Skip to content

Geen sporen van Halil

Door Waarheidsvinder

De 34 jarige Halil Erol verdween op 6 februari 2010 na een bezoek aan zijn ex-vrouw in Steenwijk. Lange tijd bleef de politie volhouden dat er geen aanwijzingen waren voor een misdrijf, zelfs toen zijn auto korte tijd later uitgebrand werd teruggevonden in de Groningse gemeente Haren. Uit onderzoek bleek bovendien dat het kenteken van de auto van Halil na zijn verdwijning nog enkele malen in het westen van het land was gesignaleerd.

Maar uiteindelijk moest de politie in Steenwijk toegeven dat Halil het slachtoffer van een misdrijf was geworden In juni van dat jaar werden namelijk zijn armen en benen in een zak gevonden in Eesveen vlak bij Steenwijk. In 2013 werden er nabij Wanneperveen opnieuw lichaamsdelen van hem gevonden. Je hoeft dan geen geleerde te zijn om te vermoeden dat Halil in of nabij Steenwijk om het leven is gebracht.

Tot veler verrassing kwam de politie in november 2017 ineens met de mededeling dat men vermoedde dat Halil in een woning in Groningen in stukken was gezaagd en dat de bewoonster door hen als verdachte was aangehouden. De vrouw werd na enkele dagen echter weer vrijgelaten. Een uitgebreid sporenonderzoek vond daarna in de woning plaats en vandaag werd de uitslag bekendgemaakt.

Er zijn geen sporen van Halil gevonden en dat verbaast ons niets. Zou er nu werkelijk iemand hebben gedacht dat Halil in de omgeving van Steenwijk is vermoord, dat men daarna zijn lichaam naar Groningen heeft vervoerd? Dat men het lichaam daar in stukken heeft gesneden om deze stukken vervolgens weer in de omgeving van Steenwijk weg te gooien? Om een dergelijk scenario mogelijk te achten moet je wel over heel veel fantasie beschikken.

Admilson R. wordt gehoord door Hof Arnhem

Door Waarheidsvinder

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod (Afghanistan) een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel. De Bushmaster raakte daardoor aan de binnenzijde zeer zwaar beschadigd. Tijdens de ontploffing waren de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. Groenendijk in de bushmaster aanwezig en Erik hield aan de ontploffing blijvend letsel aan de rug over. We schreven al eerder uitgebreid over deze zaak.

Beide mannen werden aanvankelijk door de Koninklijke Marechaussee (KM) als verdachte aangemerkt, maar uiteindelijk werd de zaak wegens gebrek aan bewijs tegen beiden geseponeerd. Groenendijk nam daar geen genoegen mee, hij beschuldigde Admilson van het veroorzaken van de ontploffing. Op verzoek van zijn raadsman Sébas Diekstra hebben wij het dossier van de zaak bestudeerd en wij konden tot geen andere conclusie komen dan dat Admilson inderdaad verantwoordelijk was voor het laten ontploffen van de handgranaat. Wij hebben onze bevindingen vastgelegd in een schriftelijke rapportage.

De zaak is daarop opnieuw door de K.M. onderzocht en men kwam opnieuw tot de conclusie dat er geen bewijs was voor de schuld van Admilson, hoewel deze zelf een keer tegen zijn broer heeft toegegeven dat hij de handgranaat had laten ontploffen. Deze conclusie van de KM werd klakkeloos overgenomen door de verantwoordelijke officier van justitie. De zaak bleef derhalve geseponeerd.

Het door een deskundige van de KM geschreven rapport was echter dermate slecht dat advocaat Diekstra alsnog een artikel 12 procedure startte tegen de beslissing van de officier van justitie. Op 12 januari 2018 diende de zaak bij het Militair Hof in Arnhem. Vandaag werd bekend dat het Hof heeft besloten dat Admilson alsnog door hen in april zal worden gehoord.

Dat betekent natuurlijk niet dat al vaststaat dat Groenendijk in het gelijk zal worden gesteld. Het betekent wel dat het Hof in Arnhem onze analyse wel serieus neemt en de zaak nauwkeurig onderzoekt. En dat is iets wat je in een rechtsstaat mag verwachten. We houden u op de hoogte.

Procedurefout

Door Waarheidsvinder

Op de site van AT 5 kwamen wij het volgende bericht tegen.

Coert Kooiman is eigenaar van een woning in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Via een bemiddelingsbureau zocht en vond hij een huurder voor deze woningen. Al snel bleek dat er kennelijk iets met deze huurder aan de hand was, want de man werd gezien terwijl hij met allerlei zaken liep te slepen die een gemiddelde huurder niet in zijn woning heeft. De woningeigenaar vermoedde daarom dat er mogelijk een wietplantage in de woning werd ingericht. Zoals een goed burger betaamt nam hij contact op met de politie en vertelde over zijn verdenkingen. De politie nam zijn melding kennelijk serieus want vorige week deed de politie een inval in de betreffende woning en daar troffen zij inderdaad een hennepplantage aan.

Je zou verwachten dat Kooiman daarop een bedankje van de politie heeft gekregen. Niets is echter minder waar. In plaats van een bedankje kreeg hij een oproep aan het bureau te verschijnen om daar als verdachte te worden verhoord. Hem werd daarbij verteld dat men dan ook zijn vingerafdrukken zou afnemen.

Coert Kooiman geloofde zijn oren niet en dacht dat hij in de maling werd genomen. Dat bleek echter niet het geval, hij zou werkelijk als verdachte worden behandeld. Natuurlijk is hij daar woest over, want als hij als verdachte wordt beschouwd dan loopt hij ook nog het risico dat de burgemeester de betreffende woning voor enige tijd zal afsluiten. Naast een aantasting van zijn goede naam betekent dat ook nog een behoorlijke schadepost.

Een politiewoordvoerder vindt de hele gang van zaken kennelijk normaal. Volgens hem gaat het hier om “een standaardprocedure”. Daar voegt hij nog aan toe dat de gang van zaken ook een voordeel voor de verhuurder heeft, want een verdachte heeft immers meer rechten dan een getuige omdat hij zich onder meer door een advocaat kan laten bijstaan.

Zoveel domheid in één zin stoppen is een hele kunst, daar moet je lang voor hebben geleerd. Het is fijn voor de politie Amsterdam dat ze procedures hebben bij het werk, maar de burger heeft daar natuurlijk niets mee te maken. De burger heeft met het wetboek van Strafvordering te maken en in artikel 27 lid 1 van dat wetboek staat: “ Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.”

Die feiten en omstandigheden zijn hier niet aanwezig. We hebben hier te maken met een burger die melding maakt van een vermoedelijk door anderen gepleegd strafbaar feit. Het is te zot voor woorden dat hij daardoor als verdachte wordt behandeld. Misschien dat de politie Amsterdam eens naar zijn procedures kan kijken en de volgende keer het woord laten voeren door iemand die eerst nadenkt voor dat hij wat zegt. Op deze wijze jaag je als politie de goedwillende burger onnodig tegen je in het harnas.

 

PS. Wie betaalt trouwens de advocaat in dit soort gevallen. Mag de melder dat ook nog doen als dank voor zijn medewerking?

Toch niet onfeilbaar?

Door Waarheidsvinder

Opnieuw is er bij de politie Den Haag sprake van een lek. Een rechercheur wordt er van verdacht anderhalf jaar lang vertrouwelijke informatie te hebben verstrekt aan criminelen. Opvallend is dat het hier al om het vierde lek bij de Haagse politie binnen een jaar gaat. Is er soms iets mis bij die eenheid? Volgens Paul van Musscher de chef van die eenheid is dat niet het geval. Aan de NOS liet hij weten “dat er in een organisatie met 65.000 medewerkers helaas soms mensen zijn die zich niet aan de afspraken houden.” Musscher heeft het hier over alle politiemedewerkers in Nederland en de vraag ging alleen over de eenheid Den Haag en die heeft volgens onze informatie een sterkte van ongeveer 4000 medewerkers. Maar los daarvan begrijpen wij best dat ondanks alle goede wil er toch regelmatig verkeerde mensen door de selectie van de politie glippen en dat die mensen in de fout gaan. De politie streeft er immers naar een doorsnede van de maatschappij te zijn en in die maatschappij deugt ook niet iedereen.

Op zich lijkt de opmerking van Musscher wel hout te snijden maar dat is slechts schijn en schijn bedriegt. Het argument dat er binnen een groot korps een aantal mensen is die niet deugen, gebruikt de politieleiding alleen als er sprake is van een politieman of politievrouw die bewijsbaar in de fout is gegaan. In dit soort gevallen geeft men dus toe dat politiemensen niet altijd onfeilbaar zijn.

Wij doen al meer dan 12 jaar onderzoek naar gerechtelijke dwalingen en andere zaken waarbij de politie duidelijk steken heeft laten vallen. Wij krijgen bij onze onderzoeken met enige regelmaat te maken met proces-verbaal waarin een loopje met de waarheid is genomen en met slachtoffers die de inhoud van bepaalde processen-verbaal bestrijden. Als wij dat soort zaken aankaarten is het standaard antwoord dat politiemensen hun processen-verbaal op ambtseed of ambtsbelofte maken en dat zij daarom altijd de waarheid schrijven en of spreken. Een serieus onderzoek naar de juistheid van de processen-verbaal vindt nooit plaats en schuldigen worden niet bestraft. Kijkende naar de in Nederland bekend geworden gerechtelijke dwalingen kunnen we alleen maar constateren dat er nooit iemand daadwerkelijk verantwoordelijk voor is gesteld.

Onze vraag aan de heer Musscher en zijn collega’s is daarom: Waarom vindt u het in het geval van lekkende politiemensen wel begrijpelijk dat er af en toe een politieambtenaar in de fout gaat en waarom neemt u in de andere gevallen voetstoots aan dat politiemensen altijd de waarheid spreken en schrijven?

Onverstandig

Door Waarheidsvinder

In het AD stond vandaag een artikel over de kandidaat lijsttrekker van de PVV in Zaanstad. Hij blijkt van september 2011 tot december 2014, een vrouw te hebben gestalkt. Hij zou de vrouw via een datingsite hebben leren kennen en haar zijn gaan stalken nadat zij het contact met hem verbrak. De vrouw zegt daarover in het artikel: “ Soms dacht ik echt, hoe weet je in hemelsnaam dat ik nu hier ben? Overal waar ik naar toe ging, dook hij op. ‘s Morgens stond hij me al op te wachten bij mijn huis, Hoe hij dat deed naast zijn baan? Ik heb echt geen idee.”

Vanwege dit stalken zou de man destijds ontslagen zijn als ICT’er bij de politie. De PVV wil hem desondanks handhaven als lijsttrekker. Fractievoorzitster Ilse Bezaan van de PVV in de Provinciale Staten van Noord-Holland zegt daarover: “ Hij is niet veroordeeld, de zaak is geseponeerd. Hij heeft ook een Verklaring Omtrent Gedrag overlegd dus steunen we hem. Nederland is nog altijd een rechtsstaat.” De man zelf bevestigt de stalking, maar zegt ook dat de zaak is geseponeerd. Hij vindt daarom ook dat hij lijsttrekker kan blijven.

Uit het artikel in het AD blijkt dat de zaak tegen de man niet is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs maar omdat volgens plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Jeroen Steenbrink in een brief aan het slachtoffer “de man al zwaar disciplinair gestraft was wegens de stalkingszaak.”

Wij vinden de seponering van de zaak een domme beslissing. Niet omdat wij voorstander zijn van zware straffen, maar vanwege de aard van het door de man gepleegde delict.

Iemand stalken is iets heel anders dan een simpele mishandeling of diefstal. Stalkers zijn mensen met een probleem en om herhaling te voorkomen is een goede behandeling gewenst. Onbehandelde stalkers blijven een probleem voor de samenleving. Bij het minste of geringste kunnen ze in hetzelfde gedrag vervallen en als dat gebeurt dan is de kans aanwezig dat het niet alleen bij stalking blijft maar dat de stalker het slachtoffer ook fysiek zal gaan aanpakken. Vanuit dat oogpunt gezien vinden wij het ook onbegrijpelijk dat de PVV geen afstand doet van deze lijsttrekker. Gemeenteraadsleden dienen een voorbeeldfunctie te hebben en het stalken van mensen lijkt ons bepaald geen goed voorbeeld.

 

Rechtsongelijkheid

Door Waarheidsvinder

Al ruim 12 jaar houden wij ons bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen en andere zaken waarbij er van alles mis is gegaan in de opsporing. Omdat politie en justitie zelden of nooit enige medewerking verlenen zijn de slachtoffers meestal genoodzaakt een advocaat in de hand te nemen. De meeste slachtoffers hebben echter niet de middelen om een advocaat in te huren en de overheid is niet bereid de advocaat te betalen ook al is vanaf het begin duidelijk dat er van alles mis is gegaan in de betreffende zaak. Het gevolg is dat veel mensen wegens gebrek aan financiële middelen niet in staat zijn hun recht te halen. Hetzelfde geldt voor verdachten die geen geld hebben. Zij zijn aangewezen op pro deo advocaten die van de overheid slechts een schijntje voor hun werkzaamheden krijgen. Die vergoeding is zo laag dat steeds meer advocaten weigeren nog pro deo zaken te doen omdat ze anders financieel in de problemen komen.

Hoe anders blijkt dat te zijn wanneer een politieambtenaar verdacht wordt van een strafbaar feit. Gerard Bouman de vorige korpschef van de Nationale Politie maakte enkele jaren geleden al in de media bekend dat de politie een poule van topadvocaten zou vormen die in voorkomende gevallen de verdediging zouden opnemen van politieambtenaren die van een strafbaar feit worden verdacht. De kosten zouden dan door de politie worden betaald. Kennelijk zijn politieambtenaren geen gewone verdachten en is er voor hun verdediging geld genoeg.

Gisteren bewees een artikel in het AD tot welke waanzin dit kan leiden. Een van mishandeling verdachte politieambtenaar werd in eerste aanleg veroordeeld tot een boete van 400 euro. Gesteund door een “topadvocaat’ van het kantoor Sjöcrona-Van Stigt uit Den Haag (wij hadden er nog nooit van gehoord) tekende hij tegen deze veroordeling hoger beroep aan. Zijn goed recht natuurlijk. In hoger beroep werd de betreffende politieambtenaar vrijgesproken. Ook daar is niks mis mee, de rechter bepaalt tenslotte de schuld of onschuld van een verdachte.

Maar omdat de politieambtenaar was vrijgesproken had hij recht op vergoeding van de door hem gemaakte kosten voor rechtsbijstand. Als het hier om een burger was gegaan zou dat bedrag hooguit enkele duizenden euro’s hebben bedragen. Zou die burger meer declareren dan zou de declaratie vermoedelijk worden geweigerd. Voor politieambtenaren gelden kennelijk andere regels. De advocate van het dure kantoor uit Den Haag diende namens de betrokken politieambtenaar een declaratie in van 144.636,52 euro. Een normaal mens zou denken dat er sprake is van een schrijffout. Maar dat bleek niet het geval.

Iedereen mag natuurlijk vragen wat hij of zij wil, maar dat wil niet zeggen dat een dergelijk belachelijke declaratie ook serieus genomen dient te worden. Het Gerechtshof in Den Haag deed dat wel en de gevraagde vergoeding werd toegekend. Justitie moet het hele bedrag betalen aan het dure kantoor in Den Haag. Je zou bijna denken dat sommige mensen vooral heel veel hebben gestudeerd om heel dom te worden.

De beslissing van het Hof houdt natuurlijk in dat de belastingbetalers in Nederland deze rekening betalen. Dezelfde belastingbetaler die veelal zelf geen aanspraak kan maken op betaalde rechtshulp.

Politiemensen en de “top”advocaten die hen verdedigen hebben kennelijk meer rechten dan de gewone burger. Rechtsongelijkheid noemt men dat.

Niet uit te leggen

Door Waarheidsvinder

Een artikel uit het AD trok vandaag onze aandacht en bezorgde ons het schaamrood op de kaken.

Een vrouw loopt door een trappenhuis van een flat in Velserbroek als ze plotseling vanuit één van de woning een “akelige, angstige gil“ hoort. Vervolgens ziet ze de toegangsdeur van die woning open gaan en direct daarop stormt er een huilende vrouw naar buiten. Voordat ze kan reageren komt er een man naar buiten die de huilende vrouw naar binnen trekt. Daarna gooit hij de deur met een enorme klap dicht.

De buurvrouw heeft direct in de gaten dat er iets goeds mis in en pakt haar telefoon om het alarmnummer van de politie te bellen. Op dat moment hoort ze vanuit de woning enkele harde knallen. Volgens de vrouw leek het op zwaar vuurwerk. De vrouw krijgt daarop de politie aan de lijn en vertelt wat zij gezien en gehoord heeft. Al snel komen er enkele politiemensen ter plaatse. De politiemensen bonzen volgens de getuige hard op deur van de woning en roepen of er iemand binnen. Er volgt vanuit de woning geen enkele reactie.

Gelet op het verhaal van de buurvrouw over het naar binnen sleuren van de huilende vrouw, het dichtgooien van de deur en de knallen die daarna in de woning klonken zou de enige juiste reactie van de politiemensen moeten zijn dat ze zo snel mogelijk de woning binnendringen, omdat er mogelijk iemand in die woning in levensgevaar kan zijn. Nu dat gebeurt niet. We weten niet of de politiemensen overlegd hebben met de meldkamer maar in ieder geval vertrekken ze weer zonder iets te hebben ondernomen.

Ongeveer twee uur later komt er bij de politie een telefoontje binnen van een kinderopvang dat een kind niet is opgehaald. Het blijkt dat de moeder van dat kind woont op het adres waar de vrouw naar binnen is gesleurd en de knallen hebben geklonken. Na dit telefoontje heeft zelfs de politie in de gaten dat er waarschijnlijk iets aan de hand is in de betreffende woning en men besluit alsnog binnen te treden.

Binnen worden de stoffelijke overschotten van de bewoonster en een man aangetroffen. Het lijkt er sterk op dat de man, een ex-vriend van de vrouw, haar heeft doodgeschoten en daarna zelfmoord heeft gepleegd. Een familiedrama dus.

Had direct ingrijpen van de politie nog iets aan de situatie veranderd? We weten het niet, we weten niet of de vrouw op slag dood was of nog enige tijd heeft geleefd. Wat we wel weten is dat de politie hier ernstig te kort is geschoten.

Benieuwd wat deze keer de smoes van de politie is

Willekeur?

Door Waarheidsvinder

Vandaag dient bij het Militair Strafhof in Arnhem een beroepszaak tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie tot niet vervolging van Admilson R. inzake het laten ontploffen van een handgranaat in een voertuig van het leger. Voor de duidelijkheid volgt hier een korte samenvatting van deze zaak.

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod (Afghanistan) een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

Beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger. We schreven daar al eerder over op deze site. Wij kwamen tot de conclusie dat Admilson R. in deze zaak als verdachte diende te worden aangemerkt.

Op 8 juni 2016 heeft advocaat Sébas Diekstra namens Erik Groenendijk een verzoek om aanvullend onderzoek in deze zaak gedaan en vervolgens heeft Groenendijk op 18 augustus 2016 aangifte gedaan van poging tot moord cq doodslag gepleegd door Admilson R.

Door de Koninklijke Marechaussee is daarop een zogenaamd oriënterend onderzoek ingesteld. Zoals we konden verwachten, was de conclusie van dat onderzoek dat er geen nieuwe feiten waren op grond waarvan de zaak kon worden heropenend. Zelfs het feit dat Admilson enkele jaren later het feit tegenover zijn broer had bekend was volgens de onderzoekers en het OM geen reden de zaak te heropenen aangezien Admilson zijn bekentenis inmiddels weer had ingetrokken. Met name die laatste conclusie vinden wij verbijsterend.

Wij houden ons al sinds meer dan 12 jaar bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen. Met uitzondering van de zaak van Lucia de Berk was er in alle bekend geworden dwalingen in Nederland sprake van één of meer valse bekentenissen die later weer waren ingetrokken. Het gaat daarbij onder meer om de Puttense moordzaak, De Schiedammerparkmoord, de zaak Ina Post, de moord op Bart van der Laar en de Spelonkzaak op Bonaire. Over al deze zaken schreven wij al eerder op deze site.

Het feit dat de verdachten hun bekentenis hadden ingetrokken was toen voor het OM geen enkele reden de vervolging te staken en in al deze zaken was destijds een veroordeling van de onschuldige verdachten gevolgd.

In geval van de zaak van de zes van Breda werden de verdachten zelfs na herziening door de Hoge Raad recent opnieuw veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag. Ook nu golden de ingetrokken bekentenissen als voornaamste bewijs tegen de verdachten.

Afgelopen week diende er bij het Hof in Den Bosch nog een zaak waarbij een man tegenover undercoverpolitiemensen zou hebben bekend zijn vrouw te hebben vermoord. Ook deze bekentenis was later door de man ingetrokken maar toch werd hij in eerste instantie op grond van die bekentenis veroordeeld. Ook in hoger beroep houdt het OM de man aan zijn eerder afgelegde bekentenis.

In het verleden hebben we onderzoek gedaan naar de veroordeling van Theo Tetteroo. Hij was veroordeeld om dat hij zijn dochter en zoon seksueel zou hebben misbruikt. Het politieonderzoek deugde van geen kanten, de aangifte van de dochter was meer dan twijfelachtig en de zoon had zijn aangifte tegen zijn vader inmiddels ingetrokken. Maar ook in deze zaak hielden politie en OM vast aan de eerste verklaring van de zoon en werd het intrekken van de verklaring genegeerd. De veroordeling bleef gehandhaaft.

Uit het feit dat het OM nu de ingetrokken bekentenis van Admison R. niet als bewijs wenst te accepteren wordt nog eens duidelijk dat de waarheid geen rol speelt. Het gaat uitsluitend om het eigen gelijk van het OM. Soms leidt dat tot de veroordeling van onschuldigen en soms leidt dat tot het niet vervolgen van schuldigen. Wij kunnen niet anders concluderen dan dat er sprake lijkt te zijn van willekeur. En willekeur hoort niet thuis in een fatsoenlijk rechtssysteem.

Hadden we toch gelijk?

Door Waarheidsvinder

Een van uw redacteuren heeft recent een open brief gestuurd aan persofficier van justitie Pieter van Rest in verband met zijn uitlatingen inzake het onderzoek naar het overlijden van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen. Uitlatingen die volgens ons onnodig denigrerend waren en ook onjuist.

Vanmiddag diende bij de rechtbank in Assen een pro-formazitting over de zaak. Tijdens deze zitting deed officier van justitie Debby Homans, die samen met haar collega Oebele Brouwer de zaak voor bracht, onder meer de twee volgende uitspraken ten aanzien van de gang van zaken:  ” Zonder de vasthoudendheid van de vader en diens vriendin Joyce, was deze zaak er niet geweest.” Zo simpel is het, zei de officier van justitie.

Een mening die wij delen, maar het werpt ook een bijzonder licht op deze zaak. Betekent dit dat in het vervolg iedere nabestaande zelf een schaduwonderzoek moet gaan doen om te kijken of politie en justitie hun werk wel goed hebben gedaan? Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Daarnaast constateerde de officier van justitie op de zitting dat er hiaten zaten in het eerdere politieonderzoek. Er is een nieuw onderzoek opgestart, door andere rechercheurs dan degenen die eerst bij de zaak waren betrokken. Ook deze mening over de kwaliteit van het onderzoek delen wij. Helaas werden wij weggehoond toen wij destijds onze kritiek uitten. Maar ja beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Daarom onze complimenten aan deze officier van justitie. Het erkennen van fouten is volgens ons een teken van kracht en niet van zwakte. Misschien voor een volgende keer een idee voor hun collega persofficier Van Rest.

Toch riep de rechtszaak ook weer nieuwe vragen op. In het nieuwe onderzoek is een getuige gehoord die belastend heeft verklaard voor de moeder. De advocaat van de moeder noemt hem onbetrouwbaar omdat hij pas na twee jaar een verklaring zou hebben afgelegd.

De vraag is echter of het wel om een nieuwe getuige gaat, want de man heeft kennelijk verklaard dat hij twee jaar geleden al is gehoord door twee politiemensen in burger. Uit het feit dat het OM die verklaring niet in het dossier heeft gevonden en niet heeft kunnen uitvinden wie die politiemensen waren, rijst het vermoeden dat die verklaring destijds terzijde is gelegd omdat deze niet paste bij het toen gebruikte scenario van een val of zelfmoord.

Een dergelijke gang van zaken herkennen wij uit andere onderzoeken. Niet passende getuigen worden gemakshalve “vergeten” en niet in het dossier opgenomen. En dat heeft niets met waarheidsvinding te maken.

Open brief aan Pieter van Rest

Door Waarheidsvinder,

Al jaren beweren wij ook op deze site dat het imago van politie en justitie vaak veel belangrijker is dan de waarheid. Ook in de zaak van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps deden wij dezelfde ervaring op. Men seponeerde liever een zaak dan dat men moest toegeven dat er tijdens het onderzoek grote fouten waren gemaakt. Met name de rol van persofficier van justitie Pieter van Rest in deze zaak vinden wij zeer bedenkelijk. Op grond daarvan heeft één van uw redacteuren besloten een open brief aan deze officier van justitie te schrijven.

Open brief

Geachte heer Van Rest,

Toen ik in 1969 als 18 jarige jongen bij de politie begon dacht ik dat het bij politie en justitie altijd om de waarheid ging. In de loop der jaren is mij steeds duidelijker geworden dat dit wel een heel naïeve gedachte van mij was. Steeds vaker ontdekte ik dat het imago van politie en justitie veel belangrijker is dan de waarheid. Uw uitlatingen in de zaak van Sharleyne Remouchamps bevestigen dit opnieuw.

In plaats van excuses aan te bieden aan de vader van Sharleyne en serieus te kijken naar de gerechtvaardigde kritiek op het werk van de politie in deze zaak en de beslissing van het openbaar ministerie om de zaak te seponeren, vindt u het belangrijker denigrerende opmerkingen te maken over het werk van Harrie Timmerman en mij. Inmiddels is duidelijk geworden dat onze bevindingen wel serieus hadden moeten worden genomen. In onze analyse hebben wij al gewezen op de wurgsporen in de hals van het slachtoffer (op basis van het sectierapport), maar uw instantie doet nu voorkomen of dit een nieuw gegeven is. Kortom: opnieuw wordt met de waarheid gesjoemeld.

U doet door uw houding en uitlatingen onrecht aan de nabestaanden van Sharleyne en u bevestigt daarmee het beeld dat waarheidsvinding kennelijk alleen iets is voor idealisten en niet voor officieren van justitie.

Vledder, 8 januari 2018

Dick Gosewehr