Skip to content

Moeder van Sharleyne aangehouden

Door Waarheidsvinder

Hedenmorgen bracht het Openbaar Ministerie het volgende persbericht uit:

37-jarige verdachte aangehouden in onderzoek Hoogeveen

Op maandag 16 oktober is een 37-jarige verdachte in het strafrechtelijk onderzoek naar de dood van Sharleyne uit Hoogeveen, aangehouden. De verdachte zal voorgeleid worden aan de rechter commissaris waar de officier van justitie de in bewaring stelling gaat vorderen. De vrouw wordt verdacht van moord dan wel doodslag. De officier van justitie is tot de beslissing gekomen om voor te geleiden op basis van nieuwe aanwijzingen, waaronder een nieuw forensisch rapport. De verdachte zal de komende dagen worden gehoord.

In de zaak Sharleyne is de vervolging opgepakt door een officier van justitie van het Landelijk Parket onder verantwoordelijkheid van het parket Noord-Nederland. De vervolging in deze zaak is bevolen via een artikel 12 procedure bij het gerechtshof. De klacht werd ingediend door de vader van Sharleyne. Het gerechtshof heeft de vervolging van de vrouw bevolen ter zake van (medeplichtigheid aan) moord dan wel doodslag, gepleegd op 8 juni 2015 in Hoogeveen.

Wie de aangehouden verdachte is wordt niet vermeld, maar inmiddels weten we dat het om de moeder van Sharleyne gaat. De aanhouding van de moeder is voor ons geen verrassing. Al in mei 2016 hebben wij op verzoek van de vader van Sharleyne het onderzoeksdossier in deze zaak bestudeerd. Wij konden tot geen andere conclusie komen dan dat Sharleyne hoogstwaarschijnlijk door haar moeder was vermoord en dat er absoluut geen sprake kon zijn van een ongelukkige val van de flat.

Volgens persofficier van justitie Pieter van der Rest moest men echter onze analyse niet serieus nemen want wij waren toch maar twee gefrustreerde ex-medewerkers van de politie Groningen.

Tijdens de daarop volgende artikel 12 procedure, waarin de vader aan het Gerechtshof vroeg het Openbaar Ministerie opdracht te geven de moeder alsnog te vervolgen, deed ook advocaat-generaal mevrouw Marina Weel nog een duit in het zakje. Ook volgens haar stelde onze analyse niets voor.

Het Gerechtshof dacht er kennelijk anders over want men gaf het Openbaar Ministerie in Groningen alsnog opdracht de moeder te vervolgen. Er werd daarop een nieuw onderzoek gestart en dat onderzoek heeft er kennelijk toe geleid dat de moeder nu is aangehouden als verdachte van moord cq doodslag.

Kennelijk zaten wij er destijds niet ver naast, maar dat zal het Openbaar Ministerie in Groningen vermoedelijk nooit toegeven. Ook op een excuus van Pieter van der Rest en Marina Weel rekenen wij niet. Ongelijk bekennen is iets wat men nog moet leren binnen justitie.

Kenmerkend gedrag

Door Waarheidsvinder

Signi zoekhonden – onder de bezielende leiding van Esther van Neerbos en Janette Kruitis een non-profit stichting, die ten doel heeft om vermiste mensen (levend of overleden) op te sporen met behulp van zoekhonden en beschikt over een professioneel duik-, sonar-, vaar- en grondonderzoek team. Sinds 2004 zoekt de stichting wekelijks met haar honden in de meest uiteenlopende omstandigheden naar vermiste personen. Deze intensieve inzet vraagt niet alleen het uiterste van de honden, maar ook van de 50 vrijwilligers die Signi telt. De stichting is uniek in haar inzet, prestaties, volharding, belangeloosheid en professionaliteit.

Naast de zoekacties in Nederland heeft Signi zoekhonden haar expertise ingezet in diverse internationale rampgebieden. Zo was er o.a. inzet tijdens de Tsunami in Japan en de aardbeving in de Filipijnen. In de werkzaamheden van Signi zoekhonden staat één ding centraal: het vinden van vermiste personen en daarmee het beëindigen van de onzekerheid die achterblijvers treft in vermissingszaak.

Bovenstaande tekst is afkomstig van de site van Signi zoekhonden.

Op dit moment is de politie Utrecht met man en macht op zoek naar de 25 jarige Anne Faber. Zij vertrok op vrijdag 29 september 2017 rond 17.00 uur voor een fietstochtje vanaf haar woning in Utrecht en sindsdien is zij verdwenen.

Inmiddels zijn haar fiets, haar jas en een rugzak gevonden in en bij een vijver in het Blookerpark in Huis ter Heide, maar van Anne zelf ontbreekt nog ieder spoor. Dit ondanks alle zoekacties waarbij zelfs een groot aantal burger en militairen zijn betrokken.

Stichting Signi Zoekhonden, heeft daarom aangeboden met hun gespecialiseerde honden te assisteren bij de zoekacties. De politie wil echter geen gebruik maken van hun aanbod.
Esther van Neerbos van Signi vindt het vreemd dat er wel veel amateurs mee mogen zoeken, maar dat zij als professionele speurders niet worden ingezet, terwijl de goed getrainde honden misschien wel iets kunnen betekenen. Ze zegt daarover:
“Het blijft ons verbazen dat er 150 burgers ingezet worden en dat alle particuliere zoekdiensten thuis blijven. Blijkbaar kunnen de honden toch niet het hele gebied bestrijken. Ik denk dat er veel mensen zijn met ervaring en kennis die graag geholpen zouden hebben. Daarnaast is een dubbelcheck altijd op zijn plaats.”

Volgens een politiewoordvoerder maakt men geen gebruik van het aanbod van Signi omdat men zelf voldoende specialistische honden in huis heeft en dat men zich bij het inzetten daarvan laat adviseren door diverse experts.

Wij vinden dit een vreemde reactie. Hoe kun je beweren dat je voldoende honden in huis hebt terwijl Anne, ondanks een grote zoekactie, nog niet is gevonden?

De houding van de politie is zeker niet uniek. Het lijkt er op dat zij, en dat is niet voor het eerst, geen gebruik wil maken van de diensten van Signi omdat men vindt dat indien die honden Anne wel zullen vinden dit slecht is voor het imago van de politie.

Ongeschikt

Door Waarheidsvinder

Soms lees je iets in de media waarvan je niet kunt geloven dat het echt is gebeurd. Gisteren was dit weer eens het geval toen wij een artikel in het AD lazen.

Opa en oma zijn met hun 2 jarige kleinzoon boodschappen aan het doen in Uden. Terwijl oma in een winkel is, wachten opa en kleinzoon in de auto op haar. Opeens moet de kleine jongen nodig plassen. Hij is sinds een paar maanden zindelijk en heeft daarom geen luier meer om. Omdat opa niet wil dat hij in zijn broek plast, laat hij het kind buiten een plasje tegen een muur doen. Je moet toch wat.

Maar dan gebeurt er iets ongelooflijks. Er staat ineens een politieman bij opa die hem meedeelt dat hij een bekeuring krijgt wegens “wildplassen” van de kleine jongen. Opa kan zijn oren niet geloven, denkt aanvankelijk dat het een geintje is. Maar de politieman meent het echt, opa krijgt een bekeuring van 140 euro. Gaandeweg het gesprek wordt opa steeds bozer en dat laat hij in wat weinig vleiende opmerkingen in de richting van de politieman merken. Niet goed te praten, maar wel begrijpelijk lijkt ons. Het ziet er op een gegeven moment zelfs naar uit dat opa zal worden aangehouden. Gelukkig komt dan oma ter plaatse en die weet de gemoederen te bedaren. Opa hoeft niet mee naar het politiebureau, maar de boete voor wildplassen gaat wel door.

Opa en oma zijn woedend en stappen naar de media. En dan verandert de situatie al snel, want iemand met meer hersenen dan de betrokken politieman, ontdekt dat je opa geen bekeuring kunt geven voor het “wildplassen” van zijn 2 jarige kleinzoon. De bekeuring moet dus worden ingetrokken, maar dat heeft volgens de politiewoordvoerder niets te maken met de media-aandacht.

Maar daarmee is de zaak wat ons betreft nog niet opgelost. Hoe komt een weldenkend mens er toe een bekeuring uit te schrijven voor het “wildplassen” van een 2 jarige? De politiewoordvoerder zegt dat de leiding gaat bekijken of de agent in kwestie wel voor de beste afhandeling van het incident heeft gekozen. ,,Ik ga daarover zo met mijn collega’s en deze familie in gesprek en hoop snel met iedereen om tafel te zitten”, stelt Eric Heuvelmans, chef van het politieteam Maas en Leygraaf. ,,Het is erg vervelend dat dit is gebeurd en ik begrijp de emoties bij de direct betrokkenen.”

Wat ons betreft kan het gesprek met de betrokken politieman heel kort zijn. Hij heeft laten zien dat hij ongeschikt is voor de politie en daarom is er volgens ons maar één oplossing voor hem; hij moet op zoek naar ander werk. Maar tot die conclusie zal de politieleiding waarschijnlijk niet komen.

 

Dikke vriendjes

Door Waarheidsvinder

Voorzitter Frank Giltay van de ondernemingsraad (OR) van de Nationale Politie ligt hevig onder vuur. Uit een onderzoek is gebleken dat hij met geld smeet en dat de korpsleiding daarvan wist.

Volgens de onderzoekers kan er niet worden bewezen dat hij door de korpsleiding is omgekocht. De vakbonden hebben dat vermoeden echter wel.

Oud-korpschef Gerard Bouman heeft tijdens zijn verhoor toegegeven dat hij voorzitter Giltay heeft bevorderd omdat hij “bereidheid toonde om over en weer compromissen te sluiten in het belang van de voortgang”. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar het betekent gewoon dat Giltay deed wat de korpsleiding graag wilde,

Een ex-lid van de OR heeft bijvoorbeeld verklaard dat Giltay “stevig uit zijn slof kon schieten” als de leden van de OR een afwijkende mening hadden ten aanzien van de informele afspraken die hij al met korpschef Bouman had gemaakt.

Veel mensen zullen zich misschien over de gang van zaken verbazen. Wij doen dat niet. Begin januari 2005 werden wij door korpschef Oscar Dros uit het Cold Case Team van de politie Groningen gezet omdat wij contact met de media hadden gezocht in verband met misstanden bij het NFI. Daardoor zou volgens hem de goede naam van het NFI worden beschadigd en dat kon niet.

Tegen de media vertelde Oscar Dros echter een heel ander verhaal. Wij waren niet uit team gezet, maar het hele team was opgeheven omdat het niet goed functioneerde. Kennelijk in een poging ons nog extra zwart te maken vroeg Oscar Dros vervolgens twee commissarissen van politie om de zaak te onderzoeken. Tot verbijstering van Oscar Dros kwamen wij er in het rapport van de deskundige behoorlijk goed af. Er waren meer verwijten in de richting van de korpsleiding van Groningen. Onmiddellijk verklaarde Oscar Dros het rapport tot vertrouwelijk, niemand, buiten de betrokkenen mocht weten wat er in het rapport stond.

Wij hebben ons daarop tot de Ondernemingsraad van de politie Groningen gewend en hadden vervolgens een gesprek met drie bestuursleden waaronder de voorzitter van de OR. Tot onze verbijstering vertelden zij ons dat zij op verzoek van Oscar Dros geen kennis wilde nemen van de inhoud van het rapport omdat de zaak dan naar buiten zou komen. Dat zou volgens hen slecht zijn voor de goede naam van het korps. Dat laatste is natuurlijk onzin, het zou slecht zijn voor Oscar Dros. Kennelijk vonden de leden van de OR de eigen loopbaan, waarvoor Oscar Dros kon zorgen, belangrijker dan de waarheid.

Twee jaar later heeft een van uw redacteuren opnieuw contact gezocht met de OR van Groningen vanwege allerlei misstanden die hij tijdens zijn werk was tegengekomen. De toenmalige voorzitter van de OR schrok van het verhaal en kwam zelfs op huisbezoek om de zaak te bespreken. Na een urenlang gesprek beloofde hij actie te zullen ondernemen in de richting van de korpsleiding. Hij zou direct een gesprek met Oscar Dros aanvragen.

Daarna heeft uw redacteur nooit meer iets van de OR gehoord. Ook deze keer ondernam men geen enkele actie in de richting van de korpsleiding. Een goede relatie met de korpsleiding was opnieuw kennelijk belangrijker dan de waarheid. Inmiddels is de toenmalige voorzitter van de OR toegetreden tot het landelijke bestuur van een grote politievakbond (NPB). Daar vindt men hem kennelijk uit het goede hout gesneden om de leden van zijn bond te vertegenwoordigen.

Wij denken daar anders over. Zijn promotie lijkt eerder een beloning voor zijn houding tegenover de korpsleiding van Groningen dan voor zijn inzet voor de leden.

Het gedrag van Giltay lijkt heel bijzonder, maar is dat naar onze mening niet. De persoonlijke belangen van de leiding van een OR zijn vaak belangrijker dan de belangen van de mensen die zij vertegenwoordigen. Ze blijven liever dikke vriendjes met de korpsleiding, dat levert meer op.

 

Oude wijn

Door Waarheidsvinder

Deze week kwam naar buiten dat onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben ontdekt dat de politie tijdens verhoren meer informatie los krijgt van verdachten als deze niet teveel onder druk worden gezet. Volgens de onderzoekers leggen de verdachten vaker waardevolle verklaringen af als de rechercheurs open vragen stellen, wat humor tonen en de aanwezigheid van een advocaat toestaan. Verhoren die in een vijandige sfeer verlopen en waarbij veel gesloten en suggestieve vragen worden gesteld zijn over het algemeen minder effectief aldus onderzoeker criminoloog Willem-Jan Verhoeven in een artikel in het Nederlands Dagblad. Volgens hem is het de bedoeling dat docenten op de politieacademie de nieuwe bevindingen gaan gebruiken bij het opleiden van rechercheurs.

Wij denken dat deze onderzoeker helemaal gelijk heeft, maar het is wel oude wijn in nieuwe zakken. Op 28 augustus 2008 plaatsten wij op deze site onder de titel “Ondervragen doe je zacht” al een artikel van psychologe Simone de Schipper. In dat artikel bevestigt zij al dat een aangename sfeer en respectvol behandelen van de verdachten tot betere resultaten leiden. Dat zogenaamde harde verhoren meestal tot niets leiden.

De kennis over de juiste wijze van verhoren bestaat dus al jaren. Het probleem is alleen dat veel politiemensen en officieren van justitie er niet in geloven. Men wil ook tijdens de verhoren graag laten zien wie de baas is en dat doen ze door druk te oefenen en verdachten zonder enig respect te behandelen. Machogedrag dat veelal tot niets leidt.

Het gevolg van het feit dat er met dit soort onderzoeksresultaten nooit iets wordt gedaan, is dat na een aantal jaren een andere onderzoeker hetzelfde resultaat behaalt en daar opnieuw mee in het nieuws kan komen. Weer een mooi rapport maar daar blijft het meestal bij.

Het zou ons daarom verbazen indien er nu wel iets gaat veranderen.

Laakbaar politieoptreden

Door Waarheidsvinder

Op de site van AT5 kwamen wij wederom een staaltje van onprofessioneel politieoptreden tegen.

Steeds vaker worden er nepaanrijdingen in scene gezet om verzekeringsmaatschappijen op te lichten. Daarbij worden onschuldige mensen valselijk beschuldigd een aanrijding te hebben veroorzaakt en onder druk van de “slachtoffers” moeten ze vervolgens samen met hen een schadeformulier invullen waarna de “slachtoffers” verzonnen schades gaan claimen bij de verzekeringsmaatschappij van de “daders”. Een schoolvoorbeeld van valsheid in geschrifte en oplichting, waartegen helaas nauwelijks door de politie wordt opgetreden. Het kan echter nog erger.

In Amsterdam rijden twee dames in een auto op de Haarlemmer Houttuinen als zij plotseling geschreeuw naast hun auto horen. Als de bestuurster van de auto stopt en uitstapt ziet zij twee mannen met een scooter naast haar auto staan. Ze ziet daarna dat de mannen de scooter op de grond gooien en claimen dat zij door haar zijn aangereden. Een schoolvoorbeeld van een poging de verzekering op de lichten. Maar ondanks het feit dat de beide jongens zich zeer intimiderend opstellen en haar willen dwingen een schadeformulier in te vullen, weigert de vrouw dat. Ook het dwingen van de beide jongens is trouwens strafbaar.

De vrouw stapt snel weer in haar auto en belt de politie. Er komen daarop twee agenten ter plaatse. Aangezien hier sprake is van ontdekking op heterdaad zou je verwachten dat de agenten de beide mannen aanhouden ter zake de door ons beschreven strafbare feiten. Het tegendeel is echter waar. De beide agenten dwingen min of meer de vrouw om, samen met de beide mannen, een schadeformulier in te vullen waarmee de beide mannen kunnen proberen ten onrechte geld te claimen van de verzekeringsmaatschappij van de vrouw.

Je kunt je afvragen of de politiemensen zich daardoor niet ook schuldig maken aan een strafbaar feit. Zij dwingen immers de vrouw tot het meewerken aan een poging tot oplichting van haar verzekeringsmaatschappij. In ieder geval deugt hun optreden van geen kanten.

We mogen toch hopen dat de korpsleiding van Amsterdam de betrokken politiemensen ter verantwoording zal roepen, maar of dat ook gebeurt? Er zal wel weer een verhaal over werkdruk en prioriteiten komen, maar daar heeft dit politieoptreden niets mee te maken. Hier gaat het om een gebrek aan kennis van zaken, onwil en mogelijk strafbaar handelen. Dit soort politiemensen kunnen we missen als kiespijn.

Te weinig controle op werk politie

Door Waarheidsvinder

In het NRC van vandaag een artikel over een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Volgens dat onderzoek zou Nederland behoefte hebben aan een externe centrale instantie die toezicht houdt op politie en justitie. Het WODC heeft volgens de krant twintig experts in Nederland ondervraagd onder wie een lid van de Hoge Raad, twee raadsheren van gerechtshoven, enkele rechters, een officier van justitie, twee advocaten, twee hoge politiefunctionarissen, een aantal hoogleraren en politiewetenschappers.

Eigenlijk zou het toezicht op politie en justitie door de rechters moeten gebeuren maar door onder meer bezuinigingen is de rol van de rechters, volgens de onderzoekers, te afstandelijk geworden. Dat is volgens hen ook de verklaring dat “rechters het opzettelijk vals opmaken van processen-verbaal door agenten ongestraft laten passeren.”

Daarnaast zouden rechters teveel rekening houden met een uitspraak van de Hoge Raad in 2013 over de gevolgen die vormfouten wel of niet zouden mogen hebben voor de veroordeling van verdachten. Wij vinden dat een vreemd argument aangezien het opzettelijk valselijk opmaken van een processen-verbaal naar onze mening geen vormfout is maar een strafbaar feit dat tot vervolging van de verbalisant(en) zou moeten leiden. Mensen die knoeien met een proces-verbaal horen naar onze mening niet bij de politie thuis.

Andere politiemensen zullen van hard ingrijpen leren dat ze niet dezelfde fout moeten maken omdat het dan einde carrière is.

De resultaten van het onderzoek van het WODC verbazen ons niet. Al jarenlang schrijven wij dat het onbestraft laten van valselijk opgemaakte processen-verbaal een steeds groter probleem lijkt te worden. Gebrek aan toezicht en keiharde sancties lijken steeds meer een vrijbrief voor politiemensen te worden om maar wat op te schrijven. Als er maar wordt gescoord, een standpunt dat men kennelijk ook vaak bij justitie hanteert.

Het wordt tijd dat er nu echt eens wordt ingegrepen. We vrezen echter dat dit rapport, net zoals vele andere, ergens in de onderste la van een bureau zal verdwijnen. Wie wil er nou ruzie met politie en justitie?

Scoringsdrang

Door Waarheidsvinder

Ruim 12 jaar doen wij inmiddels onderzoek naar gerechtelijke dwalingen en andere missers van politie en justitie en ons vertrouwen in het werk van beide instanties is in die jaren steeds meer afgenomen. Steeds vaker ontdekten wij dat de waarheid een ondergeschikte rol speelt en dat het vooral om scoren gaat. Een voorbeeld van dergelijke scoringsdrang kwamen wij gisteren weer eens tegen.

De 30 jarige Mark de J. wordt verdacht van moord. Hij zou op 3 maart 2016 zakenman Koen Everink in diens woning in Bilthoven met een mes om het leven hebben gebracht. Hoewel er nogal wat bewijs voor zijn schuld lijkt te zijn, onder andere DNA sporen, blijft Mark zelf volhouden dat hij onschuldig is.

Zijn familie lijkt hem daarin te steunen en men heeft daarom het forensisch onderzoeksbureau IFS gevraagd nader onderzoek te doen. Dat bureau wordt gerund door DNA deskundige Richard Eikelenboom en zijn vrouw Selma die forensisch arts is. Beide deskundigen hebben in het verleden bij het NFI gewerkt.

Gisteren vond er een zogenaamde regiezitting in deze zaak plaats en daarbij kwamen onder meer de bevindingen van IFS ter sprake. De bevindingen van IFS zijn onder andere dat er mogelijk meerdere mensen bij de moord betrokken zijn. Men vindt daarom nader onderzoek door het Openbaar Ministerie gewenst en dus heeft de advocaat van Mark de J. daartoe een verzoek ingediend. De officier van justitie is het daar echter niet mee eens en weigert aan het verzoek te voldoen.

Over de schuld of onschuld van Mark de J. gaan we hier niets zeggen en dat geldt ook voor de bevindingen van IFS. Ons gaat het om iets heel anders.

De officier van justitie beschuldigt tijdens een rechtszitting het IFS van partijdigheid omdat het bureau door de verdediging van Mark de J. is ingehuurd. Daarnaast worden door hem vraagtekens gezet bij de deskundigheid van Richard Eijkelenboom omdat deze niet staat vermeld op de lijst van gerechtelijk deskundigen.

Misschien zult u denken dat de officier van justitie hier een punt heeft, maar dat is niet zo. Want hetzelfde OM waar deze officier van justitie deel van uitmaakt roept regelmatig bij ingewikkelde zaken de hulp in van IFS. In die gevallen twijfelt de officier dus kennelijk niet aan de deskundigheid van de beide onderzoekers. Ook is het dan kennelijk niet van belang wie IFS betaalt, want dat is die gevallen datzelfde OM dat IFS nu van partijdigheid beschuldigt.

Kortom, ook in de zaak van de moord op Koen Everink is de wil om te scoren kennelijk bij het OM weer leidend en dus mag de officier straffeloos zijn pijlen richten op een ieder die kritische vragen stelt. In dit geval de beide onderzoekers van het IFS. Dat hij onzin uitkraamt is kennelijk niet van belang.

Waarheidsvinding in Nederland, wij worden er niet vrolijk van.

Camerabeelden liegen niet, agenten wel

Door Waarheidsvinder

Enkele dagen geleden verscheen in het Dagblad van het Noorden een artikel van Rob Zijlstra onder de de titel “Wie zich als eerste bij de politie meldt, is slachtoffer”.

Twee mannen zouden afgelopen april in de Peperstraat in Groningen hebben geprobeerd een man dood te schoppen. Blijkens het proces-verbaal van de politie zouden de mannen een op de grond liggende man tegen het hoofd hebben geschopt en volgens de officier van justitie kan “het schoppen met geschoeide voet”, zo noemt men dat in ambtelijke taal, fatale gevolgen hebben. Hij heeft het in zijn requisitoir over “kopschoppers” en poging tot doodslag en hij eist tegen de beide mannen 18 maanden gevangenisstraf.

De officier baseert zich bij zijn zware eis op een proces-verbaal van de politie. Politiemensen hebben de camerabeelden die er van het incident zijn bekeken en daarvan op ambtseed proces-verbaal opgemaakt.

Vaak zien we dat rechters klakkeloos de conclusies van de politie overnemen maar in dit geval hebben de rechters zelf ook de beelden bekeken en dan blijkt dat er op die beelden helemaal niet te zien is dat de op de grond liggende man tegen het hoofd is geschopt. Ook het slachtoffer zelf spreekt in zijn aangifte niet over schoppen en op de zitting zegt hij niets van schoppen te weten.

Aangezien de beide mannen wel geweld hebben gebruikt worden zij door de rechtbank wegens openlijke geweldpleging veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur. Ze worden echter vrijgesproken van poging tot doodslag.

De verslaggever schrijft vervolgens een hele verhandeling over de vraag of het slachtoffer wel terecht zo wordt genoemd omdat hij zelf volgens de beide andere mannen met de ruzie zou zijn begonnen. De conclusie van Rob Zijlstra is uiteindelijk dat “Wie zich als eerste bij de politie meldt, slachtoffer is. Ook als dat niet zo is.”

Deze conclusie bestrijden wij niet, de praktijk leert inderdaad dat degene die zich na een vechtpartij als eerste bij de politie meldt als slachtoffer wordt betiteld en dat de tegenpartij automatisch verdachte is. Hen wordt zelf aangifte doen zelfs vaak geweigerd.

Wat ons echter zeer verbaast is dat in het artikel heel gemakkelijk voorbij wordt gegaan aan het feit dat politiemensen kennelijk in hun proces-verbaal hebben gelogen. Ook de rechters en de officier van justitie hebben daar kennelijk weinig woorden over vuil gemaakt. Maar liegen in een proces-verbaal is strafbaar. Waarom worden de betrokken politiemensen niet vervolgd voor valsheid in geschrifte?

Wij hadden ons daarom een andere titel boven het artikel kunnen voorstellen; ” Camerabeelden liegen niet, agenten wel”

 

 

Verdwenen kinderen hebben geen prioriteit

Door Waarheidsvinder

We hebben al vaak geschreven over de slechte aanpak van vermissingszaken door de politie. Steeds opnieuw wordt er door de politie beterschap beloofd, maar steeds opnieuw blijkt daar in de praktijk weinig van.

Vandaag staat in het AD een interview met Serge en Nadia Steenbeek uit Soest. Zij zijn de ouders van de 16 jarige Mirte. Hun dochter verdween op 19 juni tijdens een weekendverlof bij haar ouders. Ze moest na het weekend terug naar de instelling waar ze al tijden verbleef maar dat wilde ze niet. Op last van de rechter zat ze vier maanden in die gesloten jeugdinstelling maar de afgesproken behandeling was nog steeds niet gestart en Mirte zag het daarom niet meer zitten.

Samen met haar vriendje nam ze thuis, in een onbewaakt ogenblik, de benen. Het was niet de eerste keer dat Mirte wegliep, maar dat wil niet zeggen dat je als ouder geen doodsangsten uit staat. Het enige dat je in dit soort gevallen kunt doen is de politie bellen en dat deden de ouders van Mirte ook. Maar om contact met de politie te krijgen moesten ze het landelijke 0900-nummer bellen. Je krijgt dan contact met iemand op de meldkamer die je kan doorverbinden met de eenheid waaronder jouw woonplaats valt en dat gebeurde in dit geval ook. De ouders hebben telefonisch hun verhaal gedaan, maar daar bleef het bij. Ze hebben nooit een politieman of vrouw gezien, weglopers hebben geen prioriteit bij de politie.

Maar voor de ouders van Mirte had de verdwijning van hun dochter wel prioriteit, zij maakten zich doodongerust. Omdat ze niets van de politie hoorden namen ze daarom bijna iedere dag zelf contact op. Maar steeds moesten ze dat doen via het landelijke nummer en steeds opnieuw moesten ze hun verhaal vertellen voordat ze werden doorverbonden. Steeds kregen ze daarna weer iemand anders aan de lijn die natuurlijk niets van de verdwijning van Mirte afwist.

Op een woensdag kregen de ouders van Mirte een tip over de mogelijk verblijfplaats van hun dochter. Ze belden direct de politie, dat was ‘s morgens rond half tien. Nadat ze wederom hun verhaal hadden verteld kregen ze te horen dat de recherche met zaak aan de gang zou gaan. Maar ook nu hoorden de ouders niets van de politie en daarom stuurden ze een mail. Pas ‘s middags rond drie uur kregen zij een telefoontje van de politie. Er bleek echter nog steeds niets te zijn gebeurd. De betrokken politieambtenaar had kennelijk zelfs het adres niet dat de ouders ‘s morgens hadden doorgegeven. Opnieuw gaven zij daarom het adres door waar hun dochter mogelijk zou verblijven.

Maar ook daarna bleef het stil. Uiteindelijk hebben de ouders ‘s avonds om tien uur weer de politie gebeld. Wederom kregen zij een politieman aan de telefoon die van niets wist.

Omdat het adres waar Mirte zou verblijven in België lag belde de vader daarop in wanhoop maar rechtstreeks naar de Belgische politie. Nadat hij zijn verhaal had verteld kreeg hij direct een rechercheur aan de lijn. Die handelde wel, want een half uur later kregen de ouders van Mirte bericht dat hun dochter op het opgegeven adres was aangetroffen. Waarom kan dit in België wel en in Nederland niet?

Het verhaal van de ouders van Mirte is herkenbaar. De afstand tussen politie en burger wordt steeds groter. Bureaus worden gesloten en telefonisch contact kan alleen via een onpersoonlijk landelijk nummer. Wij vinden dat een onbegrijpelijke zaak. Waarom hebben deze mensen niet direct een contactpersoon toegewezen gekregen. Iemand die de zaak kende en waar ze met hun vragen en opmerkingen terecht konden? Waarom moesten zij steeds opnieuw hun verhaal vertellen aan iemand die niets van de zaak wist.

Waarschijnlijk zal er naar aanleiding van dit artikel in het AD door de politie wel weer een mooiprater naar voren worden geschoven die zal uitleggen dat de politie professioneel en juist heeft gehandeld. Wij kunnen het echter niet uitleggen, wij voelen slechts schaamte.