Skip to content
 

Mijnheer de rechter

Door Waarheidsvinder

Aan het slot van iedere rechtzaak heeft de verdachte recht op het laatste woord.  Ook Ina Post heeft vandaag van dit recht gebruik gemaakt voor het Hof te Den Bosch.

Op indrukwekkende wijze heeft zij daarbij aan de rechters en de vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie proberen uit te leggen wat de onterecht veroordeling in 1987 wegens de moord op mevrouw Kolstee uit Leidschendam voor haar leven heeft betekend.

Hieronder haar verhaal:

“Er zijn zo van die woorden of zinnen en vragen die mij in de af gelopen jaren zijn bij gebleven. Aan de hand van enkele van deze woorden of zinnen wil ik proberen iets uit te legen over mijn dagelijks leven, vaak zwaar, voor al geestelijk. Aan de hand van deze vragen of woorden die men zei wil ik proberen hoe dat voor mij de afgelopen jaren is geweest.

Vorig jaar ben ik gestopt met roken, dat was makkelijker dan deze spanning en onzekerheid te door staan. Ik ga het niet hebben over wat ik de rechercheurs of de beide officieren of andere deskundigen hier tijdens één der zitting dagen heb horen zeggen. Al heeft mij heel veel verbaasd en vind ik dat je zo niet met mensen om mag gaan, maar verder wil ik daar niets over zeggen. Ik wil het enkel hebben over wat ik de afgelopen 24 jaar heb moeten doorstaan. U sprak de zin ‘er is meer in het leven dan deze zaak alleen”. Dit is de zin die ik vandaag onder andere wil gebruiken voor mijn laatste woorden als u dat goed vind.

Enkele jaren geleden was er eens een vraag van een journalist, over wat ik erger vond. Vier jaar in de gevangenis of de beschuldiging. Vier jaar zijn vier jaar en gaan voorbij maar de beschuldiging en veroordeling zijn levens lang. Er is niemand die mij de jaren ooit terug kan geven.

Inmiddels zijn er meer dan 24 jaar verstreken en al word ik morgen vrij gesproken niets of niemand kan ooit veranderen wat ik door de beschuldiging en veroordeling heb meegemaakt. Ik heb één troost wat men ook zegt of denkt schuldig word ik nooit om de simpele rede ik heb mevr. Kolstee niet vermoord. U sprak de woorden er is meer in het leven dan deze zaak alleen. Eigenlijk is die zin van u de aan leiding van alles wat ik vandaag wil zeggen. Niet dat ik u de woorden kwalijk neem maar gaf mij meer te denken dat ik misschien hier vandaag moet proberen uit te leggen dat het voor mij weinig anders meer bestaat dan deze zaak. Dat ik maar zelden instaat ben om soms heel even te vergeten wat mij in 86 is overkomen en de gevolgen hiervan.

Ik zit geestelijk nog steeds gevangen en vecht al 24 jaar om daar uit te komen en te ontdekken dat er inderdaad meer in het leven is als deze zaak alleen. Hoe moeilijk het voor mij soms is kan ik het beste vergelijken met een ongeluk dat ik enkele jaren geleden heb meegemaakt met de scooter. Iemand verleende mij geen voorrang en ik had niet gezien dat de bestuurder mij niet had gezien en sloeg over de motorkap. Gelukkig viel de lichamelijke schade erg mee, enkel een gebroken knieschijf. Maar het heeft mij heel veel moeite gekost om weer op een scooter te gaan rijden omdat ik bang was dat het mij weer zou over komen. Zo voel ik mij ook in het dagelijkse leven. Bang dat het mij weer zal over komen, dat maakt dat ik dagelijks moet knokken om mijn leven te leven.

U zei op 7 juli, “er is meer in het leven dan deze zaak alleen”. Dat weet ik maar zo lang u denkt dat ik instaat ben om een moord te plegen moet ik vechten. Dit is in mijn ogen het ergste waar een mens van beschuldigd kan worden. Het is voor mij heel belangrijk dat mensen niet denken dat ik een slecht mens ben, want zo voelt de beschuldiging en veroordeling en wat ik nog pijnlijker vind is als ik aan mijn ouders denk. Het is een belediging naar hen toe om te denken dat zij iemand op de wereld hebben gezet die tot zo iets in staat zou zijn en zij kunnen zich niet meer verdedigen. Dan denk ik vooral aan mijn moeder hoe erg het voor haar geweest moet zijn. Hoe zij zich de eerste tijd verstopte en letterlijk gevlucht is uit en van de plaats waar zij haar hele leven gewoond had. En ik kon niets voor haar doen want ik zat immers opgesloten. Ik bewonder haar moed dat zij mij al die jaren iedere week is komen bezoeken. Hoe verschrikkelijk moet dit voor een moeder zijn? Dit kan ik de rest van mijn leven nooit meer vergeten.

Ik weet dat er meer is in het leven, maar ik kan het verleden niet achter me laten en zal blijven vechten tot de waarheid zichtbaar word. Ik blijf vechten niet om dat ik zo heldhaftig ben, juist niet. Ik heb uit angst bekend, daarna had ik het liefs in een donker hoekje weg gekropen zo schaamde ik mij dat ik iets bekend had wat ik niet gedaan heb. Ik heb moeten vechten om hier overheen te komen en te gaan in zien dat het onder de omstandigheden dat ik daar op het politiebureau zat en de manier waarop ik behandeld ben misschien wel veel vreemder was geweest als ik hier tegen bestand was geweest.

Ik heb hard moeten vechten met me zelf om al de angsten van waarom, waardoor en waarvoor ik heb bekend om die onder ogen te zien en dan ook nog een fatsoenlijk mens blijven. Dat was een heel zwaar gevecht wat ik zonder de hulp van mijn tante nooit gelukt zou zijn. Het gevecht met mijzelf en dan ook nog met justitie en vertrouwen vinden in mijn mede mens en de hoop te vinden die nodig is om te gaan knokken, dat was te veel. Mijn tante is blijven strijden op het moment dat ik niet kon en blijven geloven dat deze zaak een rechtvaardig einde zou kunnen krijgen. Zij heeft de weg vrij gemaakt dat ik weer vertrouwen in mensen kon vinden, weer hoop heb gekregen en angsten heb kunnen overwinnen. Deze strijd voer ik tot de dag van vandaag.

Zolang u denkt dat ik mevr. Kolstee vermoord heb moet ik vechten om te proberen alles van mijzelf te laten zien om duidelijk te maken dat ik mevr. Kolstee niet vermoord heb. Niet om dat ik aan mijn zelf twijfel want ik weet waarom ik niet instaat ben om een moord te plegen. Ik heb de afgelopen 24 jaar niets anders gedaan dan in mij zelf te zoeken waarom, waardoor en waarvoor heb ik iets bekend wat ik niet gedaan heb. Ik ben een bange vrouw die zocht naar de makkelijkste weg om weg te komen van mensen die mij bang maakte. Is iemand die bang is instaat een moord te plegen?

Maar dan denk ik heeft het zin om zoveel van mijn leven hier te vertellen want het gaat toch om de feiten. Of in ieder geval zou het daar om moeten gaan. Zo had ik toch ook niet veroordeeld mogen worden op een mening van een rechercheur? Want zo voelt het voor mij. Vingerafdrukken, DNA of handschrift, u weet dat allemaal beter dan ik. Daar gaat het om.

Ik weet dat er meer is in het leven zoals een carrière. Helaas is het beroep wat ik met veel plezier gedaan heb onmogelijk geworden. Ik ben te bang om er door mensen mee geconfronteerd te worden, er bestaat voor mij niets erger dan afgewezen te worden voor iets wat ik niet gedaan heb. Er is een dag geweest dat ik eindelijk de moed weer had gevonden om in de verzorging te gaan werken. Het werd voor mij weer onmogelijk gemaakt om in de verzorging te werken omdat ik een collega tegen kwam die net als ik een tijdelijk contract had en net als ik naar de functie had gesolliciteerd en blijkbaar op de hoogte was van wat er in mijn leven was gebeurd. Ik stond weer op straat en wederom was ik weer zeer gekwetst en wat nu? Zolang de veroordeling bestaat word ik niet geloofd. Hoe moet ik dan kunnen denken dat er meer is in het leven dan deze zaak alleen.

Was wel omgeschoold, maar op het arbeid bureau had men gezegd dat ik als elektromonteur nooit aan de slag zou komen. Ook al moeite voor niets al die jaren van omscholen. Ook via iemand van de gemeente die bemiddelen had ik geprobeerd om werk te vinden. Dat was iemand die tegen mij gezegd had dat ik een kleurrijk leven had. Nou ze mag het hebben. Toen ik zelf kwam met dat er een baan was binnen een instelling kreeg ik als antwoord. “nee, dat kan niet met jouw verleden” voor de zoveelste keer werd ik geconfronteerd met mijn verleden. Ik weet wel dat er meer in het leven is als deze zaak alleen maar het leven zelf dus blijkbaar niet. Het was niet eens een verzorgende baan.

Eindelijk had ik een baan. Zeker niet geweldig of wat ik echt graag wilde maar het was werk en ik kon weer voor me zelf zorgen. Had iemand ontmoet. Ik had weer een huisje boompje beestje leven, 16 jaar na die noodlottige dag. Ik stortte geestelijk helemaal in en waarom?

Ik dacht alles weer te hebben wat in 86 mij is afgenomen, behalve één ding. De beschuldiging en veroordeling, ze bestonden nog steeds. De meeste mensen zeiden dat ik het verleden maar moest vergeten tot aan advocaten aan toe. Behalve mijn tante. Zij is de gene die mijnheer Knoops benaderd heeft. Zij is degene die nog vertrouwen had in justitie en dat daar ook mensen werkte die de waarheid wilde zien. Zij is degene die de hoop had. Ik geloofde niets en niemand meer, geen hoop of vertrouwen in wie dan ook in dit land. Mijn woorden waren toen er is niemand die naar mij wil luisteren of geïnteresseerd zijn in de waarheid. Ze zullen mij weer wegmoffelen alsof ik niet besta. Ik sta hier nu omdat zij het geloof in haar mede mens niet had verloren zoals ik.

Ik geloof niet meer in een rechtvaardigheid van de mens en daarom is mijn leven ook één groot gevecht met mijn zelf geworden om mij mezelf te blijven en niet tegen alles te gaan schoppen. Mijn leven is een gevecht geworden om de moed te vinden om het gevecht aan te gaan. Mijn angst te overwinnen wat mensen met je kunnen doen. Na 24 jaar weet ik niet beter dan dat ik moet vechten. Niet enkel met justitie maar vooral om zelf staande te blijven. En niet te worden wat politie en justitie van mijn dacht. Ik heb moeten vechten om niet verbitterd te worden.

Zo is er een muziek stuk van Blof waarvan de tekst verwoordt wat ik voel. Beter dan dat ik kan verzinnen. Ik wil daar een stukje van deze tekst aan u voor lezen.

Terug. Je wilt terug naar de plek waar je nooit bent geweest. Terug naar de wereld. En daarmee verder terug.

Voor mij hebben de woorden de volgende betekenis.

Ik wil terug naar de dag dat ik bekende. Als ik niet zo zwak was geweest en bestand was geweest tegen de druk die werd uit geoefend. Dan had deze dag nooit bestaan

Ik wil terug naar de plek waar ik nooit geweest ben. Hoe zou het geweest zijn als ik wel om half 7 was gaan kijken of mevr. Kolstee haar boterham had op gegeten. Wat had ik dan aangetroffen? Had ik dan nog geleefd? Wie was ik tegen gekomen. In ieder geval deze dag had nooit bestaan.

Nawoord:

Op 6 oktober 2010 is Ina Post alsnog door het Hof Den Bosch vrijgesproken. Justitie heeft vervolgens excuses aan haar aangeboden.





Leave a Reply