Skip to content
 

Lessen uit de zaak Andrea Luten

Door Harrie Timmerman

Doordat ik als adviseur betrokken ben geweest bij het tweede onderzoek in de zaak Andrea Luten (2001-2002)  kan ik, op basis van wat we nu weten, beter inschatten dan outsiders welke fouten er in het verleden zijn gemaakt. Een evaluatie dus, niet met de bedoeling schuldigen aan te wijzen maar om te leren voor de toekomst.

De inmiddels bekende Henk F., toen 24 jaar jaar oud, was volgens zijn eigen verklaring op de bewuste dag, maandag 10 mei 1993, aan het fietsen in de bossen tussen Hoogeveen en Ruinen. Hij zegt daar toevallig Andrea Luten tegengekomen te zijn en die ontmoeting heeft uiteindelijk tot haar dood geleid. Verdere details kennen we nog niet maar zijn voor mijn evaluatie niet echt van belang.

Les 1

Er hebben zich destijds meerdere mensen gemeld die Andrea op de vijfsprong hebben zien staan, samen met een onbekende jongen. De vijfsprong bevindt zich ongeveer 400 meter van de plaats waar het lichaam van Andrea later werd gevonden. De meeste getuigen melden zich kort na het misdrijf, maar er waren drie mensen die zich pas melden tijdens het tweede onderzoek in 2001-2002.

De getuigen waren het er niet over eens met welk vervoermiddel de jongen was geweest. Zowel een fiets als een brommer werden genoemd en er was één getuige die niet wist of het een fiets of een brommer was. Ook de beschrijving van de jongeman varieerde, maar er zaten ook punten van overeenkomst in.

Het team, ook ik dus, ging er toen uit dat het om een brommer moest gaan omdat er twee getuigen waren die zich iets speciaals konden herinneren. En dat zijn in het algemeen betere getuigen dan mensen die er alleen maar voorbij zijn gereden zonder dat er iets speciaals was dat hun aandacht heeft getrokken.

De eerste getuige was een gemeenteambtenaar die vanuit Ruinen op zijn brommer onderweg was naar zijn woonplaats Hoogeveen. Hij moest op de vijfsprong afremmen, omdat daar een meisje (vanaf een foto herkende hij Andrea) met een fiets stond met het voorwiel in de richting Ruinen. Tegenover haar stond een jongen op een brommer met het voorwiel richting Hoogeveen. De getuige kon het gezicht van de jongen niet beschrijven omdat deze zijn helm nog op had.

De tweede getuige was een mevrouw die ook een jongeman op een brommer had gezien en de brommer kon beschrijven. De bromfiets leek precies op die van een kennis van haar (een Honda MT 5), alleen de bromfiets van de onbekende jongen was volgens haar geel en zwart van kleur en die van de kennis had de kleuren rood en wit.

Nu achteraf blijkt dat de verklaringen van deze beide getuigen niet kunnen kloppen. De dader blijkt met de fiets te zijn geweest en dat betekent dat de getuigen zich vergist moeten hebben wat betreft het voertuig van de jongen.

Dat geldt ook voor hetgeen de getuigen vertelden over de aard van het contact tussen het meisje en de jongen. Slechts twee getuigen, zij passeerden samen in een auto , hadden het over een ruzie. De andere getuigen hadden het allemaal over een vriendschappelijk tot zelfs intiem contact tussen de beide jongelui.

Onder meer om deze redenen werd er destijds vanuit gegaan dat de jongen op een brommer was en dat hij en Andrea elkaar goed kenden

De les die we hieruit kunnen leren is dat verklaringen van passanten zeer onbetrouwbaar kunnen zijn. Pas nadat bekend is geworden dat er een misdrijf is gepleegd, realiseert men zich pas dat men mogelijk getuige was van een bepaalde gebeurtenis. In dit geval de simpele aanwezigheid van een jongen en een meisje, een gebeurtenis die over het algemeen weinig of geen indruk maakt op passanten. Het risico is in dit soort gevallen groot dat men later ongewild aan de hand van de reeds bekende gegevens gaat reconstrueren wat men gezien denkt te hebben in plaats van alleen het geheugen te raadplegen.

Les 2

Indien uitgebreid onderzoek niet tot een dader leidt, moet je de oude aannames zonder uitzondering over boord gooien. In alle onderzoeken in deze zaak (drie stuks) is men er telkens van uit blijven gaan dat de dader een goede bekende van Andrea moest zijn, ondanks het feit dat dit geen dader opleverde.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat profiler van de KLPD, Carlo Schippers, na het eerste onderzoek wel heeft gewezen op de mogelijkheid dat er in dit misdrijf sprake zou kunnen zijn van een toevallige ontmoeting tussen dader en slachtoffer, maar met deze mededeling is eigenlijk nooit iets gedaan.

Les 3

In het verleden zijn meerdere mensen aangehouden geweest omdat de resultaten van het onderzoek in hun richting wezen of omdat men zich zelf als dader meldde. Tijdens het tweede onderzoek kwamen wij terecht bij Richard Kelly. Aan de hand van de onderzoeksgegeven leek Kelly een serieuze verdachte en uiteindelijk werd besloten hem aan te houden.

Ook ik was er toen voor om hem aan te houden teneinde via het verhoor uit te zoeken of hij de dader was. Het vermoeden was gebaseerd op allerlei aanwijzingen maar het echte bewijs ontbrak. Ik heb daar van geleerd dat ik in dergelijk gevallen nooit meer zal adviseren de betreffende persoon aan te houden maar hem uitleg te geven over mijn vermoedens en hem daarna om vrijwillige afgifte van zijn DNA te vragen. Als Kelly daarmee zou hebben ingestemd, zou er nooit sprake geweest zijn van een aanhouding en zou hem een hoop ellende bespaard zijn gebleven.

Ik kan dan ook niet anders dan met spijt terug kijken en mijn oprechte excuses aan Richard Kelly aanbieden. We deden het allemaal naar eer en geweten, maar we zaten er gewoon naast.

Tenslotte

Was het misdrijf eerder opgelost indien deze fouten niet waren gemaakt?

Nee, dat is niet het geval. Vooral omdat tot het derde onderzoek (2004-2005) er alleen maar de beschikking was over een gedeeltelijk dna-profiel. (4 kenmerken en er moeten minstens 12 zijn om als bewijs te kunnen dienen) Bovendien werd er door het onderzoeksbureau in Duitsland, dat het DNA onderzoek had verricht, expliciet bij vermeld dat dit dna zeer waarschijnlijk vervuild was.

Maar zelfs met een volledig DNA profiel was de zaak niet opgelost omdat de verdachte nooit eerder in beeld is geweest en zijn profiel niet in de landelijke DNA bank zat.

Les 4

Deze zaak is opgelost dankzij DNA en niet dankzij 17 jaar politieonderzoek. Alleen een grootschalig DNA onderzoek in de ruime omgeving van Ruinen zou na 2005 de oplossing van deze zaak hebben kunnen brengen. Daar moeten we van leren.

In Friesland bestaat een vergelijkbare zaak, die ondanks alle pogingen daartoe ook niet is opgelost , namelijk de moord op Marianne Vaatstra. Maar ook daar geen grootschalig DNA onderzoek en zelfs geen DNA onderzoek bij mensen die Marianne kort voor haar dood hebben bedreigd. Misschien nu een goed moment om daar eens serieus over na te gaan denken?



One Comment

  1. Ronald Beetz says:

    Er is nog een les te trekken. Uit niets blijkt dat de jongeman met bromfiets (of fiets) ook de dader was. Dat is maar een aanname. Het kan best zijn dat de getuigen het goed gezien hebben en dat Andrea met een bekende op een brommer heeft staan praten, misschien wel staan zoenen. Welk bewijs had de politie dat deze persoon ook de moordenaar was? Zover ik weet geen enkele.

Leave a Reply