Skip to content

Dwalende rechters

Door Waarheidsvinder

Wij doen al vele jaren onderzoek naar gerechtelijke dwalingen. Steeds opnieuw worden we verbijsterd door hetgeen wij in de dossiers tegenkomen. De onzorgvuldigheid waarmee vaak onderzoeken is gedaan, de kwaliteit van de verhoren van zowel de getuigen als de verdachten en het regelmatig nemen van een loopje met de waarheid door politiemensen. De laatste opmerking klinkt niet zo zwaar, maar uiteindelijk betekent dit gewoon dat wij regelmatig ontdekken dat er door politiemensen is gelogen om er vooral maar voor te zorgen dat de in hun ogen schuldigen werden veroordeeld. Pure valsheid in geschrifte die zelden of nooit gevolgen heeft voor de verantwoordelijke personen. Ook niet nadat de onschuldig veroordeelden alsnog na een herzieningsprocedure door de Hoge Raad zijn vrijgesproken.

In bijna alle gevallen was voor ons één keer lezen van het dossier al voldoende om te kunnen zien dat we met een gerechtelijke dwaling te maken hadden. Verder onderzoek bevestigde elke keer de eerste indruk.

Maar wij waren natuurlijk nooit de eersten die het dossier onder ogen kregen. Velen waren ons reeds voorgegaan; de onderzoeksleiders van de politie, de verantwoordelijk officieren van justitie, de rechters bij de rechtbanken, de advocaten-generaal bij het Gerechtshof bij het hoger beroep en de rechter van de Hoge Raad. In sommige zaken, zoals de zaak van Ina Post, ging het daarbij om tientallen personen aangezien die zaak meerdere malen voor herziening bij de Hoge Raad is geweest.

Wij vragen ons daarom al jaren af hoe het toch komt dat wij meestal direct in de gaten hebben of er sprake is van een gerechtelijke dwaling en die anderen niet. Van de politiemensen, de officieren van justitie en de advocaten-generaal begrijpen we het. Zij zijn vaak meer geïnteresseerd in een veroordeling dan in de waarheid. Er moet worden gescoord. Zelf ontkennen de betrokkenen dit natuurlijk, maar de feiten liggen er.

De vraag die ons al jaren het meeste bezig houdt, is waarom de verantwoordelijke rechters niet hebben gezien wat wij wel zagen. Om in de trant van Louis van Gaal te spreken: “Zijn wij nu zo slim of zijn zij zo dom?”

Een tweede vraag die wij ons steeds hebben gesteld is: Als rechters zo makkelijk in staat zijn onschuldigen te veroordelen, spreken zij dan ook om dezelfde redenen ten onrechte schuldigen vrij?

Het antwoord op die laatste vraag lijken we nu te hebben gekregen. Oud-raadsheer bij het Gerechtshof in Amsterdam, Mr. Jaap de Groot heeft recent een boek uitgebracht onder de titel “DNA in het Strafrecht “ (ISBN 978-94-6251-187-3). In dit boek heeft hij aan de hand van 15 zaken laten zien dat rechters vaak niet in staat zijn de bewijsmiddelen in een zaak op waarde te schatten. Het is soms tenenkrommend de motivering van de vrijsprekende rechters te lezen.

Onze vraag, of wij nu zo slim zijn of zij zo dom, is wat ons betreft nu beantwoord: Zij zijn inderdaad (soms) zo dom.

En dat is een weinig geruststellende conclusie.

Verkeerde keuze

Door Waarheidsvinder

Persofficier van justitie Ernst Pols legde vanavond in het journaal uit waarom de politie niet tot aanhouding van Bekir E. was overgegaan, ondanks het feit dat hij Humeyra al lange tijd stalkte, reeds veroordeeld was voor bedreiging en stalking van haar, een contactverbod van de rechter had opgelegd gekregen en Humeyra op 11 december een dreigmail had gestuurd met daarbij een foto waarop hij met twee vuurwapens stond afgebeeld.

Volgens officier van justitie Pols was het al een wat oudere foto en was het volgens hem bovendien al enkele weken rustig rond Humeyra. De politie was daarom bang geweest dat wanneer men tot aanhouding van Bekir zou zijn overgegaan en men geen vuurwapens bij hem zou vinden, dat men dan geen sterke zaak tegen hem zou hebben en dat hij dan mogelijk weer vrijgelaten zou moeten worden.

Dit soort onzinnige motieven hebben wij wel vaker gehoord. Kennelijk weegt het opsporingsbelang vaak zwaarder dan de veiligheid van het slachtoffer. Hoe het ook zij, de politie ondernam niets met de dood van Humeyra als triest gevolg. Nu heeft men wel een sterke zaak, maar dit zal toch niet de bedoeling zijn geweest?

Ze leren het nooit

Door Waarheidsvinder

De 16-jarige Rotterdamse scholiere Humeyra, die dinsdag in de fietsenstalling van haar school werd doodgeschoten, werd al twee jaar gestalkt door de 31 jarige Bekir. In augustus was de man nog door de rechter veroordeeld omdat hij Humeyra had bedreigd en mishandeld. Ook kreeg hij een contactverbod. Bekir ging natuurlijk tegen het vonnis in beroep, trok zich van het contactverbod niets aan en kon gewoon doorgaan met het stalken van Humeyra.

Een week voor haar dood meldde Humeyra zich voor de zoveelste keer bij de politie. Ze had een foto van Bekir ontvangen waarop hij met twee vuurwapens poseerde. Ze voelde zich daardoor terecht ernstig bedreigd.

Iedereen met enige kennis van zaken zou hebben begrepen dat er direct moest worden ingegrepen.

Niet de politie in Rotterdam. In plaats van direct tot aanhouding van Bekir over te gaan en op zoek te gaan naar de op de foto getoonde vuurwapens besloot de politie een afspraak met Humeyra te maken voor een vervolggesprek met haar. Die afspraak heeft Bekir niet afgewacht. Hij wachtte Humeyra op bij haar school en schoot haar dood.

Het lakse optreden van de politie in deze zaak is voor ons onbegrijpelijk.

Wij staan niet alleen in onze kritiek. Oud-politieman Marcel Tiehuis, deskundige op het gebied van dit soort stalkers schrijft over de zaak op zijn Linkedin account:

Een typisch geval van High Risk Offender en een High Risk Victim. Iedereen die maar enigszins verstand heeft van risicotaxatie stalking en geweld, had in dit geval kunnen en moeten zien, dat hier sprake was van een hoog risico op ernstig geweld, waarbij je niet wegkomt met een (schijn) veiligheidsmaatregel van een contactverbod.”

Daarin heeft hij volkomen gelijk. De vraag is dus bij wie je als bedreigde burger eigenlijk wel terecht kunt? Bij de politie hoef je niet te zijn. Die maken steeds opnieuw dezelfde blunders, met alle gevolgen van dien.

Waarschijnlijk komt er binnenkort weer een mooiprater van de afdeling voorlichting ons uitleggen dat men de bedreiging van Humeyra wel degelijk uiterst serieus heeft genomen en dat men echt wilde gaan optreden tegen Bekir E. Aan het slot van zijn betoog zal hij beloven dat men zeker van deze zaak zal leren.

Volgens ons leren ze het nooit.

Noot 21-12

Vandaag werd bekend gemaakt dat er een onderzoek komt naar het (dis)functioneren van politie en reclassering.

Geen vervolging voor Admilson R.

Door Waarheidsvinder

Het Militair Gerechtshof in Arnhem heeft besloten dat Admilson R. niet hoeft te worden vervolgd voor het tot ontploffing brengen van een handgranaat in een Bushmaster van het leger in Uruzgan (Afghanistan). Dit ondanks het feit dat Admilson, die een levenslange gevangenisstraf uitzit voor drie moorden in Drenthe, tegen zijn broer heeft bekend. Admilson ontkent nu het feit en zijn broer weigert tegen hem te verklaren. Het Hof heeft daarom besloten dat er te weinig bewijs is tegen Admilson en dat het Openbaar Ministerie hem niet hoeft te vervolgen.

Door de ontploffing van de handgranaat liep zijn collega Erik Groenendijk destijds blijvend letsel op en eindigde zijn militaire loopbaan.

Het had allemaal niet zover hoeven komen als de Koninklijke Marechaussee destijds een goed onderzoek had ingesteld en niet klakkeloos beide betrokkenen als verdachte had bestempeld. Het bewijs voor hun stelling konden zij niet leveren en daarom werd de zaak destijds geseponeerd. Het gevolg is dat veel collega’s van Erik bleven denken dat hij iets met de ontploffing te maken had. Erik kon daar niet mee leven en wilde eerherstel.

Nadat Erik Groenendijk een procedure was gestart heeft de Koninklijke Marechaussee in 2017 nog eens naar het eerste onderzoek gekeken. Hun bevindingen legden zij vast in een rapport met de naam Haines. Ik heb zelden zo’n slecht rapport gelezen. Men heeft geen enkele serieuze moeite gedaan de waarheid te achterhalen. Een schoolvoorbeeld van tunnelvisie.

Nu is de zaak definitief gesloten. Erik Groenendijk is hierdoor niet alleen slachtoffer van de ontploffende handgranaat maar ook van het falende onderzoek van de Koninklijke Marechaussee geworden. En dat maakt de zaak extra triest.

 

Schaamrood op de kaken

Door Waarheidsvinder

Er zijn van die momenten dat het schaamrood je naar de kaken stijgt en dat je wel door de grond wilt zakken. Gisterenavond was dat bij één van uw redacteuren het geval. Als ex-politieman, met bijna 40 dienstjaren, keek ik naar een documentaire op Nederland 2 getiteld: “Verdacht”.

In de documentaire vertelden een aantal niet blanke Nederlanders over de wijze waarop zij regelmatig op straat door politiemensen werden en worden bejegend. Veelal is er sprake van zogenaamde routinecontroles waarbij het er sterk op lijkt dat de reden voor de controle alles te maken heeft met de huidskleur en/of afkomst van de betrokkene.

Onder de geïnterviewde mannen waren ook twee politiemensen. Een van de mannen met een donkere huidskleur werkt als hoofdinspecteur bij de politie. Hij vertelde al jaren met de regelmaat van de klok door de politie te worden aangehouden omdat hij in een mooie auto rijdt.

Op een dag reed hij met zijn drie kinderen in zijn mooie auto toen hij voor de zoveelste keer een stopteken kreeg. De politieagenten vroegen hem vervolgens naar zijn rij- en kentekenbewijs. Nadat hij de papieren had overhandigd liep één van de politiemensen naar de politieauto, kennelijk om de gegevens van de bestuurder en van de auto te controleren.

Even later kwam de politieman terug met de mededeling dat de auto niet op de naam van de bestuurder stond en dat de auto bovendien niet was verzekerd. De man verzekerde de politiemensen dat dit een fout in het systeem moest zijn omdat hij de auto nieuw had gekocht en de politiemensen zelf op het kentekenbewijs konden zien dat de auto op zijn naam stond. Nadat er opnieuw zou zijn gecontroleerd dat de papieren niet in orde waren ontstond er natuurlijk wat heen en weer gepraat tussen de bestuurder en de beide politiemensen.

De kinderen van de man raakte hierdoor wat overstuur en uiteindelijk zei één van hen tegen zijn vader: “Papa waarom doen ze zo moeilijk, u bent toch ook politie?” De beide politieagenten hoorden dat natuurlijk ook en nadat de bestuurder had bevestigd dat hij bij de politie werkte bleken zijn papieren nu ineens wel in orde te zijn en kon hij doorrijden.

De tweede politieman, van Marokkaanse afkomst, werkte bij de politie Amsterdam. Hij is inmiddels al twee jaar ziek thuis vanwege een confrontatie met de politie in Enschede. We schreven op deze site al eerder over de zaak.

Een broer van hem had in Enschede een afspraak gemaakt om op het politiebureau aangifte te doen van een strafbaar feit. Toen hij op de afgesproken tijd op het politiebureau kwam werd hem te verstaan gegeven dat hij daar geen aangifte kon doen, dat hij dat maar via internet moest doen.

Als de man thuis komt vertelt hij dit aan zijn broer, een politieman uit Amsterdam. De politieman begrijpt de gang van zaken niet en gaat met zijn broer naar het politiebureau om daar om uitleg te vragen. Die uitleg krijgt hij niet. Tijdens het gesprek met de baliemedewerkster laat hij merken dat hij echt wel weet hoe het hoort te gaan omdat hij bij de dezelfde baas werkt.

Als hij zich daarop desgevraagd niet als politieman kan legitimeren wordt hij uiteindelijk door een inspecteur aangehouden en ingesloten. Na een nacht in een cel te hebben doorgebracht wordt hij de volgende dag vrijgelaten.

Als hij later aangifte doet van wederrechtelijke vrijheidsberoving wordt de aangifte door het Openbaar Ministerie niet in behandeling genomen omdat het hier om een interne zaak van de politie zou gaan. De betrokken inspecteur krijgt aanvankelijk een berisping, maar die wordt later door de Korpschef van de politie ongedaan gemaakt. Kennelijk vindt deze Korpschef dat er niets mis is met het optreden van de politiemensen in Enschede.

Inmiddels is bekend geworden dat de zaak alsnog voor de rechter zal komen.

Uit de verhalen van de alle geïnterviewden blijkt dat ze met enige regelmaat, zonder dat daar een aanleiding voor is, door de politie worden gevraagd zich te legitimeren. Er zijn echter duidelijk regels voor het vragen om een legitimatiebewijs:

De politie mag alleen uw identificatiebewijs vragen als daar een goede reden voor is. Dat is het geval als de politie redelijkerwijs uw identiteit nodig heeft om haar taak uit te voeren. Dus als u strafbare feiten pleegt of betrokken bent bij een verkeersongeluk. Toezichthouders hebben dezelfde bevoegdheden als de politie om naar het identiteitsbewijs te vragen. Hieronder staan voorbeelden van situaties waarin een identiteitscontrole kan plaatsvinden:

  • een auto rijdt ‘s nachts rond op een industrieterrein;
  • na een schietpartij is het belangrijk voor het onderzoek om de identiteit van (mogelijke) getuigen vast te stellen;
  • hangjongeren veroorzaken overlast in de openbare ruimte;
  • er is brand en de (mogelijke) brandstichter kan zich bevinden tussen de toegestroomde belangstellenden;
  • bij evenementen als voetbalwedstrijden en demonstraties waarbij rellen ontstaan;
  • bij onrust of dreigend geweld in uitgaansgebieden en op openbare manifestaties.”

Deze regels zijn er natuurlijk niet voor niets. Toch lijkt het er op dat sommige politiemensen nog nooit van deze regels hebben gehoord en dat vooral niet blanke Nederlanders voortdurend zonder reden naar een legitimatie worden gevraagd.

Op de site van de politie troffen wij onder de kop Diversiteit de volgende tekst aan:

“De politie maakt werk van diversiteit. Een divers samengestelde politie is namelijk een voorwaarde om ons werk goed te kunnen doen, nu en in de toekomst.”

Wil men echt serieus werk maken van het aantrekken van niet blanke Nederlanders dan zou de politie er goed aan doen te zorgen dat degenen die er al werken ook als volwaardige Nederlander te behandelen. Een streng beleid ten aanzien van de politiemensen die zich niet aan de regels houden, en kennelijk gekleurde Nederlanders als een apart soort mensen beschouwen, is daarom zeer gewenst. Daarbij zouden politiemensen die discrimineren op basis van uiterlijk en afkomst uit het korps moeten worden verwijderd. Discriminatie hoort namelijk in een beschaafd land niet thuis, zeker niet bij de politie.

Nieuwe versie boek Harrie Timmerman

Extra hoofdstuk in (Nog steeds) Tegendraads

Onlangs ontdekten wij dat er een hoofdstuk per ongeluk niet was opgenomen in het boek (Nog steeds) Tegendraads van Harrie Timmerman. Dit euvel is vanaf vandaag verholpen. Wie hier op de link, die verwijst naar dit boek, aanklikt vindt nu aan het slot Hoofdstuk 17, getiteld Achteraf.

In dat hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de reactie van politie en justitie op onze kritiek op het functioneren van de politie. Aan de hand van een aantal, bij het Cold Case team in Groningen, door ons onderzochte zaken wordt beschreven welke nieuwe feiten onze onderzoeken hadden opgeleverd. En dat de politie daarna vrijwel niets met deze nieuwe feiten hebben gedaan. De enige verklaring die daarvoor valt te bedenken, is dat men bij de politie wilde bewijzen dat wij niet goed hadden gefunctioneerd.

Of dat daadwerkelijk zo is, laten we graag aan onze lezers over.

Nieuw onderzoek overlijden Leon Groeneweg

Door Waarheidsvinder

Het dossier inzake het overlijden van de 19 jarige Leon Groeneweg uit Schiedam wordt mogelijk weer heropend. Over deze zaak schreven we al vaker op deze site.

Leon verdwijnt op zondag 8 juni 2008. Een week na zijn verdwijning, op zondag 15 juni 2008, wordt zijn lichaam gevonden in een ondiep gedeelte van het Brielse Meer nabij camping Kruininger Gors. Volgens de patholoog-anatoom, die sectie op het lichaam van Leon heeft verricht, is Leon al zeker een week dood als zijn lichaam wordt gevonden. Het lichaam van Leon wordt gevonden op een plaats waar het nooit een week gelegen kan hebben. Er zijn sterke aanwijzingen dat zijn lichaam pas in de nacht voor het aantreffen in het water is gegooid. Vreemd is ook dat Leon gedeeltelijk ontkleed is maar dat zijn ontbrekende kleding en zijn schoenen nooit zijn gevonden.

Toch wil de politie niet aan een misdrijf denken en wordt de zaak afgedaan als een ongeval. De ouders van Leon denken wel aan een misdrijf en willen dat er onderzoek naar de daders wordt gedaan.

Daarnaast is inmiddels, uit nieuw onafhankelijk medisch onderzoek, gebleken dat Leon hoogstwaarschijnlijk niet door verdrinking om het leven is gekomen. Zelfs de patholoog die destijds de sectie op het lichaam van Leon heeft gedaan acht nu de kans groter dat Leon al niet meer in leven was toen hij in het water terecht kwam dan dat hij in het water is overleden. Hoeveel meer heb je nodig om echt onderzoek te doen?

De ouders proberen al jarenlang justitie en politie te bewegen een nieuw onderzoek in deze zaak te starten maar zij vinden daarbij niet of nauwelijks gehoor. Het onderzoek is uiteindelijk door de Officier van Justitie gesloten.

Om die reden hebben de advocaten van de ouders, Job Knoester en Wendy Alberts, na een eigen diepgaand onderzoek, op 6 november 2018 een zogenaamde artikel 12-verzoek ingediend bij het Gerechtshof in Den Haag. Zij verzoeken daarin het Gerechtshof om het Openbaar Ministerie Rotterdam opdracht te geven het onderzoek te heropenen.

Wij hopen dat het Gerechtshof meer oog voor de feiten heeft dan politie en justitie en dat men het Openbaar Ministerie opdracht zal geven na 10 jaar eindelijk eens een goed onderzoek te doen naar het overlijden van Leon Groeneweg.

Graafactie dreigt uit de hand te lopen

Door Waarheidsvinder

Het verzoek van de tante van Willeke Dost aan de politie om op een bepaalde plaats achter de woning van de pleegouders van Willeke naar haar lichaam te graven lijkt uit te groeien tot een heuse rel.

Drie speurhonden van de stichting Signi zoekhonden hebben vorig jaar al onafhankelijk van elkaar een plaats aangewezen waar Willeke mogelijk begraven zou kunnen zijn. Een grondradar heeft op die plaats een verstoring van de grondlagen aangetoond en de kleur van de grond wijst er ook op dat er op die plaats is gegraven.

Bovendien is gebleken dat een getuige, kort na de verdwijning van Willeke, heeft gezien dat er op de bewuste plaats was gegraven. Hij heeft dat destijds nooit naar buiten gebracht uit angst voor reacties uit de omgeving.

Toen de politie Drenthe in 2010 onderzoek deed in en bij de woning van de pleegouders van Willeke in Koekange is hij alsnog met zijn verhaal naar de politie gestapt. De politie nam zijn verhaal niet serieus en men heeft niet op de bewuste plaats gezocht.

Enkele mannen die de verdwijning van Willeke aan het hart gaat hebben nu gedreigd zelf te gaan graven als de politie dat niet doet. Ze dreigen komende vrijdag met graafmachines en veel supporters aan de gang te gaan.

Gisteren heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de tante van Willeke, de beide mannen en twee leden van het Cold Case Team Noord-Nederland. In plaats van te de-escaleren vonden de beide politiemensen het handig om eerst te kwaliteiten van de honden van Signi ter discussie te stellen en vervolgens gaf één van de beide rechercheurs als zijn mening dat Willeke volgens hem niet was vermoord maar was weggelopen. Dommere uitspraken kun je in een dergelijk situatie natuurlijk niet doen. Er is nu helemaal geen vertrouwen meer in de politie.

Misschien dat er bij politie en/of justitie ook nog mensen zijn die wel hun verstand gebruiken. Dit probleem moet worden opgelost voordat de vlam echt in de pan slaat.

Noot 7 november 2018 te 19.50 uur

Het gezonde verstand heeft gezegevierd. Politie en justitie hebben zojuist bekend gemaakt dat men volgende week gaat graven in het weiland achter de woning van de pleegouders van Willeke Dost. Nu maar hopen dat Willeke eindelijk wordt gevonden.

Noot 12 november 2018

De politie heeft vandaag op twee plaatsen achter de boerderij van de pleegouders gegraven. Er is niets gevonden dat er op duidt dat Willeke daar begraven is. Er is dus nog steeds geen duidelijkheid over hetgeen er precies met Willeke is gebeurd.

Politie weigert medewerking

Door Waarheidsvinder

Sinds 15 januari 1992 wordt, de toen 15 jarige, Willeke Dost uit het Drentse Koekange vermist. We hebben er al vaker over geschreven. Willeke woonde bij pleegouders toen zij verdween en volgens die pleegouders is Willeke niet meer door hen gezien nadat zij op dinsdag 14 januari 1992 omstreeks 22.00 uur naar bed is gegaan.

De pleegvader van Willeke ontdekt die woensdagmorgen rond kwart voor zeven dat Willeke niet op haar kamer is als hij komt kijken of ze al wakker is. Hoewel de schoolspullen van Willeke nog op haar kamer liggen en haar wekker nog niet is afgelopen, gaat de pleegvader er vanuit dat Willeke al naar school is gegaan. Een bijzondere gedachte, aangezien Willeke die dag pas om toen voor half elf op school hoeft te zijn.

Pas ‘s avonds omstreeks acht uur nemen de pleegouders contact op met een lerares van school. Zij krijgen te horen dat Willeke die dag niet op school is geweest. Volgens hun eigen verklaring bellen de pleegouders direct na dit gesprek de politie om de verdwijning van Willeke te melden. In werkelijkheid wachten ze nog twee uur, want de melding aan de politie is pas om kwart over tien die avond.

De politie heeft vanaf het begin het verhaal van de pleegouders, dat Willeke zou zijn weggelopen, overgenomen. Een bijzonder verhaal natuurlijk, want waar zou een 15 jarig meisje op een fiets zonder kleding, geld en papier naar toe moeten zijn gegaan?

Na bestudering van het wel heel dunne dossier was het voor ons direct duidelijk dat Willeke niet is weggelopen maar het slachtoffer van een misdrijf is geworden. De pleegvader heeft destijds verklaard dat hij Willeke voor het laatst heeft gezien toen zij ‘s avonds rond tien uur naar bed ging. De pleegmoeder was de bewuste avond niet thuis. Toen zij omstreeks elf uur ‘s avonds weer thuis kwam viel het haar direct op dat er geen verlichting brandde op de kamer van Willeke, terwijl dat anders altijd het geval was omdat Willeke bang in het donker was.

Iedereen met enige kennis van zaken weet dat je bij een vermissing het onderzoek altijd moet beginnen op de plaats waar de vermiste persoon voor het laatst levend is gezien, in dit geval is dat de woning van de pleegouders. De politie in Drenthe wilde daar nooit aan, maar in 2010 kon men er niet meer onderuit en heeft men alsnog in de woning van de pleegouders en de bijbehorende grond gezocht naar het lichaam van Willeke. De pleegvader was Willeke was toen al overleden. Dus werden de pleegmoeder en een pleegbroer, die de bewuste avond ook thuis was, door de politie aangehouden.

Het onderzoek leverde helaas niets op en de pleegmoeder en pleegbroer werden weer vrijgelaten. De zaak tegen hen werd geseponeerd.

Er zijn echter nog steeds mensen uit de omgeving van Willeke die alles in het werk stellen om het lichaam van Willeke te vinden. Vorig jaar is er onder meer in de omgeving van de woning van de pleegouders gezocht door enkele speurhonden van de stichting Signi zoekhonden. Signi zoekhonden is – onder de bezielende leiding van Esther van Neerbos en Janette Kruit een non-profit stichting, die ten doel heeft om vermiste mensen (levend of overleden) op te sporen met behulp van zoekhonden en een professioneel duik-, sonar-, vaar- en grondonderzoek team. Uit eigen ervaring weten wij dat de honden van deze stichting al vaak goede resultaten hebben behaald, ook op plaatsen waar de politie eerder had gezocht.

Drie speurhonden sloegen onafhankelijk van elkaar toen op dezelfde plaats aan. Dat doet vermoeden dat ze daar menselijke lucht roken. Onderzoek met een grondradar op die plaats liet zien dat op een diepte van ongeveer anderhalve meter de grond verstoord was. Een indicatie dat er mogelijk op die plaats was gegraven. De beide dames zagen in het aanslaan van de honden en de beelden van de grondradar voldoende aanleiding om het Cold Case Team van de politie Noord-Nederland een rapport te sturen waarin zij hun bevindingen hadden vastgelegd.

Het duurde daarna maanden voordat ze een reactie van de politie kregen. Het Cold Case Team zag geen reden om actie te ondernemen. Die reactie is niet goed gevallen. Een tante van Willeke en enkele mensen die haar steunen hebben daarom nu de publiciteit gezocht.

Wij hebben beiden deel uitgemaakt van het Cold Case Team van de politie Groningen, de voorloper van het huidige Cold Case Team van de politie Noord-Nederland, en wij weten dat, er na ons vertrek bij dat team, in de zaak van de vermissing van Jolanda Meijer op de meest onzinnige plaatsen door het Cold Case Team naar het het lichaam van Jolanda Meijer is gezocht aan de hand van de meest onzinnige tips.

Waarom neemt men dan de tip van de stichting Signi zoekhonden niet serieus? De beide dames hebben er in het verleden regelmatig blijk van gegeven dat zij hun vak verstaan. De enige reden die wij kunnen bedenken is dat het Cold Case Team de bevindingen van de beide dames van Signi zoekhonden wel serieus neemt en niet uitsluiten dat Willeke begraven is op de plaats die de honden hebben aangegeven. Als daar inderdaad het lichaam van Willeke zou worden aangetroffen dan heeft de politie iets uit te leggen. Waarom hebben zij in 2010 het lichaam niet gevonden en de dames van Signi zoekhonden nu wel? Om dat te voorkomen vindt het Cold Case Team het kennelijk verstandiger geen actie te ondernemen. Een kwalijke zaak.

Schandelijk politieoptreden

Door Waarheidsvinder

Op 9 december 2016 werd een 21 jarige vrouw die onderweg was van haar werk in Venray naar haar ouderlijk huis in het Limburgse Oostrum door een man bedreigd en vervolgens door hem verkracht. Ze moest hem onder meer oraal bevredigen.

Na zijn daad liet de man het slachtoffer weer gaan. De vrouw haastte zich onmiddellijk naar het ouderlijk huis en belde direct de politie. De gewaarschuwde agenten stelden een onderzoek in de omgeving in maar troffen de dader niet meer aan.

Zoals gebruikelijk is bij dit soort zaken, moest de vrouw aangifte doen bij de specialisten van de afdeling Zeden. Ze viel daar echter in handen van twee politiemensen die kennelijk helemaal niets van de aanpak van dit soort zaken wisten en haar verhaal niet geloofden. Tijdens het verhoor stelden de “specialisten” aan de vrouw de meest onzinnige vragen zoals; “ Wat voor ervaring heb je met pijpen?”, “Doe eens voor”, “Hoe kokhals je dan?”. Ook hielden deze “specialisten” de vrouw meerdere malen voor dat het doen van een valse aangifte grote gevolgen voor haar kon hebben.

Deze manier van optreden bezorgde de vrouw een extra trauma naast het trauma dat zij had opgelopen door de verkrachting. Ze had grote spijt dat ze naar de politie was gestapt.

Gelukkig was er bij de vrouw wel sporenonderzoek verricht. Toen de uitslag daarvan binnenkwam schrokken de “specialisten” zich een ongeluk. De op de vrouw gevonden DNA-sporen bleken afkomstig van een eerder veroordeelde man die verbleef in de nabijgelegen TBS-kliniek De Rooyse Wissel. De man zat daar al 17 jaar vast omdat hij in het verleden een meisje had vermoord en later een tweede meisje geprobeerd had te vermoorden.

Zelfs de domste politieman kan er dan niet meer om heen, de aangifte van de vrouw moest wel juist zijn.

De TBS’er werd vervolgens door de politie aangehouden. De politiemensen zagen de bui al hangen en daarom vroegen ze aan de ouders van de jonge vrouw om deze aanhouding geheim te houden. Een verkrachting gepleegd door iemand die al in een TBS-kliniek verblijft, leidt natuurlijk tot grote koppen in de kranten en ook het schandalige politieoptreden zou dan aan de orde komen.

Gelukkig is de waarheid wel naar buiten gekomen. De TBS’er is inmiddels veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf en TBS. Daarnaast moet hij de vrouw een schadevergoeding betalen.

De vrouw lijdt door het gebeuren nu aan een posttraumatische stressstoornis en staat onder behandeling van een psycholoog.

Onder druk van alle berichten in de media kon de politie er nu niet om heen om het slachtoffer alsnog excuses aan te bieden. In plaats van de beide verantwoordelijke “specialisten” persoonlijk hun excuses aan het slachtoffer te laten aanbieden, kiest de politie er voor de vrouw een brief te sturen. Een wel heel onpersoonlijke manier om excuus te maken. De brief is afkomstig van een teamchef en die doet in de brief zijn uiterste best om net zo slecht te scoren als de verantwoordelijke rechercheurs. Onder meer schrijft hij dat “het belang van het slachtoffer onvoldoende is meegewogen” en “dat hij de gang van zaken betreurt”.

Wij betreuren het dat er in deze tijd nog steeds dit soort mensen bij de politie werken. Mensen die niets van hun werk begrijpen en daarbij uit de wind worden gehouden door leidinggevenden die alleen maar het straatje van de politie willen schoonvegen. De beide “specialisten” zouden nooit meer iets met zedenzaken te maken mogen hebben. Zij hebben er blijk van gegeven daar ongeschikt voor te zijn.