Skip to content
 

Drogredenen

Door Waarheidsvinder

Toen Marianne Vaatstra op 1 mei 1999 werd vermoord, had zij een tasje bij zich. Dat tasje is door het NFI nooit op sporen onderzocht en door de politie teruggegeven aan de ouders. Men zag geen enkel verband tussen het tasje en de moord.

Omdat het politie en justitie niet lukte de dader van de moord te pakken, besloot vader Bauke Vaatstra in juni 2006 het tasje alsnog op sporen te laten onderzoeken door Richard Eikelenboom van Independant Forensic Services in Hulshorst. Bij dat onderzoek bleek dat de tas hoogstwaarschijnlijk bij de moord was gebruikt, want op het tasje werd een partieel DNA-profiel van een onbekende man gevonden. Mogelijk is Marianne met de hengsels van dit tasje gewurgd. Toen justitie hoorde van het onderzoek besloot men alsnog de kosten van het onderzoek door het IFS te betalen. Men erkende op dat moment het IFS kennelijk wel als een serieuze partner.

Toen het IFS het gevonden partiële DNA profiel wilde vergelijken met het op het lichaam van Marianne gevonden DNA werd dat geweigerd. Uiteindelijk heeft IFS daarop begin 2007 het gevonden DNA-spoor overhandigd aan justitie. Vader Bauke Vaatstra kreeg vervolgens na enige tijd van justitie te horen dat het nieuw gevonden spoor door het NFI was uitgesloten als daderspoor. Het kwam dus niet overeen met de eerdere gevonden sporen.

Nu blijkt ineens dat het door IFS gevonden DNA spoor helemaal niet is vergeleken met het daderspoor dat op het lichaam van Marianne is gevonden. Justitie heeft dus tegen Bauke Vaatstra gelogen.

Woordvoerder Henk Mous van het openbaar ministerie in Leeuwarden geeft nu tegenover verslaggeefster Jolande van der Graaf van de Telegraaf onder meer de volgende redenen op voor deze handelswijze:

Het tasje was langere tijd door de familie bewaard en daardoor kan er sprake zijn geweest van overdracht van andere sporen, contaminatie noemt men dat. De bewijsketen was doorbroken en daarom kon het gevonden spoor niet worden gebruikt.

Dit argument lijkt valide, maar is het zeker niet. Denk aan bijvoorbeeld de Deventer moordzaak. De blouse van de in Deventer vermoorde weduwe Wittenberg heeft jaren zonder enig toezicht op een politiebureau gelegen, toch werd de blouse door het NFI op DNA-sporen onderzocht. De toen alsnog gevonden sporen zijn echter wel degelijk door het NFI en justitie gebruikt en Ernst Louwes is zelfs vanwege de op de blouse gevonden sporen veroordeeld. Kennelijk was de gang van zaken in die zaak geen probleem om de verdachte te veroordelen. De onderzoeker in die zaak was trouwens ook Richard Eikelenboom.

Het IFS was in 2006, ten tijde van het onderzoek aan het tasje van Marianne Vaatstra, volgens het OM nog niet officieel geaccrediteerd als forensisch onderzoeksinstituut waardoor een betrouwbaar vergelijkend onderzoek van de DNA-sporen niet mogelijk was.

Ook dit is een slecht excuus. In 2006 maakte justitie en de rechters al volop gebruik van de diensten van IFS. Dat is ook logisch want ex-NFI onderzoeker Richard Eikelenboom, ja inderdaad de man die ook het DNA-onderzoek deed in De Schiedammer parkmoord, De Deventer moordzaak en de Puttense moordzaak, is de eigenaar van IFS. Men kende dus zijn kwaliteiten.

Het lijkt er sterk op dat justitie liever een mogelijkheid om een zaak op te lossen laat lopen dan te erkennen dat men zelf in gebreke is geweest door het tasje van Marianne niet te laten onderzoeken omdat men er nooit rekening mee heeft gehouden dat dit tasje door de dader was gebruikt. Dat men daarom tegen de ouders van een vermoord meisje moet liegen vind men kennelijk ook geen probleem.

Bauke Vaatstra heeft inmiddels advocaat Job Knoester in de hand genomen om alsnog een vergelijking van de op het tasje gevonden sporen met de op het lichaam van Marianne gevonden sporen af te dwingen.

Noot:
Op 20-5-2012 was er een uitzending van Peter R. de Vries over deze zaak. Opmerkelijk is dat hij niet sprak over het handtasje en de daarop gevonden sporen. Niet van belang?

3 Comments

  1. admin says:

    Men heeft het alleen over de inhoud van het tasje gehad. Er is geen aandacht geschonken aan de DNA sporen van een onbekende man die op de hengsels van het tasje zijn gevonden en die doen vermoeden dat Marianne vermoedelijk met de riemen van het tasje is gewurgd en niet met haar BH.

  2. Koen de Klark says:

    Volgens mij is er in de uitzending uitvoerig op de gevonden aansteker uit het handtasje in gegaan en de daar op gevonden haar die dna matchte met het gevonden sperma, dus dat er geen aandacht voor het tasje is geweest, is niet helemaal waar.

  3. demo says:

    In de Deventer Moordzaak zit het probleem niet zozeer in de lange bewaartijd van de blouse, doch in de buitengewoon onzorgvuldige handelingen vlak na de vondst van het slachtoffer, waardoor er bewijsbaar nieuwe sporen op de blouse zijn verschenen (al gauw een stuk of 10).
    Het was niet de aanwezigheid van het DNA van Louwes an sich, dat hem belastte; hij was vlak voor het delict bij de weduwe in leven op zakelijk bezoek geweest en had over haar heen gebogen met haar gesproken. Dat blijkt ook uit de wijze van dispositie van zijn DNA-sporen.
    Het was een hypothetische voorstelling van zaken omtrent de plaatsen van zijn DNA op de blouse, die hem belastte.
    Een voorstelling, die er nergens rekening mee hield, dat er sporen waren gekopieerd.
    Bloedsporen op de blouse waren zichtbaar gekopieerd bleek bij later door het NFI uitgevoerd onderzoek-, de historie van de DNA-sporen kon natuurlijk niet zichtbaar worden gemaakt.
    Voorts werden verschillende sporen qua herkomst en positie op verschillende manieren gerapporteerd. En dat lag weer wel aan het NFI.

Leave a Reply