Skip to content
 

Ontploffing handgranaat in scene gezet

Door Waarheidsvinder

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

De beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger.

Wij zijn het met de onderzoekers eens dat er niets duidt op betrokkenheid van een derde persoon, maar wij zijn het niet eens met de conclusie dat Groenendijk en Admilson samen verantwoordelijk zijn voor de ontploffing. Dit is slechts één van de mogelijke scenario’s. De andere twee mogelijke scenario’s zijn dat Groenendijk of Admilson alleen heeft gehandeld en die scenario’s zijn niet onderzocht.

Na bestudering van het dossier kunnen wij niet tot een andere conclusie komen dan dat Groenendijk niets met het plaatsen van de handgranaat te doen heeft gehad. Hij is alleen maar slachtoffer en heeft geluk gehad dat hij niet door de ontploffing om het leven is gekomen.

Uit het dossier blijkt dat Admilson een dag voor de ontploffing al was opgevallen. Terwijl hij met een collega over het terrein loopt, vindt hij “toevallig” een handgranaat onder het wiel van een dienstauto. Het is duidelijk dat de granaat daar opzettelijk is neergelegd. In plaats van alarm te slaan en te voorkomen dat er ongelukken zullen gebeuren, pakt Admilson de granaat direct op en loopt er mee naar een sergeant die meestal met dit voertuig rijdt. Deze schrikt van het verhaal maar besluit samen met de pelotonscommandant geen ruchtbaarheid aan de zaak te geven. De zaak gaat in de doofpot.

Onze hypothese

Uit het dossier blijkt dat Admilson R. graag iemand wil zijn, hij wil erkenning. Die hoopt hij in eerste instantie te vinden door zijn werk als mineur heel serieus te doen. Maar tot zijn teleurstelling vindt hij nooit een bermbom, hij krijgt daardoor niet de erkenning waarop hij hoopt.

Maar dat gebrek aan erkenning blijft aan hem vreten en op 6 maart 2010 doet hij een poging om die erkenning alsnog te krijgen. Hij legt die dag een handgranaat voor een wiel van het dienstvoertuig van sergeant J. Niet met de bedoeling om hem van het leven te beroven, maar om het leven van hem zogenaamd te redden. Hij zorgt er voor dat er iemand bij hem is als hij de handgranaat “toevallig” vindt.

In plaats van alarm te slaan, pakt hij de handgranaat op en loopt er mee naar sergeant J. Hij verwacht dat J. de ernst van de zaak zal inzien en dat hij daarna als een held zal worden gezien. Dat gebeurt niet. Tot zijn verbijstering wordt de zaak door J. in de doofpot gestopt en daarmee krijgt Admilson niet de heldenrol toebedeeld die hij graag had willen hebben.

Op 7 maart 2010 doet hij een nieuwe poging als held erkend te worden. Hij plaats deze keer een handgranaat in de Bushmaster, maar deze keer zet hij de granaat op scherp. Hij legt hem op een zodanige manier neer dat de handgranaat alleen zal ontploffen nadat iemand de granaat ongewild in beweging brengt.

Als excuus voor zijn aanwezigheid in het voertuig gebruikt hij de smoes dat hij de i-Pod van collega Groenendijk wil lenen en dat die altijd in het voertuig ligt. Als hij de handgranaat heeft geplaatst gaat hij op zoek naar een collega, wiens leven hij kan “redden.”

In de buurt van de Bushmaster komt hij een collega tegen die op dat moment van plan is het boordwapen van de Bushmaster te verwijderen omdat hij er onderhoud aan wil plegen. Op verzoek van Admilson gaat deze collega in de Bushmaster op zoek naar de i-Pod van Groenendijk. Admilson gaat ook mee het voertuig in maar blijft veiligheidshalve op enige afstand achter hem. Het zoeken van de collega is kennelijk te oppervlakkig en de handgranaat blijft daardoor liggen waar hij ligt.

Admilson gaat daarop terug naar Erik Groenendijk en vraagt ook hem te helpen met het zoeken naar de i-Pod . Groenendijk weet dat zijn i-Pod voorin het voertuig moet liggen en zet daarom alles op alles om hem te vinden. Daarbij brengt hij op een bepaald moment onbedoeld de door Admilson geplaatste handgranaat in beweging. Nu krijgt Admilson wel zijn zin, nu kan hij de held zijn. Hij gilt tegen Groenendijk dat hij het voertuig uit moet. Als de handgranaat na enkele seconden ontploft is Groenendijk inmiddels nagenoeg buiten het voertuig waardoor hij slechts licht gewond raakt. Admilson zelf, die natuurlijk wist wat er zou gebeuren, staat inmiddels al enkele meters achter de Bushmaster.

Admilson denkt nu een held te zijn, want iedereen zal begrijpen dat hij het leven van Groenendijk heeft gered. Helaas voor hem hem gaat de vlieger ook nu niet op. De onderzoekers stellen al snel vast dat er geen derde persoon verantwoordelijk kan zijn voor de ontploffing van de handgranaat. De vingers wijzen daarom direct al richting Groenendijk en Richter.

In plaats van serieus onderzoek te gaan doen naar beide voorvallen, de handgranaat onder de auto van sergeant J. en de handgranaat in de Bushmaster, beperken de onderzoekers zich alleen tot het laatste voorval. Groenendijk en Admilson worden beiden als verdachte aangemerkt.

Het lukt de onderzoekers niet bewijs voor de schuld van Groenendijk en Richter te vinden en daarom worden beiden uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd.

Maar de militaire autoriteiten denken daar anders over de schuldvraag. Zij houden Groenendijk en Richter beiden verantwoordelijk voor het ontploffen van de handgranaat. Het is afgelopen met hun militaire carrière. Beiden verlaten in 2012 het leger via de achterdeur.

Admilson komt na zijn vertrek uit het leger weer negatief in beeld. Deze keer omdat hij in Drenthe betrokken is bij de moord op drie onschuldige mensen. De moord op de 55 jarige Berend Smit uit Dwingeloo en op het 77 jarige echtpaar Jan en Greet Veenendaal uit Exloo. Voor die zaken is hij inmiddels veroordeeld.

Erik Groenendijk probeert nu via een rechtszaak rehabilitatie te krijgen. Dit verdient hij zeker, of hij het zal krijgen is nog de vraag. De waarheid is nu eenmaal niet altijd leidend.

3 Comments

  1. Insider says:

    Inmiddels is de reguliere media ook ‘een beetje’ op de zaak gedoken. Jammer dat Groenendijk nooit gerehabiliteerd zal worden. Fouten toegeven en excuses maken komen niet in het woordenboek van defensie ( en ook politie ) voor. Dan maar liever een iemand ondanks alle bewijzen van onschuld schuldig blijven houden want toegeven dat er fouten gemaakt zijn…. dat werpt smetjes op hun heilige blazoen, tast hun geloofwaardigheid en autoriteit aan plus dat er daarna natuurlijk een dikke schadevergoeding achteraan komt.

  2. wim says:

    Op televisie gaf Dick Gosewehr aan, dat de moord op 3 mensen te voorkomen was geweest.
    Erg jammer, dat niet eerder alarm is geslagen en extra aandacht aan gekrenkte ziel is gegeven.

  3. juzo says:

    Mooi geanalyseerd. Uitstekend werk gedaan. Zeer onthutsend. Maar dergelijke dingen komen voor, in het leger. Daar lopen helaas, zolang het al bestaat, ook totaal verknipte en zielsgeknepen figuren rond. Dat is nu eenmaal zo. Je hebt zwaar pech, als je ermee in aanraking komt. De kans is groot. Dat brengt de samenstelling en hoedanigheid van het leger nu eenmaal met zich mee. Ons leger is daarin niet anders dan dat van het buitenland. Het is te hopen dat de zaak goed wordt opgelost. De kans is klein. Al met al is bovenstaand relaas een uitzonderlijk goede prestatie, waarin de moeilijke taaie zaak uitermate goed vasthoudend is geanalyseerd en in de openbaarheid gebracht.

Leave a Reply