Skip to content

Jolanda Meijer niet gevonden

Door Waarheidsvinder

De verdwijning van Jolande Meijer in Groningen is natuurlijk een trieste zaak. Zij is voor het laatst door een collega van haar gezien op 11 maart 1998 in een supermarkt in de Groningse wijk Vinkhuizen. Het vreemde is dat de politie Groningen die ontmoeting nooit publiekelijk heeft gemaakt. Naar de reden daarvoor kunnen we alleen maar raden. Volgens de politie is ze voor het laatst in februari gezien in een woning aan de Bedumerstraat.

De verdwijning van een kind is natuurlijk voor iedere ouder een ramp. Dat gold ook voor de ouders van Jolanda. Voortdurend bleef men de publiciteit zoeken in de hoop dat hun dochter zou worden gevonden. Na de dood van vader Meijer ging zijn vrouw daarmee door.

Dat wil niet zeggen dat de politie voortdurend achter de meest dwaze informatie moet blijven aanrennen. In de tijd dat wij nog bij het team werkten kwamen er ook voortdurend allerlei tips binnen waarvan je direct al kon zeggen dat die niets waard waren. Toch waren er voortdurend mensen die actie wilden ondernemen. Zelfs tips van paragnosten werden serieus genomen.

Wij hebben daar nooit aan meegedaan. Voor ons zijn de feiten leidend en niet allerlei spookverhalen.

Sinds ons vertrek is dat veranderd. Met enige tussenpozen zoekt ook nu nog het Cold Case Team Groningen de publiciteit. Niet omdat men een resultaat heeft geboekt, want dat heeft men tot op heden nog nooit, maar om aan te kondigen dat ze weer betrouwbare informatie hebben.

Ook vandaag was het team weer volop in de publiciteit. Voor de zoveelste keer was er weer een plaats aangeduid waar het lichaam van Jolanda zou zijn begraven en voor de zoveelste keer was het loos alarm. Zonde van tijd en geld.

Uit het feit dat dit soort kansloze acties van te voren uitgebreid in de media worden gebracht valt af te leiden dat men eigenlijk zelf ook niet de zaak gelooft. Want betrouwbare informatie ga je eerst onderzoeken en pas als je resultaat hebt dan zoek je de publiciteit.

In Groningen doet men dat anders. Men zoekt voortdurend de publiciteit om vervolgens weer te moeten melden dat het onderzoek niets heeft opgeleverd. Veel geschreeuw, weinig wol. Wanneer zal men ook daar leren eerst de hersenen te gebruiken en daarna pas de mond?

Moeder van Sharleyne moet worden vervolgd

Door Waarheidsvinder

In het voorjaar van 2016 deden wij op verzoek van de vader onderzoek naar het overlijden van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen. Sharleyne overleed op 8 juni 2015 na een val van de 10e verdieping van een flatgebouw waar zij samen met haar moeder woonde.

Na de val zagen buren dat de moeder op de galerij voor haar woning stond. Kort daarna zagen zij de moeder een woning op de 2e verdieping van de flat naar binnen gaan. Vervolgens verscheen de dronken moeder op straat waar zij door de inmiddels ter plaatse gearriveerde politie werd aangehouden.

Tijdens de verhoren op het politiebureau beriep de moeder zich op haar zwijgrecht, zij weigerde iets te verklaren over hetgeen er met haar dochter zou zijn gebeurd. Tot verbijstering van de vader werd zij daarop na enkele dagen vrijgelaten.

De zaak bleef een tijdje liggen en uiteindelijk besloot het Openbaar Ministerie in Groningen de zaak te seponeren. Volgens persofficier van justitie Pieter van der Rest had men geen bewijs dat Sharleyne door haar moeder was vermoord. Volgens hem kon er ook sprake zijn van een ongeval of zelfmoord.

De vader nam daar geen genoegen mee en begon een zogenaamde artikel 12 procedure bij het Gerechtshof in Leeuwarden, waarin hij het Hof vroeg het Openbaar Ministerie te bevelen alsnog tot vervolging van de moeder van Sharleyne over te gaan.

Nadat wij het dossier op verzoek van de vader van Sharleyne hadden bestudeerd, konden wij maar tot één conclusie komen; Sharleyne is met geweld om het leven gebracht. Er is geen sprake van een ongeluk of zelfmoord.

Toen persofficier Pieter van der Rest door een journaliste met onze conclusies werd geconfronteerd wist hij niet meer te zeggen dan dat de journalisten ons niet serieus moesten nemen. Wij waren immers twee gefrustreerde ex-medewerkers van de politie Groningen. Over de inhoud van onze analyse sprak hij met geen woord.

Advocaat-generaal Marina Weel, de vertegenwoordiger van het OM bij het Gerechtshof in Leeuwarden reageerde op dezelfde wijze tijdens een zitting van het Hof. Niemand moest ons serieus nemen was haar boodschap. Een beproefde tactiek die de Oude Grieken al toepasten. Niet inhoudelijk reageren op de boodschap maar je richten op de boodschapper. Natuurlijk is dit soort gedrag een bewijs van zwakte maar daarom niet minder gebruikelijk bij politie en justitie.

Vandaag is duidelijk geworden dat wij gelijk hadden, de officier van justitie heeft de zaak onterecht geseponeerd. Volgens het Gerechtshof in Leeuwarden is er ‘een redelijk vermoeden’ dat de moeder betrokken is geweest bij de dood van Sharleyne.

Sharleyne bevond zich de betreffende nacht in de woning van de moeder en stond onder haar zorg en toezicht. Er zijn geen sporen in of rondom de woning aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van andere personen ten tijde van de val. Het stilzwijgen van de moeder draagt bij aan de opvatting dat er geen derde bij betrokken was”, laat het gerechtshof weten. “ Bovendien blijkt uit getuigenverklaringen dat de moeder meteen na Sharleynes val op de galerij stond.”

Door de uitspraak van het gerechtshof is Sharleynes moeder nu opnieuw verdachte in de zaak en moet het OM moet een nieuw onderzoek starten naar de dood van het meisje.

Misschien dat persofficier Pieter van der Rest en advocaat-generaal Marina Weel de volgende keer beter naar de feiten kunnen kijken dan naar de boodschappers van voor hun onprettig nieuws.

Aanpak vermissingen moet beter

Door Waarheidsvinder

Al jaren hebben wij kritiek op de aanpak van vermissingszaken in Nederland. De politie gaat er vaak te gemakkelijk vanuit dat mensen vrijwillig zijn verdwenen. Als excuus wordt dan aangevoerd dat er in Nederland zoveel vermissingen zijn (40.000) dat men niet in staat is al die zaken uitgebreid te onderzoeken. Wij zijn het daar niet mee eens. Een deskundig iemand is meestal al snel in staat om een eerste schifting te maken, maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken.

Door een groep criminologen is er nu onderzoek gedaan naar de aanpak van vermissingszaken. Onderzoekster Ilse van Leiden zegt in Radio 1 journaal dat het volgens de onderzoekers bij de politie ontbreekt aan recherche-ervaring. “Meestal gaan surveillanten van de politie als eersten naar een melding van een vermissing. Zij hebben niet voldoende geleerd om op een goede manier te kijken naar vermissingszaken.”

Als de onderzoekers daar gelijk in zouden hebben dan ligt de oplossing van het probleem voor de hand, er moet altijd een rechercheur gewaarschuwd worden als er sprake is van een vermissing. Helaas zal dat volgens ons ook niet de oplossing brengen. Ook de gemiddelde rechercheur in Nederland heeft weinig kennis van de aanpak van vermissingszaken. Wij hebben inmiddels veel vermissingszaken onderzocht en steeds opnieuw bleek dat ook rechercheurs maar wat aan rommelden.

Bij een vermissing gebruikt de politie de naaste omgeving van die persoon vaak als voornaamste informatiebron. Men neemt vaak klakkeloos aan wat er wordt verteld. Men realiseert zich daarbij kennelijk onvoldoende dat bij verdachte verdwijningen vaak mensen uit de directe omgeving betrokken zijn.

Volgens Ilse van Leiden vraagt een misdrijf of een vrijwillige verdwijning om een andere aanpak. Ze zegt dat het echter moeilijk inschatten blijft. “Bij een moordzaak heb je een misdrijf, een plaats delict en een slachtoffer. Maar bij vermissingen ontbreken al die punten. Je hebt dan alleen de verhalen van de achterblijvers. Dat maakt het veel moeilijker beslissen wat je moet doen. En het tegenstrijdige is dat je dan juist iets moet doen om uit te sluiten dat er sprake is van een misdrijf.”

Wij zijn het niet met deze onderzoekster eens. Je hebt niet alleen de verhalen van de achterblijvers, er zijn wel degelijk meer mogelijkheden. Een gedegen sporenonderzoek in de woning van de verdwenen persoon en een gedegen onderzoek van diens computer en van de gegevens van een mobiele telefoon kunnen je vaak al een goed beeld geven van hetgeen er mogelijk is gebeurd. Alles staat of valt met kennis van zaken en de wil om zaken serieus te bekijken.

Daarnaast zijn er ook andere zaken waarin eerst gekeken behoort te worden of er sprake is van een misdrijf. Aangiftes in zedenzaken blijken in zo’n 1 op de 5 zaken vals te zijn, ook hier moet eerst een dergelijk onderzoek plaatsvinden. Bij onnatuurlijke overlijdens moet het onderzoek zich in eerste instantie ook richten op de vraag of er wel of niet een misdrijf is gepleegd. Ook in deze twee voorbeelden blijken veel rechercheurs niet over de vereiste kennis van zaken te beschikken om een dergelijk onderzoek op een professionele wijze aan te pakken.

Het onderzoek naar vermissingen verschuiven van surveillancedienst naar recherche zal daarom naar onze mening weinig verbetering brengen. Er is echt meer nodig.

Mogelijk rechtszaak tegen Zwitserland

Door Waarheidsvinder

De Nederlandse regering onderzoekt de mogelijkheden om een rechtszaak tegen Zwitserland te beginnen. De aanleiding daarvoor is de busramp in Sierre op 13 maart 2012 rond 21.12 uur. Daarbij kwamen 22 kinderen en 6 volwassenen om het leven. Onder de overleden volwassenen was ook de chauffeur.

Na uitgebreid onderzoek konden de Zwitserse autoriteiten destijds geen duidelijke oorzaak vinden en daarom koos men er uiteindelijk voor het ongeval toe te schrijven aan een onachtzaamheid van de chauffeur. Alle aanwijzingen dat het niet om een ongeval ging, maar dat er sprake was van opzet, werden door de Zwitserse autoriteiten genegeerd.

Met andere onafhankelijke onderzoekers zijn wij van mening dat alles er op wijst dat de chauffeur de bus met kinderen heeft gebruikt om uit het leven te stappen. Zelfmoord dus.

Voor veel mensen is dat moeilijk te begrijpen, maar dit soort zaken gebeuren nu eenmaal. Op 24 maart 2015 liet de piloot van een vliegtuig van German Wings opzettelijk het door hem bestuurde vliegtuig neerstorten. Daarbij kwamen 144 passagiers en 6 bemanningsleden om het leven. Zelfmoord dus.

Mogelijk zou het gebruik van een antidepressiva een rol hebben gespeeld in geval van de busramp in Sierre. De betrokken chauffeur gebruikte al langere tijd het middel Paroxetine. Bekend is dat bepaalde mensen extra gevoelig zijn voor het gebruik van dit soort middelen. Of de chauffeur tot die groep behoort zou eenvoudig kunnen worden vastgesteld aan de hand van een DNA-onderzoek. Dat onderzoek weigerden de Zwitserse autoriteiten te laten verrichten. Ook weigerde men een bloedmonster aan de nabestaanden af te staan, zodat ze zelf onderzoek konden laten doen.

Een verzoek van de Nederlandse regering om medewerking aan een dergelijk onderzoek werd door de Zwitserse autoriteiten naast zich neergelegd. Als reden voert men aan dat het onderzoek al is gesloten. De waarheid speelt daarbij kennelijk geen enkele rol.

Als laatste redmiddel overweegt Nederland nu een gang naar de rechter. Wij vinden dat een goede stap.

We blijven de zaak volgen. Het is van groot belang dat alle feiten op tafel komen. Niet om de betrokken chauffeur alsnog een trap na te geven, maar om mogelijk herhaling van een dergelijk drama te voorkomen.

Leon Groeneweg is niet verdronken

Door Waarheidsvinder

Op 14 januari 2007 werd in een ondiepe sloot tussen de wijk De Akkers en de Harreweg in Schiedam het lichaam gevonden van de 18 jarige Tariq Chatta. Zonder dat er sectie op zijn lichaam was verricht kwam de politie al snel tot de conclusie dat Tariq bij het plassen in de sloot was gevallen en daarna verdronken.

Ruim een jaar later, op 15 juni 2008, werd in het Brielse Meer bij camping Kruininger Gors het lichaam van zijn vriend, de 19 jarige Leon Groeneweg, gevonden. Ook hij was volgens de politie verdronken.

Al jaren beweren wij dat zowel Tariq als Leon Groeneweg niet zijn verdronken maar zijn vermoord. Wij staan daarin bepaald niet alleen. Maar al jaren is het vechten tegen de bierkaai, want politie en justitie blijven tot op heden bij hun eerder ingenomen standpunt.

Op het lichaam van Leon is destijds echter wel sectie verricht. In 2014 schreef patholoog Danny Spendlove na bestudering van het sectierapport al dat Leon hoogstwaarschijnlijk niet verdronken was. Maar ook zijn rapport werd door justitie terzijde gelegd.

Uiteindelijk hebben de ouders van Leon op eigen kosten in januari 2016 het lichaam van Leon laten opgraven. Het lichaam is daarna onderzocht door patholoog-anatoom Frank van der Goot, een man die jaren als patholoog-anatoom bij het NFI heeft gewerkt.

Vandaag werd zijn conclusie bekend; Leon was hoogstwaarschijnlijk al dood toen hij in het water terecht kwam.

In gewoon Nederlands betekent dit dat Leon inderdaad is vermoord. In een beschaafd land zou dat tot een nieuw onderzoek moeten leiden. Maar ja, we zijn in Nederland en dan moet je het nog maar afwachten, politie en justitie geven niet graag hun ongelijk toe.

Het lijkt ons daarom zeer wenselijk dat ook de politiek eens naar de beide zaken gaat kijken. De niet bestrafte moord op twee jonge jongens zou toch ook hen aan het denken moeten zetten. Wie schudt politie en justitie nu eens wakker?

Noot 21-2-2017

Ook de conclusies van de patholoog maken geen verschil. Justitie blijft volhouden dat Leon is verdronken. Gisteren hebben de ouders van Leon van hoofdofficier van justitie Mr. Van Nimwegen te horen gekregen dat het dossier door politie en justitie definitief is gesloten. Job Knoester, de advocaat van de ouders, zal een kopie van het dossier krijgen zodat hij een  artikel 12 procedure bij het Gerechtshof in Den Haag kan starten. Voor hem en voor ons is het dossier nog niet gesloten.

Zo kan het ook

Door Waarheidsvinder

Het eten van een broodje in een stadsbus leidde gisteren in Tilburg tot de nodige commotie op het internet. Het optreden van de politie kenmerkte zich ook nu weer als “eerst doen en dan denken”. Met het nodige geweld werd een jongeman door twee agenten uit een bus gesleept omdat hij in de bus een broodje zat te eten, hetgeen verboden is. De aanhouding liep een beetje uit de hand en dus werd er om assistentie gevraagd. Uiteindelijk waren er maar liefst 10 politiemensen ter plaatse en de jongeman werd geboeid naar het politiebureau gebracht.

De betrokken politiemensen waren echter één niet onbelangrijk ding vergeten, ze hadden helemaal niet de bevoegdheid de jongeman uit de bus te slepen. Een onrechtmatige aanhouding dus en daarom geen zaak, maar wel slechte publiciteit.

Diezelfde dag verscheen er ook een filmpje op het internet waarin een politieman liet zien hoe het wel moet. Een jongeman, slechts gekleed in een string, wilde bij wijze van stunt door een school in Papendrecht rennen. De schoolleiding zag dat niet zitten. De deur van de school ging op slot en de politie werd gebeld. Deze keer verscheen er niet een koppeltje heetgebakerde dienders maar een kennelijk iets oudere wijkagent die precies wist hoe je dit soort zaken aanpakt.

Toen de jongeman in string op hem af kwam lopen werd hij niet kwaad, begon hij niet aan de jongen trekken, maar barstte slechts in lachen uit. Hij adviseerde de jongen gauw zijn jas weer aan te doen omdat zijn “kleine jongen” door de kou steeds kleiner werd. Ook de jongen barstte daarop in lachen uit en daarmee was het probleem opgelost.

Nu maar hopen dat er veel politiemensen naar dit filmpje hebben gekeken en dat zij iets leren van het professionele optreden van hun collega.

 

Onterechte aanhouding

Door Waarheidsvinder

Politiemensen beklagen zich vaak over de manier waarop zij door de burgerij worden bejegend. Soms hebben zij daarin gelijk, maar vaak is het ook hun eigen schuld. Vandaag troffen wij een artikel in het Algemeen Dagblad aan waardoor wij het schaamrood op de kaken kregen,

Ingevolge artikel 53 lid 1 van het wetboek van strafvordering mag een verdachte bij ontdekking op heterdaad door een ieder worden aangehouden. Er moet dus sprake zijn van een verdachte. Daar staat natuurlijk ook iets over in hetzelfde wetboek. Artikel 27 lid 1 luidt:

Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit. Je kunt dus niet zomaar iemand als verdachte bestempelen, uit feiten of omstandigheden moet een redelijk vermoeden van schuld blijken.

Mina Maraba en hier drie kinderen (14,15 en 19 jaar oud) waren op 28 december aan het winkelen in de Haagse wijk Ypenburg. Ze bezochten onder meer een drogisterij. Als zij kort daarna in een supermarkt lopen worden zij met veel machtsvertoon door de politie aangehouden. Ze worden verdacht van winkeldiefstal en moeten mee naar het bureau. Een aanbod aan de agenten om in hun tassen te kijken en hun te fouilleren wordt afgeslagen.

Bij de aanhouding zijn meerdere politieauto’s betrokken zodat het optreden tegen de familie de nodige aandacht krijgt.

Pas aan het politiebureau worden Mina en haar kinderen gefouilleerd en hun spullen worden onderzocht. Er wordt geen gestolen parfum gevonden. Toch moeten Mina en haar kinderen aan het bureau blijven en daarmee blijven ze zonder bewijs dat ze een strafbaar feit hebben gepleegd van hun vrijheid beroofd.

Kennelijk heeft de dienstdoende hulpofficier van justitie, waarvoor iedere aangehouden verdachte dient te worden geleid, net zo weinig kennis van zaken als zijn personeel, want hij stemt in met de insluiting. Er worden vervolgens foto’s van Mina en haar kinderen gemaakt en er worden vingerafdrukken van hen afgenomen. Daarna worden ze in de cel gezet.

Uiteindelijk zitten ze vijf uur vast en pas dan worden ze weer vrijgelaten. Er is ondertussen geen enkel bewijs gevonden dat ze iets met winkeldiefstal te maken hebben.

Mina en haar kinderen zijn natuurlijk woedend en hebben inmiddels een klacht tegen de politie ingediend.

Een goed afgerichte politiewoordvoerder zegt later dat dit een normale gang van zaken is. De politie zou een melding hebben gekregen van de drogisterij waar Mina en haar kinderen waren geweest dat daar na hun bezoek lege parfumwikkels waren gevonden op een plaats waar ook Mina en haar kinderen waren geweest. “Dan beginnen wij een onderzoek”, aldus deze woordvoerder.

Er is natuurlijk niets tegen het onderzoeken van winkeldiefstallen, dat is zelfs de taak van de politie, maar wel tegen het aanhouden van willekeurige mensen voordat je onderzoek hebt gedaan. Dat is wat hier is gebeurd. Mina en haar kinderen zijn zonder onderzoek als verdachte bestempeld en vervolgens vijf uur van hun vrijheid beroofd. Pas toen de familie in de cel zat is de politie onderzoek gaan doen en uit dat onderzoek bleek dat Mina en haar kinderen onschuldig vastzaten.

Wij zouden dit wederrechtelijke vrijheidsberoving durven noemen en daarvan kunnen Mina en haar kinderen aangifte doen.

Mina denkt dat hun behandeling met hun huidskleur te maken heeft, maar de politie ontkent dit. Volgens de woordvoerder heeft hun huidskleur geen enkele rol gespeeld. Maar de rest van de verklaring van de beroepskakelaar is nog droeviger;

Dat de verdachten niets bij zich hadden, betekent niet dat er geen diefstal is geweest. Daar moeten we meer onderzoek voor verrichten. Daar gaat tijd overheen.”

Volgens deze politiewoordvoeder zijn dus niet de feiten van belang, maar de overtuiging van de politie. Op deze manier zijn alle tot dusver bekende gerechtelijke dwalingen ontstaan. Het wordt tijd dat politiewerk weer een vak wordt.

Waar blijven de excuses?

Door Waarheidsvinder

Regelmatig komen we berichten in de media tegen die ons met de neus op de feiten drukken. Gisteren was dat weer eens het geval. In de Volkskrant stond een uitgebreid interview met Herman du Bois, één van de beide mannen die destijds onschuldig werd veroordeeld voor de moord op en de verkrachting van stewardess Christel Ambrosius. Een zaak die bekendheid kreeg als de Puttense moordzaak.

Het is schrijnend om te lezen wat deze onterechte veroordeling met Herman heeft gedaan. De ellende begon al direct na zijn aanhouding. Herman zegt daarover tijdens het interview: “Ik ben uitgescholden en bedreigd. Ik ben maandenlang verhoord en niet zachtzinnig. Ze begonnen ‘s morgens vroeg, stopten even rond de middag en gingen door tot 2 uur ‘s nachts. Dan brachten ze me naar mijn celletje. Ik sliep net en dan kwamen ze weer: je hebt 8 uur geslapen, meekomen. Zei ik: joh, ik lig er net in. Je vergist je, hoorde ik dan. In mijn cel brandde altijd licht, dus ik wist niet of het dag of nacht was. Ze maken je gek.”

Volgens Herman kwam zelfs officier van justitie Klunder hem persoonlijk enkele malen verhoren, daarbij vergezeld van onderzoeksleider Ad Baars, de man die ook de leiding had in het debacle van het onderzoek naar de Arnhemse villamoord. Herman zegt daarover: “Hij gooide foto’s van Christel op tafel, hoe ze na die verkrachting dood was gevonden, en schreeuwde: “Kijk eens hoe ze er bij ligt, viezerik. Jouw vrouw gaat bij je weg en je kinderen gaan naar een tehuis, daar zorg ik voor.”

Klunder ontkent natuurlijk du Bois zelf te hebben verhoord en de politiemensen die er van weten houden allemaal hun mond dicht.

Maar Herman du Bois staat niet alleen met zijn verhalen over hetgeen hem is aangedaan. Kees Borsboom (Schiedammer parkmoord), Ina Post, Lucia de Berk, Nozai Thomas en Andy Melaan (Spelonk zaak Bonaire) en Martien Hunnik ( De moord op Bart van der Laar) vertellen precies dezelfde verhalen.

Na hun veroordeling waren er in de gevangenis de nodige bewakers die vonden dat zij Herman het leven zo zuur mogelijk moesten maken, hij was immers een moordenaar en verkrachter. Herman kreeg bijvoorbeeld niet ontdooide diepvriesmaaltijden opgediend met als toevoeging dat wanneer hij lang genoeg wachtte, de maaltijden vanzelf zouden ontdooien. Ook hield men hem ‘s nachts wakker door op de verwarmingsbuizen te tikken.

Herman en zijn medeverdachte Wilco Viets hebben ruim 7 jaar onterecht vastgezeten. Na een lange strijd werden zij in 2002 uiteindelijk alsnog vrijgesproken. Maar in plaats van publiekelijk in ere te worden hersteld, waren er veel politiemensen en justitiemedewerkers die bleven geloven in de schuld van beide mannen. Wij weten dat uit eigen ervaring, want ook in Groningen dachten veel van onze collega’s dat ze onterecht waren vrijgesproken. OM-topman Johan van Wijkerslooth schreef in het blad Opportuun dat zijn mensen geen fouten hadden gemaakt en zaaksofficier van justitie Klunder verklaarde: “Let maar op, in de toekomst zal blijken dat zij er mee te maken hebben.” Inmiddels weten we beter, de werkelijk moordenaar is inmiddels veroordeeld. Maar Klunder heeft zijn uitspraken nooit teruggenomen.

Ook de burgemeester van het streng christelijke dorp Putten liet zich niet onbetuigd. “Waar rook is, is vuur” was na de vrijspraak een uitspraak van hem. Ook bij hem kwam het woord excuses kennelijk niet in zijn woordenboek voor.

Waar blijven nu al die mensen bij politie en justitie die Herman en Wilco het leven zo zuur hebben gemaakt? Waarom erkennen zij niet dat zij er helemaal naast zaten? Gewoon excuus aanbieden voor gemaakte fouten siert ieder mens, ook politiemensen en officieren van justitie. Waarom is er nog nooit een echt onderzoek ingesteld naar de manier waarop onschuldige verdachten tot een valse bekentenis zijn gedwongen? Waarom hoor je de politiebonden hier nooit over? Het zijn toch ook hun leden die ernstig in de fout zijn gegaan?

Nederlanders hebben maar al te graag hun mond vol over de vermeende fouten van anderen. Maar gewoon eens echt in de spiegel kijken lukt ons meestal niet.

Mensen als Herman du Bois zijn daar het slachtoffer van. Zijn hele leven is, net als dat van de ander onterecht veroordelen, volledig naar de knoppen. Maar de verantwoordelijken blijven gewoon de andere kant op kijken.

Excuses? Nooit van gehoord.

De veroordeling van Louis Hagemann

Door Waarheidsvinder

Op maandag 5 maart 1984 worden rond zes uur ‘s avonds in een woning aan de Argonautenstaat in Amsterdam de lichamen gevonden van de 30 jarige Corina Bolhaar, haar 6 jarige zoontje Sharon en haar 9 jarige dochtertje Donna. Corina is gewurgd met een koord, de beide kinderen vertonen ook wurgsporen maar zij hebben daarnaast ook een aantal steekwonden. Het derde kindje van Corina, de 1 jarige Brian zit huilend in zijn box en heeft geen verwondingen. Corina is zaterdag 3 maart 1984 rond 17.00 uur voor het laatst levend gezien.

De zaak krijgt natuurlijk veel aandacht in de media en de politie is er alles aan gelegen de zaak op te lossen.

Gezien de afwezigheid van braaksporen aan de woning gaat de politie er vanuit dat de dader een bekende van Corina moet zijn geweest. Op 18 maart 1984 wordt Hells Angel Louis Hagemann, een vriend van Corina, als verdachte aangehouden. Hij heeft al de nodige veroordelingen achter de rug en staat als gewelddadig bekend. Bovendien blijken zijn verklaringen niet altijd betrouwbaar te zijn.

De politie is er daarom van overtuigd dat hij de moordenaar is maar kan daarvoor geen bewijs vinden. Uiteindelijk moeten ze hem op 23 april 1984 weer vrijlaten en het onderzoek loopt uiteindelijk dood.

Eind 2001 gaat Peter R. de Vries zich met zaak bemoeien. De zaak staat dan kort voor de verjaring. Doodslag is inmiddels al verjaard en de dader kan alleen nog voor moord worden vervolgd.

Uiteindelijk leidden de bemoeienissen van Peter R. de Vries er toe dat Louis Hagemann opnieuw wordt aangehouden. Probleem is wel dat alle sporen uit de zaak inmiddels zijn verdwenen. Aanvankelijk komt de politie met allerlei verhalen over wateroverlast maar uiteindelijk blijkt dat men de sporen, buiten medeweten van de officier, gewoon heeft vernietigd. Naar de reden daarvoor kunnen we alleen maar raden. Die in beslag genomen goederen hadden van groot belang kunnen zijn voor de waarheidsvinding. Onder meer zat er een touw en een koord bij waarmee een van de kinderen was gewurgd. Met de huidige technieken zou daar het DNA van de dader op gevonden kunnen worden.

Louis ontkent wederom bij hoog en laag dat hij iets met de moorden te maken heeft, maar dat helpt hem niet. Op grond van een aantal zeer twijfelachtige verklaringen van door Peter R. de Vries opgedoken getuigen wordt Louis Hagemann uiteindelijk op 22 juli 2005 door het Gerechtshof in Amsterdam voor moord veroordeeld. Bewezen wordt verklaard dat hij Corina en haar beide kinderen op zondagmorgen 4 maart om het leven heeft gebracht. Hij krijgt levenslang.

De Hoge Raad bekrachtigt de veroordeling op 21 november 2006 en daarmee gaat het boek dicht.

Louis Hagemann is inmiddels getrouwd en samen met zijn echtgenote begint hij de strijd voor vernietiging van het vonnis. In 2014 is een door zijn advocaat ingediend herzieningsverzoek door de Hoge Raad afgewezen. De redenen waarom het verzoek is afgewezen zijn echter net zo twijfelachtig als de gronden waarop hij is veroordeeld.

Louis Hagemann en zijn vrouw geven echter niet op en inmiddels ligt er een nieuw herzieningsverzoek bij de Hoge Raad, ingediend door zijn advocaat John Peter.

Omdat er al zo veel mensen met deze zaak bezig waren hebben wij ons nooit echt in de zaak verdiept. Maar recentelijk zijn we dat wel gaan doen. Hetgeen wij tegen kwamen deed ook ons ernstig twijfelen aan de schuld van Louis Hageman.

Een van de zaken die ons op die gedachte brachten is een reportage van EenVandaag van 4 oktober 2016.

In de reportage komen een aantal deskundigen aan het woord of worden geciteerd. Er worden een aantal zaken genoemd die, wanneer zij juist zijn, er op wijzen dat de Louis Hagemann niet de moordenaar van Corina en haar beide kinderen is.

  • De moord op Corina zou al op zaterdag 3 maart na 17.00 uur zijn gepleegd en niet op de ochtend van zondag 4 maart.  Deze stelling vindt steun in het dossier . Daaruit blijkt dat kort na de moorden een achterbuurvrouw van Corina tegen de politie heeft verklaard dat er in de woning van Corina op zaterdagavond rond 21.00 uur een hevige ruzie was geweest tussen Corina en een onbekende man. Ze gaf zelfs een signalement van deze man; ongeveer 35 jaar oud, 1.78 lang, donker glad haar, zwart lederen jack en goed Nederlands sprekend. Met die verklaring van deze vrouw is niets gedaan en het signalement is nergens vermeld. In het proces-verbaal staat dat de rechercheurs hebben verklaard dat de vrouw geen bijzonderheden had, een aperte leugen dus.  Een tweede buurtbewoonster verklaarde op  8 maart tegen de politie dat zij op zaterdagmiddag 3 maart rond  13.15 uur voor de deur van haar woning was aangesproken door een onbekende man die naar Argonautenstraat 20 vroeg, het adres van Corina Bolhaar. Het signalement van deze man kwam precies overeen met het signalement van de achterbuurvrouw. Deze getuige wist echter ook nog te vertellen dat de man cognackleurige tas over zijn rechterschouder droeg. Als de beide verklaringen juist zijn dan betekent dit dat de man al ‘s middags rond 13.30 uur bij Corina was en daar ‘s avonds om 21.00 uur nog was. Het kan niet anders of deze man moet een goede bekende van Corina zijn geweest., maar kennelijk wist hij niet precies waar ze woonde want anders had hij niet hoeven vragen waar nummer 20 was. Naar hem is nooit onderzoek gedaan.
  • De moordenaar moet linkshandig zijn geweest en Louis is rechtshandig
  • De verklaringen van de getuigen die over Hagemann hebben verklaard worden door deskundigen als onbetrouwbaar betiteld

Kortom er lijken meer dan voldoende redenen voor de Hoge Raad om de veroordeling van Louis Hagemann te vernietigen en een nieuw onderzoek te gelasten. Het feit dat Louis Hagemann een aanzienlijk strafblad heeft mag naar onze mening geen reden zijn om een onterechte veroordeling in stand te laten. Bovendien betekent een onterechte veroordeling van Louis Hagemann dat de werkelijk dader nog vrij rond loopt.

Gebrek aan openheid

Door Waarheidsvinder

In de loop der tijd hebben we regelmatig onderzoek gedaan naar overlijdens waarbij politie en justitie tot de conclusie waren gekomen dat er sprake was van zelfmoord, maar waarbij de nabestaanden vermoeden dat er sprake was van moord.

Voor veel mensen is het moeilijk te vatten dat iemand in hun naaste omgeving zichzelf van het leven beroofd. Zeker als de overledene geen afscheidsbrief heeft achtergelaten ontstaat dan al vaak het idee dat er er iets anders is gebeurd, dat iemand anders verantwoordelijk is voor de dood van hun geliefde. Het gebeurt daarbij maar al te vaak dat men na verloop van de tijd in de richting van een bepaald persoon gaat wijzen en dat kan tot de grootste problemen leiden.

Een dergelijk zaak werd gisterenavond behandeld in het SBS 6 programma Moord of Zelfmoord. De zaak ging om de dood van de 19 jarige Brian uit Ede die in januari 2010 volgens de politie zelfmoord had gepleegd door van het dak van een 11 verdiepingen tellend flatgebouw te springen.

Ook in deze zaak was er geen afscheidsbrief en mede daarom weigerde de familie van Brian de conclusie van politie en justitie te accepteren. Men ging daarbij zelfs zo ver dat men de toenmalige vriendin van Brian beschuldigde zijn dood te hebben veroorzaakt. De vrouw ondervond daardoor grote problemen. Ze werd bedreigd en voelde zich opgejaagd.

Alle problemen hadden voorkomen kunnen worden indien politie en justitie destijds volledige openheid van zaken hadden gegeven. Uit het politieonderzoek was namelijk onder meer gebleken dat er op het dak van de flat, in de vers gevallen sneeuw, slechts afdrukken stonden van één soort sportschoenen en die afdrukken pasten bij het profiel van de schoenen die Brian droeg. De betrokkenheid van een derde bij de dood van Brian kon daarmee direct worden weerlegd. Maar die foto’s kreeg de familie nooit te zien.

Zoals meestal weigerden politie en justitie ook in dit geval volledige openheid van zaken te geven.

Er is destijds wel een politiebaasje bij de familie geweest, maar dat was niet voldoende om hen meer duidelijkheid te geven. Het duurde meer dan 6 jaar voordat de familie eindelijk een kopie van het proces-verbaal kreeg. Maar de foto’s die op het dak van de flat waren gemaakt ontbraken.

Uiteindelijk heeft advocaat Sébas Diekstra zich namens de familie tot justitie in Arnhem gewend. Opnieuw liet justitie toen zien dat men op geen enkele wijze begrip had voor de gevoelens van de nabestaanden.

Op 23 maart 2016 stuurde advocaat Diekstra een brief aan justitie in Arnhem met het verzoek om de familie een kopie van de foto’s te geven. Op 29 maart stuurde hij een herinnering waarna hij als reactie kreeg dat justitie 6 weken de tijd had om te reageren. Maar ook na 6 weken had hij nog geen reactie en dus stuurde de advocaat op 13 mei opnieuw een brief aan justitie.

Als reactie op deze brief ontving de familie vervolgens één foto van een schoenafdruk in de sneeuw. Maar de familie was nog steeds niet overtuigd en wilde ook de andere foto’s zien. Die kreeg men niet.

Op 22 augustus 2016 kreeg justitie vast de reportage te zien die SBS 6 van de zaak had gemaakt en die gisterenavond werd uitgezonden. Men heeft de uitzending bekeken maar weigerde voor de camera een reactie te geven.

Op 1 september 2016 gebeurde dan toch het wonder. De familie van Brian mocht alsnog de foto’s bij justitie in Arnhem komen bekijken. Er mocht daar echter niemand bij aanwezig zijn, zelfs hun advocaat niet.

Na het bekijken van de foto’s was het eindelijk ook voor de familie duidelijk, Brian was alleen op het dak van de flat geweest en dus was er niemand anders bij zijn dood betrokken.

Waarom heeft het bijna 7 jaar moeten duren voordat de familie uiteindelijk de gewenste duidelijkheid kreeg? Waarom worden nabestaanden in Nederland niet serieus genomen? Waarom krijgen zij in dit soort gevallen geen volledige openheid van zaken? Waarom mogen zij zich meestal tijdens een gesprek met politie en of justitie niet laten bijstaan door een door hen gekozen deskundige?

Het wordt tijd dat daar verandering in komt. Het zou niet alleen veel leed voor de nabestaanden voorkomen maar ook voor de mensen die door het gebrek aan openheid onterecht worden beschuldigd van een misdrijf dat niet gepleegd blijkt te zijn.