Skip to content
 

Het laatste woord van een onschuldig veroordeelde

Door Waarheidsvinder

Hij werd 33 jaar geleden veroordeeld voor een moord die hij niet had gepleegd, de moord op platenproducer Bart van der Laar. Nadat zijn veroordeling vorig jaar door de Hoge Raad was vernietigd stond hij afgelopen week opnieuw voor de rechter. Het Gerechtshof in Den Haag heeft nu zijn lot in handen. Het openbaar ministerie heeft vrijspraak gevraagd maar de rechter moet beslissen. Op 14 juni 2016 is de uitspraak. Dan weet Martien Hunnik of hij echt vrij is.

Aan het einde van de 2e zittingsdag kreeg Martien als laatste het woord. Zijn verhaal was zo indrukwekkend dat wij het hier publiceren. Het is het verhaal van een beschadigd iemand, maar ook het verhaal van iemand die nooit heeft opgegeven.

Mevrouw de voorzitter, leden van het Hof,
U allen is en zijn de feiten omtrent, de moord op B. v.d. Laar toegelicht en zo nodig uitgelegd.
Natuurlijk is mij niet ontgaan dat er ook en beeld wordt weergegeven over mij en mijn persoonlijkheid. Maar vooral mijn handelen als de Martien van toen.
Deskundigen hebben in 2014 bepaald dat ik vanaf mijn jeugd zou leiden aan een recidiverende depressieve stoornis.

Nu zijn al deze feiten bij u bekend, bij mij is gebleken, uit de afgelopen dagen, dat het O.M. al jaren lang ontlastende feiten, niet in het licht van de openbaarheid hebben gebracht. Althans tot 21-12-2012 in het gesprek met Mr. Verstraelen, Mr. Vosman en Mr. Knoops. Ik ben blij dat de waarheid nu eer wordt toegedaan. Eindelijk na drieëndertig jaar.

Dit zijn jaren geweest vol met zoektochten en vele vragen. Hopelijk gaat dit ook leiden tot het vinden van antwoorden.

Zo ook een antwoord op de vraag; ‘hoe leg je een kind uit dat je een moord bekend hebt, die je niet gepleegd hebt?’ en dan gelijk de vraag daarna; ‘papa Tien, als jij het niet gedaan hebt?  …waarom hebben ze jou dan wel veroordeeld en opgesloten?’
Ik spreek de hoop uit dat u, Mvr. de Voorzitter en geacht Hof, hierop een antwoord zou kunnen geven.

Verbijsterend is het feit dat mijn zaak, het 33-jarig ambt van een koningin heeft overleefd. Is het nu aan haar zoon die mij, uit zijn naam, mij de vrijheid geeft?

In 2005 stierf onze dochter na negen maanden te hebben geleefd. Haar dood, was voor mij het moment, dat ik mij realiseerde; ‘jouw vader is geen moordenaar…’
die gelofte, is dan nu aan u, om ingelost te worden.

Op 10 december 1990 kreeg ik onvoorwaardelijk ontslag uit de T.B.R. . niet meer dan twee weken later werd ik opgenomen en geopereerd, naar aanleiding van een klaplong, ook was ik te mager en ondervoed. Na tien dagen werd ik op eigen verzoek ontslagen omdat de kamer mij het gevoel gaf van; in een cel opgesloten te zitten.

En dat gevoel zou ik nog niet kwijt raken. Namelijk niemand neemt een moordenaar, laat staan een T.B.S.’er in dienst.
Zo werd ik ook op staande voet ontslagen door een uitzendbureau uit de Randstad omdat er bekent was geworden dat ik T.B.R. had gehad.
Zonder werk raakte ik mijn dagelijkse structuur kwijt en uiteindelijk was daar de straat. Ik heb tot 385 keer gesolliciteerd, en op de vraag of ik met Justitie in aanmerking aanraking was gekomen gaf ik eerlijk antwoord, wat uiteindelijk genoeg reden was, om mij wederom af te wijzen.

Uitgekotst , vrienden waren er opeens niet meer, want ik had verteld dat ik ten onrechte was veroordeeld.
Ik heb twee jaar gezworven op straat tot het moment dat ik onder buslijn 4 vandaan werd gehaald en werd opgenomen in het Willem Arnts St. te Utrecht.

Om daarna een plek te krijgen in het Fabre , het Vaartse Rijn Huis, voor thuis en daklozen.
Door middel van een begeleid wonen project kreeg ik mijn eigen twee kamer flatje in 1994. Nog geen jaar later kwam Ivo in mijn leven, en hij bleef.
Veel vrienden verdwenen weer, want ‘die Martien scoort niet, je wordt niet voor niets veroordeeld!’ en dat stigma bleef bestaan, tot op de dag van vandaag.

Het lied: ‘Op weg naar de vrijheid’ schreef mijn partner speciaal voor mij, maar ook voor ons. Wanneer er geen mensen zijn die in je geloven, dan sta je alleen aan het roer.
Alleen in jouw strijd. Daarom ben ik Ivo dankbaar voor zijn, geduld, liefde, zorg en waakzaamheid ook met betrekking tot mijn gezondheid.

Het P.D.C. in Diemen heeft in 2013 op 6 juli vastgesteld dat ik lijd aan P.T.S.S. , trauma’s uit mijn jeugd en mijn detentie. Verder hebben ze geconstateerd dat ik behoor tot de grote groep,  2e generatie oorlogs-slachtoffers, gezien de internering van mijn moeder in Ravensbruck en het krijgsgevangenschap van mijn vader bij de russen.
Mijn ouders hadden allebei trauma’s, die later littekens zijn geworden. Deze littekens vervagen nooit. Zo draag ook ik mijn littekens, zowel van buiten, als van binnen.

Sinds mijn vrijlating is mijn gezondheid dan ook vaak in het geding gekomen. Veel klachten werden weggezet als zijnde; ‘het zit tussen m’n oren’. De ribtumor die werd werd weggehaald zat daar niet, zo ook mijn klaplong, bloed afwijking en epilepsie niet.

Wat er wel zat tussen mijn oren waren de nachtmerries van mijn detentie, ‘ ‘s nachts zoeken naar het licht in mijn kamer, om het licht in mijn cel uit te doen…’
Ook onmacht en angst voor mensen, maar vooral angst om mensen weer te vertrouwen. Nog dagelijks heb ik hier last van, maar ook geleerd hoe ik hiermee om moet gaan.

Soms denk ik terug aan de momenten, dat ik dit aardse tranendal wilde verlaten.
Maar nu sta ik hier. Ooit ben ik bijna verzonken in een zee van stille tranen. Maar altijd waren daar die handen, en nu nog… Die van onze kinderen,  om het leven van mij te doen laten leiden in goede banen. En dat het Verleden,  mij niet meer zal hinderen,  in mijn leven van het Heden.

In mij heb ik een stil gebed,  dat u mij vandaag kan meegeven, en aan eenieder die mij dierbaar is,  jullie vader, jullie broer, jouw man, is geen moordenaar.

Het is aan U,

 

One Comment

  1. juzo says:

    Zeer indrukwekkend.
    Uitstekend behandeld.
    Compliment.

    Jules Zollner.

Leave a Reply