Skip to content
 

Politie had geen flauw idee

Door Waarheidsvinder

Onder bovenstaande kop is vandaag een groot artikel in De Telegraaf verschenen over de fouten van de politie in het onderzoek naar de vermissing van de 10 jarige Jennefer van Oostende. Een van uw redacteuren heeft de zaak vanaf het begin voor De Telegraaf gevolgd en onmiddellijk viel ook hem de overeenkomst op tussen deze zaak en de zaak van de vermiste Milly Boele. Sinds de moord op Milly Boele is er, ondanks diverse onderzoeken en rapporten, kennelijk niet veel veranderd in de eerste aanpak door de politie van dit soort zorgwekkende vermissingen.

Bron : De Telegraaf

Advocaat Annemiek van Spanje vraagt de Nationale ombudsman onderzoek te doen naar de fouten door de Rotterdamse politie. „Een onafhankelijk onderzoek zoals bij Milly Boele is niet nodig, omdat duidelijk is wat hier misging. Er ligt al een normenkader waar de politie kennelijk niet van op de hoogte is. Minister Opstelten van Justitie dient actie te ondernemen, zodat de politie weet wat de juiste werkwijze is als een kind wordt vermist.” We hebben de afgelopen tijd genoeg proefballonnen van de minister gezien. Beter kan energie worden gestoken in het goed uitvoeren van de politietaken, ook bij verontrustende kindervermissingen.”

Politie had geen flauw idee’
EXPERTS: BLUNDER NA BLUNDER IN ONDERZOEK NAAR VERMOORDE JENNEFER (10)
door JOLANDE VAN DER GRAAF

Een schokgolf ging vorig jaar oktober door het land, na de weerzinwekkende moord op het Rotterdamse meisje Jennefer van Oostende (10). Het kind bleek omgebracht door haar exzwager Anthony K. De dader werd meteen opgepakt. Een ’ronde zaak’, zo lijkt. Maar uit onderzoek door De Telegraaf bleek al direct dat er verbijsterende politieblunders zijn gemaakt.
Het meisje speelde die middag met de kinderen van K. en zou bij haar vader gaan eten toen zij plotsklaps vermist raakte. Later bleek dat Jennefer K.’s huis nooit verliet en gruwelijk door hem, in het bijzijn van zijn kinderen, werd mishandeld en vermoord. Ten tijde van de vermissing beging de politie grote fouten, zo berichtte deze krant twee weken later, op grond van analyses en gesprekken met de moeder. Ook advocaat Annemiek van Spanje, die de nabestaanden bijstaat, verzamelde door inzage in het onderzoeksdossier en een gesprek met de politie gegevens over het optreden.

Sanctierecht
De details zijn de afgelopen weken op verzoek van Van Spanje bestudeerd door professor Henny Sackers, hoogleraar bestuurlijk sanctierecht, die eerder de politieaanpak van de vermissing van het eveneens vermoorde meisje Milly Boele (12) onderzocht. Ook oud-rechercheur Dick Gosewehr van het Telegraaf Cold Case Team nam de kwestie onder de loep. De conclusie: er deugt niets van het politieoptreden. De politie blijkt bovendien aanbevelingen uit het Milly Boele-onderzoek aan haar laars te hebben gelapt.

„Toen de moeder van Jennefer bij bureau Zuidplein aangifte deed, had de politie meteen op scherp moeten staan en haar nooit zo mogen wegsturen”, zegt Gosewehr. „Volgens de richtlijnen valt elke vermissing van een kind jonger dan twaalf jaar in de zogeheten categorie 1. De politie moet dan direct uitgebreid actie ondernemen. Jennefer was tien jaar oud.”
In richtlijnen van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) is vastgelegd dat het inschatten van de ernst van een vermissingsmelding cruciaal is en dat snel politieoptreden het verschil tussen leven en dood maakt.
Gosewehr: „De richtlijnen schrijven tevens voor dat goed moet worden geluisterd naar de aangever en dat informatie rap moet worden geanalyseerd. Een baliemedewerkster is daar niet voor opgeleid. Een melding kan binnenkomen als ontvoering, weglopen, een ongeval of een compleet verzonnen verhaal. De politie mag niets aannemen, ervaren politiemensen moeten alles controleren. In dit geval had de baliemedewerkster de chef van dienst moeten alarmeren, die vervolgens de recherche kon inschakelen.”

Ook Sackers constateert dat de politie fout zat. „De onafhankelijke evaluatiecommissie in de Milly Boele-zaak heeft een normenkader ontwikkeld, dat de politie voor toekomstige vermissingen houvast geeft. Duidelijk is dat bureau Zuidplein dit stappenplan niet op het scherm had toen Jennefers moeder aangifte kwam doen.”
Stap één is om snel veel informatie te verkrijgen en vast te leggen. Sackers: „De politie dient de informatie intern breed te delen: aan de recherche, de noodhulp, maar bijvoorbeeld ook aan het KLPD, waar specialisten kunnen adviseren en een Amber Alert kunnen uitsturen. Aangezien Jennefers moeder nog dezelfde avond is weggestuurd met een in te vullen formuliertje, lijkt dit niet te zijn gebeurd.”

De baliemedewerkster opperde dat Jennefer ’vast met vriendinnetjes speelde’ en nam het haar moeder zelfs kwalijk dat zij niet wist waar het kind was.
Indien een politieagent met kennis en ervaring was ingeschakeld, was meteen opgevallen dat de gsm van het meisje uitstond en dat dit niet met haar gedrag strookte. Jennefer was normaliter altijd en overal met telefoontjes of pingberichtjes bereikbaar.
Gosewehr: „Het uitzetten van een telefoon duidt op een handeling door een volwassene die weet dat gsm’s door de politie zijn op te sporen. Doorvragen had eveneens opgeleverd dat alleen K. beweerde dat Jennefer boos bij hem wegging. De baliemedewerkster liet moeder echter naar K. bellen om te horen welke kleding Jennefer droeg en stelde niet eens zelf vragen. Vanaf dat moment wist hij dat de politie was geïnformeerd. K. had het lichaam kunnen laten verdwijnen, waardoor het meisje wellicht nooit was gevonden.”

Ook stap twee uit het normenkader van de Boele-commissie, een verontrustende vermissing zo snel mogelijk voorleggen aan een leidinggevend persoon als een chef van dienst, werd niet gezet. In een proces-verbaal van bevindingen dat de baliemedewerkster pas drie dagen later schreef, stelt zij dat de chef van dienst niet in het bureau was. Gosewehr: „Onbestaanbaar. Iedereen heeft tegenwoordig een gsm, bovendien zijn er regels wanneer chefs moeten worden opgetrommeld.”
Bizar genoeg nam de baliemedewerkster eigenhandig de beslissing om de zaak door te sluizen naar de afdeling jeugdrecherche. Veel stelde dat niet voor. Alleen een jeugdrechercheur belde die avond kort met Jennefers familie. Niemand analyseerde de zaak en niemand nam poolshoogte bij Anthony K.

Normenkader
Ook Sackers zegt „keihard vast te stellen” dat de politie stap drie uit het normenkader aan haar laars lapte. „Direct onderzoek instellen op de plek waar het vermiste kind het laatst is gezien. Mevrouw Van Oostende verstrekte nota bene een adres, dat van Anthony K. Daar hadden agenten meteen heen moeten gaan en K. moeten ondervragen. Ze hadden dan contact kunnen leggen met de chef van dienst voor eventuele vervolgstappen.”
Want het onmiddellijk doorzoeken van K.’s woning behoorde volgens Sackers tot de mogelijkheden. „Er zijn juridische handvatten als artikel 2 van de politiewet – het vermoeden dat iemand in nood verkeert – om meteen een doorzoeking te houden.”
Waar de politie Dordrecht na Milly Boeles vermissing noodhulp inzette – tientallen agenten kamden de buurt uit – bleef dat in Rotterdam die zaterdagavond en -nacht achterwege. Sackers: „Toen beperkte men zich tot een lokaal smsalert en een bericht aan surveillancewagens.”
Ook zondagmorgen, toen Jennefers moeder terugkeerde naar de politie, werd de noodzaak van optreden niet ingezien. Later in de ochtend legde de politie het eerste contact met het KLPD, dat constateerde dat een Amber Alert vanwege het grote tijdsverloop geen nut meer had. Gosewehr: „Dat het KLPD zondagavond door de Rotterdamse korpsleiding is gedwongen alsnog een Amber Alert uit te sturen, zegt iets over de verhoudingen binnen de Nederlandse politie.”

Opvallend is dat zondag eerst Jennefers vader, toen haar moeder en vervolgens haar zus bikkelhard aan de tand werd gevoeld. In gesprekken met advocaat Van Spanje verdedigde de politie zich met het argument, dat alle scenario’s werden opengehouden en dat de vermissingszaak erg complex was.
Gosewehr: „Het geeft aan dat de politie ook toen nog geen flauw idee had wat er speelde. Alle scenario’s openhouden is een middel om tot goed onderzoek te komen, maar het is geen doel op zich. De politie maakte de zaak zelf zo complex. Een gedegen analyse had het aannemelijke scenario opgeleverd dat K. achter de verdwijning kon zitten. De politie had dat als eerste moeten uitsluiten.”
Pas in de nacht van zondag op maandag vielen agenten K.’s huis binnen en werd het lichaam van Jennefer in zijn bedbank gevonden. Had sneller optreden haar het leven kunnen redden? Gosewehr en Sackers: „Het is een vraag die niet te beantwoorden valt. Volgens de politie bracht K. haar zaterdagavond om 19.00 uur om het leven. Men baseert zich daarbij op zijn verklaringen. Vraag is hoe betrouwbaar die zijn.”

De reacties van de politiek op deze zaak. Nu maar hopen dat het niet alleen bij woorden blijft.

Bron : De Telegraaf

Kamer maant minister actie te ondernemen
Politie laks bij vermissingen
door Jolande van der Graaf en Dennis Naaktgeboren

ROTTERDAM, zaterdag
De politie moet veel scherper zijn bij verdwijningszaken. Meldingen dienen meteen uiterst serieus genomen te worden en bij verontrustende vermissingen snelle opvolging te krijgen. Dat vindt de Tweede Kamer, die wil dat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) in actie komt.
Een Kamermeerderheid van VVD, CDA, PVV en PvdA reageert geschokt op bevindingen van deze krant over het optreden van de politie ten tijde van de vermissing van het Rotterdamse meisje Jennefer van Oostende (10), dat later dood werd teruggevonden.
Hoogleraar bestuurlijk sanctierecht Henny Sackers, die eerder de politieblunders in de zaak van de omgebrachte Milly Boele (12) onderzocht, concludeert vandaag in deze krant dat de politie anderhalf jaar later weer grote fouten maakte, toen de 10-jarige Jennefer in Rotterdam onder verdachte omstandigheden verdween. In beide zaken onthulde De Telegraaf op grond van eigen onderzoek al direct dat de politie miskleunde.

Schaamlap
„De aanbevelingen door de Boele-commissie voor een betere aanpak van verontrustende vermissingen zijn niet door de Rotterdamse politie opgevolgd”, constateert Sackers. Zo verzuimde de baliemedewerkster de chef van dienst te alarmeren. „Het is zeer de vraag of andere korpsen het normenkader wel implementeerden. Ons onderzoek was kennelijk een schaamlap om de media te sussen. De politie moet hiermee niet in de toekomst, maar al vandaag aan de slag gaan.”

Regeringspartij VVD noemt de bevindingen ’schrijnend en buitengewoon pijnlijk’. „Lessen uit het verleden lijken niet te zijn meegenomen”, aldus VVD-Kamerlid Hennis. „Van de minister verwacht ik dat hij alles op alles zet om dit bij alle politiemensen tussen de oren te laten landen.” Zij wil dat iedere vermissing verplicht bij een centraal punt gemeld wordt, zodat een gespecialiseerd team meteen in actie komt. Ook coalitiepartner CDA is geschokt en wil weten hoe dit bij andere bureaus zit. „Het is ontzettend zorgelijk dat dit niet tussen de oren zit”, aldus Kamerlid Çörüz. De PvdA vindt dat bij een vermissing meteen vakrechercheurs gemobiliseerd moeten worden. „Je ziet te vaak dat mensen bij de balie afgepoeierd worden”, stelt PvdA-Kamerlid Marcouch. „De kwaliteit van de mensen daar is niet op het niveau dat je zou mogen verwachten.” De PVV benadrukt eveneens dat het van ’cruciaal belang is’ dat de intake goed gaat. „Er is een grove fout gemaakt door niet adequaat te reageren”, aldus PVV-Kamerlid Bontes.
„Dit gaat om mensenlevens en hier moet altijd een chef van dienst of van de recherche bij komen.” Hij vindt ook dat politiemensen vaak te lang wachten voor ze een woning binnentreden en in actie komen.

Leave a Reply