Skip to content

Een nieuwe ontwikkeling in Arnhem

Door Waarheidsvinder

Dat de Arnhemse Villamoord zal uitmonden in de grootste gerechtelijke dwaling in Nederland tot nu toe is voor ons al lang duidelijk. Ondanks het feit dat er destijds geen enkel technisch bewijs was tegen de verdachten, werden uiteindelijk negen man veroordeeld voor hun aandeel in de moord op de 63 jarige Geke de Goede in haar woning aan de Apeldoornseweg in Arnhem. Een van de mannen pleegde later zelfmoord in de gevangenis. De veroordelingen vonden uitsluitend plaats op grond van twee verklaringen die werden afgelegd door twee verdachten die tijdens hun verhoor onder de druk van de verhoorders bezweken. Zij verklaarden onder druk van de verhoorders precies datgene dat de politie graag wilde horen, namelijk dat het om een uit de hand gelopen overval zou zijn gegaan. Als dank kregen zij een korte gevangenisstraf.

Een van deze twee mannen, Ömer A, houdt zich na het uitzitten van zijn straf al jarenlang schuil in Duitsland. Nadat in september er berichten naar buiten kwamen dat er mogelijk een herziening van de zaak aan zat te komen, nam Ömer A. onverwachts contact op met advocaat Paul Acda, de raadsman van één van de veroordeelde mannen. Hij wilde graag een nieuwe verklaring afleggen. Die verklaring heeft hij vervolgens afgelegd ten overstaan van Paul Acda en dr. Han Israëls, de schrijver van een boek over de Arnhemse villamoord. Zijn verklaring is door hen op beeld en geluid vastgelegd. Ömer A. gaf toe dat hij destijds onder druk van de verhoorders een valse verklaring had afgelegd omdat hij bedreigd werd met een zeer lange gevangenisstraf. Hij had zijn verklaring nog niet eerder herroepen uit angst voor de politie.

De manier waarop het verhoor van Ömer A. destijds is verlopen hebben we kunnen zien toen er enkele jaren geleden beelden van het verhoor op de televisie werden vertoond. Advocaat Paul Acda gaf gisterenavond in het programma De Wereld Draait Door een toelichting op de gang van zaken destijds bij het verhoor van Ömer A. Hij vertelde onder meer dat de meeste druk tijdens het verhoor werd uitgeoefend door de leider van het onderzoek, dezelfde man die ook de leiding had van het onderzoek in de Puttense Moordzaak. Eén van de eerste gerechtelijke dwalingen die in Nederland veel aandacht kreeg.

Dat men de politie in Arnhem wel vaker moeite heeft met de waarheidsvinding bleek ook tijdens het onderzoek naar hardloper Alex Wiegmink. In deze zaak, bekend onder de naam de Postbankmoord, deed de politie Arnhem in samenwerking met Peter R. de Vries, haar uiterste best om een bekende Arnhemse autokraker voor de moord te laten opdraaien. Gelukkig voor de man lukte dat niet omdat de verantwoordelijk officier van justitie de zaak niet wilde voorbrengen. Een juiste beslissing zoals later zou blijken.

Wij hebben enkele jaren geleden het dossier ook bestudeerd en voor ons was het direct duidelijk dat de autokraker niets met de moord te maken had. Eén van onze conclusie was dat de moordenaars van Alex Wiegmink niet in Arnhem moesten worden gezocht maar waarschijnlijk in de omgeving van het Brabantse Erp, de plaats waar de uitgebrande auto van Wiegmink destijds werd teruggevonden. Dat wij daarin gelijk hadden bleek in november 2016 toen de zaak ondanks de politie werd opgelost doordat één van de twee daders zich bij de politie meldde. Hij bekende samen met een andere man de moord te hebben gepleegd. Beide mannen kwamen inderdaad uit de omgeving van Erp.

Onderzoek Wim Quak gesloten

Door Waarheidsvinder

We hebben al eerder aandacht besteed aan de verdwijning van scheepskok Wim Quak. Hij verdween op 21 juni 1991 omstreeks 18.15 uur van het onder Nederlandse vlag varende ms Nedlloyd Neerlandia dat op dat moment in de Keltische Zee voer. Een verdwijning waaraan, door politie en justitie, nooit enige aandacht was besteed totdat wij ons in 2009 samen met journaliste Jolande van der Graaf over de zaak bogen. Onze conclusie was al snel duidelijk; Wim Quak is hoogstwaarschijnlijk om het leven gebracht. Wij hebben die conclusie uitgebreid onderbouwd in een analyse over de zaak.

Onder druk van de berichten in de media en de advocaat van zijn vrouw Anneke is de zaak door de hoofdofficier van justitie in Rotterdam uiteindelijk in onderzoek gegeven bij het Cold Case Team (CCT) van de politie Rotterdam-Rijnmond. Het resultaat van hun onderzoek hebben zij vastgelegd in een proces-verbaal dat op 18 mei 2010 is afgesloten. De conclusie van het onderzoek van het CCT was dat er geen aanknopingspunten waren om te kunnen vermoeden dat de Wim Quak door een misdrijf om het leven was gekomen. Die conclusie was naar onze mening niet gebaseerd op een gedegen onderzoek. Het lijkt er meer op dat de wens de vader van de gedachte was.

We geven hier één voorbeeld van de manier van werken van het CCT. Aan de hand van één verklaring van een officier die tijdens de verdwijning van Wim Quak aan boord van het schip was, werd in het proces-verbaal door het CCT de mogelijkheid geopperd dat Wim Quak depressief was en mogelijk zelfmoord had gepleegd. Een medepassagiere hield echter tijdens de betreffende reis een dagboek bij. In dat dagboek heeft zij destijds geschreven dat Wim Quak in een prima stemming was en dat hij uitzag naar zijn nieuwe leven aan de wal. Met haar is door de onderzoekers niet gesproken en het stuk uit haar dagboek wordt in het proces-verbaal van het CCT niet genoemd. Kennelijk paste deze getuige niet in de onderzoeksstrategie van het CCT.

Wij hebben ook onze kritiek op het onderzoek van het CCT uitgebreid op papier gezet, echter daar nooit een reactie op ontvangen. Met dit artikel willen wij onze lezing over de verdwijning van Wim Quak naar buiten brengen.

Wij denken dat er voldoende aanwijzingen dat Wim Quak aan boord van de Nedlloyd Neerlandia is vermoord en dat zijn lichaam daarna is weggemaakt. Het motief voor de moord was het feit dat Wim Quak tijdens zijn werkzaamheden had ontdekt dat er met het schip cocaïne werd gesmokkeld.

Aanvankelijk was die cocaïne hoogstwaarschijnlijk in de kombuis van het schip verstopt. Toen Wim Quak onverwachts als kok op het schip werd geplaatst had men een probleem en daarom moest de cocaïne worden verplaatst. Tijdens die verplaatsing zat de kombuis op slot waardoor Wim Quak de eerste dag na zijn aankomst in Amsterdam niet aan het werk kon.

Het gevolg van de verplaatsing van de cocaïne was bovendien dat de Engelse douane in Liverpool enkele dagen later niets vond toen zij na een tip de kombuis van het schip volledig op de kop zette. Bij die zoekactie werd bijvoorbeeld de halve keuken gedemonteerd.

Vermoedelijk is de cocaïne in Amsterdam verplaatst naar de bodywarmers die werden gebruikt voor werkzaamheden in de koelruimten van het schip. Op de dag van zijn verdwijning heeft Wim Quak in de koelruimten gewerkt en daarna wilde hij volgens zijn vrouw een gesprek met de kapitein hebben.

Dat ons vermoeden over die bodywarmers niet zomaar uit de lucht komt vallen is af te leiden uit een gebeurtenis die op 3 januari 1994 heeft plaatsgevonden. In Amsterdam betrapte de douane toen een bemanningslid van hetzelfde schip op het moment dat die 20 kilo cocaïne overhandigde aan een Amsterdamse crimineel. Er ontstond daarna een achtervolging waarbij een douanier werd doodgeschoten door een man die eerder bij de ontvoering van Heineken betrokken was geweest. Uit het onderzoek bleek dat de gesmokkelde cocaïne aan boord in de bodywarmers van de koelruimten in het schip verborgen was geweest.

Wij begrijpen natuurlijk best dat het hebben van vermoedens niet hetzelfde is als het leveren van bewijs. Zelfs een gedegen politieonderzoek door het CCT had mogelijk niet meer tot de aanhouding en vervolging van verdachten geleid. Maar het blijft treurig dat het CCT zelfs niet een poging heeft gedaan de waarheid te achterhalen. Ze hebben daarmee broddelwerk geleverd.

Gauw vergeten

Door Waarheidsvinder

Op de site van RTV Drenthe werd hedenmorgen gemeld dat de handhavers in Assen binnenkort worden uitgerust met bodycams. Er worden tien van deze camera’s aangeschaft.

Een proef met deze camera’s bij de politie Assen bleek een succes, er was een daling van het aantal geweldsdelicten tegen politieambtenaren. De bedoeling van de camera’s is dat ook het geweld tegen handhavers daardoor zal afnemen.

Tot zover zijn wij het helemaal met de gemeente Assen eens. Handhavers verdienen meer bescherming dan ze nu vaak krijgen. Maar aan het einde van het bericht staat iets dat ons hogelijk verbaasd. Er staat: “ De stadswachten die de camera’s gaan dragen moeten zich wel aan een strikt protocol houden. Zo moet door middel van een badge duidelijk zijn dat ze een bodycam dragen, en moeten ze duidelijk aangeven aan mensen dat ze gefilmd worden.”

Hoezo moeten mensen worden gewaarschuwd dat er wordt gefilmd? Als je je normaal gedraagt tegen zo’n handhaver is er toch niets aan de hand? De beelden worden toch alleen gebruikt als je je misdraagt? Wat is daar op tegen?

Nu lijkt het er een beetje op dat mensen die zich willen misdragen tegenover een handhaver eerst moeten kijken of ze soms worden gefilmd. Is dat niet het geval dan kunnen ze gewoon hun gang gaan en dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Wat ons betreft moet dat domme idee van die badge gauw worden vergeten.

Dwalende rechters

Door Waarheidsvinder

Wij doen al vele jaren onderzoek naar gerechtelijke dwalingen. Steeds opnieuw worden we verbijsterd door hetgeen wij in de dossiers tegenkomen. De onzorgvuldigheid waarmee vaak onderzoeken is gedaan, de kwaliteit van de verhoren van zowel de getuigen als de verdachten en het regelmatig nemen van een loopje met de waarheid door politiemensen. De laatste opmerking klinkt niet zo zwaar, maar uiteindelijk betekent dit gewoon dat wij regelmatig ontdekken dat er door politiemensen is gelogen om er vooral maar voor te zorgen dat de in hun ogen schuldigen werden veroordeeld. Pure valsheid in geschrifte die zelden of nooit gevolgen heeft voor de verantwoordelijke personen. Ook niet nadat de onschuldig veroordeelden alsnog na een herzieningsprocedure door de Hoge Raad zijn vrijgesproken.

In bijna alle gevallen was voor ons één keer lezen van het dossier al voldoende om te kunnen zien dat we met een gerechtelijke dwaling te maken hadden. Verder onderzoek bevestigde elke keer de eerste indruk.

Maar wij waren natuurlijk nooit de eersten die het dossier onder ogen kregen. Velen waren ons reeds voorgegaan; de onderzoeksleiders van de politie, de verantwoordelijk officieren van justitie, de rechters bij de rechtbanken, de advocaten-generaal bij het Gerechtshof bij het hoger beroep en de rechter van de Hoge Raad. In sommige zaken, zoals de zaak van Ina Post, ging het daarbij om tientallen personen aangezien die zaak meerdere malen voor herziening bij de Hoge Raad is geweest.

Wij vragen ons daarom al jaren af hoe het toch komt dat wij meestal direct in de gaten hebben of er sprake is van een gerechtelijke dwaling en die anderen niet. Van de politiemensen, de officieren van justitie en de advocaten-generaal begrijpen we het. Zij zijn vaak meer geïnteresseerd in een veroordeling dan in de waarheid. Er moet worden gescoord. Zelf ontkennen de betrokkenen dit natuurlijk, maar de feiten liggen er.

De vraag die ons al jaren het meeste bezig houdt, is waarom de verantwoordelijke rechters niet hebben gezien wat wij wel zagen. Om in de trant van Louis van Gaal te spreken: “Zijn wij nu zo slim of zijn zij zo dom?”

Een tweede vraag die wij ons steeds hebben gesteld is: Als rechters zo makkelijk in staat zijn onschuldigen te veroordelen, spreken zij dan ook om dezelfde redenen ten onrechte schuldigen vrij?

Het antwoord op die laatste vraag lijken we nu te hebben gekregen. Oud-raadsheer bij het Gerechtshof in Amsterdam, Mr. Jaap de Groot heeft recent een boek uitgebracht onder de titel “DNA in het Strafrecht “ (ISBN 978-94-6251-187-3). In dit boek heeft hij aan de hand van 15 zaken laten zien dat rechters vaak niet in staat zijn de bewijsmiddelen in een zaak op waarde te schatten. Het is soms tenenkrommend de motivering van de vrijsprekende rechters te lezen.

Onze vraag, of wij nu zo slim zijn of zij zo dom, is wat ons betreft nu beantwoord: Zij zijn inderdaad (soms) zo dom.

En dat is een weinig geruststellende conclusie.

Verkeerde keuze

Door Waarheidsvinder

Persofficier van justitie Ernst Pols legde vanavond in het journaal uit waarom de politie niet tot aanhouding van Bekir E. was overgegaan, ondanks het feit dat hij Humeyra al lange tijd stalkte, reeds veroordeeld was voor bedreiging en stalking van haar, een contactverbod van de rechter had opgelegd gekregen en Humeyra op 11 december een dreigmail had gestuurd met daarbij een foto waarop hij met twee vuurwapens stond afgebeeld.

Volgens officier van justitie Pols was het al een wat oudere foto en was het volgens hem bovendien al enkele weken rustig rond Humeyra. De politie was daarom bang geweest dat wanneer men tot aanhouding van Bekir zou zijn overgegaan en men geen vuurwapens bij hem zou vinden, dat men dan geen sterke zaak tegen hem zou hebben en dat hij dan mogelijk weer vrijgelaten zou moeten worden.

Dit soort onzinnige motieven hebben wij wel vaker gehoord. Kennelijk weegt het opsporingsbelang vaak zwaarder dan de veiligheid van het slachtoffer. Hoe het ook zij, de politie ondernam niets met de dood van Humeyra als triest gevolg. Nu heeft men wel een sterke zaak, maar dit zal toch niet de bedoeling zijn geweest?

Ze leren het nooit

Door Waarheidsvinder

De 16-jarige Rotterdamse scholiere Humeyra, die dinsdag in de fietsenstalling van haar school werd doodgeschoten, werd al twee jaar gestalkt door de 31 jarige Bekir. In augustus was de man nog door de rechter veroordeeld omdat hij Humeyra had bedreigd en mishandeld. Ook kreeg hij een contactverbod. Bekir ging natuurlijk tegen het vonnis in beroep, trok zich van het contactverbod niets aan en kon gewoon doorgaan met het stalken van Humeyra.

Een week voor haar dood meldde Humeyra zich voor de zoveelste keer bij de politie. Ze had een foto van Bekir ontvangen waarop hij met twee vuurwapens poseerde. Ze voelde zich daardoor terecht ernstig bedreigd.

Iedereen met enige kennis van zaken zou hebben begrepen dat er direct moest worden ingegrepen.

Niet de politie in Rotterdam. In plaats van direct tot aanhouding van Bekir over te gaan en op zoek te gaan naar de op de foto getoonde vuurwapens besloot de politie een afspraak met Humeyra te maken voor een vervolggesprek met haar. Die afspraak heeft Bekir niet afgewacht. Hij wachtte Humeyra op bij haar school en schoot haar dood.

Het lakse optreden van de politie in deze zaak is voor ons onbegrijpelijk.

Wij staan niet alleen in onze kritiek. Oud-politieman Marcel Tiehuis, deskundige op het gebied van dit soort stalkers schrijft over de zaak op zijn Linkedin account:

Een typisch geval van High Risk Offender en een High Risk Victim. Iedereen die maar enigszins verstand heeft van risicotaxatie stalking en geweld, had in dit geval kunnen en moeten zien, dat hier sprake was van een hoog risico op ernstig geweld, waarbij je niet wegkomt met een (schijn) veiligheidsmaatregel van een contactverbod.”

Daarin heeft hij volkomen gelijk. De vraag is dus bij wie je als bedreigde burger eigenlijk wel terecht kunt? Bij de politie hoef je niet te zijn. Die maken steeds opnieuw dezelfde blunders, met alle gevolgen van dien.

Waarschijnlijk komt er binnenkort weer een mooiprater van de afdeling voorlichting ons uitleggen dat men de bedreiging van Humeyra wel degelijk uiterst serieus heeft genomen en dat men echt wilde gaan optreden tegen Bekir E. Aan het slot van zijn betoog zal hij beloven dat men zeker van deze zaak zal leren.

Volgens ons leren ze het nooit.

Noot 21-12

Vandaag werd bekend gemaakt dat er een onderzoek komt naar het (dis)functioneren van politie en reclassering.

Geen vervolging voor Admilson R.

Door Waarheidsvinder

Het Militair Gerechtshof in Arnhem heeft besloten dat Admilson R. niet hoeft te worden vervolgd voor het tot ontploffing brengen van een handgranaat in een Bushmaster van het leger in Uruzgan (Afghanistan). Dit ondanks het feit dat Admilson, die een levenslange gevangenisstraf uitzit voor drie moorden in Drenthe, tegen zijn broer heeft bekend. Admilson ontkent nu het feit en zijn broer weigert tegen hem te verklaren. Het Hof heeft daarom besloten dat er te weinig bewijs is tegen Admilson en dat het Openbaar Ministerie hem niet hoeft te vervolgen.

Door de ontploffing van de handgranaat liep zijn collega Erik Groenendijk destijds blijvend letsel op en eindigde zijn militaire loopbaan.

Het had allemaal niet zover hoeven komen als de Koninklijke Marechaussee destijds een goed onderzoek had ingesteld en niet klakkeloos beide betrokkenen als verdachte had bestempeld. Het bewijs voor hun stelling konden zij niet leveren en daarom werd de zaak destijds geseponeerd. Het gevolg is dat veel collega’s van Erik bleven denken dat hij iets met de ontploffing te maken had. Erik kon daar niet mee leven en wilde eerherstel.

Nadat Erik Groenendijk een procedure was gestart heeft de Koninklijke Marechaussee in 2017 nog eens naar het eerste onderzoek gekeken. Hun bevindingen legden zij vast in een rapport met de naam Haines. Ik heb zelden zo’n slecht rapport gelezen. Men heeft geen enkele serieuze moeite gedaan de waarheid te achterhalen. Een schoolvoorbeeld van tunnelvisie.

Nu is de zaak definitief gesloten. Erik Groenendijk is hierdoor niet alleen slachtoffer van de ontploffende handgranaat maar ook van het falende onderzoek van de Koninklijke Marechaussee geworden. En dat maakt de zaak extra triest.

 

Schaamrood op de kaken

Door Waarheidsvinder

Er zijn van die momenten dat het schaamrood je naar de kaken stijgt en dat je wel door de grond wilt zakken. Gisterenavond was dat bij één van uw redacteuren het geval. Als ex-politieman, met bijna 40 dienstjaren, keek ik naar een documentaire op Nederland 2 getiteld: “Verdacht”.

In de documentaire vertelden een aantal niet blanke Nederlanders over de wijze waarop zij regelmatig op straat door politiemensen werden en worden bejegend. Veelal is er sprake van zogenaamde routinecontroles waarbij het er sterk op lijkt dat de reden voor de controle alles te maken heeft met de huidskleur en/of afkomst van de betrokkene.

Onder de geïnterviewde mannen waren ook twee politiemensen. Een van de mannen met een donkere huidskleur werkt als hoofdinspecteur bij de politie. Hij vertelde al jaren met de regelmaat van de klok door de politie te worden aangehouden omdat hij in een mooie auto rijdt.

Op een dag reed hij met zijn drie kinderen in zijn mooie auto toen hij voor de zoveelste keer een stopteken kreeg. De politieagenten vroegen hem vervolgens naar zijn rij- en kentekenbewijs. Nadat hij de papieren had overhandigd liep één van de politiemensen naar de politieauto, kennelijk om de gegevens van de bestuurder en van de auto te controleren.

Even later kwam de politieman terug met de mededeling dat de auto niet op de naam van de bestuurder stond en dat de auto bovendien niet was verzekerd. De man verzekerde de politiemensen dat dit een fout in het systeem moest zijn omdat hij de auto nieuw had gekocht en de politiemensen zelf op het kentekenbewijs konden zien dat de auto op zijn naam stond. Nadat er opnieuw zou zijn gecontroleerd dat de papieren niet in orde waren ontstond er natuurlijk wat heen en weer gepraat tussen de bestuurder en de beide politiemensen.

De kinderen van de man raakte hierdoor wat overstuur en uiteindelijk zei één van hen tegen zijn vader: “Papa waarom doen ze zo moeilijk, u bent toch ook politie?” De beide politieagenten hoorden dat natuurlijk ook en nadat de bestuurder had bevestigd dat hij bij de politie werkte bleken zijn papieren nu ineens wel in orde te zijn en kon hij doorrijden.

De tweede politieman, van Marokkaanse afkomst, werkte bij de politie Amsterdam. Hij is inmiddels al twee jaar ziek thuis vanwege een confrontatie met de politie in Enschede. We schreven op deze site al eerder over de zaak.

Een broer van hem had in Enschede een afspraak gemaakt om op het politiebureau aangifte te doen van een strafbaar feit. Toen hij op de afgesproken tijd op het politiebureau kwam werd hem te verstaan gegeven dat hij daar geen aangifte kon doen, dat hij dat maar via internet moest doen.

Als de man thuis komt vertelt hij dit aan zijn broer, een politieman uit Amsterdam. De politieman begrijpt de gang van zaken niet en gaat met zijn broer naar het politiebureau om daar om uitleg te vragen. Die uitleg krijgt hij niet. Tijdens het gesprek met de baliemedewerkster laat hij merken dat hij echt wel weet hoe het hoort te gaan omdat hij bij de dezelfde baas werkt.

Als hij zich daarop desgevraagd niet als politieman kan legitimeren wordt hij uiteindelijk door een inspecteur aangehouden en ingesloten. Na een nacht in een cel te hebben doorgebracht wordt hij de volgende dag vrijgelaten.

Als hij later aangifte doet van wederrechtelijke vrijheidsberoving wordt de aangifte door het Openbaar Ministerie niet in behandeling genomen omdat het hier om een interne zaak van de politie zou gaan. De betrokken inspecteur krijgt aanvankelijk een berisping, maar die wordt later door de Korpschef van de politie ongedaan gemaakt. Kennelijk vindt deze Korpschef dat er niets mis is met het optreden van de politiemensen in Enschede.

Inmiddels is bekend geworden dat de zaak alsnog voor de rechter zal komen.

Uit de verhalen van de alle geïnterviewden blijkt dat ze met enige regelmaat, zonder dat daar een aanleiding voor is, door de politie worden gevraagd zich te legitimeren. Er zijn echter duidelijk regels voor het vragen om een legitimatiebewijs:

De politie mag alleen uw identificatiebewijs vragen als daar een goede reden voor is. Dat is het geval als de politie redelijkerwijs uw identiteit nodig heeft om haar taak uit te voeren. Dus als u strafbare feiten pleegt of betrokken bent bij een verkeersongeluk. Toezichthouders hebben dezelfde bevoegdheden als de politie om naar het identiteitsbewijs te vragen. Hieronder staan voorbeelden van situaties waarin een identiteitscontrole kan plaatsvinden:

  • een auto rijdt ‘s nachts rond op een industrieterrein;
  • na een schietpartij is het belangrijk voor het onderzoek om de identiteit van (mogelijke) getuigen vast te stellen;
  • hangjongeren veroorzaken overlast in de openbare ruimte;
  • er is brand en de (mogelijke) brandstichter kan zich bevinden tussen de toegestroomde belangstellenden;
  • bij evenementen als voetbalwedstrijden en demonstraties waarbij rellen ontstaan;
  • bij onrust of dreigend geweld in uitgaansgebieden en op openbare manifestaties.”

Deze regels zijn er natuurlijk niet voor niets. Toch lijkt het er op dat sommige politiemensen nog nooit van deze regels hebben gehoord en dat vooral niet blanke Nederlanders voortdurend zonder reden naar een legitimatie worden gevraagd.

Op de site van de politie troffen wij onder de kop Diversiteit de volgende tekst aan:

“De politie maakt werk van diversiteit. Een divers samengestelde politie is namelijk een voorwaarde om ons werk goed te kunnen doen, nu en in de toekomst.”

Wil men echt serieus werk maken van het aantrekken van niet blanke Nederlanders dan zou de politie er goed aan doen te zorgen dat degenen die er al werken ook als volwaardige Nederlander te behandelen. Een streng beleid ten aanzien van de politiemensen die zich niet aan de regels houden, en kennelijk gekleurde Nederlanders als een apart soort mensen beschouwen, is daarom zeer gewenst. Daarbij zouden politiemensen die discrimineren op basis van uiterlijk en afkomst uit het korps moeten worden verwijderd. Discriminatie hoort namelijk in een beschaafd land niet thuis, zeker niet bij de politie.

Nieuwe versie boek Harrie Timmerman

Extra hoofdstuk in (Nog steeds) Tegendraads

Onlangs ontdekten wij dat er een hoofdstuk per ongeluk niet was opgenomen in het boek (Nog steeds) Tegendraads van Harrie Timmerman. Dit euvel is vanaf vandaag verholpen. Wie hier op de link, die verwijst naar dit boek, aanklikt vindt nu aan het slot Hoofdstuk 17, getiteld Achteraf.

In dat hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de reactie van politie en justitie op onze kritiek op het functioneren van de politie. Aan de hand van een aantal, bij het Cold Case team in Groningen, door ons onderzochte zaken wordt beschreven welke nieuwe feiten onze onderzoeken hadden opgeleverd. En dat de politie daarna vrijwel niets met deze nieuwe feiten hebben gedaan. De enige verklaring die daarvoor valt te bedenken, is dat men bij de politie wilde bewijzen dat wij niet goed hadden gefunctioneerd.

Of dat daadwerkelijk zo is, laten we graag aan onze lezers over.

Nieuw onderzoek overlijden Leon Groeneweg

Door Waarheidsvinder

Het dossier inzake het overlijden van de 19 jarige Leon Groeneweg uit Schiedam wordt mogelijk weer heropend. Over deze zaak schreven we al vaker op deze site.

Leon verdwijnt op zondag 8 juni 2008. Een week na zijn verdwijning, op zondag 15 juni 2008, wordt zijn lichaam gevonden in een ondiep gedeelte van het Brielse Meer nabij camping Kruininger Gors. Volgens de patholoog-anatoom, die sectie op het lichaam van Leon heeft verricht, is Leon al zeker een week dood als zijn lichaam wordt gevonden. Het lichaam van Leon wordt gevonden op een plaats waar het nooit een week gelegen kan hebben. Er zijn sterke aanwijzingen dat zijn lichaam pas in de nacht voor het aantreffen in het water is gegooid. Vreemd is ook dat Leon gedeeltelijk ontkleed is maar dat zijn ontbrekende kleding en zijn schoenen nooit zijn gevonden.

Toch wil de politie niet aan een misdrijf denken en wordt de zaak afgedaan als een ongeval. De ouders van Leon denken wel aan een misdrijf en willen dat er onderzoek naar de daders wordt gedaan.

Daarnaast is inmiddels, uit nieuw onafhankelijk medisch onderzoek, gebleken dat Leon hoogstwaarschijnlijk niet door verdrinking om het leven is gekomen. Zelfs de patholoog die destijds de sectie op het lichaam van Leon heeft gedaan acht nu de kans groter dat Leon al niet meer in leven was toen hij in het water terecht kwam dan dat hij in het water is overleden. Hoeveel meer heb je nodig om echt onderzoek te doen?

De ouders proberen al jarenlang justitie en politie te bewegen een nieuw onderzoek in deze zaak te starten maar zij vinden daarbij niet of nauwelijks gehoor. Het onderzoek is uiteindelijk door de Officier van Justitie gesloten.

Om die reden hebben de advocaten van de ouders, Job Knoester en Wendy Alberts, na een eigen diepgaand onderzoek, op 6 november 2018 een zogenaamde artikel 12-verzoek ingediend bij het Gerechtshof in Den Haag. Zij verzoeken daarin het Gerechtshof om het Openbaar Ministerie Rotterdam opdracht te geven het onderzoek te heropenen.

Wij hopen dat het Gerechtshof meer oog voor de feiten heeft dan politie en justitie en dat men het Openbaar Ministerie opdracht zal geven na 10 jaar eindelijk eens een goed onderzoek te doen naar het overlijden van Leon Groeneweg.