Skip to content
 

Wie zijn handen voor zijn ogen houdt, ziet niets!

blinde

Door Waarheidsvinder

Wij hebben op deze site al geschreven over de vermoedelijke moord op mevrouw Veira.  We willen nu eens kijken wat de  Commissie Evaluatie Afgedane Strafzaken in zijn rapport over de zaak Ina Post geschreven heeft over deze zaak.

Enkele citaten uit het rapport:

–   Uit de interviews van het driemanschap met teamleden blijkt dat men Post “in het huis van mevr. Veira heeft proberen te brengen”, doch dat er geen verband met Post kon worden gevonden. Van deze bevindingen is geen proces-verbaal opgemaakt.

–   Uit de interviews is gebleken dat ten aanzien van een van de bejaardenhulpen onderzoekshandelingen zijn verricht die verband houden met het overlijden van Veira en de verzilvering van haar cheques. Afgezien van een kort proces-verbaal van verhoor is daarvan in het proces-verbaal geen melding gemaakt.

–    Dat de aanwezigheid van potentieel ontlastend materiaal niet nader of niet volledig is onderzocht geldt onder meer ook voor het aangevoerde alibi van Post voor zowel de dag van het overlijden als voor de dag van het innen van de cheques.

–    Datzelfde kan worden vastgesteld ten aanzien van de zaak Veira. Waar men heeft getracht Post “bij mevr. Veira te brengen” en dit geen resultaten opleverde, heeft die bevinding blijkbaar omgekeerd geen aanleiding gegeven om te twijfelen aan het daderschap van Post.

–   Er is geen proces-verbaal opgemaakt van de bevindingen van het RBT betreffende het onderzoek rondom de zaak Veira. De bevindingen maken dientengevolge geen deel uit van het procesdossier dat aan de rechter is voorgelegd.

–   Onderzoek in relatie tot de zaak Veira is gericht op een potentieel daderschap van Post in de zaak Veira, terwijl onderzoek naar een ander persoon die in verband kan worden gebracht met zowel de zaak Veira als de zaak Kolstee nauwelijks plaatsvindt en voor zover dit wel geschiedt, niet volledig wordt opgenomen in het proces-verbaal.

–   Verder blijkt uit de interviews dat de contacten van de rechercheurs met de leidinggevenden van Horst en Vliet, gericht waren op het vinden van de handtekening van Post, in de periode van het overlijden van mevr. Veira en in de periode van het overlijden van het slachtoffer. Geen van de leidinggevenden kan zich herinneren dat er sprake is geweest van een getuigenverhoor.

–   Door P.D. Veira is waarschijnlijk reeds in de tweede fase van het onderzoek melding gemaakt van een overeenkomst tussen de dood van zijn moeder en het innen van gelden in 1984 in Leidschendam en de zaak van mevrouw Kolstee. Mevrouw Veira woonde ook in Duivenvoorde en had eveneens hulp via de Stichting Horst en Vliet. Ook na haar dood werden cheques uit haar woning weggenomen en bij haar overlijden is de vraag gerezen of er sprake was van een natuurlijke dood. In deze zaak is, na gerezen twijfels omtrent de doodsoorzaak, een nader onderzoek ingesteld, waarna alsnog een verklaring van natuurlijke dood is afgegeven. In het dossier van de zaak Post bevindt zich in verband met de zaak Veira slechts een aangifte van diefstal van cheques die in 1984 heeft plaatsgevonden.

–   Uit het dossier blijkt niet dat in de verhoren van Post directe vragen zijn gesteld over de zaak Veira. Wel verklaart Post dat zij evenmin ooit elders cheques heeft weggenomen.

–   Uit de interviews is ook gebleken dat er onderzoek is gedaan naar de mogelijke betrokkenheid van Post bij de dood van mevr. Veira, maar dat geen verband kon worden vastgesteld. Uit onderzoek van de dienstroosters is niet gebleken dat Post werkzaamheden bij Veira had verricht. Uit het interview met de nabestaanden van mevr. Veira is eveneens gebleken dat Post nooit bij mevr. Veira heeft gewerkt. De onderzoekshandelingen met het oog op een relatie tussen de zaak Kolstee en de zaak Veira zijn in het dossier niet verantwoord.

–   De officier van justitie vond ook het onderzoek in de zaak Veira maar mager, maar hij besprak dat niet met de leiding van het team en drong ook niet aan op een vervolgonderzoek. Dit gebeurde naar zijn zeggen omdat hij duidelijke bekentenissen had van Post en hijzelf, mede door de bij de voorgeleiding bevestigde, bekennende verklaring, geen moment twijfel had aan de schuld van Post.

–   De zoon van mevr. Veira doet bij het politiebureau Leidschendam melding van overeenkomsten tussen de zaak Kolstee en de gebeurtenissen rondom het overlijden van zijn moeder. De officier van justitie is op de hoogte gebracht van deze melding. Niet blijkt van sturing op een eventuele aanpassing van de onderzoeksrichting, dan wel van oriëntatie op een verbreding van het onderzoek in de zaak Kolstee of een heropening van het opsporingsonderzoek in de zaak Veira.

–  Uit verschillende interviews komt naar voren dat de bekentenissen van Post er zowel bij het RBT, als bij de officier van justitie toe geleid hebben dat het onderzoek als opgelost en afgesloten kon worden beschouwd. Omdat het kortstondige onderzoek in de zaak Veira geen raakvlakken opleverde met Post, paste de Veira zaak niet in dat onderzoek. Ook de spoedige opheffing van het RBT daarna duidt daarop.

Let wel, het gaat hierboven om conclusies van het CEAS over hoe het team en het OM toen hebben gewerkt en dat betekent niet dat de CEAS  het met deze handelswijze eens is.

Het laatste citaat is trouwens wel heel opmerkelijk. De teamleden en de officier van justitie hebben tegen de CEAS verklaard dat er geen raakvlakken waren tussen Ina Post en de zaak Veira. Die conclusie delen wij, Ina Post had niets met de zaak Veira te maken.

Maar er waren wel degelijk raakvlakken tussen de beide zaken.

–   Mevrouw Veira en mevrouw Kolstee woonden in hetzelfde bejaardencomplex

–   Mevrouw Veira overlijdt onder zeer verdachte omstandigheden

–   Mevrouw Kolstee is door geweld om het leven gekomen

–   In beide gevallen is er sprake van diefstal van cheques die goed waren opgeborgen

–   In beide gevallen zijn er geen sporen van braak

–   In beide gevallen zijn de cheques de volgende dag verzilverd door een vrouw

–   Het handschrift op de verzilverde cheques komt in beide zaken overeen

–   Bij beide slachtoffers heeft dezelfde bejaardenverzorgster gewerkt.

De enige juiste conclusie die men destijds had moeten trekken was dat men de verkeerde verdachte had aangehouden.  Die conclusie heeft men niet getrokken en daaruit blijkt dat het destijds niet om de waarheid ging maar om scoren.

Barbertje, in de persoon van Ina Post, moest hangen.


Leave a Reply