Skip to content
 

Waarom de schutter niet is veroordeeld

Door Waarheidsvinder

Op 2 september 1998 wordt de 63-jarige Geke van ‘t Leven-de Goede in haar woning aan de Apeldoornseweg bij een overval doodgeschoten. Een vriendin die op dat moment op bezoek is krijgt een schampschot aan haar hoofd. We schreven er al eerder over.

Volgens de politie zijn er bij de dodelijke overval tien mannen betrokken, voornamelijk Turken. Negen van hen worden in eerste aanleg op door de rechtbank in Arnhem voor hun betrokkenheid bij de overval tot lange gevangenisstraffen veroordeeld.

In hoger beroep worden er door het Gerechtshof in Arnhem op 12 december 2000 slechts acht man veroordeeld. Eén van de eerder veroordeelden, Dave Kuils, heeft het hoger beroep niet afgewacht. Hij heeft vanaf het begin volgehouden dat hij niets met de overval te maken had en als blijkt dat niemand hem wil geloven pleegt hij in de gevangenisstraf zelfmoord. Hij wil niet opnieuw voor de rechter staan voor een zaak waar hij niets mee te maken heeft.

Op dit moment staat de zaak in het middelpunt van de belangstelling omdat steeds duidelijker wordt dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is van een gerechtelijke dwaling. Er was en is geen enkel bewijs dat de veroordeelde mannen iets met de moord te maken hebben. Alle veroordelingen zijn gebaseerd op door de politie afgedwongen en voorgezegde bekentenissen van twee van de veroordeelden.

Maar behalve de acht veroordeelde mannen en de overleden Dave Kuils is er volgens de politie in Arnhem sprake van een tiende verdachte. Deze verdachte, een Duitser van Turkse afkomst, is volgens de onderzoekers de man die het dodelijk schot heeft gelost. Ook van hem zijn er geen sporen in de woning gevonden maar andere verdachten hebben hem als de schutter aangewezen.

De onderzoekers willen ook deze man aanhouden maar dat kan niet omdat de man niet door Duitsland wordt uitgeleverd. Er blijft daardoor niets anders over dan het dossier tegen hem over te dragen aan de Duitse autoriteiten met de verwachting dat de man vervolgens in Duitsland voor de moord zal worden veroordeeld.

De betrokken man, Adnan M. wordt op 11 april 1999 in Duitsland aangehouden. Hij wordt gehoord door Duitse en Nederlandse rechercheurs maar ontkent iedere betrokkenheid bij de moord in Arnhem.

In tegenstelling tot de Arnhemse politie doet de Duitse politie wel serieus haar werk. Uit hun onderzoek blijkt dat Adnan M. een alibi heeft voor de avond van de moord in Arnhem. Daarnaast voldoet de man niet aan de omschrijving die het overlevende slachtoffer van de schutter heeft gegeven. Zij verklaart dat de schutter vloeiend Nederlands sprak en Adnan M. blijkt geen woord Nederlands te spreken of te verstaan. Zij herkent bovendien Adnan M. niet als de schutter als ze op 2 juni 1999 met hem wordt geconfronteerd. Op de jas van Adnan die hij voor het onderzoek heeft afgestaan worden geen sporen gevonden die iets met het misdrijf te maken hebben. Adnan M. wordt uiteindelijk op 23 juni 1999 vrijgelaten en op 19 november 1999 wordt hij officieel vrijgepleit van de verdenking betrokken te zijn geweest bij de moord in Arnhem. De zaak tegen hem wordt in Duitsland opgelegd.

Uiteraard krijgen politie en justitie officieel bericht van het feit dat gebleken is dat Adnan M, niets met de moord in Arnhem te maken heeft. Uit het feit dat Adnan M. niets met de moord heeft te maken, zou tot de conclusie moeten leiden dat degenen die over hem hebben verklaard kennelijk gelogen hebben en dat de politie geen zaak heeft. Niet alleen tegen hem, maar ook niet tegen de anderen.

In een rechtsstaat zouden politie en justitie het Gerechtshof van de resultaten van het onderzoek in Duitsland in kennis hebben gesteld en de zaak tegen de andere verdachten hebben gestopt. Dat gebeurt in Arnhem niet. Men houdt de uitslag van het Duitse onderzoek geheim en het Hof veroordeelt ruim een jaar later de acht nog levende mannen voor betrokkenheid bij de moord.

Vaak wordt over gerechtelijke dwalingen gesproken alsof het om ongelukjes gaat. Wij denken daar anders over. De beslissing om het Duitse dossier voor de rechters in Nederland achter te houden is geen ongeluk. De beslissing moet bovendien op hoog niveau zijn genomen, zowel bij de politie als bij justitie. De waarheid speelde bij die beslissing geen enkele rol, er moest worden gescoord.

Ondertussen loopt de werkelijke schutter vrij rond. Hij lacht zich waarschijnlijk een deuk. Wij vinden het om te huilen.

2 Comments

  1. admin says:

    Dat zou je wel denken, maar dat was niet het geval. De ACAS heeft het dossier middels een rechtshulpverzoek in 2015 in Duitsland opgevraagd.
    Bovendien is het vaststellen dat er geen bewijs tegen iemand is gevonden iets heel anders als het vaststellen dat iemand een feit niet heeft gepleegd. Dat laatste was hier het geval. De vermeende schutter kon als dader worden uitgesloten en daarmee hadden de verklaringen van de medeverdachten als leugenachtig terzijde moeten worden gelegd. Einde zaak.

  2. Frans says:

    Het lijkt wel de Nederlandse versie van het Zweeds onderzoek tegen Sturre Bergwall. Wat ik in het advies van ACAS lees en op internet van de verhoren zie, is dit een onderzoek om je voor kapot te schamen. Een veroordeling op basis van valse bekentenissen. Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat aflopen.
    Overigens lees ik in het advies van ACAS de volgende passage: “In de strafzaken tegen verzoekers was het gerechtshof bekend met de resultaten van het onderzoek aan de jas van [betrokkene 7] en ook met het gegeven dat [betrokkene 7] niet is herkend door het slachtoffer [slachtoffer 2]. Uit de processen-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt evenwel niet dat het gerechtshof bekend was met de afloop van de strafzaak tegen [betrokkene 7] in Duitsland.” Ik snap daarom jullie opmerking of geheim houden van het Duits onderzoek niet. In het rapport is namelijk ook te lezen dat hij als schutter werd gezien. Dan kan het toch niet anders zijn dat alle opsporingshandelingen, rechtshulpverzoeken, verhoren van die man enz enz in het dossier zitten? Het was daarnaast ook bij de 1e behandeling bekend.

Leave a Reply