Skip to content
 

Nieuw raadsel rond moordzaak Ina Post

Bron: De Telegraaf

Door Ron Couwenhoven

AMSTERDAM, zaterdag

Deed het rechercheteam van de politie Leidschendam na de wurgmoord op de 89-jarige Anna Maria Kolstee-Sluijter op 22 augustus 1986 onderzoek op basis van een verkeerd tijdstip, waarop de moord zou zijn gepleegd?
Advocaat-generaal W. Vellinga van de Hoge Raad vindt 23 jaar na het geruchtmakende misdrijf, waarvoor bejaardenverzorgster Ina Post tot zes jaar werd veroordeeld, van wel. Op basis van nieuwe feiten is Vellinga ervan overtuigd dat Ina Post zou zijn vrijgesproken, indien het gerechtshof er indertijd van op de hoogte was geweest. Daarom adviseert hij een herziening van haar proces. De Hoge Raad zal op 30 juni bekendmaken of dat ook inderdaad zal gebeuren.
Vellinga bevestigde de conclusie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS), dat de hoogbejaarde vrouw enkele uren eerder is overleden dan Ina Post in een later weer ingetrokken bekentenis verklaarde. Ina Post hield altijd vol dat haar verklaringen onder zware pressie van de politie waren afgelegd.
Het moordtijdstip werd indertijd vastgesteld rond 18.30 uur. Volgens het CEAS-rapport, waaraan rechercheurs uit Drenthe en Twente meewerkten, is dat onmogelijk. Zij stelden vast dat er om 23.00 uur ’s avonds een temperatuurmeting werd gedaan op het lichaam en rapporteerden: ’Er werd toen een lichaamstemperatuur vastgesteld van 30 graden Celsius bij een gemeten omgevingstemperatuur van 25 graden Celsius. Bij toepassing van het zogeheten Hensgge’s momogram zou het tijdstip van overlijden in dit specifieke geval tussen 11.00 uur en 13.00 uur komen te liggen.’

Sluitend alibi
Dat is uren eerder dan de recherche vaststelde en tijdstippen, waarvoor Ina Post een sluitend alibi heeft. Op 3 oktober vorig jaar vocht de voormalige recherchechef Nico van der Geest, die het onderzoek indertijd leidde, de CEAS-theorie aan in een zeer ongebruikelijke brief aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad prof. mr. J.W. Fokkens. Hoewel hij al twee jaar niet meer in functie was, verhoorde de ex-rechercheur met toestemming van de korpsdirectie Politie Haaglanden nogmaals de huisarts, die indertijd de dood van mevrouw Kolstee vaststelde.

Dit leidde tot een fel protest van mr. Geert Jan Knoops, de advocaat van Ina Post, die onmiddellijk eiste dat het rapport van Van der Geest buiten het proces zou worden gehouden en dat zou worden nagegaan ’of de heer Van der Geest geen oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van zijn voormalige functie en opsporingsbevoegdheden.’
De huisarts vertelde Van der Geest op 9 april 2008: „Ik heb het hoofd van de overledene opgetild. Toen ik dat deed, bemerkte ik dat het lichaam nog warm was. Het hoofd van de overledene kon vrijelijk bewogen worden. Bij de beperkte handelingen is door mij geen enige vorm van lijkstijfheid vastgesteld. Het behoeft geen nader betoog dat ik, in mijn functie als arts, bekend ben met dit fenomeen.”

Deze verklaring week overigens niet af van de conclusies, die de arts al in 1986 aan de politie meedeelde en die aan de CEAS-commissie bekend waren. Volgens Van der Geest is op basis van die bevindingen de conclusie van de CEAS-commissie onmogelijk. Politiemensen wordt namelijk geleerd dat lijkstijfheid start 1 à 2 uren na de dood, afhankelijk van de lichaamstemperatuur en ’na 6 à 12 uur is de lijkstijfheid sterk aanwezig’. Pas na 48 uur begint dit af te nemen Het is duidelijk dat Van der Geest zijn onderzoek van 1986 met hand en tand verdedigt. In zijn brief aan de Hoge Raad zegt hij echter niets over de opmerkelijke getuigenverklaring, die vorig jaar vanuit Spanje opdook. Deze vrouw bevestigde dat Ina Post bij haar moeder was op het tijdstip van de moord dat door de recherche was vastgesteld. Zij had daar ook een verklaring over afgelegd tegenover de rechercheurs, maar deze verklaring ontbreekt op raadselachtige wijze in het dossier.

Wandelstok
Ook werd vastgesteld dat een handpalmafdruk op de telefoon, waarvan werd vastgesteld dat de hoorn rond 18.30 uur naast het toestel werd gelegd, en vingerafdrukken op deurkrukken niet van Ina Post afkomstig waren en dat in haar ’bekentenis’ allerlei ’daderinformatie’ zat die niet strookte met de werkelijkheid. Zo ’bekende’ zij de vrouw te hebben neergeslagen met haar wandelstok, maar er werd geen hoofdwond aangetroffen.
Als de Hoge Raad het advies van advocaat-generaal Vellinga opvolgt, moet er een nieuw proces volgen. Mr. Knoops liet al weten: „Het advies van mr. Vellinga is een zeer belangrijke stap vooruit in dit drama.”

Leave a Reply