Skip to content
 

‘Bekentenissen zijn gissend in elkaar gezet’

Bron: De Stentor

Door Niek Megens

Het Shell-tankstation waar op 24 oktober 1985, even na negen uur ‘s avonds, het levenloze lichaam van Micelle Mooij is gevonden.

Is de Warnsveldse pompmoord opgelost of hebben één en mogelijk vier mensen ten onrechte vastgezeten? Die vraag is actueel nu hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen in zijn boek over deze kwestie het politie-onderzoek kraakt.

Van Koppen spreekt van ‘tunnelvisie’ en ‘oogkleppen’; er is immers één scenario onderzocht, een scenario waarin bovendien technisch bewijs ontbreekt. Dat was het scenario waarin de vier door het gerechtshof inArnhem veroordeelde mannen verantwoordelijk waren voor de mislukte roofmoord die de 28-jarige caissière Micelle Mooij-Klumper het leven kostte. Deze werkwijze heet verdachte-geleid onderzoek: de politie moet één of meerdere verdachten aan een delict koppelen. “Dat was de opdracht”, stelt Van Koppen.

Wie waren de ‘Vier van Warnsveld’?

Marty ten B. was in 1985, vlak na de moord, al even in beeld als verdachte. Over Ten B. komt in 2001 nieuwe informatie naar boven. Ten B. zou zich op de avond van de moord met bebloede kleding en een mes bij een kennis in Almelo hebben gemeld. Hij zou hebben gezegd dat hij een tankstation had overvallen.

De politie blaast de oude zaak nieuw leven in en formeert het Shewa-team, dat de telefoon van Ten B. gaat tappen. Medeverdachte Kobus S. is oud-medewerker van het Shell-pompstation. Hij is in 1985 gehoord als getuige. S. praat in 1987 met een rechercheur in Finsterwolde, waar hij ondergedoken zit. Hij heeft het over een groep mannen uit Zutphen die bij de moord betrokken konden zijn. Een jaar later noemt hij vanuit de gevangenis in Heerhugowaard opnieuw namen van mogelijk betrokkenen, onder wie de later veroordeelde Godfried van Haut, Marty ten B. en Hein K. Met deze verklaring is destijds niets gedaan. In 2002 neemt men hem wel serieus.

Hein K. is net als zijn medeverdachten laagopgeleid en drankzuchtig. Godfried van Haut woonde in Apeldoorn en bracht zijn jeugd door in woonwagenkampen. Hij werd opgevoed door zijn oma. Behalve in de verklaring vanS. komen beiden niet in de eerdere onderzoeksdossiers voor. Toch worden ze in 2002 net als Ten B. en S. van hun bed gelicht, vastgezet en langdurig verhoord.

Hoe verliepen de verhoren?

Van Haut ontkent. Hij oppert dat áls hij het gedaan heeft, hij wel erg dronken moet zijn geweest.Zó dronken, dat hij er niets meer van weet. Hij ontkent dat hij ooit met de anderen tegelijk in een kroeg heeft gezeten. S. ontkent dat hij erbij is geweest, maar verhaalt wel over een droom waarin hij Ten B. zag steken. Deze Ten B. schept in de verhoren weinig duidelijkheid over het vermeende bloed op zijn kleding. Volgens Van Koppen worden ook op hem technieken toegepast die een bekentenis moeten bevorderen. ‘De verbalisanten meldden keer op keer dat er mensen vastzitten die zeggen dat Ten B. iets met de moord te maken heeft’, schrijft Van Koppen. In zijn achttiende verhoor zegt Ten B.: “Volgens mij heb ik wel honderd mensen tegen me. Zet maar op papier dat ik het gedaan heb.” Van Koppen concludeert dat de bekentenis van Ten B. – waarin hij Van Haut suggereert als initiatiefnemer voor de roofoverval – rammelt omdat ‘deze geheel op geleide van de verbalisanten tot stand is gekomen’. Overigens stipt Van Koppen in zijn boek aan dat Ten B. het in zijn verhoor heeft over een andere Godfried dan Godfried van Haut. ‘De bekentenis van Ten B. is ronduit vaag en bevat weinig tot geen daderkennis. Daarnaast zitten er evidente onjuistheden in’, concludeert Van Koppen. De bekentenis van de vierde verdachte K. noemt Van Koppen ‘vergaand’ maar ook ‘problematisch’. K. wordt onder druk gezet. Dat blijkt volgens Van Koppen uit de transcriptie van het verhoor. Agent: “Jouw verhaal, omdat jij er niet mee komt, wordt ingekleurd door anderen… je wordt in een auto geplaatst … en zo krijg je je aandeel en misschien wel een groter aandeel dan dat er werkelijk geweest is. Anderen gaan het plaatje inkleuren en jij verdedigt je niet.” Na lang aandringen ging K. een nieuw verhaal vertellen ‘evident onjuist en bevat ook nog onwaarschijnlijkheden’, oordeelt Van Koppen. ‘Micelle is buiten vermoord en niet binnen zoals K. vertelde’, schrijft Van Koppen. ‘K. is door de verhoren in een situatie gebracht waarin hij met de politie wilde meewerken en al gissend een verhaal in elkaar zette.’ In het elfde verhoor komt K. met een compleet ander verhaal waarin hij zichzelf op de uitkijk plaatst en Van Haut en Ten B. aanwijst als degenen die stekende bewegingen naar hebben gemaakt. Van Koppen concludeert: ‘Valse bekentenis’. Deze bekentenis is gebruikt als leidraad voor de tenlastelegging en door het gerechtshof in de bewijsmiddelen vastgelegd.

Conclusie Van Koppen: ‘De bekennende verklaringen zijn ronduit onzinnig. Ze zijn door suggestie tot stand gekomen en niet op het geheugen van de verdachten gebaseerd.’


One Comment

  1. rabin gangadin says:

    RECHTERS KUNNEN BINNEN HUN FUNCTIONEREN BETER GEEN MENS ZIJN

    De ooit in Nederland werkzame gewezen Surinaamse rechter Walther Donner die zich tevens verdienstelijk maakte als literaire auteur, publiceerde tijdens diens loopbaan een roman, getiteld: De rechter is ook maar een mens. In deze in eigen beheer op de markt uitgebrachte roman praat hij goed wat tegenwoordig aangeduid wordt met het verwerpelijke begrip gerechtelijke dwaling. Zelfs misdaadverslaggever Peter R. De Vries die heel gedecideerd de straffe vinger uitstak naar Laurens in het kader van de weduwe moord, beroept zich thans op zijn menselijke vergissing nu weten-schappelijk is komen vast te staan dat laurens de weduwe nimmer kan hebben vermoord. Daarvoor kon een ieder die er het tegendeel van beweerde maar wat thans pragmatisch is komen vast te staan, met De Vries slaags raken.

    Het- mens- zijn in een publiek beroep voelt buitengewoon gevaarlijk aan omdat het inherent kan zijn aan menselijke zwaktes zoals: haat, antipathie, voorkeur, nepotisme etc. Stel je eens voor dat een rechter die in zijn jeugdjaren altijd een antipathie heeft gekoesterd jegens mensen van etnische komaf en opeens , binnen het spectrum van zijn rechterlijke ambt geacht wordt ontdaan te zijn van alle xenofobische beperkingen. Welke tools zouden gedurende diens RAIO traject moeten hebben bijgedragen tot het ontdoen van deze wetsdienaar van diens/dier beperkingen ? Waardoor zou betrokkene opeens beschouwd mogen worden als clean, integer en rechtvaardig? De Nederlandse rechtsraak die haar goedkeuring wegdraagt van ruim 70% van de Nederlandse bevolking schijnt een ondertoon te kennen van vreemdelingenhaat. Hopelijk niet vanwege de lopende band aan veroordelingen van overwegend en bij voorkeur allochtone verdachten. Het Algemeen Dagblad kopte reeds in 2003 dat Nederlandse rechters allochtone verdachten te gauw een vrijheidsstraf opleggen terwijl autochtone veroordeelden wegens een zogenaamd cellentekort mogen wegblijven . Voor allochtone veroordeelden weet men binnen de bajes desnoods kunstmatig een plek te improviseren.

    Er zijn integere Nederlandse advocaten die zich er ongeremd over durven uitlaten. Zij zeggen onomwonden dat zij in hun beroepspraktijk ervaren hoe allochtone verdachten voor een misdrijf
    strenger worden gestraft dan hun autochtone ambtgenoten die voor eenzelfde misdrijf er
    met een sissertje weg kunnen. De advocaten zeggen op hun beurt dat etniciteit een enorme impact heeft op de beslissing van de rechter. Rechters zouden volgens de advocaten mededelingen
    van allochtonen gauw afdoen als een leugen. Op deze wijze betreuren zij hoe burgers die onverlet
    een vrijspraak verdienden, werden veroordeeld. Het gaat niet altijd om het strafrecht maar tevens
    om het bestuurs- en civielrecht waarbij allochtone schuldeisers en gedaagden werktuiglijk het
    onderspit moeten delven, dit geheel tegen de verwachting van de goedbedoelende advocaten. De rechters hebben er geen erg in dat hun uitspraak hierdoor diametraal zou komen te staan op de EU-rechtsregels.

    Strafrechtonderzoekers Hilde Wermink, Jan de Keijser en Pauline Schuyt deden een kwantitatief onderzoek naar de rol van de specifieke kenmerken van daders in een Nederlands strafproces. Zij hebben op basis van directe observaties tijdens strafzittingen van de politierechter voor het eerst onderzocht of de rechtspraak universeel, onbevangen , neutraal en pragmatisch zijn. Daders met een Nederlands uiterlijk die ook de Nederlandse taal spreken blijken de minste odds te hebben om veroordeeld te worden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In vergelijking met die groep zijn de odds om veroordeeld te worden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor daders met een buitenlands uiterlijk die de Nederlandse taal spreken ruim vijf keer hoger. Voor daders met een buitenlands uiterlijk die ook nog eens de Nederlandse taal niet machtig zijn, zijn de odds om achter de tralies te verdwijnen maar liefst twintig keer hoger.

    De Surinaamse pedagoog, Dr. Henri Dors had er zijn levenswerk van gemaakt om leerlingen op de politievakschool en studenten op de politieacademie middels educatie, training en voorlichting op het juiste been plaatsen. Je zou je tegen het decor van de hedendaagse corrumperende maatschappelijke ontwikkelingen kunnen afvragen of het door de belastingbetaler vergoede Raio traject niet op de schop zou moeten. Ik blijf ervoor pleiten dat wiskundige logica, wetenschapsfilosofie en onderzoeksmethoden tot verplichte onderdelen van de RAIO zouden moeten behoren. Hierdoor voorkom je dat rechters gelijk paragnosten, helderzienden, heldervoelenden, helderhorenden, helderruikenden, helder bewerenden, heldervermoedenden etc. hun beslissing nemen. Ik denk dat een totempaal meer te verkondigen heeft dan zo’n zwaar gesubsidieerde rechter die zich kennelijk laat kenmerken door ceremoniële taken.

    Iemand die de ruimte van een wetshandhaver of wat die ook mag wezen van beroep, binnen wandelt ontwaart reeds in eerste oogopslag reeksen boeken in de ruimte uitgestald , verder juridische catalogi, wetenschappelijke handwerken op het gebied van het recht, juridische tijdschriften, etc. je zult als leek gauw willen denken dat rechters die recht spreken meer dan normaal intellectueel zijn uitgerust. Ik vrees echter dat hobby wetbeoefenaars beter op de hoogte zijn van de wetgeving dan rechters zelf met hun bekakte Raio-traject dat ze achter de rug denken te hebben. Wat heb je aan zo’n geestelijke wasstraat als rechters zich in de praktijk enkel laten leiden door antipathie en vooringenomenheid, welke gedraging zelfs door advocaten wordt geaffirmeerd.

    Het is jammer dat rechters het laatste woord hebben maar tegen het decor van de door rechters zelf toegepaste polarisatie zou het een kritische daad van rechtvaardigheid zijn indien er een onderzoeksbureau van wetenschapsfilosofen en onderzoeksmethodologen in leven zou worden geroepen om gerechtelijke uitspraken te mogen toetsen op een correcte toepassing van het vak onderzoeksmethoden en wiskundige logica. Rechters en anderen van de rechtenfaculteit hebben
    zich tijdens hun studietraject niet hoeven te laten kwellen door deze buitengewoon belangrijke
    vakgebieden waardoor het ook niet rechtvaardig is dat een veroordeelde het met deze op
    amateurisme en willekeur gegrondveste uitspraak moet doen. Een op onrechtvaardige grondslag
    veroordeelde verdachte moet de kans geboden krijgen om zijn onschuld op een andere wijze te mogen bewijzen. Dit zou heel wat procedures en proceskosten kunnen schelen.

Leave a Reply