskundigen twijfelen al jaren aan de juistheid van de conclusies van de toen geraadpleegde deskundigen, namelijk dat er sprake was van moord. Al meer dan 30 jaar vecht Van Leeuwerden voor eerherstel en inmiddels is het zevende herzieningsverzoek in de zaak ingediend door advocaat Geert-Jan Knoops. Onderdeel van dat herzieningsverzoek is een nieuw onderzoek door patholoog-anatoom Frank van der Goot dat hij uitvoerde in samenwerking met een aantal andere deskundigen waaronder Anton Becker, oud-hoogleraar van het AMC en cardiovasculair patholoog,

Het nieuwste onderzoek van Van der Goot, waarbij de hartspier van de overledene met de nieuwste technieken werd onderzocht, sluit moord definitief uit. Toch lijkt ook dit herzieningsverzoek weer te sneuvelen. Niet omdat Dick van Leeuwerden schuldig is aan de moord maar omdat de ACAS, een commissie die de Hoge Raad adviseert over herzieningsverzoeken, kennelijk niets begrijpt of wil begrijpen van de resultaten van het nieuw onderzoek van Van der Goot. Het lijkt er steeds vaker op dat de ACAS niet in het leven is geroepen om de waarheid te dienen, maar om de Hoge Raad uit de wind te houden.

In een vertrouwelijk rapport blijkt de ACAS in de zaak van de butlermoord tot de conclusie te zijn gekomen dat het herzieningsverzoek geen wezenlijk nieuwe feiten bevatte. Volgens deze “deskundigen” is al jaren bekend dat een hartdood van de vrouw het waarschijnlijkst is, maar dat daar geen honderd procent zekerheid over bestaat. En omdat volgens het ACAS-advies de nieuwe onderzoeken van Van der Goot te weinig verschillen van andere rapporten bestaat er geen reden om de veroordeling van Dick van Leeuwerden ongedaan te maken.

Deze conclusie is Frank van der Goot nu in het verkeerde keelgat geschoten. Via een brief heeft hij bij de Hoge Raad aan de bel getrokken, omdat hij vreest dat anders de veroordeling van Dick van Leeuwerden voor moord gewoon in stand zal blijven.  In zijn brief schrijft Van der Goot dat zijn rapporten door de juristen verkeerd zijn geïnterpreteerd. Hij wijt dat aan hun onbekendheid met deze materie. Kennelijk willen of kunnen de leden van de ACAS de strekking van zijn rapport niet snappen en daarom heeft hij nu een vertaling van zijn bevindingen gegeven, die zelfs voor de meest verstokte jurist begrijpelijk zou moeten zijn.

“Mevrouw Van Wylick is overleden aan een hartinfarct”, aldus Van der Goot.

Natuurlijk zijn wij, net als de leden van de ACAS, ook geen deskundigen op medisch gebied, maar in dit geval kunnen we met hoge stelligheid zeggen dat een hartinfarct een natuurlijke dood is.

In een rechtsstaat zou de Hoge Raad daarom naar aanleiding van het nieuwe onderzoek van Van der Goot slechts tot één beslissing kunnen komen: de veroordeling van Dick van Leeuwerden is een gerechtelijke dwaling. Er was en is geen sprake van een strafbaar feit en dus dient hij alsnog te worden vrijgesproken.

 

 

 

 

Onderzoek naar corruptie bij de politie

Door Waarheidsvinder

Onlangs werd bekend dat er een onderzoek zal komen naar mogelijke corruptie bij de aanschaf van nieuwe auto’s voor de politie. Er zou vermoedelijk smeergeld zijn betaald aan hoge politiemensen om hen zo te bewegen voor een bepaald merk auto te kiezen.

Zoals we al vaker schreven, wil de politie graag een afspiegeling van de samenleving zijn. En in die samenleving zijn er mensen die het niet altijd even nauw nemen met de regels ten aanzien waarop er zaken dienen te worden gedaan en die het eigen belang laten prevaleren. Het vullen van de eigen zakken gaat dan voor. Het is daarom niet vreemd dat er ook politiemensen zijn die graag hun zakken willen vullen en gevoelig zijn voor het aannemen van smeergeld. Maar begrijpelijk wil nog niet zeggen dat het goed is en daarom is het terecht dat er een serieus onderzoek wordt ingesteld.

De vraag is nu echter of de verantwoordelijke autoriteiten dat voornemen tot een serieus onderzoek wel echt hebben. Afgelopen zaterdag stond er namelijk een artikel in de Volkskrant, waarin werd bericht dat een vertegenwoordiger van een wapenbedrijf in 2010 was veroordeeld voor het betalen van smeergeld. Deze vertegenwoordiger, Richard Bistrong, zegt in dit artikel dat hij destijds ook heeft bekend smeergeld te hebben betaald aan enkele mensen van de Nederlandse politie. Het ging destijds om een belangrijke order voor het leveren van dienstwapens en pepperspray. De man zou daarbij ook de namen van de betrokken Nederlandse politiemensen hebben genoemd, namelijk Arie P. en Evelien K. Deze mensen zouden hem beloofd hebben dat zij het wel bij de politie zouden regelen maar daar moest dan wel iets tegenover staan. Het resultaat van de overeenkomst was dat het bedrijf van Bistrong de order kreeg.

Nadat Bistrong zijn bekentenis had afgelegd, had hij verwacht dat de Nederlandse politie wel iets zou doen met zijn informatie en dat hij nog wel zou worden benaderd. Dat was echter niet gebeurd, Bistrong had nooit iets van de Nederlandse autoriteiten vernomen.

Om die reden is de Volkskrant op onderzoek gegaan. Dat onderzoek leverde hen het volgende op:

  • De Nationale Politie liet desgevraagd weten dat een destijds ingesteld onderzoek van de Rijksrechercheonderzoek niets strafbaars t.a.v. Adrie P. had opgeleverd.
  • De Rotterdamse politie, waar Arie P. werkt, geeft geen commentaar en schermt hem af zodat hijzelf ook geen commentaar kan geven.
  • Een politiewoordvoerder laat weten dat er mogelijk nog interne stappen tegen Arie P. worden ondernomen, hoewel het “nog te vroeg is om te zeggen of er een disciplinair onderzoek komt, laat staan wat er uit zou komen”. Deze reactie is natuurlijk vreemd als je eerst hebt gezegd dat het onderzoek van de rijksrecherche niets strafbaars heeft opgeleverd.
  • Evelien K. wenst geen commentaar te geven.

Dit alles wekt niet de indruk dat de Nederlandse overheid erg happig is om de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Deze informatie is immers al minstens vier jaren bekend, in feite is het zelfs al langer bekend want Bistrong is in 2007 al gearresteerd. Maar desondanks is er nog steeds niets gebeurd in de richting van de beide personen die destijds door Bistrong werden genoemd. Dat is des te merkwaardiger als we in aanmerking nemen dat de rechter in de V.S. de verklaringen van Bistrong wel bewezen achtte en hem tot een gevangenisstraf veroordeelde. Bistrong heeft veertien maanden in de gevangenis gezeten en is inmiddels voorwaardelijk vrij.

Gezien dit alles hebben wij er niet veel vertrouwen in dat het onderzoek in de zaak van het betalen van smeergeld bij de aankoop van nieuwe auto’s erg diepgaand zal zijn. We krijgen sterk de indruk dat men bij de politie vindt dat je de vuile was beter vuil kunt laten en die indruk is voor ons niet nieuw. Het bewaken van de goede naam vindt men meestal veel belangrijker dan de waarheid.

We hopen dat we geen gelijk zullen krijgen, want als men in de top straffeloos de zakken mag vullen ten koste van de belastingbetaler dan mag de gewone politieman of vrouw op straat dat natuurlijk ook en dan is het hek van de dam.

 

Falende schouwartsen

Door Waarheidsvinder

Wanneer iemand is overleden, moet de dood officieel worden vastgesteld door een arts. Wanneer deze arts vaststelt dat er sprake is van een natuurlijk overlijden, dus een overlijden dat rechtstreeks het gevolg is van een ziekte, dan geeft hij een daarvoor bestemde verklaring af en kan de overledene worden begraven of gecremeerd. Is het niet direct duidelijk dat er sprake is van een natuurlijk overlijden, dan dient de gemeentelijke lijkschouwer, een schouwarts, te worden gewaarschuwd. Ook als er sprake is van lijkvinding, dat wil zeggen dat het tijdstip van overlijden niet direct kan worden vastgesteld, dan dient er een schouwarts te worden gewaarschuwd. Schouwartsen zijn als het goed is speciaal opgeleide artsen die in dienst zijn van de GGD.

Gisterenavond besteedde het televisieprogramma Brandpunt aandacht aan de kwaliteit van het werk van de schouwartsen in Nederland, of liever gezegd aan het gebrek aan kwaliteit van die artsen. Uit de uitzending bleek dat veel van de schouwartsen in Nederland de kwaliteit en ervaring missen om een deugdelijke doodschouw te doen. Daarnaast bleek uit de uitzending dat veel schouwartsen het niet zo nauw nemen met de richtlijnen. Onder meer bleek dat het afnemen van bloed en urine van de overleden en het meten van de lichaamstemperatuur van de overledene, hetgeen verplicht is, veelal niet gebeurt. Volgens Dr. Backx, directeur van GGD Nederland was dat echter geen probleem. Volgens hem hadden artsen een eigen verantwoordelijkheid en wilde het niet naleven van de voorschriften niet automatisch zeggen dat men niet professioneel werkte. Dit soort uitspraken maakt duidelijk dat er wel degelijk sprake is van een probleem, maar dat men dit niet wil zien en het probeert goed te praten. Van Dr. Backx hebben we dus niets te verwachten, hij kan beter maar over dit onderwerp zwijgen. Voor domme uitspraken hebben we geen directeur van de GGD nodig.

Het gevolg van het slechte werk van schouwartsen in Nederland is dat jaarlijks mogelijk honderden mensen worden begraven of gecremeerd zonder dat is ontdekt dat zij het slachtoffer van een misdrijf zijn geworden. Uit eigen ervaring kunnen wij hetgeen in de uitzending naar voren kwam alleen maar bevestigen. Een voorbeeld van slecht onderzoek is bijvoorbeeld het overlijden van Tariq Chatta, we schreven daar al eerder over.

Het lichaam van de 19 jarige Tariq Chatta werd op zondagmiddag 14 januari 2007 rond 13.50 uur gevonden in een ongeveer 75 cm diepe sloot tussen de wijk De Akkers en de Harreweg in zijn woonplaats Schiedam. Tariq lag voorover in het water met zijn jas om zijn benen geknoopt. Daarbij zat zijn linkerarm nog in een mouw van de jas. Alle reden dus voor ernstige twijfel zou je zeggen. De schouwarts kwam echter tot de conclusie dat hier sprake was van een verdrinking, een ongeval dus en er kwam verder geen onderzoek.

Omdat er steeds meer signalen kwamen dat Tariq wel degelijk om het leven was gebracht, besloot de behandelend officier van justitie uiteindelijk een review te vragen aan de GGD Amsterdam. De forensisch artsen in Amsterdam bleken de conclusies van hun collega uit Spijkenisse niet te delen.

Als doodsoorzaak stond in het verslag van de schouwarts dat Tariq was overleden door“Verdrinking of hartstilstand (shock) door koude prikkels van het water.” In het rapport van de GGD Amsterdam lezen we echter: De kleur van de lijkvlekken wordt omschreven als paarsrood. De normale kleur van lijkvlekken is blauwpaars. Een rode kleur kan verklaard worden door koude, in dit geval passend bij een temperatuur van het slootwater van minder dan 10 graden Celsius. Zuurstof gebrek, zoals de lijkschouwer als verklaring voor de paars rode kleur aangeeft, geeft juist diep paarse vlekken. Koud water is dus een logischer verklaring van de rode tint dan zuurstof gebrek.”

De conclusie van de GGD in Amsterdam was dan ook:De toedracht van het te water raken en de oorzaak van het overlijden van de heer Chatta zijn onduidelijk. Dat had in het schouwverslag beter in duidelijkere bewoordingen naar voren gebracht kunnen worden. Daarom had het advies om een sectie te verrichten om de precieze doodsoorzaak te achterhalen voor de hand gelegen. De artsen van de GGD Amsterdam deelden de mening van hun collega dus niet en waren van mening dat hij een gerechtelijke sectie had moeten adviseren.

Gezien het feit dat de behandelend officier van justitie kennelijk al twijfels had en daarom aan de GGD Amsterdam om een review had gevraagd, zou je mogen verwachten dat hij na ontvangst van het rapport uit Amsterdam alsnog tot een sectie zou hebben besloten. Dat gebeurde niet, het dossier verdween onder in de la en tot de dag van vandaag blijven politie en justitie volhouden dat Tariq Chatta door een ongeval is verdronken.

Het wordt daarom tijd dat er eens kritisch wordt gekeken naar de gang van zaken. Het slechte werk van schouwartsen is naar onze mening geen medisch probleem zoals een PvdA-Kamerlid vanmorgen op de radio zei. Het feit dat door het slechte werk van schouwartsen jaarlijks mogelijk honderden moorden onontdekt blijven, is naar onze mening een maatschappelijk probleem waaraan onmiddellijk iets moet worden gedaan.

 

 

Ongelukkig toeval of seriemoordenaar?

Door Waarheidsvinder

Vandaag staat in De Telegraaf een paginagroot artikel over een aantal zeer verdachte verdrinkingen op en nabij het terrein van psycho-medische instelling Parnassia aan de Albardastraat in Den Haag. De krant schrijft dat het vermoeden bestaat dat er een serie-moordenaar, die het heeft gemunt op minder weerbare vrouwen, actief is.

De eerste zaak betreft de dood van de 57-jarige Tineke Toet. Zij verdwijnt op 2 november 2007 tijdens een bezoek met haar zoon Marco aan Parnassia, alwaar haar zoon een afspraak heeft. Het lichaam van Tineke wordt enkele dagen later gevonden in een ondiep sloot in het recreatieterrein Puinduinen, gelegen op slechts enkele kilometers afstand van het terrein van Parnassia. De zaak wordt door de politie afgedaan als een vermoedelijke zelfmoord.

Een maand later, op 6 december 2007, brengt de 60-jarige Maya de Vries samen met haar 32-jarige zoon Mark een bezoek aan Parnassia alwaar Mark een afspraak heeft. Enkele uren na aankomst wordt het lichaam van Maya gevonden in een ondiepe sloot op het terrein van Parnassia. Een ongeval oordeelt de politie aanvankelijk. Een conclusie die de politie niet kan volhouden nadat enkele uren later ook zoon Mark dood wordt aangetroffen in dezelfde sloot. Hij blijkt zwaar gewond aan het hoofd te zijn en heeft onder meer een gebroken ruggenwervel en een gebroken borstbeen. Zelfs de politie had toen door dat dit geen ongeval kon zijn.

Het onderzoek van de politie naar de dader blijft echter zonder resultaat. Nadien zijn er nog een aantal verdachte verdrinkingen geweest op en rond het terrein van Parnassia, maar die werden zonder deugdelijk onderzoek afgedaan als ongeval of zelfmoord. Hoogste tijd volgens voor De Telegraaf om deze zaken weer eens op te rakelen.

De leiding van Parnassia denkt daar echter anders over. Volgens een een reactie op de site van RTV West betreurt men het in hoge mate dat zaterdag opnieuw onrust is ontstaan naar aanleiding van een publicatie in De Telegraaf. ‘Wij betreuren het dat oude feiten opnieuw naar boven worden gehaald’, aldus woordvoerster Marjolein Timmer tegenover Omroep West. “Dit brengt opnieuw onrust bij medewerkers, patiënten en familieleden van patiënten.”

Een dergelijke reactie is kenmerkend voor dit soort instellingen. Kennelijk is de goede naam van de instelling belangrijker dan verdachte overlijdens van patiënten. Wel bezorgdheid over mogelijke onrust binnen de instelling maar kennelijk geen oog voor de nabestaanden. Wij kunnen Parnassia verzekeren dat de nabestaanden van de vermoedelijk om het leven gebrachte personen daar heel anders over denken. Zij zijn heel blij met de hernieuwde aandacht.

In een reactie op dezelfde site stelt de politie dat in alle door de krant genoemde zaken uitvoerig onderzoek is gedaan. “Veelal door een team met veel mensen en onder leiding van een officier van justitie,” aldus een woordvoerder zaterdagochtend.

Ook deze reactie van de politie is herkenbaar. Als er sprake is van ernstige zaken die veel publiciteit (kunnen) krijgen, schermt men onmiddellijk met aantallen rechercheurs. Kennelijk vindt men kwantiteit belangrijker dan de kwaliteit. Wij denken daar anders over, 10 blinden zien niet meer dan 1 blinde. Dat de leiding van de onderzoeken in handen zou zijn geweest van een officier van justitie is ook geen garantie voor kwaliteit. De meeste officieren lopen klakkeloos achter de mening van de politie aan.

Wij denken, met De Telegraaf, dat het tijd wordt dat er echte deskundigen naar deze zaken gaan kijken. Mensen die echt iets weten over seriemoordenaars en hun motieven. Zo maar wat roepen kan iedereen.

 

Leidt het gebruik van antidepressiva soms tot ernstig geweld?

Door Waarheidsvinder

Op 13 maart 2012 omstreeks 21.12 uur vond er in een tunnel bij de Zwitserse plaats Sierre een groot ongeval met een touringcar plaats. We schreven er al eerder over op deze site. Bij dit ongeval kwamen 28 mensen om het leven, 22 Belgische en Nederlandse kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar, vier begeleiders van de kinderen en de beide chauffeurs van de bus. Ook raakten 24 kinderen zwaar tot zeer zwaar gewond. De bus werd tijdens het ongeval bestuurd door de 34-jarige Geert Michiels, hij had kort voor de tunnel van plaats gewisseld met zijn collega-chauffeur.

Door de Zwitserse autoriteiten kon geen oorzaak van het ongeval worden gevonden en daarom hield men het op een onachtzaamheid van de chauffeur. Wij denken daar anders over.

Geert Michiels gebruikte al langere tijd het geneesmiddel Paroxetine. Dit is een antidepressivum dat onder meer wordt voorgeschreven aan mensen die last hebben van depressies en/of angststoornissen. Geert was enkele jaren voor het ongeval gescheiden en, door de problemen die dit teweeg bracht, zou Geert depressief zijn geworden en om die reden dat middel voorgeschreven hebben gekregen,

Er gaan steeds meer geluiden op dat dit soort middelen onder bepaalde voorwaarden tot zelfmoord of ernstige geweldsdelicten kan leiden. Dat gevaar zou voornamelijk bestaan in de zogenaamde afbouwfase, de periode waarin de gebruiker langzaam het gebruik vermindert. Volgens informatie zou Michiels het middel al enkele jaren gebruiken, maar was hij op het moment van het ongeval bezig met de afbouw.

Het is daarom van het grootste belang dat, niet alleen voor deze zaak maar ook voor de verkeersveiligheid in het algemeen, wordt onderzocht of het gebruik van Paroxetine mede kan hebben geleid tot de zelfmoord van de buschauffeur.

Op de internet vonden we de volgende informatie over het middel:

 Paroxetine is berucht om de onttrekkingsverschijnselen wanneer men met het middel probeert te stoppen. Mensen kunnen na een stoppoging heel ziek worden waarbij met name de stroomschokken door hoofd en lichaam en andere nooit eerder ervaren elektrische sensaties worden genoemd. Ook heftige en oncontroleerbare emoties treden vaak op bij te snel of verkeerd afbouwen en deze leiden mogelijk tot agressie of geweld

Het middel werd in 2005 in verband gebracht met een toename van het aantal zelfmoordpogingen door volwassenen.

Bijwerking antidepressiva

In Nederland kennen we het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Dit centrum is een onafhankelijke stichting met een bestuur en een Wetenschappelijke Adviesraad. Daarnaast telt Lareb ongeveer 40 medewerkers. Uit een publicatie van 28 februari 2014 blijkt dat er bij het Lareb de afgelopen jaren 88 meldingen binnen kwamen over mensen die agressief zijn geworden in de periode dat ze antidepressiva slikten. Het ging daarbij onder meer om de volgende zaken:

  • Een medisch specialist meldt dat een man van 48 zijn baas heeft aangevallen en moest worden tegengehouden door 3 collega’s. De man had een tablet van 40 mg Paroxetine geslikt.
  • Een apotheker meldt dat een 36 jarige man tijdelijk van zijn kinderen is gescheiden omdat hij moordgedachten kreeg over zijn zoon. De man had een tablet van 30 mg Paroxetine geslikt wegens een depressie.
  • Een farmaceutisch bedrijf meldt dat een man van 33 bijna zijn vriendin en 2 jaar oude zoon heeft vermoord. Hij slikte 50 mg Setraline.
  • Een ziekenhuisapotheker meldt dat een man van 20 zich zo agressief gedraagt dat er een levensbedreigende situatie ontstaat voor het ziekenhuispersoneel. De man slikte een tablet van 40 mg Citalopram.

Enkele spraakmakende zaken

Op internet hebben we daarnaast enkele spraakmakende geweldsdelicten gevonden waarbij de dader een antidepressivum had geslikt. Een korte samenvatting van die zaken:

  1. Op 23 juli 2007 bracht de 56 jarige Martin de B. uit Kerkrade ‘s nachts zijn vriendin Annelies Hermans-Hoogeboom met 60 messteken om het leven. Martin de B. was een hardwerkende man die in lichte mate depressief was en een antidepressivum slikte. Drie dagen nadat hij een nieuw middel had gehad, vermoordde hij zonder enige aanleiding ‘s nachts zijn naast hem liggende vriendin. Martin pleegde op 22 september 2008 in zijn cel zelfmoord.
  2. Op 2 februari 2008 vermoordde een inwoner van het Friese Harkema zijn ex-vriendin Murkje de Vries en deed hij een poging diens nieuwe vriend te vermoorden. Vervolgens reed hij naar de woning van een ex-vriendin van zijn ex in Kootstertille en schoot die dood. De man gebruikte Paroxetine.
  3. Op 5 september 2008 vermoordde Ezeline F, een inwoonster van Badhoevedorp, met een bijl haar echtgenoot Cyril Farquharson en hun dochter Daphne. Daarna probeerde zij zelfmoord te plegen door met een auto tegen een boom te rijden. De vrouw bleek al langere tijd het middel Seroxat te gebruiken waarvan het werkzame bestanddeel paroxetine is.
  4. Op 11 maart 2009 vermoordde de 17 jarige Tom K. in een school in Winnenden (BRD) 9 leerlingen, 2 vrouwelijke leerkrachten en een stage-docent. Op zijn vlucht voor de politie doodde hij nog eens 3 mensen. Toen de politie hem wilde aanhouden pleegde hij zelfmoord. Tom K. slikte een antidepressivum.
  5. Op 5 mei 2009 werd Isabel van den Berg (43) uit Bavel vermoord door haar ex-vriend Cees K. uit Zwijndrecht. Als de politie bij zijn woning in Zwijndrecht komt, gooit hij de deur dicht en pleegt hij zelfmoord. Als later het arrestatieteam binnendringt, is Cees stervende. Zijn vrouw Astrid, dochter Daniëlle (17) en zoon Dennis(16) zijn dood. Zo ook de hond. In zijn afscheidsbrief schrijft de dader: “Ik zit zwaar aan de medicijnen en heb totaal geen emotie meer. Antidepressiva doen rare dingen met de mensen”.
  6. Op 13 april 2011 schoot een afgewezen asielzoeker Alasam S. in het Groningse plaatsje Baflo politieman Dick Haveman met diens eigen vuurwapen dood. Kort daarvoor had S. zijn vriendin Renske Hekman vermoord door haar met een brandblusser op het hoofd te slaan. De man slikte al langere tijd het middel Paroxetine.
  7. In december 2012 wurgde Grietje S. uit het Drentse dorpje Spier haar 2 jarige zoontje. Vervolgens reed ze met hem en haar 7 dochtertje met de auto het water in bij het plaatsje Stuifzand met de bedoeling zichzelf en haar dochtertje om het leven te brengen. Haar dochtertje zag kans te ontsnappen, ondanks pogingen van haar moeder om haar in de auto te houden. Uit onderzoek bleek dat de moeder een verhoogde dosis van het antidepressivum Exefor in het bloed had.
  8. Op 2 oktober 2013 bracht Aurelie V, een inwoonster van Apeldoorn haar twee kinderen Lucas en Rosa om het leven en deed vervolgens een mislukte poging tot zelfmoord. Ook zij gebruikte een antidepressivum.

Daarnaast zijn er in de Verenigde Staten meerdere massamoorden op scholen geweest waarbij de daders een antidepressivum slikten. Het wetenschappelijk bewijs dat er een causaal verband bestaat tussen het gebruik van antidepressiva en geweldsdelicten is (nog) niet geleverd, maar dat er veel meer onderzoek moet worden gedaan moge duidelijk zijn. Vooral mensen met een bepaalde DNA-afwijking blijken namelijk op deze manier beïnvloed te worden door het gebruik van antidepressiva.

Gisterenavond was er in het televisieprogramma Brandpunt een rapportage te zien over de mogelijke invloed van antidepressiva op daders van geweldsdelicten. Forensisch arts Selma Eikelenboom-Schieveld heeft in Nederland onderzoek gedaan naar een tiental ernstige geweldsdelicten die in een opwelling lijken te zijn gepleegd zonder een duidelijk motief. De overeenkomst tussen alle daders? Alle daders slikten een antidepressivum. Nieuw onderzoek heeft daarnaast aangetoond dat de daders deze DNA-afwijking hadden. Alle reden dus voor uitgebreid onderzoek naar deze materie.

Tot op heden hebben politie, openbaar ministerie en ook rechters veelal de neiging de invloed van antidepressiva op de dader van een delict te bagatelliseren of zelfs te negeren. Misschien dat de rapportage in Brandpunt nu eindelijk hun ogen zal openen.

Ook bij zeer ernstige zaken moet het uiteindelijk om de waarheid gaan en niet alleen om een zware veroordeling van de dader.

 

Humor of domheid?

Door Waarheidsvinder

Veel hebben geleerd en toch dom kunnen zijn. Veel boekenwijsheid hebben, maar niets van de wereld snappen. Een vrouwelijke rechter in de Duitse plaats Lehr lijkt daar, als we een artikel in een Duitse krant mogen geloven, het sprekende voorbeeld van.

De kop van het artikel is direct al opvallend, deze luidt: “Rechtbank in Leer laat penislengte onderzoeken”. Een dergelijk kop nodigt natuurlijk uit verder te lezen, want de nieuwsgierigheid vraagt: wat is er hier dan wel niet aan de hand?

Voor de rechtbank werd een zaak behandeld waarin een 16-jarige vrouw een klacht had ingediend tegen een pakketbezorger. De man zou bij de vrouw voor de deur hebben gestaan met zijn geslachtsdeel uit de broek en daar was de vrouw kennelijk niet van gediend. De 54 jarige bezorger ontkende bij hoog en bij laag, maar de vrouw hield ook op de zitting vol dat zij “iets vleesachtigs” had gezien dat uit de broek van de man hing.

Het bijzondere aan de zaak is daarnaast dat de bezorger niet in het bezit van een rijbewijs is en daarom altijd door zijn vrouw wordt rondgereden. Dat was ook op de bewuste dag het geval. Hoewel de vrouw in de auto had gezeten op het moment dat de man bij de woning aanbelde, en zij zelf dus niet had kunnen zien of hij inderdaad zijn geslachtsdeel aan de bewoonster had getoond, werd zij toch als getuige gehoord. Zij verklaarde toen dat haar haar man het feit niet kon hebben gepleegd omdat zijn penis zo klein was dat deze helemaal niet uit zijn broek kon hangen.

De vrouwelijke rechter wist het toen kennelijk ook niet meer en besloot de zitting te schorsen in afwachting van een nader medisch onderzoek. Een arts moet nu de lengte van de penis van de man gaan onderzoeken. Of dat dient te gebeuren door een vrouwelijke arts of mannelijke arts, of dat moet gebeuren als de man in staat van opwinding is of niet en of dat moet gebeuren bij een temperatuur vergelijkbaar met de buitentemperatuur op de dag dat het gepleegd is, wordt niet vermeld.

We zijn benieuwd naar de uitslag van het onderzoek want waar zou dat onderzoek toe moeten leiden? Tot nieuwe jurisprudentie dat er een minimale lengte van een penis is vereist om het ongewild tonen daarvan aan een derde strafbaar te maken? Dat lijkt ons nauwelijks voorstelbaar.

Kortom, we herhalen onze stelling nog maar een keer: veel leren maakt een mens niet altijd slimmer.

 

 

 

 

 

 

 

Onderzoekster Drentse fraudezaak zelf niet integer

Door Waarheidsvinder

Betrokkene heeft zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, welk gedrag ernstig verwijtbaar is.”

Deze woorden werden niet uitgesproken door een rechter, maar door particulier onderzoekster Greet Elsinga die als vertegenwoordigster van recherchebureau Marple in opdracht van de provincie Drenthe onderzoek heeft gedaan naar vermeende integriteitsovertredingen van enkele provincieambtenaren. Greet Elsinga vond kennelijk dat ze niet alleen feitenonderzoekster was, maar ook rechter en beul tegelijk en dat past niet in een rechtstaat.

Maar er valt nog meer te zeggen over het optreden van deze onderzoekster. Naast haar werk als particulier onderzoekster is zij werkzaam bij de nationale politie. Ze geeft daar onder meer trainingen integriteit, ze weet daar kennelijk veel van.

Wat verstaan we nu onder integriteit? Wikepedia zegt daarover:

Integriteit is de persoonlijke eigenschap, karaktereigenschap, van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. De persoon beschikt over een intrinsieke betrouwbaarheid, zegt wat hij doet, en doet wat hij zegt, heeft geen verborgen agenda en veinst geen emoties. Een persoon met deze eigenschappen wordt integer genoemd. Een integer persoon zal zijn doen niet laten beïnvloeden door oneigenlijke zaken.

Als je bij de politie werkt en je wilt bepaalde nevenwerkzaamheden uitvoeren, dan heb je daar toestemming voor nodig. Veelal krijg je die toestemming wel, maar er zijn nevenwerkzaamheden die je absoluut niet mag doen en waarvoor je nooit toestemming zult krijgen. Een van die werkzaamheden is het zijn van particulier onderzoeker. Uit de beantwoording van Kamervragen door minister Opstelten blijkt dat Greet Elsinga nooit toestemming heeft gevraagd voor haar onderzoekswerkzaamheden bij recherchebureau Marple en dat lijkt logisch want die toestemming zou ze nooit hebben gekregen. Als specialist op het gebied van integriteit wist Greet Elsinga dat natuurlijk ook wel. Toch deed ze onderzoeken voor bureau Marple

Greet Elsinga kon dus anderen precies vertellen hoe ze integer moesten zijn, maar zelf had ze daar kennelijk geen boodschap aan. Wel keihard een oordeel uitspreken over het gedrag van anderen, zoals zij deed in haar rapporten over de Drentse provincieambtenaren, maar zelf absoluut niet integer zijn.

Volgens minister Opstelten loopt er bij de Nationale Politie nu een disciplinair onderzoek tegen Greet Elsinga en dat lijkt ons terecht. Wij kunnen ons niets anders bedenken dan dat de uitslag van dat onderzoek zal zijn: “Betrokken heeft zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, welk gedrag ernstig verwijtbaar is.”

En daar staat slechts één straf op.