Skip to content

Over Harrie Timmerman

Harrie Timmerman (1946)Harrie transparant 1 is na zijn HBS-opleiding in 1964 psychologie gaan studeren in Groningen. Tijdens deze studie volgde hij als bijvak criminologie bij de bekende professor Buikhuisen. Na zijn afstuderen kreeg hij een baan aangeboden bij Criminologie en deed wetenschappelijk onderzoek naar de hoeveelheid, de oorzaken van en de bestrijdingswijzen van criminaliteit. In de laatste 10 jaar hield hij zich vooral bezig met geweld in het algemeen en moord in het bijzonder. Vanaf 1999 werd hij gedetacheerd bij de Divisie Zware en Georganiseerde Criminaliteit van de Regiopolitie Groningen. In die hoedanigheid werd hij betrokken bij het opzetten en adviseren van het Cold Case Team (CCT), adviseren in lopende moordzaken, strategie bepalen en begeleiden van verhoren, het geven van een cursus professionele verhoortechnieken en als adviseur bij het verbeteren van de opsporing.

Dank zij een aantal successen (o.a. verhoor bij verdachte moord Anne de Ruyter de Wildt en seriemoordenaar Willem van E.) werd hij een gewaardeerde kracht in de teams waarbij hij betrokken was. Behalve bij sommige leidinggevenden, omdat die merkten dat hun invloed in de teams minder groot werd. De korpsleiding had moeite met de successen van het CCT doordat oude zaken niet alleen opgelost werden door nieuwe technieken (met name op het gebied van dna), maar ook doordat bleek dat in de oorspronkelijke onderzoeken fouten werden gemaakt. Daarnaast maakte het CCT gebruik van andere instanties dan het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) bij hun onderzoeken. Beide zaken werden geinterpreteerd als een aanslag op het goede imago van politie, justitie en het NFI.

Het kwam de korpsleiding dan ook goed uit toen zij ontdekte dat rechercheur Dick Gosewehr van het CCT en hij met de pers hadden gepraat over het achterhouden van informatie door het NFI en het OM in de Schiedammer parkmoordzaak. Doordat het CCT ook in hun eigen onderzoeken aanliep tegen onbegrijpelijke resultaten van het NFI, had het CCT een onderzoeker van het NFI uitgenodigd om hen uit te leggen wat de oorzaak daarvan was. Tijdens deze bijeenkomst bleek het NFI bepaalde informatie niet te melden in hun rapporten. Zo werd in de Schiedammer parkmoord niet gemeld dat op basis van het dna-onderzoek de verdachte (Cees Borsboom) uitgesloten kon worden als mogelijke dader. Hierdoor kon deze verdachte worden veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf en dwang-tbs, hetgeen in de praktijk bij een ontkennende verdachte levenslang betekent. Het feit dat hierover contact was geweest met de media was voor de korpsleiding aanleiding om het contract met Timmerman vroegtijdig (mei 2005) te beëindigen.

In september 2005 heeft Timmerman het verhaal achter de feiten van de Schiedammer parkmoord in een uitzending van Netwerk naar buiten gebracht. Een week lang werd in vrijwel elk actualiteitenrubriek aandacht aan dit onderwerp besteed. In eerste instantie werd de feiten door het OM ontkend, later moest men bakzeil halen. Nu zegt het OM op hun site dat zij zelf de problemen hebben ontdekt en opgelost.

Na het beëindigen van het detacheringscontract is Timmerman om medische redenen met prepensioen gegaan. Sinds die tijd houdt hij zich, samen met Dick Gosewehr, bezig met gerechtelijke dwalingen, onopgeloste moordzaken en vermissingen die nooit goed onderzocht zijn. Het resultaat van hun werk vindt u op deze site.

Daarnaast is Timmerman sinds de oprichting betrokken bij de Expertgroep Klokkenluiders. Deze groep streeft na dat er een nieuwe regeling voor klokkenluiders komt waarin twee zaken goed geregeld moeten zijn, namelijk bescherming van de klokkenluider en het laten onderzoeken van de zaak door een onafhankelijke commissie. Dit is noodzakelijk aangezien de huidige regelingen op deze punten niet goed functioneren, waardoor klokkenluiders door de werkgever “kaltgestellt” kunnen worden en daardoor slachtoffer worden van hun actie.