Skip to content
 

Willekeur?

Door Waarheidsvinder

Vandaag dient bij het Militair Strafhof in Arnhem een beroepszaak tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie tot niet vervolging van Admilson R. inzake het laten ontploffen van een handgranaat in een voertuig van het leger. Voor de duidelijkheid volgt hier een korte samenvatting van deze zaak.

Op zondag 7 maart 2010 omstreeks 11.50 uur ontplofte er in Camp Coyote in Deh Rawod (Afghanistan) een scherfhandgranaat in een Bushmaster. Dat is een gepantserd wielvoertuig dat het Nederlandse leger in Afghanistan gebruikt voor het vervoer van personeel.

Bij de ontploffing raakten twee militairen lichtgewond; de 27 jarige soldaat Erik Groenendijk en de 25 jarige korporaal Admilson R. De Bushmaster raakte aan de binnenzijde zwaar beschadigd.

Aanvankelijk werd er aan een aanslag gedacht, maar al vrij snel bleek uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KM) en de Explosieven Opruiming Dienst Defensie (EODD) dat er van een aanslag geen sprake was. De onderzoekers stelden vast dat van betrokkenheid van een derde persoon bij de ontploffing geen sprake kon zijn en zij concludeerden daarom dat de beide militairen zelf verantwoordelijk moesten zijn voor het tot ontploffing brengen van de handgranaat.

Beide militairen werden teruggestuurd naar Nederland en daar officieel als verdachte aangemerkt. Zowel Groenendijk als R. ontkende iedere betrokkenheid bij het ontploffen van de handgranaat. Omdat het wettig bewijs voor hun schuld niet kon worden geleverd kwam het niet tot een strafzaak tegen hen. Maar met hun carrière was het afgelopen en beiden verlieten in 2012 via de achterdeur het leger. We schreven daar al eerder over op deze site. Wij kwamen tot de conclusie dat Admilson R. in deze zaak als verdachte diende te worden aangemerkt.

Op 8 juni 2016 heeft advocaat Sébas Diekstra namens Erik Groenendijk een verzoek om aanvullend onderzoek in deze zaak gedaan en vervolgens heeft Groenendijk op 18 augustus 2016 aangifte gedaan van poging tot moord cq doodslag gepleegd door Admilson R.

Door de Koninklijke Marechaussee is daarop een zogenaamd oriënterend onderzoek ingesteld. Zoals we konden verwachten, was de conclusie van dat onderzoek dat er geen nieuwe feiten waren op grond waarvan de zaak kon worden heropenend. Zelfs het feit dat Admilson enkele jaren later het feit tegenover zijn broer had bekend was volgens de onderzoekers en het OM geen reden de zaak te heropenen aangezien Admilson zijn bekentenis inmiddels weer had ingetrokken. Met name die laatste conclusie vinden wij verbijsterend.

Wij houden ons al sinds meer dan 12 jaar bezig met het onderzoeken van gerechtelijke dwalingen. Met uitzondering van de zaak van Lucia de Berk was er in alle bekend geworden dwalingen in Nederland sprake van één of meer valse bekentenissen die later weer waren ingetrokken. Het gaat daarbij onder meer om de Puttense moordzaak, De Schiedammerparkmoord, de zaak Ina Post, de moord op Bart van der Laar en de Spelonkzaak op Bonaire. Over al deze zaken schreven wij al eerder op deze site.

Het feit dat de verdachten hun bekentenis hadden ingetrokken was toen voor het OM geen enkele reden de vervolging te staken en in al deze zaken was destijds een veroordeling van de onschuldige verdachten gevolgd.

In geval van de zaak van de zes van Breda werden de verdachten zelfs na herziening door de Hoge Raad recent opnieuw veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag. Ook nu golden de ingetrokken bekentenissen als voornaamste bewijs tegen de verdachten.

Afgelopen week diende er bij het Hof in Den Bosch nog een zaak waarbij een man tegenover undercoverpolitiemensen zou hebben bekend zijn vrouw te hebben vermoord. Ook deze bekentenis was later door de man ingetrokken maar toch werd hij in eerste instantie op grond van die bekentenis veroordeeld. Ook in hoger beroep houdt het OM de man aan zijn eerder afgelegde bekentenis.

In het verleden hebben we onderzoek gedaan naar de veroordeling van Theo Tetteroo. Hij was veroordeeld om dat hij zijn dochter en zoon seksueel zou hebben misbruikt. Het politieonderzoek deugde van geen kanten, de aangifte van de dochter was meer dan twijfelachtig en de zoon had zijn aangifte tegen zijn vader inmiddels ingetrokken. Maar ook in deze zaak hielden politie en OM vast aan de eerste verklaring van de zoon en werd het intrekken van de verklaring genegeerd. De veroordeling bleef gehandhaaft.

Uit het feit dat het OM nu de ingetrokken bekentenis van Admison R. niet als bewijs wenst te accepteren wordt nog eens duidelijk dat de waarheid geen rol speelt. Het gaat uitsluitend om het eigen gelijk van het OM. Soms leidt dat tot de veroordeling van onschuldigen en soms leidt dat tot het niet vervolgen van schuldigen. Wij kunnen niet anders concluderen dan dat er sprake lijkt te zijn van willekeur. En willekeur hoort niet thuis in een fatsoenlijk rechtssysteem.

3 Comments

  1. admin says:

    De tijd zal het leren

  2. juzo says:

    Uitstekend beschreven en zeer documentair.

  3. AP says:

    En de boer…..hij ploegde voort…..

Leave a Reply