Skip to content
 

Vergissen is menselijk

Door Waarheidsvinder

Dankzij een trouwe lezer van onze site kwamen wij onlangs in het bezit van een artikel in de Volkskrant van 25 oktober j.l. Onder de titel ‘Vergissen is vreselijk’ werd daarin een interview gepubliceerd met de twee mensen die nu de ACAS (Advies Commissie Afgedane Strafzaken) bemannen, namelijk mr. J.W. Fokkens (oud AG) en prof.dr. C. Fijnaut (oud-hoogleraar Criminologie).

Hoewel wij uit de werkzaamheden van deze commissie de indruk hadden dat er nu kennelijk serieuzer naar kritiek op afgedane strafzaken wordt gekeken dan vroeger (toen er nog geen commissie was) bleek ons uit dit artikel dat er nog steeds beschermend gedacht wordt naar mogelijke fouten begaan door politie en/of justitie. Twee voorbeelden.

Voorbeeld 1.

Aan het eind van het artikel wordt geopperd dat het feit dat in het verleden meerdere revisieverzoeken werden afgewezen, terwijl later bleek dat het toch om gerechtelijke dwalingen ging dat dit ook aan de advocaten zou kunnen hebben gelegen. Het feit dat verzoeken van advocaten, om inzage in bepaald materiaal te krijgen, werden afgewezen op grond van privacy-argumenten werd afgedaan dat men dan een rechtszaak had moeten beginnen.

Wanneer men stelt dat vergissen vreselijk is, lijkt dit ons een vreemde, maar uit het verleden ook altijd gebruikte, reactie. Wanneer men vindt dat het mogelijk is dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling en dit wil rechtzetten, moet men zich niet achter juridische regels gaan verschuilen om blokkades die worden opgelegd goed te praten. Doch dient men te onderzoeken hoe men binnen de bestaande regels de fout ongedaan kan maken.

Naast de advocaten wordt de zwarte piet ook toegespeeld naar de politie. Elke gerechtelijke dwaling begint met een slecht politieverhoor, zo is de stelling van de heren. Hierover twee opmerkingen.

  1. Naar onze mening is een slecht verhoor het gevolg van een slecht onderzoek, doordat de politie zich meestal laat leiden door hun overtuiging en niet door de feiten.
  2. Er wordt hiermee gesuggereerd dat het OM en de rechtbank hun werk wel goed hebben gedaan. Zeker het OM, als leider van het onderzoek, treft evenveel blaam als de politie. De rechter is weliswaar afhankelijk van wat en hoe de zaak wordt ingediend, maar de ervaring leert dat in de meeste gerechtelijke dwalingen de rechter te goedgelovig is geweest.

Voorbeeld 2

Hierop willen we uitgebreider ingaan, omdat het een zaak betreft die ons beider, omdat wij gewezen hebben op de fouten in die zaak, de kop heeft gekost. De Schiedammer Parkmoord, dus. Het gaat ons om de volgende passage:

Fokkens: Ik herinner me dat de officier van justitie na de dwaling in de Schiedammer parkmoord in een interview zei: wij hebben geen fouten gemaakt. Dat vond ik een ongelukkige uitlating, maar ik begreep wel wat hij bedoelde, namelijk: wij konden met de informatie die wij hadden niet zien dat het anders was. Wij moeten soms hele ingewikkelde afwegingen maken in hele complexe zaken, en soms vergis je je. Maar dat is geen reden om te zeggen dat je dus niet geschikt bent voor je werk en dus maar weg moet.”

Omdat het NFI en het OM nog steeds doen alsof er met het DNA-onderzoek niet geknoeid is, volgt hier een uitgebreid verslag van hoe de behandeling van het DNA-onderzoek destijds, dus voordat het OM een vervolging instelde tegen de eerste verdachte in deze zaak, is verlopen. Onze informatie kwam destijds van de NFI-onderzoeker die dit onderzoek had uitgevoerd (Richard Eikelenboom) en is bevestigd door andere interne en externe bronnen.

Op het lichaam van Nienke Kleiss, het 10-jarig meisje dat het misdrijf niet overleefde, werden op zeven plaatsen DNA-sporen aangetroffen. Het betrof in alle gevallen een mengprofiel van tenminste drie mensen. Beide slachtoffers en een onbekende derde. Van de verdachte was al DNA afgenomen, van hem was dat DNA in ieder geval niet. Bovendien gold dat alle aangetroffen sporen van één man konden zijn.

De conclusie van het NFI was dan ook dat de verdachte niet de dader kon zijn. Dit werd in eerste instantie telefonisch aan de officier van justitie en/of de teamleider van het onderzoek doorgegeven. Nadat men op het NFI bemerkte dat men de verdachte toch wilde voorbrengen, heeft men de officier van justitie in deze zaak uitgenodigd op het NFI om haar uit te leggen wat zij gevonden hadden. Een dergelijk gesprek had nog nooit eerder plaatsgevonden en dat gaf aan hoe zeer men zich op het NFI zorgen maakte over de fout die er aan zat te komen.

In een vergadering werd aan de officier uitgelegd wat de resultaten van hun onderzoek betekende, namelijk; de verdachte kan niet de dader zijn. Kennelijk was de officier daarvan niet onder de indruk, want zij vroeg het NFI een rapport te schrijven waarmee de verdediging niet aan de haal kon gaan.

Men zou dan verwachten dat het NFI, als onafhankelijk forensisch onderzoeksbureau, naar waarheid een rapport zou opmaken. Dit is echter niet gebeurd. De rapporteur (Ate Kloosterman) schreef dat er zeven mengprofielen waren aangetroffen, waarvan er twee wel en vijf niet geschikt waren om conclusies aan te verbinden. Ten aanzien van de twee goedgekeurde sporen werd vermeld dat daarop geen DNA van de verdachte was aangetroffen.

Volgens onderzoeker Richard Eikelenboom was er geen inhoudelijke reden voor deze tweedeling. Onder de afgekeurde sporen waren sporen die duidelijk beter waren dan de goedgekeurde. De twee sporen die wel werd goedgekeurd waren een spoor op haar haarband en en een spoor op een laars van haar. De vijf sporen die werden afgekeurd waren drie sporen op de veter waarmee zij werd gewurgd, een spoor op haar blote schouder en een spoor op haar blote buik.

Op vragen van de rechtbank legde Kloosterman vervolgens uit dat het feit dat er op de twee goedgekeurde sporen geen DNA van de verdachte zat hem niet uitsloot als dader, want deze sporen zouden ook voor het delict op haar terecht kunnen zijn gekomen. Hij meldde niet dat er in de vijf afgekeurde sporen ook geen DNA van de verdachte was aangetroffen. Gezien de plekken waarop dit DNA was aangetroffen, moesten dit wel dadersporen zijn. En is duidelijk geworden waarom Kloosterman de sporen op deze manier heeft ingedeeld.

Overigens gelden de argumenten om sporen af te keuren alleen voor de gevallen waarin men zeker wil weten of het DNA van een bepaalde persoon is. Voor een positieve identificatie heeft men minstens twaalf (anderen gebruiken een grens van zestien) DNA-kenmerken van een persoon nodig, voor een negatieve identificatie kan men aan één DNA-kenmerk genoeg hebben.

Op basis van deze misinformatie, waarom de officier van justitie had gevraagd, kon de rechtbank zonder gewetenswroeging de verdachte veroordelen tot 18,5 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Een herhaling van zetten vond plaats nadat de zaak van de veroordeelde in hoger beroep werd behandeld. Toen werd de AG van de zaak uitgenodigd. Zij meldde wel, nadat ze dezelfde informatie had gekregen, dat dit voor haar betekende dat ze de zaak niet zou laten behandelen. Kennelijk is zij hierop teruggekomen of -gefloten, want tijdens de behandeling meldde zij dat zij geen enkel twijfel had over de schuld van de dader.

Overbodig wellicht om nog uit te leggen waarom deze zinsnede bij ons in het verkeerde keelgat terecht kwam. Hoezo kon men met de informatie van toen niet zien dat het anders was? Hier was geen sprake van vergissen, hier was sprake van met opzet misleiden van de rechtbank. Waaraan het OM willens en wetens heeft meegewerkt. En daarmee wel degelijk een reden om je af te vragen hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. Kennelijk waren politie en OM in dermate overtuigd van hun gelijk in deze zaak dat de feiten er niet meer toe deden. Ook het feit dat het tweede slachtoffer, die het delict wel heeft overleefd, een beschrijving van de dader heeft gegeven die in de verste verte niet paste bij hun verdachte is weggeredeneerd. En het feit dat de eerste verdachte in feite een alibi had op het moment dat het misdrijf werd gepleegd, speelde voor politie en OM kennelijk ook geen rol.

Het lijkt ons belangrijker dat men, ter voorkoming van nieuwe gerechtelijke dwalingen, zich afvraagt hoe men een dergelijke blindheid voor feiten kan voorkomen dan verklaringen te bedenken waarom het juridisch normaal is dat gerechtelijke dwalingen zijn voorgekomen.

Wij denken dat de gemaakte fouten puur menselijk zijn. Het is vrijwel voor niemand onvermijdbaar dat de eigen overtuiging een belangrijker meetinstrument wordt dan de zwaarte van de feiten. En daarom hebben wij het over menselijke fouten. Maar als men zo ver gaat dat men opzettelijk feiten achterhoudt, dan zijn het geen vergissingen enzijn nietsontziende maatregelen tegen de veroorzakers ervan op zijn plaats.

Ontslag dus.

3 Comments

  1. Rick Döderlein de Win says:

    Eigenlijk zie ik in bovengenoemde verhaal het menselijke feit wat al van ver voor de middeleeuwen speelt, er moet namelijk een zondebok gevonden en geofferd worden, want dan is het “volk” tevree en kan weer meteen gerust hart gaan slapen. Lijkt wel genetisch bepaald dat wij zo reageren.
    Sommigen zijn overigens meer bedreven dan anderen in de firma “list en bedrog”

    Er is dus niets nieuws onder de zon, alleen nog meer verfijnd

  2. Demo says:

    Over de ACAS
    In de Deventer Moordzaak voegde de ACAS begin dit jaar (21 januari 2014) een thema toe: DNA in nagelvuil. Terwijl er helemaal geen nagelvuil in het sporenmateriaal is veiliggesteld. De ACAS wauwelde slechts het NFI na. Uiteindelijk maakte het parket (4 juli 2014) het nog een graadje erger, door te stellen dat er autosomaal DNA van Louwes in dit nagelvuil was aangetroffen, een aperte onjuistheid, ook als je de term nagelvuil even wegdenkt.

    Als klap op de vuurpijl dit fragment in het interview:
    Fijnaut: Bovendien hebben we de ruimte om, mocht dat nodig zijn, een beroep te doen op externe deskundigen.
    Volkskrant: Doet u dat vaak?
    Fijnaut: Nee. Af en toe. We hebben bijvoorbeeld gegevens opgevraagd bij het Nederlands Forensisch Instituut in de Deventer moordzaak.

    Of Fijnaut weet niet van de voorhistorie, of hij kent de betekenis van de term extern niet..

    Gelukkig loopt het verder goed met het proces richting de herziening:

    http://www.deemzet.nl/2/4/links.htm

  3. juzo says:

    De genoemde ACAS-commissie heeft alleen maar een “cosmetisch” doel,

    namelijk, de te verwachten onstuitbaar groeiende grote stroom en lawine van herzienings-verzoeken, ten aanzien van gerechtelijke dwalingen, een heel klein beetje in te dammen, te verdelen, te inventariseren te minimaliseren en te adstrueren (=”bijbuigen”), en te melden over de diverse gerechten en in de media,

    zodat justitie en politie een heel klein beetje behouden blijven van al te groot gezichtsverlies.

    Men dient er uiterst weinig goede verbeteringen en verrichtingen van te verwachten.

    Met het “betrouwbaar gezicht” van Fijnaut heeft Justitie een “deus ex machina” gevonden en gecrëeerd, waarmee men zichzelf terzake de publiciteit en de media in veel opzichten denkt te kunnen “zuiveren”.

    Een bekende “verkooptruuk” uit het bedrijfsleven.

    Het volk trapt daar niet in.

Leave a Reply