Skip to content
 

De moord op Maja van Vloten

Bron: De Telegraaf

Door Jolande van der Graaf

VLUCHTELINGENWERKER Maja van Vloten werd in 1994 op gruwelijke wijze omgebracht. Pas veel later meldde zich bij de politie een Libanonveteraan die het misdrijf opbiechtte en jarenlang de cel inging. Maar is hij wel de moordenaar? Waarom deden de Groningse politie en justitie destijds niets met waarschuwingen dat zij de verkeerde hadden? Waarom verdween onder tafel dat de bekentenis van de man van geen kanten klopt? Hield justitie ontlastend bewijs achter? Een reconstructie van wat een verbijsterende gerechtelijke dwaling lijkt.

KAREL CEL IN VOOR MISDRIJF DAT HIJ VRIJWEL ZEKER NIET HEEFT GEPLEEGD

’IK HEB MAJA VERMOORD’ … MAAR IS DAT OOK ZO?

GRONINGEN, zaterdag

„In het donker vloog opeens iets op me af. Het schreeuwde niet, maakte geen enkel geluid. Een man, een vrouw, ik heb geen idee. We raakten in gevecht en ik stak met mijn mes. Twee, drie, hooguit vijf keer. Tenminste, zo is het in mijn hoofd gegaan. Maar of het ook écht is gebeurd, weet ik niet zeker meer.”

Na al die jaren vertelt de Groningse Libanonveteraan Karel* nog altijd een vaag verhaal. Bracht deze, destijds dakloze man daadwerkelijk vluchtelingenwerkster Maja van Vloten om het leven of lijdt hij aan een zogeheten schuldwaan? Kreeg hij terecht acht jaar cel? Of is de man onschuldig en gloort in ons land een volgende dwaling van het kaliber van de Puttense moordzaak of de Schiedammer parkmoord?

Rustig bestaan

De slachtpartij op Maja van Vloten kwam in Groningen destijds hard aan. Het slachtoffer stond bekend als een sociale en bevlogen vrouw die een rustig bestaan leidde. Juist op haar laatste werkdag bij Vluchtelingenwerk, dinsdag 13 september 1994, en pal voor een geplande vakantie naar Egypte werd de 47-jarige Maja in haar eigen huis op gruwelijke manier omgebracht.

Als altijd was zij die dag om tien uur in de ochtend naar haar werk gefietst en had ze haar rijwiel in de hal van Vluchtelingenwerk gezet. Het zouden een lange dag en avond worden. Een collega zag dat er zelfs na middernacht nog licht op Maja’s kamer brandde. Ook uit de verzendtijd van faxen bleek dat ze tot in de kleine uurtjes bezig was geweest met het afronden van haar dossiers.

Opmerkelijk genoeg liet Maja bij vertrek haar fiets in de hal staan terwijl ze voor het laatst was. Omdat het een half uur lopen was naar haar huis, het die nacht slecht weer was en geen van de buschauffeurs die dienst hadden later haar foto herkende, wordt aangenomen dat Maja een lift kreeg van een bekende. Een collega of een van de vluchtelingen die zij bijstond. Iemand die wist dat zij tot laat had gewerkt.

Eenmaal thuis liep het compleet uit de hand. Een getuige nam vlak bij Maja’s huis een ruzie waar tussen een vrouw en een Engelssprekende man. Nog iets later, rond half drie die nacht, hoorde een buurvrouw luid gegil. Waarschijnlijk het moment waarop Maja iets vreselijks overkwam.

Toen de vrouw van de aardbodem weggevaagd leek, nam een vriendin twee dagen later poolshoogte in Maja’s appartement aan de Meeuwerderbaan. Er brandde een bedlampje, het beddengoed bleek besmeurd met bruinige vlekken. Verder stond een blikje kattenvoer op de koelkast en liep Maja’s kat hevig mauwend rond. Maar van Maja zelf ontbrak ieder spoor.

Hield justitie ontlastend bewijs achter?

Tenminste, dat is wat deze vriendin veronderstelde. Want weer een dag later deden een andere kennis en toegesnelde agent een lugubere ontdekking. Maja’s ontzielde lichaam, slechts gekleed in een T-shirt en slipje, bleek al die tijd in de slaapkamer te hebben gelegen, nauwelijks zichtbaar, onder stapels kleding. Ze bleek doodgestoken, de bruine vlekken in haar bed waren opgedroogd bloed.

Een vluchteling die Maja van haar werk kende, zat kortstondig vast op verdenking van betrokkenheid bij de moord. Het bewijs tegen deze verdachte kwam destijds echter niet rond, de man kwam rap weer vrij. Uiteindelijk liep het onderzoek dood en raakte het dossier in de vergetelheid. Tot er elf jaar later, in 2005, een bizarre wending kwam.

Het leek een godsgeschenk voor de Groningse politie en justitie toen Libanonveteraan Karel zich op vrijdag 26 augustus van dat jaar zomaar bij het bureau aan de Rademarkt meldde. Karel zei „een moord te willen bekennen die tien tot vijftien jaar terug gebeurde”. Hij was in die tijd gokverslaafd, leidde een zwervend bestaan en vertelde dat het misdrijf zich „in de Oosterpoort bij het viaduct” had afgespeeld. In welke straat precies, wist hij niet.

Nog diezelfde avond concludeerde de politie dat de veteraan de moord op Maja van Vloten moest bedoelen. Karel werd ingesloten en in de dagen erna aan een vijftiental verhoren onderworpen. De recherche noemde zijn verklaringen ’consistent’. Maar toenmalig rechercheur Dick Gosewehr die het dossier kende, waarschuwde een collega bij het Groningse coldcaseteam destijds dat Karel de verkeerde was. ’Ik heb sterk de indruk dat er veel tijd besteed wordt aan de bekentenis van iemand die niet past in het daderprofiel in deze zaak’, mailde hij en stuurde vervolgens een analyse mee.

De waarschuwing stuitte op onbegrip, vertelt oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman, die de moordzaak in het verleden eveneens had bestudeerd. „Gosewehr kreeg van de Groningse korpsleiding zelfs te verstaan dat hij zich gedeisd moest houden.” Een fragment uit die mail: ’Dit soort interventies wordt hier, hoe goed wellicht ook bedoeld, niet op prijs gesteld. De inmenging wordt ervaren als een motie van wantrouwen naar de collega’s.’ Politie en justitie veegden Gosewehrs bezwaren opzij en zetten de vervolging ijskoud door. Een maand later achtte de rechter de feiten bewezen en kreeg Karel acht jaar wegens doodslag.

Het is een raadsel hoe de rechters tot dit oordeel konden komen. Karel werd slechts veroordeeld op zijn eigen, rammelende bekentenis. Een verhaal dat geen greintje steun vindt in feiten, zoals de technische sporen op de plek van de moord. Oud-politiepsycholoog Timmerman onderzocht de feiten de afgelopen maanden tot op het bot. De uitkomsten zijn schokkend.

Vast staat dat Karel Maja niet eens kende, terwijl alles wijst op een moord door iemand uit haar omgeving. Karel had bovendien niet eens een auto, zijn rijbewijs was allang verlopen. Toen de Groninger in 2005 bij de politie moest aangeven waar hij de moord had gepleegd, wees hij vaag op een van de huizenblokken aan de Meeuwerderbaan. Maar de straatnaam wist hij niet.

Huisvuil

In de eerste rechecheverhoren zei Karel die avond in 1994 een vrouw te hebben gezien die haar huisvuil buitenzette. Hij beweerde haar achterna te zijn gelopen waarop hij de vrouw in huis neerstak. Maar in de Meeuwerderbaan werd het vuilnis niet op woensdag, maar op vrijdag opgehaald. Bovendien is onlogisch dat Maja in het holst van de nacht in alleen een T-shirtje haar vuilnis versjouwde. In latere verhoren maakte Karel er dus maar iets anders van. In die versie stond volgens hem de voordeur van Maja’s huis open, was hij naar binnen gegaan en daar in gevecht geraakt. Onmogelijk, zegt Maja’s broer Johan van Vloten desgevraagd: „Mijn zus was een keurige vrouw die echt geen raar nachtleven had. Maja zou nooit gaan slapen terwijl haar deur nog openstond.”

Ook het tijdsverloop klopt niet. Volgens Karel gebeurde de moord ruim voor middernacht. Op dat moment was Maja echter nog bij Vluchtelingenwerk. Gezien getuigenverklaringen moet zij ’s nachts tussen één en half drie zijn omgebracht. Met Karels schetsen van Maja’s appartement is eveneens van alles mis. Zo plaatste hij deuren op plekken waar geen deuren zitten, situeerde hij de keuken verkeerd, klopte niets van de beschrijving van huisraad en stond Maja’s bed elders dan waar Karel het bedacht. De veteraan houdt verder vol dat er een computer in huis was. Maar Maja had helemaal geen pc.

Tijdens het misdrijf was het donker in het huis, beweerde Karel. Met geen woord repte hij over het brandende bedlampje dat Maja’s vriendin waarnam. Hij zei zelfs tegen de rechter dat hij niet wist of hij een man of vrouw had gedood. Met het licht van het lampje had hij dat moeten weten. Zelfs zijn beschrijving van de gruwelmoord, waar Karel overigens geen enkel motief voor had, snijdt geen hout. Cruciaal is zijn verklaring dat hij Maja twee, tot maximaal vijf keer in de hals stak, terwijl hij naar eigen zeggen op haar zat en Maja op haar rug lag. Er staat echter onomstotelijk vast dat de Groningse niet in haar hals, maar in haar rug en nek werd gestoken. Geen vijf keer, maar 26 keer. Verder lag de vrouw niet op haar rug, maar voorover en half op haar linkerzij toen zij stierf.

Saillant is dat het lichaam met allerlei kledingstukken was toegedekt, waar Karel nooit over sprak. Pas na enkele verhoren werd hem door agenten ingefluisterd dat er iets over Maja heen lag. „In een soort quizverhoor raadde Karel toen dat hij misschien een deken of kleding over Maja had gegooid. Zo’n rechercheonderzoek heeft dus echt niets te maken met waarheidsvinding”, aldus Timmerman.

Maar er is meer. Justitie heeft tijdens het strafproces vrijwel zeker belangrijk, voor Karel ontlastend bewijsmateriaal achtergehouden en weigert ook nu om het rapport van de technische recherche vrij te geven. „De rechter kreeg in 2005 niets te horen over een schoenzoolafdruk in bloed die bij de plaats delict is ontdekt. Hoewel Karel door de recherche is gevraagd welke schoenmaat hij heeft, wordt dit nergens in het dossier gekoppeld aan de aangetroffen zoolafdruk.” Is dit omdat de veteraan een heel andere schoenmaat heeft? Bewust verzwegen omdat Karel moest ’hangen’? Timmerman: „Er is geen andere conclusie mogelijk. Als de maat wel klopte, had justitie dat namelijk zeker als ondersteunend bewijs gebruikt.”

Raadsel hoe rechters tot dit oordeel konden komen

Wel werd tijdens het proces aangevoerd dat onder Maja’s lijk een stuk touw lag met dna van Karel. De Groninger heeft het nooit over touw gehad. En in tegenstelling tot wat justitie beweert, vormt het dna-spoor op het touw met slechts twee overeenkomende kenmerken bovendien allerminst hard bewijs. Ronduit stuitend is dat een ander, in bloed aangetroffen dna-spoor doodleuk onder tafel is gepoetst: dna dat niet van Karel, maar van een onbekende man is. Vrijwel zeker van de ’echte’ moordenaar van Maja. En hier blijft het niet bij. De rechter werd evenmin geinformeerd over het feit dat de dader vlak bij de plek des onheils Maja’s pinpasje op een symbolische plek had neergelegd. Ook een gegeven waaraan Karel in zijn verklaringen nimmer memoreerde.

GEVONDEN DNA-SPOOR MOGELIJK VAN ECHTE DADER, DIE WEER WERD VRIJGELATEN

De veroordeling van de Groningse veteraan lijkt te berusten op een gerechtelijke dwaling van bizarre omvang. „Omdat hij zo stellig was, werd het kennelijk als een gelopen race beschouwd. Maar politie, justitie en rechtbank weten heel goed dat mensen soms valse bekentenissen afleggen. Het scenario van Karel is uiterst onwaarschijnlijk. Door hem vertelde details kloppen niet met de feiten. Ook voldoet hij niet aan het profiel van de dader. Maja moet door een bekende zijn vermoord die razend was en vaak heeft gestoken. Een dader die spijt kreeg en toen het lichaam toedekte”, zegt Timmerman. In dat licht is saillant dat dna van de eerste verdachte, de destijds even opgepakte vluchteling, nooit is vergeleken met de dna-sporen op het touw en in bloed.

Karel zat zijn straf uit en is sinds maart weer vrij. Nog steeds denkt hij Maja te hebben vermoord, al is er nu twijfel. „Ik hou er rekening mee dat het misschien toch anders is dan ik denk.” Zijn advocaat, mr. Geert-Jan Knoops, bereidt inmiddels een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad voor. „Er zijn nieuwe feiten waaruit blijkt dat mijn cliënt de moord niet pleegde. We zijn nog met onderzoek bezig: naar het dna van de onbekende man en naar een eventuele gedragskundige reden waarom Karel een misdrijf bekent dat hij niet pleegde. Uiteraard dient justitie over de brug te komen met het rapport van de technische recherche dat eveneens nieuw licht op deze zaak zal werpen.”

Eigen verhaal

Maja’s broer Johan blijkt niet verbaasd over alle ontwikkelingen. „Ik vond het in 2005 al eigenaardig dat deze veteraan alleen op zijn eigen verhaal werd veroordeeld. Alsof justitie blij was dat eindelijk iemand kon worden vastgezet. Maar als deze man straks onschuldig blijkt, is het wel te hopen dat de echte moordenaar van mijn zus wordt opgespoord.”

Het OM in Groningen zegt niet het gevoel te hebben dat met deze zaak iets mis is gegaan: „De rechter heeft destijds een veroordeling uitgesproken, voor ons is de zaak dus afgedaan. Als men op nieuwe dingen stuit dan horen wij dat graag. Waar het technisch rapport is gebleven, weten we niet, want we konden het dossier de afgelopen dagen niet vinden.”


4 Comments

  1. Rookie says:

    Het is niet te geloven allemaal. Mijn enige troost is dat de onschuldige gevange het zelf niet zo heeft ervaren. Maar wat een drama bij politie. Het opstellen van een pv is al moeilijk, laat staan goed onderzoek.

  2. admin says:

    Neen, er is sprake van 2 markers

  3. demo says:

    Een Groningse Libanonveteraan, die Engels spreekt tegen een Groningse vluchtelingenwerker. Zomaar een detail, dat mij opviel.
    Zijn er ook details die kloppen?
    Volgens mij is het enige dat klopt, dat dit de zoveelste mispeer is van het OM.

    Het DNA-verhaal kan niet serieus zijn. Twee overeenkomsten? Normaal heb je vijf overeenkomsten met een willekeurig profiel. Vermoedelijk wordt hier iets anders bedoeld..

  4. Chris says:

    Stuitend zo’n verhaal en zich dan verschuilen achter een vonnis waarvoor men zelf de ingrediënten heeft uitgekozen en die nu even kwijt zijn geraakt. Erg goed voor het vertrouwen in politie, justitie en rechters.

Leave a Reply