Skip to content

Een zondebok?

Door Waarheidsvinder

Een aantal tweede kamer leden dringt aan op het ontslag van Frans Leeuw van het WODC omdat hij bezweken is voor de druk van het ministerie en onderzoeksresultaten heeft aangepast. Iets wat natuurlijk absoluut niet kan. Wij begrijpen de wens van deze kamerleden maar het lijkt ons niet juist alleen Frans Leeuw te slachtofferen. Wat gebeurt nu met de hoge ambtenaren die in strijd met de regels het WODC onder druk hebben gezet? Mogen zij wel blijven?

En wat gebeurt met met secretaris-generaal Siebe Riedstra? Hij schreef recent in een brief aan zijn ambtenaren: De ambtenaren van de afdeling beleid moeten van gedachten kunnen wisselen met hun collega’s van het WODC over de vraag wat wordt onderzocht. Daar kunnen ze zelfs over van mening verschillen, als ze er maar op een professionele manier uitkomen met elkaar en met respect voor ieder rol.

Hoe kun je hem nu handhaven terwijl Leeuw weg wordt gestuurd hoewel die volgens Riedstra kennelijk niets verkeerds heeft gedaan? Het is goed om af en toe de trap schoon te vegen, maar dan moet je wel bovenaan beginnen.

De brief van Siebe Riedstra

Door Waarheidsvinder

Siebe Riedstra is de hoogste ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij is de man die onder meer de klacht van de klokkenluidster over de ongewenste grote invloed van het ministerie op het onderzoek van het WODC moet behandelen. Die klacht ligt er al sinds 2014 en tot op heden is er geen officieel onderzoek naar de affaire gestart.  Velen mensen vinden dat verbijsterend maar wij vinden dat heel begrijpelijk als je de brief leest die Riedstra aan de ambtenaren op zijn ministerie heeft geschreven naar aanleiding van de rapportage van Bas Haan in het programma Nieuwsuur. Daarin werd onthuld dat beleidsambtenaren van het ministerie van V en J druk zetten op de onderzoekers van het WODC, hetgeen bij protocol is verboden.

Secretaris-generaal Siebe Riedstra ziet geen probleem want schrijft namelijk in zijn brief aan de ambtenaren: De ambtenaren van de afdeling beleid moeten van gedachten kunnen wisselen met hun collega’s van het WODC over de vraag wat wordt onderzocht. Daar kunnen ze zelfs over van mening verschillen, als ze er maar op een professionele manier uitkomen met elkaar en met respect voor ieder rol.

Opvallend in dit verband zijn de uitspraken van verantwoordelijk minister Ferdinand Grapperhaus afgelopen week in de uitzending van Nieuwsuur. Hij zei: “Dit had niet zo mogen gebeuren. Beleid moet losstaan van wetenschappelijk onderzoek”.

Het lijkt er op dat Riedstra weergeeft hoe men op het ministerie over dit soort zaken denkt en dat Grapperhaus het gewenst politieke antwoord geeft. De toekomst zal leren welke weg wordt gevolgd.

Als Grapperhaus meende wat hij zei, dan kan er op het ministerie van V en J geen plaats meer zijn voor Siebe Riedstra.


Onafhankelijk onderzoek ?

Door Waarheidsvinder

Als politie en justitie het over een “onafhankelijk onderzoek” hebben dan kun je bijna de klok er op gelijk zetten dat er een loopje met de waarheid genomen zal worden. Het maakt niet uit wie dat onderzoek doet, of het het nu de Rijksrecherche is, een Cold Case team of een andere politie-eenheid, de uitslag van een dergelijk onderzoek valt meestal van te voren te voorspellen. Mocht er per ongeluk wel sprake zijn van een onafhankelijk onderzoek, en valt de opdrachtgever de uitslag van het onderzoek tegen, dan bestaat er nog de mogelijkheid om de waarheid onder tafel te houden. De opdrachtgever verklaart het betreffende rapport als “strikt vertrouwelijk”. Dan komt niemand de inhoud te weten en ontstaat er geen schade voor hem. Wij kennen dit uit ons eigen verleden. Nadat Harrie en ik begin 2005 onder valse voorwendsels uit het Cold Case Team van Groningen waren gezet liet Oscar Dros, de korpschef van Groningen, twee collega’s onderzoek doen naar het functioneren van het Groningse Cold Case Team. Hij deed dat waarschijnlijk in de hoop dat de onderzoekers ons flink de maat zouden nemen. Dat gebeurde echter niet. Natuurlijk zijn ook wij niet zonder zonde, maar de kritiek van de onderzoekers richtte zich voornamelijk op de korpsleiding van Groningen en de leiding van de rechercheafdeling waar wij werkten. Dat was onverwacht en natuurlijk niet de bedoeling.

Onmiddellijk greep Oscar Dros in, hij verklaarde het rapport als strikt vertrouwelijk en dreigde met hel en verdoemenis wanneer iemand de inhoud van het rapport naar buiten zou brengen. Hij “adviseerde” de Ondernemingsraad van de politie Groningen om geen kennis te nemen van de inhoud omdat men dan publiekelijk over de inhoud zou moeten spreken en dat zou slecht zijn voor de naam van het korps. De leden van de Ondernemingsraad begrepen de hint en zij weigerden daarop het rapport in ontvangst te nemen. Beter voor het korps, maar natuurlijk ook beter voor hun eigen carrière.

Gisterenavond bleek tijdens een uitzending van het programma Nieuwsuur dat ook wetenschappelijke onderzoeken lang niet altijd ongeschonden uit de strijd komen. Onderzoeksjournalist Bas Haan heeft ontdekt dat het Ministerie van Justitie grote invloed heeft gehad op onderzoeksrapporten van het WODC, het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum. De uitzending van Nieuwsuur maakte duidelijk dat de zogenaamde onafhankelijk van het WODC eigenlijk niet bestaat. Regelmatig is er sprake van beïnvloeding van de onderzoeksresultaten door de top van het ministerie. Belangrijke onderzoeksrapporten blijken zelfs gedeeltelijk te zijn herschreven. Die herschreven rapporten werden vervolgens door de verantwoordelijk VVD minister aangeboden aan de leden van de Tweede Kamer als onderbouwing van de juistheid van zijn beleid.

Er was echter een onderzoekster bij het WODC die hier niet mee kon leven. Zij nam het begrip onafhankelijkheid wel serieus en diende in 2014 een klacht in bij de top van het ministerie. Zij trad dus op als klokkenluidster. Uiteraard werd er met haar klacht niets gedaan. De Tweede Kamer kreeg niets te horen over de beïnvloeding van het WODC door de top van het ministerie en tot op heden is er zelfs geen formeel onderzoek naar de gang van zaken gestart hoewel dat wel verplicht is. Onderwijl zit de Tweede Kamer met een gemanipuleerd rapport van het WODC over de aanpak van de coffeeshops in Nederland en heeft op basis daarvan het beleid niet ter discussie gesteld.

De reactie van Ferdinand Grapperhaus, onze nieuwe minister van Justitie in de uitzending van Nieuwsuur was voorspelbaar. Hij blijkt uit het goede bestuurlijke hout te zijn gesneden want in de uitzending zei hij onder meer: “Dit had niet zo mogen gebeuren. Beleid moet losstaan van wetenschappelijk onderzoek.”  Ter ” geruststelling”  van de kijker deelde hij vervolgens nog mee dat de kwestie al in de zomer van 2016 was besproken en dat het protocol inmiddels was aangescherpt. Over maatregelen tegen de betrokken ambtenaren sprak hij niet en ook niet over wat er nu met de ondeugdelijke rapportages van het WODC gaat gebeuren.

Maar hoe het ook zij; rapporten van het WODC kunnen wat ons betreft in het vervolg rechtstreeks de prullenbak in. Dat bespaart de belastingbetaler veel geld en ergernis. Nog goedkoper is het om helemaal geen onderzoek meer te laten doen. Indien de politici niet op de hoogte gesteld willen worden van bepaalde onderzoeksresultaten, is dit de beste oplossing.  Voor de waarheidsvinding is dat vanzelfsprekend de slechtste oplossing. De keuze is aan de Tweede Kamer.

Alleen voor de waarheid?

Door Waarheidsvinder

Afgelopen zondag hoorde een van uw redacteuren tijdens een symposium over gerechtelijke dwalingen een officier van justitie opmerken dat alle officieren van justitie altijd voor de waarheid gaan en niet voor een veroordeling. Uit eigen wetenschap kunnen wij stellen dat dit een mooie theorie is, maar dat de praktijk helaas anders uitwijst. Veel officieren van justitie nemen alleen die mensen serieus die hetzelfde standpunt innemen als zij zelf. Hetzelfde gebeurt bij ingehuurde deskundigen.

Dit blijkt opnieuw uit onderstaand persbericht waarin wordt medegedeeld dat de onderzoekers van Independent Forensic Services een klacht hebben ingediend tegen officier van justitie mr. B. van de Ven.

IFS DIENT KLACHT IN TEGEN ZAAKSOFFICIER IN EVERINK ZAAK

Forensisch onderzoeksbureau onterecht beschuldigd van partijdigheid

Independent Forensic Services (IFS) heeft een klacht ingediend bij de hoofdofficier van justitie van het parket Midden Nederland. Dit nadat de zaaksofficier mr. B.E.M. van de Ven in de zaak Koen Everink IFS afgelopen week voor de tweede maal onterecht van ‘partijdigheid’ beschuldigde. Het in een kwaad daglicht stellen van het onafhankelijke forensisch onderzoeksbureau heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met het feit dat IFS in de zaak Everink op een ander scenario stuitte dan het Openbaar Ministerie aanhangt. Het OM houdt alleen de verdachte verantwoordelijk voor de moord. IFS is door zijn advocaat voor contra expertise ingeschakeld en heeft vastgesteld dat zeer waarschijnlijk meerdere daders bij het misdrijf betrokken zijn. De komende tijd doet IFS daar meer onderzoek naar voor de verdediging.

Omdat de zienswijzen van OM en verdachte sterk uiteenlopen is het van belang beide scenario’s grondig aan de feiten te toetsen, wil de rechtbank straks tot een evenwichtig oordeel kunnen komen. In dit geval zou het OM, een partij die eveneens aan waarheidsvinding dient te hechten, juist moeten openstaan voor kwalitatief hoogwaardig contra onderzoek zoals IFS dat uitvoert. De rechters in Nederland zijn goed in staat om zich in een eventuele ‘battle of experts’ een eigen mening te vormen.

De beschuldiging mist bovendien grond, omdat IFS zeer regelmatig door politie en OM zelf wordt ingeschakeld voor forensisch onderzoek in ernstige misdrijven. Zo heeft IFS recent in opdracht van justitie baanbrekend DNA-onderzoek verricht in de zaak Caroline van Toledo, een uiterst gewelddadige moordzaak die sinds 2005 onopgelost is gebleven.

In de zaak Everink blijkt uit onderzoek door IFS dat hoogstwaarschijnlijk meerdere daders bij de moord betrokken waren. Dat blijkt onder meer uit letsel bij het slachtoffer, het feit dat drie of meer messen als moordwapen zijn gebruikt, en uit het gegeven dat een handdoek naast het slachtoffer is aangetroffen die kan zijn gebruikt om te smoren. Verder is onbekend DNA aangetroffen op plekken waar daders dat kunnen hebben achtergelaten.

De rechtbank staat het de verdediging toe dat IFS met 3d-reconstructies en een powerpoint- presentatie meer duidelijkheid gaat verschaffen over de toedracht in deze moordzaak. IFS hoopt dat onderzoek de komende tijd zonder onheuse inmenging door het OM te kunnen uitvoeren.

Wij spreken geen oordeel uit over de bevindingen van IFS. Maar Richard en Selma Eikelenboom domweg als partijdig bestempelen omdat ze een ander standpunt innemen past niet bij een onpartijdig Openbaar Ministerie dat op zoek is naar de waarheid.

De klacht tegen de betreffende officier van justitie lijkt ons daarom terecht.

De laatste kamer

Door Waarheidsvinder

We hebben op deze site al uitgebreid over de Spelonkzaak geschreven. Een zaak die speelde op het eiland Bonaire en ging om de moord op de broers Lisandro (24) en Wendell Martis (18). Beide broers werden op 15 juli 2005 koelbloedig vermoord omdat één van hen verkering had gekregen met de ex-vriendin van Macho Wanga. Deze Macho kon dat echter niet verkroppen. Hij had de beide broers met een smoes naar een afgelegen plek op het terrein Bolivia gelokt en daar bracht hij beide broers met twee schoten om het leven.

Macho Wanga werd al na korte tijd aangehouden. Op 31 juli 2005 legde hij een bekentenis af die klopte met alle bekende feiten. Terug in de gevangenis hoorde hij dat hij door deze bekentenis waarschijnlijk een levenslange gevangenisstraf zou krijgen en daar had hij uiteraard geen zin in.

Macho kreeg vervolgens een gesprek met zaaksofficier Ernst Wesselius. Wat er toen tussen beiden is besproken, is nooit bekend geworden, maar het resultaat van het gesprek was dat het gebruikte vuurwapen door de vader van Macho bij de politie werd afgeleverd en Macho zijn eerdere bekentenis introk. Daarna kwam hij steeds met nieuwe verhalen waarin hij de namen van twee andere mannen noemde, Andy Melaan en Nozai Thomas. Zij werden vervolgens door de politie aangehouden en uiteindelijk ook veroordeeld voor hun vermeende betrokkenheid bij de moorden op de broers Martis. Andy kreeg zelfs 24 jaar gevangenisstraf, terwijl Macho Wanga er met 18 jaar vanaf kwam.

Wij hebben de zaak destijds onderzocht nadat wij waren benaderd door de Curaçaose psycholoog Dr. Lucio Ricardo. Hij deed al jaren onderzoek naar deze zaak en had daarover op 30 januari 2009 een lijvig rapport uitgebracht onder de titel Kroniek van een gerechtelijke dwaling in de Nederlandse Antillen.”

Wij konden na onderzoek niet tot een andere conclusie komen dan dat Lucio Ricardo gelijk had. Wij hebben daarop contact opgenomen met advocaat Geert-Jan Knoops die bereid bleek de zaak in behandeling te nemen.

Uiteindelijk lukte het hem en zijn team de veroordeling van de beide mannen ongedaan gemaakt te krijgen. Op 15 november 2013 sprak het Gemeenschappelijke Hof voor de Antillen beide mannen alsnog vrij.

Over deze zeer spraakmakende zaak heeft advocaat Geert-Jan Knoops nu een boek geschreven onder de titel “De laatste kamer.” Het is een ontluisterend verhaal over de manier waarop je als onschuldig burger toch veroordeeld kunt worden voor moord. Over de manier waarop politiemensen en officieren van justitie soms met de waarheid omgaan. Hoe moeilijk het kennelijk is om gemaakte fouten toe te geven en te herstellen.

Iedereen die iets te maken heeft met politie of justitie zou dit boek moeten lezen. Dit soort zaken moeten gewoon niet voor kunnen komen.

PS. De opbrengsten van dit boek worden gebruikt om nieuwe dwalingen te kunnen onderzoeken. U koopt dus niet alleen een meer dan interessant boek u steunt ook de goede zaak.

Nieuw scenario in moordzaak Halil Erol?

Door Waarheidsvinder

Gisterenavond werd in het programma Opsporing Verzocht aandacht besteed aan de moord op Halil Erol uit Steenwijk. Hij werd in 2010 om het leven gebracht. Aanvankelijk wilde de politie niet van een misdrijf uitgaan maar dat veranderde toen er delen van zijn lichaam op verschillende plekken in de omgeving van Steenwijk werden teruggevonden. In verband met de moord is recent is er een 39 jarige vrouw uit Groningen aangehouden, we schreven daar al over.

Gisterenavond werd de moord ook besproken in een uitzending van Opsporing Verzocht. De politiewoordvoerder had daarbij over het feit dat er nu een nieuw scenario was. Men denkt nu onder meer dat “ de ochtend na zijn verdwijning met één van de twee telefoontoestellen van Halil Erol is geprobeerd te bellen naar het toestel van zijn ex, om de schijn te wekken dat hij toen nog leefde en vrijwillig was verdwenen.” Men deed daarbij het alsof men iets nieuws en belangwekkends had ontdekt.

Wij moeten de speurders uit Steenwijk echter teleurstellen, dit scenario is absoluut niet nieuw. Op 1 juli 2010 beschreven wij dit scenario al uitgebreid op deze site. Misschien moeten politiemensen vaker onze site lezen, dat kan soms handig zijn.

 

Beroep moeder Sharleyne is afgewezen

Door Waarheidsvinder

Op 2 november bepaalde de raadkamer van de rechtbank in Assen dat de moeder van Sharleyne Remouchamps vast zou blijven zitten tot aan de rechtzitting. De moeder wordt verdachte van moord cq doodslag op haar 8 jarige dochter gepleegd in Hoogeveen. Paul van Jaarsveld, de raadsman van de moeder, ging tegen deze beslissing in beroep bij het Gerechtshof in Leeuwarden. Dat beroep is vandaag door het Hof afgewezen. Moeder blijft dus gewoon vastzitten en dat lijkt ons een juiste beslissing.

 

Aanhouding in zaak Halil Erol

Door Waarheidsvinder

We schreven op deze site al vaker over de moord op Halil Erol uit Steenwijk. Halil verdween op 6 februari 2010 na een bezoek aan zijn ex-vrouw in Steenwijk. Ondanks alle signalen die in de richting van moord wezen bleef de politie aanvankelijk vasthouden aan een verdwijning. Pas nadat er op diverse plaatsen lichaamsdelen van Halil waren gevonden moest ook de politie in Steenwijk uiteindelijk toegeven dat er inderdaad sprake was van een misdrijf.

Er zijn in deze zaak in het verleden al diverse aanhoudingen geweest maar het bewijs voor een veroordeling ontbrak steeds. Nu is er opnieuw een aanhouding verricht. Het gaat daarbij om een 39 jarige vrouw uit Groningen. Ook zij komt uit de relatiesfeer van Halil.

Nu maar hopen dat men deze keer wel voldoende bewijs heeft.

 

Kwaliteit Rijksrecherche onderzoeken

Door Waarheidsvinding

Vandaag dient bij de rechtbank op Schiphol de rechtszaak tegen twee politiemensen uit Den Haag die er van worden verdacht schuld te hebben aan de dood van de 42 jarige Mitch Henriquez. Hij overleed in juni 2015 tijdens een hardhandige arrestatie door de Haagse politie. Over de zaak zelf gaan wij niets zeggen, wij beperken ons slechts tot het onderzoek van de Rijksrecherche in deze zaak.

Van de aanhouding van Henriquez zijn destijds de nodige beelden op het internet verschenen. De Rijksrecherche heeft bij hun onderzoek onder meer die beelden bestudeerd. Ze hebben vervolgens er een compilatie van gemaakt en daarop zijn de beelden en het geluid erg slecht. Op de compilatie zijn bijvoorbeeld de stemmen van de politiemensen niet te horen.

Tijdens de zitting kwamen de advocaten Korver en Roethof, die de nabestaanden in deze zaak bijstaan, met de mededeling dat er veel betere beelden zijn dan die door de Rijksrecherche zijn gebruikt en dat ook de stemmen van politiemensen goed te horen zijn. Deze beelden zouden zijn gevonden door een recherchebureau dat door de nabestaanden is ingeschakeld. Volgens Korver was het een koud kunstje geweest om aan de beelden te komen en hij vroeg zich af waarom de Rijksrecherche die beelden niet had gevonden.

Volgens Korver was op de beelden te zien wanneer en hoe Henriquez om het leven was gebracht en waren er onder meer teksten te horen als: “ helemaal bewusteloos” , “ er zit weinig leven in”, “ er zit geen leven in” en “ jij hebt hem doodgemaakt.” Korver vertelde er bij dat hij de beelden aan een vechtsportdeskundige had laten zien en dat die op de seconde nauwkeurig kan aangeven wanneer Henriquez “out” is gegaan. Hij wilde dat de rechtbank de beelden gaat bekijken en dat een dergelijke deskundige als getuige zal worden gehoord. Hij wilde dat de zaak daarvoor zou worden aangehouden.

De advocaten van de betrokken politieagenten waren daar tegen, volgens hen had Korver niet het recht een dergelijk verzoek te doen. Het OM had er geen bezwaar tegen dat de originele beelden aan deskundigen worden getoond maar men wilde niet dat de zaak opnieuw zou worden aangehouden. De rechtbank nam dat over; de zaak wordt niet aangehouden maar de beelden zullen worden getoond.

Advocaat Roethof zegt over de gang van zaken: “ het te gek voor woorden te vinden dat een eenvoudige privé-detective veel betere beelden boven water krijgt dan de machtige Rijksrecherche”.

Daarin heeft hij volgens ons volkomen gelijk. Helaas is deze zaak zeker geen uitzondering. De afgelopen jaren hebben wij enkele zaken onderzocht waarbij politiemensen als verdachten waren betrokken. Een van die zaken was het overlijden van de 26 jarige Cyprian Broekhuis. De verwarde Cyprian werd in zijn woning aan de Wagenaarstraat in Amsterdam door zes politiekogels geraakt die door twee politiemensen op hem waren afgevuurd. Volgens de beide politiemensen hadden zij dat uit noodweer gedaan omdat Cyprian hen met een mes probeerde te steken en zij zich op geen enkele andere wijze konden verdedigen.Het onderzoek in die zaak werd ook door de Rijksrecherche gedaan. Wij hebben het dossier bestudeerd en konden tot geen andere conclusie komen dan dat het onderzoek van de Rijksrecherche onprofessioneel en onvolledig was. Het dossier was niet meer dan een verzameling verklaringen, nergens bleek dat er sprake was van een gedegen onderzoek naar de waarheid.De betrokken politiemensen, zowel de beide schutters als politiemensen die getuigen waren van het schieten, kregen een andere behandeling dan de getuigen, de opgenomen verklaringen waren onvolledig en de uitslag van het onderzoek leek van te voren al vast te staan. De zaak werd al snel door het OM geseponeerd.

Inmiddels loopt er een zogenaamde artikel 12 procedure en wij hebben goede hoop dat het Gerechtshof in Amsterdam alsnog zal beslissen dat beide politiemensen moeten worden vervolgd en dat het onderzoek moet worden overgedaan.

In de media wordt altijd gesteld dat de Rijksrecherche volkomen onafhankelijk is en daarnaast wordt de indruk gewekt dat de medewerkers hooggekwalificeerd zijn. De werkelijkheid is echter anders. Om bij de Rijksrecherche te mogen werken hoef je geen superrechercheur te zijn, je moet goed bevelen kunnen uitvoeren en een net pak dragen. Van bovenaf wordt bepaald wat je precies wel en niet mag onderzoeken, van objectieve waarheidsvinding is geen sprake. Hoe kan het nu zijn dat de beelden op de door de Rijksrecherche gemaakte compilatie veel slechter zijn dan de originele en hoe kan zijn dat de stemmen van de politiemensen daarop niet te horen zijn?

Het onderzoek naar de dood van Mitchel Henriquez lijkt daarom ons wantrouwen ten aanzien van de betrouwbaarheid van onderzoeken van de Rijksrecherche te bevestigen. En dat is een treurige zaak.

 

Parlementaire enquete Enschede

Door Waarheidsvinder

Vandaag verscheen in dagblad De Stentor een groot artikel van Lucien Baard over een interview dat hij had met klokkenluider Paul van Buitenen. In het artikel bepleit van Van Buitenen na drie jaar eigen onderzoek dat er een parlementaire enquête moet komen naar de manier waarop het Openbaar Ministerie (OM) het onderzoek deed naar de vuurwerkramp.  Bredanaar Paul van Buitenen is een van Nederlands bekendste klokkenluiders. Hij was financieel controleur bij de Europese Commissie. Met zijn onthullingen over fraude bracht hij de Europese Commissie in 1999 ten val.

Het artikel

Paul van Buitenen stelt dat het OM ‘naar een van te voren bepaalde uitkomst’ heeft gewerkt: de schuld moest liggen bij het bedrijf S.E. Fireworks en/of een brandstichter, met als enige doel de overheid buiten schot te houden. Dat concludeert hij na drie jaar zelf onderzoek te hebben gedaan naar de vuurwerkramp, op 13 mei 2000 in de Enschedese wijk Roombeek. Het vuurwerkbedrijf is gecriminaliseerd, maar heeft eigenlijk niets fout gedaan. De gebrekkige regelgeving rond vuurwerk in Nederlandwas de oorzaak van de ramp. Tijdens het strafrechtelijk onderzoek zijn veel beslissingen genomen die ervoor zorgden dat de focus niet op de overheid kwam te liggen.”

In hoger beroep zijn destijds de twee directeuren van de vuurwerkopslag veroordeeld tot één jaar cel. Zij hadden volgens het hof ‘te veel en te zwaar’ vuurwerk opgeslagen midden in de woonwijk, waardoor de verwoestende explosies konden gebeuren. Wijlen André de Vries, de Enschedeër die verdacht werd van brandstichting, werd vrijgesproken.

Van Buitenen heeft zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van 181 pagina’s, dat hij in juni al presenteerde aan de top van de Nationale politie. Hij zegt ook contact te hebben gezocht met de top van het OM. Het parket-generaal zegt echter het rapport nog niet te kennen en daarom ook niet inhoudelijk te kunnen reageren.

Van Buitenen heeft zich op de vuurwerkramp gestort op verzoek van oud-rechercheur Jan Paalman. Paalman zat in het politieteam dat de ramp onderzocht: het Tolteam. Hij en een collega hebben steeds gezegd dat er grote fouten in het onderzoek zijn gemaakt en dat ‘de rechterlijke macht bewust is misleid’. Aanvullend onderzoek van het OM heeft dat later ontkracht. Van Buitenen durft die stelling van Paalman nu wel over te nemen en vindt dat de twee oud-rechercheurs eerherstel verdienen. Zijn rapport is een reconstructie, die tot die conclusie leidt. Hij beschikte over het complete strafdossier, vele aanvullende politiedocumenten en sprak naar eigen zeggen met talrijke (oud-)ambtenaren, politiemensen en brandweerlieden die bij de ramp betrokken waren. De afgelopen drie jaar was hij haast maandelijks in Enschede op zoek naar nieuwe feiten en bewijsstukken.

Goed mis

Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe meer ik tot de conclusie kwam dat hier iets goed mis is. Er is willens en wetens door justitie naar die ene conclusie gewerkt. Vervolgen van S.E. Fireworks was een veilige optie: dan kwam de nadruk niet op het handelen van de overheid te liggen. Zo fout als wat.” Dat Van Buitenen de schuld vooral legt bij de overheid, komt met name door de ontploffing in 1991 van een vuurwerkfabriek in Culemborg. „Er is niets gedaan met de lessen van toen. Anders was het in Enschede zeker anders afgelopen. Maar voor justitie waren die lessen in 2000 ineens niet relevant, omdat het niet uitkwam.” Zo benoemt Van Buitenen een serie voorvallen in het strafrechtelijk onderzoek in voordeel van de overheid. „Er is in mijn ogen om die reden bewust fout op fout gestapeld.”

De kritiek op de rol van de overheid bij de Enschedese ramp is niet nieuw. De onafhankelijke Commissie Oosting stelde destijds ook al vast dat Enschede en de rijksoverheid grote fouten hadden gemaakt. Ook daar werd gewezen op Culemborg. Het kwam evenwel niet tot vervolging van de overheid, omdat het zogenoemde Pikmeer-arrest dat blokkeerde. Van Buitenen meent dat dit arrest ‘misbruikt is’ en dat dit van hoger hand werd geregeld. „Ze kwamen er pas na een jaar na de ramp mee, toen ze de schuld bij het bedrijf en een even tuele brandstichter konden leggen.”

Van Buitenen is ook bereid, zegt hij, de veroordeelde directeur Rudi Bakker te helpen bij een hernieuwde herzieningsverzoek bij de Hoge Raad. Zijn eerdere twee zijn door de Hoge Raad afgewezen. Het is de bedoeling van Van Buitenen dat zijn onderzoeksrapport op korte termijn op internet wordt gepubliceerd. „Ik zal alles doen om de politie in actie te laten komen.”