Skip to content
 

Het magische oog ziet ook sporen

Door Waarheidsvinder

We schreven al vaker over het “magische oog” van politie en justitie waarmee deze instanties in staat denken te zijn de schuld of onschuld van iemand te bepalen zonder dat er bewijzen zijn. Vandaag blijkt dat het ‘magische oog’ van de politie nog meer kan, men kan er zelfs sporenonderzoek mee doen.

In de Glanerbrugse woning van Geert B., de moordenaar van Semiha Metin uit Deventer en erkend misbruiker van kinderen, vonden de nieuwe bewoners in de meterkast een meisjesonderbroek.

Kennelijk heeft de politie destijds geen onderzoek in zijn woning gedaan of men heeft dat onderzoek wel gedaan, maar men heeft niet goed gezocht.

Volgens de nieuwe bewoners zat er bloed op het broekje en mede om die reden heeft men de wijkagent ervan in kennis gesteld. De wijkagent heeft vervolgens het broekje opgehaald en de zaak met zijn chef besproken. Gezamenlijk kwam men tot de conclusie dat, omdat het onderzoek tegen Geert B. al gesloten was, het geen meerwaarde had om het broekje te laten onderzoeken. Achteraf vindt men dat kennelijk toch geen verstandige beslissing. Wij delen die mening.

De politiewoordvoerster voelt zich echter geroepen het imago van de politie te verdedigen en zij komt tot een andere conclusie. Zij verklaart dat er op het broekje geen sporen meer zichtbaar waren en daarom was besloten geen onderzoek meer te doen, mede omdat er al meerdere mensen het broekje in handen hadden gehad.

Er waren volgens de woordvoerster dus geen sporen zichtbaar, maar de vinders hebben het over bloedsporen op het broekje. Wie van de twee spreekt nu de waarheid?

Bovendien hoe had deze woordvoerster gedacht met het blote oog DNA-sporen te kunnen vinden op dat onderbroekje? Het NFI kan dat in ieder geval niet.

Daarnaast hadden er volgens de woordvoerster al te veel mensen met de handen aan gezeten. Dat er teveel mensen aan hebben gezeten is bovendien een gevolg van het onprofessionele optreden van de politie. Niet de wijkagent had dat broekje moeten ophalen, maar een technisch rechercheur. Hij had het broekje op de voorgeschreven wijze moeten verpakken en dan waren er geen sporen meer bij gekomen. Eventuele sporen van de vinders hadden uitgesloten kunnen worden indien bij hen dna was afgenomen.

Vermoedelijk is het gevonden broekje van een dochter van een Braziliaanse vrouw die met Geert B. heeft samengewoond. Deze vrouw is enkele jaren geleden van het één op het ander moment met haar dochtertje teruggegaan naar haar geboorteland. Volgens politiewoordvoerster Chantal Westerhoff heeft de politie contact gehad met deze vrouw, maar wilde zij Nederland vergeten en de zaak achter zich laten.

De politie benadrukt dat het onderbroekje nog niet zou bewijzen dat B. ontucht heeft gepleegd met het meisje. Nee, dat is zo, maar bloed van het meisje en sperma van Geert B. zou toch een redelijk vermoeden van schuld hebben kunnen opleveren en dat is volgens de wet voldoende om iemand tot verdachte te kunnen bestempelen.

De volgende keer dus het “magisch oog” thuislaten en weer gewoon ouderwets onderzoek doen. Dat getuigt van meer professionaliteit.



Leave a Reply