Skip to content
 

Ondervragen doe je zacht

Door Simone de Schipper

Psychologie: Hardhandig verhoren levert geen betrouwbare informatie op, geven psychologische handboeken aan.

Hard ondervragen van verdachten of arrestanten lijkt zo voor de hand te liggen. Zeker in een oorlog. Maar respect en inspelen op menselijke praatzucht leveren veel meer op, zeggen kenners.

Er zijn zulke mooie termen voor, voor ondervragen. ‘De verhoorkunst’ en ‘een edele tak van sport’. Zowel de recherche als de krijgsmacht schept eer in het tactische spel van het gesprek met een onwillige gesprekspartner. Jij weet iets, jij wil het niet vertellen, maar ik ga er toch achter komen.

Wie het het slimst speelt, krijgt de meeste informatie los en misschien zelfs een bekentenis. Onderdeel van dat spel is om binnen de wettelijke regels zo ver mogelijk te gaan.

Overtredingen en ontsporingen die het nieuws halen, zorgen steevast voor verontwaardiging. Zo ook het gedrag van Nederlandse militairen in Irak, die vijftien Irakese gevangenen onder ongeoorloofde druk zouden hebben ondervraagd. Martelingen, noemden sommige deskundigen het zelfs, al gingen de Nederlandse militairen lang niet zo ver als bijvoorbeeld hun Amerikaanse collega’s in de Abu Ghraib gevangenis. De Nederlanders beperkten zich tot geblindeerde skibrillen, hard geluid, en water om hun gevangenen wakker te houden.

Over de schreef

Gingen ze daarmee over de schreef? Fysiek en verbaal geweld zijn volgens de regels van het ministerie van Defensie niet toegestaan, net zo min als slaapdeprivatie en hevige temperatuurschommelingen. Isolatie, blinddoeken en gehoorbeschermers mogen wel, om te voorkomen dat gevangenen communiceren of te veel merken van wat er in het kamp gebeurt.

Dat kan ook met intens geluid, zoals snelle, harde tonen, maar als dat lang aanhoudt werkt het desoriënterend: gevangenen worden er gek van. Vandaar dat gehoorbeschermers (zoals die in de bouw worden gebruikt) de voorkeur hebben. Als toch langdurig hard geluid wordt gebruikt, is dat een teken dat juist het breken van de gevangenen de bedoeling is.

Maar wat de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) precies hanteert als ondervragingstechnieken en regels over de omgang met gevangenen, wil Defensie niet zeggen.

Details en praktische handleidingen zijn staatsgeheim. En nu, in de nasleep van de ophef over Nederlandse militairen in Irak, is Defensie evenmin genegen om in grote lijnen te vertellen welke verhoorstijl er wordt voorgeschreven.

Wat in elk geval wel vaststaat is dat de officiële praktijken van de Verenigde Staten hardhandiger zijn dan die in de meeste Europese landen. In sommige gevallen staat de CIA zijn officieren zelfs toe dat zij gevangenen slaan, wakker houden, ophangen aan de polsen en langdurig naakt in een koude cel laten staan – met douche om extra af te koelen. Daarbij beroepen de Amerikanen zich op een juridisch bouwwerk waarin die activiteiten geen martelingen zijn, en waarin de Conventies van Genève bovendien niet gelden voor leden van Al Qaida, de Taliban en niet voor de War on Terror in het algemeen.

Te oordelen naar wat Nederlandse militairen in den vreemde doen, werken zij minder extreem dan Amerikanen en Britten, maar wel in dezelfde richting: stevig, dominant, macho.

Macho

Als die macho-aanpak in opspraak raakt, zoals nu, dan is dat altijd vanwege de vraag of die wettelijk of ethisch door de beugel kan. Niet vanwege de vraag of het een effectieve verhoormethode is – want dat wordt niet in twijfel getrokken. Met een kop koffie en een schouderklopje krijg je de waarheid er niet uit, is het heersende idee.

Toch wordt bij de (civiele) politie elke vorm van uitputting en druk (positief of negatief) officieel afgeraden. Met reden. Het leidt tot valse bekentenissen. Dat bleek bijvoorbeeld in Groot-Brittannië na de vele onterechte veroordelingen in de strijd tegen de IRA, zoals de Guildford Four en de Birmingham Six.

Ook in Nederland kwamen veel zaken aan het licht met onjuiste informatie en valse bekentenissen, omdat de verdachten sterk onder (psychische) druk waren gezet. De Zaanse verhoormethode, met uitputting en verwarring als kenmerkende technieken, is daarom nu verboden.

‘Voor psychologen is het helder dat die methoden niet werken. Niet als het doel is accurate informatie te verkrijgen’, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar experimentele psychologie aan de Universiteit Maastricht.

‘Je kunt iedereen alles laten zeggen, als je de druk maar hoog genoeg opvoert,’ zegt prof. dr. Peter van Koppen van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden.

‘Eenvoudige slaaponthouding of een vorm van duimschroeven aandraaien: dat is echt heel effectief. Gevangenen zullen alles beweren wat je maar wilt, om maar zo snel mogelijk met rust te worden gelaten.’ Maar aan die informatie heb je niets, zegt Van Koppen. Je komt er alleen achter wat de verdachte denkt dat jij wil horen.

Zelfs misleidingen, zoals schermen met vals bewijs of zeggen dat de medeverdachten al hebben bekend, vergroten de kans op valse informatie.

Machtsvertoon werkt ook in andere opzichten averechts, volgens prof. dr. Tom Williamson, die na een carrière in de criminaliteitsbestrijding bij de Londense politie, bij de University of Portsmouth onderzoek doet naar politieverhoren. Zijn resultaten zijn verrassend. Het macho-verhoormodel bij de recherche bleek te werken als een boemerang. Hoe harder de aanpak, hoe sterker de verdachte zich afzet en zijn mond houdt.

Maar een verdachte komt toch niet vrijwillig bij een kopje koffie zijn hele verhaal vertellen? ‘Toch spelen slimme verhoorders in op de natuurlijke neiging van mensen om te praten,’ zegt Merckelbach. ‘Iedere verdachte heeft het recht om te zwijgen, maar hoe vaak gebeurt dat nu in de praktijk?’

Praatzucht

Ondervragers moeten inhaken op die natuurlijke praatzucht, schrijven ook dr. Ulf Holmberg en prof. dr. Sven Christianson van de universiteit van Stockholm. Zij bestudeerden ondervragingen in zware gewelds- en zedendelicten. Zakelijke en vriendelijke rechercheurs die de verdachte met respect behandelen, halen inderdaad meer informatie en meer bekentenissen dan dominante verhoorders die verdachten angst inboezemen.

Een recent overzicht van studies naar effectieve en ineffectieve verhoortechnieken, door Aldert Vrij van de universiteit van Plymouth in samenwerking met onderzoekers van de universiteit van Göteborg, bevestigt het belang van een aangename sfeer en respect voor de verhoorde. Trucs die helpen zijn niet gebaseerd op het ‘zo ver mogelijk gaan binnen de wettelijke grenzen’, maar spelen zo scherp en slim mogelijk in op de verdachte. Ook werkt het gedoseerd en strategisch te laten merken dat je meer weet en over bewijzen beschikt. Als de verdachte zo steeds op een leugen betrapt kan worden, zal hij eerder overschakelen op het vertellen van de waarheid.

Zulke tactieken zijn ook onderdeel van de standaard verhoorstrategie van de Nederlandse recherche.

Militaire situaties en doelen zijn soms echter heel anders. Als de militaire inlichtingendienst informatie wil lospeuteren over de vijand, dan is een slimme, zakelijke ondervraging lastig als er nauwelijks aanknopingspunten zijn. En doorgaans is er meer haast bij dan bij een gerechtelijk onderzoek.

Wetenschappelijke studies naar ondervraging van echte krijgsgevangenen zijn er niet. Effecten worden onder andere afgeleid uit (Amerikaanse) onderzoeken onder militairen in training bij de Special Forces. Onderdeel van de intensieve trainingen is een zogenaamde krijgsgevangenschap, met ondervragingen die lichamelijk en geestelijk zeer stressvol zijn. Zelfs doorgewinterde militairen kunnen daarvan verward raken. Ook hier geldt dat de verklaringen onbetrouwbaarder zijn, ofwel omdat de ‘gevangenen’ gaan raaskallen ofwel omdat ze eenvoudigweg de verhoorders naar de mond praten.

Ook is er in de VS kritiek op de ondervragingsmethoden zoals die bij terrorismeverdachten worden gehanteerd. Twee ervaren officieren vertelden in 2005 tegen ABC News dat er weinig te winnen is met hardhandige verhoortechnieken, en dat methodologische, goed doordachte en psychologisch gebaseerde ondervragingen effectiever zijn.

Is dat niet naïef? In de woestijn, bij veertig graden, met mannen die druk praten in een taal die je niet kunt verstaan, maar die een intense hekel hebben aan alles wat uit het westen komt en die je mogelijk naar het leven staan?

Merckelbach: ‘Juist de hardhandige aanpak is naïef. Misschien zeggen die mannen niets. Maar dat zullen ze zeker niet doen wanneer je ze kwetst of uitput. Dan gaan ze wel schreeuwen en huilen, maar dan geven ze echt niet de coördinaten van hun maten.’

Volgens Merckelbach is de kans op succes in ieder geval groter als je juist rekening houdt met bijvoorbeeld overtuigde moslims die vijf keer per dag op gezette tijden willen bidden.

Als het nette, slimme spel inderdaad meer oplevert dan het lompe spel, dan zou dat pleiten voor meer kennis van de lokale cultuur, gebruiken en religie, en voor het aanpassen van de ondervragingstechnieken aan de plaatselijke omgangsvormen.

Dat strijdgroepen in Irak en Afghanistan vaak weinig afweten van lokale gebruiken en religie lijkt dan niet slim. Nog minder slim is het om die taboes in te zetten in de ondervragingstactieken en de koran door de wc te spoelen. Dat levert geen respect op, maar alleen hakken die nog steviger in het zand worden gedrukt.

Ontremming

Maar als correct ondervragen beter werkt, waarom gebeurt het dan niet? Heeft dat te maken met de militaire macho-cultuur, de oorlogspraktijk met zijn adrenaline, ontremming, angst, opgefoktheid en een doel dat de middelen lijkt te heiligen, of ook met het feit dat ongeoorloofd gedrag gewoon makkelijker is, ver van huis met een groep vrienden?

Daarnaast kan het ook een laatste gefrustreerde poging zijn om informatie te verkrijgen wanneer al het andere niet werkt, zegt Van Koppen. ‘Als ondervragers kunnen kiezen tussen helemaal niets of onbetrouwbare informatie, ja, dan zullen ze wellicht hun knopen tellen.’ En hardhandiger te werk gaan.

‘Dan moet je er wel een kwalificatie aan hangen, dat de informatie of informant onbetrouwbaar is. Opdat het niet als bewijs of feit in de files komt, maar hooguit als aanwijzing op basis waarvan verder kan worden gezocht.’

Maar meestal heeft ondervragingsgeweld met het verzamelen van informatie weinig te maken, concludeerden de Zweedse psychologen Holmberg en Christianson uit hun onderzoek onder gewone politierechercheurs, waarin dreiging averechts bleek te werken. Schreeuwen en dreigen bleek helemaal geen weloverwogen tactiek, maar eerder een teken van stress en van een gebrekkige manier om met die stress om te gaan.

‘Je kunt iedereen alles laten zeggen, als je de druk maar hoog genoeg opvoert’


Leave a Reply