Skip to content

Willekeur?

Door Waarheidsvinder

Vandaag dient bij het Militair Strafhof in Arnhem een beroepszaak tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie tot niet vervolging van Admilson R. inzake het laten ontploffen van een handgranaat in een voertuig van het leger. Voor de duidelijkheid volgt hier een korte samenvatting van deze zaak.

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod (Afghanistan) een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

Beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger. We schreven daar al eerder over op deze site. Wij kwamen tot de conclusie dat Admilson R. in deze zaak als verdachte diende te worden aangemerkt.

Op 8 juni 2016 heeft advocaat Sébas Diekstra namens Erik Groenendijk een verzoek om aanvullend onderzoek in deze zaak gedaan en vervolgens heeft Groenendijk op 18 augustus 2016 aangifte gedaan van poging tot moord cq doodslag gepleegd door Admilson R.

Door de Koninklijke Marechaussee is daarop een zogenaamd oriënterend onderzoek ingesteld. Zoals we konden verwachten, was de conclusie van dat onderzoek dat er geen nieuwe feiten waren op grond waarvan de zaak kon worden heropenend. Zelfs het feit dat Admilson enkele jaren later het feit tegenover zijn broer had bekend was volgens de onderzoekers en het OM geen reden de zaak te heropenen aangezien Admilson zijn bekentenis inmiddels weer had ingetrokken. Met name die laatste conclusie vinden wij verbijsterend.

Wij houden ons al sinds meer dan 12 jaar bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen. Met uitzondering van de zaak van Lucia de Berk was er in alle bekend geworden dwalingen in Nederland sprake van één of meer valse bekentenissen die later weer waren ingetrokken. Het gaat daarbij onder meer om de Puttense moordzaak, De Schiedammerparkmoord, de zaak Ina Post, de moord op Bart van der Laar en de Spelonkzaak op Bonaire. Over al deze zaken schreven wij al eerder op deze site.

Het feit dat de verdachten hun bekentenis hadden ingetrokken was toen voor het OM geen enkele reden de vervolging te staken en in al deze zaken was destijds een veroordeling van de onschuldige verdachten gevolgd.

In geval van de zaak van de zes van Breda werden de verdachten zelfs na herziening door de Hoge Raad recent opnieuw veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag. Ook nu golden de ingetrokken bekentenissen als voornaamste bewijs tegen de verdachten.

Afgelopen week diende er bij het Hof in Den Bosch nog een zaak waarbij een man tegenover undercoverpolitiemensen zou hebben bekend zijn vrouw te hebben vermoord. Ook deze bekentenis was later door de man ingetrokken maar toch werd hij in eerste instantie op grond van die bekentenis veroordeeld. Ook in hoger beroep houdt het OM de man aan zijn eerder afgelegde bekentenis.

In het verleden hebben we onderzoek gedaan naar de veroordeling van Theo Tetteroo. Hij was veroordeeld om dat hij zijn dochter en zoon seksueel zou hebben misbruikt. Het politieonderzoek deugde van geen kanten, de aangifte van de dochter was meer dan twijfelachtig en de zoon had zijn aangifte tegen zijn vader inmiddels ingetrokken. Maar ook in deze zaak hielden politie en OM vast aan de eerste verklaring van de zoon en werd het intrekken van de verklaring genegeerd. De veroordeling bleef gehandhaaft.

Uit het feit dat het OM nu de ingetrokken bekentenis van Admison R. niet als bewijs wenst te accepteren wordt nog eens duidelijk dat de waarheid geen rol speelt. Het gaat uitsluitend om het eigen gelijk van het OM. Soms leidt dat tot de veroordeling van onschuldigen en soms leidt dat tot het niet vervolgen van schuldigen. Wij kunnen niet anders concluderen dan dat er sprake lijkt te zijn van willekeur. En willekeur hoort niet thuis in een fatsoenlijk rechtssysteem.

Hadden we toch gelijk?

Door Waarheidsvinder

Een van uw redacteuren heeft recent een open brief gestuurd aan persofficier van justitie Pieter van Rest in verband met zijn uitlatingen inzake het onderzoek naar het overlijden van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen. Uitlatingen die volgens ons onnodig denigrerend waren en ook onjuist.

Vanmiddag diende bij de rechtbank in Assen een pro-formazitting over de zaak. Tijdens deze zitting deed officier van justitie Debby Homans, die samen met haar collega Oebele Brouwer de zaak voor bracht, onder meer de twee volgende uitspraken ten aanzien van de gang van zaken:  ” Zonder de vasthoudendheid van de vader en diens vriendin Joyce, was deze zaak er niet geweest.” Zo simpel is het, zei de officier van justitie.

Een mening die wij delen, maar het werpt ook een bijzonder licht op deze zaak. Betekent dit dat in het vervolg iedere nabestaande zelf een schaduwonderzoek moet gaan doen om te kijken of politie en justitie hun werk wel goed hebben gedaan? Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Daarnaast constateerde de officier van justitie op de zitting dat er hiaten zaten in het eerdere politieonderzoek. Er is een nieuw onderzoek opgestart, door andere rechercheurs dan degenen die eerst bij de zaak waren betrokken. Ook deze mening over de kwaliteit van het onderzoek delen wij. Helaas werden wij weggehoond toen wij destijds onze kritiek uitten. Maar ja beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Daarom onze complimenten aan deze officier van justitie. Het erkennen van fouten is volgens ons een teken van kracht en niet van zwakte. Misschien voor een volgende keer een idee voor hun collega persofficier Van Rest.

Toch riep de rechtszaak ook weer nieuwe vragen op. In het nieuwe onderzoek is een getuige gehoord die belastend heeft verklaard voor de moeder. De advocaat van de moeder noemt hem onbetrouwbaar omdat hij pas na twee jaar een verklaring zou hebben afgelegd.

De vraag is echter of het wel om een nieuwe getuige gaat, want de man heeft kennelijk verklaard dat hij twee jaar geleden al is gehoord door twee politiemensen in burger. Uit het feit dat het OM die verklaring niet in het dossier heeft gevonden en niet heeft kunnen uitvinden wie die politiemensen waren, rijst het vermoeden dat die verklaring destijds terzijde is gelegd omdat deze niet paste bij het toen gebruikte scenario van een val of zelfmoord.

Een dergelijke gang van zaken herkennen wij uit andere onderzoeken. Niet passende getuigen worden gemakshalve “vergeten” en niet in het dossier opgenomen. En dat heeft niets met waarheidsvinding te maken.

Open brief aan Pieter van Rest

Door Waarheidsvinder,

Al jaren beweren wij ook op deze site dat het imago van politie en justitie vaak veel belangrijker is dan de waarheid. Ook in de zaak van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps deden wij dezelfde ervaring op. Men seponeerde liever een zaak dan dat men moest toegeven dat er tijdens het onderzoek grote fouten waren gemaakt. Met name de rol van persofficier van justitie Pieter van Rest in deze zaak vinden wij zeer bedenkelijk. Op grond daarvan heeft één van uw redacteuren besloten een open brief aan deze officier van justitie te schrijven.

Open brief

Geachte heer Van Rest,

Toen ik in 1969 als 18 jarige jongen bij de politie begon dacht ik dat het bij politie en justitie altijd om de waarheid ging. In de loop der jaren is mij steeds duidelijker geworden dat dit wel een heel naïeve gedachte van mij was. Steeds vaker ontdekte ik dat het imago van politie en justitie veel belangrijker is dan de waarheid. Uw uitlatingen in de zaak van Sharleyne Remouchamps bevestigen dit opnieuw.

In plaats van excuses aan te bieden aan de vader van Sharleyne en serieus te kijken naar de gerechtvaardigde kritiek op het werk van de politie in deze zaak en de beslissing van het openbaar ministerie om de zaak te seponeren, vindt u het belangrijker denigrerende opmerkingen te maken over het werk van Harrie Timmerman en mij. Inmiddels is duidelijk geworden dat onze bevindingen wel serieus hadden moeten worden genomen. In onze analyse hebben wij al gewezen op de wurgsporen in de hals van het slachtoffer (op basis van het sectierapport), maar uw instantie doet nu voorkomen of dit een nieuw gegeven is. Kortom: opnieuw wordt met de waarheid gesjoemeld.

U doet door uw houding en uitlatingen onrecht aan de nabestaanden van Sharleyne en u bevestigt daarmee het beeld dat waarheidsvinding kennelijk alleen iets is voor idealisten en niet voor officieren van justitie.

Vledder, 8 januari 2018

Dick Gosewehr

 

Sharleyne blijkt te zijn gewurgd

Door Waarheidsvinder

Op 8 juni 2015 ‘s omstreeks 01.20 uur ‘s nachts overleed de 8 jarige Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen. Haar lichaam werd door buren onderaan een hoge flat op straat gevonden nadat zij kort daarvoor een harde klap hadden gehoord. Door dezelfde buren werd op de 10e galerij van de flat, voor hun woning, de moeder van het meisje gezien. De vrouw keek even naar beneden en liep toen weg. In plaats van zich direct om haar dochtertje te bekommeren ging zij een woning op de 2e verdieping van de flat binnen om kort daarna naar buiten te komen en naar haar auto te lopen. De moeder werd kort daarop door de inmiddels gewaarschuwde politie aangehouden, ze was dronken. Maar tijdens de verhoren weigerde zij een verklaring af te leggen over hetgeen er zou zijn gebeurd.

Na enkele dagen werd zij weer vrijgelaten omdat er volgens de politie geen bewijs zou zijn gevonden dat de moeder verantwoordelijk was voor de dood van Sharleyne. De politie hield de mogelijkheid open dat het meisje per ongeluk van de flat was gevallen of dat zij zelfmoord had gepleegd.

Hoewel er tijdens de sectie door de patholoog sporen van verwurging bij het meisje werden gevonden hield hij het er toch op dat het meisje waarschijnlijk door de val was overleden. In het proces-verbaal bleek niets vermeld te staan over de aangetroffen wurgsporen en de zaak werd na enkele maanden door het openbaar ministerie in Groningen officieel geseponeerd. Er was volgens de verantwoordelijk officier van justitie geen bewijs gevonden dat Sharleyne was vermoord.

De vader van Sharleyne nam geen genoegen met de gang van zaken en nam een advocaat in de arm. Nadat wij het dossier op verzoek van de vader van Sharleyne hadden bestudeerd konden wij niet tot een andere conclusie komen dan dat Sharleyne wel degelijk om het leven was gebracht en dat zij al dood was toen zij van de flat naar beneden werd gegooid. Naar onze mening was Sharleyne eerst gewurgd en daarna van de flat gegooid en dat standpunt hebben wij ook naar de media verkondigd.

De reactie van persofficier van justitie Pieter van Rest was zoals de reactie van justitie meestal is. Men moest ons niet serieus nemen. Een domme opmerking zoals nu is gebleken.

Vandaag is in de media bekend gemaakt dat uit nieuw forensisch onderzoek in België is gebleken dat Sharleyne inderdaad door verwurging om het leven is gebracht. Kennelijk heeft men daar meer kennis van zaken dan in Nederland.

Het lijkt er dus op dat, ondanks de tegenwerking van politie en justitie, de waarheid toch boven tafel gaat komen en daar gaat het uiteindelijk om. De vader van Sharleyne heeft daar recht op.

De partijdigheid van justitie

Door Waarheidsvinder

In Amerika is opnieuw een gerechtelijke dwaling aan het licht gekomen. Moses El zat 28 jaar vast voor een misdrijf dat hij niet had gepleegd. Hij is nu vrijgesproken en is nu een rechtszaak begonnen tegen de mensen die verantwoordelijk zijn voor zijn onterechte veroordeling zoals de verantwoordelijke officieren van justitie, DNA-onderzoekers en politiemensen die bij de zaak waren betrokken. Mensen die kennelijk alleen op een veroordeling uit waren en niet op de waarheid.

Naar aanleiding van deze zaak schreef Forensisch Expert Richard Eikelenboom onderstaand artikel op de site van Independent Forensic Services (IFS).

” Hoewel we in Nederland gelukkig niet zo veel dwalingen hebben als in de VS moet wel worden opgepast voor vergelijkbaar gedrag dat kan leiden tot dwalingen. Officier van Justitie mr. van der Ven gaat op de Amerikaanse toer in de Koen Everink zaak met het aanvallen van deskundigen van IFS door ze te beschuldigen van partijdigheid en speculaties. In de VS is dit normaal maar het systeem daar is anders. De Officier van Justitie is partij en gaat vol voor vervolging helaas ook regelmatig bij onschuldige verdachten. De trukendoos die daarbij wordt geopend gaat heel ver. De tegenpartij wordt daar ook wel “the dark side” genoemd.

Verder doet deze Officier van Justitie er alles aan om de deskundigen van de verdediging zwart te maken. Volgens hen werken we vanuit een schuur en betreft IFS een “Mom and Pop business”. IFS beschikt echter wel over meer accreditaties dan de staats laboratoria in de VS en Nederland. Een standaard onderwerp gaat over geld dat wordt betaald aan de deskundige voor zijn werk en daarmee wordt geïmpliceerd dat de deskundige zijn rapportage aanpast aan de wensen van de cliënt. Het is voor de deskundige echter zeer gevaarlijk om rapportages aan te passen aan de wensen van de cliënt omdat dit door rechters en ander deskundigen vaak redelijk makkelijk is aan te tonen.

Zo kon in de Schiedammerparkmoord eenvoudig worden aangetoond met de aanwezige DNA-profielen dat de DNA-deskundige Kloosterman DNA-resultaten had achtergehouden. De sleeptheorie van professor Eskens in de Puttense moordzaak kon ik eenvoudig weerleggen met technische bevinden die bij biologisch sporenonderzoek naar boven kwamen. Helaas waren de verdachten toen al wel veroordeeld.

In de zaak van Koen Everink gaat het bijvoorbeeld om het mogelijke gebruik van een dolk. De patholoog Soerdjbalie beschrijft een voorwerp dat aan twee zijden scherp is en dat een diepe steekwond veroorzaakt in de hals die een breedte heeft van ongeveer een centimeter terwijl de gebruikte messen op de plaats delict meer dan 2cm breed zijn. Nu kun je allerlei redenen verzinnen waarom en hoe met een mes van 2 cm breed en diepe verwonding veroorzaakt van 1 cm breed, maar dat maakt het nog niet logisch en niet de beste verklaring. Zeker niet als zo’n type verwonding 3 keer voorkomt. De rechters en andere deskundigen kunnen bovenstaande redenaties zelf beoordelen als de juiste bevingen en foto’s in de rapportages transparant worden weergegeven. Dat is bij het NFI regelmatig niet het geval. Digitale foto’s, DNA-profielen en onderzoeks-formulieren worden niet standaard vrijgegeven aan de verdediging.

In Nederland heeft de officier van justitie een magistrale taak. Waarheidsvinding is daarbij cruciaal. Het OM in Nederland is dus, als zij het goed doen, geen partij zoals in de VS. De wijze waarop Officier van Justitie mr. van der Ven zich heeft opgesteld in de Koen Everink zaak ten opzichte van IFS is niet magistraal. Ze maakte een drama van onze email-wisseling met de verdediging die zover ik weet gewoon is vrijgegeven en alle adviezen voor nader onderzoek zijn zonder manipulatie doorgegeven aan de rechtbank. Toch vond Van der Ven het nodig om allerlei onterechte verdachtmakingen richting IFS en de verdediging te gooien. Als we nu kijken naar de relatie tussen het NFI en politie en OM dan zijn verdachtmakingen daar meer op hun plaats. Gezien de valse aantijgingen aan ons adres kan het geen kwaad om die relatie eens onder de loep te nemen.

Tussen politie OM en NFI vinden zogenaamde FIT-gesprekken (forensische intake- gesprekken) plaats. Deze gesprekken zijn geheim en worden in de meeste gevallen ook door rechters niet vrijgegeven. Als we het over transparantie hebben dan valt dit daar duidelijk niet onder. Als de FIT-gesprekken, het gesprek van mij bij de directie en de discussies per telefoon in de Schiedammerparkmoord aan de verdediging waren verstrekt dan had de dwaling zeer waarschijnlijk niet plaatsgevonden. Als we in Nederland op de Amerikaanse toer gaan laten we het dan ook goed doen en alles vrijgeven zoals dat in de VS, UK en veel andere landen verplicht is. Iedere notitie, zelfs een kladje, dient aan de verdediging te worden verstrekt. Net zoals alle DNA-profielen (ook van iedere persoon die ooit verdacht is geweest in de zaak) en alle foto’s.”

wordt vervolgd

De dood van Mitch Henriquez (2)

Door Waarheidsvinder

Naar aanleiding van het door ons geplaatste bericht over het onderzoek van IFS inzake de dood van Mitchel Henriquez en de kritiek daarop van forensisch arts Kees Das ontvingen wij bijgaand schrijven van een oud-politieman dat wij u niet willen onthouden.

Ik werkte 40 jaar bij de FO en ben nog steeds geïnteresseerd in spraakmakende zaken waarbij het forensisch onderzoek een belangrijke rol speelt. Ik verblijf echter al geruime tijd in Australie waardoor mijn informatiepositie tot deze zaak wat beperkt is.

Deze zaak doet mij sterk denken aan de Leidse ballpointzaak/moord? (1991) waarbij medisch deskundigen gevraagd en ongevraagd hun mening gaven. Feitelijk stond de bijscholing van de algemeen arts tot forensisch arts middels een aantal modules toen ook nog in de kinderschoenen. Het FMG (Forensisch Medisch Genootschap) is in 1980 mede opgericht door prof.dr.Barend Cohen die zich verbaasde over het gebrek aan kennis en ervaring van de gemeentelijk lijkschouwers in ons land en het gebrek aan interesse bij artsen. Sinds de oprichting van het FMG heeft de opleiding een continue ontwikkeling doorgemaakt.

In de zaak Henriquez heeft de patholoog( na de artsenbul nog 6 jaar opleiding!) van het NFI verstikking door uitwendig mechanisch geweld geconcludeerd.Tijdens mijn werkzame periode was het een norm dat iedere conclusie op het natuurwetenschappelijk laboratorium werd geschaduwd door een tweede onderzoeker. Ter vergelijk: tegenwoordig bij een moeilijke dactyloscopische identificatie (kwalitatief slecht spoor) zelfs een onafhankelijk onderzoek door drie onderzoekers! Bij 2-1 overleg en dan 1 conclusie, identificatie of niet!

Kennelijk gebeurt dit bij het NFI bij secties nog steeds niet. Hoe kan het anders gebeuren dat middels de forensisch arts (geen patholoog) D.Botter, eveneens werkzaam bij het NFI, een andere conclusie dan de conclusie van de patholoog bekend wordt. Hiermee raakt de geloofwaardigheid van het NFI toch echt in het geding! Verder heeft de heer C.Das (gepensioneerd forensisch arts)weer een andere conclusie gerapporteerd.

Na de uitzending Argos beluisterd te hebben in Australië, wat een techniek, (zelf ooit nog begonnen met zwart-wit foto’s en patholoog Zeldenrust) bleek dat een drietal gespecialiseerde hoogleraren en niet onbelangrijk, op relevante vakgebieden, de conclusie van de heer Das niet kenden. Op de site lees ik een geprikkelde reactie van de heer Das.

1. Ten aanzien van het eerste punt deel ik de mening van de heer Das. Het is niet relevant en, zonder onderbouwing, insinuerend dat D.Botter en S. Schieveld een arbeidsverleden hadden bij de GGD Amsterdam waar ook C. Das werkzaam was.

2. Ik deel de mening van C.Das m.b.t waarheidsvinder niet!. Het zou anders geformuleerd dienen te worden en feitelijk hoeft er niet geconcludeerd te worden! De conclusies die een ieder kan horen die de deskundigen in het radioprogramma Argos beluistert laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Naast hun persoonlijke conclusies, consulteerden deze hoogleraren op relevante vakgebieden, ook collegae, zelfs internationaal. Ook literatuur onderzoek door deze hoogleraren leverde niets op. De heer Das kan derhalve niet stellen dat waarheidsvinder niet aan waarheidsvinding doet door dit te vermelden.

We zullen moeten accepteren dat, ondanks de nieuwste hightech technieken, niet alle vragen beantwoord kunnen worden en deskundigen van mening kunnen en zullen blijven verschillen. Ik denk dat het wel belangrijk is dat bij twijfel en importantie voor de eindconclusie (zeker van het NFI) zoveel mogelijk specialistische,relevante disciplines worden ingeschakeld/ geraadpleegd, die dan leiden tot een breedgedragen eindconclusie. Ook zeer belangrijk voor het uiteindelijke doel: de rechtspraak. Het individueel rapporteren in complexe zaken leidt tot verwarring en irritaties bij alle partijen.

Tot slot. Geloven is goed, controle is beter! Ik heb in dat verband nog enkele vragen:

  1. Hoe kon het bestaan dat in deze zaak een filmpje met zeer essentiële informatie werd gecompileerd en de advocatuur moest ontdekken dat het van mindere kwaliteit was?
  2. Waarom moet een essentieel filmpje van ik schat max. 15 min gecompileerd worden?
  3. Waarom controleert de operator zijn product niet en moet de verdediging dit ontdekken?

Dit alles heeft de schijn van opzet (niet bewezen) en vergelijking met het filmpje van Srebrenica en het bonnetje van Teeven dringt zich op. Niet altijd worden dezelfde belangen nagestreefd. En dit belang is niet altijd waarheidsvinding. Soms is er sprake van een hoger belang. Persoonlijk maakte ik dit al eens eerder mee in het grijze verleden, namelijk in het gigantische recherche onderzoek naar RARA. Voor diegene die RARA niets zegt, kijkt u maar eens op internet!

Kees Slottje

Een dubbele dwaling?

Door Waarheidsvinder

Bijgaand artikel ontvingen wij van de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw, de man die samen met advocaat Geert-Jan Knoops en misdaad journalist Peter R. de Vries verantwoordelijk was voor de uiteindelijke vrijspraak van Herman du Bois en Wilco Viets. Twee mannen uit Putten die onschuldig werden veroordeeld voor de moord op- en verkrachting van Christel Ambrosius in de woning van haar oma in Putten op 9 januari 1994.

DE PUTTENSE MOORDZAAK: EEN DUBBELE DWALING?
J. A. Blaauw

Dubbel gedwaald, Putten II en de Rijswijkse moordzaak’, aldus de titel van het zojuist verschenen boek van wetenschapsfilosoof prof. Ton Derksen. Reeds in de eerste vier regels van zijn 334 pagina’s tellend werk formuleert de schrijver ‘heel duidelijk’ zijn eigen zienswijze omtrent de voor beide moorden veroordeelde man: 1) Ron Pieper is mijn inziens onschuldig in de Puttense moordzaak en in de Rijswijkse moordzaak, en (2) mijn argumenten daarvoor tasten op geen enkele manier de terechte vrijspraak van Wilco Viets en Herman du Bois aan.’

Beknopt samengevat: Via uitvoerige tegen-argumenten gebaseerd op andere interpretaties van het tegen Ron P. gebezigd bewijsmateriaal voert Derksen mogelijkheden (on-)waarschijnlijkheden) aan waaruit de onschuld van P. in beide moorzaken zou moeten blijken.
Alvorens mijn reactie/conclusies op een en ander te geven, volgt hier voor alle duidelijkheid eerst mijn beknopte terugblik rond bovengenoemde drie gebeurtenissen.
Wilco Viets – Herman du Bois
In de namiddaguren van zondag 9 januari 1994 werd de 23-jarige Christel Ambrosius, in de woning van haar oma in Putten, op gruwelijke wijze gewurgd, verkracht, en vervolgens met messteken om het leven gebracht. Ongeveer een maand later werden Herman du Bois en Wilco, later bekend als de Twee van Putten, als verdachten voor dit misdrijf gearresteerd. Beiden hadden een blanco strafblad. De Twee werden in 1995 tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. Belangrijk in dit verband was het volgende: Op het rechter bovenbeen van het slachtoffer was een spermadruppel aangetroffen, waarvan het DNA bij geen van De Twee bleek te horen. Vervolgens ontstond de z.g. sleeptheorie. Die kwam hier op neer, dat het bewuste sperma tijdens de verkrachting uit de vagina zou zijn gesleept.
Na zeven jaar (volstrekt onschuldig) achter de tralies te hebben gezeten, werd hun zaak in 2001 gerechtelijk heropend. Uiteindelijk werden beiden in 2002 vrijgesproken. Hun veroordeling bleek te berusten op een niet gering aantal, onder zware druk van de verhoorders afgelegde, valse bekentenissen. Daar hoorden ook nog eens de valse verklaringen van twee ‘getuigen’ bij. Alles bij elkaar genomen: tot nu toe de grootste gerechtelijke dwaling in Nederland.

Ron P en de Puttense moordzaak
Na ongeveer vijf jaar voortgezet onderzoek werd in 2008 een nieuwe verdachte aangehouden. Dat was Ron P. die ten tijde van de moord 18 jaar was en op dat moment nog bij zijn ouders in Putten woonde. Zijn aanhouding was een uitvloeisel van de in 2005 ingevoerde wetgeving, inhoudende de verplichting om na veroordeling wegens bepaalde misdrijven DNA af te staan. Veroordeling wegens mishandeling van zijn vriendin betekende zodoende dat ook Ron P. DNA moest afstaan, hetgeen niet zonder gevolgen bleef. Zijn DNA werd n.l. niet alleen aangetroffen op de op eerder genoemde spermadruppel, maar ook op een bloedvlekje op de spijkerbroek van Christel. In het verdere onderzoek werd bovendien nog een bloedspoor van Ron P. aangetroffen onder de nagels van het slachtoffer.
Ron P. heeft altijd ontkend ook maar iets met de moord op Christel Ambrosius te maken te hebben gehad. Hij had, zo beweerde hij, in die jaren wel een geheime relatie met Christel gehad. Zodoende had hij op de zaterdagavond vóór de moord nog seks met haar gehad. De daarop volgende zondag was hij de hele dag thuis gebleven, en had hij haar ook helemaal niet gezien. Dat Christel op diezelfde zondag was vermoord, had hij enkele weken later bij toeval in een oude krant gelezen, toen hij daarin zocht naar een advertentie over een tweedehands auto. Overigens had hij zich destijds, aldus zijn verklaring, wel bij de politie in Putten dan wel in Ermelo gemeld (hij wist niet meer precies waar) maar daar had men geen belangstelling voor zijn verhaal, ‘want ze hadden de dader al’. Voor het overige bleef hij uiterst zwijgzaam. Tijdens het rechercheonderzoek werd intussen vastgesteld dat de door Ron P. beweerde geheime relatie met Christel Ambrosius bij niemand bekend was. Overigens kon hij Christel ook slechts zeer vaag beschrijven.
De eerste rechtszitting tegen Ron P. vond plaats in 2009. Op advies van zijn raadsman maakte hij , behalve tijdens zijn laatste woord, voortdurend gebruik van zijn zwijgrecht, dan wel van ‘geen commentaar’ wanneer het om kritieke vragen ging. In zijn laatste woord gaf hij aan van zijn zwijgrecht gebruik te hebben gemaakt omdat hij dacht ‘geen eerlijk proces’ te krijgen.
Ook tijdens dit proces kwam eerder genoemde ‘sleeptheorie’ breed ter sprake. Nu was het de raadsman die betoogde dat de op het dijbeen van het slachtoffer aangetroffen spermadruppel er op die bewuste zondag door een derde moest zijn ‘uitgesleept’. Dezelfde ‘sleeptheorie’ die tijdens de rechtszaak tegen de Twee van Putten door Justitie was gehanteerd tegen De Twee, werd nu dus door de verdediging ingebracht om verdachte Ron P. vrij te pleiten. In haar requisitoir brak Officier van justitie, mw. mr. J.M.Fröberg het geheime-relatie verhaal van Ron P. overigens tot de grond toe af als ‘een kletsverhaal’.
Ook in het vonnis werd korte metten gemaakt met de geheime relatie die Ron P. met Christel Ambrosius zou hebben gehad: ‘De stelling van verdachte dat hij een reden had om de relatie geheim te houden, brengt immers nog niet mee, dat dit voor het slachtoffer ook zou gelden. Verdachte heeft juist op dat laatste punt nauwelijks enige, laat staan een afdoende overtuigende, verklaring kunnen geven’, aldus de rechtbank. Voorts: ‘De rechtbank houdt verdachte in strafrechtelijke zin volledig verantwoordelijk voor de gepleegde feiten. (…) Verdachte heeft Christel Ambrosius verkracht en vermoord. Vaststaat dat zij zich heeft verzet tegen het geweld dat verdachte tegen haar heeft gebruikt. Slechts bij benadering kan men zich een beeld vormen van de angst, pijn en machteloosheid die zij gevoeld moet hebben, vooral toen dat verzet door het uitgeoefende geweld werd gebroken. (…) De doodstrijd die het slachtoffer heeft gevoerd, is huiveringwekkend.’ (…)’ De uitspraak was conform de eis: 15 jaar gevangenisstraf. Nadat Ron P. tegen het vonnis in hoger beroep was gegaan, werd het proces tegen hem vanaf februari 2010 voor het gerechtshof in Arnhem voortgezet. Uiteindelijk werd hij in november 2011 andermaal schuldig bevonden. Het Hof verhoogde daarbij de door de rechtbank Zutphen opgelegde straf tot achttien jaar. In september 2013 bracht de Hoge Raad de gevangenisstraf terug tot vijftien jaar en zes maanden.
Ron P. en de moord in Rijswijk
In juli 2005 werd in de bosjes langs het Jaagpad in Rijswijk de toen reeds 11 dagen vermiste 22-jarige Anneke van der Stap dood aangetroffen . Zij bleek door misdrijf om het leven te zijn gebracht. Toen Ron P. na zijn veroordeling voor de Puttense moordzaak in de gevangenis verbleef, vertelde hij op zeker moment aan enkele medegedetineerden dat hij in Rijswijk een meisje had vermoord. Rechercheonderzoek bracht aan het licht dat P., enkele uren na de vermissing van Anneke, op haar pas geld had gepind. Bovendien bleek hij in het bezit van een aan Anneke toebehorende USB-stick en een harde schijf van haar laptop.

Ron P. stond uiteindelijk als verdachte in deze moordzaak in 2012 voor de Haagse rechtbank terecht. Na een eis van levenslang werd hij evenwel in eerste instantie, bij gebrek aan voldoende bewijs, vrijgesproken. In hoger beroep werd hij echter in 2014 door het Haagse gerechtshof schuldig bevonden en veroordeeld wegens doodslag van Anneke en ‘diefstal van goederen’.
Ron P. heeft ook deze moordzaak altijd hardnekkig ontkend. Zijn verklaringen tijdens de politieverhoren kwamen, ook in deze zaak kortweg samengevat, neer op: ‘geen commentaar’

Tot zover mijn terugblik.

DUBBEL GEDWAALD ?MIJN EINDCONCLUSIES:
Bij bestudering van de beide moordonderzoeken zijn ten aanzien van Ron P. vooral de vijf volgende elementen van groot belang: 1.sporen 2. relatie met het slachtoffer 3. het alibi 4.het verhoor 5. de herkomst van de ontvreemde goederen.
1) De op het slachtoffer aangetroffen sporen spreken t.a.v. Ron P. overduidelijke taal, met name de spermadruppel op haar bovenbeen. Aan zijn verhaal omtrent de ‘sleeptheorie’ hecht ik geen enkele waarde.
2) Van een zo’n tien maanden bestaan hebbende relatie tussen Ron P. en Christel Ambrosius blijkt, behoudens de verklaring van Ron P. zelf, is ergens uit gebleken.
3) Ook van een deugdelijk alibi van P. omtrent de tijdstippen van beide moorden is niets gebleken.
4) Wanneer het tijdens de verhoren op kardinale vragen aankwam, had P. ‘geen commentaar’. Dat is zijn goed recht, maar juist het waarom ‘geen commentaar’ op die specifieke vragen heb ik nergens kunnen ontdekken
5) Ron P.’s verklaring omtrent de usb stick en harde schijf van Anneke van der Stap klinkt alleen al daarom volstrekt onwaar, omdat P. klaarblijkelijk reeds binnen ruim twee uur gebruik heeft gemaakt van haar eveneens ontvreemde pinpas.

Tot slot nog dit: De door Derksen in zijn boek gehanteerde argumenten zijn goeddeels gebaseerd op hetgeen de Raadsman van Ron P. , mr. R. van Boom, tijdens de procesvoering in beide zaken heeft betoogd. Ook daar is uiteraard niets mis mee. Alleen, de rechter heeft op andere gronden uiteindelijk keihard anders geoordeeld.

Afrondende vraag: Is in de procesgang rond beide moordzaken Dubbel gedwaald? Naar mijn stellige overtuiging: Nee! In geen enkel opzicht.

Een mening die wij delen.

Misleiding van de Hoge Raad

Door Waarheidsvinder

Recent bezocht één van uw redacteuren een symposium waarbij onder andere het woord werd gevoerd door Diederik Aben, Advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Hij hoorde hem onder meer mooie woorden spreken over waarheidsvinding. Als uw redacteur niet beter had geweten had hij er bijna een brok van in zijn keel gekregen. Maar hij wist wel beter en vandaag werd zijn wantrouwen weer eens bevestigd door een artikel dat hedenmorgen op Crimesite verscheen.

Zo misleidde de AG de Hoge Raad

Advocaat-generaal Diederik Aben construeerde in de herzieningszaak Baybaşin volgens hoogleraar Ton Derksen zijn eigen gelijk. Eén van zijn strategieën was zuivere ‘misleiding’ van de Hoge Raad, aldus Derksen. In Aben’s conclusie staan hier en daar keiharde leugens.

Door Wim van de Pol

Aben schreef een dik pak papier dat zeer moeilijk leesbaar is, zeker voor niet ingewijden in de zaak. De misleidingen en drogredeneringen zitten dus diep verborgen in de 1.730 pagina’s die Aben (met zijn staf) produceerde, en maar weinigen zullen lezen, ook de meeste journalisten niet. In zijn nieuwe boek (Rammelende Argumenten voor de Hoge Raad) somt Derksen 12 ‘misleidingen’ op. Hieronder staan ze op een rij. Het zijn uitsluitend misleidingen die in het nadeel van Baybaşin werken.

Misleiding 1
Aben verzwijgt aan de Hoge Raad dat zijn eigen tolk wat betreft de Koerdische telefoongesprekken in de moordzaak in de theetuin het woord ‘vluchteling’ (boxçe) beter in de context vindt passen dan het belastende woord ‘tuin’ (baxçe). ‘Tuin’ is het belastende woord waar Aben vanuit gaat, omdat de moord in een tuin plaatsvond.

Misleiding 2
Aben schrijft niet aan de Hoge Raad dat in een zaak uit twee telefoongesprekken blijkt dat het zogenaamde beoogde slachtoffer nog springlevend is en dat de zaak is afgesloten met de verkoop van allerlei spullen. Geen moord of moordopdracht dus.

Misleiding 3
Aben onthoudt de Hoge Raad de informatie dat de politietolken 39 keer systematisch niet vertaalden dat Baybaşin feitelijk in Istanboel moest zijn (hetgeen niet mogelijk was omdat hij in Amsterdam was tijdens het tappen).

Misleiding 4

Een taalkundige concludeerde in het voordeel van Baybaşin. Aben onthoudt de Hoge Raad de kennis dat deze deskundige uiteindelijk geen problemen met de geluidskwaliteit van te beoordelen telefoongesprekken meer had. Aanvankelijk beschikte deze man over materiaal van onvoldoende kwaliteit.

Misleiding 5
Aben schreef dat deze deskundige zich ‘niet met zekerheid’ had uitgelaten. Dat is onjuist, de man schreef juist dat hij ‘overtuigd’ was.

Misleiding 6
Aben schrijft in de zaak van de moord in de tuin dat deze zelfde deskundige slechts ‘een voorkeur’ voor het woord ’vluchteling’ boven ‘tuin’ had. Onwaar: de man schreef juist dat hij ‘overtuigd’ was van ‘vluchteling’ en niet van ‘tuin’.

Misleiding 7
Aben schreef dat er in de proefopstelling van een tapkamer die hij gebruikte een “AMS” aanwezig was (dit is een database voor koppeling met opgeslagen telefoongesprekken). Onjuist: de politie had nota bene zelf aangegeven dat die AMS er niet meer was. Er was geen functionerende tapkamer uit 1998 meer.

Misleiding 8
Een – volgens Aben onbetrouwbare – deskundige (de man die concludeerde dat er gesprekken zijn vervalst) zou volgens Aben hebben gerapporteerd dat hij een AMS ter beschikking had. Niet waar.

Misleiding 9
Aben schrijft meermalen zelf een AMS in werking te hebben gezien. Een onwaarheid, want onmogelijk. De AMS was al vernietigd en overigens allang niet meer in gebruik.

Misleiding 10
Aben schrijft in een brief aan een deskundige te hebben geschreven dat er een AMS was. Maar in die brief staat in werkelijkheid niets over een AMS.

Misleiding 11
Aben noemt in zijn “Appendix Overzicht Nova” een bepaalde ontlastende brief van een persoon in Turkije. Hij verwijst naar bepaalde paragrafen in zijn conclusie waar die brief aan de orde zou zijn. Niet waar. De brief wordt niet door hem in de conclusie behandeld. Hij doet in de appendix wel voorkomen aan de Hoge Raad alsof dat zo is, maar het is niet waar. De ontlastende brief is dus verdwenen uit de conclusie.

Misleiding 12
Aben schrijft dat het dossier geen stukken bevat over twee personen die voor de FBI werkten. Dat is pertinent onjuist. Het dossier bevat de tekst van 23 afgeluisterde telefoontjes van Baybaşin met deze twee met name genoemde heren, en die bevatten allerlei aanknopingspunten om hun authenticiteit en hun bevindingen te kunnen toetsen. De twee werden in het onderzoek van Aben dus niet gehoord.

De Hoge Raad wijst waarschijnlijk volgend jaar arrest in de zaak. Doorgaans volgt de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal.

Tot zover de waarheidsvinding van Diederik Aben. Het schaamrood is ons voor de zoveelste keer naar de wangen gestegen. Waar moet je nu als burger nog naar toe als je je recht zoekt? Niet naar deze AG dus als we Ton Derksen mogen geloven.

 

IFS rapport over Mitch Henriquez

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond is het volgende persbericht door IFS uitgegeven:

HENRIQUEZ STIERF DOOR VERWURGING EN VERSTIKKING

Hoogleraren onderschrijven IFS-bevindingen in nekklemzaak

Hulshorst, 15 december 2017 – Independent Forensic Services (IFS) heeft op verzoek van de nabestaanden onderzoek gedaan naar de zogeheten Haagse nekklemzaak en vastgesteld dat slachtoffer Mitch Henriquez is overleden aan de gevolgen van verwurging en verstikking. Drie IC-hoogleraren onderschrijven de IFS-conclusies vandaag in een radio-uitzending van onderzoeksprogramma Argos.

De rapportage van IFS-directeur en forensisch arts Selma Eikelenboom is vorige week toegevoegd aan het strafdossier tegen de verdachten, twee politieagenten van de Eenheid Den Haag. De rechtbank doet donderdag 21 december uitspraak.

Het lijkt me dat de rechtbank niet om de bevindingen van IFS heen kan, nu die ook door drie wetenschappers worden ondersteund ”, zegt advocaat Richard Korver die de nabestaanden van Henriquez bijstaat. “We hopen dat de rechter tot een ander oordeel gaat komen dan de conclusies die forensisch arts Botter van het NFI en forensisch arts Das hebben aangereikt.”

Advocaat Korver hecht veel waarde aan de onafhankelijke expertise door IFS. “De IFS-rapportage is uitermate belangrijk omdat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in deze kwestie met twee monden spreekt. De NFI-patholoog en de forensisch arts van het NFI kwamen met totaal verschillende onderzoeksresultaten. Dat ondermijnt het vertrouwen in het NFI als onafhankelijk en wetenschappelijk verantwoord instituut.”

Volgens Independent Forensic Services leidt het geen twijfel dat het slachtoffer, de 42-jarige Mitch Henriquez uit Aruba, in juni 2015 na een festivalbezoek in Den Haag is overleden aan de gevolgen van een minutenlange, instabiele nekklem zoals werd vastgelegd op video-opnamen. De pathologische bevindingen van verstikking wijzen erop dat de nekklem een zogeheten ‘choke hold’ (wurggreep) was en niet een zogeheten ‘carotid sleeper hold’ (een greep waarbij zeer kortstondig de halsslagaders worden dichtgedrukt en de luchtpijp vrij blijft). Deze choke hold heeft de ademhaling van het slachtoffer belemmerd en kan op zich al tot de dood leiden”, aldus IFS-arts Selma Eikelenboom. Daarnaast zijn gedurende het vasthouden van de choke hold ernstige verwondingen aan de romp en ledematen van Henriquez toegebracht en uitgebreide inwendige bloedingen, scheuringen in de lever en breuken van de hoorntjes van het schildkraakbeen ontstaan. Deze verwondingen hebben de ademhalingsfunctie verder beperkt. De combinatie van een choke hold (oorzaak van overlijden) met de uitgebreide verwondingen aan hoofd en hals en de rest van het lichaam door zogeheten stomp-trauma (oorzaak van overlijden) hebben geleid tot verstikking door zuurstofgebrek (mechanisme van overlijden).

Gedurende het onderzoek heeft IFS geen enkele onderbouwing gevonden voor de constateringen door forensisch artsen Das en Botter dat het slachtoffer zou zijn overleden aan de gevolgen van een door hen omschreven acuut stress-syndroom.

De conclusies van Selma lijken te worden gedeeld door enkele vooraanstaande deskundigen. In het AD lezen we vanmorgen:

Professor Armand Girbes van het VU Medisch Centrum, professor Jan Bakker van de New York University, professor Diederik Gommers van het Erasmus MC en cardioloog-intensivist Rémon Baak van het Haga-ziekenhuis plaatsen hun vraagtekens bij de conclusies van forensisch deskundigen in de zaak-Henriquez. De drie hoogleraren zeggen dat er informatie ontbreekt, waardoor de precieze doodsoorzaak lastig te bepalen is. Acute stress achten kan volgens hen echter nooit de doodsoorzaak zijn. ,,Ik ben specialist in intensive care-geneeskunde, en ik ken die aandoening niet”, aldus Armand Girbes van het VU Medisch Centrum. ,,Om het netjes te zeggen: het is niet een gedefinieerde ziekte of syndroom. In gewoon Nederlands: het bestaat niet. En je kunt niet aan iets overlijden dat niet bestaat.” Rémon Baak beaamt dat. Hij was degene die Henriquez behandelde nadat hij werd binnengebracht in het ziekenhuis.

Laten de rapporten van Daan Botter en Kees Das dus maar gauw vergeten. Zeker als we bedenken dat beide artsen bij de GGD Amsterdam hebben gewerkt en in het verleden collega’s van elkaar waren.

Noot

Link naar verbijsterende uitzending van Argos.

 

Aanvulling 21 december 2017

De rechtbank heeft de onzinrapporten van Kees Das en Daan Botter kennelijk in de prullenbak gegooid en beide politiemensen veroordeeld voor mishandeling de dood ten gevolge hebbende.

Aanvulling 23 december 2017

Via deze site ontvingen wij de volgende drie reactie van forensisch arts Kees Das:

1. Dat de rapporten van Botter en mij maar vergeten moeten worden omdat Botter (tot 2003) bij de GGD Amsterdam werkte is een smerige en extreem valse insinuatie. Schieveld werkte in die tijd trouwens ook bij de GGD Amsterdam. Ik heb vele rapporten van beiden als deskundige weerlegd.

2. Ik heb altijd gedacht dat u aan waarheidsvinding deed.
Na uw bedroevend commentaar  op het dieptreurige IFS rapport weet ik dat dat niet zo is.
Feiten: NFI-patholoog concludeerde: verwurging; onjuist, door rechtbank ook verworpen. Ik heb het nooit over ‘acuut stress syndroom’ gehad als doodsoorzaak. Kennelijk kent u mijn rapport niet, maar slechts krantenberichten. Botter kwam tot een andere conclusie dan ik, namelijk EDS.

3. De deskundigheid van IFS is zeer treffend gebleken bij de ‘prozac-killings’ en laatst ook weer in de zaak Everink.

Waarvan akte.

Een zondebok?

Door Waarheidsvinder

Een aantal tweede kamer leden dringt aan op het ontslag van Frans Leeuw van het WODC omdat hij bezweken is voor de druk van het ministerie en onderzoeksresultaten heeft aangepast. Iets wat natuurlijk absoluut niet kan. Wij begrijpen de wens van deze kamerleden maar het lijkt ons niet juist alleen Frans Leeuw te slachtofferen. Wat gebeurt nu met de hoge ambtenaren die in strijd met de regels het WODC onder druk hebben gezet? Mogen zij wel blijven?

En wat gebeurt met met secretaris-generaal Siebe Riedstra? Hij schreef recent in een brief aan zijn ambtenaren: De ambtenaren van de afdeling beleid moeten van gedachten kunnen wisselen met hun collega’s van het WODC over de vraag wat wordt onderzocht. Daar kunnen ze zelfs over van mening verschillen, als ze er maar op een professionele manier uitkomen met elkaar en met respect voor ieder rol.

Hoe kun je hem nu handhaven terwijl Leeuw weg wordt gestuurd hoewel die volgens Riedstra kennelijk niets verkeerds heeft gedaan? Het is goed om af en toe de trap schoon te vegen, maar dan moet je wel bovenaan beginnen.