Skip to content
 

Missers in de zaak Milly Boele

Door Waarheidsvinder

Tijdens het onderzoek naar de moord op Milly Boele zijn grote missers gemaakt, vandaag staat er een artikel over in De Telegraaf.

Fluwelen handschoentjes voor Sander V.?

door Jolande van der Graaf en Sebastian Schramm

DORDRECHT – De afschuwwekkende moord op Milly Boele is het misdrijf van 2010 dat het meest zal bijblijven. Het 12-jarige meisje uit Dordrecht verdween in maart onder verdachte omstandigheden. Het hele land leefde mee met haar familie en aanschouwde bijna een week later een verbijsterende ontknoping. Milly bleek meegelokt, misbruikt en omgebracht door haar buurman Sander V., notabene zelf een politieman. De zaak kreeg gisteren voor de Dordtse rechtbank opnieuw een bizarre wending: V. kreeg een bedroevend lage gevangenisstraf. Een terugblik op de feiten, met de grote vraag: werd politieman V. met fluwelen handschoentjes aangepakt?

Al meteen na de alarmerende verdwijning van het tienermeisje maakt de politie kardinale missers. Er wordt een lijst ’vaste procedures’ afgewerkt en totaal niet gekeken naar de ronduit verdachte feiten die doortastend en vooral razendsnel optreden vereisen.

Milly, alleen thuis, heeft woensdagavond 10 maart om half zes voor het laatst telefonisch contact met haar moeder. Haar laatste woorden: ’Mam er staat een buurman met een kat op zijn arm voor de deur. Bel je me zo terug?” De brugklasser is al meegelokt door V. als Tineke Boele even later vergeefs probeert haar dochter te bereiken. Twee huizen verder trekt de politieman in de hal van zijn huis de batterij uit Milly’s gsm om vervolgens zijn slachtoffertje te knevelen, te misbruiken en uiteindelijk te wurgen met zijn riem. Haar lichaam begraaft hij in zijn tuin.

Al in het eerste telefoontje aan de politie vertellen de ouders wat er aan de hand is. Het vervolg is bekend. De politie slaat geen acht op de belangrijke informatie over de buurman, het feit dat een veiligheidsbeugel aan de binnenzijde van de voordeur in huize Boele is afgebroken en het gegeven dat Milly direct na het telefoontje verdwenen en onbereikbaar is. De agenten verzuimen om logisch te handelen: de wijk afgrendelen en vanaf huize Boele onmiddellijk iedere woning met speurhonden uitkammen. Zoiets staat niet in het protocol. Vandaar.

Uren later staat de politie bij buren op de stoep, maar alleen om hen als getuigen te horen. Even na middernacht belt de politie ook bij V. aan. Milly’s moordenaar weet zijn collega’s meteen gerust te stellen. Welnee, hij heeft niks gezien.

Terwijl de politie hardnekkig volhoudt niet van een misdrijf uit te gaan, meldt De Telegraaf daags na de vermissing dat het meisje gezien de feiten slachtoffer van een gewelddadige ontvoering moet zijn geworden en dat voor haar leven valt te vrezen. De berichtgeving wordt met hoongelach en spottende uitlatingen door een politiezegsman weggewuifd. “Weet De Telegraaf soms iets dat wij als politie niet weten?”

Onderwijl werpt de moordenaar zich in zijn buurt op als behulpzame oom agent. V. zoekt naarstig mee naar Milly, wordt gezien terwijl hij nonchalant met Dordtse agenten keuvelt. In het weekeinde van 13 en 14 maart ontwaakt de politie enigszins en moeten Milly’s buurmannen verklaren waar zij rond het tijdstip van de verdwijning waren. Ook V. wordt om uitleg gevraagd. Maar terwijl hij in de verste verte geen alibi heeft, laten de agenten hun collega gewoon weer met rust. De politie neemt zich voor na een paar dagen nog ’s bij hem aan te kloppen. Waarom in vredesnaam niet eerder?

Op dinsdag 16 maart, bijna een week na de vermissing, meldt deze krant na eigen onderzoek dat Milly’s kidnapper vanwege diverse redenen uit haar directe omgeving moet komen. Ook brengt De Telegraaf een achtergrondverhaal over Amerikaanse onderzoekscijfers waaruit blijkt dat kinderontvoerders vaak vlakbij hun slachtoffertjes wonen. Nog dezelfde dag geeft V. zich aan en bekent. Milly’s lichaam wordt in zijn tuin opgegraven.

Deskundigen vegen in deze krant de vloer aan met het politieonderzoek dat nog steeds door een commissie wordt bestudeerd. Naar verluidt verschijnt met de kerst een onderzoeksrapport met zogeheten ’verbeterpunten’. Waarom duurt dat zo lang? Wilde de commissie eerst de rechtszaak afwachten?

V. wordt in die tijd door de recherche aan de tand gevoeld. In eerste verklaringen praat hij honderduit. ’Ik was ziek in mijn kop’, zegt hij. ’Wilde weten hoe het voelde om iemand mee te lokken. Ik vroeg me af of ik seks kon hebben met iemand die ik had ontvoerd. Hoe het was als ik haar zou betasten.’

In latere verhoren doet V. er het zwijgen toe. Juist dan gaat het sporenonderzoek tellen. Maar dát is verre van volledig. Forensisch experts verklaren in deze krant dat het NFI fouten maakte en ook binnenin Milly’s lichaam monsters had moeten nemen. De kans is groot dat dan spermacellen waren aangetroffen. Dat was keihard bewijs voor verkrachting geweest en had een veel hogere gevangenisstraf opgeleverd.

In mei volgt voor Milly’s nabestaanden een volgende klap. Justitie klaagt V. slechts aan wegens doodslag. De commotie is ongekend. Waarom zet het OM niet als altijd met het zwaarst mogelijk feit in en wordt V. niet beticht van moord? Onthutst geven Milly’s ouders en hun advocaat Frank van Ardenne een interview in deze krant. Kort erop verzwaart het OM de aanklacht naar moord. Waarom toen wel?

Tijdens de eerste pro formazitting lijkt alweer alsof V. een voorkeursbehandeling krijgt. Hij gaat niet als andere lustmoordenaars voor onderzoek naar het PBC. Justitie zegt er zijn veiligheid niet te kunnen garanderen, dus reizen de psychologen wekenlang af naar zijn cel en ontsnapt hij aan een gedragsobservatie. Opmerkelijk genoeg wordt in die tijd opeens een tweede, veel ervarener officier van justitie aan het onderzoek toegevoegd. Wat was de reden daarvoor?

Doorgaans duurt het onderzoek bij soortgelijke misdrijven minimaal een jaar. Maar agent V. staat medio deze maand al terecht. Talloze vragen blijven tijdens de twee dagen durende inhoudelijke behandeling voor de rechtbank onbeantwoord. Was het onderzoek wel grondig genoeg?

De prangende vraag waarom uitgerekend een onschuldige twaalfjarig kind in zijn klauwen viel, beantwoordt V. niet. Op cruciale onderdelen beroept hij zich telkens op geheugenverlies. Hij rookte die dag dertig joints en is veel vergeten, beweert V. Maar voor hem ontlastende informatie lepelt hij wel telkens moeiteloos op. De meervoudige strafkamer doet die twee dagen nauwelijks moeite om de moordenaar het vuur aan de schenen te leggen.

Kritische vragen wimpelt V. voortdurend af met ‘dat kan ik me niet herinneren mevrouw’. Hij komt er steeds weer mee weg. Andere belangrijke vragen komen niet eens aan bod. Hoe wist V. dat Milly alleen thuis was? En waarom houdt de rechtbank de verklaringen van V.’s toenmalige vriendin Linda, óók een agent, niet eens voor? Wat onthulde V. aan haar, vlak voor zij hem ertoe bewoog zich aan te geven? Wat kan zij over hem vertellen? Over hun seksleven? Is V.’s voorkeur voor jonge meisjes, die zijn collega’s wél opviel, ook Linda gebleken?

Er is in deze gruwelijke kindermoord zelfs geen reconstructie verricht. V. heeft daardoor alle gelegenheid ongestoord zijn verhaal te doen.

Een gotspe is ook het door V. voorgespiegelde drugsgebruik; zó onrealistisch hoog dat anderen dit moesten merken. De woning had bij dertig joints letterlijk blauw moeten staan. Het had de rechters moeten opvallen dat buren die avond echter helemaal niets roken en de agenten die langskwamen, evenmin iets opsnoven toen V. de deur opende. Wat merkte Linda ervan toen zij die nacht na een late dienst thuiskwam? Rook zij iets? Was V. volgens Linda eigenlijk wel ’knetterstoned’ als hij zelf beweert?

Komt bij dat de meest doorgewinterde gebruikers het roken van zoveel zware joints als volstrekt onmogelijk bestempelen. Alleen bij tien stickies per dag is iemand al van de wereld en nergens meer toe in staat. Niets wordt er tijdens de zitting over opgemerkt. Laat staan dat de rechtbank V. kritisch bevraagd over de xtc-sporen op Milly’s trui. Die zijn daar niet zomaar opgewaaid. Rookte V. wel alleen cannabis of slikte hij die dag misschien ook nog xtc, drugs met een totaal andere uitwerking? Wat weet zijn vriendin over mogelijk xtc-gebruik?

Vraag is waarom de rechtbank, die er notabene rekening meehoudt dat het xtc-spoor van V. afkomstig is, dit met harenonderzoek niet verder uitgezocht wil zien. V. ontkent harddrugs te gebruiken, dit kan aantonen dat hij al die tijd loog. Leugenachtige verklaringen zijn debet aan bewijs. Maar kennelijk is het allemaal niet relevant in de strafzaak tegen politieman V. Waarom niet?

Al even vaag blijft op welk tijdstippen V. Milly doodde en haar lichaam begroef. Hij komt er, met deze rechtbank, moeiteloos mee weg. Wat gebeurde er om kwart over zeven toen de doorgaans rustige hond van de buren plotseling in wolvengehuil uitbarstte en over zijn hele lijf begon te rillen? Wat merkte Linda op toen zij ’s nachts thuiskwam? Wat zag zij, hoorde zij? Lag ze op bed toen V. Milly’s graf groef? Hoe laat ging zij naar bed?

De lijst is lang. Volstrekt onbegrijpelijk is ook dat de enorme hoeveelheid kinderporno in zijn computer de politieman niet eens ten laste is gelegd. Dat terwijl het volgens recherchedeskundigen een wezenlijk onderdeel van het misdrijf vormt en aanzienlijk strafverzwaring had kunnen betekenen.

Een seksuele moord als die op Milly gebeurt niet in een opwelling. Het is het gevolg van al lang bij de dader aanwezige fantasieën die versterkt worden door het bekijken van kinderporno. Tot de fantasie zelf niet meer voldoende is en de dader die gaat uitvoeren. Van welke aard zijn eigenlijk de filmpjes van V.? En wat is de relatie tot de moord op Milly? We horen er geen woord over, in de Dordtse rechtbank.


Leave a Reply