Skip to content
 

Vermist…

Bron: De Telegraaf

Door Jolande van der Graaf

TILBURG, zaterdag

Als er één opsporingsonderzoek bol staat van fiasco’s, blunders en gedraai door politie en justitie, dan is het de zaak-Karel Besselsen. Vier jaar geleden verdween deze 39-jarige Tilburger onder alarmerende omstandigheden. Een diepgravend onderzoek kwam, ondanks verontrustende verklaringen van zijn familie en buren, nooit op gang. De recherche had het druk met andere zaken. Van een misdrijf kon in de ogen van justitie geen sprake zijn.

Het werd nog rampzaliger. Een half jaar nadien blijken de opsporingsdiensten Karels lijk praktisch in handen te hebben gehad, toen in de nabijheid van Tilburg een vermoorde man werd aangetroffen. Ondanks smeekbedes van de familie Besselsen werd niet onderzocht of het om Karel ging. Nu, vier jaar na dato, moet justitie met het schaamrood op de kaken bekennen dat een recent gehouden dna-onderzoek voor honderd procent heeft aangetoond dat het wel degelijk Karel was. Sinds een week proberen vijftien rechercheurs de schade in te halen en is de jacht op de moordenaar(s) van Karel alsnog geopend. Niet dat zijn nabestaanden – zijn moeder, zeven oudere zussen en een ouder broer – nog een spat vertrouwen hebben in de verrichtingen van de Tilburgse politie en het openbaar ministerie in Breda. Daarvoor gebeurde er de afgelopen jaren te veel, of liever: te weinig! Het echec van de West-Brabantse opsporing voert terug naar woensdag 31 mei 2001, de dag waarop de jongste zoon van de inmiddels overleden textielarbeider Jan Besselsen en zijn vrouw Louise voor het laatst werd gezien. Moeder Louise vierde haar verjaardag en had Karel, haar oogappel én zorgenkind, nog liefdevol in de armen gesloten. Rond half drie in de middag stapte Karel weer op en beloofde zijn moeder later een cadeautje te komen brengen. Maar dat zou niet meer gebeuren…

Homoseksueel

“Karel was een lieve en zachtaardige vent”, kijkt zijn zus Wiza terug. “Hij was de benjamin in ons gezin en werd door iedereen vreselijk verwend. Van jongs af aan was hij nogal gesloten. Rond zijn twintigste kwam uit waarom: Karel was homoseksueel en had die gevoelens lang onderdrukt.” Zijn homofiele geaardheid bleef de Tilburger in de weg zitten. Relaties liepen aldoor spaak. Een baan had hij niet, Karel leefde van een uitkering. Hij raakte aan lager wal, dronk te veel en gebruikte drugs. Steeds waren het zijn ouders die hem opvingen. Wiza: “Maar mijn broer had een blanco strafblad!” Juist voor zijn verdwijning leek het iets beter te gaan met Karel. In marktkoopman Jan van den D. had hij een oudere vriend getroffen die zich om hem leek te bekommeren. Karel repte tegenover hem over zijn agressieve Marokkaanse buurman, die hem voortdurend zou mishandelen. Van den D. verklaarde later er zelfs getuige van te zijn geweest dat Karel door deze Marokkaan werd afgerost. Daags na het verjaardagspartijtje bij moeder Louise zocht de marktkoopman zijn vriend naar eigen zeggen in diens portiekwoning aan de Minckelerstraat op. Hij had de sleutel en zag Karel bij binnenkomst in bed liggen. Karel had volgens hem geen zin hem die donderdagochtend 1 juni op de markt te komen helpen en wilde in bed blijven. Toen Van den D. later werd gevraagd hoe het allemaal precies was gegaan, waren zijn verklaringen niet eenduidig. Opmerkelijk is bovendien dat Van den D. bij Karels afwezigheid het hele huis had opgeruimd en het bed had verschoond. Het is allerminst uitgesloten dat daarmee sporen van een misdrijf zijn weggewerkt. Pas zondag, eerste pinksterdag, stapte Van den D. naar Karels ouders om te melden dat hun zoon al dagen niet meer thuis was geweest. Zus Wiza: “Met mijn oudste zus Corrie ben ik onmiddellijk in Karels huis gaan kijken. Ik krijg het nog koud als ik terugdenk aan mijn gevoel, toen ik daar over de drempel was gestapt.” Wiza en Corrie constateerden onmiddellijk dat iets helemaal fout zat. De televisie stond aan, het licht brandde en Karels twee hondjes liepen jankend rond. Her en der in de woonkamer lagen kleren. Ronduit verontrustend was het dat Karels portemonnee, bankpasje en paspoort op de salontafel lagen. Wiza: “Ik realiseerde me onmiddellijk dat mijn broer iets was overkomen.” Nog dezelfde dag deden de vrouwen aangifte van vermissing. Twee dagen later kwam een, volgens de zussen sympathieke brigadier met een collega, poolshoogte nemen. Wiza: “Deze agent zag de ernst van de situatie in. Hij zei: ‘Dit is een griezelig verhaal. Hier móét naar gekeken worden’.” Op een ruitje op de buitendeur van het portiek ontwaarden de zussen en agenten twee handafdrukken. Alsof iemand naar buiten was gesleurd en zich had verzet. Toen de technische recherche drie dagen later naar de woning kwam om Karels dna op een haarborstel en gebruikte wattenstaafjes veilig te stellen, bleken de handafdrukken verdwenen. Het raam was zorgvuldig schoongepoetst. Wat volgde was een summier en kortstondig onderzoek door de Tilburgse politie, waarbij Jan van den D. en de Marokkaanse buurman van Karel even onder de loep werden genomen. Saillant is dat de politie op dat moment al volledig op de hoogte was van de achtergronden van de Marokkaan. Deze bleek een bekende vanwege een waslijst aan geweldsdelicten. Nooit werd hij aangemerkt als verdachte en stevig door de recherche aan de tand gevoeld. Voor de familie Besselsen brak een tijd van martelende onzekerheid aan. Vier maanden lang hielden zij om beurten Karels huis in de gaten, hopend op zijn terugkeer. Omdat de politie geen oproep wilde doen, loofde vader Besselsen eigenhandig een beloning van 10.000 gulden uit. Stapels pamfletten met foto’s van Karel en een telefoonnummer van de politie werden door de familieleden verspreid. Karels broer en zussen liepen stad en land af om buren en bekenden van hun vermiste broer te spreken. Alles en iedereen was in de weer om Karel op te sporen. Behalve de politie.

Geschreeuw

Twee buurjongens vertelden de zussen Besselsen al kort na de vermissing op de bewuste vroege ochtend van donderdag 1 juni lawaai en geschreeuw uit Karels huis te hebben gehoord. Andere buren bevestigden gestommel en gegil te hebben gehoord. Ook dit was de politie destijds bekend, zo blijkt uit een brief die de Bredase officier van justitie mr. B. Zonneveld later aan de familie schreef. ‘De getuigen hebben echter over een verschillend tijdstip en in verschillende bewoordingen verklaard, zodat de waarnemingen onvoldoende informatie boden’, was Zonnevelds uitleg. Nog kon er in de ogen van het OM geen enkel vermoeden van een misdrijf zijn. Justitie deed in de brief meer opmerkelijke openbaringen. De technische recherche zou een week na de vermissing niet alleen Karels dna hebben verzameld, maar zijn huis destijds met luminol op bloedsporen hebben doorzocht en niets hebben aangetroffen. Dit was voor justitie een van de belangrijkste overwegingen om de zaak niet als een misdrijf aan te merken. Maar nu blijkt dat er destijds helemaal geen luminolonderzoek in Karels flatje is verricht. De enige politieman die de zaak wel juist inschatte – de aardige brigadier – verklaarde afgelopen week tegenover De Telegraaf er alles aan te hebben gedaan om de recherche in de maanden na de verdwijning tot actie te manen. “Ik heb de zaak er meermalen vergeefs aangekaart”, kijkt deze inmiddels gepensioneerde agent terug. ‘Ga jij maar door met je onderzoek’, kreeg ik te horen. ‘Als het wat is, dan horen wij het wel’. Ik had mijn eigen werk en nauwelijks tijd. Ongeveer een half jaar later, het was toen januari 2002, ging ik naar een andere afdeling. Ik heb mijn dossiertje alsnog bij de recherche gedropt. Er zijn in deze beroerde zaak ongetwijfeld veel fouten gemaakt.” Het werd nog veel beroerder toen in januari 2002 bij de Keizersveerbrug in Raamsdonksveer de stoffelijke resten van een omgebrachte man aanspoelden. Onmiddellijk drongen Karels familieleden bij de politie in Tilburg en Raamsdonksveer aan op een vergelijkend dna-onderzoek. Botte reacties vormden de oogst. Onderzoek in het Nederlands Forensisch Instituut had hoegenaamd uitgewezen dat de aangetroffen man beduidend ouder was en Karel niet kon zijn. Weer werd alle hoop van de familie Besselsen genadeloos de grond ingeboord. Justitie beweert dat in de zomer van 2002 opnieuw een onderzoek naar de verdwijning werd gehouden. Maar dat kan evenmin serieus zijn geweest. Wiza Besselsen werd in die tijd door een rechercheur op het Tilburgse bureau ontboden. “Ik weet nog precies wat hij zei. ‘Ga maar zitten. Ik heb slecht nieuws. Alles wat in de zaak van je broer fout kon gaan, is fout gegaan. De zaak is bij een huis-tuin-en-keuken-agentje blijven liggen. Dit had niet moeten gebeuren. Maar het is mijn schuld niet, ik had een grote zaak in Breda (de dubbele moord op de twee criminele broers Driesen, JvdG). We hebben de hoop opgegeven dat Karel nog leeft en kunnen nog proberen zijn botten te zoeken. Maar ik ben bang dat we niks meer vinden’. Nou, ik ging door de grond van ellende. Ik heb zitten janken als een klein kind en dacht: daar kunnen we het dan mee doen.”

Bang

Officier van justitie Zonneveld schreef een jaar later dat de politie in 2002 van getuigen had gehoord dat Karel bang was voor zijn Marokkaanse buurman. Karel had echter geen aangifte tegen hem gedaan. Alsof dat een criterium was om de Marokkaan niet als verdachte aan te merken. Helemaal bizar is het dat de officier de zaak rond Karel tot twee keer als een onvrijwillige verdwijning omschrijft. Is een ontvoering geen misdrijf en reden om een rechercheonderzoek in te stellen? Karel bleef spoorloos. Nooit gaven zijn broer en zussen het zoeken op. Met name Karels oudste zus Geesje bleef hardnekkig de hulp inroepen van de media. “We zijn als beesten behandeld”, vindt zij. “We waren niet belangrijk genoeg voor politie en justitie.” Karels vader stierf twee jaar geleden, volgens zijn kinderen uit verdriet. Moeder Louise belandde in een psychiatrische inrichting. De broer en zussen slikken allemaal medicijnen wegens depressies, slapeloosheid en andere kwalen. Begin dit jaar keerde langzaam het tij toen het televisieprogramma Tros Vermist opnieuw aandacht aan de zaak schonk. Er meldde zich een omwonende die gedetailleerd beschrijft hoe hij vanaf zijn balkon heeft gezien hoe Karel door Marokkanen werd doodgeslagen en in een auto werd gedumpt. Een fragment: “De Marokkaan was aan het mikken waar hij Karel zou raken. Hij sloeg hem van achter, aan de onderkant van zijn hoofd en nek. En van voren ging het van kniehoogte naar boven. Karel tilde zijn hoofd nog even op en gilde. Dat ging door merg en been. Toen kwam er een gorgelend geluid. Een volgende Marokkaan gaf hem een klap. Spartelend hing Karel tussen hen in. Toen werd hij slap en stil.” Het verloop laat zich raden. Politie en justitie werden eindelijk wakker. Het dna van de dode uit Raamsdonksveer werd alsnog vergeleken met dat van Karel en leverde een volledige ‘match’ op. Justitieofficier Zonneveld las aan Karels familie begin deze maand een briefje voor. Wiza: “Weer allemaal gedraai. Dat er geen dna-databank was voor vermiste personen, dat er juridische obstakels waren, blablabla.” Door ‘miscommunicatie’ met de gemeente Geertruidenberg, stelt het OM, is Karels lichaam destijds gecremeerd en werd zijn as uitgestrooid over een veldje. Zelfs zijn begrafenis is zijn nabestaanden ontnomen…


Leave a Reply