Skip to content
 

De dood van Mitch Henriquez (2)

Door Waarheidsvinder

Naar aanleiding van het door ons geplaatste bericht over het onderzoek van IFS inzake de dood van Mitchel Henriquez en de kritiek daarop van forensisch arts Kees Das ontvingen wij bijgaand schrijven van een oud-politieman dat wij u niet willen onthouden.

Ik werkte 40 jaar bij de FO en ben nog steeds geïnteresseerd in spraakmakende zaken waarbij het forensisch onderzoek een belangrijke rol speelt. Ik verblijf echter al geruime tijd in Australie waardoor mijn informatiepositie tot deze zaak wat beperkt is.

Deze zaak doet mij sterk denken aan de Leidse ballpointzaak/moord? (1991) waarbij medisch deskundigen gevraagd en ongevraagd hun mening gaven. Feitelijk stond de bijscholing van de algemeen arts tot forensisch arts middels een aantal modules toen ook nog in de kinderschoenen. Het FMG (Forensisch Medisch Genootschap) is in 1980 mede opgericht door prof.dr.Barend Cohen die zich verbaasde over het gebrek aan kennis en ervaring van de gemeentelijk lijkschouwers in ons land en het gebrek aan interesse bij artsen. Sinds de oprichting van het FMG heeft de opleiding een continue ontwikkeling doorgemaakt.

In de zaak Henriquez heeft de patholoog( na de artsenbul nog 6 jaar opleiding!) van het NFI verstikking door uitwendig mechanisch geweld geconcludeerd.Tijdens mijn werkzame periode was het een norm dat iedere conclusie op het natuurwetenschappelijk laboratorium werd geschaduwd door een tweede onderzoeker. Ter vergelijk: tegenwoordig bij een moeilijke dactyloscopische identificatie (kwalitatief slecht spoor) zelfs een onafhankelijk onderzoek door drie onderzoekers! Bij 2-1 overleg en dan 1 conclusie, identificatie of niet!

Kennelijk gebeurt dit bij het NFI bij secties nog steeds niet. Hoe kan het anders gebeuren dat middels de forensisch arts (geen patholoog) D.Botter, eveneens werkzaam bij het NFI, een andere conclusie dan de conclusie van de patholoog bekend wordt. Hiermee raakt de geloofwaardigheid van het NFI toch echt in het geding! Verder heeft de heer C.Das (gepensioneerd forensisch arts)weer een andere conclusie gerapporteerd.

Na de uitzending Argos beluisterd te hebben in Australië, wat een techniek, (zelf ooit nog begonnen met zwart-wit foto’s en patholoog Zeldenrust) bleek dat een drietal gespecialiseerde hoogleraren en niet onbelangrijk, op relevante vakgebieden, de conclusie van de heer Das niet kenden. Op de site lees ik een geprikkelde reactie van de heer Das.

1. Ten aanzien van het eerste punt deel ik de mening van de heer Das. Het is niet relevant en, zonder onderbouwing, insinuerend dat D.Botter en S. Schieveld een arbeidsverleden hadden bij de GGD Amsterdam waar ook C. Das werkzaam was.

2. Ik deel de mening van C.Das m.b.t waarheidsvinder niet!. Het zou anders geformuleerd dienen te worden en feitelijk hoeft er niet geconcludeerd te worden! De conclusies die een ieder kan horen die de deskundigen in het radioprogramma Argos beluistert laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Naast hun persoonlijke conclusies, consulteerden deze hoogleraren op relevante vakgebieden, ook collegae, zelfs internationaal. Ook literatuur onderzoek door deze hoogleraren leverde niets op. De heer Das kan derhalve niet stellen dat waarheidsvinder niet aan waarheidsvinding doet door dit te vermelden.

We zullen moeten accepteren dat, ondanks de nieuwste hightech technieken, niet alle vragen beantwoord kunnen worden en deskundigen van mening kunnen en zullen blijven verschillen. Ik denk dat het wel belangrijk is dat bij twijfel en importantie voor de eindconclusie (zeker van het NFI) zoveel mogelijk specialistische,relevante disciplines worden ingeschakeld/ geraadpleegd, die dan leiden tot een breedgedragen eindconclusie. Ook zeer belangrijk voor het uiteindelijke doel: de rechtspraak. Het individueel rapporteren in complexe zaken leidt tot verwarring en irritaties bij alle partijen.

Tot slot. Geloven is goed, controle is beter! Ik heb in dat verband nog enkele vragen:

  1. Hoe kon het bestaan dat in deze zaak een filmpje met zeer essentiële informatie werd gecompileerd en de advocatuur moest ontdekken dat het van mindere kwaliteit was?
  2. Waarom moet een essentieel filmpje van ik schat max. 15 min gecompileerd worden?
  3. Waarom controleert de operator zijn product niet en moet de verdediging dit ontdekken?

Dit alles heeft de schijn van opzet (niet bewezen) en vergelijking met het filmpje van Srebrenica en het bonnetje van Teeven dringt zich op. Niet altijd worden dezelfde belangen nagestreefd. En dit belang is niet altijd waarheidsvinding. Soms is er sprake van een hoger belang. Persoonlijk maakte ik dit al eens eerder mee in het grijze verleden, namelijk in het gigantische recherche onderzoek naar RARA. Voor diegene die RARA niets zegt, kijkt u maar eens op internet!

Kees Slottje

Leave a Reply