Skip to content

De site stopt

Na vele jaren kritisch het werk van politie en justitie te hebben gevolgd, stoppen we er nu mee. Op 15 oktober 2022 gaat het scherm op zwart. Het is mooi geweest.

We hebben gelukkig een bijdrage kunnen leveren aan het aan de kaak stellen van drie gerechtelijke dwalingen, zaken waarbij mensen onschuldig waren veroordeeld voor moorden die zij niet hadden gepleegd. Ook zijn vele vermissingszaken zaken mede dankzij ons werk weer heropend.

We danken alle mensen die onze site hebben gevolgd. Het ga u goed.

Uwe waarheidsvinders: Harrie Timmerman en Dick Gosewehr

Gerechtigheid voor Sharleyne

Ondanks het geklungel van de politie en het OM, en in tegenstelling tot de rechtbank in Assen acht het Gerechtshof in Leeuwarden de moeder van Sharleyne wel schuldig aan de dood van haar dochter. Ze is veroordeeld tot 9 jaar en 9 maanden gevangenisstraf. Daarnaast moet ze vader Victor en bedrag van 20.000 euro betalen als schadevergoeding.

Hebben we uiteindelijk toch gelijk gekregen.

Misschien dat behalve de politie in Drenthe, ook Officier van justitie Pieter van Rest en Advocaat-generaal Marina Weel nog eens kunnen nadenken over hun falen in deze zaak. Je kunt pas van je fouten leren nadat je ze eerst hebt erkend.

Het meisje van Teteringen

Op 25 december 1990 werd in de bossen van bij het Brabantse plaatsje Teteringen het lichaam gevonden van een meisje in de tienerleeftijd. Het meisje was voor haar dood gemarteld. De identiteit van het meisje is nooit bekend geworden en ook haar moordenaar(s) loopt/lopen nog vrij rond.

Lees het door Jolande van der Graaf geschreven aangrijpende verhaal op haar site Femke Fataal.

Aanrandingen jongens in Zuid-Limburg

 

Door Waarheidsvinder

Op de site femke fataal van misdaadjournaliste Jolande van der Graaf staat een oproep in verband met zedenzaken in Zuid-Limburg. Eigenlijk is dit natuurlijk het werk van de politie maar die laat het in deze helemaal afweten. Klik hier

 

Oproep tot DNA-onderzoek

Door Waarheidsvinder

Het uitbrengen van  coldcase kalenders lijkt steeds meer het enige dat veel coldcaseteams nog doen om oude zaken op te lossen. Een onzinnige gedachte natuurlijk, om oude zaken op te lossen moet je ervaren rechercheurs de oude zaken opnieuw laten onderzoeken met gebruikmaking van de nieuwe technieken die er destijds nog niet waren maar nu wel. 

Een van die oude coldcases is de moord op de 85 jarige Anna Heemenga in het Groningse dorp Zuidwolde. Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat zij overleed na in haar woning te zijn aangevallen. Journaliste Jolande van der Graaf schreef over deze zaak een uitgebreid artikel op haar site Femkefataal. Daarin legt zij uit dat er voldoende mogelijk heden zijn de zaak alsnog op te lossen.

Willekeur?

Door Waarheidsvinder

Op 10 augustus 1998 verdween de 11 jarige Nicky Verstappen uit een vakantiekamp op de Brunssummerheide nabij de Limburgse plaats Brunssum. Zijn lichaam werd de volgende dag dood aangetroffen in de buurt van het kamp. Volgens politie en justitie is hij seksueel misbruikt en daarna vermoord.

Op 3 mei 2007 verdween de 3 jarige Maddie McCann uit een vakantieappartement in de Portugese plaats Vila da Luz. Volgens politie en justitie is het meisje door onbekenden ontvoerd en vermoedelijk vermoord.

Twee zaken die op zich niets met elkaar te maken hebben. Er is echter één overeenkomst. In beide zaken is er kosten nog moeite gespaard om de dader te vinden. In de zaak van Nicky Verstappen is zelfs jarenlang door een groot team in het geheim onderzoek gedaan naar de dader.

In de zaak van Madie McCann zijn al tientallen miljoenen uitgegeven om het meisje terug te vinden en de dader te pakken. Op dit moment wordt zelfs een volkstuinencomplex in Hannover afgegraven omdat er aanwijzingen zouden zijn dat daar haar lichaam is begraven.

Beide zaken kregen en krijgen voortdurend uitgebreid aandacht in de media. Niets was te dol om aandacht voor deze zaken te vragen.

Hoe anders is het gesteld met de verdwijning van de 7 jarige Joair Soares. Hij verdween op 4 augustus 1995 vanaf het strand in het Zuid-Hollandse dorp Monster. De gewaarschuwde politie deed uitgebreid onderzoek op en bij het strand maar vond geen spoor van de jongen.

Men deed een oproep in de media en dat was het dan.

Die oproep leverde trouwens een zeer belangwekkende getuigenverklaring op. Iemand belde de politie met de mededeling dat hij de bewuste middag een donker jongetje had gezien die samen met een oudere blanke man uit de richting van het strand kwam lopen en samen met hem wegliep in de richting van het plaatsje Monster. Deze getuige gaf bovendien een duidelijke omschrijving van de man. Met zijn verklaring werd echter nooit iets gedaan. Er werd in de media zelfs geen ruchtbaarheid aan gegeven.

Nadat wij in 2011 de beschikking over het wel zeer summiere dossier hadden gekregen, kwamen wij het verhaal van deze getuige tegen. Journaliste Jolande van der Graaf heeft daarop op 28 maart 2011 het signalement in haar krant gezet. Onmiddellijk meldde zich iemand die het signalement herkende. Hij noemde de naam van een inwoner van Monster die als pedofiel bekend zou staan. Zijn verklaring werd door enkele andere mensen bevestigd. De informatie werd direct met het Coldcaseteam van de politie Den Haag gedeeld. In plaats van de media te zoeken en een nieuw onderzoek te starten hield men de zaak stil.

Pas na een half jaar ging men uiteindelijk met de man uit Monster spreken, maar die was toen door een ernstige ziekte niet meer aanspreekbaar en overleed kort daarna.

Gebleken is dat na de publicatie van Jolande van der Graaf zich een man bij de politie heeft gemeld die verklaarde destijds als jonge jongen op het strand benaderd te zijn door een man die voldeed aan het signalement dat in de krant werd genoemd. De man had hem geld geboden als hij met hem meeging. Ook met deze informatie heeft het Coldcaseteam nooit iets gedaan.

Omdat het Coldcaseteam Den Haag in de media graag de indruk wekt dat men de verdwijning van Jair wel serieus neemt, is zijn naam op de Coldcasekalender gezet. Over het signalement van de onbekende man die in zijn nabijheid is gezien wordt echter nergens gesproken. Over het benaderen van de andere jongen trouwens ook niet.

In hun wens om erkenning te krijgen voor hun “fantastische” werk heeft men kort geleden in de media gesuggereerd dat er een verband zou kunnen zijn tussen de verdwijningen van Maddie McCann en Jair Soares. Men is zelfs zover gegaan dat men een snoepreisje naar de Duitsland heeft gemaakt om de zaak van Jair Soares daar te presenteren. Kennelijk heeft men alles over voor publiciteit maar is men helemaal niet geïnteresseerd in de waarheid.

Kan iemand ons uitleggen waarom het leven van Jair Soares minder waard is dan het leven van Nicky Verstappen of Maddie McCann? Waarom zijn zaak nog geen fractie van de aandacht kreeg en krijgt die de zaak van de beide andere kinderen wel kreeg? Waarom het Coldcaseteam Den Haag nog steeds weigert een serieus onderzoek naar de verdwijning van Jair te starten? Wij kunnen het niet uitleggen. Het lijkt op willekeur.

Kwakkelende rechtspraak

Door Waarheidsvinder

In de Volkskrant troffen wij recent een meer dan lezenswaardig interview aan dat journaliste Elsbeth Stoker met rechtspsycholoog Peter van Koppen had over de kwaliteit van de rechtsspraak in Nederland. Of liever gezegd over het gebrek aan kwaliteit. Iedereen in Nederland die iets met het strafrecht te maken heeft zou dit interview moeten lezen. Er zijn nog teveel mensen die denken het het allemaal wel meevalt.

Afgelopen week had een van uw redacteuren nog een gesprek met een ervaren officier van justitie over een zaak die naar onze mening volkomen verkeerd was behandeld door politie en justitie. Aangezien de zaak al wat ouder is kwam de officier van justitie met de bekende dooddoener dat het tegenwoordig allemaal beter gaat. Dat er na de Schiedammer parkmoord veel zaken zijn verbeterd.

Een mening die wij absoluut niet delen. Volgens ons is er niets veranderd en dat komt voornamelijk omdat men nooit serieus onderzoek heeft gedaan naar de werkelijk oorzaak van deze dwaling.

Onze mening blijkt nu gedeeld te worden door Peter van Koppen. Ook volgens hem is er na de Schiedammer parkmoord niets veranderd. Rechters denken nog steeds dat ze overal verstand van hebben en officieren van justitie en politiemensen hebben nog te vaak moeite met de waarheid. Maar zelfs als dat keihard wordt vastgesteld gebeurt er meestal niets. De betreffende officier van justitie blijft gewoon zitten en kan zelfs daarna nog rechter worden.

 

De moord op Bart van der Laar

Door Waarheidsvinder

Succes kent vele vaderen, maar hier onder volgt het ware verhaal over de manier waarop de herziening van de veroordeling van Martien Hunnik tot stand is gekomen. Een door NPO 1 uitgebrachte podcast over de zaak is een voorbeeld van een zaak waarbij wordt gescoord door mensen die daar geen recht op hebben. Er is door de makers met iedereen gesproken behalve met degenen die het onderzoek naar de dwaling hebben gedaan en dankzij wie de zaak uiteindelijk is herzien. Er was geen ruimte meer voor ons liet een van de betrokken journalisten een van uw redacteuren weten. Geklets natuurlijk, hier speelden duidelijk andere belangen.

Een telefoontje naar Jolande van der Graaf

In oktober 2010 krijgt Jolande van der Graaf een telefoontje van een man die zegt dat hij Martien Hunnik heet. Hij vertelt haar dat hij bijna 30 jaar geleden is veroordeeld tot een jarenlange gevangenisstraf voor de moord op platenproducer Bart van der Laar, een zeer bekende platenproducer die onder meer de platen produceerde van Benny Neyman, Corry Konings, Lenny Kuhr en de groep Babe.

Martien Hunnik zegt dat hij die moord niet heeft gepleegd en dat hij onschuldig is veroordeeld. Hij vertelt dat hij nog iedere dag met de gevolgen van die veroordeling leeft en de zaak niet los kan laten.

Aangezien niemand hem kan of wil helpen heeft Martien Hunnik besloten contact op te nemen met De Telegraaf, omdat hij heeft gezien dat in die krant regelmatig aandacht wordt besteed aan zaken waarin mensen onschuldig zijn veroordeeld. Hij vraagt Jolande van der Graaf of zij hem wil helpen. Die vraag kan Jolande van der Graaf niet direct beantwoorden, ze moet zich eerst in de zaak verdiepen. Ze zoekt daarom in de krantenarchieven wat er van de zaak bekend is. Als zij dat heeft gedaan vertelt ze mij met het verhaal over Martien Hunnik en ze vraagt of ik naar de zaak wil kijken. Ik wil dat wel, maar dan heb ik wel het proces-verbaal van de zaak nodig. Het probleem daarbij is dat de zaak al oud is. Uiteindelijk kom ik toch in het bezit vaneen belangrijk deel van het dossier. Opvallend is wel dat de getuigenverklaringen van alle door de politie verhoorde BN’ers ontbreken er niet bij zitten.Dit zal wel met hun privacy te maken hebben. Voor mij maakt dat niet uit, ik heb voldoende stukken in handen om de zaak serieus te kunnen onderzoeken.

Als ik het dossier bestudeer zie ik direct grote overeenkomsten met de zaak van Ina Post en de Spelonk zaak. Het is mij ook nu, na één keer doorlezen, al duidelijk dat er niets van het onderzoek deugt en hoogstwaarschijnlijk met een gerechtelijke dwaling te maken heb.

De zaak

Bart van der Laar is voor het grootste deel eigenaar van een uit drie verdiepingen bestaande vrijstaande woning in Hilversum. De benedenverdieping verhuurt hij aan de Belgische Julia. Zij is bij één van zijn bedrijven in dienst, een platenmaatschappij in Bussum waarvan Bart van der Laar de grootste aandeelhouder is. Daarnaast is Julia een heel goede vriendin van Bart.

De daarboven gelegen eerste verdieping van het pand heeft Bart van der Laar verhuurd aan een bedrijf en is als kantoor in gebruik. De tweede verdieping van het pand heeft hij aan een vrouw verhuurd en die is als woning in gebruik.

In januari 1981 ontstaat er binnen het bedrijf een grote ruzie tussen Bart van der Laar en directeur Ruud Wijnants. De ruzie tussen de beide directeuren laat Julia niet onberoerd, zij zit nu tussen twee vuren. De spanningen lopen voor haar zo hoog op dat zij overspannen thuis komt te zitten.

Het verhaal van Julia

Als Bart van der Laar in Hilversum is logeert hij meestal bij Julia. Hij slaapt dan op een matras bij haar op de slaapkamer. Gezien de geaardheid van Bart van der Laar, hij is homo, is dat geen probleem.

In de nacht van 8 op 9 november 1981 logeert Bart van der Laar bij Julia. Die morgen gaat Julia voor het eerst sinds haar ziekmelding weer naar haar werk. De eerste werkdag verloopt heel onplezierig en daarom heeft Julia eigenlijk geen zin meer om nog bij TTR te werken. Zij bespreekt de problemen ‘s avonds met Bart, maar die adviseert haar om het toch nog een keer te proberen.

Ook in de nacht van 9 op 10 november 1981 logeert Bart van der Laar bij Julia. ‘s Morgens omstreeks een uur of zeven wordt Julia door Bart gewekt. Zij zal op aandringen van Bart van der Laar het nog een keer op haar werk proberen. Bart zal die dag naar Hamburg vertrekken en daarna doorreizen naar zijn woning in Parijs.

Julia doucht zich en zet daarna in de keuken koffie. Ze schenkt Bart en zichzelf een bak koffie in, maar drinkt haar koffie niet op. Later verklaart zij daarover dat zij zichzelf daarvoor geen tijd gunde omdat ze al laat was.

Terwijl Julia en Bart van der Laar nog samen in de woning zijn gaat de telefoon. Hoewel Julia kennelijk geen tijd heeft om haar koffie op te drinken neemt zij toch de telefoon op. Aan de lijn is een bekende van Bart van der Laar die hem wil spreken. Julia zegt dan dat Bart van der Laar nog in bed ligt en dat hij de man later wel zal terugbellen. Ik kan deze opmerking niet plaatsen. Bart van der Laar was volgens haar eigen verklaring eerder wakker dan zij, Bart zit samen met haar in de keuken koffie te drinken en tegen de beller zegt Julia dat Bart nog in bed ligt en niet aan de telefoon kan komen. Hoe laat de man precies heeft gebeld kan ik trouwens in het dossier niet terugvinden. Het lijkt er op dat de politie daar geen onderzoek naar heeft gedaan.

Julia vertelt dat het kwart over acht is als ze naar haar werk in Bussum gaat. Als dat waar is dan is ze dus al vijf kwartier wakker, want ze heeft eerder verteld dat Bart van der Laar haar rond zeven uur heeft gewekt. Wat heeft Julia allemaal gedaan in die vijf kwartier dat ze zelfs geen tijd zou hebben gehad haar koffie op te drinken? Kennelijk heeft de politie zich dit nooit afgevraagd. Ook heeft de politie kennelijk nooit gecontroleerd hoe laat Julia op haar werk is aangekomen.

Julia vertelt dat het op het werk niet goed met haar gaat en dat ze daarom weer naar huis gaat. Het is dan rond half één ‘s middags. Julia gaat met de trein terug naar Hilversum en loopt daarna naar haar huis. Ze zegt dat ze rond vijf over één thuis is.

Als ze de voordeur open doet ziet ze dat de post nog in de brievenbus zit. Ze vindt dat vreemd omdat de post meestal rond half tien wordt bezorgd. Ze vraagt zich af waarom Bart van der Laar de post nog niet gepakt heeft, hij verwacht die dag een belangrijke brief.

Het licht in het portaal van de woning brandt nog en als ze naar haar kamer loopt hoort ze een snurkend geluid. Het geluid komt uit de richting van de keuken. Als Julia de keuken binnen gaat ziet ze daar Bart van der Laar op de vloer liggen. Hij ligt op zijn rug, maakt snurkende geluid en is niet aanspreekbaar. Het valt haar op dat Bart van der Laar blauwe lippen heeft, dat zijn gezicht een nare gele kleur heeft en dat zijn hoofd in een plas bloed ligt. Bart van der Laar is nog hetzelfde gekleed als die ochtend. Hij draagt een lichtblauwe pyjama met daarover een blauw gestreepte ochtendjas. Aan zijn voeten draagt hij gele pantoffels.

Hoewel ze niet direct aan een misdrijf denkt belt Julia toch direct de politie. Zij rent daarna naar de tweede verdieping van de villa en belt bij de buurvrouw aan. Als die de deur opendoet zegt ze dat Bart van der Laar gevallen is en op de keukenvloer ligt. De buurvrouw loopt met haar mee naar beneden en ziet Bart in de keuken liggen. Ze ziet dat zijn hoofd in een plas bloed ligt en ze hoort dat hij snurkt. De buurvrouw zegt Julia dat ze de dokter moet bellen. Maar in plaats van de dokter te bellen, belt Julia opnieuw de politie, omdat ze geen nummer van de dokter of de ambulance weet. In de keuken ziet Julia dat het koffiezetapparaat nog aan staat. Het apparaat heeft geen aan en uit knop en daarom trekt Julia de stekker van het apparaat uit het stopcontact.

Over het telefoongesprek

In één van de latere gesprekken met de politie vertelt Julia een ander verhaal over de reden waarom zij ‘s morgens de telefoon heeft aangenomen. Zij vertelt nu dat zij de telefoon op heeft genomen omdat Bart van der Laar op dat moment onder de douche staat. Maar als dat zo is, waarom zegt ze dan tegen de beller dat Bart van der Laar in bed ligt?

Ook haar verhaal over het douchen roept vraagtekens op. Als Bart van der Laar wordt gevonden draagt hij zijn pyjama met daarover een ochtendjas. Dezelfde kleding die hij aanhad toen Julia nog thuis was.

Bovendien blijkt dat hij die ochtend kennelijk geen schone onderbroek aan heeft getrokken. Hoe waarschijnlijk is het dan dat Bart ‘s morgens gaat douchen om daarna zijn gedragen ondergoed en pyjama weer aan te trekken, terwijl hij die dag afspraken heeft en daarna door zal reizen naar Parijs?

Komst politie en ambulance

Kort na haar telefoontje aan de politie arriveren politie en ambulance. De ambulance-verpleger ziet wel veel bloed aan het hoofd van Bart van der Laar, maar hij kan geen verwondingen vinden. Het is hem niet duidelijk wat er is gebeurd. Er kan sprake zijn van een val, maar een andere oorzaak kan hij ook niet uitsluiten.

Bart van der Laar wordt met spoed overgebracht naar het R.K.Z in Hilversum. In het ziekenhuis blijkt al snel dat er geen sprake is van een ongelukkige val, Bart van der Laar heeft een schotwond in het hoofd, vlak naast zijn rechter oor. Nadat er foto’s van zijn hoofd zijn genomen blijkt er nog een kogel in zijn hoofd te zitten.

Als Bart door verplegend personeel wordt uitgekleed, vinden zij tussen zijn kleding een tweede kogel. Waar die vandaan komt is niet duidelijk.

Omdat de verwonding aan het hoofd van Bart van der Laar levensbedreigend is, wordt hij overgebracht naar het Academisch ziekenhuis in Utrecht. Ook in dat ziekenhuis kan men niets meer voor hem doen en drie dagen later overlijdt Bart van der Laar zonder dat hij nog bij kennis is geweest.

Het lichaam van Bart van der Laar wordt door de politie in beslag genomen en de Officier van Justitie geeft opdracht sectie op het lichaam te verrichten. Tijdens de sectie blijkt dat Bart van der Laar inderdaad is overleden door de kogel die in zijn hoofd is aangetroffen. Aan de manier waarop hij is geraakt kan worden geconcludeerd dat de schutter tijdens het schieten naast Bart van der Laar heeft gestaan.

De patholoog ontdekt aan het lichaam van Bart van der Laar nog een tweede verwonding bij Bart. Hij vindt een onderhuidse bloeduitstorting naast de linker tepel. Een verwonding die het behandelend personeel in het ziekenhuis niet heeft gezien. Deze verwonding is vermoedelijk veroorzaakt door de kogel die door het verplegend personeel in de kleding van Bart van der Laar is aangetroffen.

De conclusie van de patholoog is dat er tweemaal van zeer korte afstand op Bart van der Laar is geschoten. De eerste kogel heeft Bart van der Laar in zijn hoofd geraakt. Bij het tweede schot heeft de schutter kennelijk op het lichaam gericht, mogelijk omdat Bart van der Laar toen al op de grond lag. Deze tweede kogel is om de één of andere reden zijn lichaam niet binnengedrongen, hij heeft alleen een bloeduitstorting veroorzaakt.

De conclusie van de politie is dat het gebruikte vuurwapen bij het tweede schot niet goed meer heeft gefunctioneerd. Ik deel die conclusie. Vanwege de gebruikte munitie, kaliber .22, het feit dat er geen hulzen in de woning worden gevonden en de kennelijk gebrekkige werking van het wapen, vermoedt de politie dat de schutter gebruik heeft gemaakt van een omgebouwde gasalarm-revolver. Een soort wapen dat in die tijd veel in omloop is, omdat dit wapen in de ons omringende landen, zoals België en Duitsland, makkelijk te verkrijgen zijn. Een dergelijk revolver is oorspronkelijk alleen bedoeld om gaspatronen af te schieten, maar door het wapen aan de voorzijde uit te boren en er daarna een nieuwe loop in te zetten kan het wapen vrij eenvoudig geschikt worden gemaakt voor het afschieten van scherpe patronen. Erg deugdelijk zijn dat soort omgebouwde revolvers niet. Het kan zomaar gebeuren dat het wapen tijdens het schieten in de hand van de schutter ontploft. Dat lijkt ook in deze zaak te zijn gebeurd, waardoor de tweede patroon min of meer uit het wapen gevallen is in plaats van geschoten.

Uit het feit dat de moordenaar een dergelijk ondeugdelijk wapen heeft gebruik kun je ook concluderen dat we hier hoogstwaarschijnlijk niet met een echte crimineel te maken hebben, die lopen over het algemeen niet met dit soort wapens op zak.

Het onderzoek van de politie

De politiemensen die als eerste in de woning binnen komen zien in de keuken op het aanrecht een koffiezetapparaat staan met daarop een gedeeltelijk gevulde koffiekan. Het apparaat is uitgeschakeld. Als één van de politiemensen aan de onderkant van de kan voelt merkt hij dat deze koud aanvoelt. De conclusie is dat het koffiezetapparaat kennelijk al langere tijd niet is gebruikt. Dit past niet bij de verklaring van Julia dat het apparaat nog aanstond toen zij Bart van der Laar vond.

Naast het koffiezetapparaat staan twee mokken. In beide mokken zit koffie. De ene mok is vol, daar is kennelijk niet uit gedronken en de andere is halfvol. Eén van de politiemensen voelt ook aan de beide mokken en stelt vast dat de koffie in de mokken koud is.

Julia vertelt tegen de politie dat zij die ochtend een volle kan koffie heeft gezet. Volgens haar zijn er nu vier koppen uit de kan. Eén kop heeft zij die ochtend zelf gedeeltelijk leeggedronken en een tweede kop staat nog vol op het aanrecht. Zij concludeert dat er die morgen bezoek is geweest die ook koffie heeft gedronken. Zij wijst de agenten op een geopende pot melkpoeder die op het aanrecht staat en zegt dat Bart van der Laar en zij geen melk in de koffie gebruiken. Het vreemde is dat de agenten zien dat in de beide koppen op het aanrecht zwarte koffie zit. Andere gebruikte koffiekoppen staan er niet, waar zou dan die koffiemelk voor zijn gebruikt?

Het lijkt er daarom op dat iemand de melkpoeder op het aanrecht heeft gezet om de indruk te wekken dat er iemand op bezoek is geweest die melk in zijn koffie drinkt. Staging noemen we dat met een mooi woord. Het uitzetten van een dwaalspoor om de aandacht van jezelf af te leiden.

De besteklade van het keukenblok zit dicht als de politie in de woning arriveert. Als de technische de lade opentrekt treft men daar gestold bloed in aan. Het bloed zit op een zodanige plaats, 3,5 cm van de rand van de lade, dat het bloed er vermoedelijk terecht is gekomen terwijl de besteklade openstond. Dat doet vermoeden Bart van der Laar is neergeschoten op het moment dat hij iets uit de besteklade aan het pakken was.

In het proces-verbaal schrijft de Technische Recherche dat het bloed al in verglaasde toestand is als zij het aantreffen. Dat wil zeggen dat het bloed er al langere tijd zit. Omdat de politie graag wil weten hoe laat Bart van der Laar is vermoord doet men samen met de gemeentelijke schouwarts een aantal testen. Uit die testen blijkt dat bloed ongeveer 5 uur nodig heeft om in een dergelijk verglaasde toestand te komen. Daaruit concludeert de politie dat Bart van der Laar vermoedelijk voor negen uur ‘s morgens is neergeschoten.

Maar er zijn nog meer zaken die er op wijzen dat Bart van der Laar ‘s morgens vroeg is neergeschoten.

  • Als Bart van der Laar wordt gevonden brandt het licht in de woning

  • Een getuige verklaart ‘s morgens kort na 9 uur Bart van der Laar te hebben gebeld en toen geen gehoor te hebben gekregen.

  • Een tweede getuige werkt bij een bedrijf op de eerste verdieping van hetzelfde pand. Zij is ‘s morgens om kwart voor negen begonnen en heeft die ochtend niets bijzonders gehoord. Zij verklaart tegen de politie dat wanneer er na kwart voor negen in de woning van Bart van der Laar zou zijn geschoten, zij dit zeker gehoord zou hebben.

  • Haar baas, die om kwart voor tien die ochtend is begonnen, verklaart ook dat hij die ochtend geen schoten heeft gehoord.

  • Ook het feit dat Bart van der Laar in nachtkleding wordt aangetroffen is een aanwijzing dat hij ‘s morgens vroeg is neergeschoten.

  • Als Julia thuiskomt zit de post nog in de brievenbus, terwijl die normaliter rond half tien

    wordt bezorgd en Bart van der Laar meestal direct de post uit de brievenbus haalt. Bovendien verwachtte Bart die dag een belangrijke brief.

Ik kan mij daarom helemaal vinden in de conclusie van de politie dat de moord op Bart van der Laar ‘s morgens voor negen uur is gepleegd.

Onderzoek naar Julia

Er zijn een aantal zaken in het verhaal van Julia die vraagtekens oproepen. Bovendien ontdekt de politie dat er een gaatje in een glas van de bril van Julia zit. De onderzoekers houden er rekening mee dat het gaatje is ontstaan bij het afschieten van de tweede kogel, de kogel waarmee duidelijk iets is misgegaan.

De politie neemt Julia daarom een zogenaamde schiethand af. Dit is een test waarmee je kunt controleren of iemand een vuurwapen heeft afgevuurd. De bedoeling van de politie is goed, maar de test wordt pas ‘s avonds rond 20.00 uur gedaan en dat is te laat. Naar de huidige normen dienen schiethanden binnen 6 uur na het schieten te worden afgenomen. Het feit dat er op haar geen kruitslijmsporen zijn gevonden zegt daardoor niets.

Negen dagen later laat de politie ook nog de jas en de tas van Julia op kruitslijmsporen onderzoeken. Ook dat onderzoek levert geen sporen op. Het ontbreken van kruitslijmsporen zegt ook nu niet alles, het kan duiden op de onschuld van Julia maar het kan ook betekenen dat ze geen jas aan had toen ze op Bart van der Laar schoot.

Hoe het onderzoek met betrekking tot de mogelijke betrokkenheid van Julia bij de moord op Bart van der Laar verder is verlopen blijkt niet uit het dossier. Maar gelet op het feit dat Julia nooit als verdachte is aangehouden ga ik er vanuit dat de politie geen bewijs tegen haar heeft gevonden dat Julia bij de moord op Bart van der Laar betrokken is geweest.

Martien Hunnik komt in beeld

Als het nieuws over de moord op Bart van der Laar in de media verschijnt, meldt de 22-jarige Martien Hunnik zich als getuige bij de politie. Als de recherche hem verhoort blijkt dat Martien Hunnik niets van de moord af weet maar wel graag over de zaak wil praten. Martien zegt het slachtoffer goed te kennen. Hij vertelt dat hij enkele jaren als mannelijke prostitué in Amsterdam heeft gewerkt en dat hij verschillende malen betaalde seks met Bart van der Laar heeft gehad. Tevens zegt hij dat hij ook één keer thuis bij Bart van der Laar op een feestje is geweest.

De rechercheurs vinden Martien Hunnik maar een vreemde vogel en zetten vraagtekens bij zijn gedrag. Ze vragen hem daarom wat hij op de ochtend van de moord op Bart van der Laar heeft gedaan. Op nieuw gaat Martien Hunnik in de fout. Aanvankelijk verklaart hij dat hij de ochtend van de moord tot half twaalf thuis is geweest. Al snel blijkt dat die verklaring niet klopt.

Martien Hunnik vertelt dan dat hij de bewuste ochtend eerst in een verpleeghuis in Laren heeft gewerkt en daarna een bezoek aan de bedrijfsarts in Hilversum heeft gebracht. Hij vertelt er bij dat zijn vader hem met de auto van het werk heeft opgehaald en naar de arts heeft gebracht.

Als de vader van Martien Hunnik door de recherche wordt verhoord ontkent hij zijn zoon die ochtend met de auto van zijn werk te hebben opgehaald en naar de bedrijfsarts te hebben gebracht.

Het is logisch dat de recherche daardoor nogmeer verdenkingen tegen Martien Hunnik krijgt. Iemand die verschillende verklaringen aflegt over zijn alibi moet toch wel schuldig zijn? Maar dat blijkt niet zo te zijn. Martien Hunnik heeft om een heel andere reden over de bewuste ochtend gelogen. Hij heeft een uitkering van het GAK omdat hij kort geleden aan zijn knie is geopereerd. Hoewel hij in de ziektewet loopt werkt hij illegaal via een uitzendbureau in een verpleeghuis in Laren en dat durfde hij aanvankelijk niet tegen de politie te vertellen. Hij was bang problemen met het GAK te krijgen.

De rechercheurs vragen zich nu af waarom de vader van Martien Hunnik het verhaal over het ophalen van het werk in Laren en het bezoek aan de bedrijfsarts heeft ontkend. Ze gaan daarom nog een keer met de vader van Martien Hunnik praten. Hij geeft nu toe te hebben gelogen omdat hij bang was dat Martien problemen met het GAK zou krijgen.

Deze keer bevestigt de vader alsnog het verhaal van Martien Hunnik. Hij zegt dat hij hem op de dag van de moord inderdaad met de auto op zijn werk heeft opgehaald en hem naar het GAK heeft gebracht. Als bijzonderheid vertelt hij dat toen Martien binnen was hij buiten heeft gewacht. Hij zegt daar met een hem bekende arts te hebben staan praten. Helaas voor Martien Hunnik weet zijn vader de naam van deze arts niet meer.

Natuurlijk gaat de recherche het verhaal van Martien en zijn vader controleren. Op 24 november 1981 spreken de rechercheurs met de directrice van het verpleeghuis in Laren. Zij bevestigt dat Martien Hunnik op de dag van de moord via een uitzendbureau bij haar in het verpleeghuis heeft gewerkt. Hij is volgens haar om half negen begonnen en moest tot vijf uur werken. Rond tien uur is hij van het werk vertrokken omdat hij een afspraak met de dokter had. Rond half twaalf was hij weer terug op het werk. De rest van de dag is hij niet meer weggeweest.

Martien Hunnik blijkt dus inderdaad een alibi te hebben voor het tijdstip van de moord en daarmee valt hij af als mogelijke dader. Een logische conclusie.

Martien Hunnik blijft ook buiten het politiebureau over de moord op Bart van der Laar praten. Hij vertelt met trots aan iedereen in zijn omgeving dat hij door de politie is verhoord in verband met de moord op Bart van der Laar. Tegen enkele mensen zegt hij zelfs dat hij Bart van der Laar heeft vermoord. Maar de mensen die hem kennen nemen zijn verhaal niet serieus. Ze weten dat hij graag belangrijk doet. De recherche houdt door zijn bijzondere gedrag toch de nodige bedenkingen tegen Martien Hunnik. Maar bewijs voor zijn betrokkenheid ontbreekt.

Afsluiting onderzoek

Ondanks een groot opgezet en zeer intensief onderzoek, dat vele maanden in beslag neemt, en waarin meer dan 600 getuigen worden gehoord, lukt het de politie niet de dader(s) van de moord op Bart van der Laar te vinden. Het lijkt er op dat de moord op Bart van der Laar onbestraft zal blijven.

Ten aanzien van de moord zijn er na het onderzoek twee conclusies te trekken;

  1. de moord op Bart van der Laar heeft voor negen uur ‘s morgens plaatsgevonden

  2. de schutter heeft een ondeugdelijk vuurwapen gebruikt, vermoedelijk een omgebouwde gas-alarmrevolver

Martien Hunnik wordt alsnog verdachte

Op 10 januari 1983 is er een uitzending van het televisieprogramma Opsporing Verzocht, waarin door de politie aandacht wordt gevraagd voor de moord op een illegale Amsterdamse taxi-chauffeur. Na de uitzending belt Martien Hunnik ‘s avonds tweemaal met de politie. In die gesprekken heeft Martien Hunnik het over de moord op Bart van der Laar, hoewel die moord in de uitzending niet aan de orde is geweest. In het eerste gesprek noemt hij geen naam, in het tweede gesprek geeft hij een valse naam op.

De volgende dag belt hij nog een keer. Wederom geeft hij een valse naam op. In dit gesprek spreekt hij wel over de moord op de Amsterdamse taxichauffeur. Ook nu blijkt al snel dat hij niets van de zaak af weet en kennelijk alleen maar interessant wil doen. De politie in Amsterdam heeft daarom geen belangstelling voor zijn verhaal.

Maar omdat in de eerste twee telefoontjes over de moord op Bart van der Laar werd gesproken neemt de Amsterdamse recherche contact op het de politie in Hilversum. Als enkele rechercheurs daar de opgenomen telefoongesprekken beluisteren herkennen ze de stem van de beller als de stem van Martien Hunnik. Ze besluiten opnieuw met hem te gaan praten over de moord op Bart van der Laar.

In de gesprekken met de recherche kletst Martien Hunnik opnieuw maar wat aan. De verklaringen die hij aflegt kloppen niet met elkaar en niet met de feiten. Toch besluit de recherche hem op 17 januari 1983 aan te houden voor de moord op Bart van der Laar.

Een merkwaardige gang van zaken, aangezien twee jaar eerder de recherche heeft vastgesteld dat Martien Hunnik een alibi heeft voor het tijdstip van de moord. Het feit dat Martien Hunnik geestelijk onstabiel is en als fantast bekend staat en zich op het bureau ook als zodanig gedraagt, zou de recherche nog eens extra voorzichtig moeten maken. Maar kennelijk is de druk om de zaak op te lossen zo hoog dat men daar geen rekening mee houdt.

Er is geen enkel technisch bewijs tegen Martien Hunnik en er zijn ook geen getuigen. Als de recherche Martien Hunnik veroordeeld voor de moord wil laten opdraaien dan heeft de recherche een bekentenis van Nartien Hunnik nodig. Die bekentenis moet er daarom hoe dan ook komen. Ze zetten Martien Hunnik tijdens de verhoren onder grote druk en weigeren bijvoorbeeld een arts bij hem toe te laten als hij daar om vraagt. Hij moet eerst bekennen dan pas krijgt hij hulp .

Martien Hunnik zegt later dat het verhoor in totaal wel 14 uur heeft geduurd. Omdat hij niet wil bekennen zoekt de politie op een bepaald moment telefonisch contact met zijn doodzieke moeder. De rechercheurs praten zo lang op haar in, dat zij uiteindelijk bereid is om haar zoon om te praten. Via de telefoon zegt ze tegen Martien Junnik dat hij de heren van de politie maar moet vertrouwen omdat zij het beste met hem voor hebben. Hij moet hen eerlijk vertellen wat hij heeft gedaan.

Uiteindelijk bezwijkt Martien Hunnik onder de druk en hij bekent Bart van der Laar te hebben vermoord. Pas na zijn bekentenis krijgt Martien bezoek van een arts die hem onder meer kalmeringstabletten en spierverslappers voorschrijft.

In 1983 is het fenomeen gerechtelijke dwaling in Nederland nog onbekend. In die tijd denkt men nog dat er in Nederland geen mensen onschuldig veroordeeld worden. Dat een onschuldig iemand een valse bekentenis afleg kan leggen, kan men zich in die tijd al helemaal niet voorstellen. Inmiddels weten we beter. Verdachten bekennen soms wel degelijk zaken die ze niet hebben gepleegd. In Amerika is gebleken dat ruim een kwart van de onschuldig veroordeelden een valse bekentenis heeft afgelegd.

Als ik naar de zaken in Nederland kijk waarbij de verdachten een valse bekentenis hebben afgelegd, dan zie je grote overeenkomsten tussen al die bekentenissen. De bekennende verdachten noemen nauwelijks details en als ze die al noemen, blijken die details vaak niet met de feiten te kloppen. Regelmatig zie je dat er sprake is van meerdere bekentenissen die soms behoorlijk van elkaar verschillen. Martien Hunnik is daar geen uitzondering op. Ook hij legt meerdere bekentenissen af die niet met elkaar kloppen en ook niet kloppen met de feiten. Maar net als bij de andere gerechtelijke dwalingen trekt niemand zich daar iets van aan. Er moet worden gescoord.

De bekentenissen van Martien Hunnik

Tijdens zijn eerste verhoor, op 17 januari 1983, verklaart Martien Hunnik onder meer dat hij ‘s morgens rond elf uur tweemaal op Bart van der Laar heeft geschoten. Hij zegt hem éénmaal in het hoofd te hebben geschoten en daarna nog een keer te hebben geschoten toen Bart van der Laar al op de grond lag.

Op dat moment hadden de verhoorders direct al met het verhoor moeten stoppen.

Het tijdstip van de moord dat Martien Hunnik noemt klopt immers niet met de resultaten van het politieonderzoek in 1981. Toen heeft men geconcludeerd dat de moord ‘s morgens voor negen uur moet zijn gepleegd en voor die tijd heeft dat Martien Hunnik een alibi.

De verhoorders zijn dat alibi kennelijk vergeten of ze negeren het gewoon, want ze laten Martien Hunnik rustig doorgaan met zijn valse bekentenis. De bekentenis bevat geen enkele daderwetenschap, het is het verhaal van iemand die zijn kennis uit de kranten heeft, maar niet weet wat er precies is gebeurd. Ik kom daar nog op terug.

De volgende dag wordt Martien opnieuw gehoord.

Kennelijk hebben de verhoorders inmiddels in de gaten gekregen dat de door Martien Hunnik in zijn eerste verhoor genoemde tijdstippen niet kunnen kloppen want Martien Hunnik noemt tijdens het tweede verhoor volgens het procces-verbaal nieuwe tijdstippen.

Martien Hunnik verklaart nu dat hij al om tien over half tien van zijn werk in Laren is vertrokken en dat hij zich met een taxi naar Hilversum heeft laten brengen. Maar ook dat is onzin. Martien Hunnik is pas om tien uur van zijn werk vertrokken en hij heeft geen taxi genomen, maar is door zijn vader opgehaald.

Zelfs al zou hij om al tien over half tien uit Laren zijn vertrokken dan nog kan hij de moord niet hebben gepleegd want die is immers volgens de politie voor negen uur al gepleegd.

Toch gaan de verhoorders gewoon met het verhoor door. Martien verklaart daarna dat:

  • hij zich door de taxi op de Kerkbrink in Hilversum heeft laten afzetten;

    dat hij daar naar een met name genoemd restaurant is gelopen;

  • hij in dat restaurant koffie heeft gedronken;

  • hij daarna naar de woning van Bart van der Laar is gelopen;

  • hij een afspraak had met Bart om die dag wat te gaan eten en drinken;

  • hij op het moment dat hij daar aankwam zag dat er een jongen uit de woning van Bart kwam;

  • hij daaruit opmaakte dat Bart bezoek van een jongen had gehad;

  • hij zich daardoor bedonderd voelde;

  • hij daarop naar de woning van een vriend van hem in de Nieuwe Doelenstraat was gerend;

  • hij daar naar toe ging omdat hij wist dat die vriend over een vuurwapen beschikte;

  • die vriend niet thuis was, maar zijn vriendin wel;

  • hij haar vroeg of hij een overhemd van haar vriend mocht lenen;

  • hij alleen de slaapkamer van die vriend is ingelopen en daar een overhemd heeft gepakt;

  • hij vervolgens het vuurwapen van de vriend heeft gepakt en die in het overhemd heeft gerold;

  • hij daarna met het vuurwapen rustig lopend terug is gegaan naar de woning van Bart van der Laar;

  • de voordeur van de woning toevallig openstond;

  • hij daarna de gemeenschappelijk hal is ingelopen;

  • hij bij de woning van Bart van der Laar heeft aangebeld;

  • Bart van der Laar hem binnenlaat;

  • hij meent dat Bart van der Laar een donkere broek aan had;

  • hij met Bart van der Laar naar de keuken liep;

  • hij daar ruzie met hem kreeg en hem heeft neergeschoten;

  • hij daarna naar een café aan de ’s-Gravenlandseweg is gerend

  • hij daar een tijdje tegen een boom heeft staan leunen;

  • hij daar in een café een borrel heeft gedronken;

  • hij daarna naar een andere met name genoemd café op het Stationsplein is gelopen;

  • hij daar twee dubbele Bourbons heeft gedronken;

  • hij daarna naar de taxistandplaats is gelopen en een taxi naar Laren heeft genomen;

  • hij zich in Laren bij een met name genoemd café heeft laten afzetten;

  • hij daar een dubbele wodka heeft gedronken;

  • hij vervolgens weer naar zijn werk is gelopen;

  • hij daar iets voor 12.00 uur binnenkwam

Ik heb zelden een dergelijk gedetailleerde verklaring gezien, zeker als je bedenkt dat Martien Hunnik van de moord zelf niets weet. Je hoeft bepaald geen deskundige te zijn om te zien dat deze bekentenis qua tijd niet deugt. Maar om daar helemaal zeker van te zijn had de politie een reconstructie moeten houden om te controleren of de verklaring van Martien Hunnik wel kan kloppen. Die reconstructie is er nooit geweest, althans in de stukken staat er niets over.

Bijzonder is ook het verhaal van Martien Hunnik over het gebruikte vuurwapen. Hij heeft dat volgens zijn bekentenis bij een vriend opgehaald. De naam van die vriend heeft Martien Hunnik trouwens niet zelf bedacht. Die naam is hem ingegeven door de verhoorders. Bijzonder is ook dat Martien Hunnik juist de naam noemt van iemand die al langere tijd vermist wordt en die dus niet als getuige kan worden gehoord.

De politie gaat naar aanleiding van het verhaal van Martien Hunnik met de vriendin van die verdwenen vriend praten. Zij kan zich herinneren dat Martien Hunnik een keer op een morgen bij haar langs is gekomen om een overhemd van haar vriend te lenen. Ze heeft geen idee wanneer dat was, dus haar verklaring is voor de zaak van geen enkel belang.

De politie denkt daar anders over.

De vriendin vertelt dat Martien Hunnik vrij vroeg op een ochtend kwam, ze denkt ongeveer 9.30 uur. Ze zegt er nog bij dat Martien Hunnik anders nooit zo vroeg kwam.

Dit tijdstip past de verhoorders niet, want Martien Hunnik heeft in zijn bekentenis verklaard dat hij pas om tien over half tien met de taxi uit Laren is vertrokken. Ze vragen dus door in de hoop dat de getuige haar verklaring wat aanpast. Dat lukt. In het proces-verbaal staat:

U vraagt mij of het tijdstip dat Martien het overhemd kwam halen, later dan 09.30 uur geweest kan zijn. Ik weet dat niet precies meer. Het kan tussen 09.30 uur en 11.00 uur zijn geweest, maar beslist niet later.”

Je hoeft geen deskundige te zijn om te begrijpen dat deze verklaring gestuurd is. Eerst legt de vrouw uit dat Martien Hunnik vroeger was dan hij ooit was geweest en uiteindelijk zou het zelfs een uur kunnen zijn geweest.Maar zelfs al zou Martien op dag van de moord ‘s morgen tussen half tien en elf uur bij haar zijn geweest, dan heeft levert dit nog geen enkel bewijs op tegen Martien Hunnik, aangezien de moord volgens het eerste onderzoek van de politie voor negen uur ‘s morgens moet zijn gepleegd.

Opvallend in de bekentenissen van Martien Hunnik is ook dat hij kennelijk niet weet hoe Bart van der Laar gekleed was toen hij hem dood schoot. Na veel aandringen van de verhoorders verklaart Martien uiteindelijk: “ Ik meen dat hij een donkere broek aanhad.” Een verklaring die nergens op slaat en dat weten de verhoorders ook. Bart van der Laar droeg immers een lichtblauwe pyjama met daarover een blauw gestreepte ochtendjas. Zo’n jas valt natuurlijk eerder op dan een paar broekspijpen die er onderuit steken.

De verhoorders hebben dat kennelijk ook in de gaten en proberen de verklaring van Martien Hunnik bij te sturen in de door hen gewenste richting. Zij vragen hem of de broek ook een pyjamabroek kan zijn geweest. Het antwoord van Martien luidt: “ Het kan een pyjamabroek geweest zijn, maar ik weet het niet.”

Over een ochtendjas spreekt Martien Hunnik nog steeds niet. Ik kan daarom alleen maar concluderen dat hij geen idee heeft wat Bart tijdens de moord droeg toen hij vermoord werd.

Maar er zijn nog meer opmerkelijke zaken in de verklaring van Martien Hunnik. Hij verklaart dat Bart van der Laar gele slippers droeg toen hij hem neerschoot. Als de verhoorders hem vragen hoe die slippers er uitzagen verklaart Martien Hunnik dat hij dat niet weet, omdat hij die dag zijn bril niet droeg. Ook dit soort excuses komen we vaker tegen bij valse bekentenissen, de verdachte verzint iets omdat hij geen antwoord weet. Maar ook het feit dat Martien Hunnik in zijn verklaring over slippers spreekt is opvallend. Bart van der Laar droeg gele pantoffels toen hij werd neergeschoten en geen slippers. Hoe komt het dan dat Martien over slippers spreekt in plaats van over pantoffels? Het antwoord is te vinden in een proces-verbaal dat is gemaakt door de agenten die Bart van der Laar in zijn woning hebben gevonden. Zij hebben het in hun proces-verbaal over slippers in plaats van over pantoffels. Het feit dat Martien Hunnik in zijn bekentenis dezelfde vergissing maakt is veelzeggend, hij praat kennelijk de politie na. Een duidelijk voorbeeld van een gestuurde bekentenis.

Over het schieten zelf verklaart Martie : “ Ik deed ongeveer 2 stappen terug. Ik richtte de revolver op hem en schoot.”

De verhoorders vragen hem dan waar hij Bart van der Laar heeft geraakt. Martien Hunnik verklaart dat hij dat niet weet omdat hij zijn ogen dicht had op het moment dat hij schoot. Een opmerkelijk antwoord. Hij moet toch ergens op hebben gericht. Kennelijk weet Martien Hunnik niet wat hij moet bedenken. Maar zelfs al zou hij verklaren dat hij Bart van der Laar in het hoofd heeft geschoten, dan getuigt dat nog niet van daderkennis. In de media is na de moord uitgebreid beschreven dat Bart van de Laar in zijn hoofd is geschoten. Een dag na de aanslag op Bart van der Laar stond al op de voorpagina van De Telegraaf:

Vast staat dat er van korte afstand twee pistoolschoten op hem zijn afgevuurd, waarbij één kogel in zijn hersenen is blijven steken. Tussen zijn kleding is een kogel gevonden, die geen verwondingen heeft aangericht.”

Ook ten aanzien van het gebruikte vuurwapen gaan de verhoorders behoorlijk in de fout. Ze vragen hem of hij na de schietpartij nog naar hulzen heeft gezocht. Het antwoord van Martien Hunnik is: “ Nee, daar heb ik niet bij stilgestaan.” Uit dit antwoord blijkt dat Martien Hunnik niet weet wat voor wapen er is gebruikt, want revolvers werpen geen hulzen uit.

De verhoorders weten dat wel en vragen daarom nog even door. Ze vragen Martien Hunnik daarop of de hulzen soms in het wapen zijn blijven zitten. Dat is een gesloten vraag en het stellen van gesloten vragen tijdens een verhoor is min of meer een doodzonde. Door deze vraag te stellen bieden de verhoorders Martien Hunnik een kans van 50 procent kans om goed te gokken. Maar zelfs die gok durft Martien Hunnik niet te wagen. Zijn antwoord is veelzeggend: “ U vraagt mij of de hulzen in het wapen zijn blijven zitten. Ik weet het niet.”

Dit zijn slechts enkele voorbeelden waaruit blijkt dat Martien Hunnik geen idee heeft wat er precies is gebeurd en dat de verhoorders hun uiterste best doen hem de woorden in de mond te leggen.

Reconstructie met routeplanner

In 1983 bestaan er nog geen computers met routeplanners. Die hebben we inmiddels wel. Gebruik makend van de routeplanner van de ANWB is het simpel de verklaring van Martien Hunnik te controleren en dat doe ik dus. Al snel blijkt dat de bekentenis van Martien Hunnik niet kan kloppen. Om alle handelingen te kunnen verrichten die hij in zijn bekentenis heeft beschreven, zou hij zeker drie uur nodig hebben gehad en die tijd had hij niet, ongeacht het tijdstip waarop hij van zijn werk in Laren is vertrokken. Hij is maar anderhalf uur weggeweest volgens de directrice van het verpleeghuis.

Echte reconstructie

Om te voorkomen het verwijt te krijgen dat een digitale reconstructie niet betrouwbaar is, heb ik samen met journaliste Jolande van der Graaf en Martien Hunnik ook nog een echte reconstructie gedaan. Deze reconstructie is door een videoteam van De Telegraaf op video vastgelegd. Het eindresultaat verschilt niet of nauwelijks van onze digitale reconstructie; de bekentenis van Martien Hunnik kan niet kloppen, hij komt in zijn bekentenis anderhalf uur te kort.

Nieuwe verhoren

Het lijkt er op dat op een bepaald moment er ook bij de rechercheurs twijfels zijn gerezen over de bekentenis van Martien Hunnik. Volgens het proces-verbaal zou Martien Hunnik het tweede verhoor zijn begonnen met de mededeling: “ U vraagt mij waarom ik gisterenavond bekend heb, dat ik op Bart geschoten heb. U vraagt mij of ik het deed opdat de rechercheurs op zouden houden met vragen stellen. Dat is niet de reden geweest.”

Het feit dat Martien Hunnik moet verklaren dat hij zijn eerste bekentenis vrijwillig heeft afgelegd geeft aan dat de verhoorders problemen over de geldigheid van de bekentenis willen voorkomen.

Kennelijk is het ook de politie opgevallen tijdens de bekentenissen dat Martien Hunnik niets weet van de kleding van Bart van der Laar. Men doet daarom een nieuwe poging zijn bekentenis kloppend te maken.

In het proces-verbaal van het verhoor staat: “ U vraagt mij nogmaals naar de kleding die Bart aan had. Ik was zo in de war dat ik er weinig van weet. Hij had in ieder geval geen schoenen aan. U noemt mij drie voorbeelden:

  1. slechts ondergoed

  2. een pyjama

  3. correct gekleed, bijvoorbeeld in een pak.

Dat laatste was het zeker niet. Ik meen dat het een tricot-achtig geval was”.

Dit keer ligt het dus niet aan de ogen van Martien Hunnik, maar aan zijn geestelijke gesteldheid dat hij niet weet hoe Bart van der Laar gekleed was. Voor ieder normaal denkend mens moet het inmiddels duidelijk zijn dat Martien Hunnik gewoon niet weet welke kleding Bart van der Laar droeg toen hij werd neergeschoten.

Op deze manier is Martien Hunnik nog een aantal keren verhoord. Soms lukt het de verhoorders hem in de door hen gewenste richting te sturen, maar vaak blijft Martien ondanks alle hulp van de verhoorders het antwoord schuldig.

Om toch maar vooral duidelijk te maken dat Martien Hunnik wel degelijk schuldig is wordt hem ook voorgehouden dat hij ook voor zijn aanhouding al eens heeft rondverteld dat hij de moord op Bart van der Laar heeft gepleegd. Maar dat zegt helemaal niets. Het kenmerk van fantasten is dat ze dat niet eenmalig doen maar zeer regelmatig. Daarom worden ze ook fantasten genoemd. De politie moet naar de feiten kijken en een feit is dat in 1981, kort na de moord, door de politie is vastgesteld dat Martien Hunnik de moord niet kan hebben gepleegd.

Ik vind het daarom onbegrijpelijk dat de teamleiding, de Officier van Justitie, de Advocaat-generaal en alle rechters die bij de zaak betrokken zijn geweest, niet hebben gezien dat er werkelijk niets van de “ bekentenissen” van Martien Hunnik klopte.

Intrekken bekentenis

Martien trekt na enkele weken zijn “ bekentenis” weer in. Maar dat helpt hem niet, net als dat bij de Puttense moordzaak, de Schiedammer Parkmoord, de zaak Ina Post en de zaak Spelonk het geval was. Ook daar trekken de verdachten na korte tijd hun valse bekentenis weer in. Ook daar helpt hen dat niets. In Nederland geldt kennelijk voor politie, justitie en de rechters: Wie bekent spreekt de waarheid, wie een bekentenis intrekt liegt.

Veroordeling Martien Hunnik

Martien Hunnik wordt, ondanks zijn alibi voor het tijdstip van de moord, ondanks het ontbreken van bewijs, alleen op grond van zijn valse bekentenissen op 16 augustus 1984 door het Gerechtshof in Amsterdam veroordeeld voor de moord op Bart Van der Laar. Hij krijgt twee jaar gevangenisstraf en TBR. In totaal zit hij bijna acht jaar vast.

Hoe het verder ging

Net als bij de zaak Spelonk neem ik na mijn analyse van de zaak contact op met advocaat Geert-Jan Knoops. Hij verklaart zich onmiddellijk bereid de zaak van Martien Hunnik in behandeling te nemen. Op verzoek van advocaat Knoops onderzoeken deskundigen van het onafhankelijke Maastrichtse Forensische Instituut (TMFI) onder meer de “bekentenissen” van Martien Hunnik. Zij komen tot de conclusie dat Martien Hunnik, onder andere vanwege traumatische gebeurtenissen in het verleden, zeer makkelijk beïnvloedbaar is en zodoende eenvoudig tot een valse bekentenis te dwingen is.

Mijn reconstructie van de ochtend van de moord wordt in opdracht van advocaat Knoops opnieuw onderzocht door een Engels onderzoeksbureau. Zij komen tot dezelfde conclusie, namelijk dat Martien Hunnik onmogelijk de moord op Bart van der Laar kan hebben gepleegd.

Op 19 maart 2013 wordt door advocaat Knoops aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad gevraagd om een nieuw onderzoek in deze zaak te starten. Dat verzoek wordt ondersteund door het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie. Dit nieuwe onderzoek leidt tot het ernstige vermoeden dat Martien Hunnik inderdaad de moord niet heeft gepleegd. Daarop wordt diezelfde dag door advocaat Knoops een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad.

Op 8 juli 2014 krijgt advocaat Knoops steun van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad Diederik Aben. Hij adviseert de Hoge Raad om de zaak te heropenen. Volgens Advocaat-generaal Aben weerspreken nieuwe feiten de bekentenissen van Martien Hunnik, op grond waarvan hij destijds werd veroordeeld.

Op basis van nieuwe verklaringen van twee getuigen is volgens Aben het ernstige vermoeden gerezen dat anderen dan Martien Hunnik voor de dood van Bart van der Laar verantwoordelijk zijn.

Volgens deze getuigen is Bart van der Laar gedood door twee bekenden van hem, in opdracht van een zakenpartner. Maar wie er ook verantwoordelijk is voor de moord op Bart van der Laar; ook volgens de Advocaat-Generaal is Martien Hunnik niet de moordenaar en dat is het belangrijkste.

Aangezien zowel de verdediging als het openbaar ministerie van mening zijn dat Martien Hunnik onschuldig is veroordeeld, zou je zeggen dat de beslissing van de Hoge Raad eenvoudig moet zijn. Maar zo werkt dat niet in Nederland. Elke herziening moet bijna letterlijk worden bevochten. Terwijl een kind kan zien dat er van de veroordeling van Martien Hunnik helemaal niets klopt, tovert de Hoge Raad een nieuw konijn uit de hoed in een poging om herziening tegen te houden.

Op 2 december 2014 brengt de Hoge Raad het volgende persbericht uit:

” De Hoge Raad laat nader onderzoek doen in de zogenaamde showbizzmoord voordat hij beslist over een eventuele herziening in deze zaak. Dit onderzoek richt zich op de vraag of de veroordeelde Martien Hunnik tijdens het politieonderzoek en bij de behandeling van zijn zaak door rechtbank en hof leed aan een ziekelijke stoornis en/of een geestelijk gebrekkige ontwikkeling. Een tweede te beantwoorden vraag is onder meer of deze eventuele stoornis/gebrekkige ontwikkeling het gedrag en zijn keuzemogelijkheden daarin destijds heeft kunnen beïnvloeden en zo ja, hoe en in welke mate. De Hoge Raad wijst een raadsheer uit zijn midden aan als raadsheer-commissaris die het onderzoek zal leiden.”

Op dinsdag 26 mei 2015 vernietigt de Hoge Raad alsnog de veroordeling van Martien Hunnik. De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag. Na de zitting brengt men het volgende persbericht uit:

” De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de zogenoemde showbizzmoordzaak opnieuw moet worden behandeld door het hof Den Haag. In deze zaak was Martien Hunnik definitief veroordeeld voor het doodschieten in 1981 van platenproducer Bart van de Laar. Hij had dit bij de politie bekend. Hij kreeg daarvoor 2 jaar gevangenisstraf en tbr. Hunnik bracht bijna acht jaar in detentie en behandeling door. Hij diende bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek in. Advocaat-generaal Aben vorderde herziening bij de Hoge Raad vanwege een ernstig vermoeden dat de bekentenissen vals waren.

De Hoge Raad komt tot zijn oordeel op basis van gedragsonderzoek naar de persoon van Hunnik. Een drietal door de Hoge Raad aangezochte onderzoekers heeft bij Hunnik een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld waaraan hij in die jaren leed. Hunnik was volgens het onderzoeksrapport ten tijde van het opsporingsonderzoek zeer vatbaar voor suggesties en hij had een neiging tot het verdraaien van de waarheid en het verzinnen van verhalen. Volgens de deskundigen bestaat er een verband tussen de vastgestelde psychische stoornis en de door hem afgelegde bekentenissen.
De Hoge Raad oordeelt dat daarmee een ernstige twijfel is ontstaan aan de geloofwaardigheid van de bekentenissen van Hunnik en dat het hof, als het daarmee bekend was geweest, Hunnik mogelijk zou hebben vrijgesproken.”

Eindelijk vrijspraak

Op 30 en 31 mei 2016 dient de zaak van Martien Hunnik opnieuw bij het Gerechtshof in Den Haag. Al direct aan het begin van de zitting deelt het Openbaar Ministerie mee dat men vrijspraak zal vragen. Desondanks wordt de zaak toch inhoudelijk behandeld, maar uiteindelijke kunnen de rechters niet om de feiten heen. Op 14 juni 2016 wordt Martien Hunnik alsnog vrijgesproken van de moord op platenproducer Bart van der Laar.

De rechters erkennen dat de “ bekentenissen” van Martien Hunnik niet als bewijs kunnen worden gebruikt omdat er geen sprake is van daderkennis. Teleurstellend is wel dat ze weigeren te erkennen dat er sprake was van afgedwongen “ bekentenissen.” Als reden daarvoor voeren ze aan dat de verhoorders hebben ontkend ongeoorloofde druk te hebben uitgeoefend.

Hetzelfde zie je terug in de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord, de zaak Ina Post en de Spelonkzaak. In al deze zaken is er sprake van valse bekentenissen en verklaren de onschuldig veroordeelde verdachten dat zij alleen hadden bekend vanwege de manier waarop zij tijdens de verhoren waren behandeld. Bij al die zaken ontkennen de verhoorders iets verkeerds te hebben gedaan en nemen de rechters dat over. Kennelijk sluit men liever de ogen voor de wanpraktijken van de politie.

Op die manier wordt iedere keer opnieuw de indruk gewekt dat de verdachte volkomen vrijwillig een valse bekentenis heeft afgelegd en dat het dus eigenlijk zijn of haar eigen schuld is dat hij of zij onterecht is veroordeeld. Die mening deel ik niet.

Onterechte veroordelingen zijn uitsluitend het gevolg van slecht politieonderzoek, afgedwongen bekentenissen, van Officieren van Justitie die ernstig te kort schieten in het controleren van de politie en van rechters die zitten te slapen. Niet van onschuldige mensen die onder de druk bezwijken.

Tot slot

De veroordeling van een onschuldig iemand heeft niet alleen enorme gevolgen voor die persoon en zijn directe omgeving, ook voor de maatschappij zijn er gevolgen. De werkelijke dader blijft daardoor onbestraft.

Net als in de zaak van Ina Post het geval was,is ook in de zaak van de moord op Bart van der Laar de werkelijk dader nooit gepakt. Beide zaken zijn inmiddels verjaard en daarmee zijn beide dossiers inmiddels gesloten.

Amerikaanse toestanden

 

Door Waarheidsvinder

Op 25 mei 2020 overleed in de Amerikaanse stad Minneapolis de 46 jarige Afro-Amerikaan George Floyd nadat een politieman meer dan 8 minuten zijn knie op de nek van de man had gedrukt terwijl deze geboeid op zijn buik op straat lag. Gelukkig was er iemand die de hele gang van zaken had gefilmd en al snel verschenen de beelden van de dood van George Floyd op het internet.

Iedereen die de beelden zag was geschokt en onder druk van de media werd de verantwoordelijke politieman na enkele dagen alsnog aangehouden.

Ook in Nederland kreeg de zaak direct veel aandacht in alle media. Velen spraken hun verbijstering uit over de gang van zaken. Op de vraag of zoiets ook in Nederland zou kunnen voorkomen, antwoordde veel sprekers ontkennend. Zij hadden het echter mis, dat bleek al snel in Rotterdam.

Fotograaf Kees Spruijt was er getuige van hoe een zwarte man eerst door enkele agenten op de mountainbike zonder waarschuwing tegen de grond werd gereden en daarna hardhandig werd geboeid nadat hij zijn middelvinger naar de agenten had opgestoken. Natuurlijk is zo’n gebaar een strafbaar feit en kun je daar als politieman tegen op treden. Maar daar zijn wel regels voor. Het omver rijden van een arrestant behoort niet tot de normale gang van zaken en levert volgens mij een strafbaar feit op, óók in Rotterdam.

Volgens Spruijt werd de man na zijn aanhouding op zijn knieën over de straat gesleept en op een trottoir gelegd. Maar daar bleef het niet bij. Op door Spruijt gemaakte foto’s is te zien hoe de zwarte man geboeid op straat ligt met zijn hoofd op de rand van een put. De enige put die op de foto’s te zien is. Waarom werd hij juist daar neergelegd?

Op de foto zijn zes politiemensen en twee handhavers te zien. Een van de politiemensen zit op zijn knieën en drukt daarbij met zijn rechterknie het hoofd van de aangehouden man tegen de grond. Een vrouwelijk politieagente is haar collega behulpzaam door met haar linker knie de linkerschouder van de aangehouden man tegen de grond te drukken. Het beeld doet onmiddellijk denken aan de beelden uit Amerika waarbij Georg Floyd het leven liet.

Hebben ze die beelden bij de politie in Rotterdam nooit gezien? Is het daar normaal om zo op te treden? Is er dan niemand van de politieleiding die hier ingrijpt? Waar is het wachten op? Een dode?

PS. Voor mensen die denken dat dit een incident was in het misschien goed hier te klikken. U zult geschokt zijn.

Onderzoek naar aanhouding politieman

Door Waarheidsvinder

Bijna vier jaar geleden schreven we al over het verbijsterende verhaal van Anis Raiss,. Een Amsterdamse politieman met Marokkaanse achtergrond die door zijn collega’s in Enschede als een crimineel werd behandeld en wederrechtelijk van zijn vrijheid werd beroofd. Bij die aanhouding werd bovendien het nodige geweld gebruikt.

Natuurlijk deed Anis aangifte tegen de betrokken politiemensen maar zoals al te verwachten viel werd er nauwelijks iets met zijn aangifte gedaan. Dat had natuurlijk niets met zijn Marokkaanse achtergrond te maken stelt de politieleiding.

Anis geeft echter niet op en vecht nog steeds voor zijn recht. Hij eist dat zijn aangifte serieus wordt genomen en dat de betrokken politiemensen worden gestraft. Ontslag lijkt daarbij wel de minste straf.

Omdat hij niet opgeeft heeft de leiding van de politie een nieuwe truc bedacht. Er komt een “onafhankelijk” onderzoek onder leiding van oud-korpschef Magda Berndsen. Zij was onder meer korpschef in Bussum en Friesland. De politiemensen daar kennen haar wel.

Wij vinden dit een onbegrijpelijke zaak. Wederrechtelijke vrijheidsbeneming is gewoon een strafbaar feit, daar heb je geen commissie voor nodig. Na vier jaar lijkt dit de volgende stap om de rechten van Anis Raiss te negeren. Ook na dit “onafhankelijke” onderzoek zal Anis gewoon met lege handen blijven staan. Het eindresultaat zal zijn dat hij bij de politie zal vertrekken en dat de verantwoordelijken vervolgens hun handen in onschuld wassen.