Skip to content
 

De zaak Francis en Marco Gottschalk

Door Waarheidsvinder

Sinds meer dan 10 jaar houden wij ons nu onder meer bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen in Nederland en op de Nederlandse Antillen. Toen wij in 2005 met de zaak Ina Post begonnen bestond de term gerechtelijke dwalingen ook in Nederland nog nauwelijks. We hadden als Nederland inmiddels wel de Puttense moordzaak achter de rug, waarbij twee mannen uit Putten jarenlang onschuldig vast hadden gezeten voor de moord op dorpsgenote Cristel Ambrosius, maar juist hun vrijspraak werd door velen bij politie en justitie gezien als een gerechtelijke dwaling en niet hun eerdere veroordeling. Pas toen jaren later de werkelijke dader werd gepakt en veroordeeld moest zelfs de meeste verstokte ongelovige Thomas toegegeven dat er in Putten sprake was geweest van een gerechtelijke dwaling.

Dat de Puttense moordzaak geen uitzondering was bleek wel in 2005 toen de werkelijke gang van zaken in de Schiedammer parkmoord naar buiten kwam. Ook in die zaak bleek iemand onschuldig te zijn veroordeeld. Maar zelfs toen zei de verantwoordelijke minister Donner nog dat ook deze zaak slechts een uitzondering was.

Inmiddels weten we beter. We hebben inmiddels de zaak Ina Post, de zaak Lucia de Berk en de zaak Spelonk op Bonaire achter de rug. Drie zaken waarbij onschuldigen tot lange gevangenisstraffen waren veroordeeld. En op het moment dat wij dit schrijven loopt de herzieningszaak van De Zes van Breda, waarin zes mensen onschuldig zijn veroordeeld voor een moord die zij niet hebben gepleegd en de herzieningszaak in verband met de moord op platenproducer Bart van der Laar in Hilversum. Meer gerechtelijke dwalingen zitten er nog aan de te komen. De lijst is te lang om hier te vermelden.

Opvallend is dat, met uitzondering van de zaak Lucia de Berk, dat in al deze zaken valse bekentenissen zijn afgelegd die tot stand zijn gekomen onder grote druk van de verhoorders. Valse bekentenissen komen dus veel vaker voor dan politie en justitie ons willen doen geloven.

Dat is trouwens al in veel meer landen gebreken. In de Verenigde Staten bestaat het zogenaamde Innocence Project. In dat project zijn er al meer dan 300 onschuldig veroordeelden inmiddels vrijgesproken. En ook daar valt het grote aantallen valse bekentenissen op. Ruim 27 procent van de onschuldig veroordeelden legde namelijk onder druk van de politie een valse bekentenis af.

België is in dat verband echter een heel bijzonder land. In dat land kennen ze geen gerechtelijke dwalingen en ook valse bekentenissen komen daar niet voor. Althans als je de autoriteiten in dat land mag geloven. Niets is natuurlijk minder waar. Vermoedelijk komen er daar zelfs meer gerechtelijk dwalingen voor dan in Nederland, alleen ontkent men gewoon het bestaan er van. Een herzieningsprocedure zoals in Nederland bestaat daar helemaal niet. Als je in België onschuldig bent veroordeeld dan kun je wel eerder vrijkomen maar dan moet je wel schuld bekennen en een verklaring tekenen dat je na je vrijlating nooit meer over de zaak zult praten.

Deze week kwamen wij in het bezit van een boek van de Belgische onderzoeksjournalist Douglas de Coninck. Hij werkt voor de Belgische krant De Morgen en houdt zich daar bezig met het onderzoeken van misstanden bij politie en justitie in België. Hij heeft daar inmiddels meerdere boeken over geschreven. Een van die boeken draagt de titel “ 14 jaar onschuldig in een Belgische gevangenis.” Het is het trieste verhaal van de Waalse broers Francis en Marco Gottschalk.

Het verhaal

Op 3 september 1992 raakten op de Rue de Voroux, een klein onverlicht binnenweggetje in de buurt van Luik, twee jongens van zeventien zwaargewond door een ongeval met hun bromfiets. Een van de jongens, Sebastiaan Welsch, overleed ter plaatse. De andere jongen, Stephen Lespineux, bleef enkele dagen in coma. Hij kon zich daarna niets meer van het gebeuren herinneren.

Onderzoek van een ongevallenexpert van de politie wees uit dat de beide jongens met op hun opgevoerde bromfietsen frontaal tegen elkaar waren gereden. Hoewel hij dat niet uitsprak vermoedde de expert dat dat beide jongens een spelletje hadden gedaan zoals dat wel vaker in die omgeving gebeurde. Jonge jongens op opgevoerde bromfietsen reden dan frontaal op elkaar af. Degene die het eerst uitweek had verloren. In dit geval was kennelijk geen van beide jongens uitgeweken met alle noodlottige gevolgen van dien. Zowel de ongevallenexpert als de schouwarts sloten betrokkenheid van een derde partij uit. De ongevallenexpert vond geen enkel spoor van contact met een ander voertuig en de schouwarts trof op het lichaam van Welsch geen enkel spoor van contact met een auto aan. Van een opzettelijk overrijden met een auto kon dus geen sprake zijn.

De nabestaanden van Sebastiaan Welsch wilden niet geloven dat hij door eigen schuld was verongelukt. Iets wat wij in ons werk ook vaak tegenkomen, nabestaanden vinden het vaak moeilijk te waarheid te accepteren. Men ging dus op zoek naar de “ dader(s)”.

In het lokale nachtleven kwamen de tongen snel los. Verschillende vrienden van Welsch wezen in de richting van een jongen die wij Sjaak zullen noemen. Deze Sjaak zou enkele dagen daarvoor zou hebben gezworen Welsch te doden na een conflict over een meisje en drugs. Na de dood van Welsch schepte hij er tegenover meerdere mensen over op dat hij de twee bromfietsers had achtervolgd met z’n auto en hun dodelijke botsing had veroorzaakt. Hij deed dat ook ten aanzien van zijn eigen familie, die dit later bevestigde aan de politie. Bijzonder was wel dat zijn verhaal steeds weer anders was.

Voor de politie hem kon ondervragen, emigreerde Sjaak naar Sicilië.

Ook de familie van Stephen Lespineux, gevoed door allerlei geruchten, had geen vrede met de conclusies van de verkeersexpert en de schouwarts.

Zijn moeder ging met hem naar een sofroloog, een soort hypnotiseur. Aanvankelijk kon Stephen zich ook daar niets herinneren van het ongeval, maar nadat deze “ deskundige” hem een beetje had geholpen kwam hij uiteindelijk met een verhaal over een auto met drie inzittenden die hem en zijn vriend hadden aangereden. Hij wist zich nu zelfs een gedeelte van een kenteken te herinneren.Een auto die aan de omschrijving voldeed, werd daadwerkelijk gevonden maar bleek geen aanrijding te hebben gehad.

Natuurlijk hoor je als politie en justitie ver te blijven van dit soort zaken maar net als soms in Nederland besloten de autoriteiten in Luik besloot toch geloof te hechten aan de sofroloog. Ineens was de dood van Sebastiaan Welsch geen ongeval meer maar moord of doodslag. De bevindingen van de verkeersexpert en de schouwarts telden dus niet meer mee.

Een jaar na zijn vlucht naar Italië keerde Sjaak terug in België. Hij werd direct aangehouden en door de politie verhoord. Aanvankelijk ontkende hij iedere betrokkenheid bij het ongeval.

Maar tijdens de verhoren hielden de verhoorders hem voor dat hij misschien wel in de betrokken auto had gezeten maar niet zelf had gereden. Na nachten lange verhoord te zijn vertelde Sjaak daarop wat de verhoorders graag wilden horen. Hij verklaarde toen dat zijn buurjongen Marco Gottschalk de auto had bestuurd, dat diens broer Francis naast hem zat. Zelf had hij achterin gezeten dus hij was niet verantwoordelijk voor hetgeen er was gebeurd. Volgens Petit was Marco zelfs meerdere keren over het lichaam van Welsch heen gereden. Ook dit verhaal was weer heel anders dan de andere verhalen die hij eerder had verteld en werd nergens door feiten ondersteund.

De dag voor het ongeval waren Sjaak en Marco Gottschalk met elkaar op de vuist geweest vanwege een vermeende diefstal van geld dus zij waren bepaald geen vrienden, mogelijk een reden voor Sjaak om de broers Gottschalk bij het verhaal te betrekken.

Aan de hand van de verklaring van Sjaak werden Marco en Francis Gottschalk door de politie aangehouden en verhoord. Beiden ontkenden hevig en wilden niet of nauwelijks aan het onderzoek meewerken. Bewijs dat er een auto bij het ongeval betrokken was ontbrak nog steeds. Maar alleen op grond van de valse verklaring van Sjaak werden beide broers voor de rechter gebracht. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit in een beschaafd land kan gebeuren, maar het is echt gebeurd.

Pas in 1999, zeven jaar na het ongeval, kwam de politie op het idee om onderzoek te gaan doen naar een mogelijk alibi van de beide broers voor de avond van het ongeval. Dat onderzoek leidde tot niets.

Het proces tegen Sjaak en de broers Gottschalk draaide voor het assisenhof in Luik uit op een welles-nietes-spel. Sjaak wist zich omringd door een ervaren advocaat, de broers hadden al die jaren geen enkele moeite gedaan om een verdediging op te bouwen. Zij dachten veel te simpel, namelijk: Als je niks gedaan hebt, moet je toch geen kosten maken voor een advocaat en kun je niet worden veroordeeld?” Van die houding kregen zij later flink spijt.

Sjaak kreeg als gevolg van zijn valse bekentenis “ slechts” 5 jaar cel, en kwam wegens voorbeeldig gedrag in de gevangenis al na een jaar vrij. Francis en Marco Gottschalk kregen respectievelijk 15 en 20 jaar cel. Veel waarnemers, advocaten, journalisten waren van meet af aan overtuigd van een gerechtelijke dwaling, maar de broers werden snel weer vergeten. Waarom zou je je druk maken voor een paar van gewone jongens zonder geld of aanzien?

Toen onderzoeksjournalist Douglas De Coninck zich in de zaak ging verdiepen, legde hij allereerst de transcriptie van de sofrologische sessie voor aan een aantal experten. Zij veegden het allemaal van de tafel als volkomen waardeloos. Het hele verhaal van de auto en de inzittenden kon gewoon de prullenbak in. En dat paste precies bij de conclusie van de verkeersexpert. Er was helemaal geen auto betrokken bij het ongeval.

Douglas de Coninck deed vervolgens nog iets wat de politie had verzuimd. Hij probeerde uit te zoeken wat de broers Gottschalk op de avond van het ongeval hadden gedaan. Dat bleek helemaal niet zo moeilijk te zijn. De broers speelden in 1992 bij amateurvoetbalploeg OC Awans. Van elke officiële wedstrijd was een wedstrijdformulier opgemaakt en die lag nog bij de voetbalbond. Uit het wedstrijdformulier en uit verklaringen van getuigen bleek dat de beide broers de avond van het ongeval op het voetbalveld waren geweest zodat ze nooit bij het ongeval betrokken zouden kunnen zijn geweest. Maar ook dit alibi van de beide broers maakte geen indruk op de autoriteiten in België.

In België komen de meeste gedetineerden vrij na een derde tot de helft van hun straf, soms zelfs minder, zoals in het geval van Sjaak, die het destijds kennelijk op een akkoordje had gegooid met het openbaar ministerie. Om vervroegd vrij te komen, moet de verdachte blijk geven van berouw en schuldinzicht. Francis en Marco weigeren dat categorisch dus bleven ze vastzitten.

Francis verliet pas op 24 oktober 2014 de gevangenis van Namen. Hij heeft zijn straf, 15 jaar, tot de allerlaatste dag uitgezeten. Hij is wellicht de enige Belgische gedetineerde die dat ooit deed. Bij zijn vrijlating zei hij: “ Had ik werkelijk iemand gedood, dan was ik tien jaar geleden al vrij. Je kunt in België beter schuldig zijn dan onschuldig.”

Marco Gottschalk komt pas op 23 oktober 2019 vrij.

Het wordt tijd dat ook in België mensen opstaan om dit soort misstanden aan te pakken. Op dit moment lijkt het dat Douglas De Coninck alleen staat in zijn strijd tegen het door politie en justitie veroorzaakte onrecht. Dat mag niet zo blijven. Ook in België horen er geen onschuldigen in de gevangenis te zitten.

One Comment

  1. juzo says:

    De waarheid is in België niet gemakkelijk te achterhalen.
    België is daarmee een heel ander land, met totaal andere mensen, dan Nederland.
    We hebben in België het Comité P.
    Bij het Comité P. kan ieder in beroep gaan.
    Het Comité P draait dan overheids- en gerechtelijke beslissingen terug.
    Zover komt het echter zelden of nooit.
    Bij mijn bezoeken en ondervragingen in de Belgische gevangenissen,
    mij opgeragen door de commandant van de rijkswacht in een Belgische districtscentrale,
    lukte het nooit de waarheid en dan ook de gehele, onverbloemde en onaangetaste waarheid te achterhalen.
    Ik kon er dan ook nooit vrijuit en met volledig geweten over schrijven in de pers.
    Op de Vlaamse en Walloonse televisie worden wekelijks lange documentaires getoond, over waarheidsvinding in cruciale strafrechtzaken. Zoals bijvoorbeeld de affaire Dutroux.
    En de Bende van Nijvel. De waarheidsvinding is daarin nog altijd niet tot stand gekomen.
    De conclusie is iedere keer dat de waarheid nooit ofte nimmer volledig komt vast te staan.
    Dat komt omdat men in België niemand op zijn blauwe ogen moet geloven.
    Ook de journalusten niet. Geen enkele journalist. En verder niemand.
    De waarheid wordt altijd slechts uitsluitend van één kant bekeken.
    Dat is heel anders dan in Nederland.
    Ook worden gevangenen onderworpen aan geheel verschillende soorten van regimes.
    Er zijn bepaalde gevangenen die het buitengewoon goed hebben.
    In de gevangenis, en wel om speciale redenen.
    Zij willen het liefste in de gevangenis blijven.
    De overheid heeft moeite hen uit de gevangenis te ontslaan.
    Ok al hebben zij ‘t niet gedaan.

    De Belgische situatie is dan ook op absoluut geen enkele wijze, niet de minste,
    met de Nederlandse situatie te vergelijken.
    Het is belangrijk dat iedere keer weer opnieuw, na uiterst gedegen onderzoek, vast te stellen.

    Jules Zollner.
    .

Leave a Reply