Skip to content

Slecht politieonderzoek zaait twijfel

Door Waarheidsvinder

Op dit moment dient bij de rechtbank in Assen de zaak tegen de moeder van de 8 jarige Sharleyne Remouchamps. De moeder wordt er van verdacht dat zij in de nacht van 8 juni 2015 haar dochter heeft gewurgd, al dan niet met de dood tot gevolg, en haar daarna van 10 hoog van de flat in Hoogeveen naar beneden heeft gegooid.

Aanvankelijk was de zaak door het openbaar ministerie geseponeerd omdat de politie niet had kunnen vaststellen wat er nu precies was gebeurd. Men hield de mogelijkheid open dat Sharleyne zelf naar beneden gesprongen of gevallen was. Wij hebben het dossier op verzoek van de vader van Sharleyne onderzocht en wij konden niet tot een andere conclusie komen dan dat de politie broddelwerk had geleverd en dat er wel degelijk sterke aanwijzingen tegen de moeder waren dat zij haar dochter om het leven had gebracht. De zaak moest daarna in opdracht van het Gerechtshof in Leeuwarden worden heropend en dat leidde er toe dat de moeder opnieuw werd aangehouden als verdachte van moord cq doodslag op haar dochter.

Tijdens het nieuwe onderzoek meldde zich ook een buurman die de bewuste nacht een woordenwisseling zou hebben gehoord tussen Sharleyne en haar moeder. Hij gaf aan dat hij kort na de dood van Sharleyne tijdens een buurtonderzoek door twee politiemensen in burger was bezocht en dat hij toen dit verhaal ook al had verteld. De politie reageerde daarop met de mededeling dat in hun administratie niets was terug te vinden van een door de man afgelegde verklaring. Niemand van het onderzoeksteam kon zich daarvan iets herinneren en de teamleiding gaf aan dat er geen administratie van het buurtonderzoek was bijgehouden.

De advocaat van de moeder bestempelde daarop de betreffende buurman als onbetrouwbaar en leugenachtig.

Een hulpverleenster die de betreffende buurman al enkele jaren bij staat las het verhaal in de media maakte zich daar erg kwaad over en stapte naar de politie. Zij kende de man als eerlijk en betrouwbaar en bovendien had de man hetzelfde verhaal al in 2015 aan haar verteld. Toen zij hem er destijds op had gewezen dat hij met het verhaal naar de politie moest gaan had de man haar verteld dat hij al met de politie had gesproken en dat die zijn verklaring had opgeschreven.

De teamleiding van het onderzoeksteam dat de zaak destijds onderzocht voert nu als excuus aan dat er in 2015, u leest het jaartal goed 2015 !, nog geen draaiboek voor buurtonderzoeken was en dat men geen administratie had bijgehouden. Men kon zich wel herinneren dat er een buurtonderzoek was geweest maar men kon niet zien wie er was bezocht en wat er was verklaard. Een later als getuige gehoorde politieman verklaarde over het onderzoek:” Het was hectisch en er was geen gestructureerde ploeg aan het werk”.

De betreffende buurman wordt nu dus als onbetrouwbaar aangemerkt omdat de politie er een zootje van heeft gemaakt. Een ex-politieman met ruim 40 jaar ervaring schreef ons hier over: “Wat een onzin. Zeg dan dat het niet goed is verwerkt maar jezelf teamleider noemen en dan dergelijk onzin verkondigen. Bij de padvinderij doen ze het beter, zeker weten. Wat moet je als rechters nu met zo’n puinhoop?“

Wij sluiten ons hierbij aan, het is allemaal te droevig voor woorden.

Hetgeen in deze zaak is gebeurd zijn wij helaas veel vaker tegengekomen tijdens onze onderzoeken. Informatie die niet past bij hetgeen de onderzoekers denken verdwijnt in het niets en later kan niemand zich herinneren dat de betreffende informatie er is geweest. De betreffende getuige wordt daardoor voor leugenaar uitgemaakt en de waarheidsvinding is het slachtoffer.

Noot 18 juni

Vanmorgen is er door het Openbaar Ministerie 10 jaar gevangenisstraf geëist tegen de moeder van Sharleyne ter zake doodslag.

Advocaten doen aangifte

Door Waarheidsvinder

Jacqueline Kuijper en Wieteke Drummen, de Advocaten van twee van de verdachten in de moordzaak Gees hebben aangifte gedaan tegen de beide betrokken officieren van justitie, tegen Klaas Aalbers de teamleider van het onderzoek en tegen twee rechercheurs in verband met het opmaken en/of gebruik maken van een valselijk opgemaakt proces-verbaal. Als buitenstaander zou je toch zeggen dat dit een eenvoudige zaak zou moeten zijn, de feiten zijn duidelijk. Maar zo simpel ligt het vaak niet in dit landje dat vaak een grote mond heeft over het handelen van andere landen.

Het is dus maar afwachten of de aangifte gevolgen zal hebben voor de betrokkenen. In een rechtsstaat zou dat wel het geval moeten zijn.

 

 

 

Verzoek verplaatsing onderzoek

Door Waarheidsvinder

Gisteren meldden wij u al dat het Militair Hof in Arnhem het Openbaar Ministerie in Arnhem opdracht heeft gegeven nieuw onderzoek te doen naar de ontploffing van een handgranaat in een Nederlandse Bushmaster in Afghanistan. Bij die ontploffing liep soldaat Erik Groenendijk blijvend letsel aan zijn rug op. Hij verdenkt zijn toenmalige collega Admilson R. verantwoordelijk te zijn geweest voor die aanslag op zijn leven.

Vandaag heeft advocaat Sébas Diekstra namens het slachtoffer Erik Groenendijk een brief geschreven aan het College van Procureurs-Generaal waarin hij verzoekt een ander Openbaar Ministerie dan dat in Arnhem met het nieuwe onderzoek te belasten. Gelet op houding van de het Openbaar Ministerie in Arnhem in deze zaak tot nu toe heeft zijn cliënt weinig vertrouwen in de kwaliteit van het nieuwe onderzoek wanneer dat weer door Arnhem wordt geleid.

Wij begrijpen dat wantrouwen. Tot op heden liep het OM in Arnhem blind achter de onderzoekers van de Kmar aan die wekken tot op heden bepaald niet de indruk dat zij echt op zoek naar de waarheid zijn. Het leek er veel meer op dat de vuile was binnenskamers moest blijven.

Wij hopen daarom met Erik Groenendijk dat het College van Procureurs-Generaal een ander Openbaar Ministerie met het nieuwe onderzoek zal belasten. Iedere schijn van vooringenomenheid dient immers te worden weggenomen.

Noot 21 mei

Het college van PG’s heeft bepaald dat het onderzoek wel in Arnhem blijft maar dat een andere officier van justitie de zaak onder handen krijgt. Volgens het college mogen militaire zaken alleen in Arnhem worden behandeld, dus verplaatsing naar een ander parket zou niet kunnen.

Hof wil nieuw onderzoek

Door Waarheidsvinder

Op zondag 7 maart 2010 ontplofte er een handgranaat in een gepantserd defensievoertuig staande op het terrein van Camp Coyote, een vooruitgeschoven post van Camp Hadrian te Dej Rawod in Afghanistan. Het onderzoek in die zaak werd door de Koninklijke Marechaussee (Kmar) verricht. We schreven eerder al uitgebreid over de zaak.

Op dit moment loopt er een zogenaamde artikel 12 procedure bij het Militair Hof in Arnhem. Erik Groenendijk eist daarin dat het onderzoek wordt heropend en dat Admilson R. alsnog wordt vervolgd.

In 2017 verrichtte de Kmar een zogenaamd oriënterend onderzoek. Op 15 februari 2017 bracht men een analyserapport uit onder de naam Haines. Volgens de onderzoekers was er geen reden om de zaak te heropenen, een conclusie die het Openbaar Ministerie (natuurlijk) overnam.

Onze reactie op het rapport Haines was dat ook dit onderzoek van de Kmar onvolledig en ondeskundige was. Dit conclusie wordt kennelijk gedeeld door het Hof in Arnhem. In een voorlopige beschikking schrijft het Hof op 13 april 2018 onder meer:

Het Hof is van oordeel dat het onderzoek niet volledig dan wel uitputtend is geweest en dat het voor een goede beoordeling van de klacht noodzakelijk is dat in ieder geval de volgende onderzoekshandelingen dienen te worden verricht:

Het horen van de broer van de beklaagde, Marcos R,

Het doen van nader onderzoek door het openbaar ministerie dan wel de Kmar, waarbij de aannemelijkheid van het scenario dat de beklaagde van dichtbij de granaat heeft gegooid dan wel onderhands heeft geworpen of gerold in de Bushmaster centraal staat;

alle overige onderzoekshandelingen, die het openbaar ministerie dan wel de Kmar, al dan niet naar aanleiding van de hiervoor genoemde onderzoekshandelingen, nuttig en wenselijk oordeelt.”

In gewoon Nederlands betekent dit dat het de Kmar en het Openbaar Ministerie hun huiswerk over moeten doen en dat lijkt ons een juiste beslissing. Erik Groenendijk heeft recht op de waarheid, ook als die waarheid niet plezierig is voor het het Ministerie van Defensie, het Openbaar Ministerie en voor de Kmar.

Geen maatregelen tegen officier ?

Door Waarheidsvinder

Wij hebben op onze site al het één en ander geschreven over het geknoei met een proces-verbaal in de zaak van de moord op de 69 jarige Koert Elders uit Gees. Twee rechercheurs maakten met medeweten van hun teamleider Klaas Aalbers en in opdracht van zaaksofficier van justitie Agnes de Vries een vals proces-verbaal op van een gesprek dat zij hadden met een getuige. Het proces-verbaal werd daarna gebruikt om de rechtbank te bewegen één van de verdachten langer in voorarrest te houden. Wij stelden toen dat er naar onze mening geen plaats behoort te zijn bij politie en justitie voor mensen die op deze manier met de waarheid omgaan. Zeker niet als het gaat om een officier van justitie die bewust rechters misleidt.

Wij staan kennelijk niet alleen in deze mening. Op 13 april verscheen er in het NRC een artikel over deze zaak van de hand van rechtspsycholoog Peter van Koppen. De kop van het artikel luidde: “Doodzonde van officier móét gevolgen hebben.

In het artikel lezen we onder meer: “Een officier van justitie die liegt, zoals in de Assense zaak, ondergraaft in feite ons hele strafrechtsysteem. Als officieren van justitie niet altijd kunnen worden vertrouwd, moeten zij altijd worden gewantrouwd.”

Peter van Koppen woont in het westen van het land en hij maakt kennelijk geen verschil tussen Gees en Assen. Hij doelt echter op de moord in Gees en de behandeling van de zaak bij de rechtbank in Assen.

Van Koppen spreekt verder onder meer zijn verbazing uit over het feit dat de betrokken officier van justitie niet uit haar functie is gezet, maar dat zij zelfs is bevorderd tot advocaat-generaal bij het Gerechtshof in Leeuwarden. Iets waarover wij ook onze verbazing hebben uitgesproken. Aan het eind van het artikel schrijft Van Koppen:

Liegen tegen de rechter is voor een officier van justitie een rechtsstatelijke doodzonde waarop altijd een gepaste reactie nodig is. Het ligt voor de hand dat dat ontslag inhoudt, maar dat is niet in elk geval vereist. Er zou echter altijd een publieke reactie van het college van procureurs-generaal moeten volgen waarin wordt benadrukt dat liegen niet mag. In deze zaak is het wel erg stil gebleven”

De houding van het college van procureurs-generaal maakt nog eens duidelijk dat de waarheid steeds vaker het onderspit delft als het gaat om het imago van politie en justitie. Liegen en bedriegen mag kennelijk als het maar de “goede” zaak dient. Gewoon stil blijven zitten en hopen dat het vanzelf voorbij gaat lijkt ook in deze zaak de strategie.

PS. Ook de leiding van de Politie Noord-Nederland houdt zich angstvallig stil over deze zaak. Het lijkt er op dat men ook daar geen problemen heeft met politiemensen die knoeien met een proces-verbaal.

Geen misleiding?

Door Waarheidsvinder

De beslissing van de rechtbank Assen om één van de verdachten in zaak van de dodelijke overval in het Drentse Gees niet te veroordelen, omdat door officier van justitie Agnes de Vries een valselijk opgemaakt proces-verbaal aan het dossier was toegevoegd, heeft tot de nodige commotie in de media geleid Kennelijk daarom heeft het openbaar ministerie Noord-Nederland op 7 april het volgende persbericht uitgebracht:

Reactie op vonnis woningoverval Gees

7 april 2018 – Arrondissementsparket Noord-Nederland

De rechtbank heeft gisteren, vrijdag 6 april, uitspraak gedaan tegen vier verdachten in het onderzoek Gees.

Het Openbaar Ministerie heeft tijdens de inhoudelijke behandeling, zowel in het requisitoir als in de repliek, uitgebreid aandacht besteed aan de verschillende vormfouten die zijn gemaakt in het onderzoek Gees.

Het Openbaar Ministerie betreurt de gang van zaken rond de vormfouten zeer, maar bestrijdt ten stelligste de Rechtbank te hebben willen misleiden. Het Openbaar Ministerie herkent zich dan ook niet in de formulering in de vonnissen van de rechtbank dat de officier van justitie bewust een onjuist proces-verbaal in het dossier heeft opgenomen en daarmee zodanig misleidend heeft gehandeld dat de kern van het strafproces wordt geraakt. Alles is erop gericht geweest om de gang van zaken zo helder mogelijk te krijgen voor de Rechtbank. Het maatschappelijk belang om een goed oordeel over deze zaak te krijgen is van groot belang.

Het onderzoek Gees is een omvangrijk onderzoek, met verschillende gecompliceerde rechtsvragen. Alvorens te besluiten of tegen deze uitspraak hoger beroep dient te worden ingesteld, zal het Openbaar Ministerie het vonnis uitgebreid bestuderen.

In verschillende media wordt melding gemaakt dat de toenmalige officier van justitie inmiddels advocaat-generaal geworden is bij het ressortsparket Arnhem/Leeuwarden. Het OM hecht eraan te benadrukken dat het vertrek van de zaaksofficier bij het arrondissementsparket Noord-Nederland geen enkel verband houdt met het onderzoek Gees.

Wat bedoelt het Openbaar Ministerie hier nu te zeggen?

Vindt men het bij het Openbaar Ministerie geen probleem dat twee politiemensen in opdracht van verantwoordelijk officier van justitie Agnes de Vries een proces-verbaal opmaken waarvan zijzelf en hun teamleider Klaas Aalbers weten dat de inhoud van dit proces-verbaal niet klopt?

Vindt men het vervolgens geen probleem dat de officier dit valselijk opgemaakte proces-verbaal als echt bij de rechtbank inlevert met als gevolg dat de rechtbank beslist dat een verdachte in de zaak langer moet worden vastgehouden?

Als men dit geen misleiding vindt, hoe noemt men dit dan?

Vindt men dat het aanbieden van excuses na het ontdekken van deze gang van zaken voldoende is om net te doen alsof het allemaal niet is gebeurd?

Wij denken daar anders over. Politiemensen die al dan niet in opdracht van een meerdere of een officier van justitie in een proces-verbaal liegen horen niet bij de politie thuis.

Voor een leider van een rechercheteam die van de gang van zaken op de hoogte is maar uiteindelijk niets onderneemt geldt natuurlijk hetzelfde. Hij is ongeschikt voor zijn taak. Hij had voor zijn mensen moeten gaan staan en hen moeten opdragen een eerlijk gespreksverslag te maken zoals vooraf was afgesproken. Hij had moeten voorkomen dat zij valsheid in geschrifte pleegden.

Een officier van justitie die rechtstreeks verantwoordelijk is voor deze gang van zaken hoort niet bij het Openbaar Ministerie thuis. Het is daarom wel heel opmerkelijk dat zij nu als Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof in Leeuwarden is aangesteld. Een verplaatsing waarvan het Openbaar Ministerie in zijn persbericht zegt dat deze niets te maken heeft met haar optreden in de zaak Gees.

Wie dit allemaal normaal vindt, heeft geen notie van wat waarheidsvinding inhoudt.

Geknoei met PV heeft gevolgen

Door Waarheidsvinder

Onder de kop” Loopje met de waarheid” schreven we al eerder op deze site over het geknoei met een proces-verbaal tijdens het onderzoek naar een dodelijk overval in het Drentse Gees. Door officier van justitie Agnes de Vries, de destijds verantwoordelijke officier, is doelbewust een proces-verbaal van verhoor van een vrouwelijke getuige in het dossier gedaan terwijl zij wist dat er allerlei onwaarheden in het PV stonden en dat er was gelogen over de manier waarop het PV tot stand was gekomen.

Vandaag deed de rechtbank uitspraak. De rechters maakten in hun uitspraak duidelijk dat er sprake was geweest van misleiding van de rechtbank. Volgens de rechters is er inbreuk gedaan op de gang van de rechtsorde en dat schaadt het vertrouwen. Het betreffende PV had rechtstreeks betrekking op één van de verdachten en daarom besloot de rechtbank het Openbaar Ministerie in zijn zaak niet ontvankelijk te verklaren. In gewoon Nederlands betekent dat deze verdachte niet wordt gestraft voor zijn betrokkenheid bij de dodelijk overval. Niet omdat hij onschuldig is maar vanwege het geknoei met het PV.

De drie hoofdverdachten zijn wel door de rechtbank veroordeeld maar zij kregen strafvermindering. In plaats van de gevorderde 15 jaar gevangenisstraf kregen zij 12 jaar toebedeeld van de rechtbank.

De hele gang van zaken is meer dan beschamend. Wat betekent deze gang van zaken voor de nabestaanden van de 69 jarige Koert Elders die bij de overval om het leven kwam? Naast het verdriet om de dood van een dierbare worden zij ook nog eens geconfronteerd met het geknoei van politie en justitie. Hoe kun je hen dat uitleggen?

Wat gebeurt er nu met de beide knoeiende rechercheurs, met hun chef die van de hoed en de rand wist en met de verantwoordelijke officier van justitie? Worden zij op hun wangedrag aangesproken of wordt de zaak zoals zo vaak met de mantel der liefde bedekt?

De tijd zal het leren.

Moeder Sharleyne komt niet vrij

Door Waarheidsvinder

Vandaag vond in Assen een zogenaamde pro-forma zitting plaats in de zaak van de dood van Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen. De moeder wordt er door het Openbaar Ministerie van verdacht haar dochter te hebben gewurgd en haar daarna van 10 hoog naar beneden te hebben gegooid. Een verdenking die ons niet vreemd voor komt aangezien wij degenen waren die het Openbaar Ministerie daar destijds op hebben gewezen nadat de zaak eerst door datzelfde Openbaar Ministerie was geseponeerd.

De rechtbank besliste vandaag over een aantal onderzoeksvragen. Daarnaast bepaalde zij dat de rechtszaak tegen Hélene J.de moeder van Sharleyne zal plaatsvinden op 13, 14 en 15 juni. Een verzoek van advocaat Paul van Jaarsveld om de moeder in afwachting van de rechtszaak voorlopig in vrijheid te stellen werd door de rechtbank afgewezen.

Wordt vervolgd.

Een loopje met de waarheid

Door Waarheidsvinder

Met enige regelmaat laten (oud)politiemensen ons weten dat we te kritisch zijn over het werk van de politie en justitie. Ze vinden dat wij soms ten onrechte politiemensen beschuldigen van het knoeien met processen-verbaal en het achterhouden van ontlastend bewijs. Natuurlijk maken politiemensen wel eens fouten maar van opzet is volgens hen geen sprake. Een mening die gedeeld wordt door veel officieren van justitie en natuurlijk door de verantwoordelijke ministers want anders zouden ze actie moeten ondernemen.

Op dit moment speelt er bij de rechtbank in Assen een zaak waarin weer eens duidelijk wordt dat de werkelijkheid soms anders is dan politiemensen graag willen geloven.

Op donderdag 30 juni 2016 vond rond half zes ‘s morgens een overval plaats op een woning aan de Dorpsstraat in het Drentse dorp Gees. Bij deze overval kwam de 69 jarige Koert Elders om het leven. Voor de zaak zijn inmiddels vier mannen aangehouden waarvan er één heeft bekend bij de overval betrokken te zijn geweest. De andere drie mannen ontkennen hoewel er van twee van hen DNA-sporen zijn gevonden. Tegen de verdachten zijn door officier van justitie Martijn Kappeyne van de Coppello straffen van 12 tot 15 jaar geëist.

Aanvankelijk was Agnes de Vries de zaaksofficier maar zij is tussentijds van de zaak afgehaald vanwege problemen over een getuigenverklaring. Officier Kappeyne van de Coppello heeft nu tijdens de zitting toegegeven dat er tijdens het onderzoek vormfouten zijn gemaakt bij het verhoor van een vriendin van één van de verdachten. Volgens hem is dit verhoor in strijd met de regels niet op band opgenomen en bovendien zou de vrouw voor het verhoor van de verhoorders de toezegging hebben gehad dat haar verklaring niet in het dossier zou komen. Ten slotte moest hij ook toegeven dat de in het proces-verbaal genoemde plaats en datum van het verhoor niet juist zijn. Om die redenen vindt hij dat het proces-verbaal niet als bewijs mag worden gebruikt.

Volgen de raadslieden van de verdachten wist de zaaksofficier destijds al dat de verklaring van de getuige inhoudelijk niet klopte maar desondanks had ze de verklaring bij de rechtbank als argument gebruikt om het voorarrest van de mannen te verlengen. De rechtbank nam haar advies over en daarmee is zij volgens de raadslieden misleid. Advocate Wieteke van Drummen stelde tijdens de zitting over het optreden van de betrokken officier van justitie: “dat het OM bereid is om bewijs te manipuleren om te scoren.” Het lijkt er op dat ze daar in deze zaak gelijk in heeft.

De raadslieden hebben inmiddels tegen de beide betrokken politiemensen aangifte ter zake valsheid in geschrifte gedaan. Het openbaar ministerie heeft nog geen beslissing genomen over het al of niet vervolgen van de politiemensen. We zijn benieuwd wat die beslissing zal zijn.

Resumé

Twee politiemensen beloven een getuige vooraf dat ze haar verklaring niet zullen opnemen en dat haar verklaring niet in het strafdossier zal komen. In hun proces-verbaal schrijven de politiemensen later dat het niet opnemen van de verklaring per ongeluk is gebeurd en dat is onwaar. Bovendien knoeien zij in het proces-verbaal van verhoor met de plaats van verhoor en de datum waarop het verhoor heeft plaatsgevonden.

Ondanks de belofte aan de getuige komt haar verklaring toch in het strafdossier terecht.

De verantwoordelijke officier van justitie weet van de hoed en de rand en zij weet volgens de raadslieden ook dat de verklaring van de betreffende getuige gedeeltelijk onjuist is, toch brengt zij de verklaring als bewijs in bij de rechtbank opdat die zal beslissen dat de verdachten in voorarrest moeten blijven. Dat laatste gebeurt inderdaad.

Zouden er nu werkelijk nog (politie)mensen zijn die vinden dat hier geen sprake is van opzet? Dat de betrokken politiemensen en officier van justitie per ongeluk een loopje met de waarheid hebben genomen?

Naar onze mening behoort er bij politie en justitie geen plaats te zijn voor mensen die op deze manier met de waarheid omgaan. Burgers hebben recht op een betrouwbaar en integer politie- en justitieapparaat dat voor de waarheid gaat en niet voor eigen succes.

 

Noot

Officier van justitie Agnes de Vries werkt tegenwoordig als AG bij het Hof in Leeuwarden. Volgens het OM heeft deze verplaatsing niets te maken met haar optreden in deze zaak.

Onderzoek alibi’s onschuldigen

Door Waarheidsvinder

Rechtspsycholoog Ricardo Nieuwkamp heeft een onderzoek gedaan naar de wijze waarop de politie omgaat met het alibi van onschuldige verdachten. In een vandaag uitgekomen persbericht lezen we:

Van onschuldige verdachten wordt verwacht dat zij hun onschuld kunnen aantonen aan de hand van een geloofwaardig alibi. Slechts 2% van de onschuldigen blijkt hier echter toe in staat. Op basis van rechtelijke dwalingen weten we dat de waarachtigheid van een alibi niet steeds correct wordt beoordeeld omdat er onrealistisch hoge eisen worden gesteld aan een alibi om geloofwaardig te worden gevonden.

Rechercheurs vinden een alibi namelijk slechts geloofwaardig wanneer het consistent blijft doorheen de tijd en wordt ondersteund door sterk bewijs, zoals camerabeelden. Uit het proefschrift van Ricardo Nieuwkamp blijkt echter dat onschuldigen meestal zwak bewijs voor hun alibi hebben, zoals een familielid als getuige. Het komt bovendien wel vaker voor dat een alibi moet worden aangepast omdat iemand zich heeft vergist of heeft gelogen om bijvoorbeeld te verdoezelen dat hij bij zijn minnares was.

Om de haalbaarheid van alibi’s met sterk bewijs in kaart te brengen, ging Nieuwkamp na welke alibi’s en welk bewijs in realiteit kan worden verwacht van onschuldige verdachten en hoe rechercheurs alibi’s in de praktijk beoordelen. Dat is vernieuwend, aangezien in het verleden bijna uitsluitend studenten in alibionderzoek werden betrokken. “Het meest interessante aan de bevindingen is dan ook dat rechercheurs op andere aspecten van het alibi letten bij de beoordeling ervan dan studenten. Rechercheurs vinden met name de controleerbaarheid van het bewijs belangrijk, terwijl studenten vooral oog hebben voor de sterkte van dat bewijs”, aldus Nieuwkamp.

Enkel uitgaan van de sterkte van het ondersteunende bewijs is dus onvoldoende om een alibi correct te kunnen beoordelen. Rechercheurs zouden hierbij idealiter ook rekening moeten houden met de inhoud van het alibi, de haalbaarheid van (sterk) bewijs en de feilbaarheid van het geheugen. Tunnelvisie is een belangrijke oorzaak van het verkeerd beoordelen van alibi’s. Daarom wordt geadviseerd dat rechercheurs meerdere scenario’s bedenken tijdens het onderzoek. “Een alibi kan namelijk een perfect beginpunt zijn van een alternatief scenario, waarbij de verdachte mogelijk onschuldig is omdat hij elders was dan waar het misdrijf is gepleegd”, zegt Nieuwkamp. Het is daarom essentieel dat het alibi van de verdachte goed wordt uitgevraagd en grondig wordt onderzocht.”

De onderzoeker heeft helemaal gelijk, we hebben daar zelf de nodige ervaring mee. Wij zijn betrokken geweest bij het onderzoek van drie gerechtelijke dwalingen. In die zaken bleekn de onschuldige verdachten onder meer te zijn veroordeeld omdat de politie hun alibi niet serieus had onderzocht. Het is daarom goed dat er nog eens wordt gewezen op de manier waarop de politie met dit soort zaken omgaat. Het is wel treurig dat dit ann0 2018 nog nodig is. Het onderzoek van Nieuwkamp toont maar weer eens aan dat, ondanks alle gerechtelijke dwalingen die inmiddels bekend zijn geworden, er nog steeds het nodige schort aan de kennis van politiemensen. Kennelijk is men niet bereid of in staat van fouten te leren.