Skip to content
 

Dode man in auto gevonden op camping

Bron: De Telegraaf

Door Jolande van der Graaf

DEN BOSCH, zaterdag

Het gegier van banden en gebrul van de scheurende auto maakte die nacht een bloedig einde aan de rust op de Gelderse camping De Rietschoof. Kampeerders – velen al in diepe slaap, anderen nog napratend over het feest van die avond in de kantine – kunnen de oorverdovende klap die zou volgen, om allerlei redenen nog altijd niet vergeten.

De wagen was met een bloedvaart over een geasfalteerd pad naar de uitgang van het campingterrein langs hun caravans geraasd, uit een scherpe bocht gevlogen en met een daverende klap zijwaarts tegen twee bomen beland. Twee campinggasten, maten die nog een afzakkertje met elkaar wilden drinken, bevonden zich hooguit enkele tientallen meters verderop bij hun caravans. Ze spurtten naar de plek des onheils. Schuin op de weg stond het wrak van een grijze Nissan Patrol, de linkerzijde van de wagen nagenoeg geheel weggeslagen.

De bestuurder bleek bewusteloos, hing achterover in zijn stoel en was zwaargewond aan het hoofd. De man naast hem had geen schrammetje. Hij keek verdwaasd voor zich uit. De twee toegesnelde kampeerders wierpen vervolgens een blik in de laadruimte van de bedrijfsauto. Daar, tussen een vracht bouwmaterialen en gereedschappen, lag een derde man. Roerloos, zijn hoofd bebloed, een stuk plastic dwars door zijn schedel heen. Een van de twee campinggasten voelde in zijn hals en merkte dat er geen hartslag meer was. Onmiddellijk greep hij naar zijn mobieltje. Om tien voor half drie in de nacht van eerste op tweede paasdag 2003 kreeg de 112-alarmcentrale de eerste melding over het bizarre ongeval binnen.

Terwijl hulpdiensten uit het naburige Zaltbommel massaal uitrukten, stroomden veel meer ontwaakte kampeerders toe. Onder hen thuiszorgmedewerkster Trudy Slijkhuis-Snoeren (41) uit Rotterdam die een vreselijke ontdekking zou doen. Het duo voor in de wagen werd door haar herkend als twee, op de camping als crimineel bekendstaande mannen uit Den Bosch. De comateuze bestuurder, de toen 21-jarige Ruud S., stond sinds kort met een splinternieuwe caravan op De Rietschoof. Ook zijn ongehavende bijzitter, de destijds 32-jarige Peter V. en goede vriend van Ruud S., was een nieuwkomer op het kampeerterrein. Toen Trudy achterin keek, kreeg zij de schrik van haar leven. De dode man in de laadbak bleek niemand minder dan haar broer, de Rotterdamse timmerman Gerrit Snoeren (29). Trudy besefte ter plekke dat er rond de dood van haar broer iets helemaal mis was… Nu, twee jaar later, heeft zij dat besef nog steeds.

Terugblikkend op de uren voor Gerrits dood: “Mijn man en ik hebben Gerrit de hele avond op het paasbal in de kantine gezien. Zoals altijd gedroeg mijn broer zich heel rustig, maakte hij met iedereen een babbeltje. Omdat hij de volgende morgen zijn toen tweejarig dochtertje bij zijn ex-vriendin moest ophalen, dronk hij nauwelijks alcohol. Hij zou die nacht bij mijn ouders gaan slapen die ook al sinds zeventien jaar op De Rietschoof staan. Gerrit sliep bijna ieder weekeinde in het kleine huisje achter hun caravan.”

Op het kantinefeest waren ook Ruud S., diens vriendin, Peter V., diens partner en enkele anderen. Veel bezoekers van het paasbal stoorden zich aan hun gebral. “S. en V. liepen maar heen en weer naar de wc’s en de naastgelegen disco met jongeren”, aldus een van de toenmalige bezoekers. “De hele camping verdacht ze van het dealen in cocaïne. Zelf liepen ze te snuiven en te zuipen. Het moest die avond gewoon fout gaan.” Geen van de kampeerders wist op dat moment dat er al sinds een half jaar een politieonderzoek liep tegen Ruud S. en Peter V. wegens een reeks aan vermeende inbraken, autodiefstallen en heling.

Rond half één werd gezien hoe S. ruzie maakte met zijn vriendin, waarop de vrouwen van het groepje opstapten. Ook S. en V. verdwenen van het feest. Kort daarna liep Gerrit Snoeren zijn zus tegen het lijf. Trudy: “Ik weet nog precies wat mijn broer zei: ‘Gelukkig, die gekken zijn weg. De hele avond vragen ze je of je meegaat naar een café in Den Bosch. Als je nee zegt, worden ze nog kwaad ook’. Gerrit moest niets van die twee weten. Hij kende ze amper. Hij zou nooit vrijwillig met ze zijn meegegaan.”

Tegen half twee liep het paasbal op zijn einde en stapten Trudy, haar man en haar zoon op. Het was de laatste keer dat de thuiszorgmedewerkster haar broer in levenden lijve zag. Gerrit zat op de biljarttafel met een bakje patat en een pilsje, toen Trudy langsliep en hem bij wijze van groet over zijn hoofd aaide.

Ruud S. en Peter V. doken niet lang daarna weer in de kantine op. Het duo bestelde aan de bar tien biertjes en twee Bacardi-cola’s. De drankjes werden niet opgedronken. Toen de bardame de bestelling neerzette, bleek het tweetal even plotseling weer verdwenen. Ook andere bargasten, onder wie Gerrit Snoeren die al die tijd tegen een muurtje had gestaan, waren weg. Het was inmiddels twee uur in de nacht.

Wat er daarna met Gerrit is gebeurd, is een raadsel. Twintig minuten later werd hij dood in de Nissan gevonden. Tot op de dag van vandaag beschouwen justitie en politie de zaak als een gewoon verkeersongeval. Gerrit zou volgens justitie in de Nissan zijn gestapt om met S. en V. mee te gaan naar een andere horecagelegenheid.

Ruud S. die komende maandag terechtstaat voor de rechtbank in Den Bosch, wordt dood door schuld verweten. Volgens het OM heeft hij door alcohol of drugsgebruik en een te hoge snelheid opzettelijk de dood van Gerrit veroorzaakt. Maar was er wel sprake van een ‘gewoon’ verkeersongeluk? Of is de graag geziene timmerman iets anders overkomen? Diverse feiten, omstandigheden en verklaringen van deskundigen en getuigen wijzen op andere mogelijkheden, waaronder zelfs moord. Die optie lijkt echter nooit serieus door politie en justitie te zijn onderzocht. Kort nadat de in coma geraakte Ruud S. die nacht naar het ziekenhuis was overgebracht, kwamen twee specialisten van het team verkeersongevallenanalyse van de politie Gelderland-Zuid ter plekke. De inmiddels gepensioneerde brigadier Peter Biemans en zijn collega stelden een onderzoek in naar de toedracht. De agenten kwamen tot de slotsom dat er te hard was gereden: volgens voorzichtige schattingen 75 kilometer per uur op een campingpad waar maximaal vijf kilometer is toegestaan. Dat Gerrit Snoeren door de klap tegen de bomen is gedood, wordt ernstig door deze deskundigen betwijfeld. In een proces-verbaal schreef brigadier Biemans onder meer: ‘Tijdens het onderzoek had ik enkele dingen waargenomen die voor mijn gevoel anders waren dan op dat moment kon worden aangenomen. Die zaken lieten mij niet los. De gedachte bleef mij achtervolgen dat er mogelijk meer aan de hand kon zijn dan een verkeersongeval‘.

De politieman had Gerrits lijk achter in de Nissan enkele momenten bekeken. ‘Ik heb wel bloed gezien en zware verwondingen, maar ik vond er te weinig bloed. Ik kreeg er een slecht gevoel bij. Ik dacht dit klopt niet. Ik vond zijn ligging ook raar. Die houding paste niet bij iemand die in de laadruimte had gezeten, wel bij iemand die al lag’. Om al die redenen besloot Biemans foto’s van Gerrits lijk te maken. ‘Normaal maak ik NOOIT foto’s van slachtoffers‘, staat met grote letters in een van de dossierstukken.

In een memo beklaagt de ongevallendeskundige zich erover dat hij vervolgens niet serieus werd genomen door de politie Zaltbommel. Biemans schakelde daarop zijn chef in en werd alsnog door een Zaltbommelse collega gebeld. “Deze deelde mij mede dat tijdens de verhoren niets was gebleken van mijn vermoedens. Ik kon niet anders dan mij daar bij neerleggen. Maar het gevoel bleef. Waarom was er geen technische recherche aan te pas gekomen, waarom was er geen sectie verricht en werd het lichaam zo snel vrijgegeven?”

Dat blijkt al de volgende ochtend te zijn gebeurd. En dat terwijl een gemeentelijk lijkschouwer ook al grote twijfels had. In een proces-verbaal: ‘Ik vond het een bizarre aanrijding. Het hoofd was helemaal verbrijzeld en voelde aan als een zak met losse brokken. Dit letsel hoort bij ongevallen waarbij bijvoorbeeld over het hoofd wordt heengereden. Het zou heel goed kunnen dat er een eerdere aanrijding is geweest, waarbij dit slachtoffer betrokken was geweest’.

Dat de politie Zaltbommel na getuigenverhoren helemaal geen argwaan had gekregen, is merkwaardig. Gerrits zus Trudy verklaarde daags na het ongeluk al dat het uiterst onwaarschijnlijk was dat haar broer achter in de Nissan was gaan zitten. “Wat ik ook aanvoerde, ik werd niet serieus genomen”, zegt zij nu. Saillant is verder dat de politie belangrijke getuigen nooit heeft gehoord. Zoals de twee mannen die als eersten bij de plek van het ongeluk kwamen en Peter V. vreemd en zelfs verdacht hoorden reageren. Een van hen, die uit angst voor represailles niet wil worden genoemd: “V. zat versuft op de bijrijderstoel. Toen ik hem confronteerde met het feit dat er een man achterin lag, zei hij glashard dat dat niet waar was. Ik zei toen: ‘Het is wel waar en die man is dood’. Zijn gedrag veranderde op slag. V. begon met zijn voeten tegen de voorruit te trappen, raakte volledig in de stress en kroop uiteindelijk over de zwaargewonde Ruud S. heen, door het portierraam naar buiten. Even later sloeg hij de brandweercommandant tegen de vlakte. Echt raar zoals het ging. Gek ook dat de politie ons nooit iets heeft gevraagd.”

Dat geldt ook voor een kampeerder die op de ochtend na het ongeval nabij een wc-gebouwtje bloed aantrof op de route die Gerrit altijd vanaf de kantine naar de caravan van zijn ouders nam. De man markeerde de bloedvlekken met krijt en belde terstond de politie. “Ik bleef als een waakhond bij het bloedspoor, omdat ik onmiddellijk door had dat het iets met Gerrit te maken kon hebben. Niemand gezien die dag, ik ben maar weggegaan.” Het bloed is nooit bemonsterd, laat staan onderzocht op dna.

Is het slachtoffer op die plek mishandeld, wellicht aangereden en bewusteloos of zelfs al dood achter in de Nissan gegooid? Waren Ruud S. en Peter V. met Gerrit in de achterbak hard naar de uitgang geracet met het oogmerk om de Rotterdammer ergens te dumpen? Zo hard, dat S. de macht over het stuur kwijtraakte? Het staat vast dat er rond twee uur die nacht sprake was van grote stress bij het duo. Een getuige, alweer niet gehoord door de politie, heeft Ruud S. na diens vertrek uit de kantine en kort voor het ongeluk scheldend en tierend bij zijn caravan zien staan. “Vervolgens stapte hij met Peter V. in de Nissan, reed achteruit en botste tegen een geparkeerde Mercedes. Ik weet zeker dat er niemand anders in de auto zat.” Ook de dubbele aanrijding tegen de Mercedes Vito werd door agent Biemans onderzocht. In zijn alarmerende rapport schetst de politieman een andere mogelijkheid die voor Gerrit fataal kan hebben uitgepakt. ‘De mogelijkheid bestond dat de bestuurder het latere slachtoffer daar heeft belet om uit te stappen. Door tweemaal toe met de achterzijde van de Nissan tegen de Mercedes te rijden was het onmogelijk de achterklep te openen’.

Tweeënhalve week na het drama – toen Gerrit al in Rotterdam was begraven – opende de Zaltbommelse politie alsnog een onderzoek en werd een recherchebijstandsteam opgetuigd. Aanleiding vormde informatie die de criminele inlichtingen eenheid van de Brabantse politie had doorgespeeld. Twee informanten hadden daar onafhankelijk van elkaar verklaard dat Gerrit op een fiets was aangereden, waarna zijn lichaam achter in de Nissan werd gelegd. “Je zou verwachten dat de recherche onmiddellijk naar de fiets op zoek ging”, zegt advocaat mr. F. van Ardenne, die door de nabestaanden van Gerrit ingeschakeld is geweest. “Dat is niet gebeurd en geeft wel aan hoe onzorgvuldig dit rechercheonderzoek is! Het heeft meer vragen opgeroepen dan beantwoord.” Gerrits lijk werd op last van justitie weer opgegraven en alsnog door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht. Daar werd vastgesteld dat hij zwaar letsel had opgelopen bij een ongeval. Maar het NFI trekt bepaald niet de conclusie dat Gerrit die verwondingen bij de aanrijding tegen de bomen had opgelopen, wat de recherche wel doet.

Helemaal bizar is het, dat er blijkens het dossier ‘een diepgaand onderzoek werd verricht naar het voertuig van de verdachte S.’ Een voormalige medewerker van een slopersbedrijf in Vlijmen verklaarde gisteren dat de Nissan Patrol al een week na het ongeval was gesloopt. Het rechercheteam bestond op dat moment nog niet eens. “De auto is compleet door de shredder gehaald op het onderstel en de motor na”, aldus deze sloper. “Twee weken later stonden rechercheurs op de stoep. Ze zeiden nog dat de Nissan te snel was vrijgegeven…”

Justitie in Den Bosch wil niet op de zaak ingaan.

“Dat doen we nooit, vlak voor een rechtszitting”, aldus een woordvoerster. Het OM weigert tevens om antwoord te geven op de vraag waarom het rechercheonderzoek naar de dood van Gerrit Snoeren zo kort duurde en onzorgvuldig lijkt te zijn geweest. De bestuurder van de auto, Ruud S., heeft zich tot nu toe beroepen op zijn zwijgrecht. Hij verschijnt maandag voor de rechter op verdenking van doodslag. Waarschijnlijk komt hij weg met een lage straf. Het OM kan namelijk niet bewijzen dat hij dronken of stoned achter het stuur zat. S. heeft nooit toestemming gegeven om zijn destijds afgenomen bloed te onderzoeken. Bijrijder Peter V. die ongedeerd bleef, werd slechts eenmaal en dan alleen als getuige door de politie gehoord. Hij beweert zich niets meer over het ongeluk te herinneren. Een maand later werd hij gearresteerd en kreeg negen maanden cel wegens het plegen van vermogensdelicten. Momenteel zit hij weer in de bajes wegens een ander feit.


Leave a Reply