Skip to content
 

Weer een gerechtelijke dwaling

Door Waarheidsvinder

En weer lijkt het raak te zijn, of beter: het is weer helemaal mis. Weer een dwaling van de bovenste plank. Na Putten, Schiedam, Lucia de Berk en Ina Post opnieuw een gerechtelijke dwaling dankzij valse bekentenissen.

Vandaag heeft advocaat-generaal Aben een vordering tot herziening ingediend bij de Hoge Raad. Zes mensen zijn hoogstwaarschijnlijk onschuldig veroordeel voor de moord op de moeder van de eigenaar van chinees-restaurant Peacock in Breda. Het lichaam van de vrouw werd op 4 juli 1993 in het restaurant aangetroffen nabij enkele opengebroken en leeggehaalde gokkasten.

Nadat de zaak aanvankelijk onopgelost leek te blijven, kwam er plotseling informatie binnen bij de Criminele Inlichtingen Dienst waarin 6 personen, 3 mannen en 3 vrouwen, als dader werden genoemd. CID informatie, zo weet iedere politieman, kan nooit als bewijs dienen, het is niet meer dan een anonieme tip die mogelijk wat richting kan geven aan het opsporingsonderzoek. Maar zoals zo vaak werd ook nu de informatie als bewijs beschouwd en de genoemde personen werden aangehouden.

Technisch bewijs tegen de verdachten was er echter niet. Er werden wel enkele bloedvlekken aangetroffen, maar die bleken niet van de verdachten te zijn. Dus moesten er bekentenissen van de verdachten komen en die kwamen er ook. De drie dames konden niet tegen de druk van de politieverhoren en bekenden hetgeen de politie graag wilde horen. Dat de bekentenissen elkaar tegenspraken en niet met de feiten bleek te kloppen vond men kennelijk geen probleem, bekennen is immers hangen.
De drie mannen bleven ontkennen maar daar werd niet naar geluisterd, want wie ontkent is een leugenaar en wie bekent spreekt de waarheid. We zijn dat al vaker in zaken tegengekomen.
Daarnaast werd de verklaring van twee getuigen, die zeer ontlastend was voor de verdachten, uit het dossier gehouden en daarmee was de zaak rond.

De drie vrouwen werden door de rechtbank Breda in 1994, dan wel door het hof Den Bosch in 1995 veroordeeld voor medeplichtigheid aan de doodstraf. Twee kregen een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk, de derde een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Het hof Den Bosch veroordeelde in 1995 de drie mannen in hoger beroep voor het medeplegen van doodslag tot een gevangenisstraf van 10 jaar.

De veroordelingen zijn vrijwel uitsluitend gebaseerd op de bekennende verklaringen die de drie vrouwelijke veroordeelden tegenover de politie hebben afgelegd. Twee van hen hebben ook tegenover de rechtbank en het hof hun bijdrage aan het misdrijf erkend, een heeft haar bekennende verklaringen voor de zitting ingetrokken.

Van twee bloedsporen die destijds op de plaats van het misdrijf, werden aangetroffen, is nu komen vast te staan dat zij beide afkomstig zijn van dezelfde man, van wie weinig meer bekend is dan dat hij niet één van de veroordeelden is, en niet een familielid van het slachtoffer of een personeelslid van wie het DNA-profiel kon worden bepaald.

De Hoge Raad moet nu beslissen of de zaak moet worden overgedaan. De voorlopige datum voor de uitspraak daarover is 18 december.

Update 18 december
De Hoge Raad heeft vandaag uitspraak gedaan. Het arrest van het Hof Den Bosch is vernietigd en de zaak is nu verwezen naar het Gerechtshof in Den Haag voor een nieuwe behandeling.

11 Comments

  1. Insider says:

    Naar een ‘kleine’ (bestuursrechter of Centrale Raad van Beroep)rechter hoef je niet eens toe te gaan. Door mijn ervaringen is meerdere malen duidelijk geworden dat ze zich totaal niet in de zaak inlezen dus zg. ‘feitencontrole’ kun je vergeten. Daarbij kwam zelfs voor dat een van de rechters halverwege de zaak ‘wegdommelde’. Een bestuursrechter en met name de CRvB kunnen gewoon afgeschaft worden… nutteloze instituten die absoluut niets met rechtspreken of waarheidsvinding te maken hebben.

  2. Cor K. says:

    Dat de Nederlandse rechter ook soms of vaker onschuldigen veroordeelt wordt hem gemakkelijk gemaakt. Want de Hoge Raad keurt het al goed dat een gedaagde kan worden veroordeeld op zegge en schrijven één verklaring van de aangever (‘getuige’) in een hoger beroepszaak. Zelfs als van wat als crux in die verklaring wordt beweerd geen enkele getuige is en die crux niet daadwerkelijk onomstotelijk bewijsbaar is en de gedaagde uit eigen ervaring weet, dat die beweerde crux in die verklaring absoluut niet waar is en die crux dus ontkent. Zelfs dat alle afgelegde verklaringen van die aangever-persoon elkaar ernstig tegenspreken, heeft de rechters niet tot nadenken gebracht. De rechters hebben niet de logische conclusie getrokken, dat als een aangever oftewel getuige zichzelf ernstig tegenspreekt, dat het dan gewoonweg niet anders kan zijn dan dat hij liegt dat hij barst. Want iemand die de waarheid spreekt zal ieder keer nagenoeg hetzelfde verhaal vertellen en niet ieder keer met een ernstig afwijkende variant aankomen. Ik spreek uit ervaring, want ik ben zelf slachtoffer van zo’n, eufemistisch gezegd, ‘gerechtelijke dwaling’.

  3. Cor K. says:

    Dat er, eufemistisch genoemd, rechterlijke dwalingen zijn komt bijvoorbeeld, doordat de Nederlandse rechter niet zelden bevooroordeeld en partijdig is en hem de waarheid in veel rechtszaken een biet zal zijn. Ik heb meegemaakt dat een kantonrechter glashard tegen mij zat te liegen en bedriegen op een comparitie-zitting. Hij kwam vervolgens met een vals vonnis uit, waarvan ik heel gemakkelijk de leugens en bedrog kon aantonen met de audio-opnamen die ik had gemaakt tijdens de comparitie, waar ik alleen, persoonlijk, mijn belangen had verdedigd (zonder advocaat). Met de audio-opname, vervolgens op papier uitgewerkt, ben ik in hoger beroep gegaan, met verplichte advocaat. Ik heb dat beroep met vlag en wimpel gewonnen. Het gerechtshof wist gewoonweg niet hoe graag het mij in het gelijk kon stellen, uit vrees dat het (door audio-opname) aantoonbare liegen en bedriegen van de Nederlandse (kanton-) rechter in de openbaarheid en publiciteit zou komen.

  4. juzo says:

    Natuurlijk, de grootste zaken krijgen de meeste aandacht, zijn het belangrijkste en dienen altijd en overal alle voorrang te krijgen. Er bestaan in feite niets anders dan de grote zaken en al het andere is klein en onooglijk kinderspul. Dat weet ik wel. Al het kleine telt ook helemaal niet mee en is volmaakt onbelangrijk. Oké. Akkoord en geheel en al tot je dienst. Geen enkel probleem. Mij zal je niet horen klagen. De grote rechtbanken, de grote zaken, de grote advocaten, het hof, de Hoge Raad, al datgene wat groot en machtig en allesoverheersend boven en over ons is gesteld, heeft altijd alle voorrang daar hebben wij ons allemaal maar in alle ootmoed en nederigheid aan te onderwerpen zo is het nu eenmaal. Geen probleem. Werkelijk helemaal geen enkel probleem en het is heel erg goed, bovenmatig goed, zo.

    De grootste sterktste eik, die er al tweehonderd jaar staat aan de kant van de rijksweg en dat is de Staat der Nederlanden wordt echter omgelegd door het kleinste torretje.

    Mijn taak was het, en is het daarom nog steeds, te kijken en te signaleren, te berichten ook, waar het fout gaat in het kleinste, het allerminimaalste onderdeel, in datgene wat door iedereen over het hoofd wordt gezien. Niet belangrijk, zeggenze dan. De schijnbaar nietige zaken de militaire dienst betreffende, zeiden ze in de militaire dienst.

    En zo ging ik kijken in de veertig jaren politie- en justitieverslaggeverij waar het allemaal fout ging en gaat, in de kleinste details, spelonken en krochtjes, van de nationale rechtspleging en -toebedeling.

    Niet in de grote zaken maar in de kleine.

    De wederwaardigheden waren schokkend.
    Waar je ook maar keek, waarop je ook maar lette, welke onderzoeken je ook maar deed in eigen beheer en volgens de Regelen der Kunst, met hoeveel medewerking van hoogeplaatsten je dat ook maar deed, overal ging en gaat het fout. Het gaat nergens, en nooit, goed met de straftoemeting en de rechtspleging in Nederland.

    Nergens.

    En nooit.

    In de grote zaken niet, en in de kleine zaken niet.

    Ik heb van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat in de gerechten gezeten en was zelf ook rechter, in de arbitragerechtspraak. Driehonderdzestig dagen van een jaar en buiten m’n gewone werk. Je bent 24 uur van de dag bij mij in dienst zei m’n grote baas. Die De Telegraaf heet. Roken deed en doe ik niet en alcohol gebruiken ook nooit. Dat brengt het beroep van constante paraatheid en onderzoek nu eenmaal mee.

    Ik herinner me nog de verkeerschout H. Een verkeersschout is eigenlijk een klein soort Officier van Justitie. Intern in de organisatie telt hij eigenlijk niet eens mee. Ze kijken een beetje op hem neer van alle kanten. Het zijn vaak horizontale instromers. Een wiskundeleraar bijvoorbeeld, of een ijsjes- en tabaksverkoper. Taxichauffeur. Herenkapper.

    Terecht stond een snelle autoverkoper, die in een eenrichtingverkeersstraat keihard en onverhoeds, onbesuisd, onverantwoordelijk en onmaaktschappelijk achteruit had gereden. Daarbij reed hij een klein meisje dat op straat om de hoek aan was komen rijden dood.

    Ik heb het niet gezien, zei de man.
    Veroordeling conform de eis van de verkeersschout 250 euro boete geheel voorwaardelijk.

    De verkeersschout na afloop desgevraagd: “daar ga ik geen woorden verder aan vuil maken”.

    ‘\°_°/’

    Dát is de rechtspleging en straftoemeting waar we om zitten te springen, in Nederland.
    De man is weer wiskundeleraar geworden want straftoemeting vond hij toch niet zo fijn.

    Laat de grote zaken waarvan ik er zovele heb gevolgd dan maar helemaal aan mij en iedereen voorbijgaan.

  5. juzo says:

    Bij de waarheidsvinding moet je altijd mede uitgaan van wat je meerdere graag heeft dat je vindt en ziet, doet. Hij is immers weer afhankelijk van zijn meerdere of de politieke partij, die hem en zijn meerdere bestuurt, instructies geeft, ombuigingen oplegt, geldelijke waarderingen en promotiekansen voor hem toevoegt en doorberekent.

    Er IS dus geen waarheidsvinding.
    Zij bestaat niet.

    Zij bestaat alleen, voor jezelf, als je zo vlug mogelijk, als er nog niemand bij is, gaat kijken. Dan let je uiterst snel uiterst goed op, fotografeert en noeert afgebroken dingen die later nooit ergens worden gezien genoemd of vermeld, je stelt snel heel veel scherpe korte vragen en je probeert alles zo snel mogelijk zoveel mogelijk hoe dan ook te registreren en vast te leggen.

    Als je dat niet doet, ben je te laat en komt de waarheid nooit tot stand.

    Ik ken dus ook wel officieren van Justitie die nog veel harder reden dan ik maar toch kwam ik in veel gevallen als eerste aan.

    Voor mijn manier van werken hadden ze niet zoveel waardering en ik voor de hunne nog veel minder.

    Alhoewel erg heel erg goede bij waren maar die waren van de zeer oude goede stempel en ze leven al lang niet meer.

    Alles wat daarna komt maakt er ‘n potje van.

    ‘\°_°/’

    Nederland is geen prettig land.

  6. ervaringsdeskundige says:

    Ik had juist te maken met een (oog)getuige, die beweerde op een bepaald tijdstip iets gezien te hebben, terwijl die persoon zich aantoonbaar en op dat tijdstip bevond op een afstand van tenminste 100km. Dat kan gebeuren als je pas een klein halfjaar later, aangifte doet van ‘strafbaar’ feit wat eerder zou hebben plaatsgevonden.
    Checken of een aangifte of getuigenis klopt deed men niet bij het onderzoek. Ik vind dat een bijzondere kwalijke zaak.

  7. Insider says:

    Een simpel voorbeeld wat regelmatig voor komt. Een getuige zegt op ‘de plaats delict’ te zijn geweest maar niets te hebben gezien. Veel rechercheurs zeggen dan; ‘aan deze getuige hebben we niets, daar nemen we geen verklaring van op want hij heeft niets gezien’. Hartstikke fout want deze getuige heeft weliswaar niets gezien maar is wel degelijk een getuige die op de P.D. was ten tijde van het eventuele gebeuren wiens verklaring in het dossier moet met daarin dat hij niets gezien heeft. Aan de hand van zijn verklaring zou dus kunnen blijken dat er inderdaad niets ( of iets anders) gebeurd is. Het is niet aan de politie of het Openbaar Ministerie om deze verklaring niet op te nemen of niet in het dossier te stoppen. Gewoon opnemen zo’n verklaring, in het dossier en de Rechter uit laten maken welke waarde hij daar aan hecht.

  8. ervaringsdeskundige says:

    Volgens mij doet er niemand meer aan waarheidsvinding en wordt een verdachte meteen als de dader gezien. Bovendien wordt de dader (verdachte) overspoeld met informatie, waardoor je snel geneigd bent hierin mee te gaan. Een valse bekentenis wordt afgedwongen door te zeggen: “als je gaat praten en alles gaat toegeven, dan later wij je vrij”. Als je vervolgens zegt, dat je eerst met een advocaat wil praten, dan laten ze je eerst 6 uur in een verhoorkamertje zitten en vervolgens sluiten ze je drie dagen op. Als je dan wel gaat praten, dan word je overspoeld met informatie. Valse verklaringen en tegenstrijdige verklaringen van zogenaamde getuigen maken daarbij kennelijk niets uit. Ook niet bij de Rechtbank, want dan is er wel weer een getuige-deskundige, die alle tegenstrijdige verklaringen gladstrijkt.
    Niemand van Justitie heeft ooit de moeite genomen om ontlastend materiaal (bewijs) te verzamelen en dat was terdege aanwezig. Het lijkt uiteindelijk maar te gaan om een eenvoudige taakstraf, maar het heeft een vernietigende uitwerking op mij gehad. Problemen met de gezondheid, zes maanden in een daklozenopvang, functie wegbezuinigd en geen verklaring omtrent het gedrag kunnen krijgen, enzovoort. En, na drie jaar is nog steeds het einde niet in het zicht!

  9. Insider says:

    Ook een groot aantal verhoren kan hierbij debet aan zijn. Ik heb begrepen dat ‘de twee van Putten’ destijds ruim 100 keer verhoord zijn. Hoe kan je een ‘verdachte’ nu zoveel maal verhoren ? De kans is heel groot dat je dan bij een verkeerde verdachte zit en het lijkt me sterk dat je een verdachte die zich beroept op zijn zwijgrecht ruim honderd keer verhoord. Een verdachte die in eerste instantie ontkent en meer als honderd keer verhoord wordt krijgt op en gegeven moment in al die verhoren zoveel informatie dat hij/zij op het laatst misschien om eindelijk eens rust te krijgen en ‘die begripsvolle rechercheurs die het beste met hem/haar voorhebben’ te plezieren wat van die informatie achter elkaar brabbelt dat door iemand met een eenzijdige blik aangezien kan worden als ‘een bekentenis’, zoiets moet ingecalculeerd worden. Eigenlijk zou bij dit soort bekentenissen ervaren rechercheurs ingeschakeld moeten worden die niet ‘op de zaak gezeten hebben’ die ‘de bekentenis’ eens onafhankelijk tegen het licht houden. Maar ik weet precies hoe men daar in zo’n rechercheteam op reageert…. vol wantrouwen omdat dan lijkt of men z’n werkt niet goed doet of geen goed rechercheur is.

  10. admin says:

    Ja het opvallende met gerechtelijke dwalingen is dat ze vaak helemaal niet zo ingewikkeld zijn te ontdekken als je maar met een open blik naar de feiten kijkt. Het probleem is dat echter dat dit laatste te weinig gebeurt. Iedereen loopt kritiekloos achter iedereen aan.

  11. Insider says:

    Ik moet zeggen met ruim 17 jaar recherche ervaring dat ik dit soort zaken nog steeds niet begrijp. Een rechercheur doet hoe clichématig ook toch aan waarheidsvinding. Ook verdachten uitsluiten als dader hoort bij je werk alleen men vindt dat kennelijk ‘geen scoren’. Met dit soort zaken moet je terdege uit kijken dat jezelf de verdachte niet voedt met teveel informatie want dan kan het een keer voorkomen dat de verdachte alle informatie op een rijtje zet en het als een bekentenis overkomt met dit soort gevolgen. Het wisselen van verhoorkoppels ‘omdat de verdachte bij een bepaald koppel’ niet bekent is ook zo tricky omdat men nooit kan weten wat er precies is vrijgegeven of is besproken. Trouwens, als Dhr. Van Koppen en zijn studenten dit falen hebben ontdekt ben ik mening dat de rechters dit destijds ook hadden kunnen zien of op z’n minst hadden moeten twijfelen……..

Leave a Reply